[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag

Regeling van grondslagen voor zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur die hun gelding dienen te behouden (Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk)

Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)

Nummer: 2026D22066, datum: 2026-05-13, bijgewerkt: 2026-05-15 15:58, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36910 (R2218)-5 Regeling van grondslagen voor zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur die hun gelding dienen te behouden (Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk) .

Onderdeel van zaak 2026Z05206:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 910 (R2218) Regeling van grondslagen voor zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur die hun gelding dienen te behouden (Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk)
Nr. 5

VERSLAG

Vastgesteld 13 mei 2026

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

  1. Inleiding

  2. Hoofdlijnen van het voorstel

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel voor de Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk. Dit wetsvoorstel creëert een wettelijke grondslag voor een aantal zelfstandige algemene maatregelen van rijksbestuur (AMvRB). Graag willen deze leden daarover een paar vragen stellen.

Voornoemde leden merken op dat het onderhavige wetsvoorstel een consensusrijkswet is. In hoeverre zijn Curaçao, Aruba en Sint Maarten betrokken geweest bij onderhavig wetsvoorstel? Wat was hun reactie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende voorstel van rijkswet. Zij hebben geen inhoudelijke vragen over het wetsvoorstel omdat er geen inhoudelijke wijzigingen worden voorgesteld in het wetsvoorstel. Wel hebben deze leden een vraag over de betrokkenheid van de andere drie landen in het Koninkrijk bij het voorliggende wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel vloeit voort uit een Statuutwijziging waarbij het doel was om het democratisch tekort binnen het Koninkrijk terug te dringen. In de stukken bij het voorliggende wetsvoorstel is echter niet opgenomen hoe de andere drie landen aankijken tegen het wetsvoorstel. De essentie van het democratisch tekort is dat de landen onvoldoende betrokken zijn dan wel onvoldoende invloed hebben op rijkswetgeving. Nu de regering het voorliggende wetsvoorstel aan de Kamer voorlegt is het voor voornoemde leden van essentieel belang om ook te weten hoe Aruba, Curaçao en Sint-Maarten aankijken tegen het wetsvoorstel. Kan de regering daarnaast aangeven of er overeenstemming is tussen de landen ten aanzien van in het wetsvoorstel genoemde consensus-AMvRB?

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vinden het goed dat de benodigde grondslagen voor Algemene maatregelen van Rijksbestuur gecreëerd worden en hebben geen verdere vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Rijkswet delegatiegrondslagen artikel 38, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk. Deze leden hebben geen vragen over voorliggend wetsvoorstel.

2. Hoofdlijnen van het voorstel

Wijziging en beëindiging

De leden van de VVD-fractie krijgen graag een nadere verduidelijking van de passage onder het kopje ‘Wijziging en beëindiging’. Heeft deze passage een relatie met datgene wat staat onder het kopje “Schepenbesluit 2004”? Of moet de passage daar los van worden gezien? Kortom, wat wordt hier bedoeld?

De voorzitter van de commissie,

Biekman

De griffier van de commissie,

Hessing-Puts