[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op de brief van de MBO Raad, namens 10 mbo-instellingen, over de omkeerregeling in het mbo

Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Brief regering

Nummer: 2026D22119, datum: 2026-05-13, bijgewerkt: 2026-05-18 12:20, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31524 -693 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie.

Onderdeel van zaak 2026Z09832:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 693 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2026

Met de brief van 3 april jl. (kenmerk 2026D15885) heeft de Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mij gevraagd een reactie te geven op de brief van de MBO Raad, namens 10 mbo-instellingen over de omkeerregeling in het mbo. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

De komende jaren is al het beschikbare talent in Nederland hard nodig in sectoren als de zorg en de techniek, en voor de transitieopgaven rond duurzaamheid. Goed opgeleide mbo’ers spelen hierin een cruciale rol ook zij met een anderstalige en internationale achtergrond. Zonder hun kennis en vakmanschap zijn we niet in staat maatschappelijke uitdagingen zoals de energietransitie en vergrijzing aan te pakken. Het is daarbij onverminderd van belang dat de waarde van het mbo-diploma onomstreden is en aan de kwaliteitseisen van wet- en regelgeving voldoet.

In het vervolg van deze brief ga ik in op wat de omkeerregeling inhoudt en voor wie de regeling is bedoeld. Vervolgens schets ik de achtergrond van de omkeerregeling en waarom invoering ervan op problemen stuit. Tot slot ga ik in op het verzoek van de MBO Raad om op korte termijn te zorgen voor een oplossing.

Wat houdt het in

Alle mbo-studenten die een diplomagerichte route volgen op niveau 4, moeten voor het generieke vak Nederlands het 3F niveau halen. De omkeerregeling maakt het voor een specifieke groep internationale studenten mogelijk om een lager niveau Nederlandse taal (2F i.p.v. 3F) te compenseren met een hoger niveau voor een andere moderne vreemde taal dan vastgesteld voor de opleiding die gevolgd wordt. Het gaat om studenten, die ten hoogste zes jaar onderwijs in Europees Nederland hebben gevolgd en het Nederlands niet als moedertaal hebben. Bijvoorbeeld kinderen en partners van expats die in de Brainportregio Eindhoven een mbo-opleiding volgen en studenten uit de grensregio. Met de omkeerregeling werd beoogd de toegankelijkheid van het hoogste mbo-niveau (niveau 4) voor deze studenten te borgen en de arbeidsparticipatie te bevorderen.

Wat is de achtergrond

Sinds 2010 maakt het generieke kwalificatie-onderdeel Nederlandse taal wettelijk onderdeel uit van elke beroepsopleiding in het mbo. De niveaus waarop moet worden onderwezen en geëxamineerd zijn opgenomen in het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Kort daarna speelde in het onderwijsveld en in uw Kamer de discussie op over het effect hiervan voor de toegankelijkheid van het mbo voor studenten die tot de doelgroep van de omkeerregeling behoren. Vanaf 2016 is vervolgens drie keer geprobeerd om een grondslag voor invoering van de omkeerregeling in een wetsvoorstel te creëren. Recent nog via het wetsvoorstel Internationalisering in Balans. Al deze keren stuitte dit op inhoudelijke bezwaren, waaronder die van de Raad van State (RvS).

Waarom is invoering problematisch

Er is een aantal fundamentele bezwaren tegen het mogelijk maken van een omkeerregeling voor het mbo die ook de RvS aanvoert. Zo heeft de omkeerregeling gevolgen voor de waarde van een mbo-4 diploma. Met dit diploma moeten studenten in staat zijn om voldoende taalvaardig door te leren in het hbo en te functioneren in iedere baan op mbo-4 niveau in Nederland, niet alleen in specifieke regio’s. Het mbo-4 diploma staat nu gelijk aan de waarde van het havo-diploma met het Nederlands op 3F niveau. Met beide diploma’s kunnen studenten doorstromen naar het hbo. Die koppeling wordt met de omkeerregeling losgelaten.

Daarnaast bestaat het risico van precedentwerking door een verlaging van het niveau voor Nederlands voor deze groep internationale studenten op mbo-niveau 4. De omkeerregeling kan namelijk als discriminerend worden ervaren naar andere mbo-studenten met een ondersteuningsbehoefte. Bijvoorbeeld studenten met dyslexie, anderstaligen op mbo-niveau 2 of 3 of studenten met rekenangst en dyscalculie. Deze studenten krijgen ook geen verlaging van het niveau dat nodig is om het mbo-diploma de halen. Door de omkeerregeling kunnen zij hier wel een beroep op gaan doen. Tot slot bestaat er onvoldoende zicht op de omvang van de groep internationale mbo-studenten nu en in de toekomst, waarvoor de regeling zou gaan gelden.

Welke oplossing is er

Om bovengenoemde redenen ben ik geen voorstander van het invoeren van de omkeerregeling. Dat doet niets af aan de behoefte aan voldoende vakmensen voor de opgaven waar Nederland voor staat. Daarom werk ik aan andere manieren om studenten met een meertalige of internationale achtergrond via het mbo gericht op te leiden voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Zonder daarbij iets af te doen aan de waarde van het mbo-diploma.

Allereerst is het al mogelijk om via bekostigd of niet-bekostigd onderwijs voor de beroepsgerichte onderdelen van het kwalificatiedossier een mbo-certificaat of een mbo-verklaring te halen. Hiermee kan de student op de arbeidsmarkt aantonen over welke vaardigheden hij/zij beschikt. Hier kunnen ze vaak direct mee aan de slag, zoals we bijvoorbeeld veelvuldig zien in de zorg.

Voor de diplomagerichte opleidingstrajecten introduceer ik, op een termijn van 2 tot 3 jaar, nieuwe taaleisen en een bijpassende examinering voor het vak Nederlands in het mbo. Deze sluiten beter aan op de verschillende mbo-studentengroepen en op de praktijksituaties voor het beroep, de maatschappij en de mogelijke doorstroom naar vervolgonderwijs waarvoor zij worden opgeleid. De nieuwe taaleisen richten zich op het gebruiken van Nederlandse taalvaardigheden in realistische mbo-praktijksituaties. Dit maakt de nieuwe taaleisen ook beter haalbaar voor meertalige studenten waarvoor het leren van de taal moeilijk is in abstracte situaties waarin de focus enkelzijdig ligt op de techniek van de taal. Het beheersingsniveau in de examinering is en blijft gebaseerd op niveau 3F. Studenten tonen daarin aan dat zij taalvaardigheden beheersen en kunnen toepassen in alle beroepsgerichte en maatschappelijke contexten die relevant zijn voor een niveau 4 student.

De afgelopen maanden is in het onderwijsveld getoetst of de nieuwe taaleisen bruikbaar zijn in de praktijk. Het rapport over deze bruikbaarheidstoets ontvangt u in juni. De resultaten wijzen al wel uit dat docenten zeer positief zijn en aangeven dat de nieuwe taaleisen goed bruikbaar zijn, ook voor meertalige studenten waaronder nieuwkomers en internationale studenten. Met de nieuwe taaleisen wordt de noodzaak voor een omkeerregeling minder groot en kom ik voor een groot deel tegemoet aan de oproep van de MBO Raad om het diplomagericht onderwijs op mbo-niveau 4 voor internationale studenten toegankelijker te maken.

Ik ben met de MBO Raad in overleg welke oplossingsrichtingen kunnen worden gezocht binnen bestaande wet- en regelgeving, totdat de nieuwe taaleisen (incl. passende examinering) zijn ingevoerd. In dit verband heeft mijn voorganger, dhr. Dijkgraaf, de MBO Raad er in 2023 op gewezen dat vooruitlopen op invoering van een omkeerregeling, en het afgeven van mbo-diploma’s waarbij niet is voldaan aan de geldende diploma-eis voor het Nederlands, niet is toegestaan.

In het derde kwartaal van 2026 ontvangt uw Kamer een brief over taal in het mbo. In deze brief wordt onder andere ingegaan op de nieuwe taaleisen, de examinering en op de toegankelijkheid van het taalonderwijs voor anderstaligen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.M. Letschert