[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Motie van het lid Van Duijvenvoorde over onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven

Wijziging van diverse wetten op het terrein van het funderend onderwijs in verband met aanpassing van het toezicht rondom oprichting van bepaalde niet bekostigde scholen en het wegnemen van hardvochtigheden in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs (Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro)

Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)

Nummer: 2026D22064, datum: 2026-05-13, bijgewerkt: 2026-05-15 13:40, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36745-20).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36745 -20 Wijziging van diverse wetten op het terrein van het funderend onderwijs in verband met aanpassing van het toezicht rondom oprichting van bepaalde niet bekostigde scholen en het wegnemen van hardvochtigheden in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs (Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro).

Onderdeel van zaak 2026Z09814:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

36 745 Wijziging van diverse wetten op het terrein van het funderend onderwijs in verband met aanpassing van het toezicht rondom oprichting van bepaalde niet bekostigde scholen en het wegnemen van hardvochtigheden in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs (Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro)

Nr. 20 MOTIE VAN HET LID VAN DUIJVENVOORDE

Voorgesteld 13 mei 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal initiatieven voor particulier onderwijs en b3-scholen de afgelopen jaren is toegenomen;

overwegende dat dergelijke initiatieven mede kunnen voortkomen uit onvrede van ouders over de kwaliteit, veiligheid, pedagogische koers of levensbeschouwelijke neutraliteit van het bestaande onderwijsaanbod;

overwegende dat duurzame versterking van het onderwijs niet alleen vraagt om toezicht op nieuwe initiatieven, maar ook om reflectie op de oorzaken waardoor ouders alternatieven zijn gaan zoeken;

verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren bijdragen aan de groeiende vraag naar alternatieve onderwijsinitiatieven, waaronder b3-scholen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Duijvenvoorde