Ontwikkelingen in de brandweerzorg, crisisbeheersing en het meldkamerdomein
Veiligheidsregio's
Brief regering
Nummer: 2026D22835, datum: 2026-05-18, bijgewerkt: 2026-05-21 13:59, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Regeling erkenning en aanspraken PTSS en beroepsziekte
- Beslisnota bij Kamerbrief Ontwikkelingen in de brandweerzorg, crisisbeheersing en het meldkamerdomein
Onderdeel van kamerstukdossier 29517 -275 Veiligheidsregio's.
Onderdeel van zaak 2026Z10157:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-10 18:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-03 14:30 ⇒ Geagendeerd voor het commissiedebat over nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing op 10 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-20 14:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-20 14:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-06-10 18:00: Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
29517 Veiligheidsregio’s
25124 Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)
Nr. 275 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de ontwikkelingen in de brandweerzorg, crisisbeheersing en het meldkamerdomein. Hierbij ga ik o.a. in op een aantal moties en toezeggingen.
In deze ambtsperiode zet ik mij, mede vanuit de nationale Veiligheidsstrategie, onverminderd in voor een robuust stelsel van brandweerzorg, crisisbeheersing en meldkamers. Dit is noodzakelijk om hulpverleners en meldkamerpersoneel in staat te stellen hun werk onder alle omstandigheden goed en veilig uit te voeren. Zij staan 24/7 klaar voor onze veiligheid en vormen daarmee de belangrijkste schakel in de brandweerzorg, crisisbeheersing en het meldkamerdomein. Tijdens mijn werkbezoeken aan o.a. een natuurbrandbestrijdingsoefening en een meldkamer bij het testen van de noodcommunicatievoorziening heb ik gezien met welke toewijding ook deze professionals zich inzetten voor het veilig houden van Nederland. Dit bleek ook eind april toen Nederland werd geconfronteerd met een periode waarin veel grote natuurbranden zich voordeden. Ik heb uw Kamer separaat geïnformeerd over (de voorbereiding op) deze branden, de brandbestrijding en de crisisbeheersing1.
In deze brief ga ik in op de volgende ontwikkelingen: het dekkingsplan bovenregionale brandweerzorg, de landelijke regeling PTSS brandweer, de position paper VBV Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, lopende onderzoeken en gesprekken over brandweerpersoneel, de vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX), de voortgang op aanbevelingen meldkamers bij Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag, P2000, de Reddingsbrigade, Weerbaarheid, de BDuR, de Landelijke Agenda Crisisbeheersing, ontwikkelingen inzake alerteren, ontwikkelingen inzake Noodcommunicatievoorziening (NCV) en een stand van zaken wetgevingstraject aanpassing Wet veiligheidsregio’s en de Veiligheidswet BES.
Brandweerzorg
Zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 25 november 20252 ben ik samen met het Veiligheidsberaad de bovenregionale brandweerzorg in drie stappen aan het verbeteren. Hierbij informeer ik u over de voortgang.
Onder leiding van mijn ministerie wordt met de veiligheidsregio’s gewerkt aan een bovenregionale risicoanalyse (hierna: risicoanalyse) voor brandweerzorg in aanvulling op de bestaande regionale (brand)risicoprofielen. Het doel van deze risicoanalyse is om een actueel inzicht te krijgen in de landelijke opgave van de brandweer bij grootschalige en gelijktijdige incidenten. In deze risicoanalyse worden landelijke risico’s in kaart gebracht waarbij potentieel een grootschalig en langdurig beroep op de brandweerzorg wordt gedaan. Uitgangspunt en kader hierbij is de Rijksbrede Risico-analyse (RbRa)3. In 2026 wordt een viertal scenario’s in kaart gebracht, namelijk: overstroming rivier, gelijktijdige natuurbranden, falen opslagtank ammoniak en treinramp met gaswolkbrand (met instortingen als gevolg). Deze scenario’s raken direct aan de vier basistaken van de brandweer en kunnen daarmee ook richting geven aan de overkoepelende opgave voor de brandweer bij grootschalig optreden. De genoemde risico’s zullen in het Veiligheidsberaad in juni 2026 worden besproken. Hierbij is belangrijk op te merken dat geen garanties kunnen worden gegeven voor volledige veiligheid. Er zal een gezamenlijk besluit genomen moeten worden ten aanzien van de voorbereiding van de brandweerzorg op grootschalige en bijzondere risico’s. In 2027 zullen nog meer risico’s worden toegevoegd aan de risicoanalyse.
Parallel aan de risicoanalyse wordt door de veiligheidsregio’s gewerkt aan een nulmeting van de landelijke slagkracht van de brandweer voor grootschalig optreden. Dit wordt gedaan op basis van de landelijke visie van de Grootschalig Brandweeroptreden/Specialistisch Optreden (hierna: GBO-SO). Deze nulmeting wordt in juni 2026 voorgelegd aan het Veiligheidsberaad. Naast de nulmeting wordt er door de veiligheidsregio’s ook een voorstel voor een coördinatiemechanisme uitgewerkt om bij grote incidenten gezamenlijk de landelijk beschikbare brandweercapaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten.
Het bovenstaande overziend is de verwachting dat dit najaar duidelijk wordt wat de landelijke opgave is voor de brandweer. Indien blijkt dat de opgave voor de brandweer zich niet goed verhoudt tot het huidige vermogen van de brandweer om grootschalige incidenten te bestrijden, kunnen de besturen van de veiligheidsregio’s en ikzelf als stelselverantwoordelijke keuzes maken waar eventueel bijstelling of extra inspanning noodzakelijk is. Daarbij is goed om te benadrukken dat nooit alle risico’s kunnen worden afgedekt en dat we bestuurlijk altijd zullen moeten besluiten om bepaalde risico’s te accepteren. Daarmee wordt invulling gegeven aan de aanbeveling van de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: IJenV) dat duidelijk moet worden welke (maatgevende) scenario’s de veiligheidsregio’s alleen en in gezamenlijkheid tenminste moeten kunnen beheersen.
IJenV heeft voorts geadviseerd te komen tot een bindend nationaal wettelijk kader voor bovenregionale brandweerzorg, waarmee naar alle betrokkenen duidelijkheid moet ontstaan over taken en verantwoordelijkheden. Hiervoor dienen eerst inhoudelijke en organisatorische vraagstukken te worden besproken om inzicht te krijgen in de bovenregionale risico’s en de mate waarin en wijze waarop deze risico’s worden geaccepteerd en/of beheerst. Daarna volgt eventueel het juridisch proces voor een bindend nationaal wettelijk kader. Ik informeer uw Kamer medio 2027 over de voortgang.
Landelijke regeling PTSS brandweer in werking getreden per 1 februari 2026
In de brief van 3 oktober 20254 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer laten weten dat de 25 veiligheidsregio’s als werkgevers gezamenlijk zijn gekomen tot een gemeenschappelijke aanpak voor ondersteuning en begeleiding van medewerkers bij mentale klachten van Posttraumatische Stressstoornis (hierna: PTSS). Hiermee wordt door de 25 veiligheidsregio’s een consistente aanpak nagestreefd.
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’ die, met instemming van alle algemeen besturen veiligheidsregio’s, per 1 februari 2026 in werking is getreden. Zoals toegezegd5 deel ik bijgaand deze Regeling6 met uw Kamer. Hiermee doe ik deze toezegging af.
De veiligheidsregio’s hebben aangegeven dat deze regeling niet op zichzelf staat, maar onderdeel uitmaakt van een breder pakket aan maatregelen. Een voorbeeld hiervan is de aandacht voor PTSS in opleidingen. Dat vind ik een mooie ontwikkeling. Goede zorg voor brandweermensen die zich dagelijks inzetten voor de veiligheid in Nederland moet voorop staan. Daarom blijf ik ontwikkelingen op dit vlak volgen en zal waar nodig hiervoor aandacht vragen van het Veiligheidsberaad.
Position paper Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers
Op uw verzoek reageer ik op het position paper coalitieakkoord7 d.d. 23 februari 2026 van De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (hierna: VBV).
Allereerst onderstreep ik dat de brandweerzorg zowel voorbereid moet zijn op kleinschalige als grootschalige en bijzondere risico’s. Dit doel is opgenomen in de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg8 en wordt ook onderschreven door het Veiligheidsberaad. Tegelijk geldt dat volledige veiligheid niet kan worden gegarandeerd en een gezamenlijk besluit genomen zal moeten worden ten aanzien van de voorbereiding van de brandweerzorg op grootschalige en bijzondere risico’s waarvan de VBV er een aantal noemt in haar position paper.
Hiervoor wordt door mijn ministerie een nieuw landelijk instrument geïntroduceerd: het landelijk dekkingsplan brandweerzorg. Hiermee wordt op basis van landelijke risico’s en beschikbare mensen en middelen van de 25 veiligheidsregio’s dit najaar een bestuurlijk besluit genomen over acceptatie van risico’s en eventuele investeringen in mensen en middelen. Hierna zal normering moeten plaatsvinden, waarover ik mij graag laat adviseren door de veiligheidsregio’s. Ik zal de waardevolle suggesties uit het position paper betrekken bij de uitwerking van het landelijk dekkingsplan brandweerzorg.
Ik dank de VBV voor haar haar constructieve position paper en haar waardevolle suggesties. Ik neem deze mee bij de uitwerking van het landelijk dekkingsplan brandweerzorg.
Onderzoeken en gesprekken over brandweerpersoneel
Voortgang herzien preventief medisch onderzoek
De motie van het lid van Van Nispen (SP)9 verzoekt de regering in overleg te treden met de veiligheidsregio’s en Brandweer Nederland om het Preventief Medisch Onderzoek te herzien. De veiligheidsregio Drenthe heeft hier onderzoek naar laten doen, dat op 17 april 2026 is gepubliceerd10. De veiligheidsregio’s zullen zich over de uitkomsten van dit onderzoek beraden. Hierna zal ik uw Kamer nader informeren.
Onderzoek naar onnodige overhead binnen de brandweer
De motie van het lid Wijen-Nass vraagt om een onderzoek naar de onnodige overhead binnen de brandweer. In de brief over de impact van bezuinigingen op de veiligheidsregio’s11 d.d. 6 februari 2025 heeft het Veiligheidsberaad aangegeven geen mogelijkheden te zien voor bezuiniging op overhead binnen de veiligheidsregio’s. Daarmee wordt de motie van het lid Wijnen-Nas12 afgedaan.
Vrijwilligers bij de brandweer
Tijdens het debat van 24 juni 2024 is door mijn ambtsvoorganger toegezegd13 om terug te komen op maatregelen die de veiligheidsregio’s hebben genomen om meer vrouwelijke vrijwilligers bij de brandweer aan te trekken. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) heeft uitvoerig onderzoek uitgevoerd naar vrijwilligheid bij de brandweer14. De resultaten zijn te vinden op de website. De veiligheidsregio’s kunnen gebruik maken van deze tools om eventueel het personeelsbeleid op aan te passen.
Daarnaast heeft mijn ambtsvoorganger in het debat van d.d. 19 februari 2025 uw Kamer toegezegd om, nadat de veiligheidsregio’s zijn geraadpleegd, uw Kamer te informeren over de terugloop van de vrijwillige brandweer in de regio’s15. De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten het signaal met betrekking tot het dreigend tekort van (beroeps-) brandweermensen te herkennen en serieus te nemen. Tegelijkertijd zien we dat in sommige regio’s geen tekorten zijn. Ik blijf hierover in gesprek met de veiligheidsregio’s en stimuleer hen om ook met elkaar in gesprek te gaan. Tezamen met de veiligheidsregio’s blijf ik mij inzetten voor voldoende vrijwillig brandweerpersoneel. Hiermee doe ik de toezegging af.
Duurzame inzetbaarheid brandweermedewerkers
In 2022 is de Universiteit Maastricht gestart met een onderzoek16 naar de duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting wordt dit onderzoek dit jaar afgerond waarna ik uw Kamer informeer over de resultaten.
Brandweerkencijfers
Over de doorontwikkeling en verdere verbreding brandweer kerncijfers blijf ik met de veiligheidsregio’s, het NIPV en andere betrokken partijen in gesprek. De motie van mevrouw Mutluer en de heer van Nispen17 wordt in deze gesprekken meegenomen. Mijn streven is om uw Kamer medio 2027 uitgebreider mee te nemen in ontwikkelingen op dit thema, nadat ik hier met de voorzitters veiligheidsregio’s gezamenlijk verder over heb gesproken.
Arbeidsomstandigheden van brandweermedewerkers
Mijn ambtsvoorganger heeft de Kamer toegezegd18 schriftelijk terug te komen op de vragen over arbeidsomstandigheden van de brandweermensen, namelijk over de totstandkoming van de arbocatalogus en het kenniscentrum. Er is inmiddels een adviescommissie arbeidsveiligheid opgericht. Daarmee zijn de veiligheidsregio’s en de vakbonden periodiek in gesprek over de arbeidsomstandigheden van brandweermensen. Daarmee doe ik deze toezegging af.
Meldkamers
Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX)
De afgelopen twee jaar heeft de kwartiermakersorganisatie VMX gewerkt aan een stevig fundament voor de toekomstige missiekritische voorziening. Samen met de betrokken hulpdiensten en mijn ministerie is gekomen tot een breed gedragen visie op de vernieuwing van de missiekritische communicatie, zoals eerder ook door het Adviescollege ICT-toetsing is aanbevolen19.
Door het afronden van deze aanbevelingen is per januari 2026 de kwartiermakersfase overgegaan naar de ontwerpfase. Hiermee komt er een splitsing in uitvoering en beleid. Vanuit deze nieuwe taakverdeling krijgt een aantal activiteiten die werden uitgevoerd door de kwartiermakersorganisatie VMX een plek binnen de uitvoering bij de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) en een aantal binnen een beleidsdirectie van mijn ministerie. Samen met de LMS is een voorstel opgesteld voor de inrichting van de governance van VMX gedurende de ontwerpfase. Per januari 2026 wordt de governance van het meldkamerdomein gebruikt om de VMX-voorstellen in de besluitvorming te brengen.
De afgelopen tijd is een model opgesteld om de uitvoering van de nieuwe missiekritische communicatievoorziening VMX mee te starten. Dit wordt momenteel getoetst bij de verschillende betrokken partijen. In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Op dit moment is mijn ministerie, met deze kennis, dit model aan het doorrekenen en de consequenties in kaart aan het brengen.
Ondertussen zet ik – waar technisch en organisatorisch mogelijk- onverwijld in op de continuïteit van de C2000 dienstverlening, zodat de hulpverleners en de centralisten op de meldkamers blijven beschikken over een robuuste communicatievoorziening voor de uitoefening van hun functies bij het helpen van de burger in nood.
Voortgang op aanbevelingen meldkamers bij Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag
In de gewijzigde motie van de leden Eerdmans en Mutluer20 wordt verzocht te onderzoeken hoe de ggz een vaste plek kan krijgen in de meldkamer van de politie. Daarnaast wordt in de motie van de leden van Nispen en Mutluer21 verzocht te komen tot concrete voorstellen voor betere triage.
Deze moties worden uitgevoerd, zoals reeds gemeld in de voortgangsrapportage van de voortgangsbrief Aanpak Verwarde Personen en Onbegrepen Gedrag d.d. 11 december 202522. Het gevraagde onderzoek naar de inzet van de ggz in de meldkamer is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat een structurele aanwezigheid van de ggz op de meldkamer op dit moment niet doelmatig en uitvoerbaar is, mede gezien de beperkte capaciteit en het feit dat beoordeling van potentieel risicovolle situaties veelal fysieke inzet ter plaatse vereist.
Het past niet bij de taak van de politie om de ernst en achtergrond van een situatie met een persoon met verward of onbegrepen gedrag goed in te schatten. Daarvoor is de politie niet opgeleid. Daarom wordt ingezet op versterking van de triage via de ontwikkeling van zorgcoördinatie. Binnen de lopende pilots voor de inrichting van zorgcoördinatie wordt gewerkt aan verbeterde uitvraag en triage, waarbij meldingen beter worden beoordeeld en waar mogelijk direct de juiste zorgprofessional wordt ingezet, al dan niet in combinatie met politie.
Hiermee wordt invulling gegeven aan beide moties namelijk door een bredere en effectievere inrichting van de samenwerking tussen zorg en veiligheid. Mijn ministerie blijft aangesloten bij de interdepartementale werkgroep die is ingericht voor de opvolging van deze aanbevelingen uit de parlementaire verkenning.
Hiermee beschouw ik beide moties als afgedaan.
P2000- alarmeringen hulpdiensten
De vaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid heeft mij gevraagd te reageren op een brief over privacy van P2000-alarmeringen. In de brief worden zorgen geuit ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers en de wijze waarop alarmeringen landelijk worden ingericht.
Afspraken over de alarmering als ook afstemming over de inhoud van berichten bij persalarmering vindt plaats in de samenwerking tussen de hulpdiensten23, waarbij het belangrijk is om informatievoorziening landelijk en lokaal zoveel als mogelijk gelijk te houden. In het Bestuurlijk Meldkamer Beraad zal mijn ministerie dit blijven benadrukken.
De basis voor het instrument persalarmering24
ligt in het machtigingsbesluit van artikel 18, tweede lid van de Wet
politiegegevens. Het machtigingsbesluit wordt voorlopig gehandhaafd voor
de politie25 en zal worden ingetrokken als er
een nieuw alternatief persalarmeringssysteem in werking treedt. Het
vraagstuk voor een structurele oplossing voor politie en brandweer wordt
binnen lopende trajecten verkend, zoals de opvolging van het huidige
C2000-systeem, Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX)26, en het nieuwe meldkamersysteem,
het Adaptief Basis Systeem (ABS)27.
Tenslotte wat betreft mogelijke negatieve effecten, zoals ramptoerisme
en ongewenste bezoekers bij incidentlocaties wordt er enige tijd tussen
de alarmering van de hulpdiensten en de persalarmering gehouden. Dit om
de veiligheid en de goede hulpverlening ter plaatse van het incident te
kunnen organiseren en waarborgen. Ik wijs uw Kamer ook graag op de brief
inzake het besluit instrument persalarmering d.d. 14 april 2023.28
Reddingsbrigade
In het debat van d.d. 19 februari 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer toegezegd29 te informeren over een regeling bij de financiële ontzorging betreffende de reddingsbrigade. In het afgelopen jaar heb ik de Nationale Reddingsvloot een financiële impuls gegeven zodat materiaal in het kader van de Nationale Reddingsvloot kan worden aangeschaft. Daarmee wordt het goede werk van zowel de Nationale Reddingsvloot als de reddingsbrigade ondersteund. Hiermee doe ik de toezegging af.
Crisisbeheersing
Maatschappelijke weerbaarheid bij rampen en crises
Met mijn brief van 12 december 202530 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd over de weerbaarheidsaanpak tegen militaire en hybride dreigingen.
In de basis vraagt maatschappelijke weerbaarheid bij rampen en crises om generieke schokbestendigheid tegen uitval van voorzieningen zoals internet en stroom. Hierbij informeer ik u nader over de in gang gezette versterking van de regionale en lokale crisisbeheersing als onderdeel van de weerbaarheidsopgave.
Middelen
Bij Voorjaarsnota 2025 is vanaf 2027 structureel een bedrag van € 70
mln. ter beschikking gesteld voor het versterken van de regionale en
lokale weerbaarheid in het kader van de crisisbeheersing. Tevens is er
in aanvulling hierop respectievelijk €10 en €20 miljoen beschikbaar
gesteld om ook in de jaren 2025 en 2026 bij te kunnen dragen aan diverse
initiatieven op dit gebied.
Op 15 oktober 2025 heeft mijn ambtsvoorganger bestuurlijke afspraken gemaakt over de besteding van deze middelen met het Veiligheidsberaad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Afgesproken is onder andere te investeren in een landelijk netwerk van noodsteunpunten, de versterking van de veiligheidsregio’s waar het weerbaarheid betreft, en de publiekscampagne ‘Denk Vooruit’.
Noodsteunpunten
Het landelijk netwerk van noodsteunpunten heeft onder meer tot doel om
de samenredzaamheid te verhogen door tenminste informatie te verschaffen
als dat via de normale manieren niet meer mogelijk is. Het netwerk zal
bestaan uit lokale noodsteunpunten met bijbehorende coördinatiepunt(en).
Elke veiligheidsregio is inmiddels gestart of gaat in dit jaar in
samenwerking met inliggende gemeenten pilots uitvoeren voor één of
meerdere lokale noodsteunpunten met bijbehorende coördinatiepunt(en), en
een actieve bijdrage leveren aan de landelijke tussen- en eindevaluatie.
Bij deze pilots wordt ook de bemensing van de noodsteunpunten, een soort
burgerhulp, betrokken. De planning is dat uiterlijk medio 2027 tezamen
met het Veiligheidsberaad en de VNG, mede op basis van de uitkomsten van
de evaluatie, een besluit wordt genomen over de inrichting en
stapsgewijze verdere ontwikkeling van het landelijk netwerk
noodsteunpunten.
Voorbereiding veiligheidsregio’s op stroomuitval, hybride acties en militaire conflict met aandacht voor kwetsbare groepen
In het debat van d.d. 24 maart 2026 heeft uw Kamer gevraagd31 of de veiligheidsregio’s bij de voorbereiding op stroomuitval vanwege een hybride oorlog, specifiek oog hebben voor kwetsbare ouderen en jongeren in hun omgeving. Veiligheidsregio’s zijn conform de wet verantwoordelijk om zich, in samenwerking met andere partijen, zoals zorgverleners en vitale aanbieders, voor te bereiden op rampen en crises die hun regio kunnen raken. Met de veranderingen in de wereld van de afgelopen jaren zijn veiligheidsregio’s net als veel andere partijen in Nederland in toenemende mate actief bezig met het verhogen van maatschappelijke weerbaarheid, bijvoorbeeld tegen de uitval van stroom. Deze voorbereiding ziet toe op de response op de crisis en de continuïteit van de eigen organisatie. Kwetsbare groepen zijn voor de betrokken partijen een belangrijk aandachtspunt bij de voorbereiding.
Burgerhulp
De motie van het lid Mutluer32 vraagt in hoeverre burgerhulp kan bijdragen aan het vergroten van de nationale veiligheid en weerbaarheid. De motie van het lid Six Dijkstra33 verzoekt om te verkennen hoe jongeren structureel en formeel een actievere rol kunnen krijgen in civiele weerbaarheid. Met de brief van mijn ambtsvoorganger van 12 december 202534 is uw Kamer geïnformeerd over de start van het WODC onderzoek naar het organiseren van burgerhulp. Het WODC is gevraagd om wetenschappelijk onderzoek te doen naar welke ervaringen nationaal en internationaal zijn opgedaan met georganiseerde burgerhulp in situaties van rampen en crises en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden. Met dit onderzoek beoogt mijn ministerie inzicht te verkrijgen in de verschillende manieren waarop burgerhulp tijdens rampen en crisis kan worden georganiseerd. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de rol van jongeren binnen burgerhulp. Het onderzoeksrapport wordt naar verwachting rond de zomer opgeleverd en gepubliceerd. Met dit onderzoek geeft mijn ministerie invulling aan beide moties en doe ik deze af.
Daarnaast is vanuit mijn ministerie een subsidie verstrekt aan het Leger des Heils (i.s.m. Rode Kruis, Veteraten Search Team en de Reddingsbrigade) voor een gezamenlijke verkenning naar mogelijke samenwerking bij rampen en crises. Deze verkenning naar samenwerking zou moeten bijdragen aan een betere benutting van maatschappelijke capaciteit bij rampen en crises.
Ook wordt er door mijn ministerie in gezamenlijkheid met de veiligheidsregio’s gewerkt aan een strategisch beleidskader georganiseerde burgerhulp voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In dit kader wordt samen met de veiligheidsregio’s en het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg richting gegeven aan hoe en voor welke taken burgerhulp eventueel ingezet kan worden. Uitgangspunt hierin is dat het ondersteunend is aan professionele hulpverleningsorganisaties en op een verantwoorde manier gebeurt. Hiermee geef ik invulling aan het coalitieakkoord waar het perspectief is gegeven dat samen met lokale overheden en veiligheidsregio’s buurtcrisisteams bij rampen en crises kunnen worden ingezet. Hierbij onderschrijf ik dat deze inzet kan verschillen van sociale ondersteuning binnen een wijk of buurt, de inzet bij noodsteunpunten of actieve (en specialistische) ondersteuning van de professionele hulpverleningsorganisaties bij hun inzet. In de uitwerking van het beleidskader zal ik hier nader op in gaan.
Schuilen
De motie van het lid Eerdmans verzoekt het kabinet in samenspraak
met de veiligheidsregio’s en gemeenten een nationaal schuilruimteplan te
ontwikkelen voor het einde van 202635. Samen met betrokken
departementen, veiligheidsregio’s en de VNG werkt mijn ministerie aan de
totstandkoming van een bestuurlijk Landelijk kader schuilen en
evacueren. Het primaire doel van dit kader is het ondersteunen van
bestuurders in gevallen waarbij op basis van een voorliggend scenario
schuilen of evacueren een van de mogelijke handelingsperspectieven is.
Om als bestuurder een dergelijk besluit te kunnen nemen is het van
belang dat bestuurders op de hoogte zijn van de geldende juridische
kaders, waaronder de eigen bevoegdheden, een afwegingskader, en de
maatschappelijke effecten van hun besluit. Naar verwachting
wordt het landelijk kader, in overleg met samenwerkende partijen, eind
2026 vastgesteld.
Daarnaast verricht TNO in opdracht van mijn ministerie onderzoek naar de vraag welke schuilmogelijkheden de overlevingskans vergroten bij een militaire aanval. Het doel van dit onderzoek is het huidige handelingsperspectief bij “internationale spanning” op de website DenkVooruit “het beste kun je ondergronds schuilen of midden in een groot gebouw” te verduidelijken. Naar verwachting komt het onderzoek van TNO in de zomer van 2026 beschikbaar.
Met deze twee trajecten wordt invulling gegeven aan de motie van het lid Eerdmans.
Korting op de BDuR
In het wetgevingsoverleg van 1 juli 2025 inzake de wijziging van de Begroting JenV 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van JenV uitgesproken dat de korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (hierna: de BduR) gehandhaafd blijft, omdat het een generieke korting op specifieke uitkeringen betreft. Voor de motie die de leden van Nispen en Mutluer36 hebben ingediend om de korting terug te draaien, is geen dekking vrijgekomen uit de Voorjaarsnota. Dat betekent dat de korting van €27,7 miljoen niet gerepareerd kan worden en dat de korting gehandhaafd wordt. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de BDuR vanaf 2027 toeneemt met €25 miljoen in het kader van de bestuurlijke afspraken die met het Veiligheidsberaad en de VNG zijn gemaakt over de versterking van de regionale en lokale weerbaarheid. Daarmee wordt deze motie afgedaan.
Update landelijke agenda crisisbeheersing
De versterking van het stelsel van crisisbeheersing krijgt vorm via de Landelijke Agenda Crisisbeheersing. U zult voor de zomer een tweede brief over de voortgang van de uitvoering van deze agenda ontvangen. In deze voortgangsbrief wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen in de drie pijlers van de agenda, te weten het versterken van voorbereiding en paraatheid, het versterken van een weerbare samenleving en het bevorderen van de kwaliteit en professionaliteit van de crisisbeheersing. Het Rijk werkt samen met de veiligheidsregio’s en andere publieke en private partijen aan de uitwerking van deze pijlers. In de brief wordt onder andere stilgestaan bij de realisatie en actualisatie van landelijke crisisplannen (LCP’s).
Alerteren
Ontwikkelingen Alerteren
Inrichten civiel-militaire waarschuwingsketen
In de brief van mijn voorganger aan uw Kamer37 is benoemd dat vanwege het ontbreken van een civiel-militaire waarschuwingsketen (van detectie tot en met alertering van de bevolking) bij luchtdreigingen er een verkenning is gestart naar wat er nodig is voor de inrichting van een robuuste en redundante civiel-militaire waarschuwingsketen38. Hierbij is in beeld gebracht welke aanvullende mogelijkheden en middelen, naast NL-Alert, geschikt zijn om burgers te kunnen alerteren in dit specifieke scenario. Hieruit is een advies naar voren gekomen om deze keten robuust en redundant in te richten voor dit scenario - als gezamenlijke Defensie-Justitie opgave. Dit advies houdt in dat naast de doorontwikkeling van de schakels binnen deze keten, waaronder NL-Alert, ook als oplossing een nieuw innovatief sirenenetwerk is genoemd als aanvullend middel. Hiervoor zijn nog geen financiële middelen gevonden.
Defensie en mijn ministerie zijn daarom onlangs gestart met de inrichting van een minimale civiel-militaire waarschuwingsketen. Dit betekent dat deze waarschuwingsketen, bij detectie van de dreiging, via een goed ingeregelde crisiscommandostructuur in ieder geval de bevolking kan alerteren via NL-Alert. In dit kader wordt ook gewerkt aan doorontwikkeling van NL-Alert. Deze oplossing creëert een civiel-militaire waarschuwingsketen en kan met beperkte financiële middelen worden ingevuld vanuit bestaande budgetten.
Het uitblijven van financiële middelen voor een nieuw sirenenetwerk betekent echter dat de keten nu niet redundant ingericht kan worden met een aanvullend systeem. De minister van Defensie en ik zijn hierover in gesprek en zoeken gezamenlijk naar een passende oplossing.
Hoewel de contracten met de leveranciers van het WAS eind vorig jaar zijn afgesloten tot 1 januari 2028, waarmee de onderhoudssituatie van het WAS wordt gecontinueerd tot die datum, zal uitfasering van het WAS conform eerder besluit39 vanaf dan uitgevoerd moeten gaan worden. Dit betekent dat, samen met het NIPV en de Veiligheidsregio’s, planvorming zal plaatsvinden over de aanpak van de uitfasering en de invulling van maatwerk bij hoog risico locaties.
Ontwikkelingen NL-Alert
Het primaire alerteringsmiddel blijft NL-Alert, waarmee tijdens rampen en crises burgers kunnen worden gewaarschuwd en voorzien van informatie en een handelingsperspectief. NL-Alert kent al enkele jaren een stabiel bereik van 92%40. Het systeem is modern en kent diverse ontwikkelingsmogelijkheden. Zo lopen we in Europa voorop met verschillende ontwikkelingen, zoals met de implementatie van geofencing in november 202441. Dit geldt ook voor aandacht voor toegankelijkheid. De NL-Alert app wordt doorontwikkeld en verbeterd waarbij specifiek rekening wordt gehouden met mensen met een auditieve of visuele beperking. Momenteel wordt samen met belangengroepen gewerkt aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de NL-Alert voor de dovengemeenschap. Deze ontwikkeling geeft inkleuring aan de toezegging uit de werkagenda VN-verdrag handicap I42, en geeft gehoor aan de wens van de dovengemeenschap om NL-Alert in de Nederlandse Gebarentaal toe te voegen aan de NL-Alert app. Met name voor doof geborenen, waarvan de Nederlandse Gebarentaal vaak hun moedertaal is, vergroot hiermee het bereik en begrip van de alerteringsberichten. De ingebruikname van deze functionaliteit wordt bij positieve testresultaten later dit jaar verwacht.
Noodcommunicatievoorziening
Ik hecht er groot belang aan dat de bestuurlijke en operationele samenwerking tussen overheden, hulpdiensten en andere crisispartners kan doorgaan bij ernstige verstoringen van reguliere telecommunicatie. Om daaraan bij te dragen is de Noodcommunicatievoorziening (NCV) in 2025 geactualiseerd. De migratie van een analoge naar een digitale netwerkinfrastructuur is afgerond, waarmee een toekomstbestendige basis is geborgd met hoge betrouwbaarheid en de mogelijkheid om nieuwe functionaliteiten toe te voegen. Een beveiligde videofunctie, inclusief schermdelen, is opgeleverd en wordt dit jaar gefaseerd uitgerold. Daarnaast worden nieuwe functies en optimalisaties verkend, met expliciete aandacht voor het versterken van de autonomie van de NCV bij stroomuitval.
Parallel hieraan is een verkenning gestart voor de toekomstige inrichting van de noodcommunicatie na afloop van het huidige contract met de leverancier van de NCV (na 2028, met een mogelijke verlenging tot 2030). In de komende periode worden relevante partners betrokken, met aandacht voor gewenste functionaliteiten, interoperabiliteit, veiligheid en continuïteit.
Wet Veiligheidsregio’s
Stand van zaken wetgevingstraject aanpassing Wet veiligheidsregio’s en Veiligheidswet BES
Zoals mijn ambtsvoorganger uw Kamer eerder heeft geïnformeerd43 vindt de herziening van de Wet veiligheidsregio’s in tranches plaats. Inmiddels is voor de eerste tranche de internetconsultatie afgerond. Voorts wordt voor de eerste tranche een beperkte zogeheten Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) uitgevoerd waarin de impact van het wetsvoorstel voor de veiligheidsregio’s wordt bezien. De inbreng van deze consultatie wordt op dit moment verwerkt in het wetsvoorstel. De verwachting is dat dit wetsvoorstel nog dit jaar aan uw Kamer zal worden aangeboden. Uw Kamer heeft eerder al kennis genomen van de belangrijkste wijzigingen die zijn voorzien in het wetsvoorstel.44
Conform de toepassing van het principe comply or explain worden bij de wijziging van de Wvr vergelijkbare wijzigingen in de Veiligheidswet BES meegenomen. Met dit wetsvoorstel worden twee wetten gewijzigd.
Tot slot
Ik blijf mij de komende periode, tezamen met onze partners, inzetten voor een robuust stelsel voor de brandweerzorg, crisisbeheersing en meldkamers. Ik zie er naar uit over deze onderwerpen verder met u te spreken tijdens het Commissiedebat Nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing op 28 mei.
De minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Kamerstukken II, 2025/26, 20 821, nr. 335↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 26 956 en 29 517, nr. 222↩︎
Kamerstuk II, 2022/23, 30 821, nr.165↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29 517, nr. 273.↩︎
TZ202406-012.↩︎
Zie bijlage 1 voor de Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte↩︎
Brief commissie aan bewindspersoon - Reactie VBV op Coalitieakkoord met kenmerk 2026Z03614/2026D09877↩︎
Kamerstukken II, 2022/23, 29 517, nr. 225.↩︎
Kamerstukken II, 2022/23, 29 517, nr. 241.↩︎
Ter Morsche Training & Advies in opdracht van VR Drenthe (2026) https://brandweervrijwilligers.nl/wp-content/uploads/2026/04/20260417_PPMO_De_bedoeling_voorbij.pdf↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 517, nr. 270.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 29 517, nr. 267.↩︎
TZ202406-010.↩︎
Brandweeracademie (2020) https://nipv.nl/wp-content/uploads/2024/06/20210216-BA Vrijwilligheid-bij-de-brandweer-in-Nederland.pdf↩︎
TZ202502-209.↩︎
Maastricht University (2022) Grootschalig onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers - Maastricht University↩︎
Kamerstukken II, vergaderjaar 2022/23, 29 517, nr. 236↩︎
TZ d.d. 01-02-2023 Commissiedebat Brandweer en crisisbeheersing.↩︎
Kamerstukken II, 2023/24, 29 628, nr. 1190.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 628, nr. 1251.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 25 424, nr. 756.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 25 424, nr. 772.↩︎
De ambulancezorg Nederland heeft per 1 april 2023 in het licht van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst, waarin ook het medisch beroepsgeheim is geregeld, besloten om het instrument persalarmeringen stop te zetten. In het specifieke geval van een multidisciplinaire melding betekent dit dat wanneer de politie de intake van de melding doet, deze wel wordt doorgegeven via persalarmering, maar wanneer een ambulance-centralist de intake doet, dit niet gebeurt.↩︎
Zie artikel 5 lid 1 Wet politiegegevens machtigingsbesluit persalarmering.↩︎
Aan de korpschef wordt toestemming gegeven politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 8 van de Wet politiegegevens te verstekken aan journalisten en publicisten met het oog op het zwaarwegend algemeen belang van toegang tot overheidsinformatie in het kader van het recht op persvrijheid.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 628, nr. 1254.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 517, nr. 264.↩︎
Kamerstukken II, 2022/23, 29 517 en 25 124, nr. 245.↩︎
TZ202502-211. ↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 30 821, nr. 326.↩︎
Plenair debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne d.d. 24 maart 2026↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 30 821, nr. 287.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 30 821, nr. 289.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 30 821, nr. 326.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 30 821, nr. 279.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 30 821, nr. 286.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 29 517, nr. 273.↩︎
Immers, uit onderzoek blijkt dat NL-Alert volstaat als alerteringsmiddel in vredestijd, maar bij een scenario van ernstige hybride en militaire dreigingen, waarbij een statelijke actor zeer zware en geavanceerde middelen kan inzetten om infrastructuur te ontwrichten, is het kwetsbaar om enkel over NL-Alert – als sluitstuk van een in te richten civiel-militaire waarschuwingsketen – in huidige vorm te beschikken.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 517, nr. 264.↩︎
In totaal heeft 92% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder het testbericht van 1 december 2025 ontvangen op hun mobiele telefoon. Bereikmeting NL-Alert testbericht 1 december 2025↩︎
Geofencing zorgt ervoor dat NL-Alerts doelmatiger en geografisch nauwkeuriger worden ontvangen, zodat alleen mobiele telefoons die zich binnen het door de meldkamer aangegeven uitzendgebied bevinden een NL-Alert ontvangen.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 24 170, nr. 362.↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 517, nr. 251.
Kamerstukken II, 2023/24, 29 517, nr. 225.↩︎Kamerstukken II, 2024/25, 29 517, nr. 271.↩︎