Reactie op de motie van het lid Van Houwelingen over de brief van de heer Koornstra over het middel lidocaïne en het antwoord hierop naar de Tweede Kamer sturen (Kamerstuk 36800-XVI-126)
Infectieziektenbestrijding
Brief regering
Nummer: 2026D22197, datum: 2026-05-13, bijgewerkt: 2026-07-30 11:37, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-25295-2274).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Correspondentie VWS - de heer Koornstra
- Beslisnota bij Kamerbiref Reactie op de Motie van het lid Van Houwelingen over de brief van de heer Koornstra over het middel lidocaïne en het antwoord hierop naar de Tweede Kamer sturen (Kamerstuk 36800-XVI-126)
Onderdeel van kamerstukdossier 25295 -2274 Infectieziektenbestrijding.
Onderdeel van zaak 2026Z09877:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-01 15:10 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2026-05-27 10:15 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2026-05-19 15:35 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-19 15:35: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-27 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-09-01 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
25 295 Infectieziektenbestrijding
Nr. 2274 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
In reactie op de motie1 van het lid Van Houwelingen (FVD) stuurt het kabinet de Kamer hierbij een geanonimiseerd afschrift van de e-mail van de heer Koornstra aan het Ministerie van VWS van 31 december 2021 en de reactie daarop vanuit het ministerie van 3 januari 2022. Het heeft enige tijd geduurd om deze e-mailwisseling boven tafel te krijgen, onder meer omdat de inbox van een inmiddels niet meer bij VWS werkzame medewerker moest worden gelicht. Ik beschouw hiermee de motie als afgehandeld.
Uit de reactie van VWS aan de heer Koornstra blijkt, zoals zowel de voormalig Minister van VWS2 als ikzelf3 de heer Van Houwelingen in antwoord op zijn eerdere verzoeken hebben gemeld, dat het Adviespanel Innovatieve Behandelingen, dat destijds was opgericht om de effectiviteit van mogelijke behandelingen tegen Covid-19 te beoordelen, het middel lidocaïne heeft beoordeeld – op dat moment voor de 3e keer – en tot het oordeel was gekomen dat er onvoldoende onderbouwing was om lidocaïne op te nemen in de behandelrichtlijn voor Covid-19. Dat zegt dus niet dat het middel niet zou werken of dat sommige patiënten er geen baat bij kunnen hebben gehad, maar wel dat er onvoldoende bewijs was (en is) om dit middel in te zetten als (reguliere) behandeling voor Covid-19.
Het is niet aan het kabinet om uitspraken te beoordelen die volgens de heer Koornstra door derden (zoals de heren Sijbesma en Gommers) zouden zijn gedaan. De suggestie dat andere motieven een rol zouden hebben gespeeld bij het niet (regulier) toepassen van lidocaïne als behandeling voor Covid-19, sterker nog, dat «een mogelijk medicijn tegen corona niet wenselijk zou zijn omdat dit de vaccinatiestrategie en het verdienmodel van de farmaceutische industrie zou ondermijnen» is absoluut geen juiste weergave van de situatie.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Zie Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 126.↩︎
Zie Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1140.↩︎
Zie 2026Z04286.↩︎