Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda voor de informele Energieraad van 12 en 13 mei in Cyprus (Kamerstuk 21501-33-1199)
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D21531, datum: 2026-05-12, bijgewerkt: 2026-05-13 08:09, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei (CDA)
- Mede ondertekenaar: D.S. Nava, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 33-1200 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie.
Onderdeel van zaak 2026Z09542:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-05-13 00:00: Aansluitend: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-19 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik u de antwoorden op het Schriftelijk Overleg over de informele Energieraad van 12-13 mei 2026.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Beantwoording SO-vragen informele Energieraad 12-13 mei Cyprus
1
De leden van de D66-fractie zijn positief over de kritische grondhouding van het kabinet tegenover het voorstel van de Europese Commissie om het annuleringsmechanisme van de Marktstabiliteitsreserve (MSR) te schrappen. Het schrappen van dit mechanisme zou een forse afzwakking zijn van het bestaande ETS en zou kunnen leiden tot miljoenen megatonnen extra uitstoot van broeikasgassen. Deelt de minister de zorgen van deze leden dat de klimaatdoelen bij uitvoering van dit voorstel verder uit zicht zouden kunnen komen? Welke aanvullende Europese maatregelen zal de minister bepleiten indien na deze en overige herzieningen blijkt dat het ETS onvoldoende bijdraagt aan het behalen van de klimaatdoelen?
Antwoord:
Het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR leidt naar verwachting pas ná 2030 tot extra uitstootruimte voor broeikasgassen en heeft daarom geen invloed op het behalen van het EU 2030-doel. Dit jaar worden verschillende Commissievoorstellen verwacht die samen moeten optellen tot het behalen van het EU 2040-doel van netto 90% CO2-reductie: de ETS- en MSR-herziening, nationale opgaven voor de niet-ETS1-sectoren en een voorstel ten aanzien van internationale kredieten. Het kabinet pleit ervoor dat bij de vaststelling van de lineaire reductiefactor van het ETS ná 2030 rekening wordt gehouden met het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR, zodat het ETS voldoende bijdraagt aan het behalen van het EU 2040-doel.
2
De leden van de D66-fractie lezen dat de minister wil benadrukken dat het van belang is om verschillende scenario’s uit te werken wat betreft de situatie in het Midden-Oosten. In welk scenario zou zij aanvullende Europese maatregelen bepleiten? Wat voor maatregelen zou zij bepleiten in het geval van escalatie van de situatie?
Antwoord:
Nederland neemt deel aan de door het Internationaal Energieagentschap (IEA) aangekondigde collectieve actie, waardoor voorbereidingen worden getroffen voor het vrijgeven van de strategische olievoorraden. Het kabinet verwelkomt de in AccelerateEU aangekondigde Europese coördinatie voor de vrijgave van deze strategische voorraden, om ongewenste effecten zoals weglek zoveel mogelijk te beperken. Naar verwachting zal de Commissie tijdens de informele Energieraad op 12-13 mei a.s. een catalogus presenteren met vrijwillige maatregelen op het gebied van energiebesparing en schone energie, die lidstaten kunnen nemen om de vraag naar olie te beperken. Mocht de nationale situatie uit het landelijk crisisplan olie daar aanleiding toe geven, dan zal het kabinet de maatregelen uit deze catalogus daarbij serieus betrekken en Nederland verwelkomt Europese coördinatie. Deze Europese coördinatie is van belang om te bezien of maatregelen zoveel mogelijk in gezamenlijk verband genomen kunnen worden, ook om weglekeffecten naar andere landen zoveel mogelijk te beperken.
3
De minister heeft eerder aangegeven zich in de Raad in te zetten voor uitbreiding van de verduidelijkende regels rondom stikstof naar alle hernieuwbare-energieprojecten. Is er steun bij de lidstaten voor deze plannen? Daarnaast is in december de motie-Klos (Kamerstuk 29 023, nr. 619) aangenomen die de regering verzoekt onderzoek te doen naar de nationale implementatie van de maatregelen uit het EU Grids Package. Welke conclusies kunnen worden getrokken uit dit onderzoek?
Antwoord:
Nee, er is geen steun voor uitbreiding van de verduidelijkende regels rondom stikstof naar alle hernieuwbare energieprojecten in de Raad. Wel is er een kans dat in de Algemene Oriëntatie (positiebepaling van de Raad) wordt opgenomen dat deze verduidelijkende regels naast elektriciteitsinfrastructuur ook voor waterstofinfrastructuur van toepassing zijn. Dat zou voor Nederland positief zijn.
Uit het lopende ambtelijke onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de verduidelijkende regels rondom stikstof voor elektriciteitsinfrastructuur (en mogelijk dus waterstofinfrastructuur) versneld geïmplementeerd kunnen worden. Parallel aan de lopende onderhandelingen, werkt het kabinet conform motie-Klos aan de implementatie van de vergunningseisen. Zo kan op zeer korte termijn nadat de onderhandelingen inzake de Richtlijn versnelling vergunningverleningsprocedures uit het EU Grids Package zijn afgerond, de benodigde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) in werking treden.
Aangezien de onderhandelingen op dit moment nog plaatsvinden binnen de Raad en het Europees Parlement is het lastig om vast te stellen wat er exact nodig is om het EU Grids Package om te zetten in nationale wetgeving. Het kabinet zet erop in dat de regelgeving die helpt om de energietransitie te versnellen ook zo snel mogelijk geïmplementeerd wordt. Het lopende onderzoek maakt in ieder geval duidelijk dat verschillende stukken wet- en regelgeving, waaronder de Omgevingswet en de Energiewet en onderliggende regelgeving, aangepast moeten worden om het volledige EU Grids Package te implementeren. Zodra er een scherper beeld is van de benodigde implementatiewetgeving, mede op basis van de Algemene Oriëntatie en positie van het EP, zal de Kamer een update ontvangen conform de motie-Klos.
4
Deze leden lezen dat er tijdens de informele Energieraad waarschijnlijk wordt gesproken over het AccelerateEU-plan. Wat is de inzet van het kabinet ten aanzien van dit voorstel? Wanneer verwacht de minister de appreciatie van dit voorstel naar de Tweede Kamer te sturen?
Antwoord:
Het kabinet verwelkomt de AccelerateEU mededeling en deelt de visie van de Europese Commissie dat het versnellen van de energietransitie een structurele oplossing biedt tegen hoge brandstofprijzen. Daarom is Nederland verheugd over de onderdelen van de mededeling die gericht zijn op het bevorderen van schone energie en een efficiënt energiesysteem. Daarnaast is Nederland voorstander van sterkere Europese coördinatie op olie en gas. Het kabinet verwacht nog voor de informele Energieraad op 12 – 13 mei a.s. een appreciatie van het voorstel naar de Kamer te versturen per Kamerbrief.
5
Specifiek zijn deze leden benieuwd naar de appreciatie van de voorgestelde maatregel van de Europese Commissie om de coördinatie van het vullen van de gasvoorraden op zich te nemen. Hoe kijkt de minister naar deze maatregel en welke gevolgen zal dit hebben op het vullen van de Nederlandse gasvoorraad?
Antwoord:
Het kabinet staat open voor verdere coördinatie van de Europese Commissie. Het gaat hier met name om EU-coördinatie op maatregelen die lidstaten kunnen treffen voor het opslaan van voldoende gas in de seizoensopslagen. De Europese Commissie heeft op dit vlak al aangegeven de vuldoelstellingen meer flexibel te maken, bijvoorbeeld door ruimte te geven om 10% af te wijken van het vuldoel en de periode waarin dat doel behaald moet worden te verruimen. Deze flexibiliteit kan helpen om hoge vraag- en prijspieken te voorkomen die kunnen ontstaan als marktpartijen, mogelijk door maatregelen die lidstaten treffen, tegelijkertijd gas inkopen om de opslagen tijdig voor winter 2026-27 te vullen. Nederland verwelkomt de boodschap van de Commissie dat lidstaten 10%-punt af mogen wijken van hun jaarlijkse vuldoel, maar ziet momenteel nog geen noodzaak om hiervan gebruik te maken. Het kabinet houdt de situatie op de gasmarkt de komende zomer in de gaten en zal blijven beoordelen of afwijken van het Europese (en daarmee ook nationale) vuldoel nodig is. Daarom is Nederland ook positief over de monitoring en het delen van kennis in de Gas Coordination Group.
6
De leden van de VVD-fractie vragen of de minister daarnaast voornemens is om het tijdelijke uitgebreide staatsteunkader te gebruiken. Voor welke sectoren zou dit in Nederland van toepassing zijn? Hoe schat de minister de gevolgen voor de interne markt naar aanleiding van het tijdelijke staatsteunkader?
Antwoord:
Het ‘Tijdelijk crisiskader voor staatssteun naar aanleiding van de crisis in het Midden-Oosten' geeft de EU-lidstaten tijdelijk extra ruimte om specifieke sectoren met staatssteun te ondersteunen. Op basis van het Tijdelijk crisiskader is er de mogelijkheid om, als dat nodig is, gericht aanvullende stappen te zetten. In hoeverre het Tijdelijk crisiskader negatieve gevolgen heeft voor de interne markt hangt af van de mate waarin andere EU-lidstaten gebruik gaan maken van de verruimde mogelijkheden om staatssteun verlenen. Een verstoring van het gelijke speelveld is in zo’n situatie denkbaar, als de verschillen tussen EU-lidstaten groot zijn. Het is aan de Europese Commissie toe te zien op de effecten op de interne markt en het kabinet houdt eventuele steunverlening door andere EU-lidstaten in de gaten.
Voor Nederland is het gebruik van het steunkader nu niet aan de orde, Nederland heeft een evenwichtig pakket staan: het kabinet heeft bijna €1 miljard vrijgemaakt voor ondernemers en huishoudens. Deze steun is bewust gericht op sectoren die het hardst geraakt worden, met o.a. ruimere kredietgaranties. Het kabinet houdt ook rekening met de onzekerheid van de huidige situatie. Daarom zijn verschillende scenario’s uitgewerkt en houdt het kabinet bewust ruimte om op te schalen als de situatie verder verslechtert. Daarnaast werkt het kabinet aan het structureel afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Dat maakt ondernemers en onze economie op de lange termijn sterker en minder kwetsbaar.
7
De leden van de VVD-fractie vragen op welke manier de minister van plan is om de noodzaak van strategische gasreserves tijdens de informele raad aan te kaarten. Hoe ziet de minister het speelveld in Europa op dit moment? Op welke manier kan de minister dit onderwerp samen met gelijkgestemde landen aankaarten? Zet de minister zich ervoor in om voor de eventuele aanleg van strategische reserves de kosten te verdelen over lidstaten?
Antwoord:
Het kabinet is voorstander voor het starten van een dialoog over de vorming van een verplichte strategische gasvoorraad op Europees niveau om de weerbaarheid van de Europese gasmarkt in zijn geheel te versterken. Hierbij zou de kostendeling tussen lidstaten expliciet op de agenda moeten staan. Een moment dat zich hiervoor leent is tijdens de aankomende herziening van de verordening gasleveringszekerheid. Het voorstel van de Commissie wordt in juni verwacht. De komende tijd zal het kabinet zich beraden op hoe dit het beste vorm kan worden gegeven. Het kabinet zal op de gebruikelijke wijze in een BNC-fiche een appreciatie geven van het Commissievoorstel.
8
De leden van de VVD-fractie lezen dat het Cypriotische voorzitterschap aangeeft tijdens de aankomende informele Energieraad ook te willen spreken over de Energie Unie Task Force. Hoe beoordeelt het kabinet het functioneren van deze taakgroep? Welke inzet heeft het kabinet ten aanzien van deze Task Force?
Antwoord:
Via de Energy Union Task Force vindt op driewekelijkse basis op hoogambtelijk niveau nauwe afstemming plaats tussen de Europese Commissie en de Europese lidstaten. In de Task Force vindt geen besluitvorming plaats, wel informeert de Commissie de lidstaten over de laatste ontwikkelingen op het gebied van olie en gas en vindt uitwisseling tussen lidstaten plaats over nationale maatregelen op het gebied van olie en gas. Deze Task Force dient impliciet als een soort voorportaal van de Energieraden. Het kabinet is tevreden over het bijeenkomen van deze taakgroep en beschouwt dit als belangrijk onderdeel van de Europese coördinatie op het gebied van nationale maatregelen voor olie en gas.
9
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet schrijft dat de huidige geopolitieke situatie noodzaak geeft tot het versnellen van onze energieonafhankelijkheid. Deze leden delen die noodzaak. Het versnellen van vergunningsverlening voor de aanleg van energie infrastructuur kan hier goed aan bijdragen. Op welke manier zet de minister zich in voor een snelle aanname van de EU Grids Package? Ziet de minister mogelijkheden om binnen de informele raad ervoor te pleiten dat lidstaten deze verkorte vergunningsverlening versneld kunnen invoeren? Ziet de minister daarnaast ruimte om de maatregelen alvast in werking te laten treden voordat de EU Grids Package is aangenomen?
Antwoord:
Het kabinet steunt het Cypriotisch EU-voorzitterschap in het voornemen om tijdens de aankomende formele Energieraad in juni een Algemene Oriëntatie te bereiken en is voorstander van het snel opstarten van de triloog-onderhandelingen met het Europees Parlement. Nederland is een constructieve lidstaat in de onderhandelingen die samen met een groep landen pleit om snel tot een Algemene Oriëntatie te komen.
Parallel aan de onderhandelingen wordt gewerkt aan de implementatie van dit pakket, conform motie-Klos. Zodra de onderhandelingen zijn afgerond, kan Nederland gebruik maken van de versnelling die dit pakket biedt. Voor een Richtlijn geldt doorgaans een maximale implementatietermijn van twee jaar, maar het kabinet zet in op een zo snel mogelijke implementatie van de onderdelen die voor versnelling van vergunningverlening zorgen. Echter, het kabinet kan niet vooruitlopend op de vaststelling van het definitieve EU Grids Package al (wettelijke) maatregelen doorvoeren, vanwege het ontbreken van een wettelijke basis op Europees niveau. Dit zorgt namelijk voor juridische risico’s en dat kan juist tot extra vertraging leiden.
10
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat er tijdens de informele energieraad gesproken zal worden over de gerichte herziening marktstabiliteitsreserve (MSR). Wanneer ontvangt de Kamer over dit voorstel het BNC-fiche? Deze leden lezen dat het kabinet heeft aangegeven geen voorstander te zijn van deze gerichte wijziging. Welke inhoudelijke redenen gaven daartoe de aanleiding? Klopt het dat dit voorstel ertoe ziet dat er een grotere reserve ontstaat, zonder dat het marktaanbod verandert, omdat rechten alleen vrijkomen bij krapte of prijspieken? En dat het voorstel het risico op extreme prijsstijgingen op langere termijn dempt? Ziet het kabinet daarin voordelen?
Antwoord:
In de Geannoteerde Agenda van de informele Energieraad bent u geïnformeerd over de Nederlandse inzet op het MSR-voorstel. Dit dient ter vervanging van het BNC-fiche, gezien het voorstel een beperkte en technische wijziging betreft. Er wordt tijdens de informele Energieraad niet gesproken over het MSR-voorstel.
Het kabinet is geen voorstander van het schrappen van het annuleringsmechanisme omdat het een geïsoleerd voorstel is, dat leidt tot een toename van de uitstootruimte van ETS-sectoren in de EU, zonder dat duidelijk is hoe deze toename zich verhoudt tot het behalen van het 2040-CO2 reductiedoel. Voorkomen moet worden dat het voorstel daarmee gevolgen heeft voor hoe we de klimaatdoelen willen halen en de ambitie om de energieafhankelijkheid van de EU zo snel mogelijk af te bouwen.
Met het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR groeit de reserve en zal het aanbod van emissierechten op de langere termijn toenemen. De Commissie zal naar verwachting in juli 2026 een voorstel presenteren voor de ETS-herziening en de bredere MSR-herziening. Daarbij zal ook gekeken worden naar de voorwaarden waaronder rechten uit de reserve weer op de markt komen. Het kabinet is kritisch op dit gerichte voorstel ten aanzien van het vergroten van de reserve, zonder daarbij de voorwaarden voor vrijgave en de bredere impact op het ETS mee te wegen. Het kabinet zal daarom pleiten voor het samentrekken van dit gerichte MSR-voorstel bij de bredere ETS-herziening. De bredere herziening zal behandeld worden op Milieuraden.
11
De leden van de VVD-fractie lezen dat er tijdens de formele raad van 16 maart door sommige lidstaten is opgeroepen op een pragmatische of uitgestelde toepassing van de importvereisten uit de Methaanverordening. Hoewel deze leden achter het doel van deze verordening staan, maken zij zich zorgen over de impact op leveringszekerheid, omdat het onwaarschijnlijk is dat geïmporteerd gas per 1 januari 2027 voldoet aan de voorwaarden van de verordening. Zal de minister tijdens deze informele energieraad pleiten voor duidelijkheid over de invoering van de verordening en de gevolgen daarvan? Mocht de Europese Commissie voorstellen de eerste jaren de boetes op te heffen, zal zij dat dan steunen?
Antwoord:
Nederland steunt onverminderd de doelstellingen van de Methaanverordening en acht het van groot belang dat voortgang wordt geboekt bij het reduceren van methaanuitstoot zowel binnen als buiten de Unie. Tegelijkertijd is het van belang dat de verplichtingen van de verordening uitvoerbaar en proportioneel zijn en geen onverantwoorde risico’s voor de leveringszekerheid met zich meebrengen. Dat geldt nog nadrukkelijker in de huidige geopolitieke context. De Europese Commissie heeft aangegeven in juni met nadere aanbevelingen en mogelijke flexibiliteit te komen ten aanzien van de toepassing van de Methaanverordening. Nederland ziet dit voorstel met belangstelling tegemoet en zal eventuele voorstellen zorgvuldig beoordelen, met oog voor het reduceren van methaanuitstoot, de uitvoerbaarheid en het borgen van de leveringszekerheid.
12
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat de Europese Commissie in haar plan ook aangeeft dat lidstaten zelf mogen beslissen of zij olie- en gasbedrijven extra belastingen willen opleggen op hun overwinsten. Kan de minister een overzicht bezorgen van welke lidstaten overwegen een dergelijke belasting in te voeren en welke lidstaten effectief stappen ondernemen? Kan de minister uitrekenen hoeveel een overwinstbelasting en solidariteitsbijdrage voor Nederland zouden opbrengen als die worden vormgegeven zoals in 2023, na de energiecrisis ten gevolge van de Russische inval in Oekraïne?
Antwoord:
De discussie over een overwinstbelasting speelt in verschillende lidstaten. Het is bij ons niet bekend dat dit al tot concrete voorstellen voor wetgeving heeft geleid. Uitzondering hierop is Oostenrijk, die de inframarginale heffing, die is ingevoerd na de energiecrisis van 2022, al eerder heeft verlengd tot in ieder geval 2030. De hoogte van mogelijke baten van een overwinstbelasting is onduidelijk, omdat de hoogte van de winst onduidelijk is. Conform motie-Teunissen kijkt het kabinet naar het maximaal inzichtelijk maken van de (over)winsten en marges van oliebedrijven en raffinaderijen.1
13
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welke suggesties van maatregelen uit de toolbox van het AccelerateEU-plan de minister momenteel nog laat onderzoeken? Staan er wat de minister betreft in deze lijst maatregelen die voor Nederland interessant zouden kunnen zijn om door te voeren en zo ja, welke zijn dat dan?
Antwoord:
Het kabinet staat positief tegenover de door de Commissie aangekondigde catalogus met maatregelen op het terrein van energiebesparing en hernieuwbare energie die tijdens de Informele Energieraad op 12 en 13 mei a.s. gepresenteerd zal worden. Deze lijst met vrijwillige besparingsmaatregelen voor kwetsbare huishoudens en bedrijven kan lidstaten ondersteunen om op korte termijn gerichte, tijdelijke en duurzame maatregelen te kunnen nemen. De maatregelen zijn vrijwillig van aard, een gezamenlijke lijst met maatregelen kan richting geven aan lidstaten en helpen om maatregelen in gecoördineerd verband te nemen. Als wordt gekeken naar de voorgestelde maatregelen die al genoemd staan in AccelerateEU-plan zelf dan kan het kabinet zich vinden in de gezamenlijke aanpak hiervoor. De maatregelen die in het AccelerateEU-plan staan, zijn ook onderdeel van maatregelen die door het kabinet in de kamerbrief van 20 april2 jl. zijn bekend gemaakt. Dit zijn maatregelen zoals het helpen van kwetsbare huishoudens door geld vrij te maken voor het Tijdelijk noodfonds energie, energiefixers en het stimuleren van de elektrisch rijden door de Inruilregeling brandstofauto’s. Verder ondersteunt het kabinet de notie uit het AccelerateEU-plan dat maatregelen tijdig, gericht en tijdelijk van aard moeten zijn. Het invoeren van vraagbeperkende maatregelen zal in beginsel pas aan de orde zijn wanneer het nodig is om op te schalen naar een hoger crisisniveau in het Landelijk crisisplan olie.
14
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet terughoudend is wat betreft de in de Industrial Accelerator Act voorgestelde Europese herkomsteisen ten aanzien van publieke aanbestedingen en subsidies voor de batterijsector. Welke overwegingen heeft de minister meegenomen in de afweging van kosten en baten en hoe is de minister tot deze conclusie gekomen?
Antwoord:
Het kabinet is terughoudend met het inzetten van een EU-voorkeursprincipe. Het principe kan worden ingezet om de weerbaarheid van de Unie te versterken en, wanneer minder ingrijpende maatregelen of inzet van bestaande handelsinstrumenten ontoereikend zijn, om strategische markten te stimuleren die essentieel zijn voor de langetermijnweerbaarheid van de Unie. Hierbij dienen per sector, waardeketen of industrie zorgvuldig de baten afgewogen te worden tegen de kosten.
15
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ondersteunen de positie van de minister als het gaat om het behoud en versterken van ETS, maar hebben zorgen over de aanpassingen aangekondigd door de Europese Commissie. Hoe kijkt de minister naar de voorgestelde aanpassingen ten aanzien van marktstabiliteitsreserve (MSR), mede in het licht van de aangenomen motie-Bushoff/Van Oosterhout (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2171)? Is er een impact analyse gedaan door de Europese Commissie en kan de minister hierop reflecteren? Met hoeveel emissierechten zal de reserve groeien? Welke invloed zal deze aanpassing hebben op de prijs van ETS-rechten en hoeveel meer (geschatte) emissie-ruimte zal hierdoor ontstaan, zowel voor als na 2030? En hoe weegt de minister het risico voor de investeringszekerheid van de industrie in verduurzaming, als een belangrijke factor voor de prijszetting wordt aangepast? In haar brief onderschrijft de minister dat het effect van de aanpassing afhankelijk is van de bredere herziening van ETS later dit jaar en dat het verstandiger is om een dergelijke aanpassing in elk geval parallel aan of in samenhang met deze herziening te behandelen. Zal de minister zich diplomatiek inspannen om alsnog een dergelijke parallelle behandeling te bekomen? Indien het MSR-voorstel effectief vervroegd wordt behandeld, aan welke maatregelen denkt de minister binnen de bredere ETS 1-herziening om de effecten van het MSR-voorstel te compenseren om te borgen dat het ETS voldoende bijdraagt aan het behalen van het Europese klimaatdoel voor 2040?
Antwoord:
Het kabinet is kritisch op het proces en de inhoud van dit voorstel en is daarom geen voorstander van de voorgestelde gerichte aanpassing van de MSR. Aan deze positie ligt onder andere ten grondslag dat de Europese Commissie geen impactanalyse heeft uitgevoerd, waardoor het effect op de ETS-prijs, en daarmee ook op de investeringszekerheid, onduidelijk is. Het kabinet pleit ervoor om het gerichte Commissievoorstel te betrekken bij de bredere herziening van het ETS en de MSR, en zal deze positie ook overbrengen aan de Europese Commissie.
De groei van de reserve is afhankelijk van het moment dat het voorstel van kracht gaat en de totale hoeveelheid rechten in omloop in de komende jaren. Indien het voorstel al in de zomer van 2026 van kracht gaat, is op basis van de raming van de Commissie de verwachting dat de reserve door het voorstel toeneemt met ca. 600 - 700 miljoen rechten. Op termijn groeit de emissieruimte binnen het ETS daarmee met 600 – 700 megaton CO2-equivalent. Om te borgen dat het ETS ondanks het schrappen van het annuleringsmechanisme in de MSR voldoende bijdraagt aan het behalen van het EU 2040-klimaatdoel, pleit het kabinet om bij de vaststelling van de lineaire reductiefactor na 2030 rekening te houden met deze extra emissieruimte.
16
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens vragen over de aanpassing van de ETS-benchmarks. Vindt de minister dat de ETS-benchmarks moet worden geüpdatet op basis van de bestaande systematiek, gebaseerd op de efficiëntste installaties in Europa? Ziet de minister een risico dat de nieuwe benchmarks niet op basis van enkel technische haalbaarheid, maar ook op basis van politieke wensen worden gesteld? Als de benchmark aanpassing leidt tot een minder snelle afbouw van gratis rechten, wat voor een effect heeft dat dan op de Nederlandse inkomsten en de beschikbaarheid van middelen voor de verduurzaming van de industrie? En hoe neemt de minister nieuwe/alternatieve productieroutes mee in de benchmarks, als alternatief voor bestaande installaties? In andere woorden: hoe zorgt de minister dat bestaande installaties niet onnodig gratis rechten krijgen, terwijl er fossielvrije alternatieven voor handen zijn?
Antwoord:
De ETS-richtlijn bevat kaders over de wijze waarop de Europese Commissie de benchmarks voor de periode 2026 - 2030 moet berekenen. De Commissie is verplicht om de kaders in de richtlijn te volgen en op basis daarvan nieuwe benchmarks voor te stellen.
De hoogte van de benchmarks heeft geen invloed op de veilinginkomsten.
Ten aanzien van het meenemen van alternatieve productieroutes in de benchmarks merkt het kabinet op dat techniekneutraliteit een belangrijk uitgangspunt is binnen de systematiek, juist om ervoor te zorgen dat installaties gestimuleerd worden om de meest efficiënte technieken toe te passen. Het kabinet steunt dit uitgangspunt.
17
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast enkele vragen over de bredere herziening van ETS, later dit jaar. Wat is de huidige inzet van de minister in gesprekken met de Europese Commissie? Onderkent de minister dat grote aanpassingen van het ETS, zoals de LRF, van grote invloed zullen zijn op de prijs en dus de investeringszekerheid in verduurzaming? Spreekt de minister zich daarom ondubbelzinnig uit tegen dergelijke aanpassingen in lijn met de aangenomen motie-Bushoff/Van Oosterhout (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2171)?
Antwoord:
Het kabinet zet zich in voor een sterk en betrouwbaar EU ETS, zodat – op efficiënte wijze en met behoud van een gelijk speelveld – de afhankelijkheid van fossiele energie wordt afgebouwd en klimaatdoelen worden gehaald. Gelijktijdig erkent het kabinet de zorgen van de energie-intensieve industrie en zet erop in om oplossingen te vinden om het concurrentievermogen te verbeteren en koolstoflekkage tegen te gaan. Naast gerichte aanpassingen in het ETSzal het kabinet dan ook pleiten voor verbeteringen in CBAM (koolstofbeprijzing aan de grens) en groene marktcreatie.
Zoals ook aangegeven in de kabinetsappreciatie van de motie-Bushoff/Van Oosterhout, is bij de onderhandelingen over het 2040-klimaatdoel in Europa afgesproken om het ETS te herijken in lijn met het netto 90%-CO2 reductiedoel. Met inachtneming van die context spreekt het kabinet zich in lijn met de motie uit tegen afzwakkingen van de integriteit van het ETS. Daarmee beoogt het kabinet te voorkomen dat de investeringszekerheid wordt aangetast en koplopers bestraft worden.
18
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen vast dat er in aanloop naar de informele raad een lobby plaatsvindt om de methaanverordening af te zwakken. Zal de minister zich verzetten tegen iedere vorm van afzwakking, inclusief tegen op de opschorting van boetes?
Antwoord:
Nederland blijft onverminderd gecommitteerd aan de doelstellingen van de Methaanverordening en onderschrijft het belang van effectieve maatregelen om methaanemissies terug te dringen. Voor het kabinet staat voorop dat de ambities van de verordening behouden blijven.
Tegelijkertijd is het van belang dat de verplichtingen van de verordening uitvoerbaar en proportioneel zijn en geen onverantwoorde risico’s voor de leveringszekerheid met zich meebrengen. Dat geldt nog nadrukkelijker in de huidige geopolitieke context. De Europese Commissie heeft aangegeven in juni met nadere aanbevelingen en mogelijke flexibiliteit te komen ten aanzien van de toepassing van de verordening. Nederland ziet deze voorstellen met belangstelling tegemoet en zal deze zorgvuldig beoordelen, met oog voor het reduceren van methaanuitstoot, de uitvoerbaarheid en het borgen van de leveringszekerheid.
19
De leden van de JA21-fractie constateren dat de exacte agenda en de onderliggende stukken voor de informele Energieraad 24 uur vóór de deadline van het schriftelijk overleg nog niet bekend waren. Deze leden vinden dat zorgelijk, omdat de Kamer hierdoor slechts beperkt in staat wordt gesteld haar controlerende taak uit te oefenen. Kan de minister aangeven waarom de Kamer zo kort voor de Raad nog geen volledige agenda en onderliggende stukken heeft ontvangen? Kan zij toezeggen dat aanvullende stukken, conceptconclusies of nadere appreciaties onverwijld met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord:
Het is aan de lidstaat die het tijdelijke voorzitterschap van de Raad bekleedt om de agenda en onderliggende stukken voor de verschillende raden te delen. In de praktijk varieert het moment waarop deze stukken beschikbaar komen sterk: soms gebeurt dit enkele dagen voor de Raad, soms weken van tevoren. Bij de planning door het voorzitterschap wordt doorgaans geen rekening gehouden met de verschillende termijnen van nationale parlementen en informatieverplichtingen in de diverse lidstaten.
Het kabinet zet zich er van meet af aan voor in om de Kamer op basis van de meest actuele beschikbare informatie tijdig te informeren over de agenda en de Nederlandse inzet, primair via de Geannoteerde Agenda van de betreffende Raad. Het Commissiedebat of schriftelijk overleg biedt daarnaast tussentijds gelegenheid om de Kamer nader te informeren indien het beeld sinds verzending van de Geannoteerde Agenda is gewijzigd. Indien de agenda of onderliggende stukken in de dagen voorafgaand aan de Raad nog wezenlijk wijzigen, worden conform gebruikelijke werkwijze teruggekoppeld in het verslag van de betreffende Raad.
20
De leden van de JA21-fractie lezen dat Nederland inzet op Europese coördinatie en een sterke rol van de Europese Commissie bij energiecrises. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat Europese coördinatie ten koste gaat van nationale handelingsruimte. Welke bevoegdheden moeten volgens het kabinet nadrukkelijk nationaal blijven, bijvoorbeeld rond strategische voorraden, noodmaatregelen en ondersteuning van huishoudens en bedrijven?
Antwoord:
Het is aan lidstaten om op basis van de nationale situatie te bepalen
welke maatregelen noodzakelijk zijn ten behoeve van de
leveringszekerheid en betaalbaarheid van het aanbod van energie.
Tegelijkertijd is het Nederlandse energiesysteem onderdeel van de
Europese en mondiale markt, en biedt Europese coördinatie meerwaarde
voor het nemen van effectieve maatregelen en om weglekeffecten naar
andere lidstaten en derde landen te beperken. Daarom pleit het kabinet
voor Europese coördinatie voor de vrijgave van nationale strategische
olievoorraden, zodat deze effectief en gericht ingezet kunnen worden in
de markt. Ten aanzien van energiebesparingsmaatregelen is het kabinet
voorstander van Europese coördinatie, waarbij het aan lidstaten blijft
om te bepalen welke besparingsmaatregelen moeten worden ingezet, maar
waar overleg met andere lidstaten kan helpen om deze zoveel mogelijk op
gecoördineerde wijze in te zetten.
21
Deze leden onderschrijven dat eventuele maatregelen tegen hoge energieprijzen tijdelijk en gericht moeten zijn. Tegelijkertijd vragen zij welke nationale maatregelen klaarliggen wanneer Europese maatregelen te laat komen of onvoldoende bescherming bieden. Hoe voorkomt de minister dat Nederlandse huishoudens en bedrijven opnieuw de rekening betalen van geopolitieke crises en Europees energiebeleid?
Antwoord:
De nationale maatregelen die worden overwogen heeft het kabinet geschetst in de Kamerbrief "Acties Weerbaarheid Energieschok” van 20 april jl,3 waarin opgenomen is welke maatregelen worden overwogen bij verschillende toekomstscenario’s.
22
De leden van de JA21-fractie vragen voorts welke inzet Nederland heeft ten aanzien van strategische olie- en gasvoorraden. Is het kabinet bereid in Europees verband te pleiten voor heldere afspraken over inzet, aanvulling en kostenverdeling van strategische voorraden en noodvoorraden, zodat Nederland niet onevenredig opdraait voor leveringszekerheid elders in Europa? Hoe gaat de minister hier invulling geven aan de aangenomen motie-Van den Berg over de financiering van kussengasreserves (Kamerstuk 29 023, nr. 633)?
Antwoord:
Voor wat betreft gasvoorraden, zie het antwoord op vraag 7. Voor strategische olievoorraden en de inzet daarvan is het kabinet continu in overleg en afstemming met het Internationaal Energie Agentschap, de Europese Commissie, landen in de regio en marktpartijen. Zo doet Nederland mee aan de collectieve actie aangekondigd door het IEA op 11 maart, waarbij Nederland het van haar verzochte aandeel volledig bijdraagt, wat neerkomt op 1,3% van de totale collectieve actie van het IEA. Elke lidstaat houdt een strategische olievoorraad aan op basis van 90 dagen nationale consumptie. Op die manier zijn de lasten binnen het IEA-genootschap evenredig verdeeld. Bij de vrijgave van de voorraden is van belang om dit gecoördineerd en strategisch te doen, juist ook om ervoor te zorgen dat de voorraden gericht worden ingezet en weglekeffecten zoveel mogelijk te voorkomen. Het kabinet pleit dan ook voor heldere afspraken en coördinatie in EU verband en verwelkomt de door de Commissie aangekondigde coördinatie in AccelerateEU.
23
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie werkt aan een hernieuwd raamwerk voor energieveiligheid. Deze leden vragen wat de Nederlandse rode lijnen zijn bij de herziening van de verordeningen voor risicoparaatheid in de elektriciteitssector en leveringszekerheid van aardgas. Kan de minister garanderen dat nieuwe Europese verplichtingen niet leiden tot extra regeldruk of kosten zonder aantoonbare meerwaarde voor de leveringszekerheid? Hoe gaat de minister zich hier verhouden tot de aangenomen motie-Van den Berg (36 800-XXIII, nr. 41) over het in EU-verband in zetten voor aanpassing van de EU-verordening over vulgraden?
Antwoord:
Primair zet het kabinet in op een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. Naast deze overkoepelende belangen, zal het kabinet bij de positiebepaling van het hernieuwde raamwerk voor energieveiligheid het voorstel ook wegen op de effecten op de regeldruk. Ten algemene geldt dat Nederland zal pleiten voor harmonisatie en operationalisering tijdens de onderhandelingen over het hernieuwde raamwerk. Voor risicoparaatheid elektriciteit betekent dat bijvoorbeeld het gebruik van een gemeenschappelijk risicobepalingsmethodiek tussen lidstaten. Voor leveringszekerheid gas betekent dat bijvoorbeeld het herzien van de definitie voor (niet-)beschermde afnemers zodat het raamwerk werkbaar is tijdens een eventuele lange termijn aanbodbeperking.
Wat betreft de motie-Van den Berg (36 800-XXIII, nr. 41) geldt dat de
huidige EU-opslagbepalingen al diverse mogelijkheden kennen om de
vuldoelstelling meer flexibel te maken. Zo hebben lidstaten de
mogelijkheid om onder bepaalde omstandigheden hun vuldoelstelling met
10%-punten te verlagen en is de Europese Commissie bevoegd om te
besluiten tot een additionele vermindering met 5%-punten. De Commissie
heeft in de AccelerateEU mededeling lidstaten opgeroepen om
gebruik te maken van deze mogelijkheden.
De aankomende herziening van de verordening gasleveringszekerheid (zie
het antwoord op vraag 7 en 22) geeft verdere mogelijkheden om invulling
te geven aan de flexibiliteit waar de motie-Van den Berg om vraagt.
24
De leden van de JA21-fractie vragen hoe het kabinet aankijkt tegen de rol van regelbaar vermogen, kernenergie, gas waar noodzakelijk, waterstof, warmteopslag en andere vormen van opslag. Is de minister het met deze leden eens dat energieveiligheid niet alleen vraagt om meer hernieuwbare productie, maar ook om voldoende regelbaar vermogen en technologie-neutraliteit?
Antwoord:
Ja, al de genoemde energietechnologieën spelen een belangrijke rol in ons toekomstige energiesysteem. De beschikbaarheid van verschillende opties en een goede mix van deze bronnen zullen bijdragen aan onze weerbaarheid en strategische onafhankelijkheid. De invulling hiervan maakt onderdeel uit van de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) die rond de zomer wordt afgerond en naar de Kamer zal worden gestuurd. Het kabinet deelt de overtuiging dat het borgen van energieveiligheid ook vraagt om voldoende regelbaar vermogen en technologieneutraliteit.
25
De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast hoe de minister voorkomt dat Europese herkomsteisen bij aanbestedingen en subsidies voor batterijen en energieopslag leiden tot hogere kosten voor burgers, bedrijven en overheden. Is de minister bereid zich te verzetten tegen Europese eisen die de energierekening verhogen of de uitvoerbaarheid verslechteren?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 14. Het kabinet is terughoudend met het inzetten van een EU-voorkeursprincipe. Per sector, waardeketen of industrie dienen zorgvuldig de baten afgewogen te worden tegen de kosten en daarbij worden de kosten en impact voor consumenten nadrukkelijk meegenomen.
26
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie een gerichte herziening van de Marktstabiliteitsreserve van ETS-1 heeft voorgesteld. Het kabinet is kritisch omdat een effectbeoordeling ontbreekt en het voorstel is losgetrokken van de bredere ETS-herziening. Deze leden vragen waarom de Commissie dit voorstel desondanks afzonderlijk behandelt en welke positie Nederland hierover inneemt. Kan het kabinet aangeven welke gevolgen het schrappen van het annuleringsmechanisme naar verwachting heeft voor ETS-prijzen, energiekosten, de industrie, investeringszekerheid en Europese klimaatdoelen?
Antwoord:
Het kabinet is kritisch op het lostrekken van deze gerichte herziening van de brede MSR en ETS herziening. Zoals aangegeven in de Geannoteerde Agenda zal het kabinet het voorzitterschap vragen om een toelichting waarom besluitvorming niet integraal kan plaatsvinden. Integrale behandeling – inclusief impact assessment – geniet de voorkeur van het kabinet. Het kabinet pleit dat bij de vaststelling van de lineaire reductiefactor van het ETS na 2030, rekening wordt gehouden met het schrappen van het annuleringsmechanisme van de MSR, zodat het ETS voldoende bijdraagt aan het behalen van het EU 2040-klimaatdoel en daarmee aan de bredere Europese klimaatdoel van netto nul uitstoot in 2050. Het kabinet erkent dat de energie-intensieve industrie in een moeilijke situatie zit. De hoge energiekosten spelen hier een rol in. Echter, het effect van de ETS-prijs op energiekosten is beperkt: gemiddeld 11% van de energierekening van industriële gebruikers. Schrappen van het annuleringsmechanisme leidt daarnaast tot een beperkt lagere ETS-prijs. Het kabinet ziet aanpassingen aan het ETS daarom niet als de juiste wijze om hoge energieprijzen te adresseren.
Dit voorstel doet in de ogen van het kabinet daarbij juist afbreuk aan de lange termijn investeringszekerheid van het ETS, omdat het voorstel naar verwachting impact heeft op de ETS-prijs, zonder dat deze concreet in een impact assessment is geduid. Investeringen in de verduurzaming van de industrie zijn kostbaar en het kabinet wil voorkomen dat de ETS-prijsprikkel onvoldoende of onvoorspelbaar/volatiel is, om deze verduurzaming te stimuleren.
27
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het uitstel van de inleverplicht van ETS-2 naar 2028. Deze leden constateren dat monitoring- en rapportageverplichtingen al sinds 2025 gelden. Kan de minister aangeven welke administratieve lasten gereglementeerde entiteiten hierdoor nu al maken, nog voordat ETS-2 daadwerkelijk van start gaat?
Antwoord:
Bij de implementatie van ETS2 in de Wet Milieubeheer is in de memorie van toelichting een regeldrukberekening opgenomen. Voor de monitoring- en rapportageverplichting is op basis van de Impact Assessment bij het Commissievoorstel bepaald hoeveel uur deze verplichting per jaar kost. Op basis van het Handboek Meting Regeldrukkosten is bepaald wat de kosten van deze verplichting per uur zijn. Op basis hiervan worden de jaarlijkse regeldrukkosten van de monitoring- en rapportageverplichting voor het ETS2 bepaald op €2.115 per energie- of brandstofleverancier.
28
De leden van de JA21-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat ETS-2 vanaf 2028 leidt tot hogere brandstofprijzen, hogere verwarmingskosten en hogere vervoerskosten. Kan de minister inzichtelijk maken wat verschillende ETS-2-prijsscenario's betekenen voor een liter benzine, diesel, een kuub gas, andere brandstoffen met een energiewaarde en de gemiddelde energierekening? Deze leden vragen specifiek naar sectoren die Nederland via nationale opt-in onder ETS-2 brengt of wil brengen, waaronder binnenvaart, mobiele werktuigen, stallen, defensie en glastuinbouw. Kan het kabinet per sector aangeven welke lastenstijging wordt verwacht? Is het kabinet bereid de nationale opt-in te heroverwegen wanneer deze disproportioneel uitpakt voor ondernemers of consumenten?
Antwoord:
In 2028 zal het ETS2 volledig van kracht zijn en leiden tot een hogere prijs voor fossiele brandstoffen. Deze kosten kunnen voorkomen worden door te investeren in duurzame alternatieven of door energiebesparing.
Omdat het ETS2 nog niet volledig van start is, is de prijs van een ETS2-recht nog onbekend. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de prijsverhoging bij verschillende brandstoftypes bij een prijs van respectievelijk 30 euro en 60 euro per ton CO2.
| ETS2-prijs (euro/ton CO2) | 30 | 60 |
|---|---|---|
| Benzine E10 (euro/l) | 0,07 | 0,13 |
| Benzine E5 (euro/l) | 0,07 | 0,14 |
| Diesel (euro/l) | 0,08 | 0,15 |
| Aardgas (euro/m3) | 0,06 | 0,11 |
| Groen gas (euro/m3) | 0 | 0 |
Het PBL schatte in 2021 dat de gemiddelde jaarlijkse energierekening per huishouden in 2030 met ruim 100 euro zou stijgen als gevolg van het ETS2.4 Op maandag 11 mei publiceert het PBL een nieuwe schatting van de economische effecten van het ETS2 bij verschillende typen huishoudens. Ten aanzien van de ETS2 opt-in is niet voor elke sector in kaart gebracht wat de effecten zijn. Wel zijn de effecten in kaart gebracht voor de landbouw- en visserijsector en voor de binnenvaart.5
Voor de landbouwsector leidt de opt-in ETS-2 tot een stijging van het aandeel energie- en brandstofkosten met 0,2%-0,8%. Voor de visserij zouden als gevolg van de opt-in de dieselkosten over de periode 2018-2022 gemiddeld 25,3% en de totale kosten gemiddeld 5,6% hoger uitkomen. Voor de binnenvaart stijgen de brandstofkosten (bij een ETS2-prijs van 45 euro per ton) met grofweg 5%, met sterke verschillen tussen verschillende typen schepen. Het relatief hogere effect van ETS2 op de kosten voor de visserij en de binnenvaart komt mede omdat zij vrijgesteld zijn van accijns op brandstoffen.
Het ETS2 is noodzakelijk om uitvoeringsproblemen te voorkomen. Voor brandstofleveranciers is het in veel gevallen namelijk niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen verschillende eindgebruikers.6 Tevens is het ETS2 ook belangrijk vanwege de bijdrage die het instrument levert aan de klimaat- en energietransitie. Om deze redenen is het kabinet niet bereid om de ETS2 opt-in te heroverwegen.
29
De leden van de JA21-fractie constateren dat er zorgen bestaan over prijsvolatiliteit en onzekerheid bij de start van ETS-2. Welke maximale ETS-2-prijs acht het kabinet maatschappelijk en economisch aanvaardbaar? Is de minister bereid in EU-verband te pleiten voor een sterker, automatisch prijsbeheersingsmechanisme wanneer ETS-2-prijzen leiden tot onaanvaardbare lasten? Welke gevolgen hebben de voorstellen rond de Marktstabiliteitsreserve voor inflatie, koopkracht, brandstofprijzen, energierekeningen, concurrentiekracht en investeringszekerheid?
Antwoord:
In de ETS Richtlijn is een prijsbeheersingsmechanisme opgenomen voor ETS2. Deze is vastgesteld op €45 per ton CO2 in 2020 prijzen. Wanneer de prijs van ETS2 hierboven komt, worden emissierechten vanuit de ETS2 MSR op de markt gebracht om de prijs te dempen. Eind vorig jaar heeft de Commissie voorstellen gepubliceerd om de prijsstabiliteit en voorspelbaarheid van ETS2 verder te vergroten. Onderdeel hiervan was ook het versterken van het prijsbeheersingsmechanisme, waarmee de hoeveelheid rechten die op de markt worden gebracht is verdubbeld in geval dat het prijsniveau wordt overschreden. Daarnaast heeft de Commissie aangegeven sowieso gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid als het prijsniveau binnen een jaar een tweede keer wordt overschreden. Het kabinet vindt deze versterking van het prijsbeheersingsmechanisme voldoende om aan deze zorgen tegemoet te komen.
Het voorstel dat de Commissie heeft gedaan op 1 april jl. betreft een herziening van de MSR van het ETS1. Voor de impact hiervan, zie antwoord bij vraag 26.
30
De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie een voorfinancieringsfaciliteit via de Europese Investeringsbank wil instellen. Welke risico's loopt Nederland wanneer toekomstige veilinginkomsten worden ingezet voor leningen die nu worden verstrekt? Wie draait op voor tegenvallers wanneer ETS-2-veilinginkomsten lager uitvallen dan geraamd? Kan het kabinet uitsluiten dat dit verkapte Europese leningen worden en dat Nederlandse belastingbetalers hiervoor risico lopen?
Antwoord:
Via de voorfinancieringsfaciliteit kunnen lidstaten een lening bij de EIB aangaan, op basis van de ETS2-veilinginkomsten. Om deze faciliteit mogelijk te maken, is de Veilingverordening aangepast, zodat de EIB de veilinginkomsten van lidstaten die een lening zijn aangegaan, direct en zonder tussenkomst van de betreffende lidstaat kan ontvangen. Wanneer andere lidstaten besluiten om gebruik te maken van deze faciliteit, is er geen risico voor de toekomstige veilinginkomsten van Nederland.
31
De leden van de JA21-fractie vragen waarom Nederland in 2024 geen gebruik heeft gemaakt van een opt-out voor kleine emittenten, terwijl andere lidstaten dat wel doen. Is de minister bereid te onderzoeken of een ruimere kleine-emitteraanpak in Nederland mogelijk is?
Antwoord:
Onder het ETS1 bestaat de mogelijkheid tot een opt-out voor kleine emittenten. Nederland maakt hier ook gebruik van. Installaties kunnen hier een aanvraag voor doen. Voor de huidige handelsperiode van 2026 tot 2030 is voor 38 Nederlandse ETS-installaties de opt-out status goedgekeurd.
Onder het ETS2 wordt in de ETS Richtlijn geen mogelijkheid geboden tot een nationale opt-out voor kleine emittenten. Wel hebben kleine brandstofleveranciers een vereenvoudigde monitorings- en rapportageverplichting.
32
De leden van de JA21-fractie onderschrijven dat versterking van energie-infrastructuur noodzakelijk is om netcongestie terug te dringen, leveringszekerheid te vergroten en investeringen mogelijk te maken. Tegelijkertijd vragen deze leden hoe het kabinet voorkomt dat Europese netwerkplanning leidt tot aantasting van nationale zeggenschap. Nederland steunt een meer gecoördineerde benadering van netwerkplanning op basis van een centraal Europees scenario, mits lidstaten nauw betrokken blijven. Wat betekent 'nauw betrokken' concreet? Heeft Nederland een doorslaggevende stem wanneer een Europees scenario onvoldoende aansluit bij Nederlandse belangen, ruimtelijke beperkingen of betaalbaarheid?
Antwoord:
Volgens het kabinet draagt een sterkere Europese aanpak van energie-infrastructuurplanning gebaseerd op een centraal Europees scenario bij aan een snellere integratie van de interne energiemarkt, leveringszekerheid en betaalbaarheid. Onvoldoende coördinatie van infrastructuurplanning leidt tot inefficiënte en vertraagde investeringen.
Het scenario heeft op zichzelf geen impact op Nederlandse ruimtelijke beperkingen of betaalbaarheid, maar fungeert als basis voor de verdere infrastructuurplanning, waaronder de identificatie van infrastructuurbehoeften, kosten-batenanalyses en de vaststelling van grensoverschrijdende kostenverdeling.
In de onderhandelingen over het EU Grids Package zet het kabinet zich in voor een sterke betrokkenheid van lidstaten bij het proces voor de ontwikkeling van het centrale Europese scenario, onder meer door transparantie over de onderliggende modellering en aannames en door raadpleging van lidstaten over de gebruikte gegevens en aannames. Het kabinet steunt daarnaast voorstellen die voorzien in het vaststellen van het centrale scenario via een uitvoeringshandeling in plaats van een gedelegeerde handeling, omdat dit lidstaten meer directe invloed geeft op de vormgeving van het centrale Europese scenario.
33
De leden van de JA21-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat Nederlandse burgers en bedrijven via nettarieven of andere heffingen onevenredig betalen voor grensoverschrijdende energieprojecten waarvan de baten vooral elders neerslaan. Welke criteria hanteert het kabinet voor een eerlijke kosten-batenverdeling? Is het kabinet bereid projecten te blokkeren wanneer de kostenverdeling nadelig uitpakt? Ook willen deze leden weten op welke aannames over het toekomstige Nederlandse energiesysteem de keuze voor het Grids Package is gebaseerd. Kan het kabinet per energiebron het aandeel in het energiesysteem geven? Kan het kabinet aangeven wat de druk per energiebron op het Nederlandse dan wel Europese elektriciteitsnetwerk is? En kan het kabinet aangeven welke kosten voor het elektriciteitsnetwerk met welke energiebron samenhangen?
Antwoord:
Bij grensoverschrijdende energieprojecten, zoals nieuwe interconnectoren met andere landen, wordt de verdeling van de kosten en baten nauwkeurig afgewogen. Het kabinet prioriteert projecten die de meeste maatschappelijke waarde kunnen toevoegen voor Nederland en kijkt daarbij o.a. naar de effecten op de sociaaleconomische welvaart, verduurzaming van het energiesysteem en leveringszekerheid. Hierbij prioriteert het kabinet leveringszekerheid en consumentensurplus voor nieuwe projecten Om te borgen dat de kosten en baten van nieuwe grensoverschrijdende infrastructuurprojecten eerlijk worden verdeeld, werkt het kabinet samen met netbeheerders, andere lidstaten en de Europese Commissie binnen o.a. de North Seas Energy Cooperation (NSEC) aan afspraken over kostenverdeling tussen de betrokken netbeheerders. De kosten van interconnectoren worden verdeeld tussen de betrokken netbeheerders op basis van een kosten-baten analyse. Indien een betrokken netbeheerder tot de conclusie komt dat de kostenbatenanalyse ongunstig uitpakt, dan is er de mogelijkheid om steun voor de bouw van een interconnector in te trekken.
In de kabinetsinzet voor het Grids Package is het uitgangspunt dat het toekomstige Nederlandse energiesysteem goed geïntegreerd moet zijn in de Europese interne markt voor het garanderen van de leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de Nederlandse energievoorziening. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) werkt het kabinet uit welke energiebronnen hier een rol in spelen en hoe deze zich verhouden tot de inzet van onze buurlanden. In de actualisatie van het NPE, die uiterlijk met Prinsjesdag is voorzien, gaat het kabinet in op zowel de aandelen per bron als de relatie met buurlanden.
Het elektriciteitsnet wordt ingericht voor een mix van verschillende bronnen en afnemers die door de tijd heen voortdurend wisselen. Het is dus niet mogelijk om specifiek aan te geven welk deel van het netwerk (en bijbehorende kosten) met welke bron samenhangen, behalve voor het net op zee dat wordt aangelegd om energieproductie van zee naar land te transporteren. Het kabinet kijkt bij het inrichten van het energiesysteem naar de kostenontwikkeling van het totale energiesysteem, inclusief de kosten van het elektriciteitsnet, en wordt hierbij ondersteund door publieke kennisinstellingen TNO, CPB, PBL, CBS en RVO die hiervoor samenwerken in het programma ‘Energiesysteem Integraal Kostenbeeld’ (EIK). Het kabinet kijkt daarnaast met de netbeheerders hoe de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk kunnen worden beperkt, zoals door te sturen op de juiste locatie van energiefuncties met het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Ook kijkt het kabinet samen met netbeheerders en andere partijen hoe het elektriciteitsnetwerk zo goed mogelijk benut kan worden met een mix van bronnen en andere maatregelen, zoals opslag. Hiermee worden onnodige uitbreidingen van het elektriciteitsnet voorkomen.
34
De leden van de JA21-fractie lezen dat het kabinet zich heeft uitgesproken tegen ingrepen in het elektriciteitsmarktontwerp, prijsplafonds voor gas, afzwakking van ETS en subsidies voor gasgestookte centrales. Welke maatregelen binnen het huidige marktmodel leveren op korte termijn merkbaar lagere energiekosten op voor huishoudens en bedrijven? Op welke termijn verwacht de minister dat interconnecties, langetermijncontracten, flexibiliteit en opslag daadwerkelijk zichtbaar worden op de energierekening?
Antwoord:
De inzet van het kabinet op verdere en snellere ontwikkeling van alternatieven voor fossiele energie, zoals duurzame energieprojecten en energiebesparing zal bijdragen aan verlaging van de energiekosten voor huishoudens en bedrijven en de Europese energie-onafhankelijkheid vergroten. De ontwikkeling van meer flexibiliteit in het energiesysteem, met name door het vergroten van mogelijkheden voor opslag, vraagzijderespons en het gebruik van langetermijncontracten zullen daar op de kortere termijn ook aan bij kunnen dragen. De uitbreiding van interconnecties, zoals de ontwikkeling van het LionLink tussen het VK en Nederland die vanaf circa 2033 in gebruik zal zijn – zullen daar op de wat langere termijn ook hun bijdrage aan leveren.
35
De leden van de JA21-fractie vragen waarom het kabinet niet nadrukkelijker optrekt met lidstaten die betere Europese financieringsmogelijkheden voor kernenergie bepleiten. Is de minister bereid zich in EU-verband sterker in te zetten voor technologie-neutraliteit, zodat kernenergie, SMR's en ander regelbaar CO2-arm vermogen gelijkwaardig toegang krijgen tot Europese financieringsinstrumenten?
Antwoord:
Het kabinet heeft zich over de afgelopen jaren op Europees niveau ingezet voor betere steunkaders voor kernenergie, bijvoorbeeld binnen de Nucleaire Alliantie en de SMR Industrial Alliance. Het spreekt zich daar consequent uit voor het principe van technologieneutraliteit voor toekomstige capaciteit, waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende vormen van koolstofarme of koolstofvrije energieopwek. Nederland wil de toegang tot (nieuwe) (inter)nationale instrumenten nog verder verbreden/verbeteren, om verschillende onderzoeksstadia van nucleaire ontwikkelingen te ondersteunen. Het verhogen van EU-budgetten voor kernenergie zorgt niet automatisch voor meer of efficiëntere financiering van kernenergie in Nederland, gezien de financiële bijdrage die Nederland levert aan de EU. Het kabinet zet onder andere in op meer synergie tussen nationale onderzoeksprioriteiten en internationale gremia als Euratom. Bij de onderhandelingen voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor de periode 2028-2034 zet het kabinet zich in om binnen het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) Europese nucleaire waarde- en brandstofketen, nucleair onderzoek en kennisontwikkeling, en innovatie van veelbelovende nucleaire technologieën op te nemen. Ik zal me daar de komende tijd voor blijven inzetten.
36
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de bespreking over energieveiligheid met Oekraïne en Moldavië. Welke concrete lessen trekt Nederland uit aanvallen op energie-infrastructuur in Oekraïne? Kan het kabinet aangeven welke aanvullende maatregelen Nederland neemt of overweegt te nemen ter bescherming van kritieke energie-infrastructuur, waaronder elektriciteitsnetten, gasinfrastructuur, onderzeese kabels, transformatorstations, havens, LNG-infrastructuur en digitale besturingssystemen? Kan het kabinet ook aangeven hoe vaak nationale crisisplannen voor gas, olie en elektriciteit worden geactualiseerd?
Antwoord:
Uit de Russische oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende hybride dreigingen is het duidelijk dat kritieke energie-infrastructuur een primair doelwit kan zijn voor statelijke actoren. Voor verschillende dreigingen geldt dat robuustheid, redundantie en een snelle herstelcapaciteit essentieel zijn voor het borgen van de continuïteit van de energievoorziening.
Het kabinet zet in op de implementatie en uitvoering van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke), de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Netcode Cybersecurity (NCCS). Onder de NCCS vallen de meest belangrijke elektriciteitsbedrijven zoals netbeheerders en grote elektriciteitsproducenten. Onder de Wwke vallen verschillende type kritieke entiteiten uit de gas-, olie- en elektriciteitsector. De scope van de Cbw heeft ook betrekking op de waterstof- en warmtesector. Met de implementatie en uitvoering van deze wetten wordt de fysieke en digitale weerbaarheid van de Nederlandse energiesector versterkt. Naast de genoemde wet- en regelgeving zet het kabinet tevens in op de actualisatie van de Nationale Crisisplannen Elektriciteit en Gas naar Landelijke Crisisplannen Elektriciteit (LCP-E) en Gas (LCP-G).
De actualisatie van crisisplannen vindt plaats wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door relevante ontwikkelingen of wanneer sprake is van een verplichting uit een EU-richtlijn of -verordening. De generieke aard van crisisplannen maakt dat deze flexibel moeten blijven voor verschillende type crises. Bij landelijke crisisplannen beziet het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) jaarlijks met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de betrokken actoren en organisaties of actualisering noodzakelijk is.
37
De leden van de JA21-fractie constateren dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het geïmporteerd gas aan de methaanverordening kan voldoen. Deze leden zijn tevreden over signalen dat de boetes hiervoor mogelijk met enkele jaren worden uitgesteld. Kan de minister in Europees verband pleiten voor snelle duidelijkheid over het uitstel van deze boetes?
Antwoord:
Ja. Zie het antwoord op vraag 11 en 18.
Kamerstuk 36933, nr 27.↩︎
Kamerstuk 36933, nr 1.↩︎
Kamerstuk 36933, nr 1.↩︎
Nederland Fit for 55? Mogelijke gevolgen van het voorgestelde EU-klimaatbeleid↩︎
Impactanalyse ETS2 opt-in | Rapport | Rijksoverheid.nl
Impact ETS 2 opt in binnenvaart | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎