Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 mei 2026, over Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 18 mei 2026
Ontwikkelingsraad
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D22601, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-03 09:50, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (VVD)
- Mede ondertekenaar: R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (PVV)
- Mede ondertekenaar: Drs. M.J. van der Leeden, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 04-306 Ontwikkelingsraad.
Onderdeel van zaak 2026Z16234:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- 2026-05-12 17:00: Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 18 mei 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (🔗 origineel)
21501-04 Ontwikkelingsraad
Nr. 306 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 12 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over:
- de brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 7 mei 2026 inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 18 mei 2026 (Kamerstuk 21501-04, nr. 293);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 juni 2025 inzake verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 26 mei 2025 (Kamerstuk 21501-04, nr. 292);
- de brief van de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 11 november 2025 inzake antwoorden op vragen commissie over het fiche: [MFK] Voorstel verordening voor de oprichting van Global Europe (Kamerstuk 2211, nr. 4159) (Kamerstuk 22112, nr. 4204);
- de brief van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 13 mei 2025 inzake appreciatie nieuwe EFSD(+)-evaluatie (Kamerstuk 21501-04, nr. 277).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Den Hollander
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Van der Leeden
Voorzitter: Bamenga
Griffier: Prenger
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Dekker, Hoogeveen, Kröger, Stoffer en Verkuijlen,
en de heer Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Aanvang 17.01 uur.
De voorzitter:
Welkom, iedereen. Ik heet de aanwezige Kamerleden welkom. Ook heet ik de minister, de mensen op de publieke tribune en de mensen die online meekijken welkom. Vandaag is aan de orde het commissiedebat over de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling van 18 mei 2026. Ik wil graag vier interrupties toelaten. Ik neem aan dat dat oké is. Ik wil het eerste Kamerlid het woord geven. Dat is mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De wereldorde verandert snel. Geopolitieke spanningen, oorlog, migratiedruk, voedselonzekerheid en afnemende ontwikkelingsfinanciering zetten kwetsbare landen steeds verder onder druk. Juist daarom moet Europa een betrouwbare, stabiele en waardegedreven partner blijven. Voor het CDA geldt dat ontwikkelingssamenwerking meer is dan een geopolitiek instrumentarium voor vrede, stabiliteit en strategische onafhankelijkheid. Het is een investering in medemenselijkheid, solidariteit en omzien naar de ander.
Het CDA steunt een sterker Europees extern beleid. We begrijpen ook de wens van de Europese Commissie en het kabinet om het externe instrumentarium strategischer en flexibeler in te zetten. De wereld vraagt om slagkracht en Europa moet geopolitiek relevanter worden. Voor het CDA moet Europese slagkracht altijd verbonden blijven aan Europese waarden.
Het OESO-DAC beveelt nadrukkelijk aan om armoede en ongelijkheidsbestrijding centraal te houden binnen het nieuwe instrument Global Europe. Hoe geeft het kabinet hier concreet invulling aan tijdens de MFK-onderhandelingen? Is de minister van mening dat er afgesproken moet worden dat bijvoorbeeld een minimumpercentage van het MFK zal worden besteed aan extern optreden? Zouden er ook afspraken moeten komen over welk deel van het budget minimaal geïnvesteerd wordt in menselijke ontwikkeling, zoals gezondheidszorg, onderwijs en armoedebestrijding? Kan het kabinet toezeggen dat humanitaire hulp, fragiele staten en de minst ontwikkelde landen niet naar de achtergrond verdwijnen door de grotere focus op concurrentievermogen, migratie en strategische belangen? Het OESO-DAC benadrukt bovendien dat concessionele financiering, giften en zachte leningen essentieel blijven voor fragiele staten en fragiele contexten. Hoe zet Nederland zich hiervoor in binnen het nieuwe instrument?
Dan wil ik het even hebben over humanitaire hulp. Hoe waarborgt het kabinet dat humanitaire hulp niet indirect gekoppeld raakt aan migratiesamenwerking of geopolitieke voorwaarden? Wat het CDA betreft mag humanitaire hulp nooit worden ingezet als politiek drukmiddel in onderhandelingen over migratie of geopolitieke belangen, zoals we momenteel in de Verenigde Staten zien gebeuren rondom de zorgdeals. Is de minister dat met ons eens?
Voorzitter. Vorige week bezocht de minister in Egypte een van de opvangcentra voor kinderen die om medische redenen zijn geëvacueerd uit Gaza. Kan de minister een brief toezeggen naar aanleiding van dit bezoek, met daarin ook een reactie op de briefing over de evacués, die Save the Children met de minister heeft gedeeld?
Dan ga ik naar de Global Gateway. Het CDA ziet nadrukkelijk kansen in de strategie van de Global Gateway. Europa moet partnerlanden een geloofwaardig alternatief bieden voor afhankelijkheid van autocratische machten als China en Rusland. Wat het CDA betreft moet de Global Gateway staan voor gelijkwaardig partnerschap, duurzame economische ontwikkelingen en versterking van lokale economieën. Wij steunen daarom de Nederlandse inzet op groene economische partnerschappen, weerbare handelsketens en samenwerking via de aanpak van de Dutch Diamond, waarbij bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen samenwerken. Tegelijkertijd weten we dat investeringsstrategieën onvoldoende effectief zijn wanneer lokale ontwikkeling niet centraal staat. Hoe wordt gegarandeerd dat lokale ondernemers, boeren, maatschappelijke organisaties en overheden daadwerkelijk profiteren van de projecten omtrent de Global Gateway? Juist bij de Global Gateway is het uitgangspunt van gelijkwaardige partnerschappen essentieel. Hoe denkt de minister er binnen de EU voor te zorgen dat de projecten omtrent de Global Gateway daadwerkelijk worden vormgegeven op basis van nationale prioriteiten van partnerlanden?
Voorzitter. Tot slot wil ik het nog hebben over de oorlog in Iran. De oorlog in Iran laat opnieuw zien hoe kwetsbaar mondiale voedsel- en energieketens zijn. Ontwikkelingslanden betalen de hoogste prijs voor geopolitieke escalatie. Kan het kabinet aangeven hoe groot het risico is op langdurige voedselcrises in onder meer de Hoorn van Afrika, Sudan en delen van het Midden-Oosten wanneer de blokkade aanhoudt? Wat kan de EU concreet doen om te voorkomen dat bestaande voedselcrises in kwetsbare regio's verder escaleren als gevolg van de aanhoudende blokkade? Kan en wil de minister in EU-verband pleiten voor een gezamenlijk Europees actieplan voor de meest kwetsbare ontwikkelingslanden die het grootste risico lopen op escalatie richting hongersnood als de verstoringen blijven aanhouden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie één interruptie, van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik kwam net iets later binnen, dus wellicht heeft mevrouw Van Ark het genoemd en vraag ik naar de bekende weg. Ik had een vraag over de plannen die nu voorliggen onder Global Europe, waarbij ook de doelstellingen rondom gendergelijkheid losgelaten lijken te worden. Hoe kijkt het CDA daarnaar? Deelt zij onze zorgen hierover?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat lijkt me een terecht punt. Voor het CDA is gendergelijkheid ook belangrijk. Daar hebben het voorvorige kabinet en het kabinet daarvoor ook op ingezet. We hebben ook veel partnerschappen ondersteund om gendergelijkheid te bevorderen. Wat mij betreft is dat een belangrijk punt. Ik hoor ook graag van de minister in hoeverre dat nu onder druk lijkt te staan.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat is heel erg goed om te horen. Er is natuurlijk nogal wat aan de hand op dat vlak, zeker ook doordat onder de huidige Amerikaanse regering de mogelijkheden voor donoren om zich in te zetten voor vrouwenrechten, lhbti en reproductieve gezondheid ingeperkt worden. Daarover is een brief uitgegaan van een aantal Europese landen om echt te zeggen: SheDecides is een statement en daar blijven we achter staan. Nederland stond daar niet onder. We hebben daar Kamervragen over gesteld en we kregen een ietwat ruim, vaag antwoord. Ik wil dus heel graag horen of het CDA het met mij eens is dat het belangrijk is dat Nederland wél pal achter SheDecides gaat staan.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik ken de brief eerlijk gezegd niet, maar die ga ik gelijk na dit debat even opzoeken. Wat mij betreft is dit belangrijk en hebben we deze inzet ook altijd gesteund.
De voorzitter:
Ik zie verder geen interrupties. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Met een voorgesteld budget van ruim 200 miljard euro voor het Global Europe-fonds, het hernoemde buitenlandbudget van de EU, maakt de Commissie opnieuw enthousiast budgettaire ruimte vrij voor zichzelf. Als we daarbovenop lezen dat de risico's op nieuwe Europese leningen weer toenemen, dan heb je een JA21'er in de gordijnen. In het voorstel van de Commissie zien we dat boven op die 200 miljard euro ook nog eens ruimte wordt gecreëerd voor circa 100 miljard euro aan mogelijke nieuwe leenruimte voor Oekraïne. Let wel, die staat los van de reeds toegezegde 90 miljard euro van december. Het moge duidelijk zijn dat JA21 Oekraïne steunt in haar strijd tegen de Russische agressie. Tegelijkertijd wordt het infuus van Europese leningen inmiddels wel steeds verder structureel gemaakt. We doen niet eens meer alsof het een politieke noodoplossing is. De Europese Rekenkamer heeft er een uitstekend rapport over opgesteld, waarin wordt gewaarschuwd dat de voorgestelde leningen aan Oekraïne weer niet gedekt zijn.
Als leningen niet worden terugbetaald, moeten EU-begrotingen, en dus uiteindelijk de lidstaten, daarvoor opdraaien. Bovendien krijgt de Europese Commissie de mogelijkheid om rentesubsidies op deze leningen toe te kennen zonder voorafgaande goedkeuring van de lidstaten. Niet alleen nemen de financiële risico's toe, ook verschuift opnieuw de macht van nationale parlementen en lidstaten richting Brussel. Ik herhaal het nog maar eens: zolang wij Europees blijven lenen in wat voor vorm dan ook, verdwijnt de prikkel voor lidstaten om hun eigen begroting op rode te brengen, en dat geldt ook voor de bilaterale steun aan Oekraïne. Dan ontstaat langzaam maar zeker de transferunie via de achterdeur, en dat ondermijnt de principes van begrotingsdiscipline en uiteindelijk de stabiliteit van de eurozone zelf. Het brave en financieel verantwoorde Nederland zal de rekening betalen.
Is het kabinet bereid een dikke streep te zetten door deze budgettaire machtsoprekking? Hoe beoordeelt het kabinet dat de Commissie macht naar zich toetrekt doordat zij via deze constructie steeds grotere bedragen flexibel kan inzetten zonder fatsoenlijke politieke controle van nationale parlementen? Hoe rijmt de minister dit voorstel met het zogenaamde kabinetsstandpunt en meerdere aangenomen Kamermoties om tegen EU-leningen te zijn?
Voorzitter. Er zijn gelukkig ook positieve noten. Ik noem de grotere betrokkenheid van private investeerders binnen Global Europe, sterkere sturing op migratiebeperking en een strategische benadering van hulp naar handel. Met name de extra mogelijkheden tot financiering van innovatieve migratieoplossingen, nota bene door de Duits-Nederlandse lobby in Brussel, klinkt als muziek in de oren. Wat is de laatste stand van zaken rondom de positie van financiering van internationale migratiebeperking binnen Global Europe? Welke innovatieve migratieoplossingen wil het kabinet in EU-verband concreet realiseren?
Voorzitter, afrondend. "Van hulp naar handel" omhelst modellen waar mijn fractie meer in ziet, want geld en welvaart ontstaan uiteindelijk niet uit ontwikkelingshulp, maar uit economische groei. Dan kijken we bijvoorbeeld naar Pakistan. Ik las in EW Magazine dat de Pakistaanse minister van Financiën precies de route uitlegde voor Pakistan, voor zijn land, om energieprijzen kostendekkend te maken, inflatie te beteugelen, landbouw en industrie te moderniseren, invoerheffingen te verlagen en export te stimuleren. Hij vatte het zelf samen als "geen hulp, maar handel".
Daar hoort ook de discussie over Europese markttoegang bij. Er komt al een update aan van het Algemeen Preferentieel Systeem om ontwikkelingslanden toegang te geven tot de Europese markt. Dat is waardevol, maar formele markttoegang is nog geen echte markttoegang. De VN en de Wereldbank wijzen al jaren op non-tarifaire belemmeringen en tariefescalaties die dan opduiken. Met andere woorden: Europa zegt tegen ontwikkelingslanden dat zij meer moeten doen dan alleen grondstoffen exporteren, maar zodra zij producten met meer toegevoegde waarde willen verkopen op onze markt wordt het speelveld ingewikkelder. Hoe kijkt het kabinet naar de discussie rondom het verder verbeteren van de Europese markttoegang voor middeninkomenslanden, aanvullend op de hervorming van het Algemeen Preferentieel Systeem? Hoe zet het kabinet er specifiek op in om ook niet-tarifaire handelsbelemmeringen voor ontwikkelingslanden te verminderen?
Ik dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Ik wil graag nu het woord geven aan de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank u, voorzitter. Wat de VVD betreft is ontwikkelingssamenwerking allang niet meer alleen een vorm van solidariteit. In een wereld van geopolitieke spanningen, migratiedruk en economische concurrentie moet ontwikkelingssamenwerking nadrukkelijk bijdragen aan onze nationale veiligheid en economische weerbaarheid. Juist daarom steunt de VVD een meer strategische Europese aanpak via het nieuwe Global Europe-instrument. Het is goed dat de Europese middelen beter worden gebundeld, zodat we onze gezamenlijke belangen effectiever kunnen beschermen.
Voorzitter. Een instrument is echter pas effectief als het ook echt politieke slagkracht heeft. Daar wringt het nog te vaak. De koppeling tussen ontwikkelingsgelden en migratiesamenwerking blijft in de praktijk te vrijblijvend. Dat zien we bijvoorbeeld bij de Global Gatewaystrategie, waarbij toegang tot investeringen onvoldoende afhankelijk wordt gemaakt van concrete resultaten op migratie. Ook binnen het APS-stelsel, waarbij landen handelsvoordelen krijgen voor toegang tot de Europese markt, ontbreekt echte druk. Procedures duren jaren en sancties blijven vaak theoretisch. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Is de minister bereid in Europees verband te pleiten voor een veel hardere conditionaliteit? Met andere woorden: geen aantoonbare medewerking aan de terugkeer van eigen onderdanen moet kunnen leiden tot het opschorten van projectfinanciering en handelsvoordelen. Vindt de minister dat ontwikkelingssamenwerking explicieter moet worden gekoppeld aan migratiesamenwerking?
Voorzitter. Daarnaast hoor ik graag van de minister hoe de huidige middelen binnen het migratiedeel nu precies worden ingezet. Wordt dat budget maximaal benut om irreguliere migratiestromen richting Europa tegen te gaan? Waar ziet de minister mogelijkheden om die inzet effectiever te maken?
Voorzitter. Dan Gaza. Het humanitaire leed is enorm en hulpverlening blijft noodzakelijk. Volgens mij heeft de minister dat onlangs met eigen ogen aanschouwd. Tegelijkertijd blijft Hamas verantwoordelijk voor het voortduren van geweld en instabiliteit. Daarom moet elke euro die Nederland beschikbaar stelt volledig controleerbaar zijn. De minister heeft aangekondigd dat Nederland 5 miljoen euro beschikbaar stelt voor wederopbouw en humanitaire steun. Kan de minister toelichten hoe wordt voorkomen dat deze middelen indirect terechtkomen bij Hamas of andere terroristische structuren? Hoe werkt het huidige screeningsmechanisme van lokale partners precies in de praktijk? Acht de minister dit systeem voldoende robuust of zijn aanvullende waarborgen noodzakelijk?
Voorzitter. Ook de situatie rond Iran en de Straat van Hormuz vraagt aandacht. Een blokkade van deze route raakt direct de mondiale voedselzekerheid; het CDA sprak er net al over en ik sluit me daar graag bij aan. Grote delen van de wereldwijde kunstmest-, olie- en lng-stromen lopen via deze corridor. Daardoor dreigen voedselprijzen verder op te lopen, juist in kwetsbare landen die al kampen met droogte en mislukte oogsten. Mijn vraag aan de minister is of hij het risico ziet dat landen hierdoor afhankelijker worden van Russische kunstmestexporten. Ziet hij het gevaar dat hiermee indirect nieuwe inkomstenstromen voor de Russische oorlogsmachine ontstaan? Welke mogelijkheden ziet hij om in EU-verband juist nu aanvullende druk op Russische geldstromen uit te oefenen zonder kwetsbare landen onevenredig hard te raken?
Tegelijkertijd biedt deze crisis ook kansen voor de Nederlandse agrosector. Nederlandse bedrijven lopen wereldwijd voorop in droogtebestendige zaden en innovatieve landbouwtechnieken. Hoe wil de minister de export van deze Nederlandse kennis en innovaties richting partnerlanden actief ondersteunen? Juist hier kunnen hulp, handel en strategische samenwerking elkaar namelijk versterken.
Voorzitter. Tot slot de Global Gatewaystrategie. Dit instrument moet een geloofwaardig alternatief worden voor het Chinese Belt and Road Initiative. Daarom is het wat de VVD betreft onacceptabel dat Chinese staatsbedrijven nog altijd betrokken zijn bij sommige projecten. Is de minister bereid in EU-verband te pleiten voor uitsluiting van Chinese staatsbedrijven bij aanbestedingen binnen de Global Gatewayprojecten? Hoe kijkt de minister naar het Amerikaanse DFC-model, waarbij de ontwikkeling van financiering expliciet wordt ingezet voor strategische belangen, zoals toegang tot kritieke grondstoffen? Ziet hij ruimte voor een vergelijkbaar Europees instrument?
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie interrupties van de heer Hoogeveen en daarna mevrouw Van Ark.
De heer Hoogeveen (JA21):
Een verhaal van de VVD dat we wel kennen: we willen handel en ontwikkelingshulp koppelen aan migratie. Op zich is dat positief, maar in het betoog van de VVD miste ik wel het feit dat de Europese Commissie een voorstel doet dat zo'n 70% hoger ligt dan de huidige meerjarenbegroting. Ik vraag me toch af wat de mening van de VVD daarover is, dus over dat de Commissie die gelden naar zich toe trekt. Het tweede punt, dat ik net ook in mijn speech aankaartte, is de manier waarop het gefinancierd wordt. Kijk naar de 100 miljard van de Oekraïne Faciliteit. Die is ongedekt. Dat wordt dus gewoon uiteindelijk betaald ... In ieder geval gaat de garantstelling via de zogeheten headroom van de EU-begroting. Daar staan wij dus met z'n allen garant voor. Hoe kijkt de VVD aan de ene kant naar de toename van de bedragen en aan de andere kant naar de manier van financieren waarop de EU het steeds vaker doet?
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de vraag, meneer Hoogeveen. Ik denk dat de VVD altijd een kritische boekhouder is geweest. We zullen dus ook altijd kritisch kijken naar de dekking van dergelijke gelden, dus de manier waarop het wordt gefinancierd. Wel zijn we voorstander van de bundeling van die activiteiten. Zo hebben we in ieder geval een eenduidige stroom van de financiën zoals die rond ontwikkelingssamenwerking lopen. Dan de vraag over de dekking van de gelden voor Oekraïne. Die vraagt een kritische beschouwing. Dat ben ik met u eens.
De heer Hoogeveen (JA21):
De heer Verkuijlen heeft het over een kritische beschouwing. Oké. Alleen, als we kijken naar het standpunt van de VVD en hoe dat is vertaald in het coalitieakkoord, dan zien we dat het kabinet tegen eurobonds is. Daarvoor wordt een hele smalle definitie gehanteerd: het uitgeven van gemeenschappelijk Europees schuldpapier. Nu zien we dus ook hierbij dat de Europese Commissie gewoon gezamenlijk gaat lenen op de kapitaalmarkt en zegt: de EU-begroting staat garant. Ook de 90 miljard die is toegezegd aan Oekraïne heeft het kabinet geen strobreed in de weg gelegd. Nu vraag ik me af wat het standpunt van het kabinet op dit voorstel van de Commissie gaat zijn.
De heer Verkuijlen (VVD):
Ik heb geen vraag gehoord, maar laat ik het volgende zeggen. Wij zijn kritisch op bonds. Dat weet u ook, meneer Hoogeveen, zeg ik via u, voorzitter. Ik blijf dus bij mijn punt: wij zullen er kritisch naar kijken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan is mijn vraag wel hoe de VVD eurobonds dan definieert. De heer Verkuijlen zegt: we gaan er kritisch naar kijken. Wordt dit dan door de VVD ook gezien als een eurobond? Of wordt dit gezien als een soort constructie die we wel kunnen accepteren? In het verleden is dat namelijk al wel gebeurd met de 90 miljard die aan Oekraïne is toegezegd met de EU-begroting als garantstelling.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de vraag, meneer Hoogeveen. Dat vraagt van ons nog een kritische beschouwing. U kunt daar nu een oordeel over vragen, zeg ik via u, voorzitter, maar dat heb ik op dit moment nog niet voor u.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb een vraag aan de heer Verkuijlen over de zorgdeals van de VS. Ik zei daar net ook al iets over in mijn inbreng. Ik ben benieuwd hoe de heer Verkuijlen daartegen aankijkt. Is de heer Verkuijlen het met de CDA-fractie eens dat het heel verwerpelijk is dat je op deze manier met landen ... Ik geef een voorbeeld. Amerika wil op dit moment een deal sluiten met Zambia voor 1 miljard euro. Zambia moet daarbij 25 jaar lang gezondheidsdata van mensen delen voor miljardensteun. Die data zijn dan alleen nog maar toegankelijk voor de VS, zelfs niet eens voor de overheid en de mensen zelf. Bent u het met mij, met de CDA-fractie, eens dat het heel verwerpelijk is om dit soort deals te sluiten met heel kwetsbare landen die dit geld nodig hebben voor ontwikkelingssamenwerking en hun eigen gezondheidszorg en om zo eigenlijk financiële winst te behalen met gezondheidsdata waar de VS en de farmaceuten van willen profiteren? Bovendien gaat het ook om toegang tot het delven van mijnbouwproducten, zoals kobalt en dat soort dingen. Bent u het met mij eens dat het gewoon echt heel verwerpelijk is om ontwikkelingsgeld op deze manier in te zetten en deals te sluiten met landen?
De heer Verkuijlen (VVD):
De kwalificatie "verwerpelijk" vind ik lastig, ook omdat ik de deal zoals u die omschrijft niet herken. Als het land zelf niet meer over zijn eigen grondstoffen of data kan beschikken, is dat niet de weg die we met elkaar moeten gaan. Als het erom gaat dat er meer ontwikkeling mogelijk is in het land omdat die gelden beschikbaar komen, ben ik wel voor een dergelijke deal, omdat daar ook een economische winst aan vastzit. Dat is eigenlijk de grondhouding van de VVD: wij kunnen ook zelf ons voordeel doen met het helpen van anderen.
De voorzitter:
Dank u wel. Er zijn geen interrupties meer. Dan wil ik graag de heer Stoffer het woord geven.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ontwikkelingssamenwerking staat onder druk. Dat komt niet alleen door bezuinigingen, maar ook doordat doelstellingen verschuiven. Ooit waren drinkwater, gezondheidszorg en opbouw van instituties leidend. Vandaag de dag zien we dat eigenbelang steeds vaker de boventoon voert. Een extreem voorbeeld daarvan kwam zojuist al aan de orde, namelijk de recent uitgelekte memo van het State Department, waarin werd voorgesteld om de Amerikaanse hiv-financiering voor Zambia in te zetten als drukmiddel om toegang tot kritieke mineralen af te dwingen. Dit kwam zojuist aan de orde in het interruptiedebat tussen het CDA en de VVD. De boodschap was heel duidelijk: steun is niet langer een kwestie van solidariteit of verantwoordelijkheid, maar moet primair een hefboom worden voor politieke en economische belangen.
Zo'n vaart zal het hier in Nederland of in de Europese Unie wellicht niet lopen, maar net als de Verenigde Staten opereert de Europese Unie in een ingewikkeld krachtenveld. Ontwikkelingssamenwerking heeft hoe dan ook een strategische dimensie en is ook welbegrepen eigenbelang. Laat ik helder zijn: stabiliteit aan onze buitengrenzen, import van bijvoorbeeld groene waterstof en toegang tot grondstoffen zijn op zich voor de SGP legitieme belangen. Het geopolitieke belang geeft een rationele onderbouwing aan ontwikkelingsbeleid en onderstreept bovendien de onderscheiden rol van de overheid in het aangaan van strategische partnerschappen, het bevorderen van stabiliteit en ook het verbinden van diplomatie, handel en veiligheid. Dat zijn de taken die maatschappelijke organisaties niet zelfstandig kunnen dragen en die buiten hun opdracht vallen.
Bovendien kan Nederland op mondiaal niveau zelfstandig niet altijd voldoende gewicht in de schaal leggen. Juist daarom steunen wij een actieve Europese rol via het Global Europe-instrument, maar precies daarom moeten we principieel blijven ten aanzien van de vraag wat leidend is in het Europese ontwikkelingsbeleid. Een transactionele benadering van ontwikkelingssamenwerking ondermijnt de basis die nodig is voor langjarige partnerschappen. Los-vaste relaties op basis van kortetermijnbelangen zijn niet in ons geopolitieke eigenbelang, omdat zij Afrikaanse landen juist ontvankelijker maken voor China en Rusland, die geen lastige vragen stellen over mensenrechten of goed bestuur.
Voorzitter. De SGP ziet de noodzaak van het meer strategisch inzetten van Europese middelen, maar heeft daarbij wel een aantal vragen. Kan de minister aangeven hoe de kabinetsinzet zich verhoudt tot de motie-Ceder/Hirsch op stuk nr. 279 (21501-04) (#1)? Blijft armoedebestrijding leidend bij EU-ontwikkelingsbeleid, zoals dat vastgelegd is in het EU-werkingsverdrag? Is de minister ook bereid om zich uit te spreken voor het behouden van de ODA-doelstelling van 90% in het Global Europe-instrument? En hoe gaat hij zich ervoor inzetten dat de Commissie dit percentage niet eenzijdig kan wijzigen?
Voorzitter. Migratiesamenwerking is tweerichtingsverkeer. Lidstaten moeten er consequenties aan kunnen verbinden als er niet meegewerkt wordt aan de terugkeer van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, maar daarbij geldt wel dat zulke prikkels zich in eerste instantie moeten richten op de verantwoordelijke autoriteiten en niet bedoeld zijn om de bevolking van deze landen te treffen. De SGP staat open voor een wortel-en-stokbenadering, maar dan wel als die doelmatig is. Mijn vraag is: kan de minister aangeven hoe dit kabinet de koppeling ziet tussen terugkeersamenwerking en Europees ontwikkelingsbeleid? En zou hij ook kunnen zeggen hoe het kabinet wil omgaan met de regeringen in Afrika en hoe het die wil aanzetten tot een constructieve houding bij terugkeersamenwerking? De SGP ziet daarbij ook praktische obstakels. Bij grensoverschrijdende projecten, zoals de Lobito-corridor, kan het inhouden van geldstromen naar het ene land ingrijpende effecten hebben op de ontwikkeling van een ander land, dat wél bereid is om uitgeprocedeerde vreemdelingen terug te nemen. Ik zou graag willen dat de minister een reflectie geeft op de uitvoerbaarheid van eventuele conditionaliteiten in het nieuwe Global Europe-instrument.
De vraag die vandaag voorligt, is niet of Europa geopolitiek moet bedrijven, want dat doet Europa al heel lang. De vraag is of het primaire doel van ontwikkelingssamenwerking armoedebestrijding blijft of dat het verwordt tot een instrument van economische en strategische prioriteiten. Dat onderscheid is voor onze fractie essentieel.
Dank u wel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Op veel terreinen zijn de SGP en JA21 partners en trekken we samen op, maar op het gebied van ontwikkelingssamenwerking divergeren wij nog weleens, om het maar zo te zeggen. Ik vraag me vooral af hoe de SGP de rol van de EU in dit geheel precies ziet. De SGP zegt graag te willen dat armoedebestrijding leidend moet zijn, maar is dat een competentie van de Europese Unie of wordt dat juist, als dat al wordt gedaan, door de lidstaten gedaan en wordt dat geo-economische aspect, waar de heer Stoffer het ook over had, juist door de EU gedaan?
De heer Stoffer (SGP):
Ja, dat is wel een goed punt. Ik weet uiteraard niet hoe JA21 daar exact in staat, maar ik denk dat we op dit punt, dat armoedebestrijding wat ons betreft primair een zaak van de nationale lidstaten is, wel redelijk gelijkstaan. Voor geopolitieke kwesties moet je vaak toch wel eenduidig optrekken in EU-verband; dat kan ook gewoon niet anders en daar moeten we ook de ogen niet voor sluiten. Als de verwoording van de heer Hoogeveen overeenkomt met zijn standpunt, stemmen we op dat punt dus wél overeen.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft geen interrupties meer, meneer Hoogeveen. U zit op vier. Het is wat sneller gegaan dan u zelf dacht. Ik zie geen interrupties meer. Dan wil ik graag de heer Dekker het woord geven.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Forum voor Democratie stelt in de meeste vraagstukken het Nederlandse belang voorop. De vraag van het Nederlandse belang is ook de vraag die we onszelf hebben gesteld in de voorbereiding voor deze commissie. We hebben geen principieel bezwaar tegen ontwikkelingssamenwerking, maar we hebben er moeite mee om de EU-begroting daar speciaal voor op te rekken en er een EU-vraagstuk van te maken. We stellen ook de vraag of de huidige vorm ervan effectief is. Helpt die het ontvangende land en helpt die uiteindelijk ook Nederland?
De stukken van de minister spreken over landen die op dit moment al structureel afhankelijk zijn van voedselimport en ontwikkelingshulp. Dit lijkt ons een ongewenste situatie. Gaat dit door onze ontwikkelingsinspanningen verbeteren? Ontwikkelingshulp die we als Nederland of Europa bieden, zou toegespitst moeten zijn op lokale weerbaarheid en zelfredzaamheid. We kunnen simpelweg geen continue steun garanderen. Is de minister dat met ons eens en, zo ja, hoe denkt hij dat de Global Gatewaystrategie hieraan bijdraagt als die enkel ondersteuning biedt? We spreken hier over ontzagwekkende bedragen en we mogen niet vergeten dat we het hier hebben over geld van de Europese en Nederlandse belastingbetaler. Als ervoor gekozen wordt om het geld ten goede te laten komen aan de bevolking van een ander werelddeel moeten de resultaten ondubbelzinnig positief en duidelijk zichtbaar zijn. Dit zien wij in de voorliggende agenda niet duidelijk terug. Kunnen er meetbare resultaten worden verwacht en hoe wordt erover gerapporteerd?
Voorzitter. Er is een strategisch vraagstuk verbonden aan de Europese inzet van ontwikkelingshulp dat vaak niet expliciet wordt benoemd. Landen als China en Rusland worden regelmatig bekritiseerd omdat zij met harde investeringen in ontwikkelingslanden hun economische en politieke positie in die regio's versterken. De zogenaamde Global Gatewaystrategie en andere Europese ontwikkelingsinitiatieven worden gepresenteerd als het Europese antwoord daarop, maar dat roept een ongemakkelijke vraag op: als dat instrument erop is gericht om de geopolitieke invloed van de EU ten koste van de invloedsuitbreiding van andere machtsblokken op het wereldtoneel te vergroten, hoe onderscheidt deze aanpak zich dan fundamenteel van de machtsprojectie waar wij anderen om veroordelen? Is het verschil inhoudelijk of gaat het er vooral om wie het doet?
In de stukken wordt ook verwezen naar de conflictsituatie in Iran en de gevolgen hiervan voor de mondiale economie. Die gevolgen zouden weleens zeer groot kunnen worden, voor zover ze dat nog niet zijn. Terecht wordt gepleit voor urgentie in het zoeken naar een diplomatieke oplossing. Het Westen lijkt de diplomatie echter wat te hebben verleerd. Voor de fundamentele zorgen en vraagstukken van de tegenpartijen in een conflict is nauwelijks aandacht. We zagen het in het conflict in Oekraïne en we zien het nu in het conflict met Iran weer terug, namelijk dat er een dictaat op tafel wordt gelegd zonder serieus te onderhandelen over de fundamentele kwesties die er zowel in Oekraïne als in Iran spelen. De zorgen van de tegenstander worden niet serieus genomen. Deze houding lijkt meer te passen in de unipolaire wereldorde van de jaren negentig, waarin de VS en daarmee het Westen op alle vlakken oppermachtig waren en de condities zelf konden bepalen. Die tijd lijkt op zijn einde te lopen. Inmiddels bewijzen staten zoals Iran dat zij macht kunnen uitoefenen in hun regio ondanks interventiepogingen van de Verenigde Staten. De Straat van Hormuz wordt nu effectief door Iran bestuurd, met alle doorvoerbeperkingen van dien. Deze realiteit verdwijnt niet door het demoniseren, sanctioneren en bevechten van de Iraanse overheid.
We lezen in de stukken dat de minister namens Nederland wil uitdragen dat alle partijen moeten inzetten op diplomatieke onderhandelingen en een duurzaam einde aan dit conflict. Daar zijn wij het helemaal mee eens. Forum voor Democratie vraagt de minister hoe hij dat voor zich ziet. Is hij bereid om in EU-verband te bepleiten dat de eisen en wensen van álle partijen in dit conflict serieus genomen moeten worden en dat er werkelijk compromissen moeten worden gesloten? Graag een antwoord van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
U bent klaar?
De heer Dekker (FVD):
Ik ben klaar, ja.
De voorzitter:
Nou, fantastisch! Binnen de tijd.
De heer Dekker (FVD):
Mooi toch?
De voorzitter:
Ja, vind ik wel. Oké, dan gaan we naar mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Oorlogen in Sudan, Gaza en Iran, klimaatverandering, droogte, ongelijkheid en een energiecrisis die de armoede wereldwijd in rap tempo vergroot: in deze tijd is internationale hulp voor miljoenen mensen een levenslijn. Maar de budgetten dalen juist overal. Daarom moet de Nederlandse bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking worden teruggedraaid en moet ook Europa blijven investeren. Ik ben benieuwd of de minister op dat eerste punt nog een update heeft.
Positief is het dat we er vandaag over praten dat Europa 200 miljard wil reserveren voor internationale samenwerking en ontwikkeling. Is de minister het met ons eens dat dit bedrag minimaal overeind moet blijven? Van dat bedrag is 25 miljard bestemd voor humanitaire hulp. Gezien de opeenstapeling van crises kan dit geen plafond zijn, maar moet dit echt een ondergrens zijn. De EU moest de afgelopen jaren immers telkens extra middelen vrijmaken voor noodhulp. Is de minister het ermee eens dat deze 25 miljard stevig verankerd moet worden als minimum?
Een van de grootste crises op dit moment is nog steeds Gaza, waar sinds begin dit jaar slechts vijftien vrachtwagens met hulpgoederen binnenkwamen en activisten nu via de Flotilla hulp proberen te leveren. Wat vindt de minister van het idee van een apart wederopbouwfonds voor Gaza binnen Global Europe, zodat dit niet concurreert met andere prioriteiten? En hoe zet hij zich op dit moment in om de humanitaire hulp voor Gaza los te krijgen?
Voorzitter. Mijn collega's, onder wie mevrouw Van Ark, hebben het er ook over gehad dat internationale samenwerking draait om medemenselijkheid én in ons eigen belang is. En toch dreigt het nieuwe Global Europe-instrument, waarin de Europese Commissie meer ruimte krijgt voor politieke sturing, vooral gericht te raken op die eigen kortetermijnbelangen, en lijkt er een soort tegenstelling te ontstaan. Is de minister het met ons eens dat de bestrijding van wereldwijde armoede, van klimaatverandering en van ongelijkheid ook in ons eigen belang is en dus ook prioriteit moet blijven?
Voorzitter. Een deel van het instrument mag worden ingezet voor migratiegerelateerde zaken. Daarover heb ik drie specifieke vragen. Ten eerste. Wat valt hier precies allemaal onder? Gaat het dan alleen over grensbewaking of ook over opvang en bescherming van mensen op de vlucht? Zet Nederland zich in voor zo'n brede definitie? Ten tweede. Gaat de minister zich inzetten voor sterke monitoring, zodat ontwikkelingsgeld niet bijdraagt aan mensenrechtenschendingen zoals die zijn geconstateerd door de kustwachten bij bijvoorbeeld Libië en Tunesië? En ten derde. Wat betekent die negative conditionality nou eigenlijk concreet voor maatschappelijke organisaties en voor bedrijven die in die landen actief zijn? Kunnen zij toegang tot financiering behouden?
Het instrument richt zich sterk op de particuliere sector, maar bedrijven investeren minder snel in fragiele staten, in conflictgebieden of in basissectoren zoals de zorg en het onderwijs. Hoe zet de minister zich ervoor in dat ook de meest arme en kwetsbare landen profiteren van Global Europe en dat binnen landen juist de meest kwetsbare groepen ervan profiteren?
Om snel te kunnen reageren op conflicten en natuurrampen is een goede balans nodig tussen programmeerbaar en flexibel inzetbaar geld. Zet de minister zich in voor minimaal 20% niet-programmeerbare middelen voor crisisrespons? We hebben het er hier al vaak over gehad dat het maatschappelijk middenveld wereldwijd onder druk staat. Hoeveel van het instrument gaat naar maatschappelijke organisaties? Mogen zij die middelen ook inzetten voor lobby en advocacy? Is de minister het met mij eens dat wij moeten zorgen dat een bepaald percentage echt naar die maatschappelijke organisaties gaat?
Voorzitter. Het werd net ook al genoemd: vrouwenrechten staan wereldwijd onder druk. Onder Trump wordt het organisaties die Amerikaans geld ontvangen, verboden om werk te doen rond vrouwenrechten, lhbti-rechten en reproductieve rechten. Afgelopen maart veroordeelden tien landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, deze nieuwe Amerikaanse regels. Nederland werd gevraagd mee te doen met een nieuw SheDecides-statement, maar sloot zich niet aan. Dat vind ik echt onbestaanbaar voor een land als Nederland. Kan de minister mij uitleggen waarom dat zo gegaan is? Was dat omdat het nog een periode was van transitie van een demissionair kabinet …
De voorzitter:
Zou u tot een afronding willen komen, want u bent al ver over de tijd heen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja. O, ver over de tijd?
De voorzitter:
Ja.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dan heb ik nog twee hele concrete vragen. Eén gaat over de bindende doelen voor gendergelijkheid. Is de minister het met mij eens dat die er weer moeten komen? Dezelfde vraag heb ik over het klimaat. Ook daar verdwijnt eigenlijk het bindende doel. Er was een norm van 30%. Is hij het met mij eens dat die norm juist in tijden van klimaatcrisis moet blijven of zelfs verruimd zou moeten worden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft wat tijd gepakt van de heer Dekker, die binnen de tijd bleef. Ik zou graag mevrouw Van Ark willen vragen om even het voorzitterschap over te nemen.
Voorzitter: Van Ark
De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Bamenga voor zijn inbreng. Ik zal heel even praten, want dan kan hij zijn papieren pakken. Volgens mij is hij er klaar voor.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Al drie jaar zijn we getuige van de grootste humanitaire crisis ter wereld, namelijk die in Sudan. Daar zijn op dit moment meer dan 13 miljoen mensen op de vlucht. Daar hebben bijna 34 miljoen mensen -- dat is bijna twee keer het aantal inwoners van Nederland -- humanitaire hulp nodig, zoals voedsel, water en medische zorg. Daar worden twee gruwelijke wapens ingezet tegen de eigen bevolking: verkrachting en uithongering. Dat zijn ernstige schendingen van het internationaal recht. De schaal waarop dit gebeurt, is niet te bevatten. Hoelang willen wij hier getuige van blijven? Wat doet Nederland om daders ter verantwoording te roepen? Welke extra diplomatieke stappen zet het kabinet om tot een staakt-het-vuren en een civiel geleid vredesproces te komen? Wat vindt de minister ervan dat deze oorlog nu verder dreigt te escaleren naar omringende landen? Op 15 april vond in Berlijn een internationale Sudanconferentie plaats, waar meer dan 1,5 miljard euro werd toegezegd, waarvan ruim 800 miljoen euro vanuit Europa. Hoe kijkt het kabinet terug op de uitkomsten van deze top? Wat heeft Nederland concreet toegezegd?
Voorzitter. Sudan staat helaas niet op zichzelf: ook in het oosten van Congo worden burgers structureel geconfronteerd met geweld dat doelbewust levens ontwricht. Huizen worden in brand gestoken en dorpen worden geplunderd. Vluchtende gezinnen worden ingehaald door gewapende groepen, die geen onderscheid maken tussen strijders en families. Het resultaat is een landschap van angst en verwoesting, waarin het burgerleven structureel wordt aangetast en fundamentele mensenrechten onder zware druk staan. Deze gruwelijkheden worden allemaal nog eens bevestigd in een recent rapport van Amnesty International. Welke inspanningen gaan we van het kabinet zien om Congo op de agenda van de aanstaande RBZ Ontwikkeling te krijgen? Is de minister bereid om opnieuw in Europees verband te pleiten voor het opschorten van het MoU met Rwanda zolang Rwanda betrokken blijft bij de destabilisatie in het oosten van Congo?
Voorzitter. Eerder heb ik al aandacht gevraagd voor diasporagemeenschappen uit Sudan en Congo en hun rol bij ons beleid, niet alleen hier in Nederland, maar in heel Europa. Diasporagemeenschappen spreken veelal de taal, kennen de culturele context, voelen lokale gevoeligheden vaak feilloos aan en willen bijdragen aan de ontwikkeling van hun land van herkomst. Hoe staat het met de uitvoering van een eerdere toezegging hierover? We zouden in Q1 een brief krijgen, maar die heb ik nog niet voorbij zien komen. Hoe gaat de minister ook in Europees verband inzetten op een gedegen diasporastrategie?
Voorzitter. Dan Gaza. Het is goed dat er nu, na het vertrek van Orbán, Europese sancties komen tegen Israëlische kolonisten. Wat zullen deze sancties exact inhouden? Vanaf wanneer denkt de minister dat ze van kracht zullen zijn? "Dramatisch" noemde de minister de situatie in Rafah na zijn bezoek, en terecht. Duizenden vrachtwagens met humanitaire goederen staan klaar. Slechts 100 tot 200 vrachtwagens worden dagelijks doorgelaten. Dat is veel minder dan de afgesproken 600 wagens. Hoe gaat het kabinet de druk op Israël verder verhogen, zodat humanitaire hulp wordt toegestaan? Ook stelde ik eerder samen met mevrouw Dobbe vragen over de noden van de medische evacués uit Gaza in Egypte. Welke inspanning gaan we van deze minister zien om extra hulp te organiseren voor deze mensen?
Voorzitter. De Europese Commissie stelt voor om in de volgende Europese begroting 200 miljard op te nemen voor het externe optreden van de EU. Daarvan is 25 miljard bedoeld voor humanitaire hulp. In tijden van instabiliteit en oorlog in en rondom Europa is investeren in brede vrede en veiligheid onmisbaar. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de flexibiliteit en de inzet op publiek-private samenwerking niet ten koste gaan van de doelen van het OS-beleid, zoals armoedebestrijding? Hoe zal de minister inzetten op heldere en transparante doelen en het verbinden van eisen aan ODA-gelden?
Dank u wel.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over Sudan. Het ging over de conferentie in Berlijn. De situatie in Sudan is verschrikkelijk. Die vergt politieke druk en druk via handelsverdragen, maar ook gewoon geld. Is de heer Bamenga het met me eens dat Nederland hier een rol in moet spelen en dat wij extra geld moeten toezeggen om echt bij te dragen aan stappen wat betreft de humanitaire crisis in Sudan?
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat het ontzettend belangrijk is om te doen wat we kunnen. De humanitaire situatie is verschrikkelijk. Zoals ik net ook al in mijn eigen verhaal zei, is de omvang ervan niet te bevatten. Ik denk dat we er alles aan moeten doen, maar ik denk dat we er als alleen Nederland niet komen. Vandaar dat het heel erg belangrijk is dat we dat ook in Europees verband blijven doen.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat is in de regel een antwoord op bijna elke vraag in dit huis, dat het goed is om het in Europees verband te doen. Maar goed, dit was natuurlijk een conferentie in Berlijn waarbij juist het idee was: elke lidstaat komt met iets, dan draag je iets bij en zo creëer je met z'n allen meer geld voor deze situatie. Dan stel ik dus nogmaals de vraag of D66 het met mij eens is dat Nederland extra geld, en dus niet geld dat eigenlijk al toegezegd was en nog eens wordt aangeboden, moet aanbieden voor de humanitaire crisis in Sudan.
De heer Bamenga (D66):
Ik dacht al duidelijk te zijn met mijn eerste antwoord op de vraag. Volgens mij moet je er alles aan doen om te zorgen dat het conflict daar stopt. We moeten zorgen dat we de humanitaire noden daar het hoofd bieden. Dat betekent dus ook dat je alles doet wat je kan doen qua extra gelden, middelen voor humanitair hulp.
De voorzitter:
Dan geef ik het voorzitterschap weer aan de heer Bamenga.
Voorzitter: Bamenga
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de minister. Hoelang heeft de minister nodig?
Minister Sjoerdsma:
Het is een vrij brede bevraging. Ik denk dat ik dit wel in twintig minuten kan doen. Mijn enige logistieke vraag zou zijn, ook gelet op de mensen achter de Kamerleden, of we niet iets langer zouden moeten schorsen zodat eenieder kort kan dineren. Maar dat laat ik graag in uw betere handen.
De voorzitter:
We hebben ook een hoofdelijke stemming. Hoe laat is dat precies? 18.45 uur? De minister heeft twintig minuten nodig, dus we zouden om 18.05 uur weer aan de slag kunnen gaan, tenzij jullie denken dat we langer de tijd nodig hebben, voor een dinerpauze bijvoorbeeld. Reageert u maar. Dit is een voorstel vanuit de voorzitter.
De heer Verkuijlen (VVD):
Het enige is dat we dan op het moment dat de minister midden in zijn betoog is, eruit gaan om te stemmen en daarna weer terugkomen. Dat vind ik niet de meest uitgelezen mogelijkheid voor het ritme van de commissievergadering, en misschien ook voor de minister zelf.
De voorzitter:
Meneer Hoogeveen heeft misschien ook een voorstel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Die stemming is niet heel lang, dus nu gewoon de dinerpauze plus stemming doen en daarna verdergaan lijkt me de beste optie. Dan heeft de minister ook wat meer tijd.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dat zou ook mijn voorkeur hebben.
De voorzitter:
Oké. Dan besluiten we dat we na de stemming terugkomen voor de beantwoording door de minister in eerste termijn. Tot zo.
De vergadering wordt van 17.47 uur tot 19.07 uur geschorst.
De voorzitter:
Goedenavond. Ik heropen het commissiedebat. Ik stel voor dat we vier interrupties richting de minister kunnen doen, wellicht aan het einde van ieder blok. Kunnen we dat afspreken? Dan wil ik de minister het woord geven. Wellicht wil de minister aangeven welke blokken wij kunnen verwachten.
Minister Sjoerdsma:
Absoluut. Ik dank uiteraard alle Kamerleden voor hun vragen. Ik ga heel kort een introductie doen. Dan komen Iran en de Hormuzcrisis, Global Europe en Global Gateway. Er waren veel vragen over migratie en OS. Dan is er een blokje overig, waarin Sudan, Egypte, markttoegang, SheDecides, Rwanda, Congo en allerlei andere zaken zitten die ik niet op een andere manier kon groeperen.
Heel even ter inleiding. Het is de eerste keer dat dit kabinet deelneemt aan een Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking. Ik denk dat het van belang is om in algemene zin te zeggen, tegen de achtergrond van een agressief Rusland, een assertiever China en een onvoorspelbare VS, tegen de achtergrond dat het Globale Zuiden de relaties echt anders wil vormgeven en tegen de achtergrond van enorme wereldwijde uitdagingen, dat wij in ieder geval drie dingen anders zullen doen. Eén is dat wij ernaartoe gaan met een duidelijk besef van het belang van ontwikkelingssamenwerking, vanuit die intrinsieke waarde, heb ik een aantal van uw Kamerleden horen zeggen -- ik zal dat zo direct nog even nader toelichten in antwoord op uw vragen -- maar ook strategisch gezien; dat bijt elkaar niet, zou ik zelf durven stellen. Twee: dat doen wij vanuit het feit dat wij hierbij een ongelofelijk belang zien bij de Europese Unie en de impact die de Europese Unie wereldwijd kan hebben. Maar dat betekent dat wij niet alleen maar moeten betalen, maar ook mede moeten bepalen. Het derde punt betreft het beschermen van onze belangen. Dat zijn materiële belangen, maar, en ik heb ook een aantal van u goed gehoord, ook immateriële belangen, namelijk onze waarden.
Voorzitter. Ik ga door naar de Hormuzcrisis. Daar heeft een aantal van uw leden vragen over gesteld, met name -- dat snap ik ook goed -- over de omvang van de crisis en de risico's die die met zich meebrengt. Mevrouw Van Ark van het CDA en anderen hebben daarbij stilgestaan. Laat ik duidelijk zijn: zelfs als de crisis vandaag, meteen, in deze minuut, zou stoppen, gaan de effecten van deze crisis nog zeer lang gevoeld worden. Wij voelen die in prijsstijgingen, maar andere landen, zoals uw leden ook terecht benoemden, gaan die voelen in het feit dat bijvoorbeeld kunstmest niet door de Straat van Hormuz kan en dat bepaalde zaaiseizoenen gemist gaan worden. Dat gaan we voelen in de oogsten van 2026 en, als we niet oppassen, ook in de oogsten van 2027. De omvang daarvan zal echt heel groot zijn, zeker omdat ook dit najaar weer een El Niño wordt verwacht. We zien nu dus pas, denk ik, het topje van de ijsberg van deze crisis. Die crisis gaat echt zeer groot worden.
Mevrouw Van Ark en anderen vroegen ook: wat kan je dan doen om te voorkomen dat die bestaande crises verder escaleren? Hierbij zijn denk ik een aantal zaken van belang. Ik had het net over het belang van de Europese Unie, maar ik heb in deze eerste negen weken ook een beetje teleurstelling gevoeld over wat ik zie gebeuren in de coördinerende rol die de Europese Unie neemt om hier gezamenlijk snel goed gecoördineerd actie op te ondernemen. Een van de dingen die ik dus ook in Brussel zal doen, is oproepen tot die eensgezinde actie. Maar ik wil ook kijken of Nederland het in de Europese Unie mogelijk kan maken om toch kunstmest te krijgen via de Straat van Hormuz. Daar heb ik eerder ook over gesproken in VN-verband. Ik denk dat het echt essentieel is.
Twee. Volgens mij vroeg de heer Verkuijlen daarnaar; ik hoop dat ik dat goed heb onthouden. Het gaat natuurlijk over die kunstmest. Het gaat over het tegengaan van honger. Dat is het symptoom. We kijken ook nadrukkelijk of het mogelijk is om er met het Nederlandse bedrijfsleven voor te zorgen dat we de oogsten van '27 kunnen redden, omdat Nederland, het Nederlandse bedrijfsleven, beschikking heeft over klimaatresistente zaden en zaden die met zeer weinig water toekunnen. Het zou kunnen -- maar goed, dat zijn we nu nog aan het onderzoeken -- dat dat onderdeel wordt van een Nederlandse aanpak van de meest acute noden, om te kijken of we toch iets van die voedselproductie overeind kunnen houden.
De heer Verkuijlen van de VVD vroeg in deze context naar de Russische geldstromen en de export; een iets ander onderwerp. Laat ik duidelijk zijn: wij overwegen alle opties die op tafel liggen om het Russische verdienvermogen aan te pakken. We willen de druk op Rusland verder opvoeren met aanvullende sancties tegen banken, olie-export en de schaduwvloot. Wat ons betreft kunnen ook aanvullende maatregelen gericht tegen de export van Russische kunstmest worden genomen, maar we moeten er wel voor zorgen dat de mondiale voedselzekerheid gewaarborgd blijft. Dat is wel een belangrijk onderscheid. Op het moment dat we dit aanpakken en dat tot honger elders leidt, weet ik ook hoe snel we steun voor onze Oekraïnemaatregelen verliezen.
De heer Dekker van Forum voor Democratie had het over Iran. Hij vroeg of we bereid zijn om binnen de Europese Unie ervoor te pleiten om de eisen en wensen van alle betrokken partijen mee te nemen. Wij pleiten in algemene zin voor een diplomatieke oplossing, voor de-escalatie en voor een bestendiging van het staakt-het-vuren. Wij moeten helaas relatief bescheiden zijn over de invloed die wij hebben op wat er daar onderhandeld wordt. Maar in algemene zin kun je zeggen dat een duurzaam akkoord niet tot stand zal komen zonder dat beide partijen zich in enige mate herkennen in wat er op tafel ligt. Als één partij zich daar helemaal niet in herkent, zal er ook geen akkoord zijn, is mijn stellige overtuiging.
De vraag van de heer Verkuijlen die ik net half heb beantwoord, gaat over die zaden. Het biedt inderdaad kansen voor de innovatieve landbouwtechnieken van Nederland. Het vraagt om directe actie om dat te doen. Zoals ik al zei, we zijn dat op dit moment nog aan het onderzoeken. Tot zover het blokje Hormuz.
De voorzitter:
Ik kijk even rond of er nu al vragen zijn. Er is een vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank voor de erkenning dat deze crisis heel veel meer mensen in armoede stort en een grote impact heeft op de hulp die wij bieden. De brandstof- en voedselprijzen gaan omhoog, dus de organisaties kunnen veel minder. De minister geeft één denkrichting, over die zaden. Ik heb er eigenlijk wel behoefte aan dat de minister iets breder aan ons schetst -- dat kan zeker ook in een brief -- hoe deze crisis doorwerkt in de verschillende opgaven waar we voor staan en wat we daaraan kunnen doen. Ik zou ook willen kijken naar het monetaire deel. Wat doen IMF en Wereldbank? Maar ook: wat doen we richting hulporganisaties? Het gaat erom hoe we ons op verschillende vlakken hierop moeten voorbereiden.
Minister Sjoerdsma:
Helder, en een terechte vraag. Misschien ook een vraag die een beetje raakt aan de frustratie die ik voel in Europees verband. Veel van de collega's die ik heb gesproken uit gelijkgezinde landen, zien deze enorme crisis ook en zij voelen de enorme noodzaak om hier iets aan te doen. Tegelijkertijd is een gezamenlijke analyse op basis waarvan we ook gezamenlijk optreden niet een groot gapend gat, want er wordt echt wel werk verzet, maar er valt ook nog een boel werk te verzetten. Dus laat ik mevrouw Kröger, maar ook de hele Kamer, toezeggen dat wij hier in het verslag van de RBZ graag op terugkomen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik had de minister gevraagd of we in EU-verband kunnen pleiten voor een gezamenlijk Europees actieplan voor de meest kwetsbare ontwikkelingslanden. Ik hoor de minister daarop een soort toezegging doen. Kan de minister aangeven hoe zo'n actieplan eruit zou kunnen komen te zien?
Minister Sjoerdsma:
Mevrouw Van Ark en dit kabinet delen dat alles valt of staat met gezamenlijkheid, met coördinatie en met hele goede samenwerking. Ik weet niet of ik het format van zo'n actieplan hier tot in de lettertypes zou moeten beschrijven, maar in de kern komt het erop neer dat je actie wilt zien op een aantal elementen: hoe ga je om met de acute noden, namelijk die van de mensen die direct ontheemd zijn? Hoe ga je om met een dreigende hongersnood? Dat valt ook onder de acute noden. Drie. Hoe bereid je je nu voor op de langeretermijnnasleep? Dat is veel breder. Dat ziet natuurlijk op een veel breder element. Ik weet niet of mevrouw Van Ark nu allerlei KPI's of zo zou willen toevoegen, maar ik denk dat dat in essentie de kern is van waar zo'n actieplan naar zou moeten kijken. Ik vind ook dat we vanuit de Commissie, maar overigens ook vanuit andere instanties, echt leiderschap mogen verwachten om dat te doen.
De voorzitter:
Nog een vervolgvraag van mevrouw Van Ark.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Meer een opmerking. Inderdaad, ik was niet op zoek naar KPI's. De minister schetst volgens mij echter het juiste: hoe zou zo'n actieplan eruit kunnen komen te zien? Hij heeft wat mij betreft de juiste elementen daarin geschetst.
Minister Sjoerdsma:
Ik vind overigens dat de Kamer dat ook van dit kabinet mag verwachten. Het kabinet heeft tot nu toe een aantal urgente maatregelen genomen, bijvoorbeeld directe financiën voor vluchtelingen in Libanon, om maar eens één voorbeeld te noemen. We hebben een aantal andere interventies gedaan die, denk ik, van essentieel belang zijn. Ik denk dat we zo langzamerhand ook in de fase zijn dat ook van onze kant er serieus breder naar gekeken moet worden. Ik moet wel benadrukken dat we daarbij gewoon vastzitten aan de begroting zoals die is. Er is niet ontzettend veel ruimte in de financiën.
Voorzitter. Ik ga door naar Global Europe als hier geen vragen meer over zijn.
De voorzitter:
Er zijn geen vragen meer? Ik kijk even rond. Ja, er is nog één vraag van de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Toch even een vraag. U had het net over het Russische verdienvermogen. Toen waren er een aantal aspecten waarvan u zei dat we die ook kunnen aanpakken, zoals de schaduwvloot en banken. U voegde er ook aan toe: maar als dat leidt tot honger, dan maken we daar andere keuzes in. Ik ben wel even benieuwd: kunt u dat wat scherper maken? Wat bedoelde u nu precies hiermee?
Minister Sjoerdsma:
Een paar dingen om onze inzet te schetsen. Eén: het is dus essentieel dat de kunstmest die vastzit bij de Straat van Hormuz wordt losgetrokken. Daar zet Nederland zich ontzettend voor in. Twee: we proberen ook de consequenties, de negatieve gevolgen, van het feit dat het niet gebeurt tegen te gaan. Drie: je wilt natuurlijk niet dat Rusland nu gaat verdienen aan deze crisis, zoals het doet door gestegen olieprijzen. Die zorg van de VVD snap ik dus heel goed. We kijken daar ook serieus naar. Wij werken bijvoorbeeld met het IFAD en andere organisaties aan alternatieven voor die Russische kunstmest. Het enige wat ik zeg: we moeten geen maatregelen nemen die ertoe gaan leiden dat de mondiale voedselcrisis sterker gaat worden. Het is wel van cruciaal belang dat als we maatregelen nemen zonder dat de dingen die ik net schetste tot succes hebben geleid en als we de honger -- hoe zal ik het zeggen? -- plotseling enorm zien toenemen, dan zijn we, denk ik, nog veel verder van huis. Dat is … Het is niet een balans, want ik denk dat we hier aan hetzelfde eind van het touw trekken. We willen eigenlijk op alle mogelijke manieren het Russische verdienvermogen aanpakken. Dit is echter wel een kleine randvoorwaarde, want als we dat niet doen, dan ondermijnt het ook -- dat is, denk ik, wel belangrijk -- de steun van het Globale Zuiden voor Oekraïne. Dan hebben we eigenlijk twee keer onszelf benadeeld.
De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Dank. Veel vragen over Global Europe. Dat snap ik ook goed. Misschien procedureel zeg ik meteen ook dat de Kamer ongeveer in juni een brief kan verwachten over de herziene inzet van dit kabinet met betrekking tot het MFK in brede zin. Ik denk dat ik hier wel een aantal van uw vragen kan en zal beantwoorden. Ik pak, denk ik, meteen maar een van de belangrijke vragen op. Dat is een vraag van meerderen van u en die gaat over hoe centraal armoedebestrijding nu als uitgangspunt blijft in het EU-ontwikkelingsbeleid. Het is evident dat dit kabinet het van belang acht dat de Europese Unie haar verdragsverplichting tot armoedebestrijding nakomt. Het is niet zomaar een vrijwillige beleidskeuze, maar een verdragsverplichting. Dat betekent ook, voor degenen van u die hebben gevraagd naar de uitvoering van de motie-Hirsch/Ceder, dat dat het uitgangspunt blijft, ook voor dit kabinet. Daarbij zeg ik meteen tegen mensen die zeggen "denk aan die strategische prioriteiten": ik denk dat die armoedebestrijding en de strategische prioriteiten heel goed kunnen samengaan. Ik denk bijvoorbeeld aan onze inzet op de Northern Corridor in Kenia. Ik had een paar weken geleden de Keniaanse minister van Handel langs. Je merkt aan alles: dat is een win-win.
Specifieker vroeg de heer Stoffer van de SGP of we bereid zijn om vast te houden aan de 90% voor ODA. Dat wil ik de heer Stoffer graag toezeggen. Ik denk dat dat van belang is. We hebben geproefd dat dat breed in de Kamer wordt gezien als een belangrijk onderdeel van Global Europe.
Mevrouw Kröger had ook een aantal vragen. Ik weet niet of ik die allemaal in de goede volgorde beantwoord, maar in brede zin vroeg zij het volgende. Zij had het niet alleen over armoede, maar ook over klimaat en ongelijkheid. Ik denk dat het goed is om te zeggen dat we niet alleen de bestrijding van armoede, maar ook die van klimaatverandering en ongelijkheid als een belangrijk belang zien, en overigens ook als een eigenbelang. Groeiende armoede en klimaatproblematiek vergroten namelijk wereldwijd de kans op conflict, migratie, economische ontwrichting en veiligheidsrisico's. Het is dus een prioriteit om daarin te investeren.
Ik neem meteen de vraag van mevrouw Kröger mee over de stevige verankering van de 25 miljard aan humanitaire hulp. Die vinden wij ook van cruciaal belang. Wij hebben ook gezien hoe ingewikkeld het de afgelopen jaren is geweest om ervoor te zorgen dat je een adequaat Europees antwoord hebt op sommige van deze crises. Wij willen de Commissie dus graag houden aan die inzet.
Mevrouw Kröger vroeg ook of het kabinet zich inzet voor minimaal 20% niet-programmeerbare middelen. Laat ik daarover iets algemener blijven, want anders ben ik bang dat ik me te veel aan percentages waag. Dit kabinet onderschrijft het belang van niet-programmeerbare flexibele middelen voor crisisrespons zeer. We zetten dus ook in op voldoende flexibiliteit in het volgende MFK om in te kunnen spelen op onvoorziene situaties en crises.
De heer Bamenga van D66 vroeg naar de garantie dat de inzet op publiek-private samenwerking niet ten koste gaat van OS-doelen. Ik heb net gezegd hoeveel belang dit kabinet hecht aan de verdragsverplichting van de Europese Unie wat betreft armoedebestrijding. Ik heb hier de motie-Ceder genoemd. Ik denk dat het in dat opzicht elkaar niet hoeft te bijten. Het kan, net als hopelijk in het Nederlandse beleid -- ik hoop dat hij dat ook zo ziet -- een win-win zijn. Ontwikkelingssamenwerking en handel kunnen elkaar af en toe versterken.
De heer Hoogeveen had vragen over de financiering van internationale migratiebeperking en de financiering van innovatieve oplossingen. Ik denk dat het duidelijk is dat migratie een van de prioriteiten is van Nederland binnen de onderhandelingen van het instrument Global Europe. Het verankeren van voldoende middelen is daarvoor dus van belang. Daarbij zeg ik zelf dat het verankeren van middelen één is. We komen straks nog even te spreken over conditionaliteit. Een aantal van u hebben daarnaar gevraagd. Tot nu toe merk ik in mijn eigen contacten vooral dat van landen waarvan je zou hopen, wensen en verwachten dat die meer meewerken met de terugkeer, de "meer voor meer"-benadering, dialoog en een breder strategisch partnerschap de meeste vruchten afwerpen. Ik durf nu niet te zeggen waar we daar de eerste vruchten van gaan zien, maar ik merk in die contacten wel echt … Niet zo lang geleden was ik bijvoorbeeld in Egypte. Het feit dat wij daar investeren in opvang in de regio -- het is voor ons natuurlijk van groot belang dat we voorkomen dat mensen in bootjes stappen en inhumane reizen moeten doorgaan -- betekent ook dat wij een gesprek met hen kunnen hebben over het feit dat zij ook bepaalde verplichtingen hebben wat betreft hun eigen inwoners die bij ons zijn en eigenlijk weer terug moeten. De bereidheid van dit kabinet om dat gesprek aan te gaan, is ook van groot belang.
De innovatieve oplossingen waar de heer Hoogeveen naar vroeg, gaan volgens mij vooral over het werk dat de minister van AenM doet bij het realiseren van Europese terugkeerhubs. Daarin loopt Nederland voorop. Nederland is onderdeel van de kopgroep. De Europese Unie kijkt grotendeels naar wat Nederland allemaal doet en binnen welke voorwaarden wij dat doen. Wij gaan namelijk niet alleen voor effectiviteit, maar natuurlijk ook voor het borgen van de randvoorwaarden voor het dadelijk ter plekke garanderen van een humane opvang voor vluchtelingen.
Mevrouw Kröger en mevrouw Van Ark vroegen naar binnen dat budget aandacht hebben voor de meest kwetsbaren. Ik denk dat het hier ook van belang is te schetsen hoezeer het kabinet het belang onderschrijft van investeren in fragiele landen in conflictgebieden. Ook een dergelijke inzet kan bijdragen aan conflictpreventie en het verminderen van toekomstige humanitaire noden. Ik snap dat het voorstel nu de nadruk lijkt te leggen op de regio's in de buurt van Europa. Wij vinden het van belang, en we zien ook dat de Commissie dat wil, dat er financiering beschikbaar blijft voor de fragiele landen daarbuiten.
Mevrouw Kröger vroeg hoeveel van Global Europe richting het maatschappelijk middenveld gaat. Laat ik hier ook meteen zeggen dat wij het, in tegenstelling tot het vorige kabinet, van groot belang vinden dat Global Europe ook voor maatschappelijk organisaties openstaat. Als we effectief willen zijn, is dat van cruciaal belang. Dat doen we ook via de 360 gradenaanpak van de Global Gateway. Zij vraagt ook naar een percentage. Daar ben ik zelf, in alle eerlijkheid, niet zo'n heel groot fan van, omdat we dan op percentages gaan sturen in plaats van op effectiviteit. Laat ik wel in algemene zin zeggen dat wij het van belang vinden dat die toegang laagdrempelig is en dat wij het ongelofelijk belangrijk vinden dat zij onderdeel zijn van Global Europe.
Mevrouw Kröger van PRO vroeg ook naar gender en klimaat binnen het MFK. Laat ik daar heel kort over zijn. De gevraagde inzet daarop, de bindende doelstellingen en de percentages … Ik snap wat mevrouw Kröger daarover zegt. Dat zeg ik graag toe. Dat gaan we op die manier doen.
Mevrouw Kröger vroeg ook naar een apart Gaza-wederopbouwfonds binnen Global Europe. Een eventueel voorstel daarvoor zal ik met interesse bezien. Er zijn natuurlijk ook wel belangrijke aandachtspunten. Het moet wel een meerwaarde hebben ten opzichte van de bestaande instrumenten. Ik vind het ook ontzettend belangrijk dat de VN hierin centraal staat. Toen ik bij de grens was heb ik, nogmaals, de 5 miljoen van Nederland voor het VN-fonds voor vroege wederopbouw benadrukt. Maar goed, ook binnen de Europese Unie moet je hier zorgvuldig naar kijken.
Mevrouw Kröger had het ook over de negative conditionality in betreffende landen. Dat gaat misschien over de brede zin van conditionaliteit. Ik heb daar net over gezegd dat ik denk dat dat in algemene zin van groot belang is. Als je effectieve conditionaliteit wil, dan geldt dat "meer voor meer" over het algemeen beter werkt. Dat leidt tot langere strategische samenwerking. Tegelijkertijd maakt een Global Europevoorstel het nu wel mogelijk om ook bij onvoldoende samenwerking op te treden, laat ik het zo zeggen. Humanitaire hulp is daar, zeg ik meteen, totaal van uitgezonderd. Dat kan niet, dat mag niet en dat moet ook niet. Als ik zelf even kijk naar wat qua pressie-instrumenten werkt, dan kun je bijvoorbeeld kijken naar het stopzetten van bepaalde programma's. Tegelijkertijd gaan de meeste van die programma's bij ons niet rechtstreeks via de overheid, dus dan is de pijn slechts zeer gedeeltelijk voelbaar. Maar het inzetten van bijvoorbeeld landingsrechten en het intrekken van visa, dat zijn echt instrumenten die gewicht in de schaal leggen als we het hebben over negatieve conditionaliteit. Die behoren wat ons betreft ook op de menukaart.
De heer Dekker van Forum vroeg nog of ik het ermee eens ben dat OS toegespitst moet zijn op weerbaarheid. Ik verwelkom zijn constructieve houding ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking in dit debat. Ik ben het er ook mee eens dat weerbaarheid ongelofelijk belangrijk is in algemene zin. Dat geldt overigens niet alleen voor onze inzet in het Globale Zuiden; dat geldt ook voor de inzet in onze economie hier. Om die weerbaarheid te vergroten -- dat heeft u kunnen lezen in de beleidsbrief -- zetten we het gehele instrumentarium in. Dat gaat dus niet alleen over het buitenlandbeleid, maar ook over handel, ontwikkelingssamenwerking, defensie en dat soort zaken.
De heer Hoogeveen had daarnaast nog vragen over het Oekraïnedeel van Global Europe, over de 100 miljard. Hij vroeg of de Commissie daarbij macht naar zich toe trekt zonder fatsoenlijke controle van de nationale parlementen. Ik zou zeggen dat mijn antwoord nu nee is. In lijn met moties van de Kamer -- die zijn de heer Hoogeveen, denk ik, zeer goed bekend -- is het kabinet geen voorstander van nieuwe Europese instrumenten op basis van gemeenschappelijke schulden. We zijn ook tegen Commissievoorstellen voor Catalyst Europe en tegen het crisisinstrument. Voor de financiering van Oekraïne geldt eigenlijk dat op dit moment onduidelijk is hoe die precies vorm gaat krijgen, binnen het MFK of buiten het MFK. We moeten dus even afwachten hoe dat precies zijn beslag gaat krijgen, maar ik denk dat het antwoord op zijn vraag nee is.
Tot slot op dit onderwerp. Mevrouw Kröger had het over de hoeveelheid beschikbare middelen. Het is ongelofelijk belangrijk, denk ik, dat die er op Europees niveau zijn. Zij vroeg ook nog naar het nationale. Het is belangrijk om te weten -- dat weet mevrouw Kröger ook -- dat dit kabinet vanaf 2027 257 miljoen euro structureel investeert. Ook dit jaar, in de eerste suppletoire begroting, heeft dit kabinet 108 miljoen euro extra vrijgemaakt. Dat gaat onder andere naar humanitaire hulp. Dat gaat naar gezondheid. Dat gaat naar klimaat. Ik hoop ook zeer op de brede steun van uw Kamer, want dat is een belangrijke toevoeging aan deze begroting.
Voorzitter. Tot zover Global Europe.
De voorzitter:
Dank. Ik kijk even naar de leden. Ik zie dat de heer Hoogeveen een vraag heeft.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het is goed om te weten dat het kabinet dus ook kritisch kijkt naar het voorstel van de Commissie ten aanzien van Global Europe, en dan inderdaad ook naar het Oekraïnegedeelte. De minister zei -- correct me if I'm wrong -- dat het nog niet duidelijk is hoe die betalingsfaciliteit er dan uit gaat zien. Alleen, als ik het voorstel van de Commissie lees, is die er vrij klip-en-klaar over dat dat above and beyond the MFF zal worden gefinancierd en wel degelijk zal worden gefinancierd met de garantie van de zogeheten "headroom" van de EU-begroting. Kan ik dus hieruit opmaken dat het kabinet, zoals ik in mijn betoog ook heb gevraagd, hier eigenlijk een dikke vette streep doorheen zet?
Minister Sjoerdsma:
Laten we met "een dikke vette streep" een beetje voorzichtig zijn op een aantal manieren. Eén, omdat het ongelofelijk cruciaal is dat we de steun aan Oekraïne voortzetten, dat die steun ook gefinancierd wordt en dat die ergens vandaan komt. Twee. Ik heb, denk ik, de heer Hoogeveen heel helder gezegd hoe het kabinet aankijkt tegen nieuwe instrumenten op basis van gemeenschappelijke schuld. Drie. Ik denk dat specifiek voor Global Europe geldt dat de leningen die de EU aangaat voor het financieren van leningen aan derde landen gegarandeerd worden via het gemeenschappelijk voorzieningenfonds. Dat wordt weer gevoed met de budgetten die beschikbaar zijn voor Global Europe. Dat is de huidige stand. Dat betekent dat er in de huidige stand geen risico is op hoge EU-afdracht en dat er ook geen garantie opgenomen wordt op de begroting van het ministerie van Financiën. Als die situatie wijzigt, als de Europese Commissie helderder wordt over hoe ze dit ziet, dan gaan we uiteraard de Kamer meteen informeren. Het punt dat de heer Hoogeveen hier zelf opmerkt, gaan we, denk ik, ook even adresseren -- misschien is dat de netste manier om het te doen -- in de brief over de MFK-inzet van dit kabinet, die ergens rond juni komt. Dan hebben we namelijk ook een beter inzicht. Dan voeren we geen abstracte discussie, maar dan kunnen we die ook concreter voeren.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder. In die zin was het rapport van de Europese Rekenkamer vrij verhelderend voor mij. Die geeft dus wel degelijk hele duidelijke waarschuwingen, namelijk dat de toegenomen financiering van Oekraïne op basis van de headroom ervoor zal zorgen dat het risico ontstaat dat de gereserveerde headroom, om het maar even technisch te houden, ontoereikend zal zijn en dat het dus weer uit de eigen middelen zal worden gehaald. De eigen middelen bestaan eigenlijk uit het geld dat de EU zelf ophaalt. Het is in ieder geval positief om te horen dat het kabinet daar dan tegenwicht op zal bieden richting de Europese Commissie.
Dan heb ik nog één vraag over de financiering. Die gaat over de 200 miljard ten aanzien van Global Europe. De Commissie heeft aangegeven: er is een toename van 70% nodig in de financiering; 200 miljard wordt er nu gereserveerd voor Global Europe zelf. Maar dan lezen we ook dat er een impactassessment is vanuit de Commissie met bepaalde voorstellen die ze dan willen doen, maar dat er geen kwantitatieve analyse is van wat ze dan precies gaan doen en hoe ze het precies gaan uitgeven. Mijn vraag aan het kabinet is: hoe kijkt u nou naar die toegenomen gereserveerde budgetten vanuit de Europese Commissie en wat is het standpunt van het kabinet als u maandag naar de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling gaat?
Minister Sjoerdsma:
Laat ik daar in algemene zin twee dingen over zeggen. Eén. Van de verschillende pijlers in het MFK denkt het kabinet dat deze pijler ongelofelijk belangrijk is, gelet op de geopolitieke positie waarin we ons nu bevinden en de precaire positie die de Europese Unie wereldwijd inneemt. Ik hoor de heer Hoogeveen nadrukkelijk vragen wat voor doelstellingen hij daarachter mag zoeken. Ik hoor hem bijna vragen over KPI's. Laten we een beetje voorzichtig zijn om dat nu in algemene zin te proberen vast te leggen. Ik denk dat de doelstellingen van Global Europe an sich zowel strategisch als zeer gericht op armoede zijn. Maar over de resultaten die daarmee geboekt worden, gaan we nog een serieuze discussie voeren met de Commissie, denk ik. "Hoe gaan we dat nou op de meest meetbare manier doen?"
Daarbij wil ik wel aantekenen dat "resultaten" in het buitenlandbeleid in algemene zin een nogal ingewikkeld begrip is. Soms kan je het heel concreet krijgen, maar soms kunnen er ook dingen mislukken. Dat is zeker ook zo op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. In sommige landen heb je echt een prachtig portfolio en blijft het stabiel. Dan zie je echt rendement van wat je aan het doen bent. Soms heb je ook een land dat opeens van een stabiele in een fragiele staat verandert. Dan is het rendement van je investeringen in één keer weg.
De doelstellingen in abstracte zin zullen dus zeer helder zijn, denk ik. Ik ken de Commissie ook als zeer goed verantwoordend hoe ze de gelden uitgeeft. Maar ik denk dat we die discussie later, als er meer duidelijk is, beter kunnen voeren.
De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Laatste punt, hoor. Op dit moment mis ik wel een beetje het gevoel van ... De minister is maandag bij de Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling. Wat is nou precies de inzet van Nederland ten aanzien van de gereserveerde gelden die nu door de Commissie zijn voorgesteld? Eigenlijk hebben premier Jetten en minister van Financiën Heinen al duidelijk gezegd: het algehele voorstel van het MFK is voor ons als Nederland nu onacceptabel. Het gaat om 200 miljard, 300 miljard als je het Oekraïnegedeelte erbij optelt. Dat zijn echt flinke gelden. Wat is precies de inzet van Nederland? Gaan we toch de duimschroeven wat aandraaien? Dat mis ik nog een beetje.
Minister Sjoerdsma:
We leven in Europa, dus die duimschroeven laten we nog even achterwege. Misschien mag ik de vraag van de heer Hoogeveen als volgt interpreteren. Ik proef een beetje dat de vraag achter zijn vraag is: hoe krijgen we nou meer grip op hoe het wordt uitgegeven? Ik ga even voorbij aan de algemene brief van juni, waarin dit nader zal worden gespecificeerd. Een van de dingen die ik zal meenemen is de governance hiervan. Wij pleiten voor een grotere rol van de Raad, dus voor een grotere rol van de nationale kabinetten. Dat is niet om de boel te compliceren of ingewikkelder te maken, maar omdat ik zelf vind dat Global Europe veel politieker moet worden dan het nu is. Ik ben er heilig van overtuigd dat met veel van die programma's goede resultaten worden geboekt, maar het daaromheen politieke boodschappen geven en het daaromheen resultaten bereiken door politiek engagement is eigenlijk zeer beperkt. Ik vind dat Nederland, dus in casu onder anderen ikzelf, en andere lidstaten daar meer kunnen doen, maar ik vind ook echt dat het de taak van de Eurocommissarissen is om dat te faciliteren en coördineren. Dat gebeurt nu mondjesmaat. Het zal veel meer moeten gebeuren.
De heer Dekker (FVD):
In het verlengde hiervan heb ik misschien een beetje hetzelfde punt. Ik zou graag van de minister willen horen dat hij inderdaad in Europees verband nadrukkelijk pleit voor het zo veel mogelijk meetbaar maken van de resultaten van die inspanningen. Dat lijkt er namelijk toch af en toe bij in te schieten. Het is, denk ik, een belangrijk punt, dat Nederland in dit verband moet blijven maken.
Minister Sjoerdsma:
Het gaat niet alleen om het afrekenbaar maken. Ik denk dat de Europese Rekenkamer -- de heer Hoogeveen citeerde uit het rapport -- een instrument is dat niet alleen het kabinet, maar hopelijk ook deze Kamer inzicht verschaft in wat er goed gaat en wat niet. Ik vind het ook een van de belangrijkste dingen dat wij heel helder zijn over hoe effectief we met onze middelen omgaan. Daarbij wil ik in algemene zin wel zeggen dat de ontwikkelingssector een van de meest geëvalueerde sectoren op aarde is en dat de governance en de wijze waarop er wordt gewerkt, over het algemeen echt dik op orde zijn. Dus ja, er kunnen altijd dingen beter en daar waar het beter kan, zal het Nederlandse kabinet dat aanjagen, maar ik denk dat we ook reëel moeten zijn: ik heb liever dat deze mensen goede dingen doen dan dat ze 20.000 formulieren invullen. Dat geldt ook voor verpleegsters en politieagenten in dit land: meer vertrouwen in de professional en iets minder controlezucht.
De voorzitter:
Er is nog een vraag van mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had drie vragen gesteld over migratie, die niet helemaal zijn beantwoord, en ik had een vraag gesteld over geld voor maatschappelijke organisaties. De minister gaf aan dat hij het belangrijk vindt dat ook maatschappelijke organisaties een deel van de uitvoering doen. Ik heb de specifieke vraag gesteld of ook lobby en advocacy onderdelen zijn waarin organisaties gesteund kunnen worden.
Minister Sjoerdsma:
Excuus. Een of twee van die vragen komen nog in het blokje migratie en OS aan de orde. Ja, hierna komt er nog een klein blokje, maar ik zal deze vraag direct beantwoorden. Ik vind het zelf van groot belang dat in Nederland maatschappelijke organisaties het Nederlandse kabinet scherp kunnen houden. Ik denk dat dit goed is voor onze eigen geloofwaardigheid en voor ons beleid. Ik denk ook dat het goed is voor onze externe positie dat, als wij andere landen willen aanspreken op hoe zij omgaan met hun maatschappelijk middenveld en hun bevolking, wij dat doen vanuit zo'n positie dat zij niet kunnen zeggen: in uw eigen land doet u toch precies hetzelfde? Dat is één.
Ook op Europees niveau vind ik het, gelet op de hoeveelheid middelen en het belang van het Europees beleid, van belang dat maatschappelijke organisaties de Europese Commissie scherp kunnen houden. Ik weet ook vrijwel zeker dat de Europese Commissie dit verwelkomt, want met sommige landen hebben we gewoon ontzettend goede relaties tussen overheid en overheid, maar in andere landen is dat gewoon wat ingewikkelder en is inzet via maatschappelijke organisaties cruciaal.
De voorzitter:
Er zijn verder geen vragen. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter. Dan komen we bij het blokje Global Gateway. Mevrouw Van Ark stelde de belangrijke vraag hoe we ervoor zorgen dat de Global Gatewayprojecten vorm worden gegeven via de nationale prioriteiten van de partnerlanden. Ik denk dat dit juist een van de onderscheidende karakteristieken van de Global Gateway zou moeten zijn. Ik moet in alle eerlijkheid wel zeggen dat ik niet heel erg tevreden ben over hoe het nu gaat. Ik hoop dus dat de potentie die in het instrument zit, de volgende keer nadrukkelijker wordt benut, maar de nationale prioriteiten van partnerlanden zijn echt de basis voor deze programmering. Dat is ook essentieel, want we moeten naar die gelijkwaardige partnerschappen toe.
Mevrouw Van Ark vroeg ook hoe je garandeert dat lokale ondernemers, boeren en maatschappelijke organisaties daadwerkelijk profiteren. Ik snap ook die vraag heel goed. We borgen dit -- ik vind het zelf een wat ingewikkelde benaming -- via de 360 gradenbenadering, waarbij juist lokale boeren, ondernemers en maatschappelijke organisaties nadrukkelijk moeten worden betrokken. Die benadering is in elk project anders, omdat ook elke context anders is, maar ik denk dat de oproep van mevrouw Van Ark essentieel is. Wij doen dit zelf ook vanuit onze Dutch Diamondbenadering. Dat vind ikzelf een prachtige naam, omdat dit echt een diamant is in het internationale speelveld.
De heer Verkuijlen vroeg in dit verband of wij bereid zijn om te pleiten voor de uitsluiting van Chinese staatsbedrijven; ik sla het even helemaal plat, want hij zei het veel genuanceerder. Daar wil ik een paar dingen over zeggen. Ik zie uw punt en ik zie heel duidelijk waar u vandaan komt. Ik denk ook dat we dit heel serieus moeten bekijken. Ten tweede vind ik het van groot belang dat de Global Gateway-investeringen en -partnerschappen zich ook onderscheiden door het naleven van Europese standaarden. Dat zijn vaak ingewikkelde standaarden. Bedrijven die daaraan deelnemen, moeten ongeacht hun origine die standaarden naleven. Ten derde vinden wij het van belang dat Europese en like-minded landen in dezen voorrang krijgen, maar het vierde punt is dat helemáál uitsluiten … Er zijn ook bepaalde zaken waarin Chinese bedrijven bijna een monopolie hebben. Als je dat niet toestaat, hebben we daar weer een klein probleem. Volgens mij snap ik dus de intentie achter de vraag heel goed en snapt het kabinet die heel goed. We volgen wat de heer Verkuijlen over die route zei een heel stuk, maar we nemen misschien net iets eerder de afslag dan hijzelf zou doen. We sluiten die dus niet helemaal uit, maar zijn voor een zeer strenge opstelling.
De heer Dekker van Forum vroeg terecht hoe die Global Gateway zich nu verhoudt tot wat China doet, bijvoorbeeld het Belt and Road Initiative, en of die Global Gateway nou niet zinloos is. Ik denk dat hierbij het interessante is dat die Belt and Road inderdaad veel invloed heeft verschaft aan China, maar nu langzaamaan een beetje een molensteen lijkt te worden. De leningen die daarbij zijn uitgezet en die maar niet terugkomen, bevallen Beijing volgens mij niet goed, maar, omgekeerd, bevallen de voorwaarden van die infrastructurele investeringen niet zo goed in de landen waar het gebeurt. Wij bieden een ander model. Wij concurreren op kwaliteit en op transparantie, zonder schuldenval en met lokale meerwaarde. Ik denk dat dat niet alleen principieel maar ook geopolitiek verstandig is. Wij positioneren ons anders. Het is misschien niet meteen zo aantrekkelijk als een gratis aanbod -- "hier hebt u een weg" -- maar ik denk dat het op de langere termijn zijn vruchten af gaat werpen.
Voorzitter. Dat was de Global Gateway.
De voorzitter:
Dank u wel. Daar zijn geen vragen over. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter. Het blokje migratie en OS. Ik heb daar al wel iets over gezegd, maar ik geef meteen het antwoord aan mevrouw Kröger, die daarom vroeg. Het is van belang om niet alleen in te zetten op grensbewaking, maar bijvoorbeeld ook op de monitoring om mensenrechtenschendingen tegen te gaan. Ik denk dat het van belang is om u ervan te verzekeren dat Nederland voor migratiegerelateerde programma's in EU-verband consequent aandringt op het belang van de toetsing en monitoring van mensenrechten en dat stevige waarborgen en onafhankelijke monitoring daarvan van groot belang zijn, net zoals duidelijke procedures voor de melding van schendingen en dus ook het zo nodig opschorten van steun. Ik vermoed zomaar dat mevrouw Kröger zich over optredens in het verleden weleens heeft afgevraagd of die nou doortastend waren. Dit kabinet zal er in ieder geval op inzetten om dat optreden doortastender te maken dan we soms hebben gezien.
De heer Verkuijlen van de VVD vroeg hoe de huidige middelen worden ingezet voor migratie en hoe die inzet effectiever kan worden gemaakt. Het kabinet is voorstander van brede strategische partnerschappen tussen de Europese Unie en derde landen op basis waarvan wij onze wederzijdse belangen kunnen behartigen; dat is dan over een breed terrein, inclusief migratie, niet exclusief migratie. Ik denk dat die samenwerking breed moet zijn en dat de samenwerking, om effectief te zijn, vooral moet draaien om een meer-voor-meerdynamiek. Maar voor de negatieve kanten zijn visumafspraken en landingsrechten -- ik noemde ze net al -- de meest effectieve manieren.
De heer Verkuijlen vroeg ook of OS explicieter gelinkt moet worden aan migratiesamenwerking. Ik denk in alle eerlijkheid eigenlijk dat Nederland dat als een van de beste landen in de Europese Unie doet. Dat is ook waarom sommige landen met veel jaloezie kijken naar het werk van collega Bart van den Brink.
Er was een vraag van de heer Stoffer van de SGP over terugkeersamenwerking. Ja, de terugkeer van vertrekplichtigen is dus echt een belangrijke prioriteit van dit kabinet; overigens geldt dat ook voor mijzelf, zeg ik voor alle duidelijkheid. Ik geloof dat als je draagvlak voor ons asielsysteem wilt houden, je ervoor moet zorgen dat ons systeem effectief en menselijk is, maar dan moet je er ook voor zorgen dat mensen die hier niet mogen blijven, terugkeren. Ik denk dat je daarbij moet zoeken naar de wijze waarop je het meest effectief kan zijn. Zoals ik net ook zei, denk ik dat positieve koppelingen daarbij vaak beter werken; dat is in ieder geval mijn ervaring tot nu toe en ook wel wat ik de afgelopen jaren uit verschillende onderzoeken naar voren heb zien komen.
Dan als laatste een vraag van mevrouw Van Ark van het CDA over het koppelen van humanitaire hulp aan migratiesamenwerking of geopolitiek. Laat ik daar heel helder over zijn: humanitaire hulp is humanitaire hulp en er is geen enkele koppeling.
Voorzitter. Dat was migratie en OS.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie een vraag van de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor de beantwoording tot zover. De minister noemde net dat de landingsrechten en dat soort zaken, als hij erover gaat, effectief zijn, gelet op conditionalisering. Ik vroeg me ook even het volgende af. Ik heb dit in mijn bijdrage ook genoemd. Wat is de effectiviteit van handelsvoordelen binnen de EU? Wil de minister daar nog even op reflecteren?
Minister Sjoerdsma:
Ja, ik wil daarop reflecteren, maar ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat ik zelf minder ervaring met dit onderwerp heb. Als de heer Verkuijlen het goedvindt, kom ik daar dus graag nog even op terug in tweede termijn.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk even rond of er nog meer vragen zijn. Er zijn geen vragen meer, zie ik, hoewel mevrouw Kröger twijfelt. Zij heeft nog twee interrupties. Nee, zij gaat geen vraag stellen. Dan vervolgt de minister zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter. Dan komen we bij een groot aantal andere vragen.
De heer Bamenga vroeg naar Sudan. Laat ik daar kort over zijn, hoewel ik het onderwerp daarmee geen recht doe. Dit is een ongelofelijk tranentrekkend conflict, een dieptrieste situatie. Nederland probeert mensenrechtenschendingen tegen te gaan door het uitbreiden van sancties. Wij steunen organisaties op basis van het monitoren en documenteren van misstanden en wij zijn ook lid van de zogenaamde Atrocity Prevention Coalition in Sudan. Ook op die manier willen we straffeloosheid tegengaan. Het gaat echt om misstanden van een zeer grote orde, zeker in Darfur, niet zo lang geleden. Toen heeft de minister van Buitenlandse Zaken ook zeer sterke bewoordingen gebruikt om te duiden wat daar is gebeurd en om te kijken of we daar iets tegen kunnen doen.
De heer Bamenga vroeg ook hoe we terugkijken op de conferentie in Berlijn en wat Nederland daar heeft toegezegd. Misschien kan ik met dat laatste beginnen. Wij behoren tot de grootste donoren van Sudan. We hebben toegezegd dat we in 2026 bijna 25 miljoen euro zullen besteden aan humanitaire hulp specifiek voor Sudan zelf, via het landenfonds en via de Dutch Relief Alliance, ook een club organisaties van absolute wereldklasse. Dit komt nog boven op het feit dat het merendeel van de humanitaire bijdrage van Nederland ongeoormerkt via de VN en het Rode Kruis kan worden ingezet. Is het genoeg? Nee. Doet Nederland ontzettend veel? Ja.
De heer Bamenga vroeg ook meteen naar het risico dat de oorlog escaleert naar omliggende landen, en dat snap ik goed. Wij zijn ook bezorgd over dat risico, ook omdat door de situatie in Sudan de situatie in de Hoorn van Afrika echt verslechtert. We zien ook dat vluchtelingen, strijders en wapens zich steeds makkelijker over grenzen heen verplaatsen. Zuid-Sudan is natuurlijk zeer verweven met Sudan, en niet voor niets zien we daar problemen bij elkaar komen. We financieren als EU dus echt de humanitaire respons daar in de buurt. Tegelijkertijd staan we ook een klein beetje machteloos bij het indammen hiervan als we zien wie daar de echte spelers zijn, maar ik heb dit bijvoorbeeld wel aangekaart bij de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken tijdens mijn bezoek aan Egypte. Dat land speelt op dit moment wél echt een bemiddelende rol. Ik heb hier dus extra aandacht voor gevraagd, net als voor de humanitaire toegang voor organisaties, die daar steeds verder wordt beknot.
Tot slot hierover. Mocht het tot een staakt-het-vuren komen, dan is Nederland ook zeer actief met het uitdenken van manieren voor de monitoring en naleving daarvan. Zover zijn we nog niet, maar wij staan in ieder geval klaar. Als die situatie zich ontwikkelt, zullen we op die manier proberen een nuttige rol te spelen.
Mevrouw Van Ark vroeg naar mijn bezoek aan Save the Children in Egypte, in Caïro. Misschien kan ik daar iets langer op antwoorden. Dit betrof een Save the Childrenfaciliteit in Caïro zelf, waar met name kinderen die zelf medisch geëvacueerd waren en kinderen van medisch geëvacueerden werden opgevangen en medische steun kregen. Soms gaat het over protheses en soms over mentale steun, om een kind weer een kind te laten zijn en de oorlog een beetje uit het hoofd te krijgen, voor zover dat mogelijk is. Je zag daar ook de tekeningen, die van gifzwart weer veranderden in wat je bij kinderen hoopt te zien, namelijk kleurrijk en met lachende gezichten. Save the Children doet daar ongelofelijk goed werk, mede dankzij Nederlandse financiering. Tegelijkertijd heb ik natuurlijk ook schrijnende verhalen gehoord. Ik sprak een moeder die mee was met haar man, die beide benen was verloren en geopereerd moest worden aan zijn armen. De dochter die mee was, was blind geraakt aan een oog. Ik dacht nadat ik met haar had gepraat eigenlijk dat dat het wás, totdat ze zei: "Ik heb eigenlijk vijf kinderen. Twee daarvan zijn dood en de andere twee heb ik in Gaza achtergelaten omdat ik moest kiezen: óf met mijn zwaargehandicapte en zwaargewonde man mee, die niet meer voor mijn kind kan zorgen, óf bij die andere kinderen blijven en mijn man en mijn kind in de steek laten." Dat soort hartverscheurende verhalen laten zien wat voor nodeloos lijden daar plaatsvindt.
Voorzitter. Mevrouw Kröger, maar ook de heer Bamenga, vroeg -- dat raakt hier eigenlijk aan -- hoe wij ons inzetten om de humanitaire hulp in Gaza los te krijgen. Laat ik hier heel helder zeggen wat ik ook bij de grens heb benadrukt en wat ik ook bij mijn Israëlische counterparts zal benadrukken: "Er komt volstrekt onvoldoende hulp Gaza binnen. Dat is onacceptabel. Israël heeft een verplichting om ervoor te zorgen dat voldoende hulp Gaza binnenkomt." Ik ben door de Egyptische Rode Halve Maan rondgeleid langs producten die zijn geweigerd door de Israëlische regering. Ik snap heel goed dat de Israëlische regering geen producten naar binnen wil laten waarmee Hamas zich op enigerlei wijze zou kunnen herbewapenen -- dat is ook terecht -- maar als je ziet dat er waterpurificatiesystemen van plastic, rolstoelen, medicijnen, slaapzakken en zelfs voetballen worden geweigerd, dan weet je wel dat er iets niet klopt. Ook dat zal ik aankaarten, net als uiteraard het belang van onbelemmerde toegang voor ook de Nederlandse ngo's, wier werk ook niet mag worden belemmerd; laat ik dat hier nog een keer heel helder zeggen.
We gaan van Gaza naar de Westelijke Jordaanoever. De heer Bamenga vroeg wat de sancties tegen de gewelddadige kolonisten inhouden. Zoals eigenlijk bij al die sanctielijsten is dat het bevriezen van tegoeden en inreisverboden. Nu we een politiek akkoord hebben, gaan we ons ook inzetten om ervoor te zorgen dat deze sanctielijst formeel wordt aangenomen en zo snel mogelijk in werking treedt. Maar laat ik meteen heel helder zeggen dat het wat Nederland betreft daar niet bij blijft. Wij werken meteen aan een additioneel pakket aan sancties voor het tegengaan van de kolonisten. Het is, denk ik, in deze gitzwarte tijd echt een goede ontwikkeling dat we nu Europese eenheid zien en dat we een hele serieuze stap zetten op het gebied van sancties, maar we gaan meteen die volgende stap zetten.
De heer Verkuijlen van de VVD vroeg naar die 5 miljoen in relatie tot Hamas. Laat ik heel kort zijn: dat gaat over een VN-wederopbouwfonds. Ik kan het eigenlijk niet beter zeggen. Wat betreft screening is de VN zeer, zeer streng. Die zal ook als het gaat om het Horizonfonds zeer streng zijn op hoe dat geld ter beschikking wordt gesteld. Ik zeg ook maar meteen: de situatie is bepaald niet rijp voor wederopbouw. Voordat we dat geld überhaupt gaan uitgeven … Weet je, op dit moment is er gewoon tekort aan alles in Gaza. Ik zou het liefst zien dat de wederopbouw morgen plaatsvindt, maar de voorwaarden daarvoor zijn er op dit moment echt op geen enkele manier.
De heer Hoogeveen had nog een interessante vraag. Hij had het over … Sorry, dit rondje gaat echt een beetje over van alles en nog wat. We gaan nu van Gaza naar markttoegang. Het ging over het verbeteren van markttoegang en non-tarifaire handelsbelemmeringen voor ontwikkelingslanden. Dat is in heel veel opzichten echt een groot ding. Wij nemen als Europese Unie allemaal belangrijke maatregelen. Neem bijvoorbeeld onze koolstofmaatregelen aan de grens. Die zijn, denk ik, heel goed uit te leggen in deze geopolitieke tijd. Tegelijkertijd -- ik had drie weken geleden een consultatie met mijn Keniaanse counterpart -- om goed te begrijpen wat die inhouden en om daaraan te kunnen voldoen … Dat zijn hele grote, ingewikkelde belemmeringen. Wij als kabinet en dit ministerie proberen dan ook de informatievoorziening te verbeteren, te zorgen dat zij vraagbaken hebben waarbij ze terechtkunnen en menselijke capaciteit te trainen om daarmee om te gaan. Maar ik moet wel in alle eerlijkheid zeggen dat dat wel echt serieuze uitdagingen zijn voor sommige van deze landen. Nederland doet best veel, maar we zouden als Europese Unie echt wel meer kunnen doen, omdat je uiteindelijk wil dat handel de drijver van groei is in deze landen; dat ben ik ook zeer met de heer Hoogeveen eens.
De voorzitter:
Misschien tussendoor wat vragen. Ik zag mevrouw Kröger in ieder geval en daarna mevrouw Van Ark.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ja, ik had een vraag over Gaza en over de Westelijke Jordaanoever. Ik hoor de minister afschuw uitspreken en het hebben over de noodzaak tot meer humanitaire steun. Wat is dan concreet de inzet die Nederland heeft in de Raad om toch weer een stap te zetten om die humanitaire hulp los te krijgen? Met betrekking tot de Westbank: hoe zit het met de wetgeving die nu de kant van onze Kamer op komt over de handel in producten uit bezet gebied?
Minister Sjoerdsma:
Dat zijn zeer terechte vragen van mevrouw Kröger. Ik ga eerst in op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij loopt Nederland in veel opzichten voorop als het gaat om druk zetten. We hadden het net inderdaad over het sanctiepakket wat betreft kolonisten en de inzet voor een nieuw sanctiepakket van Nederland en de Nederlandse sanctie-eenheid; die wil ik hier ook echt noemen. Die doet ongelofelijk goed werk en is essentieel. Maar mevrouw Kröger vraagt ook terecht naar het sanctiebesluit over het weren van producten uit nederzettingen. Daar maken we veel haast mee. Ik ga hier geen datum noemen, want ik weet dat dat alleen maar teleurstelling met zich meebrengt, maar ik denk dat we dat op korte termijn met uw Kamer kunnen delen. Dat is onze inzet.
Twee dingen over Gaza. Eén: ik ga dit uiteraard opnieuw rechtstreeks met Israël opnemen. Twee: nu de kolonistensancties zijn aangenomen en nu er in Brussel meer eenheid lijkt te zijn, zal ik daar proeven hoe mijn collega's dit zien. We lopen op de onderwerpen die ik net noemde zeer voorop en we gaan hier ook alles aan doen wat we kunnen doen, maar ik ben benieuwd of er vanuit die landen nog voorstellen zijn waarbij wij kunnen aanhaken om ervoor te zorgen dat het draagvlak breder is dan alleen maar wat Nederland doet. Mochten zich daar, om het plat te zeggen, haakjes voordoen, dan ziet u dat terug in het verslag van deze RBZ.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik had nog een vraag aan de minister. De minister heeft al wat verteld over zijn indrukwekkende bezoek aan Egypte en het project van Save the Children. Ik denk dat het heel belangrijk is dat de minister met eigen ogen heeft kunnen zien wat voor goed werk daar gebeurt. Mijn vraag was ook of de minister de Kamer een brief kan toesturen over wat dit bezoek heeft gebracht en wat wij mogelijk als Nederland meer kunnen doen om de noden te verlichten die we daar zien. Ik begrijp dat Save the Children een briefing met de minister heeft gedeeld. Misschien kan de minister die daarbij betrekken.
Minister Sjoerdsma:
Dat wil ik op zich toezeggen. Ik zou dat alleen niet op heel korte termijn willen doen. Normaal gesproken zou ik zeggen: als je een verslag stuurt van een reis, dan doe je dat meteen, want anders verliest het de actualiteitswaarde. Maar op een of twee dingen die ik heb gedaan en meegemaakt tijdens die reis, wil ik heel even kauwen. Ik zal een voorbeeld geven. Ik heb daar eigenlijk de hele medevac-keten afgelopen, van de grenzen en het selecteren van mensen, via de grens naar de eerste ziekenhuisopvang in El Arish tot en met verdere opvang in Caïro. Ik heb daar vrij veel geleerd over hoe zwaar de druk op Egypte is. Egypte heeft ook weer een urgente oproep aan Nederland gedaan: help ons hiermee. Op de vraag hoe we het beste kunnen helpen, wil ik even kauwen. Ik wil niet zomaar uit de heup schieten, dus als ik mevrouw Van Ark zo mag begrijpen, zeg ik dat graag toe.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het is een herkenbaar verhaal van de minister. Ik ben ooit in Zuid-Afrika geweest. Daar heb ik met het parlement gesproken. Die hadden eigenlijk hetzelfde verhaal: het gaat ons niet eens zozeer om de tarieven en de quota, maar ook echt om de non-tarifaire belemmeringen. De VN zeggen ook dat dat tegenwoordig vaak een grotere drempel is voor zulke landen om markttoegang te hebben en in die zin economische te groeien. Mijn vraag aan de minister is of dit iets is wat al binnen Global Europe op de agenda staat. Zo nee, zou hij in Europees verband kunnen uitdragen dat het de inzet wordt van Nederland om er in EU-verband voor te zorgen dat de markttoegang voor ontwikkelingslanden niet alleen formeel op papier bestaat, maar ook praktisch uitvoerbaar wordt gemaakt?
Minister Sjoerdsma:
Ik ga daar een feitelijk antwoord op geven, en dan ga ik even met de heer Hoogeveen mee. Feitelijk denk ik dat er technische assistentie mogelijk is. Er gebeurt volgens mij bijvoorbeeld relatief veel wat betreft douanesamenwerking en het wegnemen van handelsbelemmeringen, niet alleen vanuit Nederland, maar ook Europees. Maar ik versta de heer Hoogeveen best goed: ik ga dat ook meenemen als extra aandachtspunt, omdat het toch een belangrijk onderdeel is van de inzet. Volgens mij is het namelijk iets wat telkens weer zal opkomen in alle gesprekken die ik de komende jaren mag voeren. Ik heb dan liever een bredere instrumentenkist dan een smalle.
De voorzitter:
Oké. Dat waren de antwoorden. Er zijn op dit moment geen vragen. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter. Ik doe mijn best om er voor de Kamerleden voor te zorgen dat we hier op tijd nog een tweede termijn kunnen doen.
De heer Bamenga vroeg wat Rwanda betreft om dat MoU op te schorten. Het vorige kabinet heeft daar ook meermaals toe opgeroepen. De uitvoering daarvan ligt nu stil, voor de duidelijkheid. Het is, denk ik, aan de Commissie om nu opvolging te geven aan het verzoek van Nederland en andere lidstaten tot de daadwerkelijke opschorting. Het zit in de koelkast, laat ik zeggen, maar nog niet in de vriezer.
Dan de inspanningen om Congo op de agenda te krijgen. Dat was ook een vraag van de heer Bamenga. Laat ik hier ook zeggen dat de situatie in het oosten van Congo echt schrijnend is. Die leidt niet alleen tot enorme humanitaire ellende. Die leidt tot ontheemding en tot schending van mensenrechten. We zien nu vredesbesprekingen tussen de VS en Qatar en een voorzichtige gedeeltelijke terugtrekking van M23. Mag ik het als volgt interpreteren? Als ik kijk naar de agenda van deze RBZ, laat die gewoon geen ruimte voor een heel serieuze bespreking. Ik denk dat we ook even moeten kijken wat er precies uit de voorzichtige vredesbesprekingen komt. Op het moment dat wij ruimte zien om daar vanuit Europa wel een rol te spelen, zullen wij dat meteen agenderen. Daar zal ik ook Commissaris Lahbib, die gaat over noodhulp, op attenderen als ik haar spreek.
Voorzitter. De heer Bamenga heeft een vraag gesteld over de diaspora. Ik moet meteen zeggen dat ik met hem meevoel. Een motie van zijn zijde en van collega Ceder wacht volgens mij al heel lang op uitwerking. We zullen ervoor zorgen dat die brief zo snel mogelijk komt.
Tot slot de vraag van mevrouw Kröger over SheDecides. Een paar dingen daarover. Allereerst denk ik dat ik, voor zover ik dat van mezelf mag zeggen, een fan van het allereerste uur was van wat de toenmalige minister Ploumen destijds heeft gedaan. SheDecides was toen een ongelofelijk belangrijk instrument. Het is nu ook een ongelofelijk belangrijk instrument. Ik denk niet dat onze inzet afhangt van zo'n statement. Ik denk eerder -- dat is ook mijn afdronk van het bezoek in New York -- dat als wij tegenwicht willen bieden aan datgene wat de VS, maar overigens ook andere landen, voor ogen hebben, wij een veel grotere politieke vuist moeten maken dan we tot nu toe doen bij alle VN-instellingen met onze financiële bijdragen. Dat zie ik echt als mijn opdracht. Ik zal mevrouw Kröger meteen toezeggen dat als er in de toekomst statements zijn die daarop zien, Nederland daaronder zal staan. Maar wat mij betreft is de essentie dat we de strijd voor die rechten moeten voeren op een manier die niet alleen goed klinkt, maar die ook effect sorteert. Dat is cruciaal.
Voorzitter, dat was het blokje overig.
De voorzitter:
Dank. Ik zal zo even kijken welke vragen er nog meer zijn. Misschien wil de minister nog even ingaan op wat hij zei over de diasporastrategie. Wanneer kunnen wij als Kamer de brief verwachten?
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dit is niet het antwoord dat u wil horen. Ik moet hier "zo snel mogelijk" zeggen, omdat ik de collega's ook niet iets wil aandoen dat ze niet waar kunnen maken. Dat leidt namelijk tot veel werk aan die kant en tot teleurstelling aan uw kant. Ik heb u gezegd dat dat er al te lang ligt en dat we daar met grote haast mee bezig zijn. Mocht ik het wel op korte termijn weten, dan krijgt u dat terug in het verslag van de RBZ/OS, zodat u daar ook een termijn voor heeft.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de toezegging van de minister dat, als er nogmaals zo'n statement komt, Nederland daar wel onder staat. Het is een lijstje met daarin België, Duitsland, Zweden, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Dit zijn gewoon landen waar wij tussen horen te staan. Mijn vraag blijft de volgende. Het statement was van 2 maart. Wat is er gebeurd in de besluitvorming en de afweging waardoor wij hier niet gewoon onder staan?
Minister Sjoerdsma:
Ik heb net voor mevrouw Kröger geschetst hoe ongelofelijk belangrijk ikzelf en het hele kabinet SheDecides en alles wat daaronder ligt, vinden. In alle eerlijkheid, als je kijkt naar het statement en de manier waarop dat is verwoord, weet ik niet helemaal zeker of dat leidt tot wat ik beoog, namelijk: effectief opkomen voor waar SheDecides voor staat. Ik snap dat mevrouw Kröger dat teleurstellend vindt. Ik vind het zelf in zekere zin ook teleurstellend, omdat ik het cruciaal vind dat de landen die hiervoor staan -- dat zegt mevrouw Kröger terecht -- in grote gezamenlijkheid blijven optrekken. Ik vind dus ook dat die landen die dit hebben ondertekend, en overigens en breder gezelschap, en Nederland bij elkaar horen. Dat hier eenmalig de wissels misschien net iets uit elkaar liepen, moeten we volgens mij niet al te groot duiden. Volgens mij zijn we het er voor het allergrootste deel mee eens. Ik zie het ook als mijn opdracht, zeker in de aanloop naar september, om dit politiek, met al het gewicht dat Nederland heeft, te agenderen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond of er nog vragen zijn. Nee. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister Sjoerdsma:
De minister was aan het einde van zijn beantwoording gekomen.
De voorzitter:
De minister was aan het einde van zijn termijn. Dat betekent dat we met de tweede termijn kunnen starten. Dan is mevrouw Van Ark de eerste die het woord kan voeren. Volgens mij hebben we 1 minuut en 20 seconden de tijd.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor de antwoorden. Het is goed om de brief over zijn bezoek aan Egypte te ontvangen. De zorgen die wij hadden over het nieuwe instrument heeft de minister al weggenomen in de zin dat humanitaire hulp nooit mag worden ingezet als politiek drukmiddel. Dat is voor onze fractie belangrijk.
Dank u wel; daar wil ik het graag bij laten.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Volgens mij heeft de minister een toezegging gedaan naar aanleiding van mijn kritiek op het plan om eurobonds de komende kabinetsperiode mee te nemen in het MFK. Zo parafraseer ik het even. Als dat zo is, scheelt dat morgen ook weer een motie bij het tweeminutendebat. Ik had overigens plenair al doorgegeven dat dit eraan komt.
Nogmaals dank voor de beantwoording. Het is goed dat het kabinet in de lijn handelt die is uitgezet in het coalitieakkoord, namelijk dat we willen inzetten op een slagvaardige Europese Unie, en niet meegaan in het voorstel van de Europese Commissie inzake 2.000 miljard voor het MFK. Het Europees Parlement maakt het nog een stukje erger, met 2.200 miljard. Het is echt belangrijk dat Nederland daar in de Raad tegenwicht tegen gaat bieden. Dat begint dus bij dit soort onderwerpen: Global Europe 200 miljard, Oekraïne 100 miljard. Het is echt van belang dat Nederland hierin een vuist maakt en coalitiepartners zoekt om oppositie te voeren. Laten we ook vooral het principe handhaven dat de minister net ook noemde, namelijk dat handel toch echt het sterkste wapen is voor economische groei en om ervoor te zorgen dat landen meedraaien. Het gaat erom dat we daar voor Nederland nieuwe kansen zien. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel meneer Hoogeveen. Dan is nu het woord aan de heer Verkuijlen.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank, voorzitter. Ook ik wil de minister danken voor de beantwoording van de vragen. Het is goed dat de minister gemotiveerd is om echt te kijken naar de effectiviteit van de maatregelen die wij vanuit Nederland inzetten in de volledige breedte.
Wij hadden het over het inzetten van de zaden en de innovaties in de landbouw. De minister sprak even heel kort over een onderzoek dat daarbij hoort. Misschien kan hij in tweede termijn zeggen wanneer we dat kunnen verwachten. Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Stoffer.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ook van mijn zijde dank aan de minister voor de beantwoording. Naar aanleiding daarvan kwamen bij mij nog twee dingen naar boven. Op mijn vraag in hoeverre dit kabinet een koppeling ziet tussen de terugkeersamenwerking en het Europese ontwikkelingsbeleid refereert de minister aan onderzoeken en ook aan positieve prikkels. Zou hij daar nog iets over kunnen zeggen? Welke onderzoeken betreft dat? Aan welke positieve prikkels denkt hij?
Dan een andere vraag die bij me opkwam naar aanleiding van een stukje beantwoording, niet van mijn eigen vragen maar van die van collega's. De SGP zit natuurlijk heel anders in sancties richting Israël, vanuit welke gebieden dan ook. Zou de minister als minister van Handel misschien kunnen aangeven waar we het dan over hebben? Wat voor handel raakt dat dadelijk, als die sancties worden ingevoerd? Over dat opzeggen van het associatieverdrag voor wat betreft handel: wat betekent dat? Heeft dat ook nog gevolgen voor onze veiligheid? We zijn namelijk, voor zover ik dat in het verleden telkens terugkreeg, best afhankelijk van leveranties uit Israël. Betekent dat ook nog iets voor ons?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Dekker.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. Ik heb hier niet zo gek veel aan toe te voegen. Het was een bevredigende beantwoording van de vragen. Van mijn kant is er de hoop dat de minister namens het kabinet een verstandig tegenwicht blijft bieden tegen een al te grote spendingdrang van de Europese Unie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik denk dat het in deze tijd ongelofelijk belangrijk is dat we investeren in internationale samenwerking. Ik vind het ook belangrijk dat Nederland echt achter die 200 miljard gaat staan, en ook achter het geld dat voor de noodhulp gealloceerd is.
Ik ben blij met de toezegging dat Nederland zich in gaat zetten voor die targets op gender en klimaatfinanciering. Ik maak me zorgen over migratie en over hoe hard die garanties zijn. De minister hint er een beetje op dat het in het verleden niet goed gegaan is met mensenrechten. Ik ben benieuwd of hij daar iets meer over kan zeggen, en over hoe hij denkt dat dat nu dan anders wordt.
Met betrekking tot Gaza: die noodhulp is zo ongelofelijk hard nodig. Ik lees heel graag terug in het verslag hoe de minister zich daar hard voor heeft gemaakt. Ik hoop dat hij openstaat voor binnen Europa kijken naar zo'n wederopbouwfonds en hoe we dat vorm kunnen geven.
Ten slotte. Nederland hoort onder de volgende SheDecides-statement te staan. Daar horen wij namelijk bij; dat is onze coalitie.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ben ik zelf eigenlijk aan de beurt, maar dan wil ik graag mevrouw Van Ark vragen of zij het voorzitterschap wil overnemen.
Voorzitter: Van Ark
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik kijk in ieder geval uit naar een aantal zaken die betrekking hebben op Congo, op Sudan en ook op de diasporastrategiemotie we inderdaad al eerder hebben ingediend.
Ik had zelf nog één opmerking en één vraag. Sinds 2005 loopt er bij het Internationaal Strafhof een onderzoek naar Darfur. Dat heeft te maken met de oorlogsmisdaden. Die oorlogsmisdaden vinden echter inmiddels plaats in heel Sudan. Is de minister bereid om zich in Europees verband in te zetten voor bredere internationale inzet op verantwoording voor deze misdrijven?
De voorzitter:
Ik geef het woord weer over aan de voorzitter.
Voorzitter: Bamenga
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de minister. Hoeveel tijd heeft hij nodig vóór de beantwoording?
Minister Sjoerdsma:
We gaan het gewoon eens proberen.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we meteen door.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank aan de Kamerleden voor de vragen. Dank ook voor hun geduld met mijn staccato beantwoording van hun stevige vragen uit de eerste termijn. Ik kan dus niet iedereen helemaal in alle nuance rechtdoen, maar ik hoop het zo goed mogelijk te hebben gedaan. Dank ook voor de brede steun die ik proef, in ieder geval voor het belang van de Europese Unie als speler in deze tijden, en voor de steun voor het zien van het intrinsieke en strategische belang van ontwikkelingssamenwerking. Dat is intrinsiek in de zin van armoedebestrijding en strategisch in de zin dat het ook echt gaat over onze positionering in deze wereld. Ik heb bij u allen ook het belang geproefd van een grotere impact. Dat is wat ik versta onder een meer politieke rol, een meer politieke OS.
Met een aantal van u heb ik gewisseld, al ben ik niet een groot fan van percentages, dat we het eens zijn over de percentages met betrekking tot ODA, klimaat en gender. Dat geldt denk ik ook voor het belang van het feit dat dit instrument onze materiële en immateriële belangen moet borgen. Met dat laatste bedoel ik onze waarden.
Ik loop de vragen nog even af. Mevrouw Van Ark refereerde nog aan de brief over Egypte. Daar hebben we een afspraak over, denk ik.
De heer Hoogeveen was helder over zijn visie op het MFK. We zullen daar in juni een visie van het kabinet tegenover stellen. Of misschien stellen we die er niet tegenover, maar in ieder geval ernaast; laat ik het zo zeggen.
Verkuijlen van de VVD had het over zaden. Ik heb daar natuurlijk iets over gezegd. Ik weet niet of ik er nu al heel veel meer over te zeggen heb. "Onderzoek" klinkt een beetje alsof we een wetenschappelijke scriptie gaan schrijven. Intern heb ik gevraagd om alle opties die wij hebben, die Nederland heeft, in kaart te brengen. Welk handelingsperspectief hebben we nu om om te gaan met de wat langeretermijngevolgen van deze grote crisis? Een van die opties was als volgt. Wij hebben een unieke capaciteit. Ik ben nu specifiek aan het bekijken of het kan, in welke landen het kan, onder welke voorwaarden het kan, dat soort zaken. Daar kan ik nu niet van zeggen: oké, dat komt met deze en deze voetnoten naar de Kamer. Maar als we dit gaan doen, dan zal de Kamer uiteraard worden ingelicht dat we dit gaan doen. Ik proef wat enthousiasme bij de heer Verkuijlen voor dit plan, dus dat nemen we mee als een steun in de rug.
De heer Stoffer had het over de sancties met betrekking tot Israël. Misschien even heel specifiek en voor de duidelijkheid: als het gaat over de handel en de nationale wetgeving, dan betreft dat producten uit de nederzettingen. Dat is een heldere afbakening. Op dit moment gaat het dus niet om diensten. Daar is nog geen juridische haak voor. Maar het gaat wel om producten. Dus producten uit nederzettingen zullen daaronder vallen. Als het gaat over de persoonsgerichte sancties, dan gaat het uiteraard meer over reisverboden en het beslag leggen op goederen. Dan gaat het er dus over dat mensen niet meer de Europese Unie in mogen komen of dat als zij hier tegoeden hebben, die bevroren worden. Tot slot denk ik dat ik de gelegde relatie tussen het associatieakkoord en onze veiligheid moet doorverwijzen naar Defensie. Die relatie zie ik in alle eerlijkheid niet meteen. Maar als u daar zorgen over heeft, denk ik dat het het beste is om die even met de minister van Defensie op te nemen.
De heer Stoffer (SGP):
Dat laatste zullen we doen. Dank daarvoor. De minister zal het wellicht niet paraat hebben -- dan mag het wat mij betreft ook best later -- maar zou hij wat betreft die producten enig inzicht kunnen geven in waar we het over hebben? Ik heb er namelijk geen enkel beeld bij over welke producten we het hebben, wat bijvoorbeeld de hoeveelheden zijn en hoe dat een handelsbalans zou kunnen raken.
Minister Sjoerdsma:
Dat is een terechte vraag van de heer Stoffer. Ik zou daar nu iets over kunnen zeggen, omdat ik een beetje weet welke producten het betreft. Het gaat dan over bepaalde landbouwproducten, bijvoorbeeld olijfolie, of Dode Zee-cosmetica. Ik denk dat het belangrijker is dat als dit besluit richting uw Kamer komt, dat punt ook helder belicht wordt in de communicatie met uw Kamer. Ik denk dat u zich daar geen zorgen over hoeft te maken. Die reikwijdte zal helder worden gedefinieerd in die brief en in het besluit.
De heer Stoffer vroeg tot slot ook nog naar studies naar de koppeling. Onder andere de OESO heeft daar zeer serieuze studies naar gedaan. Er zijn ook studies waar ik in alle eerlijkheid van moet zeggen dat die echt wel lang geleden zijn. In mijn beginperiode als Kamerlid hebben die best wel indruk op mij gemaakt. Dat was ergens in 2013, dus dat moet ik zelf ook weer even opzoeken. Toen hadden we nog sectorale begrotingssteun. Toen ging de discussie ook zeer over de vraag of we die begrotingssteun nou niet op een negatieve manier konden inzetten om landen te bewegen. Echt al het onderzoek dat toen is gedaan, was … Ik wil er niet bagatelliserend over doen, maar van die paar miljoen denken die landen dan: ja, jongens, als je zo met ons wil omgaan, laat het dan maar zitten. Terwijl een positieve manier -- om Egypte nog maar eens op te halen -- waarbij je serieuze gezamenlijke verantwoordelijkheid neemt voor de opvang van vluchtelingen, gewoon betekent dat zij ook hun verantwoordelijkheid om terug te nemen serieuzer nemen. Dat betekent ook dat wij een positie hebben om bijvoorbeeld te praten over misstanden in het Egyptische asielsysteem. Dat zie ik echt als een win-winsituatie, waarin er opeens heel veel mogelijk is. Soms klinkt het veel stoerder om te zeggen: dan stoppen we ermee. Ik snap dat sentiment ook, maar ik denk dat als je effectief wil zijn, je het net andersom moet doen.
De heer Dekker: duidelijk.
Mevrouw Kröger vroeg naar het wederopbouwfonds. Ja, die constructieve houding mag zij van ons verwachten. De andere opmerking van mevrouw Kröger heb ik overigens goed gehoord.
De heer Bamenga vroeg naar Darfur en het ICC. Laat ik het zo zeggen: de misstanden zijn zo groot en hebben zo'n verschrikkelijk karakter dat daar bijna het label van de ernstigste misdaad op deze wereld bij past, kijkende naar wat er bijvoorbeeld in de buurt van Al-Fashir is gebeurd. Alles wat wij kunnen doen om niet alleen het Strafhof te ondersteunen, maar ook om breder gezien straffeloosheid tegen te gaan, zullen wij doen. Dat zeg ik ook met een kleine persoonlijke noot. Ik heb daar vaak gewerkt, net nadat daar de vorige genocide plaatsvond. De cyclus van geweld die daar is, is echt in heel veel opzichten van een tragiek en tergendheid die zijn weerga niet kent.
Tot zover, voorzitter. Veel dank.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had nog een vraag gesteld over de zorgen met betrekking tot migratie en Europese financiering in bijvoorbeeld grenswacht et cetera. Ik vroeg hoe dat gepaard kan gaan met mensenrechtenschendingen. Toen hintte de minister erop dat dat in het verleden weleens was misgegaan en dat hij daar kennelijk lessen uit trekt. Ik ben dus eigenlijk wel benieuwd welke lessen hij daar dan uit trekt en hoe hij die meeneemt naar Europa. Er zijn namelijk best wel wat krachten in Europa die alleen maar geld willen stoppen in grensbewaking en in de praktijk gaat daar behoorlijk wat mis.
Minister Sjoerdsma:
Dat is een terechte vraag. Ik zeg dit een beetje met het risico dat ik te veel praat vanuit ervaringen uit het verleden, maar we hebben bijvoorbeeld gezien op welke wijze er in Libië door de Libische kustwacht werd omgegaan -- ik ben in alle eerlijkheid niet heel goed up-to-date over de situatie nu -- met vluchtelingen, met ondersteuning van de Europese Unie. Ik denk dat je daar wel lessen uit kan trekken. Ik denk dat het volgende het belangrijkste deel van die lessen is, los van wat ik al tegen mevrouw Kröger heb gezegd, namelijk dat mensenrechten en goede monitoring van dit soort maatregelen ervoor zorgen dat er geen misstanden plaatsvinden. Het belangrijkste deel is dat wij partnerschappen hebben met de landen die voorkomen dat mensen zo wanhopig zijn dat ze die reis aangaan. Dat betekent dus ook dat de opvang in die landen … Ze hebben vaak veel meer te verduren dan Nederland.
Tot slot is het misschien van belang om te vermelden dat opvang in de regio in algemene zin beter is voor vluchtelingen. Nederland doet daarin ook veel. Tegelijkertijd bekruipt me soms het gevoel dat hier het debat wordt gevoerd alsof er heel weinig gebeurt wat betreft opvang in de regio. Kijk naar landen als Libanon, waar bijna een kwart van de mensen vluchteling is, en Egypte, waar meer dan een miljoen mensen worden opgevangen. Dat is echt enorm. Ik vind het dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanuit Nederland en vanuit de Europese Unie om er met die landen voor te zorgen dat de opvang zodanig is dat mensen niet verder willen gaan. Ook dat vind ik misschien nog wel een extra opdracht voor ons. Dat is misschien wel voorbij de vraag van mevrouw Kröger. Het gaat niet alleen om de monitoring, maar we moeten er ook voor zorgen dat er iets gedaan wordt aan de oorzaken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we bijna aan het einde gekomen. Ik zal u nog eventjes een aantal toezeggingen meegeven. Door het lid Hoogeveen van JA21 is er een vooraankondiging gedaan voor een tweeminutendebat. Dat debat is net bevestigd. Het tweeminutendebat staat gepland voor morgen om 14.45 uur. Er zijn vier toezeggingen.
- De minister zegt toe in het verslag van de RBZ Ontwikkeling terug te komen op wat Nederland en de EU kunnen doen om de negatieve gevolgen van de Iranoorlog voor ontwikkelingslanden te beperken en op hoe de noodhulp in Gaza kan worden verbeterd. Dat is een toezegging aan mevrouw Kröger.
- De minister zegt toe in de brief over de Nederlandse inzet voor het MFK, die in juni aan de Kamer wordt gezonden, terug te komen op de kritiek op de voorgestelde Oekraïnereserve. Dat is een toezegging aan de heer Hoogeveen.
- De minister zegt toe een verslag aan de Kamer te sturen van zijn werkbezoek aan Egypte en daarin in te gaan op wat Nederland kan doen om de noden te verlichten en op de briefing die hij heeft gehad van Save the Children. Dat is een toezegging aan mevrouw Van Ark.
- De minister zegt toe de Kamer zo snel mogelijk per brief te informeren over de diasporastrategie en de Kamer in het verslag van de RBZ Ontwikkeling te informeren over de precieze termijn. Dat is een toezegging aan de heer Bamenga.
Klopt dat allemaal?
Minister Sjoerdsma:
Ik heb één kleine nuancering, voorzitter. De toezegging met betrekking tot het verzoek van de heer Hoogeveen zou ik iets algemener willen formuleren. In die zin zullen we wat betreft het MFK natuurlijk de visie van het kabinet neerzetten aangaande de financiering voor Oekraïne en hoe de Commissie die ziet. Mocht die afwijken van de visie van de heer Hoogeveen, dan zal hij zelf conclusies trekken over de vraag waar we staan. We zullen in de brief niet bij voorbaat ingaan op zijn kritiek. Dat is de kleine nuancering.
De voorzitter:
Dat was een kleine nuancering, maar ik zie de heer Hoogeveen wel knikken. Hij is akkoord.
Dan wil ik alle Kamerleden bedanken. Ik wil ook de minister bedanken. Ik sluit hierbij de vergadering.
Sluiting 20.30 uur.