Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 4 en 5 mei 2026 (Kamerstuk 21501-07-2181)
Raad voor Economische en Financiële Zaken
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D20350, datum: 2026-04-28, bijgewerkt: 2026-05-01 15:29, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (PVV)
- Mede ondertekenaar: W.A. Lips, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z08621:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-21 10:00 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-28 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-28 14:00: Eurogroep/Ecofinraad 4 en 5 mei 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-21 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG |
|
| De vaste commissie voor Financiën heeft op 28 april 2026 vragen en opmerkingen aan de minister van Financiën voorgelegd over de brief van 21 april 2026 (Kamerstuk 21501-07, nr. 2181), waarmee de minister de geannoteerde agenda van de vergadering van de Eurogroep van 27 maart 2026 heeft aangeboden. | |
De voorzitter van de commissie,Jansen |
|
Adjunct-griffier van de commissie,Lips |
|
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 4 en 5 mei 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen. De leden van de D66-fractie constateren dat de mondiale economische vooruitzichten onder druk staan door geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in Oekraïne en het conflict in het Midden-Oosten. Deze leden merken op dat het IMF verschillende scenario’s schetst, waarin groei afneemt en inflatie oploopt, afhankelijk van de ontwikkeling van energieprijzen en geopolitieke escalatie. Deze leden onderschrijven het belang van gerichte, tijdelijke maatregelen bij stijgende energieprijzen en vragen het kabinet hoe het zich in Europees verband inzet om dergelijke maatregelen te coördineren. Ook wijzen deze leden erop dat als er een enkele lidstaten maatregelen genomen worden die inhoudelijk sub-optimaal zijn, zoals het verlagen van de brandstofaccijnzen, de druk toeneemt in andere lidstaten om hetzelfde te doen. Terwijl het tegenovergestelde ook waar is: het uitblijven van financieel onverstandige maatregelen verlicht ook de druk in andere landen. De leden van de D66-fractie horen graag hoe de minister dit ziet en of en hoe de minister zich in Europa gaat inzetten om ervoor te zorgen dat gezamenlijk verstandig beleid wordt ingezet. De leden van de D66-fractie benadrukken het belang van een goed functionerende Europese kapitaalmarkt voor innovatie, economische groei en strategische autonomie van de Europese Unie. Deze leden steunen de inzet op verdere integratie, maar constateren dat fragmentatie nog steeds een belangrijke belemmering vormt. Ten aanzien van het Kukies-Noyer-rapport vragen deze leden het kabinet om nader te specificeren welke aanbevelingen het kabinet volledig onderschrijft en op welke punten het kabinet terughoudender is. Daarnaast vragen deze leden welke concrete nationale en Europese initiatieven het kabinet wil ontplooien om meer risicodragend kapitaal beschikbaar te maken voor scale-ups. Wordt hierbij ook gekeken naar succesvolle voorbeelden zoals de Franse Tibi-regeling en het Duitse WIN-initiatief? Met betrekking tot het Kapitaalmarktintegratie- en Toezichtcentralisatiepakket (KTP) ondersteunen de leden van de D66-fractie de inzet op verdere harmonisatie en versterking van toezicht op Europees niveau. Deze leden achten een sterkere rol voor ESMA logisch binnen een geïntegreerde kapitaalmarkt, maar vragen de minister waar voor hem de grens ligt als het gaat om het overdragen van nationale toezichtbevoegdheden. Ook vragen deze leden waarom het macroprudentiële raamwerk voor beleggingsfondsen volgens het kabinet onvoldoende terugkomt in het voorstel en welke risico’s dit met zich meebrengt. Voorts vragen deze leden waarom de voorgestelde overgangstermijn van twaalf maanden als onvoldoende wordt beschouwd. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Eurogroup/Ecofinraad van 4 en 5 mei. Deze leden hebben hierbij nog enkele vragen. Ten aanzien van de presentatie over het Kukies-Noyer-rapport over de financiering van innovatieve ondernemingen in Europa constateren de leden van de VVD-fractie dat het kabinet het belang van passende financiering voor innovatieve bedrijven zoals start- en scale-ups onderschrijft en overwegend positief is over de aanbevelingen. Deze leden vragen welke afwegingen ten grondslag liggen aan die overwegend positieve kwalificatie. De leden van de VVD-fractie constateren ten aanzien van digitale financiën en de update over de voortgang van de werkgroep dat tijdens de aankomende Eurogroep zal worden gesproken over het werk dat wordt gedaan in de Digital Finance Workstream. Deze leden zijn van mening dat er intrinsieke Europese aandacht is voor de strategische positie van digital finance en ondersteunen het werk van deze Workstream, zeker in het kader van het verbeteren van de Europese autonomie. Digital finance vereist digitale innovatie en de leden van de VVD-fractie zijn van mening dat samenwerking tussen publieke en private partijen daar essentieel bij is. Welke plannen zijn er om deze samenwerking tot stand te brengen? Het kabinet stelt dat de initiatieven, zoals de digitale Euro, getokeniseerde deposito’s en stablecoins elkaar niet uitsluiten en elk op hun eigen manier bijdragen aan de opkomst van digital finance. De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier het kabinet de bijdragen van ieder van die initiatieven voor zich ziet. De leden van de VVD-fractie zijn op het punt van de Ecofin en de Verordening van de Raad inzake de toegang van het EOM en OLAF tot btw-informatie op EU-niveau tevreden over de voortgang betreffende het voorstel inzake toegang van het EOM en OLAF tot btw-informatie op EU-niveau. Deze leden ondersteunen de inzet van het kabinet om die toegang niet verder te laten gaan dan nodig. De doelstelling om tot een akkoord te komen op 5 mei 2026 is volgens de leden van de VVD-fractie goed, maar aangezien de laatste compromistekst nog niet beschikbaar is, kunnen deze leden niet onverkort hun steun daaraan toezeggen. Deze leden vragen daarom vragen op welke manier het gemaakte voorbehoud ten aanzien van de beoordeling zal worden benaderd en wat de toetsingscriteria zullen zijn. De leden van de VVD-fractie onderstrepen ten aanzien van het kapitaalmarktintegratie- en toezichtpakket (KTP) het belang van voortgang op het kapitaalmarktintegratiepakket. Deze leden vragen welk effect de oproep aan lidstaten om niet selectief te shoppen in dit pakket naar verwachting zal hebben en wat de inzet van het kabinet zal zijn indien lidstaten hier geen gehoor aan geven. De leden van de VVD-fractie zijn op het punt van de economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraine/ Proposal for a COUNCIL IMPLEMENTING DECISION approving assistance to Ukraine in implementing the Ukrainian Financing Strategy verheugd over de voortgang betreffende de aan Oekraïne te verlenen financiering ten bedrag van 90 miljard euro en de wijze waarop die financiering vorm zal krijgen (in tranches en gekoppeld aan bepaalde hervormingen of beheersmaatregelen). Deze leden vragen wel hoe concreet rekening gehouden zal gaan worden met de beperkte terugbetalingscapaciteit van Oekraïne op de korte termijn. De leden van de VVD-fractie constateren dat er gekeken gaat worden naar de mogelijke inzet van opbrengsten uit bevroren Russische tegoeden. Welke mogelijkheden zijn er binnen EU-recht en internationaal recht om dit daadwerkelijk te gaan doen en op welke termijn zal hierover nader worden gerapporteerd? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde
agenda Eurogroep en Ecofinraad 4 en 5 mei 2026. Tenslotte vragen de leden van de PVV-fractie welke stappen Oekraïne heeft gezet om corruptie tegen te gaan. Daarnaast vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de uitgaven aan Oekraïne per lidstaat in de jaren 2025 en 2026. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA fractie hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 4 en 5 mei 2026 en hebben daarbij enkele vragen en opmerkingen. Ten aanzien van macro economische ontwikkelingen verwekomen de leden van de CDA-fractie het dat in Eurogroepverband wordt gesproken over de huidige macro-economische ontwikkelingen. Deze leden constateren dat de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten zich reeds doen voelen, terwijl tegelijkertijd sprake is van aanzienlijke onzekerheid over de verdere economische impact. Juist in een dergelijke context vinden deze leden het van groot belang dat wordt ingezet op effectieve coördinatie tussen de lidstaten. De leden van de CDA-fractie maken zich echter wel zorgen over deze coördinatie. Deze leden steunen de inzet van het kabinet om maatregelen gericht, tijdelijk, tijdig en toekomstbestendig vorm te geven. Tegelijkertijd constateren deze leden dat andere eurolanden hierin afwijkende keuzes maken, bijvoorbeeld door te kiezen voor generieke accijnsverlagingen. Naar het oordeel van deze leden is een dergelijke aanpak risicovol, aangezien deze ongericht is, de vraag naar brandstoffen kan aanjagen en daarmee een opwaarts effect kan hebben op de inflatie. Daarnaast brengt dit type maatregelen een aanzienlijk budgettair beslag met zich mee, zowel direct als indirect, doordat dergelijke maatregelen in de praktijk vaak moeilijk terug te draaien zijn. Dit kan leiden tot hogere publieke schulden en verdere inflatiedruk, hetgeen gevolgen kan hebben voor de stabiliteit van de Europese Unie als geheel. Daarnaast hebben dergelijke maatregelen grensoverschrijdende effecten en kunnen zij gevolgen hebben voor het gelijke speelveld binnen de interne markt. De leden van de CDA-fractie vragen het kabinet hoe het kabinet voornemens is de coördinatie van maatregelen binnen de Eurozone te verbeteren en op welke wijze het kabinet de Europese financiële stabiliteit nadrukkelijker onderdeel wil laten zijn van de afwegingen die individuele lidstaten maken. Tevens vragen deze leden welke concrete mogelijkheden of aanknopingspunten het kabinet ziet om te komen tot strakker gecoördineerde afspraken over het type maatregelen dat lidstaten nemen. De leden van de CDA-fractie hechten op het punt van de kapitaalmarktintegratie en bankenunie groot belang aan het versnellen van de verdere stappen richting de Europese bankenunie en de verdieping van de kapitaalmarktunie. Deze leden ondersteunen de inzet van het kabinet op deze dossiers, maar constateren tegelijkertijd dat de voortgang op Europees niveau stroperig verloopt en dat verdere integratie in de praktijk regelmatig achterblijft bij de geformuleerde ambities. Deze leden benadrukken dat het van belang is om het tempo in deze dossiers te verhogen, mede gezien de noodzaak om de Europese financiële sector weerbaarder en concurrerender te maken in een veranderende geopolitieke en economische context. Deze leden vragen het kabinet daarom om uiteen te zetten op welke wijze het concreet bijdraagt aan het versnellen van zowel de bankenunie als de kapitaalmarktunie en welke prioriteiten het daarbij stelt binnen de Europese onderhandelingen. Daarnaast vragen deze leden welke concrete stappen het kabinet op korte termijn verwacht te kunnen zetten en welk tijdspad daarbij realistisch wordt geacht. De leden van de CDA-fractie zijn ten aanzien van de financiële ondersteuning van Oekraïne blij dat er na maanden stilstand eindelijk een EU breed akkoord ligt over de EU-lening van 90 miljard euro aan Oekraïne. Deze leden vernemen graag wat dit concreet betekent voor de Oekraïense overheidsfinanciën en de houdbaarheid van de Oekraïense staatsschuld. Deze leden vragen of met deze belangrijke stap de financieringsbehoefte voor de komende jaren hiermee afdoende is gedekt. Daarnaast vragen deze leden of er reeds zicht is op de wijze waarop een eventueel resterend financieringstekort zal worden gedekt en of daarbij, zoals aangegeven in de geannoteerde agenda, ook andere internationale actoren een rol zullen gaan spelen. Zo ja, welke instellingen of landen worden in dat verband verwacht om bij te dragen? Heeft het kabinet hier al zicht op? |