Verslag van een commissiedebat, gehouden op 13 mei 2026, over Vreemdelingen- en asielbeleid
Vreemdelingenbeleid
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D22951, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-08-03 09:38, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie (VVD)
- Mede ondertekenaar: M.C. Burger, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3619 Vreemdelingenbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z16232:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-05-13 16:15: Vreemdelingen- en asielbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
19637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3619 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 13 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over:
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 11 december 2025 inzake beslissingen op bezwaar verdeelbesluiten (Kamerstuk 19637, nr. 3499);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 17 december 2025 inzake verkenning technische inrichting CATCH-vreemdelingen (Kamerstuk 36859, nr. 7);
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 december 2025 inzake terugkoppeling van het werkbezoek aan Ter Apel (Kamerstuk 19637, nr. 3502);
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 december 2025 inzake diverse onderwerpen op het gebied van opvang (Kamerstuk 19637, nr. 3501);
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 december 2025 inzake psychosociale ondersteuning voor minderjarige vreemdelingen (Kamerstuk 19637, nr. 3500);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 16 januari 2026 inzake resultaten binnengrenscontroles (Kamerstuk 30821, nr. 328);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 26 januari 2026 inzake vertrouwelijke terinzagelegging van stukken over "Toezeggingen over de voortgang en uitkomsten van het vervolgonderzoek naar fraude bij de IND" (Kamerstuk 30573, nr. 239);
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 30 januari 2026 inzake uitkomsten van de pilot versnelde gegevensdeling IND-COA (Kamerstuk 19637, nr. 3504);
- de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 3 februari 2026 inzake beleidsreactie op het rapport "Goed geregeld. Asielopvang als maatschappelijke opgave" van de Adviesraad Migratie en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) (Kamerstuk 19637, nr. 3505);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 20 februari 2026 inzake reactie op verzoek commissie over asielprocedures met betrekking tot de situatie in Iran (Kamerstuk 19637, nr. 3518);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 3 maart 2026 inzake landenbeleid Sudan (Kamerstuk 19637, nr. 3520);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 19 maart 2026 inzake besluit- en vertrekmoratorium Iran (Kamerstuk 23432, nr. 668);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 20 maart 2026 inzake opname COA-doelgroep in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht (Kamerstuk 24587, nr. 1092);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 30 maart 2026 inzake uitwerking wooncomponent en vrijwilligersvergoeding voor gastgezinnen (Kamerstuk 19637, nr. 3524);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 april 2026 inzake publicatie besluit op Woo-verzoek over overlast en criminaliteit Syrische alleenstaande minderjarige vreemdelingen (Kamerstuk 27062, nr. 145);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 april 2026 inzake landenbeleid Eritrea (Kamerstuk 19637, nr. 3527);
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 maart 2026 inzake kabinetsappreciatie op het achtste rapport van de Europese Commissie inzake het visumopschortingsmechanisme voor visumvrijstelling (Kamerstuk 32317, nr. 1000);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 15 april 2026 inzake beleidsreactie op de brief van de Inspectie Justitie en Veiligheid over haar toezicht in 2025 op de opvanglocatie Ter Apel (Kamerstuk 19637, nr. 3548);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 17 april 2026 inzake afschrift brief aan de medeoverheden over de evaluatie van de taakstelling huisvesting vergunninghouders 2026-I en de vaststelling van de taakstelling huisvesting vergunninghouders 2026-II (Kamerstuk 32847, nr. 1447);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 22 april 2026 inzake maatregelen rondom het aanpakken van schijnerkenningen (Kamerstuk 19637, nr. 3551);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 22 april 2026 inzake landenbeleid Syrië (Kamerstuk 19637, nr. 3554);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 8 mei 2026 inzake verlenging herinvoering binnengrenscontroles (Kamerstuk 30821, nr. 334);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april 2026 inzake beleidsreactie op rapport Inspectie Justitie en Veiligheid inzake de handhaving- en toezichtlocatie in Hoogeveen (Kamerstuk 19637, nr. 3555);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie, d.d. 22 april 2026 inzake het onderzoek Handelingsperspectieven en knelpunten in de aanpak van vreemdelingen met een psychische zorg- en veiligheidsbehoefte (Kamerstuk 19637, nr. 3552);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april 2026 inzake kernprognose en actuele situatie migratieketen (Kamerstuk 19637, nr. 3556);
- de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 24 april 2026 inzake beleidsbrief Asiel en Migratie (Kamerstuk 36800-XX, nr. 41).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie,
Peter de Groot
De griffier van de commissie,
Burger
Voorzitter: Peter de Groot
Griffier: Nouse
Aanwezig zijn zestien leden der Kamer, te weten: Van Asten, Van Baarle, Boomsma, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Ellian, Peter de Groot, Keijzer, Markuszower, Van der Plas, Russcher, Straatman, Struijs, Vermeer, Vondeling en Westerveld,
en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.
Aanvang 16.20 uur.
De voorzitter:
Hartelijk welkom, dames en heren, bij dit commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Hartelijk welkom aan de mensen op de publieke tribune en de mensen die dit debat op afstand volgen. Ook een hartelijk welkom aan de leden. U heeft mij hier vandaag uitgenodigd om deze vergadering een beetje ordentelijk te laten verlopen. Hartelijk dank daarvoor. Ik ga dat vandaag zo goed mogelijk proberen te doen. Ook hartelijk welkom aan de minister, die rechtstreeks vanuit de plenaire zaal hierheen gekomen is.
We hebben eerst een aantal administratieve zaken af te doen. Een aantal leden is geen lid van deze commissie en vraagt toestemming aan de collega's om toch het woord te mogen voeren. Het gaat, als ik het goed heb, over de heer Markuszower en mevrouw Keijzer. Ik hoor dat daar geen bezwaar tegen is. De heer Vermeer heeft overigens aangegeven dat hij wellicht het eerste deel van het debat doet, en dat mevrouw Van der Plas hem dan later in het debat gaat vervangen. Dan hebben we dat maar alvast aangegeven.
Dan wil ik nog zeggen dat er sinds de convocatie van dit commissiedebat een heel aantal brieven is binnengekomen vanuit het kabinet. Die kunt u uiteraard naar vrijheid betrekken in de inbreng vandaag, maar we zullen tijdens de procedurevergadering die brieven ook nog netjes toewijzen aan de volgende debatten. Dan rest mij niets anders dan te zeggen dat we vijf minuten spreektijd per fractie hebben. Ik stel voor om te beginnen met vier interrupties. Dan kijken we hoe dat gaat, want we zijn met een heel aantal partijen. We hebben natuurlijk de tijd, maar dan nog zal ik op de lengte van de interrupties letten. Let u daar zelf dus alstublieft ook op.
We zullen beginnen met de heer Markuszower namens de Groep Markuszower. Daarna zullen mevrouw Keijzer en de heer Struijs het woord voeren, omdat zij zo meteen ook nog moeten stemmen. Zo hebben wij dat hier in deze commissie nu met elkaar afgesproken. Ik zou willen zeggen: dank aan de collega's voor die coulance. We gaan beginnen met de eerste termijn aan de zijde van de Kamer. Ik wil het woord geven aan de heer Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de collega's dat ik mee mag doen met dit debat. Ik zie in deze zaal, en de afgelopen dagen ook op de televisie, politici die met grote gretigheid klaarzitten om onder anderen mij de les te gaan lezen. Zij willen enkele wanordelijkheden omtrent de plaatsing van nepvluchtelingen ons in de schoenen schuiven. Ze zijn boos op volksvertegenwoordigers, zoals die van De Nederlandse Alliantie, die wel luisteren naar de gewone man en vrouw, die wel begrijpen dat genoeg genoeg is en die wel snappen dat het eens afgelopen moet zijn met het binnenhalen van de halve wereld. Dappere burgers zoals Karen en haar mooie en lieve gezin, die ik vorige week in hun huis in Loosdrecht heb ontmoet, zijn nog nooit in hun leven de straat op gegaan om te demonstreren tegen hun overheid. Maar nu voelen ze terecht dat de overheid er niet meer voor hen is. Nou ja, wel als ze veel te veel belasting moeten betalen aan die overheid, maar voor de rest geeft die overheid niet thuis.
Het politiebureau van Loosdrecht was gehuisvest op de plek waar nu asielzoekers worden geplaatst. De politie gaat weg uit de wijk, en daders van overlast en nog erger komen er letterlijk voor in de plaats. De inwoners van Loosdrecht vroegen al jarenlang om een nieuwe bushalte, maar dat kon niet en het gebeurde niet. Maar nu er asielzoekers worden geplaatst, is er ook gelijk een nieuwe bushalte voor die asielzoekers neergezet. Binnen een seconde was het geregeld. De afgelopen jaren smeekten de inwoners van Loosdrecht om wat meer woningen te bouwen. Dat kon allemaal niet; het was moeilijk en lastig door het bestemmingsplan. Maar de waarnemend burgemeester verscheurde binnen een seconde dat bestemmingsplan, zodat hij asielzoekers kon plaatsen. De inwoners van Loosdrecht wilden niet zo veel: een beetje inspraak, een beetje democratie, een beetje rechtsstaat, een beetje veiligheid.
Zo veel politici hier denken dat als zij het woord "rechtsstaat" gebruiken, het gaat om de plichten van de burgers. Wij van De Nederlandse Alliantie ontkennen die plichten niet -- natuurlijk niet! Wij zeggen … Nee, wij eisen tegelijkertijd, samen met zo veel Nederlanders, dat wij ons hier in de Tweede Kamer realiseren dat de rechtsstaat vooral betekent dat de Nederlanders rechten hebben. Die rechten worden nu vertrapt, verbrijzeld, kapotgebeukt. Waarnemend burgemeesters, benoemd door ongekozen functionarissen, moeten op de winkel passen en niet die winkel moedwillig slopen. Volksvertegenwoordigers moeten ophouden met voor de verkiezingen dingen beloven en na de verkiezingen die beloftes breken. Wij worden hier allemaal niet betaald om elkaar vliegen af te vangen, om kleinzielige politieke spelletjes te spelen of om goede wetten, soms zelfs de eigen wetten, te saboteren, maar om te luisteren naar wat Nederlanders echt willen en dat dan voor hen te regelen.
Ik doe hier vandaag een oproep aan alle partijen, van links tot rechts. Ik vraag u namens miljoenen Nederlanders om te stoppen met de zelfdestructie die massa-immigratie is. Nederland gaat eraan kapot en wij gaan er met z'n allen aan onderdoor. Tot die tijd, totdat wij het hier hebben opgelost, vraag ik aan alle Nederlanders om in democratisch en geweldloos verzet te gaan, tegen een ondemocratische en soms zelfs gewelddadige overheid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng, meneer Markuszower van Groep Markuszower.
De heer Van Baarle (DENK):
Toen de heer Markuszower met zijn betoog begon, had hij het over "enkele" ongeregeldheden. Dan vraag ik mij toch af of hij iets aan zijn ogen heeft of dat hij doelbewust dingen probeert te bagatelliseren. Het is niet erg lang geleden dat de nazi's hier in Den Haag stonden, relden, ongeregeldheden en geweld pleegden en Hitlergroeten deden. Wat betreft wat er allemaal gebeurt rondom opvanglocaties denk ik aan de brand die gisteravond nog is gesticht in Loosdrecht. Burgemeesters en raadsleden worden aan de lopende band geïntimideerd. In Den Bosch was er een explosief bij een opvanglocatie. Onlangs was er het nieuws dat opvang in gemeenten gewoon niet gerealiseerd wordt, omdat mensen bang zijn. Dit zijn toch niet "enkele" ongeregeldheden? Er raast toch gewoon een patroon van antivluchtelingenterreur over dit land?
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Ik vraag de heer Markuszower hoe hij dit zo kan bagatelliseren en ontkennen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik noem een aantal dingen. Als de heer Van Baarle het goed vindt, laat ik alle vergelijkingen met de nazi's en de bezettingsperiode even buiten beschouwing. Ik was zelf twee keer in Loosdrecht. Ik heb de heer Van Baarle daar niet gezien. Ik heb met allemaal brave burgers gesproken die niks met geweld hebben, die ook geen geweld hebben gebruikt en die zich gewoon zorgen maakten over de komst van zo veel mannelijke asielzoekers midden in hun dorp, op een onplezierige plek, naast een park waar hun vrouwen en dochters willen wandelen, ook 's avonds laat, en waar wordt gesport. Ook hadden ze bezwaar tegen het feit dat het zo ondemocratisch ging, ze niet mee werden genomen in het besluit en het zo rauw op hun dak viel.
Ik ontken helemaal niet dat daar wanordelijkheden waren. Ik zeg alleen dat de enkelen die dat hebben gedaan, niets zeggen over de hele groep. Ik heb ook een getuigenverslag gelezen dat zegt dat een van de geplaatste asielzoekers met zijn hand een gebaar maakte van het doorsnijden van een keel; misschien kent de heer Van Baarle het gebaar. Dat heeft ook weer tot reacties geleid. Ik vind dat de politie op moet treden als er geweld wordt gebruikt. Van mij mogen ze ook hard optreden. Maar ik heb gelezen dat er een oudere vrouw tot bloedens aan toe is geslagen. Die vrouw had niet zo veel gedaan. Die had misschien wel helemaal niks gedaan. Ik vraag me ook af of het geweld dat tegen die demonstranten gebruikt is, proportioneel is.
Ik heb ook gelezen dat dat vuur niet aangestoken was, maar dat er vuurwerk vlam heeft gevat. Laten we zeggen dat er nog heel veel moet worden uitgezocht. Maar ik ben het volgende met de heer Van Baarle eens. Als mensen geweld gebruiken en zich niet aan de wet houden, dan moet de politie, de overheid, optreden. Het had in Loosdrecht niet zo ver moeten komen. De minister had ervoor moeten zorgen dat de grenzen dicht zouden gaan en we niet meer zo veel instroom hadden. Dan hadden we deze problemen niet gehad.
De voorzitter:
We hebben weliswaar vijf uur voor dit debat, maar als de antwoorden zo lang zijn, en de vragen ook … Ik zeg het nog maar een keer: interrupties en antwoorden graag binnen de 45 seconden.
De heer Van Baarle (DENK):
Hier zien we toch wel het problematische van de extreemrechtse complotkaravaan en leugenkaravaan. Blijkbaar heeft dat vuur namelijk uit zichzelf zomaar vlam gevat. Dat geweld is gelegitimeerd omdat één iemand een gebaar gemaakt zou hebben. Het zouden maar enkele incidenten zijn, terwijl bestuurders en burgemeesters aan de lopende band bedreigd worden, er bommen gegooid worden en mensen, gewoon nazi's, in Den Haag en masse rellen. Ik zou het volgende tegen de heer Markuszower willen zeggen. Hij moet zich ervan bewust zijn dat hoe hij hier in Den Haag politiek bedrijft en heeft bedreven, ook toen hij nog bij die andere politieke partij zat en hij woorden gebruikte zoals "testosteronbommen" en "een tsunami van vluchtelingen die naar Nederland komt" en hij vluchtelingen vergeleek met verkrachters en misdadigers ...
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van Baarle (DENK):
Dat hij de voedingsbodem zaait voor de dingen die we nu in Nederland zien. Ik zou tegen hem willen zeggen: stop daarmee, stop met die beelden verspreiden en de boel ophitsen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb het woord "testosteronbom" zelf nooit gebruikt. Ik denk juist dat de betreffende mensen te weinig testosteron hebben en dat ze daarom zo raar doen. Ik heb ook niet gezegd dat alle mensen die hier komen zich schuldig maken aan strafbare feiten -- laten we dat dus allemaal ook even buiten beschouwing laten -- maar ik heb wel grote bezwaren tegen de massa-immigratie. Heel veel Nederlanders hebben grote bezwaren tegen de massa-immigratie. Heel veel Nederlanders herkennen hun eigen wijk en dorp niet. Heel veel Nederlanders zeggen, voelen en weten dat als er naast hun huis een asielzoekerscentrum wordt gebouwd, de waarde van hun huis naar beneden gaat en dat er meer onveiligheid is. Dat kan de heer Van Baarle ontkennen; ík ontken dat niet. Er werd gesproken van wanordelijkheden, maar de mensen in Loosdrecht en op andere plekken in Nederland komen dagen achtereen, twee of drie weken lang, rustig bij elkaar. Ze vertellen aan hun stad of aan hun burgemeester: zorg nou dat er een ander besluit valt. Dat gaat op een heel ordentelijke manier. Die mensen overtreden niet de wet. Op een paar incidenten na zijn die protesten gewoon geweldloos en democratisch gegaan; dát moeten we ook kunnen benoemen.
De voorzitter:
Dat was anderhalve minuut. Ik ga er toch steeds wat over zeggen, want ik vind dat iedereen recht heeft op gelijke spreektijd. Ik vraag u om korter te blijven antwoorden. Meneer Van Baarle, gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot. Het probleem is dat deze meneer hier doet alsof problemen die we in dit land hebben -- we hebben het dan over problemen op de woningmarkt, in het onderwijs en in de zorg en problemen op het gebied van criminaliteit -- allemaal de schuld van de vluchteling zouden zijn en allemaal te koppelen zijn aan mensen die voor oorlog en geweld vluchten, terwijl de reden dat wij in dit land problemen met onderwijs en de woningmarkt hebben, is dat dit kabinet, de politiek, te weinig doet om die problemen op te lossen. Ik zou dus tegen de heer Markuszower nogmaals willen zeggen: stop nou met het zaaien van dit soort onwaarheden en het verspreiden van dit soort theorieën over mensen die hiernaartoe komen. Die mensen hebben niks gedaan en hebben part noch deel aan de problemen in dit land en worden nu geconfronteerd met relschoppende onverlaten omdat de heer Markuszower en andere extreemrechtse politici hier zo nodig een nummertje willen maken over asiel en migratie. Ik vind het walgelijk en de heer Markuszower moet ermee stoppen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Er zijn veel problemen in Nederland. Niet alle problemen komen door mensen die hiernaartoe komen. Het zijn ook helemaal geen vluchtelingen, want ze komen door vijf, zes, zeven of acht veilige landen heen. Laten we ze dus niet wegzetten als vluchtelingen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Ze komen hiernaartoe omdat de heer Van Baarle en zijn linkse vriendjes ze allemaal een gratis woning willen geven. Die woningen hebben we hier niet meer, meneer Van Baarle, want we hebben in Nederland 410.000 woningen te kort. Nee, niet alle woningtekorten komen door de asielzoekers, maar we hebben veel te weinig woningen en we kunnen er dus geen asielzoekers meer bij hebben, zéker als we weten dat het nepvluchtelingen zijn, want waarom blijven die dan niet in die vijf, zes, zeven of acht veilige landen waar ze doorheen zijn gelopen?
De voorzitter:
Ik dank u wel. Zoals ik aan het begin van het debat aankondigde, ben ik hier vandaag om de orde te handhaven. Ik vraag u via de voorzitter te spreken en niet direct uw collega aan te spreken. Ik zal u daar elke keer dat dat gebeurt ook op wijzen. Ik geef mevrouw Westerveld het woord voor haar interruptie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb heel veel moeite met de manier waarop de heer Markuszower zijn debat begint, omdat hij lokale bestuurders, die de wet aan het uitvoeren zijn, hier voor de bus gooit, en ook omdat hij hulpdiensten, mensen die voor ons het werk aan het doen zijn, verdacht maakt. Ik vraag me echt af of hij alles wat we de afgelopen dagen hebben gelezen echt kan afdoen als een paar rellen en als iets wat een enkeling heeft gedaan. Dat kan je toch niet, vraag ik via de voorzitter, met droge ogen beweren als we bijvoorbeeld zien wat er gisteren is gebeurd.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb volgens mij helemaal niemand voor de bus gegooid. Ik heb gezegd dat een waarnemend burgemeester vooral op de winkel moet passen. Ik heb het idee dat de waarnemend burgemeester van Loosdrecht die winkel daar aan het slopen is. Dat heb ik gezegd. Ik weet niet of dat voor de bus gooien is. Ik heb ook gezegd dat ik geweld afkeur. Ik heb ook gezegd dat als mensen geweld gebruiken, de overheid daartegen op moet treden. Dat geldt ook voor de vrienden van mevrouw Westerveld van Extinction Rebellion of van de Rode Lijn, die door Hamas is geïnfiltreerd en waar ze volgens mij zelf in heeft meegelopen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ik ben tegen geweld, dus laten we ook die klootzakken van Extinction Rebellion eens oppakken. Laten we ook de mensen van de Rode Lijn, die infiltranten van Hamas, eens aanpakken en iedereen die daar heeft meegelopen en dus iedereen die daar Hamas heeft gesteund en iedereen die zich door Hamas láát steunen! Laten we ook eens kijken naar de mensen in Loosdrecht die geweld hebben gebruikt en die niet naar de politie hebben geluisterd: die moeten ook worden opgepakt en moeten ook worden vastgezet.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik stel hier gewoon een vrij simpele, normale vraag. Die wordt beantwoord met een ontwijking, met een jij-bak en met een aantijging. Volgens mij stelde ik gewoon de vraag aan de heer Markuszower hoe hij de rellen van gisteren beoordeelt. Hij kan toch niet beweren dat dit een enkeling was en hij kan toch niet beweren dat er een paar relschoppers waren? Ik vraag me af welke kwalificaties hij nou geeft aan het bekogelen van hulpverleners, aan het belemmeren van hulpdiensten, aan het stichten van brand. Dat kan hij toch allemaal niet goedpraten op deze manier, en al helemaal niet met dit soort debattrucjes waarbij hij weer om zich heen slaat zonder enige vorm en zonder enige poging om mijn vraag gewoon te beantwoorden?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik heb gisteren al afstand genomen … Of afstand genomen? Ik heb gisteren een goede post gezien van mevrouw Dilan Yeşilgöz. Zij is vicepremier van Nederland en heeft gezegd dat het ontoelaatbaar is wat daar gisteren is gebeurd. Ik heb haar tweet geretweet en heb gezegd: helemaal eens met de vicepremier. Ik heb al afstand genomen … Of afstand? Wie ben ik om afstand te nemen? Ik heb al gezegd dat ik er natuurlijk afstand van neem als er geweld wordt gebruikt tegen hulpverleners of als mensen zich niet aan de wet houden. Wij allemaal hier, hoop ik, nemen daar afstand van. Wij zijn hier toch om de democratie te versterken? Ik begrijp helemaal niet wat mevrouw Westerveld mij in de schoenen wil schuiven. Ik heb gisteravond al gezegd dat ik geweld niet vind passen bij onze rechtsstaat. Ik keur dat altijd en zonder enige uitzondering af. Dat moet toch voldoende zijn voor mevrouw Westerveld?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Door de manier waarop de heer Markuszower hier om zich heen slaat, heb ik de indruk dat hij deze vraag helemaal niet zo simpel vindt. Ik zou hem willen vragen wat hij vindt van de rol van politici, dus ook van onze morele rol als het gaat om dit soort zaken, waarbij mensen hulpdiensten bekogelen, waarbij het lokaal gezag onder druk staat. Wat vindt hij dan van de rol van de landelijke politici? Zouden we het vuurtje nog eens even moeten oppoken, spreekwoordelijk gezegd, of zouden we ook juist moeten bijdragen aan de-escalatie en aan het aanpakken van de echte problemen waar mensen mee zitten? Want dat is niet de schuld van de vluchtelingen die hier verder nog nooit een stap in Nederland hebben gezet. Dat is toch echt te wijten aan politiek beleid van de afgelopen jaren, waar ook het afgelopen kabinet een flinke rol in heeft gespeeld door fors te bezuinigen op sociale voorzieningen en op onderwijs, om maar een paar dingen te noemen. Wat vindt hij nou van de rol van politici, ook als het gaat over wat hier nou aan de hand is in Nederland?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik denk dat ik het helemaal eens ben met deze interruptie van mevrouw Westerveld. Ik denk dat wij hier als Tweede Kamer al twintig jaar falen en de Nederlanders in de steek laten en dat Nederlanders daarom woedend zijn en geen begrip meer hebben voor wat wij hier doen. Wij hebben geen begrip meer voor wat er leeft in de samenleving. Ik heb in mijn bijdrage ook ertoe opgeroepen dat wij hier van links tot rechts nu samen moeten gaan werken om die problemen op te lossen. Dat begint echt bij een asielstop, want Nederland is prop- en propvol. We kunnen het niet meer aan. Maar er zijn ook andere problemen, zoals de heer Van Baarle net zei. We moeten die allemaal oplossen, maar wij hier laten die mensen, ook in Loosdrecht, maar overal in Nederland, gewoon elke dag in de steek. We beloven voor de verkiezingen a en we doen na de verkiezingen b. Mensen worden er knettergek van. De belastingen zijn te hoog, mensen kunnen geen woning meer vinden. Er komen allemaal mensen van hele verre landen met een heel andere cultuur. Die mensen nemen hun wijk over, die pakken hun hun veiligheid af. Het gaat niet meer zo langer. Als wij dat niet oplossen voor die mensen, zullen we zien dat die wanordelijkheden, die nu nog beperkt zijn, veel erger gaan worden. We moeten er echt met z'n allen wat aan doen. Ik hoop dat ook samen met mevrouw Westerveld te gaan doen, want met haar laatste punt ben ik het voor 90% eens.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Mevrouw Westerveld heeft geen interruptie meer, zie ik. Dan ga ik eerst even naar mevrouw Straatman van het CDA en dan kom ik zo bij u, meneer Ceder.
Mevrouw Straatman (CDA):
Mijn vraag aan de heer Markuszower ging over zijn aanwezigheid bij de demonstraties in Loosdrecht. Hij zegt: ik was daar aanwezig en heb daar met veel lokale mensen gesproken. Maar we zien ook dat er heel weinig lokale mensen zijn en dat het vooral veel extreemrechtse groepen zijn die van gemeente naar gemeente trekken om chaos en geweld te verspreiden. Mijn vraag aan de heer Markuszower is de volgende. U kiest er, wetende dat die groepen komen, alsnog voor om daarnaartoe te gaan. Is de keuze om erheen te gaan, wetende dat die groepen er komen, niet ook een vorm van legitimatie van het extreemrechtse gedachtegoed? Hoe kijkt u daartegen aan?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Straatman zegt "we zien toch", maar het probleem is dus dat wé het niet zien. Ik heb het gezien, want ík was er. Maar mevrouw Straatman was er niet. Op wie baseert mevrouw Straatman nou …
De voorzitter:
Via de voorzitter graag; ik vraag het nogmaals.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat vraag ik dan via de voorzitter. Op welke bron baseert mevrouw Straatman nou dat daar vooral mensen waren van buiten? Want ík was daar en ík heb vooral mensen van binnen gezien. Dus hoe kan het nou dat mevrouw Straatman hier zegt "wé hebben toch allemaal gezien dat er mensen van buiten waren", terwijl degenen die er waren … Tenzij u mij niet gelooft. Ik heb groene ogen, geen blauwe ogen -- dus tenzij u mij niet op mijn groene ogen gelooft … Ik heb met die mensen gesproken. Ik heb mensen van binnen gezien, uit Loosdrecht zelf. Ik ben bij die mensen thuis geweest. Ik heb met ze gesproken. Waar haalt mevrouw Straatman, vraag ik via de voorzitter, vandaan dat er vooral mensen van buiten waren? Wat is "buiten" eigenlijk?
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik denk dat we dit debat genuanceerd moeten voeren en dat we een onderscheid moeten maken. Er zijn terechte zorgen van lokale mensen. De heer Markuszower zegt dat hij daarvoor opkomt. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar het is goed dat mensen kunnen demonstreren. Dat doen we in een democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zien we ook dat extreemrechtse groepen de demonstraties gewoon kapen. Dat zijn geen demonstraties meer; het zijn pure rellen die we zien tegenover de politie, tegenover burgemeesters en tegenover lokale bestuurders. Het zou me een heel lief ding waard zijn als de heer Markuszower niet mij op woordjes pakt, maar als de heer Markuszower ook zou zeggen: ja, er zijn groepen aanwezig in die demonstraties die het demonstratierecht in Nederland uithollen en die daar misbruik van maken. Zij maken ook misbruik van die lokale bewoners met terechte zorgen, waar u voor wilt opkomen. Zij maken het hun heel erg moeilijk om terechte zorgen te agenderen. Als u dat ook zou zeggen, zouden we denk ik een veel zuiverder debat met elkaar kunnen voeren.
De voorzitter:
Ik zeg niks, maar de heer Markuszower misschien wel. Gaat uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik weet niet of alles wat wordt gesteld zomaar waar is. Er zullen vast en zeker rondtrekkende groepen zijn. De vraag is ook of dat dan tegen de democratie is. Ik heb net al even genoemd -- mevrouw Westerveld vond dat misschien niet leuk -- dat we óók weten dat internationale organisaties, zoals nota bene Hamas, infiltreren in Rode Lijndemonstraties. Dat lijkt mij toch een groter probleem dan als er Nederlandse clubs zijn die een beetje rondreizen van dorp tot dorp om te zeggen: ik ben het ook eens met wat er in dit dorp of deze gemeente gebeurt. Laten we het uitzoeken. Ik vind dat de overheid hard moet optreden tegen iedereen die onze democratie bedreigt, iedereen die een gevaar is voor onze rechtsstaat, zeker als dat invloeden van buiten zijn. Ik hoop dat wij als Kamer en de diensten die dat zeggen eensgezind zijn, maar ik heb nog niet echt de bewijzen gezien en ik kan alleen maar zeggen dat ik twee keer in Loosdrecht was en ik niemand heb gezien die daar geweld ging gebruiken. Ik heb niemand gezien die daar de boel op een oneigenlijke manier aan het opstoken was. Misschien is er toen ik daar niet was, wel wat gebeurd. Ik ontken dat ook helemaal niet. We hebben dezelfde beelden gezien. Ik keur net als mevrouw Straatman die beelden af. Laten we nou echter niet zonder feiten zomaar dingen de ether in slingeren.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan concludeer ik toch het volgende. Ik ben een positief ingesteld mens. Ik hoorde de heer Markuszower zeggen: laten we onderzoeken of er extreemrechtse groeperingen zijn. Dat ben ik helemaal met de heer Markuszower eens. Ik concludeer dan ook dat hij stelt: op het moment dat die extreemrechtse groepen er zijn, dan moeten we daar wat mee; dan moeten we ervoor zorgen dat zij die demonstraties niet kunnen kapen en dat we hen kunnen scheiden van lokale mensen met lokale zorgen. Dat vind ik dan toch een positief punt.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is allemaal prima, maar ik wil hier wel even benadrukken dat niet iedereen die tegen de komst van asielzoekers is, extreemrechts is. Ik vind het inmiddels extreem dat partijen doorgaan met ons opengrenzenbeleid. Ik vind het inmiddels extreem dat partijen zeggen dat ze tegen een asielstop zijn. Ik vind het inmiddels extreem als partijen zoals het CDA in de Eerste Kamer, die voor iets strengere asielwetten kunnen stemmen, dat gewoon niet doen. Dat vind ik inmiddels extreem. Laten we oppassen groepen die gewoon een beetje hun eigen vrouw en kinderen willen beschermen tegen mensen van ver hier vandaan met een cultuur die ver verwijderd is van onze cultuur, neer te zetten als extreemrechts.
De voorzitter:
Dan ben ik als het goed is nu aangekomen bij de heer Ceder voor een interruptie namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik denk dat de beelden van gisteren schokkend waren. Er was niet alleen een brand, er waren ook al mensen die gevlucht zijn overgebracht en er waren medewerkers van het COA aanwezig. Daarbovenop is ook de doorgang van de brandweer belemmerd. Gelukkig is het meegevallen, maar het had ook heel anders kunnen lopen. Ik proef bij de heer Markuszower een verschil tussen mensen in het land ertoe oproepen in verzet te komen, zoals hij in zijn tekst doet, en enige vorm van verantwoordelijkheid nemen op het moment dat dat mis dreigt te gaan. U en ik zijn beiden politici; we weten dat woorden ertoe doen. Dat is het instrumentarium dat we hebben. U lijkt echter geen verantwoordelijkheid te nemen voor de woorden die u nu bezigt. Mijn vraag is daarom ook: in uw betoog heeft u ertoe opgeroepen dat mensen overal in het land in verzet zouden moeten komen tegen noodopvang, als ik het zo goed begrijp. Wat bedoelt u daar dan mee? Hoe moeten mensen in verzet komen? Wat kan er volgens u naast de geijkte democratische wegen van stemmen, zorgen dat er een gemeenteraad is en die beïnvloeden, participatie en met elkaar in gesprek gaan? Welke andere middelen heeft u dan voor ogen? Bent u ook bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor de uitspraken die u doet?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik neem verantwoordelijkheid voor wat ik hier en op andere plekken zeg. Aan het einde van mijn tekst zeg ik twee dingen. Ik vraag u, andere partijen, van links tot rechts, om de problemen van Nederland op te lossen. Ik zeg niet dat we tot die tijd, tot we de problemen hebben opgelost, allemaal in verzet moeten gaan; ik vraag om democratisch en geweldloos verzet. Dat mag gewoon. Daar neem ik verantwoordelijkheid voor. Als mensen heel graag een asielzoekerscentrum in hun gemeente willen, moeten ze dat daar vooral plaatsen, maar als mensen dat niet meer willen, moeten ze … Nee, dat "moeten" ze niet. Dan mogen ze gewoon geweldloos en democratisch in verzet gaan. Dan moeten ze dus de straat opgaan, dan moeten ze de burgemeester figuurlijk aan zijn jasje trekken, dan moeten ze inspreken bij de gemeenteraad, en dan moeten ze gewoon zeggen: wij pikken het niet meer; wij pikken het niet meer! Ze kunnen zelf referenda organiseren. Die hoeven niet rechtsgeldig te zijn, maar dan kunnen ze wel hun stem laten horen. Ik vind het heel goed als mensen hun stem laten horen.
Dat hebben we in Loosdrecht dag na dag gezien. Er zijn daar goede protesten geweest, waarbij mensen zich keurig hebben gedragen. Dat heeft ook gewerkt, hè? De waarnemend burgemeester wilde namelijk eerst 110 mannen plaatsen, maar dat werden er 70. Hij wilde ze eerst op een maandag plaatsen, maar dat werd twee weken later. Als de mensen de straat opgaan en gewoon zeggen "we pikken het niet langer", wordt daar meer naar geluisterd dan wanneer ze in hun woning blijven zitten. Maar liever nog heb ik dat wij het hier oplossen, want dan hoeven die mensen niet de straat op en dan kunnen ze gewoon verdergaan met hun leven, zoals ze altijd al deden. Omdat wij hier de bal hebben laten vallen, omdat wij een minister hebben die de grenzen niet wil sluiten, omdat wij hier partijen hebben die hun eigen wetten saboteren en die voor de verkiezingen a beloven, maar na de verkiezingen b doen, worden die mensen boos. Ik hoop dat ze geweldloos en democratisch boos blijven, maar dat is niet heel lang meer in de hand te houden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Markuszower heeft verduidelijkt dat hij met zijn oproep tot landelijk verzet "democratisch en geweldloos verzet" bedoelde, maar vervolgens omschrijft hij een situatie die volgens mij vrij normaal is. Als je het ergens niet mee eens bent, kun je gaan stemmen. Dat kan. Vervolgens kun je inspreken. Dat kan. Je kunt in gesprek gaan. Dat kan. Maar u zoekt ook een grens op. U zegt: trek de burgemeester figuurlijk aan zijn jasje. Ik hoop dat de heer Markuszower doorheeft dat wat wij hier met elkaar communiceren en wat wij de afgelopen jaren hebben gecommuniceerd, invloed heeft op de sentimenten in de samenleving en dat wij ook verantwoordelijk zijn voor het klimaat dat we daarmee creëren. Ik wil de heer Markuszower toch vragen of hij vindt dat als een burgemeester of een gemeenteraad bij meerderheid een besluit neemt over een taak die hun is toebedeeld en waar ze verantwoordelijkheid voor nemen, dat gerespecteerd dient te worden, ook door de bewoners. Uiteraard heb je het demonstratierecht, maar dat kent wel echt grenzen. Is de heer Markuszower het daarmee eens of vindt hij, gezien het standpunt dat hij heeft, dat mensen verder mogen gaan dan wat we volgens de geijkte wegen met elkaar bepaald en besloten hebben?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dat is een vraag naar twee onderdelen. Ten aanzien van het eerste onderdeel: er was hier dus geen lokale democratie. De waarnemend burgemeester heeft een besluit genomen zonder inspraak van de gemeenteraad, zonder dat er inspraakrecht was voor de burgers. Er waren geen verkiezingen. Alle andere gemeenten hebben een paar maanden geleden gemeenteraadsverkiezingen gehad, maar de gemeente Wijdemeren nou juist net niet. De lokale democratie is daar dus al heel lang uitgeschakeld. Dan moeten we ook niet verbaasd zijn dat die mensen hun stem op een andere manier moeten laten horen. Er was daar een democratisch deficit, een tekort aan democratie de afgelopen maanden. We zien dus dat dat niet werkt. Dat is één.
Twee. Ik zei het al in mijn tekst: we zijn een rechtsstaat. Als er een besluit valt, of dat nou hier is of in een gemeente, moeten mensen uiteindelijk naar dat besluit luisteren en ernaar handelen. Natuurlijk. Dat is democratisch. Ik had het over democratisch verzet. De definitie van democratisch verzet is … Uiteindelijk valt er een democratisch besluit en de politie moet dat besluit soms handhaven. Dan kan het niet zo zijn dat de politie wordt aangevallen, dat de hulpdiensten geen hulp kunnen bieden of dat de mensen die daar worden geplaatst, worden aangevallen. Dat kan natuurlijk allemaal niet. Daar pleit ik ook niet voor. Ik neem er ook geen verantwoordelijkheid voor als het wel gebeurt. Maar we moeten ons wel realiseren dat als wij de problemen van die mensen niet oplossen -- de ChristenUnie is medeverantwoordelijk voor die open grenzen -- we niet raar moeten opkijken als de mensen op een gegeven moment zeggen: "Ik heb genoeg van jullie politici. We nemen het heft in eigen handen." Ik zeg niet dat ik daar heel veel begrip voor heb, maar ik begrijp het wel.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De heer Markuszower krabbelt dan weer terug. Hij zegt: als een besluit valt, moet je dat uiteraard naleven. Er is een democratisch besluit gevallen in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het is vervolgens aan gemeenten om in overleg met elkaar te kijken hoe ze daar invulling aan geven. Er is ooit besloten dat dat ook bij een herindeling de wijze is waarop dat gaat. Maar vervolgens doet u aan het einde weer de suggestie dat als het niet gaat zoals u dat graag ziet, er gerechtvaardigde wegen zijn om de afspraken die we hier met elkaar gemaakt hebben te bypassen. Concluderend wil ik toch aangeven dat u daarmee een dubbel signaal afgeeft. Enerzijds zegt u "mensen, sta op" en legitimeert u een gevoel van onbehagen, maar vervolgens weigert u verantwoordelijkheid te nemen als er in dat klimaat ook uitspattingen ontstaan. Dat vind ik eerlijk gezegd zwak. Ik vind dat zwak.
De voorzitter:
Ja, dank u wel. Het woord is aan de heer Markuszower.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil u graag meegeven om dat in ieder geval mee te nemen in de woorden die u uitspreekt. Daarmee wil ik ook pleiten voor misschien een wat milder gesprek met elkaar, waarin we hopelijk ook de democratische rechtsstaat goedhouden. Die is namelijk niet vanzelfsprekend; kijk maar naar andere landen. En ja, we mogen met elkaar van mening verschillen, maar dat lossen we democratisch op.
De voorzitter:
Meneer Ceder, ik had het woord alweer aan de heer Markuszower gegeven, en u sprak door.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Excuses, voorzitter. Sorry. Dat had ik niet door.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik pleit er helemaal niet voor dat mensen zich niet aan de wet houden. Ik vind dat als mensen zich niet aan de wet houden, de overheid moet en mag optreden. Punt. Maar ik vind ook dat onder andere de ChristenUnie … Het geldt ook voor andere partijen, zoals D66, die van de premier. Die heeft voor de verkiezingen beloofd om iets te doen aan de asielinstroom, en na de verkiezingen doet hij het niet. Het geldt ook voor een partij als het CDA, waarvan de heer Bontenbal zei tijdens de verkiezingen: we zijn voor nationale maatregelen. Dan wordt er in de Eerste Kamer over nationale maatregelen gestemd, en dan stemmen ze tegen! Het geldt ook voor een partij als de PVV, die haar eigen wet saboteert. Het geldt ook voor een partij als de ChristenUnie, die al twee of drie kabinetten loopt te zieken over een aantal maatregelen waar ze dan nu toch weer voor is. Het leidt allemaal tot gigantische onvrede in dit land! En als wij politici onvrede organiseren, moeten we niet verbaasd opkijken dat er onvrede in het land is. Dat moeten we onszelf aantrekken. Ik trek het mij aan, en ik hoop dat de heer Ceder het zichzelf ook aantrekt. Hij moet mij dan niet in de schoenen schuiven dat het door mij komt als enkele mensen zich misdragen. Dan moet de politie de mensen die zich misdragen, oppakken en vastzetten. Ik hoop dat ze dat eerst doen met de mensen van Extinction Rebellion, daarna met de mensen die mee hebben gelopen met die Hamasdemonstratie van de Rode Lijn -- dan is de Tweede Kamer misschien ook wat leger, want er liepen heel veel mensen mee -- en dan natuurlijk ook met de mensen die zich in Loosdrecht niet zo goed aan de wet hebben gehouden.
De voorzitter:
Ik kijk of de heer Ceder nog een interruptie wil plegen. Dat is niet het geval. Dan ga ik naar de heer Van Asten van D66.
De heer Van Asten (D66):
Uit het betoog van de heer Markuszower, en vooral uit de uitgebreide beantwoording van de interrupties, valt nog een rare lijn te halen. Zijn laatste woorden waren dat iedereen zich aan de wet moet houden, terwijl hij eerder in het verhaal zei dat de burgemeester gewoon op de winkel moet passen en zich juist niet aan de wet moet houden, want die wet is de Spreidingswet. Het is al eerder over die wet gegaan. Die is gewoon democratisch vastgelegd. We verwachten daarmee dat onze bestuurders -- burgemeesters, wethouders en raadsleden -- dappere besluiten nemen. Daar moeten wij dan ook achter staan, want wij hebben die wetten in dit huis tenslotte aangenomen. Vervolgens hoorde ik de heer Markuszower eigenlijk continu zeggen dat vluchtelingen maar overlastgevers en criminelen zijn. U wakkert die zorgen … De heer Markuszower wakkert die zorgen bij de mensen dus continu aan. Vervolgens werd er gezegd: wij zijn hier om de democratie te beschermen. Daarna kwam er weer een mooi tussenzinnetje, en vervolgens werd er gezegd: het is niet heel lang meer in de hand te houden. Mijn vraag is: waar is de heer Markuszower nou eigenlijk op uit?
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Van Asten begon met te zeggen dat mijn lijn niet duidelijk is. Weet de heer Van Asten wiens lijn niet duidelijk is? Die van u. Nou, niet die van u, die van D66. Want voor de verkiezingen scoort Rob Jetten met een groot verhaal dat hij iets aan asiel wil doen, en na de verkiezingen breken al die D66-politici die belofte. Dát is pas slecht voor de democratie! Dát is pas een vage lijn! Verder zijn er zo veel dingen gezegd. Eén punt daaruit, want dat kan ik nog wel onthouden. Het lijkt alsof de heer Van Asten niet goed in de materie zit. Het ging hier niet om de Spreidingswet. Het ging hier helemaal niet om de Spreidingswet. Dit was noodopvang. Die waarnemend burgemeester hoefde helemaal niet zijn vinger op te steken. Maar waarom doet die waarnemend burgemeester dat? Precies vanwege wat de heer Van Asten daarna zei: "dappere besluiten". Die waarnemend burgemeester wilde bij zijn elitevriendjes, bij zijn vriendjes in al die bestuursorgaantjes, die ook allemaal maar benoemd zijn, bij de commissarissen van de Koning, bekendstaan als een dappere bestuurder, die nu eventjes zijn gemeente opzadelt met de noodopvang van 110 mannen, die naar de bevolking van Loosdrecht bewegingen maken dat ze hun keel gaan doorsnijden. Dat is niet democratisch; dat hoort niet bij de taak van een waarnemend burgemeester. Dat heeft helemaal niks met de Spreidingswet te maken. Het zou prettig zijn als de heer Van Asten zich zou inlezen in de materie voordat hij mij gaat aanvallen middels een interruptie die totaal niet klopt.
De voorzitter:
Ik onderbrak u al, niet vanwege de inhoud van uw betoog, want daar gaat u zelf over, maar vanwege de tijd die u ervoor neemt.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, maar het was een hele lange interruptie!
De voorzitter:
Het was geen hele lange interruptie, want ...
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Kneiterlang!
De voorzitter:
... wij timen dat hier, en daarmee kap ik dat af. Uw antwoord was meer dan anderhalve minuut lang. Dus vandaar. Meneer Van Asten, gaat uw gang.
De heer Van Asten (D66):
De heer Markuszower gaat wederom niet in op de vragen die gesteld worden in interrupties. Dat hebben we continu gezien. Wat ik het meest kwalijke vind, is niet zozeer de jij-bak naar mij, want die vind ik eigenlijk veel te goedkoop om op in te gaan, maar dat hij juist weer de lokale bestuurders wegzet als "elitevriendjes". Het is echt gif voor onze democratie door dat continu te injecteren. Ik vind het dus echt extreem kwalijk wat hier gebeurt. En dat gebeurt in een debat over vluchtelingen. De heer Markuszower heeft gelijk: dit is niet de Spreidingswet, dit zijn de noodmaatregelen. Heeft dit dan niks met de Spreidingswet te maken? Natuurlijk wel! Want op het moment dat elke gemeente zich zou houden aan de Spreidingswet, hebben we geen noodopvangplekken meer nodig. Maar omdat dat te weinig gebeurt, hebben we die noodopvang wél nodig. Daarom heeft dit een-op-een met elkaar te maken en ben ik blij dat er lokale bestuurders opstaan die zeggen: dit gaan we doen, en dat gaan we op een goede manier doen. Wij zouden hen daar als lokale of als landelijke politici in moeten ondersteunen, in plaats van hen weer onderuit te halen -- wat de heer Markuszower doet.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Over die Spreidingswet: ik heb begrepen dat de heer Boomsma met een initiatiefwetsvoorstel komt om 'm in te trekken. Collega Lammers gaat graag meetekenen, zodat we van die verschrikkelijke Spreidingswet hopelijk snel af zijn. Ik geef de credits aan de heer Boomsma van JA21, die dat heeft bedacht. Dat gezegd hebbende, het tweede. Het zijn van die lange interrupties, dus ik weet het allemaal niet meer, maar die waarnemend burgemeester ... Ik weet het weer. D66 staat voor "Democraten 66". Die waren voor de directe democratie. Uit mijn hoofd waren ze ook voor het kiezen van de burgemeester. Dat standpunt, dat kroonjuweeltje, heeft D66 allang laten vallen. Waarom eigenlijk, vraag ik aan de heer Van Asten? Dat is retorisch; u hoeft dat niet te beantwoorden. Waarom heeft D66 de eis laten vallen dat de burgemeester direct gekozen kan worden? Het antwoord is: omdat D66 helemaal niet van democratie houdt.
De voorzitter:
Ik wil oproepen geen wedervragen te stellen in dit debat, want zo voeren wij niet het debat met elkaar. Ik kijk even naar mevrouw Westerveld voor een punt van orde.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het punt dat ik wil maken, is dat ik het absurd vind hoe dit debat nu wordt gevoerd, hoe hier af wordt gegeven op lokale bestuurders, zonder dat die zich hier kunnen verdedigen. Ik vind dat niet de manier om een debat te voeren. Vragen worden ontweken, er wordt een heel verhaal gehouden. Laten we dat gewoon niet doen op deze manier. Op geen enkele manier kunnen we zo goed dit gesprek met elkaar voeren vanavond.
De voorzitter:
Waarvan akte. U ziet ook dat ik zeer actief bezig ben om de orde van deze vergadering goed te handhaven als het gaat om de lengte van de interrupties en over wie het woord heeft en dat ik daar moeite mee heb. Ik doe nogmaals een oproep. U heeft mij vandaag daarvoor ingehuurd. Ik doe dit met alle liefde, maar geef mij dan wel de ruimte om die orde hier te handhaven en te bewaken.
De heer Struijs heeft een punt van orde.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, ik heb een klein punt van orde. Ik hoef niet weg, want mevrouw Van Brenk is boven water uit een ander debat, dus ik mag blijven.
De voorzitter:
Het is sowieso heel fijn dat zij boven water is. Dank u wel.
Ik kijk even naar de leden om te zien of er nog interrupties zijn voor de heer Markuszower. Mevrouw Vondeling, gaat uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik ben het grotendeels eens met de heer Markuszower. De massa-immigratie maakt ons land kapot. We moeten een asielstop invoeren. Maar als we een asielstop in willen voeren, is de vraag wel waarom DNA dan tegen een motie van de PVV stemt om die asielstop ook in te voeren.
De voorzitter:
Het betreft hier een vraag aan de Groep Markuszower in deze Kamer.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Allereerst dank aan mevrouw Vondeling voor de vraag. Ik had laatst een plaatje op Twitter geknald, want ik zag die tweet van de partijleider van mevrouw Vondeling en mijn voormalige partijleider, waar inderdaad in stond dat wij tegen een motie zouden hebben gestemd voor een asielstop. Dat was uit mijn hoofd op 3 februari. Op 5 februari hebben we vóór eenzelfde soort motie van mevrouw Vondeling en de heer Wilders gestemd, dus we zijn wel degelijk voor een asielstop. Ik ben blij dat mevrouw Vondeling mij dat nog even laat verduidelijken hier. Bij de eerste motie hebben we toen tegengestemd, maar daar hadden we ook voor kunnen stemmen, hoor. Die motie werd ingebracht in dat debat waar allemaal spreekt-uitmoties waren. We vonden het niet zo opportuun om wel voor sommige van die moties te stemmen en niet voor andere. Het is een beetje een technische, saaie reden, maar ik ben blij dat ik hier klip-en-klaar kan zeggen dat wij net als mevrouw Vondeling voor een asielstop zijn. Ik zou heel graag willen dat, nu ik dit klip-en-klaar heb gezegd, de PVV in ruil voor mijn duidelijkheid nooit meer de eigen goede wetten gaat saboteren. Als mevrouw Vondeling dat nou kan beloven, dan zijn we allemaal weer goede vrienden van elkaar.
De voorzitter:
U mag dat straks in een interruptie aan mevrouw Vondeling vragen, niet hier op deze manier.
Mevrouw Vondeling heeft een interruptie.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Allereerst hebben wij gewoon voor onze eigen wetten gestemd; laat dat duidelijk zijn. U zegt wel dat u voor een asielstop bent, maar gisteren op tv of ergens anders hoorde ik u zeggen dat echte vluchtelingen welkom zijn in Nederland. Dat betekent dat uw partij kennelijk geen asielstop wenst. Daarnaast heeft meneer Claassen, uw collega, maanden geleden op televisie gezegd dat een asielstop volgens hem helemaal niet kan. Dat betekent dus ook dat u kennelijk geen asielstop wil. En gisteren retweette u een post van mevrouw Yeşilgöz die opriep om samen op te trekken. Mag ik u eraan herinneren dat de VVD helemaal geen asielstop wil? Want toen de PVV voorstelde om een asielstop in te voeren, gaf de VVD niet thuis. Hoe wilt u dan een asielstop bewerkstelligen met de VVD?
De voorzitter:
U stelt deze vraag niet aan mij, maar aan de heer Markuszower.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, sorry. Meneer Markuszower.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Als ik alleen maar mag praten met mensen die alles precies zo willen zoals ik of alleen die mensen mag retweeten, dan kan ik eigenlijk ook niet meer met de PVV praten, want de PVV saboteert de eigen wetten. De VVD heeft ook heel veel dingen niet mogelijk gemaakt op asiel; dat klopt. Ik hoop dat we allemaal over onze eigen schaduw heen stappen. De VVD wil liever iets dan niets. Dat is waarom ik hoop soms met de VVD samen op te kunnen trekken. Ze willen veel te weinig, maar ze willen tenminste iets. De PVV speelt altijd dat spel: we willen alles, maar zelfs als we alles krijgen via onze eigen wetten, saboteren we die alsnog. Al die spelletjes moeten ophouden; dat zeg ik ook in mijn bijdrage. Laten we nou kijken met alle mensen van goede wil, die iets willen doen aan asielbeperking. Dat gaan we gewoon doen. Het liefst wil ik een asielstop. Wat de heer Claassen daarover zei, weet ik allemaal niet. In dat interview heb ik me misschien niet goed uitgedrukt. Ik ben blij dat mevrouw Vondeling mij nog steeds zo goed volgt; we werkten vroeger ook goed samen. Ik duidde in dat televisieprogrammaatje een onderzoek, waarin werd gezegd dat heel veel Nederlanders wel voor opvang zijn. Toen heb ik gezegd: natuurlijk zijn Nederlanders best barmhartig en natuurlijk moet er ruimte zijn voor echte vluchtelingen.
De voorzitter:
Ja, dank u wel.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Nog één ding. Maar ik heb daarna wel gezegd: de afgelopen twintig jaar hebben we zo veel mensen toegelaten dat er nu geen ruimte meer is. Ik kan me best voorstellen dat er, in een wereld waarin er heel veel ruimte zou zijn in Nederland, voor enkele vrouwen en kinderen uit onze regio best barmhartigheid kan worden getoond. Maar in deze fase van de geschiedenis ben ik voor een keiharde asielstop.
De voorzitter:
Vanaf dit moment in het debat zet ik de microfoon uit als u langer praat dan één minuut, want dit was bijna twee minuten.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Excuus, voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Vondeling, ga uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik vind dit een heel warrig verhaal. Ik heb geen idee waar de groep van de heer Markuszower nu voor staat. Kennelijk niet voor een asielstop, want "asielstop, maar minder mag ook". Ik kan u vertellen: als u dit kabinet in het zadel blijft houden, komt er nooit een asielstop. Die partijen willen helemaal niets. Die zijn alleen maar bezig met het openen van azc's door het hele land en die houden de instroom niet tegen. Dat is waar Groep Markuszower mee bezig is; die houdt dit kabinet in stand. Ik zeg tegen u: als u een asielstop wil, moet u daarmee stoppen.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Vondeling zegt dat ik warrig ben -- zo ken ik mevrouw Vondeling helemaal niet. Ik was helemaal niet warrig. Ik zeg heel duidelijk: wij zijn voor een keiharde asielstop. Ik hou dit kabinet helemaal niet in het zadel. De partij die dit kabinet in het zadel heeft geholpen, is de PVV. Als de PVV niet uit het vorige kabinet was gestapt of als de partijleider van mevrouw Vondeling -- volgens mij delen we die frustratie -- gewoon campagne had gevoerd, dan was de PVV de grootste geweest. Dan had daar niet een minister van het CDA gezeten, maar misschien mevrouw Vondeling zelf, of misschien mevrouw Faber, als ze die gedragen motivering eindelijk eens af had; ik las in de krant dat dat niet is gebeurd. Als de PVV niet zo lamlendig was geweest, hadden we nog steeds een PVV-kabinet. Onder andere omdat de PVV niet heeft geleverd, is die asielstop er niet gekomen. Ga nou niet mij of andere partijen in de schoenen schuiven dat die asielstop er niet is. Trek die handschoen aan en zeg tegen Nederland: sorry, we hebben het verprutst, maar vanaf nu gaan we het beter doen.
De voorzitter:
Ja, dank u wel, heel netjes. Ik kijk even rond. Zijn er nog interrupties? Dat is niet het geval. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Baarle namens DENK. Gaat uw gang.
De heer Van Baarle (DENK):
Dank, voorzitter. De haatagenda van extreemrechts wordt steeds verder over ons land uitgerold. Gisteravond zagen we opnieuw een dieptepunt. Terwijl vluchtelingen zouden arriveren in het opvanggebouw in Loosdrecht, is door totale onverlaten een brand ontstaan. Toen de brandweer en politie iets wilden doen, werden ze bekogeld en tegengehouden. We zien al tijdenlang racistisch en extreemrechts antivluchtelingengeweld en -terreur in ons land. We zien demonstraties die uitmondden in gewelddadige rellen met "Heil Hitler"-roepende nazi's, een gemeentehuis dat vernield werd, een explosief dat afging bij een opvanglocatie, een gemeente die aangeeft de opvang te schrappen vanwege ervaren onveiligheid, en raadsleden en burgemeesters die worden geïntimideerd en bedreigd.
Voorzitter. De maat moet echt vol zijn. Deze minister moet erkennen dat we te maken hebben met terreur als mensen met geweld en intimidatie het democratische bestuur willen ondermijnen en mensen willen beletten hun werk te doen als bestuurder -- niets meer, niets minder -- en dat dat structureel is. Is de minister bereid om dat te erkennen? Welk actieplan gaat de regering opstellen tegen deze extreemrechtse antivluchtelingenterreur? Wanneer krijgen we het onderzoek van de diensten dat nu loopt naar de rol van extreemrechtse netwerken hierin? Wat gaat de minister acuut doen om naast het lokaal bestuur te gaan staan en te gaan zorgen voor hun veiligheid? Die extreemrechtse antivluchtelingenterreur komt niet uit de lucht vallen. Terwijl de problemen in dit land zich opstapelen, zien we politici zoals Markuszower, Wilders en Keijzer op verschillende bijeenkomsten mensen ophitsen met spookverhalen. Dat gebeurt al jaren: leugens over zogenaamde nepvluchtelingen, testosteronbommen, koppelingen met criminaliteit, zondebokpolitiek die racistisch de schuld van bijna alle problemen in ons land bij vluchtelingen legt. Die giftige politiek van partijen als de PVV, Markuszower, Keijzer en anderen hitst de boel op en zet ons land in de fik. Ik zeg tegen al die partijen: kap hiermee! Vluchtelingen worden hier het slachtoffer van. Ons hele land wordt erdoor opgehitst. Lokale bestuurders zijn er ook het slachtoffer van.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De heer Van Baarle neemt aanstoot aan het woord "nepvluchtelingen". Maar waarom ben je een vluchteling als je door vijf, zes, zeven of acht veilige landen bent gekomen? Ik lees zelfs dat die Palestijnse vrienden van de heer Van Baarle al een visum hadden gekregen in Griekenland en van de minister toch nog hier asiel mogen aanvragen. Wat is daar vluchteling aan? Waarom ben je een vluchteling als je al heel lang, of zelfs kort, veilig was? Dan ben je toch geen vluchteling meer? Vluchteling ben je als je vlucht voor oorlog en geweld. Maar als je in een veilig land bent geweest en naar een ander veilig land gaat, en daarna naar nog een veilig land, hoezo ben je dan nog een vluchteling? Dan ben je toch een nepvluchteling?
De voorzitter:
Ik zou de classificatie "vrienden van de heer Van Baarle" achterwege willen laten.
De heer Van Baarle (DENK):
Alle mensen -- want ik geloof in mensenrechten -- zijn mijn vrienden. Als we zien dat de mensenrechten van de Palestijnen enorm in het gedrang zijn, omdat onder anderen de heer Markuszower de afgelopen tijd heeft staan klappen terwijl er een genocide op deze mensen wordt gepleegd, en deze mensen dus naar Nederland vluchten vanwege die genocide die gepleegd wordt, vind ik het ontzettend kwalijk dat politieke partijen hier op zo'n verschrikkelijke manier over Palestijnen spreken. Als we het hebben over woorden als "nepvluchteling": het grootste deel van de aanvragen voor asielverzoeken in Nederland wordt nog steeds toegekend. Overal maar het woord "nep" op plakken, zoals de heer Markuszower doet, is ook weer een haatcampagne.
Voorzitter. Als het gaat om aanstoot nemen: waar ik echt aanstoot aan neem, is de woordenterreur die de heer Markuszower eigenlijk al zijn hele politieke bestaan uitstrooit over vluchtelingen. Vluchtelingen koppelen aan criminaliteit, vluchtelingen koppelen aan natuurrampen: dat zijn echt de meest demonische vormen van verdachtmaking die er bestaan. Een tsunami van vluchtelingen die over ons land zou spoelen: dat soort vunzige woorden heeft de heer Markuszower altijd gebezigd. De heer Markuszower moet daar echt mee kappen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van Baarle (DENK):
Wat hij doet, is mensen ontmenselijken, mensen verdacht maken, mensen in verband brengen met verschrikkelijke dingen. Dat kan echt niet.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Heel veel van de woorden die de heer Van Baarle zegt, heb ik echt nooit gebruikt. Echt niet. Bewijs het maar. Dat zijn dan Wilders' woorden. Ik heb dat nooit gezegd. De heer Van Baarle zei: heel veel van de aanvragen worden gehonoreerd, dus dan zullen het wel echte vluchtelingen zijn. Dát is dus juist het probleem. We geven mensen hier een status en zeggen tegen mensen die helemaal geen vluchtelingen zijn: kom maar hiernaartoe; dan krijgt u van ons een gratis huis en gratis zorg. De minister moet zich er eigenlijk voor schamen dat dat gebeurt. De heer Van Baarle, die zegt dat dat een goede zaak is, moet zich daarvoor schamen. We moeten hier natuurlijk niet mensen tot vluchteling verheffen die door vijf, zes, zeven of acht veilige landen zijn komen reizen. Dat is dus het probleem. Ik hoop dat de heer Van Baarle eens ophoudt met mensen die helemaal geen vluchteling zijn, "vluchtelingen" noemen.
De heer Van Baarle (DENK):
De heer Markuszower probeert zichzelf nu een beetje wit te wassen en te zeggen: "Het was allemaal Wilders. Ik heb helemaal niks gezegd. Ik heb me helemaal niet schuldig gemaakt aan de meest verschrikkelijke bewoordingen." De heer Markuszower heeft zijn hele volwassen bestaan -- in het geval van de heer Markuszower is dat volwassen bestaan niet zo heel erg lang -- vluchtelingen op een verschrikkelijke manier weggezet en zich racistisch geuit. De heer Markuszower ontkent nu dat hij het woord "tsunami" gebruikt heeft, maar er is een lange lijst van andere verschrikkelijke bewoordingen die hij hier wel heeft uitgebraakt. We hebben hier een instantie die bepaalt of mensen recht hebben op een verblijfsstatus. Dat is de IND. Als de afspraken die we hier gemaakt hebben -- dat zijn gewoon wetten die we hier in de Tweede Kamer gemaakt hebben -- de heer Markuszower niet zinnen, dan zijn al die mensen blijkbaar nepvluchtelingen, dan deugen die mensen niet, dan maken die mensen misbruik van ons systeem, dan parasiteren die mensen. Dat is precies de vunzige, extreemrechtse verdachtmakingspolitiek waar we in dit land een keer mee moeten stoppen. We moeten stoppen mensen collectief verdacht te maken omdat de uitkomst de heer Markuszower niet zint. Ik vind het walgelijk. Kap daarmee.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van Baarle (DENK):
Terwijl de samenleving verder polariseert, zitten vluchtelingen vast in de chaos van het falende beleid. Het COA slaat inmiddels voor de zoveelste keer alarm. Na vragen van de NRC liet de organisatie weten te vrezen niet meer te kunnen voldoen aan haar wettelijke taak om asielzoekers, vluchtelingen, opvang en begeleiding te bieden. Het bezettingspercentage is maar liefst opgelopen tot 104%. Het was nog nooit zo hoog. Mogelijk moeten mensen weer buiten slapen. Ik vraag aan de minister hoe hij kijkt naar deze alarmerende signalen van het COA. Welke concrete stappen gaat deze minister zetten om te voorkomen dat de opvangsituatie verder verslechterd en mensen opnieuw buiten moeten slapen? Wanneer kunnen we maatregelen voor de structurele borging van voldoende capaciteit tegemoetzien? Hoe gaat de minister de structurele capaciteit van het COA en de IND vergroten? Hoe loopt dit tot dusver?
Voorzitter. In ons land gaat het te veel over de opgeklopte discussie over de instroom, maar er is volstrekt te weinig aandacht voor het feit dat er in ons land al heel erg lang een opvangcrisis is. Er is ook een beschavingscrisis, nu we op het punt zijn dat mensen mogelijk buiten moeten gaan slapen. Het kabinet komt ook nu weer met maatregelen die niet structureel zoden aan de dijk zetten. Symboolmaatregelen zoals het aanscherpen van grenscontroles of het afschaffen van dwangsommen gaan ook niks doen aan de achterstanden. Wat echt gaat werken, zijn voldoende structurele en flexibele opvangplekken met stabiele financiering, en een opvangsysteem dat niet telkens van crisis naar crisis hoeft te gaan en moet buigen onder het feit dat rechtse kabinetten in het verleden op die capaciteit hebben bezuinigd. Mijn vraag aan de minister is simpel: hoe gaat hij daarnaartoe werken?
Ik wil ook specifiek aandacht vragen voor kinderen in de noodopvang, want de inspectie waarschuwt al heel erg lang voor de toestand van kinderen in de noodopvang, waar ze geen stabiele omgeving en privacy hebben. Kan de minister aangeven hoeveel kinderen daar momenteel nog in verblijven en welke aanvullende stappen hij gaat zetten om kinderen daar weg te krijgen en op reguliere plekken te plaatsen? Hoe is de minister aan de slag om de situatie van kinderen te verbeteren?
Voorzitter. Dan over Palestijnse vluchtelingen. Deze week vindt de herdenking van de Nakba plaats. Voor velen is dat misschien een gewone dag op de kalender, maar voor Palestijnen wereldwijd is dat een inktzwarte dag van rouw, herinnering en verlies van hun land. Het is een dag waarop wordt stilgestaan bij de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen. We zien dat er een genocide wordt gepleegd. We zien politici die nu doen alsof Palestijnse vluchtelingen die hiernaartoe komen en masse in verband zouden kunnen worden gebracht met geweld, terreur of de meest verschrikkelijke zaken.
De voorzitter:
Meneer Van Baarle, u bent door uw tijd heen.
De heer Van Baarle (DENK):
Ik zou de minister tot slot willen vragen of hij wil garanderen dat de Palestijnen die vluchten voor een genocide, hier gewoon een barmhartige opvang krijgen en behandeld worden zoals iedere andere vluchteling.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Westerveld namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. De essentie van een democratie is dat we het over heel veel dingen fundamenteel oneens met elkaar kunnen zijn, maar dat we dat uitspreken met woorden. Debatten mogen fel zijn, argumenten mogen scherp zijn en soms blijven we het ook oneens -- dat hoort er allemaal bij -- maar geweld, het gooien van vuurwerk, intimidatie, brandstichting, het belemmeren en zelfs aanvallen van hulpdiensten hoort op geen enkele manier thuis in onze samenleving. Geweld en intimidatie zijn ook een aanval op onze democratie. Er ligt hier ook een zware verantwoordelijkheid voor ons als parlementariërs om te staan voor die democratie.
Ik zeg gewoon even waar het op staat: ik mis dat morele besef en die morele verantwoordelijkheid bij een aantal collega's. Bestuurders die nu worden belaagd en geïntimideerd, voeren wetten uit waar we hier democratisch met elkaar mee hebben ingestemd en waar nog steeds een meerderheid voor is. Zij voeren wetten uit onder enorme druk. Die druk is niet door hen veroorzaakt; die druk is ontstaan door de puinhopen die de afgelopen jaren zijn gecreëerd als het gaat over het asielstelsel. Nu worden dezelfde mensen die deze puinhopen mogen opruimen, die lokale bestuurders, door een aantal parlementariërs voor de bus gegooid, met alle gevolgen van dien. Datzelfde geldt voor de hulpdiensten. We weten hier als geen ander dat woorden verregaande consequenties kunnen hebben.
Voorzitter. Bij morele verantwoordelijkheid hoort dat we onze ogen niet sluiten voor mensen die zorgen hebben. Als ik spreek met mensen die in armoede zitten, met mensen die enorme zorgen hebben, met mensen die worden buitengesloten vanwege een beperking, met ouders van kinderen in de jeugdzorg, van kinderen die niet naar school kunnen gaan, van kinderen die een kamer zoeken, dan denk ik: ik zou ook pislink zijn op politici die de afgelopen jaren bepaalde besluiten hebben genomen, die heel veel beloven en die niet leveren. Maar het is niet de schuld van vluchtelingen; het is de schuld van politici die zelf slecht beleid maken, die niet in de spiegel durven kijken en vervolgens doen aan zondebokpolitiek. Ik hoop dat het debat vandaag in ieder geval ook leidt tot het besef dat we met elkaar moeten komen tot een aantal oplossingen en tot de-escalatie.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voelt mevrouw Westerveld enige verantwoordelijkheid voor die zogenaamde "puinhopen", gelegen in het feit dat haar politieke partij keer op keer op keer weigert maatregelen te nemen die iets doen aan de lengte van procedures en de hoeveelheid mensen die naar Nederland komt?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Daar gaan we weer, wil ik bijna zeggen. Wij hebben de afgelopen jaren voortdurend gepleit voor meer capaciteit bij de uitvoeringsorganisaties. Wij hebben de afgelopen jaren voortdurend gepleit voor het inkorten van procedures. Dat kan alleen als je gaat investeren in de mensen die het werk moeten doen. Dat kan niet als je daar keihard op gaat bezuinigen, zoals afgelopen kabinetten hebben gedaan. Dat mensen zo lang moeten wachten en dat zo veel mensen soms jarenlang in uitzichtloze situaties zitten en plekken bezet houden bij het COA … Nee, daar voel ik mij zeker niet voor verantwoordelijk. Wij hebben namelijk de hele tijd geprobeerd om dat beleid tegen te gaan. We hebben de hele tijd tegenvoorstellen gedaan. Ik voel me daar dus op geen enkele manier voor verantwoordelijk.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Oké, ze voelt zich dus niet verantwoordelijk voor het feit dat haar politieke partij nooit eens meestemt met beperkende maatregelen. Het gaat hier al de hele dag over het aansmeren van daden die door anderen worden gedaan aan mensen die op een bepaalde manier in het debat staan. Voelt zij zich dan wel verantwoordelijk voor wethouders die weigeren om statushouders te huisvesten? Nu zitten er geloof ik zo'n 16.000 in asielzoekerscentra. Voelt zij zich daarvoor verantwoordelijk?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kan deze vraag gewoon even niet plaatsen. Ik weet ook niet waarom ik me verantwoordelijk zou moeten voelen voor wethouders die iets wel of niet doen. Ik kan de vraag dus even niet plaatsen.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Rechts van mij, links voor de kijker en ook links qua politieke kleur, wordt nu al dagen mensen zoals de heer Markuszower -- maar ik zal die lading straks ook over me heen krijgen -- van alles aanwreven wat wijzelf niet doen, omdat er een stelletje idioten is dat zaken in de fik steekt en zaken sloopt. Vervolgens zit mevrouw Westerveld hier te beweren dat de ellende waar we in zitten, komt door eerdere kabinetten en andere partijen. Er zit dus geen greintje verantwoordelijkheid bij haarzelf of bij mensen van haar politieke kleur. Dat is toch volstrekt ongeloofwaardig? Dus nog een keer: ziet zij enige verantwoordelijkheid voor zichzelf, voor het tegen wetten stemmen die beperkende maatregelen aannemen, die procedures vlotter laten verlopen en die een oplossing zoeken voor de grote aantallen mensen die hiernaartoe komen, of is het antwoord daarop gewoon "nee" of "ik snap het niet"?
De voorzitter:
"Zij" en "haar" ook graag via de voorzitter. Mevrouw Westerveld, gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Nee. Ik voel me zéker niet verantwoordelijk om op deze suggesties antwoord te geven, omdat er hier een karikatuur wordt gemaakt van mijn verhaal. Ik gaf net in mijn verhaal heel duidelijk aan dat woorden ertoe doen. Ik gaf ook aan dat we moeten staan voor onze lokale bestuurders en hulpdiensten, die daar een wet aan het uitvoeren zijn, een wet waar deze Tweede Kamer democratisch mee heeft ingestemd en waar nog steeds een meerderheid voor is. Lokale bestuurders, maar ook deze minister, doen nu enorm hun best om te zorgen dat mensen ergens worden opgevangen, mensen die al in dit land zijn. Dat staat dus ook los van de nieuwe instroom; het gaat om mensen die al in dit land zijn. Daar doet deze minister nu zijn best voor en daar doen lokale bestuurders hun best voor. Ik vind dat wij voor deze mensen moeten gaan staan.
Ik gaf op dat punt ook aan dat ik best alle zorgen begrijp van mensen die heel veel problemen hebben. Ik noemde er een aantal die bij andere portefeuilles liggen waarvoor ik verantwoordelijk ben. Ik merk dan vaak dat mensen denken -- of ze denken dat niet per se, maar het wordt hun vaak aangepraat -- dat alle problemen waar ze mee zitten, de schuld zijn van vluchtelingen. Dat is niet zo. Die zijn de schuld van politiek beleid. Dat is, iets samengevat, het verhaal dat ik heb gehouden. Dat is niet wat ik terughoorde in het verhaal en de vraag van mevrouw Keijzer.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog. Sorry, u heeft van iemand aan mijn rechterzijde een interruptie. Ik moet echt schakelen vandaag, want ook aan mijn rechterzijde zitten leden.
Mevrouw Van der Plas, welkom. U heeft een interruptie voor mevrouw Westerveld? Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat klopt. Mevrouw Westerveld en haar partij roepen heel vaak dat woorden ertoe doen. Dat is ook zo; dat is zeker waar. Maar woorden doen er ook toe voor de mensen in Apeldoorn, voor de mensen in Loosdrecht, voor de mensen in andere gemeenten in Nederland. Mensen die bezorgd zijn, die in een bepaalde buurt wonen, die zorgen hebben over grote groepen alleenstaande jonge mannen die door hun buurt gaan struinen, die zich niet veilig voelen. Zij worden vervolgens weggezet als racist, fascist of nazi, terwijl het echte bewoners zijn die daar gewoon met hun echte, diepe zorgen staan. Vindt mevrouw Westerveld dan ook dat die mensen niet gelijk als racist of fascist of nazi moeten worden bestempeld, terwijl zij daar gewoon hun zorgen uiten? Zij zijn overigens heel vaak niet meegenomen in de besluitvorming over het vestigen van een asielzoekerscentrum.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ja, natuurlijk vind ik dat. Natuurlijk vind ik dat wij moeten luisteren naar zorgen van mensen, maar ik vind ook dat we als politici een verantwoordelijkheid hebben om verhalen niet op te kloppen en feiten niet te verdraaien. We moeten het hebben over de echte feiten en cijfers. Daarover moeten we met mensen in gesprek gaan. Ik merk dat veiligheid heel vaak wordt genoemd, terwijl uit onderzoeken naar plekken waar al best lang geen noodopvang, maar gewoon permanente opvang is, blijkt dat mensen vaak heel gewend zijn aan het azc. Daar is heel weinig aan de hand. In verreweg de meeste steden, dorpen en buurten is dat zo. Daar gaat het in dit debat heel weinig over. Dus ja, we moeten zorgen altijd serieus nemen en er altijd serieus over met mensen in gesprek gaan, maar we moeten wel uitkijken dat we hier niet onterechte zorgen van mensen aan het aanwakkeren zijn. Ik zeg niet dat mevrouw Van der Plas dat doet, maar ik hoor het wel te vaak in het politieke debat in het algemeen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Onterechte zorgen of verhalen opkloppen ... We hebben gewoon talloze voorbeelden van verhalen waarin vrouwen en meisjes wat is aangedaan. Ik noem bijvoorbeeld Lisa, maar ook meisjes die ergens verkracht of aangerand zijn. Die zorgen zijn niet onterecht. Die zorgen zijn er welzeker. Daarmee wil ik niet zeggen dat elke asielzoeker een meisje gaat vermoorden, zeker niet, maar het is wel gebeurd en het gebeurt ook nog steeds. Die mensen maken zich daar dus wel degelijk terecht zorgen over. Ze zien namelijk die voorbeelden. Ik hoor mevrouw Westerveld zeggen: ik vind ook dat mensen niet als racist weggezet moeten worden, maar. Er komt gelijk weer een maar achteraan. Ik zou mevrouw Westerveld willen vragen: spreekt u of uw partijleider zich dan ook een keertje uit op social media als mensen -- dan hebben we het gewoon over de bewoners die daar staan om hun zorgen te uiten, dus zonder allerlei extremistische uitingen of het gooien met vuurwerk -- als racist en nazi worden weggezet? Spreek eens uit: laten we nou voorzichtig zijn om mensen als racist neer te zetten. Grote groepen mensen staan er gewoon omdat ze zorgen hebben en bang zijn. Dat kan mevrouw Westerveld onterecht vinden, maar zij gaat niet over de gevoelens van andere mensen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Nee. Wat ik niet terecht vind, is dat mij nu dingen worden aangewreven. Alsof we dat niet zouden doen! Laten we even eerlijk zijn: iedere acht dagen wordt in Nederland een vrouw vermoord omdat ze vrouw is. Een overgrote meerderheid, ook van de jonge meiden en vrouwen, heeft al eens een aanranding of seksueel grensoverschrijdend gedrag meegemaakt. Een heel groot aantal van hen krijgt daar ook hulp voor. Heel veel vrouwen en meisjes kampen nu nog met dat soort problemen. In het algemeen zijn vrouwen in Nederland op heel veel vlakken niet veilig. Dan vind ik het onterecht dat in dit soort debatten te vaak wordt gedaan alsof daarvoor één specifieke groep verantwoordelijk is. Dat is niet zo. Het vindt in alle lagen van onze samenleving, in alle delen van ons land, in alle buurten en wijken, op scholen en binnenshuis helaas nog veel te vaak plaats. Laten we daar heel eerlijk over zijn. Het vindt overal plaats. Daar mogen we best met elkaar het goeie gesprek over voeren. Maar te vaak, vind ik, worden hier suggesties gedaan dat er één bepaald daderprofiel is. Dat is niet zo. Of ja, het grote merendeel van de daders is man. Dat is de algemene overeenkomst. Ik geloof dat dat voor 95% van de gevallen geldt. Maar: laten we een beetje uitkijken. Ik hoor bepaalde mensen hier -- nogmaals, ik zeg niet dat mevrouw Van der Plas daarbij hoort -- zich alleen maar zorgen maken over de veiligheid van meisjes en vrouwen als het gaat over de vestiging van een noodopvang of een azc. Dát vind ik niet terecht.
De voorzitter:
Ik doe een herhaalde oproep tot kortere interrupties en kortere antwoorden. We zijn hier vanavond sowieso tot wat later, maar als we in deze lengte doorgaan, zijn we hier zeker laat vanavond nog.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waarom hebben we het hier over de alleenstaande jongemannen die hier asiel komen aanvragen? Omdat we hier in de commissie voor Asiel en Migratie zitten. Daarom wordt dit onderwerp nu hier zo besproken. Dat is volstrekt logisch. We hebben ook debatten over femicide; dan gaat het over andere vormen van vrouwengeweld. Het is toch volstrekt logisch dat we het in een asieldebat hebben over de personen? Nogmaals, niet elke asielzoeker is een moordenaar, maar het gebeurt wel. Er is ook veel geweld, veel vrouwenonderdrukking, noem alles maar op. Dat is waarom we hier zitten. Dan zou je het er niet over mogen hebben, maar moet je het een beetje vergoelijken: ja, maar andere mannen doen ook dingen bij vrouwen. Dit is de commissie voor Asiel en Migratie.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is mijn punt niet. Ik vind het volgende ingewikkeld. Ik ben nu een paar maanden woordvoerder Asiel en Migratie. Ik ben ook woordvoerder op heel veel andere terreinen. Ik noemde er net een aantal: ggz, jeugdzorg. Ik heb ook een tijdje vrouwengezondheid in mijn portefeuille gehad. Het valt me op dat we bijvoorbeeld jaarlijks één commissiedebat hebben over de ggz en we elke twee of drie weken uitgebreide debatten hebben over asiel en migratie. Dat is prima, maar het is wel een politieke keuze om die verdeling zo te maken in de Kamer. Dat zou niet mijn keuze zijn, maar het is wel van een meerderheid van de Kamer. Ik vind het niet zo gek dat mensen soms beelden in hun hoofd krijgen, omdat we het in de Kamer heel vaak, echt heel vaak, over asiel en migratie hebben. Dat is prima, maar daardoor krijgen mensen natuurlijk ook het idee dat we ons alleen maar hier druk over maken en veel minder over al die andere zorgen. Dan begrijp ik wel dat mensen boos worden.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waarom hebben we het hier zo vaak over? Omdat het niet alleen gaat over de asielzoekers die onze grens over komen, maar omdat ons hele land helemaal compleet is vastgelopen. Daar gaat het om. We hebben een woningtekort. We hebben niet genoeg leraren. We hebben niet genoeg mensen in de zorg. Dan noem ik gewoon maar even drie voorbeelden. Een hele hoge instroom, met alle gevolgen van dien, ook bijvoorbeeld gezinshereniging … We hebben in Nederland gewoon de capaciteiten niet om met zo'n hoge instroom om te gaan. Dat is waarom er hier heel vaak over wordt gesproken. Dat is ook volstrekt logisch, want dit gaat verder dan alleen vluchtelingen die hier proberen een status te krijgen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Als dat het probleem is, dan had er niet zo veel bezuinigd moeten worden op de zorg. Dan had het vorige kabinet niet een miljard moeten bezuinigen op het onderwijs, waarvan een groot deel bij de leraren terechtkwam. Dan moeten we op al die andere terreinen … Dan moeten we het vaker hebben over woningen. Laten we dat soort debatten vaker plannen als dat het probleem is. Mijn bezwaar tegen deze manier van redeneren is dus dat politici heel veel problemen hebben veroorzaakt. Er is inderdaad een lerarentekort. Er zijn grote problemen in de zorg. Ik noemde net de jeugdzorg. 70.000 kinderen gaan niet naar school. Laten we het alsjeblieft veel vaker over dat soort problemen hebben. Laten we met elkaar zorgen voor oplossingen en niet alleen maar rücksichtslos bezuinigen. Het laatste wat we moeten doen, is mensen die nog nooit een stap in Nederland hebben gezet daar telkens maar de schuld van geven.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Asielzoekers zijn niet de bron van alle ellende. Dat ben ik volledig eens met mevrouw Westerveld. Tegelijkertijd zijn heel veel mensen ontevreden en boos omdat de verzorgingsstaat wordt uitgekleed. Dat heb ik een aantal keren gehoord, ook nu in de interrupties. Raakt dat dan niet een heel belangrijk punt als we het hebben over asiel en migratie? Een royale verzorgingsstaat zoals we die kennen en graag willen behouden, verhoudt zich niet tot een te grote instroom. Is dat niet een punt waarvan PRO misschien toch te lang heeft weggekeken?
De voorzitter:
In deze Kamer is dat nog steeds GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Excuus.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik kan me de verwarring voorstellen, want ik moet zelf ook nog weleens nadenken over de vraag van welke partij ik nou precies ben. Ik begrijp wat de heer Van Dijk zegt. Natuurlijk, op het moment dat veel mensen binnenkomen, dan vraagt dat wat van het onderwijs en van onze verzorgingsstaat. Natuurlijk is dat zo. We hebben in ons afgelopen verkiezingsprogramma ook aangegeven dat wij een bandbreedte zouden willen voor de instroom. Dan hebben we het over asielmigratie, maar ook over arbeidsmigratie. Dat is ook om die reden. Wat ook helpt, is veel meer inzetten op het meedoen -- dat doet de coalitie wel; daar complimenteer ik ze mee -- zodat mensen die hier zijn en hier mogen blijven of nog in afwachting zijn, sneller kunnen meedoen met onze samenleving. Ik denk ook dat dat zou helpen. Dan hoeven we misschien ook minder arbeidsmigranten binnen te halen. Ik zie dus zeker de spanning die de heer Van Dijk schetst.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank voor deze reactie. Ik moet een beetje zuinig zijn met mijn interrupties. Ik heb namelijk nog een vraag op een ander punt waar mevrouw Westerveld een dikke streep onder zette. Dat is dat we moeten staan voor onze bestuurders, want de wet is de wet. Dat ging volgens mij vooral over de Spreidingswet. Dat is inderdaad wel onze verantwoordelijkheid. Als we nou moeten constateren dat die Spreidingswet vooral heel polariserend werkt, zouden we ons dan niet een keer achter de oren moeten krabben? Ik erken dat het vóór de Spreidingswet ook ingewikkeld was, maar is dat polderen uit die tijd toch niet beter dan het polariseren van nu met de Spreidingswet?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zou wel de vraag willen stellen of dat daadwerkelijk zo is. Afgelopen week kwam uit een onderzoek van het RTL-panel naar voren dat een meerderheid van Nederland achter de opvang van mensen die vluchten staat. Daaruit bleek dat ook een meerderheid achter de Spreidingswet staat. Dat is in de Kamer ook het geval. De Spreidingswet is er gekomen met een meerderheid van de Kamer. Die is er nog steeds. Volgens mij staat die ook in het coalitieakkoord. Het zou helpen als we met elkaar afspreken dat we achter die wet gaan staan. Laten we vooral ook deze minister en de bestuurders in het land die daarmee bezig gaan, helpen. Ik zie namelijk ook een andere kant hieraan. Ik heb met een aantal mensen uit Loosdrecht gesproken. Dan hoor ik ook mensen, deels uit onze achterban, aangeven dat ze bijna niet meer kunnen demonstreren dat ze vóór de opvang zijn, omdat ze dan geïntimideerd worden met de ergste bewoordingen. Laten we dus uitkijken dat we hier van alles beweren en doen alsof de meerderheid van Nederland dat wil. Er is namelijk nog steeds een meerderheid van Nederland voor de opvang van mensen die vluchten. Dat blijkt in ieder geval uit dat panel, maar ook uit allerlei andere onderzoeken.
De voorzitter:
U kunt u betoog vervolgen. Gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik was gebleven bij het dieptepunt van gisteren: de brand. Daar is al het een en ander over gezegd. Ik vind het heel heftig dat politie en brandweer werden tegengehouden en bekogeld toen ze die brand probeerden te blussen. De consequenties hadden ontzettend heftig kunnen zijn. Ik begrijp dat de mensen die daarbinnen zaten, maar ook de COA-medewerkers, hevig geschrokken zijn. Ik wil hun enorm veel sterkte wensen. Ik heb ook een aantal vragen aan de minister daarover. Ik wil vragen of de minister weet hoe het gaat met de mensen die in het gebouw aanwezig waren. Krijgen zij ondersteuning na wat ze hebben meegemaakt? Zijn alle aanstichters opgepakt? Speelt het feit dat hulpdiensten belemmerd werden terwijl er mensen binnen zaten een rol in de aanklacht? Was hier volgens de minister sprake van een aanslag, of hoe zou hij dit kwalificeren? Kan de minister helder aangeven op welke manieren hij lokale bestuurders en hulpdiensten elders in het land gaat ondersteunen? Het is namelijk op meer plekken in het land flink misgegaan.
Voorzitter. Daarbij weten we ook dat lang niet alle mensen die actievoeren, helemaal niet de mensen die dat op een gewelddadige manier doen … Daar zijn ook extreemrechtse groepen bij betrokken. Die zijn onderdeel van een groep die bijna beroepsmatig door het hele land trekt om zich overal bij aan te sluiten. Defend lijkt zelfs een internationale organisatie. Ik ben benieuwd naar het aangekondigde onderzoek naar deze groepen. Wat ons betreft moeten er snel stappen worden gezet.
Voorzitter. Dan wil ik nog stilstaan bij een paar andere onderwerpen. Ten eerste kinderen in de noodopvang. Het is al langer een wens van de Kamer om kinderen niet in de noodopvang op te vangen. Noodopvang is ongeschikt. Kinderen lopen schade op. Bovendien is die opvang ook een heel stuk duurder. Dit kabinet wil de noodopvang de komende periode vervangen door gewone opvangplekken, maar op dit moment verblijven er nog meer dan 7.000 kinderen in de noodopvang. Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie uit februari, waarin we vroegen om geen nieuwe kinderen meer te plaatsen in de crisisnoodopvang of de noodopvang? Is er een plan om versneld reguliere kindvriendelijke opvangplaatsen te realiseren of kinderen voorrang te geven bij het plaatsen in de reguliere opvang? Graag een reactie van de minister.
Ik heb nog een paar korte vragen, en dan rond ik af. Er is veel onrust, en terechte onrust, over lhbtqi+-vluchtelingen, die helaas soms de vreselijkste dingen meemaken in de opvang. Ik wil de minister vragen of hij ook hier overleg over heeft met het COA, maar ook met organisaties die voor deze groepen opkomen, en van hem horen wat de plannen zijn. We hebben recent een petitie aangenomen van mensen die al jaren in Nederland zijn en die eigenlijk geen idee hebben van wanneer ze duidelijkheid krijgen. Ik sprak laatst met een ouder die aangaf: "We wonen al vier jaar in een COA-locatie, mijn kind groeit daar eigenlijk op. We hebben nog geen enkele duidelijkheid. We hebben ook zorgen over het Migratiepact, over dat we figuurlijk onderaan de stapel komen." Ik wil de minister vragen naar de plannen om deze mensen duidelijkheid te geven. Wat gaat hij doen om die procedures te versnellen? Want laten we niet vergeten dat een grote reden voor dat die opvanglocaties zo vol zitten, natuurlijk ook is dat veel mensen uitzichtloos aan het wachten zijn.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja. Mevrouw Westerveld zegt -- terecht, hè -- dat er in die COA-locaties ook wantoestanden zijn en dat bewoners die een lhbtqi+-, of zo, achtergrond hebben, geweld meemaken. Ik kan me zelfs herinneren dat er een paar jaar geleden een kindje is vermoord in een COA-locatie. Hoe denkt mevrouw Westerveld dat dat komt, dat die lhbtqi+'ers in die opvanglocaties zo'n last hebben van geweld? En hoe denkt mevrouw Westerveld dat degenen die dat geweld plegen, als ze later een status krijgen in Nederland zich verhouden tot de Nederlanders met een lhbtqi-achtergrond?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik hoor de grote betrokkenheid van de heer Markuszower bij deze groep ...
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Een rare suggestie, hoor! Dit is een persoonlijk feit: waarom zou ik geen betrokkenheid hebben bij die groep? Wat is dat voor een rare suggestie?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Die opmerking had ik niet moeten maken. Maar dat "of zo" hoeft toch niet altijd. Daar doelde ik op. Ik kom daar zo even op terug.
De voorzitter:
Eén moment, ook voor de orde van de vergadering. U mag altijd een persoonlijk feit maken. Dat kunt u dan aangeven en dan krijgt u het woord van mij, zodat we niet door elkaar heen praten. U heeft een persoonlijk feit gemaakt. Graag uw antwoord, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik geef een antwoord op de vraag. Net als in de hele samenleving zijn lhbtqi+-personen helaas te vaak het slachtoffer van geweld, van intimidatie. Dat vindt in de hele samenleving plaats. Het vindt wellicht nog vaker plaats in COA-locaties. Dat komt doordat daar heel veel mensen uit verschillende culturen met verschillende achtergronden op een locatie bij elkaar worden gezet, met vaak erg veel stress, en soms ook uit culturen waarin men de Nederlandse cultuur minder goed begrijpt. Precies daarom vraag ik aan de minister wat hij doet om organisaties die deze mensen helpen, te ondersteunen. Ik weet natuurlijk ook dat er soms veel gesprekken nodig zijn om te vertellen hoe we in Nederland met elkaar omgaan en dat daar inzet voor nodig is. Ik zou juist willen dat we die organisaties, maar ook mensen die zijn gevlucht naar ons land, veiligheid bieden en ook laten zien wat in Nederland de afspraken zijn die we met elkaar maken en dat geweld, intimidatie om wie je bent, waar dan ook, op geen enkele manier ergens thuishoort.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt niet tot een vervolgvraag, zie ik. Ik kijk ook even naar de rechterzijde. Nee? O, mevrouw Keijzer nog.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ja, toch nog één vraag, want dit gaat mij toch iets te gemakkelijk. Toen de heer Markuszower die vraag stelde, ging zoiets ook door mijn hoofd heen: hoe denkt u nou dat het komt dat lhbtqi'ers, of net hoe je ze wilt noemen, "homo's", "lesbiennes", het zo zwaar hebben in COA-locaties? Het antwoord daarop is natuurlijk -- en dat gaf mevrouw Westerveld ook -- dat vluchtelingen voor een groot gedeelte afkomstig zijn uit landen waar op een totaal andere manier, negatief namelijk, gekeken wordt naar homo's. Dus toch nog een keer even de vraag aan haar gesteld: denkt mevrouw Westerveld nou echt dat een gesprek met deze mensen helpt, dat als ze straks een status hebben, dat anders gaat? Toch graag even antwoord op die vraag.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
We weten uit verschillend onderzoek dat als het gaat om deze groep en sowieso bij verschillende religieuze groepen, de tolerantie, dus hoe je met elkaar omgaat, een stuk minder is. En ja, dan helpt voorlichting; dan helpen gesprekken. Dan helpt het als mensen met elkaar, met mensen uit Nederland en met organisaties die hen ondersteunen, in gesprek gaan over hoe we met elkaar omgaan, over wat onze waarden en normen zijn. Natuurlijk helpt dat. Op het moment dat wij naar andere landen gaan, weten we ook niet precies wat daar de gebruiken zijn, weten we ook vaak niet genoeg van culturen. Dus uiteraard helpt dat. Volgens mij moeten we op basis van wat wij zien en wat wij horen met elkaar het debat aangaan. Ik weet dat er problemen zijn in deze groepen. Het lijkt me heel legitiem om aan de minister te vragen wat hij doet om gesprekken aan te gaan met COA-locaties, waar deze problemen plaatsvinden, maar ook met groepen die juist opkomen voor mensen die soms uit het land van herkomst zijn gevlucht omdat ze homoseksueel zijn en hier weer in onveilige situaties terechtkomen.
De voorzitter:
Mevrouw Keijzer, uw laatste interruptie.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dit cultuurrelativisme is natuurlijk stuitend! In een tussenzin zeg je: als wij in andere landen komen, weten we ook niet hoe de cultuur daar is. Wij hebben hier te maken met Nederland, waar homo's door de bank genomen veilig zijn. Dat waren ze in ieder geval in de grote steden. In Amsterdam is in 2021 door een partijgenoot van mevrouw Westerveld een onderzoek in een la verdwenen waaruit heel duidelijk bleek dat homo's vooral te vrezen hadden van mensen van allochtone herkomst. Mevrouw Westerveld haalt gewoon met haar volle verstand weer een heleboel mensen hiernaartoe en gaat er dan werkelijk van uit dat een beetje voorlichting dit probleem oplost. Het kan niet waar zijn. Zou mevrouw Westerveld in ieder geval willen toegeven dat we problemen importeren?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik heb de indruk dat het niet zo veel uitmaakt welk antwoord ik geef. Ik constateer namelijk problemen. Ik draai daar niet omheen. Ik stel de minister daar een vraag over en ik geef antwoord op de vragen van collega's daarover. Ik zou dus niet weten wat mevrouw Keijzer nou precies van mij wil horen. Ik heb alle antwoorden al gegeven. Ik draai ook niet om de problemen heen die we zien en waarover we horen van organisaties en van mensen zelf. Volgens mij is dat de manier om met elkaar een debat te voeren. Ik heb geen idee waar mevrouw Keijzer nu naartoe wil.
De voorzitter:
U bent door uw interrupties heen, mevrouw Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Jammer, ik had nog één korte vraag, maar dan gooi ik die maar in mijn eigen betoog.
De voorzitter:
Ja, het leven is soms onverbiddelijk. Ik kijk even rond. Nee, u heeft zelfs vier interrupties gepleegd. Uw voorzitter is al coulant geweest. De verduidelijkingsvragen die u in uw tweede en derde interruptie heeft gesteld, zijn al niet meegeteld. Ik had daar net contact over met de griffier, die dit allemaal netjes bijhoudt. Kijk, als we de grens overgaan naar vijf, zes interrupties, dan wordt het zeker half elf, elf uur vanavond, of misschien nog wel later. Dat doen we niet. Daarom gaan we nu luisteren naar de heer Ceder. Hij spreekt namens de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Gisteravond werd Loosdrecht geconfronteerd met een nieuw dieptepunt in de omgang met asielzoekers: fakkels, vuurwerk en brand voor de opvanglocatie, waar vluchtelingen en medewerkers van het COA net waren aangekomen. Het is schandalig, schofterig en buiten alle perken dat deze relschoppers zelfs de brandweer verhinderden hun werk te doen. Geweld is nooit geoorloofd. Asielzoekers moeten veilig zijn, ongeacht hoe je over de wenselijkheid van de opvang denkt.
Voorzitter. De protesten tegen noodopvanglocaties gaan van kwaad tot erger. Loosdrecht, Apeldoorn, IJsselstein. Demonstreren is een groot goed, maar als het gepaard gaat met rellen, geweld en zelfs het tegenhouden van hulpverleners, dan moet dat recht ingeperkt worden. Ik heb begrip voor mensen die oprecht bezorgd zijn over een locatie. Ze moeten ook hun zorgen kunnen uiten. Ik heb de minister ook vaker aangesproken op het belang van het stap voor stap meenemen van een gemeenschap op het moment dat er een opvang wordt gevestigd. Ik heb ook continu gewezen op het belang van kleinschaligheid bij het voornemen om een asielopvang te plaatsen, juist om landelijk draagvlak te kunnen behouden. Maar ophitsers en relschoppers van buiten de gemeente verpesten het grondig en moeten wat de ChristenUnie betreft keihard worden aangepakt. Het is ook heel goed dat de AIVD onderzoek doet naar deze mensen.
Mijn vragen aan de minister luiden als volgt. Heeft hij contact gehad met de burgemeesters en wethouders van alle plaatsen waar al onrust is of waar onrust mogelijk wordt verwacht? Hoe kan hij hen helpen om de orde te bewaren? Ik vroeg de vorige minister van Asiel en Migratie om ook op locatie langs te gaan, om de burgemeester en de gemeenteraad te ondersteunen, maar die weigerde dat. Ik vraag me af of deze minister dat anders gaat doen, om gemeenteraden en burgemeesters, die het landelijk beleid uitvoeren, te ondersteunen op het moment dat de druk hoog wordt.
Voorzitter. Dan de aangekondigde asielmaatregelen van dit kabinet. De ChristenUnie wil een stap vooruit zetten naar uitvoerbare en effectieve asielwetgeving. Daarom kijken wij bij ieder wetsvoorstel of het bijdraagt aan een oplossing. Daarom steunt mijn fractie het afschaffen van de dwangsommen en het uitbreiden van de mogelijkheden voor een ongewenstverklaring. In het verleden hebben wij niet ingestemd met fabeltjes of symboolwetgeving, die vooral grote verwachtingen opriepen, maar in de praktijk weinig tot niets oplosten. Denk hierbij aan de algehele strafbaarstelling van ongedocumenteerden. Wel willen wij onderdeel zijn van de oplossing, met beleid dat daadwerkelijk werkt en zorgt voor minder druk op de asielketen, meer grip op migratie en duidelijkheid richting mensen die hier niet mogen blijven. Tegelijkertijd blijven we recht doen aan mensen die gevlucht zijn voor oorlog of vervolging en onze bescherming echt hard nodig hebben.
Om die reden zet de ChristenUnie een stap vooruit en is ze mede-indiener van het voorstel om de rechterlijke dwangsommen af te schaffen. Dat is ook een verzoek van de IND zelf. Hoewel we het uitgangspunt van de dwangsommen in principe delen en de voorkeur geven aan een volledig doorlopen wetstraject, herkennen we dat ze nu hun doel voorbijschieten. Het gaat ons wel om dat doel: snellere procedures. We hebben liever dat geld geïnvesteerd wordt in de capaciteit van de IND dan dat de IND steeds meer dwangsommen betaalt voor het niet halen van de beslistermijn omdat de capaciteit niet toereikend is. Het debat moeten we hierover nog gaan voeren, maar kan de minister in ieder geval toezeggen dat het uitgangspunt is dat gelden die bespaard worden daadwerkelijk worden uitgekeerd aan het verbeteren van de keten, en niet aan de voorkant van een begroting elders worden ingeboekt?
Voorzitter. Ook kunnen we de uitbreiding van de ongewenstverklaring steunen. Dat zat al in een eerder wetsvoorstel en dat aspect uit de wet blijven we steunen. Het gaat ons erom dat er effectieve stappen worden gezet om overlastgevende asielzoekers die een gevaar voor Nederland zijn te laten terugkeren. In een werkend asielstelsel is er in Nederland simpelweg geen ruimte voor deze groep.
Voorzitter. Over een aantal weken start de werking van het EU-Migratiepact. Mijn vraag is welke stappen er in de komende weken tot die tijd nog gezet moeten worden. Welk verschil is er vanaf 12 juni te merken in de asielprocedures? Kan de minister dat schetsen? Heeft de minister al zicht op de capaciteit die wordt ingezet voor de bestaande voorraden bij de IND?
Voorzitter. Er zijn zorgen over kwetsbare mensen in de opvang. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat deze kwetsbare personen goed gesignaleerd worden in het OVA-proces? Kan de minister toezeggen de Kamer hierover snel te informeren? Er zijn inmiddels mensen aangenomen bij de IND die de juridische counseling gaan doen. Is dat momenteel afdoende? Gaan we op 12 juni een voortvarende start maken?
Voorzitter. Dan wil ik het hebben over de instroom. We hebben het bericht gezien dat Nederland koploper is wat betreft asielaanvragen van Palestijnen. Welke inzichten heeft de minister over een mogelijk netwerk, misschien met onderlinge promotie, waardoor mensen die vaak al een vergunning hebben, bijvoorbeeld in Griekenland, uiteindelijk in Nederland terechtkomen? Kunnen we in Nederland misschien iets leren van het beleid in België? Welke maatregelen kan de minister nu, en straks onder het Migratiepact, nemen om asielzoekers die al een vergunning hebben voor een ander land daadwerkelijk terug te sturen naar dat land?
Voorzitter. Voor het reces hebben we het uitgebreid over de opvang gehad, maar ik heb hier toch een extra vraag over. Heeft de minister een plan richting de zomer wat betreft noodopvang? We weten dat dat vaak piekmomenten zijn. "Het is roeien met de riemen die we hebben", zei de minister drie weken geleden, maar dat belemmert ons toch niet om nu vooruit te kijken?
Over de kinderen in de noodopvang wil ik het volgende zeggen. Er verblijven inmiddels meer dan 7.000 kinderen in noodopvanglocaties.
De voorzitter:
Kunt u tot een afronding komen?
De heer Ceder (ChristenUnie):
Keer op keer trekken instanties aan de bel over de omstandigheden. Welke stappen gaat de minister nu concreet zetten om hun veiligheid te bieden?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is nu aan de heer Dijk, die spreekt namens de SP. Gaat uw gang.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen weken verschillende demonstraties en prostesten gezien in buurten en wijken in ons land. Ik heb zelf vrij veel demonstraties en protesten meegemaakt. Ik heb ook weleens een protest of een demonstratie meegemaakt die aan het einde uit de hand liep. Dan heb je twee keuzes: blijven staan of weglopen. Voor mensen die op een vreedzame manier een demonstratie beginnen, vind ik het heel erg als die vervolgens wordt overgenomen, wordt gecoupt. Ik vind het heel erg dat er dan veel geweld en ellende richting de brandweer en politie is en dat mensen die op een normale manier demonstreren groot onrecht wordt aangedaan. Ja, daar zit ook heel, heel extreemrechts geweld bij en daar zitten ook hele, hele extreemrechtse teksten en uitingen bij. Ik vind het goed als de minister daar onderzoek naar gaat doen.
Ik ben zelf niet aanwezig geweest bij die demonstraties. Ik heb er heel bewust voor gekozen om dat niet te doen. Ik wil altijd daar zijn waar dingen plaatsvinden. Ik wil kunnen luisteren naar mensen en met mensen in gesprek kunnen gaan. Ik heb er dus voor gekozen om in de middag naar Apeldoorn te gaan. Ik ben heel erg blij, heel erg dankbaar, voor de mensen in de wijk De Maten die met mij in gesprek wilden, die hun vrije zaterdagmiddag -- het was ontzettend mooi weer -- de tijd hebben genomen om met mij in gesprek te gaan. Ik was met zo'n 30 bewoners. Het was een ontzettend goed gesprek. Was ik het 100% eens met iedereen? Nee. Waren zij het 100% eens met mij? Nee. Maar we concludeerden aan het einde wel dat we het voor 80% met elkaar eens waren.
Het ging over het volgende. Het ging erover dat De Maten een wijk in Apeldoorn is die de afgelopen jaren ontzettend veel klappen heeft opgevangen. Ik hoor politici vaak zeggen: het zijn kwetsbare wijken. Dat zijn het niet. Het zijn sterke bewoners. Het zijn sterke wijken. Die hebben keer op keer op keer de klappen van Haagse bezuinigingspolitiek opgevangen: in het zorgcentrum dat daar staat, in de school voor speciaal onderwijs voor kinderen met gedragsproblemen en andere beperkingen, in de opstapwoningen die tegenover deze geplande locatie voor noodopvang staan. De mensen zeiden tegen mij: het zou eigenlijk niet uitmaken welke groep mensen hier gehuisvest zou worden, als het maar niet een groep is met een verleden dat problematisch kan zijn. Dat is wel het geval als het om noodopvang gaat. Mensen gaven bij mij aan dat de wijk De Maten problemen heeft met veiligheid. Het gaat twee kanten op, zeiden mensen. "Dat geldt voor ons, maar dat geldt ook voor de mensen die hier zo meteen gehuisvest worden. Die komen niet op een prettige plek, dus pak alsjeblieft eerst de problemen met veiligheid aan. Zorg ervoor dat onze zorg op orde is, dat onze kinderen een woning kunnen vinden. Waarom stapelen jullie, Den Haag, probleem op probleem op probleem bij ons in De Maten?"
Ik vind het karakteristiek voor alle plekken waar ik kom als het om noodopvang of nieuwe azc's gaat. Waarom is het altijd in de buurten en wijken die de hardste klappen opvangen van jullie -- ik ga wel "jullie" zeggen in dit verband -- bezuinigingspolitiek? Daarmee wordt namelijk de solidariteit in onze samenleving kapotgemaakt. Ik was net even aan het luisteren naar de debatten die hier plaatsvinden. Het ging geen één keer over mensen. Wat zijn jullie met jezelf bezig! Ongelofelijk. Kijk naar de buurten en wijken waar het om gaat. Waarom gebeurt het altijd in dezelfde buurten en wijken? Waarom niet in de rijkste gemeentes van Nederland? Ook met noodopvang is dat niet het geval, nog steeds niet. Er is tien keer meer opvang in de armste buurten en wijken van Nederland.
Als we het dan over de Spreidingswet hebben: heel graag. Maar in de Spreidingswet stond iets cruciaals voor de SP om daarmee akkoord te gaan: dat we zouden beginnen bij de rijkste buurten en wijken van Nederland. Daar wordt niet aan gehouden. Dan is het wel vragen om problemen. Dan vind ik het heel knap dat mensen die klap na klap na klap hebben gehad, op een nette manier hun geluid laten horen. Dat vind ik heel knap. Ik vind het verschrikkelijk dat extreemrechtse groeperingen deze demonstraties kapen. Ik vind het goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan. Maar dan wil ik wel het volgende aan deze minister vragen. Als de minister echt van mening is dat problemen moeten worden opgelost in Nederland -- daar ga ik van uit; ik ga ervan uit dat deze minister dat van plan was toen hij aan deze taak begon -- dan hebben we echt spreiding nodig. Dat betekent dat we gaan beginnen bij de rijkste buurten en wijken.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat betekent dat we stoppen met commerciële noodopvang in boten en hotels. Mijn motie daarover die aangenomen is, wordt niet uitgevoerd op dit moment.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Er is meer commerciële noodopvang gekomen. Dat is én peperduur én mensen zien donders goed ...
De voorzitter:
Ik heb uw microfoon uitgezet. Ik heb u twee keer bedankt voor uw bijdrage. Dat heeft ermee te maken dat u nu al bijna een minuut over uw tijd heen bent, dus daarom heb ik uw microfoon uitgezet. U heeft een interruptie van de heer Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ja, twee korte dingetjes. De heer Van Dijk zei dat niemand het hier over de mensen in het land had gehad, maar juist mijn hele bijdrage ging daarover, dus ik begrijp niet waarom de heer Van Dijk zegt dat ik bijvoorbeeld het niet over de mensen heb gehad; mijn hele bijdrage ging daarover. Mijn vraag aan de heer Van Dijk is: waarom zegt de heer Van Dijk niet dat dé oplossing voor heel veel van die problemen een asielstop is? Ik denk dat zijn kiezers dat ook zouden willen horen. Je kan spreiden wat je wil, maar als de aantallen te groot zijn … Daar is Nederland te vol voor. Nederland is te vol. Het spreiden heeft dus ook helemaal geen zin meer. Dan spreid je alleen de problemen. Ik denk dat de kiezers van de heer Van Dijk ernaar snakken dat de SP eindelijk een keer zegt: ja, wij luisteren echt naar de mensen en wij willen helemaal die asielopvang helemaal niet meer in Nederland; wij stoppen daarmee en wij zijn nu ook voor een asielstop. Waarom zegt de heer Van Dijk dat nou niet een keer?
De voorzitter:
Het is de heer Dijk.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Sorry. De heer Dijk, sorry. De heer Van Dijk zegt het ook niet goed, maar die zegt het bíjna. Die is bíjna voor een asielstop, nog niet helemaal. Maar de heer Dijk …
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter, ten eerste: ik had niet door dat u mij probeerde te stoppen, dus goed dat u dan op de knop heeft gedrukt. Laat ik dat even vooropstellen.
Meneer Markuszower, ik was het eens met het deel van uw betoog over de bushalte. Ik denk dat ik het met u eens kan zijn over het politiebureau. Ik weet de specificaties niet, maar ik weet wel dat de afgelopen tien jaar een kwart van alle politiebureaus is gesloten. Dat is in de buurten en wijken waar ik het net over had. Ik ben in die zin voor een asielstop als mensen niet op de vlucht zouden zijn voor oorlog en geweld. Ik kies ervoor, voor de verkiezingen en na de verkiezingen, om glashelder te zijn. Als er kabinetten zijn -- er zit nu weer een kabinet -- die 30 miljard extra aan bommen en granaten willen gaan uitgeven, die weigeren om oorlogsmisdaden en genocide in Gaza te benoemen voor wat die zijn en niet inzien dat als je je er internationaal niet keihard voor maakt dat het geweld stopt en dat oorlog stopt, er dan mensen op de vlucht raken, dan hebben die boter op hun hoofd. Als de internationale gemeenschap … Ik las gisteren een bericht dat er 2.400 miljard euro extra aan wapens wordt uitgegeven op dit moment. Moet u eens nagaan hoeveel woningen je daarvan kan bouwen, hoeveel zorg je kan leveren en hoeveel rust je daarmee kan creëren in plaats van ellende en oorlog. Dus nee: geen asielstop. Ja: een forse beperking van migratie door een migratiesaldo van 40.000, het laagste migratiesaldo van alle politieke partijen die hier zitten, als je kijkt naar de programma's. Daar kiest de SP voor.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie dat u verder geen interrupties krijgt. Dan is het woord aan mevrouw Keijzer van de Groep Keijzer. Ik moet het goed zeggen: Lid Keijzer.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dank, voorzitter. Heb ik vier minuten of vijf minuten?
De voorzitter:
U heeft vijf minuten.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Wauw! Goed, voorzitter. Om te beginnen: wat er aan geweld te zien is van sommige demonstranten is onacceptabel. Daar kan je dus eigenlijk vrij kort over zijn. Dat zal ik dan ook doen.
Maar de boosheid die ik gezien heb in Loosdrecht en in Apeldoorn, bijna de radeloosheid, komt niet uit het niets. Die bouwt zich al jaren op. Al tien, twintig jaar geven Nederlanders een duidelijk signaal af, via verkiezingen, via inspraak en via protesten. Het moet anders met de asielmigratie, minder, beheersbaar en met oog voor draagvlak. Wat krijgen mensen terug? Meer instroom en een overheid die gewoon doorgaat en dan tussen neus en lippen door, of soms uitgesproken, ook nog eens zegt dat ze xenofoob, racistisch of nog erger zijn. Er wordt niet geluisterd. Dan zie je wat er gebeurt. Dorp na dorp komt in verzet tegen de komst van een azc of een noodopvang, niet omdat mensen extreem zijn, zoals altijd zo makkelijk wordt gezegd, maar omdat mensen zien dat hun leefomgeving verandert en dat voorzieningen onder druk komen te staan. Zoals de heer Dijk het net zei, vond ik heel aansprekend. De mensen hebben daar zelf nauwelijks nog invloed op.
Dat gevoel wordt versterkt door wat de overheid vervolgens doet. Want waar burgers vragen om grip, om invloed en om bescherming, krijgen zij het tegenovergestelde: steeds meer beperkingen. Beperkingen van hun zeggenschap, beperkingen van hun inspraak en beperkingen van hun mogelijkheden om hun eigen woonomgeving vorm te geven. En wat doet Den Haag en wat doen in het kielzog daarvan de gemeentes die een taak hebben gekregen in het kader van de Spreidingswet? Die drukken door. Met de Spreidingswet wordt de zeggenschap van gemeenten en inwoners helemáál uitgehold. Er wordt dan gezegd dat er inspraak is. Dat klopt op papier, maar het besluit is al genomen. Dat is trouwens precies waar het stukloopt.
Ondertussen zien mensen nog iets anders gebeuren. Zij zien dat de overheid keer op keer prioriteit geeft aan nieuwkomers, terwijl hun eigen problemen blijven liggen. Er zijn wachtlijsten voor woningen, terwijl statushouders voorrang krijgen. Ze zien dat gemeenten kosten maken voor opvang, terwijl hun eigen wijk achteruitgaat. Ze zien wat het doet met de WOZ-waarde, terwijl statushouders de bonnetjes naar het gemeentehuis mogen sturen. Ze zien dat voorzieningen en veiligheid onder druk komen te staan, terwijl tegen hen gezegd wordt dat ze solidair moeten zijn. Zij mogen niet bouwen in strijd met het bestemmingsplan -- er zijn vele voorbeelden -- en de gemeente walst gewoon over het eigen bestemmingsplan heen.
Voorzitter. Dit gaat dan ook uiteindelijk om rechtvaardigheid. Mensen willen dat de overheid fatsoenlijk voor hén zorgt voordat zij steeds nieuwe verplichtingen aangaat, maar die afweging is totaal uit het oog verloren. Hier zit een bredere kloof onder, een kloof tussen mensen die de gevolgen van dit beleid elke dag voelen en een bestuurlijke, ambtelijke, juridische bovenlaag die deze gevolgen vooral van papier kent en blijft zeggen dat het allemaal wel meevalt. Voor die bovenlaag zijn dit cijfers, spreidingsopgaven; voor de Nederlanders die dit aangaat, gaat het over hun straat, hun dorp, hun toekomst. Zolang dit niet serieus wordt genomen, zolang deze signalen worden weggewuifd of weggezet, zal die boosheid blijven groeien. De vraag is dus eigenlijk heel simpel. Wanneer gaat Den Haag, dit kabinet, luisteren? Wanneer gaat ervoor gekozen worden om échte instroombeperkende maatregelen te nemen? Want laten we eerlijk zijn: datgene waarmee Rob Jetten afgelopen week kwam, was een beschamende vertoning. Dat doet niets met de instroom, wat wél beloofd was.
Voorzitter. Er moet echt wat veranderen. Gelukkig is het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel aangenomen in de Eerste Kamer, maar ik heb het koninklijk besluit waarmee het in werking gaat treden nog niet gezien, terwijl er elke week 400 mensen in het kader van nareis naar Nederland komen. We houden dit op deze manier gewoon niet vol. De Spreidingswet moet wat mij betreft dan ook van tafel. Ik ga graag meedoen -- dat is ook al afgesproken -- met het initiatiefwetsvoorstel dat JA21 zal gaan indienen, want dit is een onhoudbare situatie.
Voorzitter. Ik wou nog iets zeggen over het wetsvoorstel dat vanavond behandeld wordt en waarmee Wijdemeren gaat worden samengevoegd met de gemeente Hilversum. Het resultaat daarvan is dat het bestuur weer verder af komt te staan van de burger, waardoor de burger zich weer minder gezien en begrepen voelt. Al met al holt de democratische legimitatie van ons bestel verder achteruit en dat is een slechte zaak.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Dijk.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb een oprechte nieuwsgierigheid. Mevrouw Keijzer weet, denk ik, heel goed dat er wel plekken moeten worden gevonden om mensen op te vangen. Wat gebeurt er in de optiek van mevrouw Keijzer als de Spreidingswet van tafel is? Wat is dan de manier om ervoor te zorgen dat er voldoende opvang komt voor de betreffende mensen, bijvoorbeeld de kinderen waar we het over hebben die nu in een noodopvang zitten? Hoe denkt u, uw partij, uw fractie, dat dat dan opgelost moet worden?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Er zijn nu in Nederland 50.000 plekken. 50.000 plekken! Realiseer je dat eens. Ik geloof dat het inwilligingspercentage nu onder de 60% ligt, maar dat wil niet zeggen dat de mensen die geen verblijfsvergunning krijgen, weggaan. Die blijven. Dat zien we constant. Die vragen vervolgens hun familie hiernaartoe te komen en dat heeft de afgelopen jaren elk jaar geleid tot het bijbouwen van een stad van ongeveer 60.000 inwoners. Dat houden we gewoon niet vol. Er moet dus veel meer worden gedaan aan die instroom. Tegen mensen die een status krijgen, moet gewoon gezegd worden: "U bent hiernaartoe gekomen omdat u hier familie had wonen" -- we weten uit een WODC-rapport dat dat zo gaat -- "dus u gaat maar net als de Nederlander bij uw familie wonen. U gaat het zelf doen. U gaat het zelf organiseren." Dat is een manier om dit op te lossen. Dit probleem gaat met de Spreidingswet niet over. Als we alle gratis voorzieningen die we aan mensen geven in stand houden, gaan mensen niet zeggen "we gaan wel naar een ander land" of "we blijven ons eigen land opbouwen". Dat laatste is trouwens ook nog een oplossing.
De voorzitter:
De heer Dijk heeft geen vervolginterrupties. Mevrouw Westerveld, gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik ben echt nog wel benieuwd naar het antwoord op de vraag van de heer Dijk. De vraag was wat er bijvoorbeeld gaat gebeuren met de kinderen die nu in noodopvanglocaties zitten. Dat zijn er meer dan 7.000. We weten dat het schadelijk voor hen is dat ze op die locatie zitten. Daar hebben ze ook niet voor gekozen. Bovendien is het een heel stuk duurder. Wat is dan, op het moment dat zij aangeeft dat die Spreidingswet van tafel moet, de oplossing van mevrouw Keijzer voor mensen die er zijn?
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Een deel van de kinderen die naar Nederland toe komen, zijn hier gekomen in het kader van nareis. Die komen trouwens helemaal niet uit oorlogsgebieden. Die kinderen verbleven bijvoorbeeld al in Egypte of Turkije. Daar was het veilig, alleen is het hier beter geregeld. De vader van het gezin haalt dus zijn kinderen hiernaartoe. Het is onhoudbaar. Het is echt de hoogste tijd dat we dit gesprek gewoon eens met elkaar gaan voeren, want de Nederlandse jeugd begint niet meer aan gezinnen en woont bij de ouders boven op zolder. Het is gewoon niet meer houdbaar. Een oplossing hiervoor is om er veel duidelijker over te zijn dat in Nederland niet meer alles voor je geregeld wordt, dat we die nareis eindelijk daadwerkelijk gaan beperken en dat uiteindelijk ook de instroom naar beneden gaat. Anders blijven wij dit probleem houden. Ik word hier eigenlijk ongelofelijk boos van, want deze vragen komen van partijen die keer op keer weigeren iets te doen aan de instroom, waarmee die asielloterij, die uiteindelijk ook als prijs de dood op de Middellandse Zee heeft, zoals professor Koopmans dat genoemd heeft, in stand wordt gehouden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ook de ChristenUnie vindt dat er stappen gezet moeten worden, maar de heer Markuszower, als ik een positief punt uit zijn betoog mag halen, begon erover dat we geen dingen moeten roepen waarvan mensen het beeld krijgen dat die iets oplossen. U kondigt een aantal keer een initiatiefwetsvoorstel aan -- dat ga ik lezen zodra dat er is -- maar op een simpele vraag heeft u geen antwoord. Dat is de vraag wat we, als uw wet wordt aangenomen en de Spreidingswet ingetrokken is, doen met de mensen die er zijn, die mede als gevolg van het EU-Migratiepact, door de verlengde termijnen, waarschijnlijk ook nog veel langer moeten wachten op duidelijkheid. Mevrouw Keijzer past al een paar keer het trucje toe dat ze het vervolgens heeft over mensen die nog moeten komen, maar dat lost niet het probleem op van mensen die er al zijn en geen opvang hebben. Er zijn dan een paar smaken. Of ze zijn dakloos; mevrouw Keijzer zei dat ze het maar uit moeten zoeken. Of mevrouw Keijzer zegt dat we ze terugsturen, maar dan moet ze ook nog een ander wetsvoorstel gaan indienen, namelijk een waarmee ze de vergunningen retroactief weer intrekt. Ik ben daar dus ook benieuwd naar. Of zegt u dat we gewoon het wetsvoorstel moeten afwachten? Als u de vraag ontduikt, heb ik namelijk het gevoel dat u er geen antwoord op heeft. Zoals ik ook bij de heer Markuszower deed, zou ik ervoor willen pleiten dat we in dit debat, ongeacht hoe we naar verschillende invalshoeken kijken, wel goed kijken wat er haalbaar is.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De heer Ceder komt van de ChristenUnie. Dat is een partij van zachte heelmeesters. We weten allemaal dat die stinkende wonden maken. Eindelijk hebben we nu gezien dat dit onhoudbaar is. Het gaat niet helpen om met een paar stapjes te komen. Wij zullen veel duidelijker moeten zijn tegen mensen die hier niet horen te zijn, zoals die grote groep Palestijnen die nu uit Griekenland met een verblijfsvergunning hiernaartoe komt. Daar is gewoon geen opvang voor. Wij doen dat niet, want we zetten ze vervolgens weer in de opvang, die overvol is. Er komt weer een gratis advocaat om een procedure te voeren. We moeten daarmee stoppen. Ik ben heel erg blij met de interpretatieve verklaring die dit weekend in Moldavië wordt besproken om die gestoorde interpretatie van artikel 3 van het EVRM overboord te gooien. Daardoor mag je mensen, mind you, niet terugsturen naar België en Griekenland. Zijn we helemaal gek met z'n allen? Dit soort zaken moeten wij gaan doen. Anders doen we het voor het buitenbeeld misschien heel mooi, maar laten we de Nederlander zakken als een baksteen.
Mevrouw Straatman (CDA):
Het betoog van mevrouw Keijzer is duidelijk. Ze zegt eigenlijk twee dingen. De instroom moet maximaal naar beneden. Dat ben ik helemaal met mevrouw Keijzer eens. Het tweede: de mensen die geen recht hebben op opvang of asiel, moeten terug. Ook daarover ben ik het helemaal met mevrouw Keijzer eens. Maar de derde component blijft. Ook als we beide dingen volledig uitvoeren zoals mevrouw Keijzer dat zou willen, hebben we te maken met een groep mensen die nu in Nederland is en waar op dit moment te weinig plekken voor zijn. Dan begrijp ik niet dat mevrouw Keijzer zegt ervoor te kiezen om die gebieden die bovenmatig last hebben ... U bent als minister ook in Ter Apel geweest, mevrouw Keijzer. Ik noem ook Hardenberg en Epe. Dat zijn de bekende gemeenten, die continu hun hand opsteken. Ik begrijp niet dat u zegt: ik vind dat zij het voor de groep die nu in Nederland is, maar in hun eentje moeten oplossen. Waarom kiest u dan niet, vraag ik ook naar aanleiding van het heel duidelijke verhaal van de heer Dijk, om het eerlijk over Nederland te spreiden? Kunt u me dat laatste element nog eens toelichten? Ik begrijp dat namelijk gewoon niet.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Ik hoor mevrouw Straatman zeggen dat ze het ermee eens is dat de instroom maximaal naar beneden moet en dat mensen terug moeten. Maar vervolgens stemt de Eerste Kamerfractie van het CDA tegen de wetten die daar iets aan gaan doen. Het is dus elke keer weer lippendienst. Er zal echt meer moeten gebeuren om hier wat aan te doen. Dan moeten er ook een aantal heilige huisjes om. Ik noem bijvoorbeeld het uitgebreid in procedures nemen, met gesubsidieerde advocaten erbij, van mensen die hiernaartoe komen en die hier niet mogen zijn. Hun wordt opvang gegeven, terwijl onze azc's overvol zitten. We hebben nu 50.000 plekken. Dat vind ik eigenlijk al veel en veel te veel. Als je vervolgens de statushouders uit de azc's haalt, kom je een heel eind. Als het wetsvoorstel over het tweestatusstelsel eindelijk een keer ingevoerd wordt -- ik wist niet wat ik zag, toen ik het nazocht en zag dat er nog steeds geen koninklijk besluit was genomen om dat te doen -- dan doe je iets aan de instroom. Het scheelt 400 mensen in de week. Als je dan op een democratische manier wil spreiden, spreid dan naar die gemeentes waar ze in meerderheid D66, PvdA-GroenLinks, CDA en ChristenUnie hebben gestemd. Daar willen ze dit. Dan mogen ze het daar ook oplossen.
De voorzitter:
Nou, meneer Struijs, u bent aan de beurt. U zit er helemaal klaar voor, zie ik. Gaat uw gang, namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Het is een open deur, maar ik wil het punt toch maar even maken. Ik ben echt geschrokken van wat er gisteren weer gebeurd is. Ik heb uiteraard met veel politiemensen contact gehad. Ze staan letterlijk te vechten voor de democratie en zodat de boel, waar mensen binnen zitten, niet affikt. De brandweer wordt tegengehouden. We kunnen het niet genoeg benoemen: geweld en intimidatie mag nooit een verdienmodel worden, wat je achtergrond ook is.
Ook wij als 50PLUS zijn voor een strenger asielbeleid. We zijn teleurgesteld dat het in de Eerste Kamer niet gelukt is. Ik heb een paar nieuwsgierigheidsvragen. Hoe denkt de minister de komende tijd, gelet op alle goeie voornemens, toch met enige snelheid de instroom te gaan beperken? Hoe gaat hij zorgen dat we mensen hier nog wel redelijk fatsoenlijk opvangen? Dat geldt zeker voor kinderen, want we moeten nooit door de morele ondergrens. Dat is voor ons ook belangrijk.
Maar we hebben een probleem. We moeten dat probleem, hoe moeilijk het ook is ... Ik ben het volledig eens met de heer Dijk en mevrouw Keijzer: het is een stapeling van sociale problemen. Als ik met mensen in het land praat over de asielproblemen, dan beginnen ze eerst over de schimmel in de woningen, over dat de kinderen te lang thuis wonen en over dat de zorg wordt uitgekleed. Dan koppelen ze dat in hun beleving, soms terecht en misschien soms ook wel onterecht, aan de asielproblematiek. Het leeft enorm en niet alleen daar waar gedemonstreerd wordt en geweld wordt gepleegd: het leeft overal. Mensen hunkeren er dus naar dat wij als politiek met oplossingsrichtingen komen en dat we geen valse, irreële beloftes doen. Daar stoor ik mij wel aan. Je zult mij ook niet horen zeggen: ik regel dit wel eventjes. Ik ga me hardmaken voor een goed asielbeleid.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dan wil ik ook graag de conclusie van de heer Struijs horen als hij dit hoort in buurten en wijken, want in andere buurten en wijken hoor je het namelijk niet; daar mag de migrant wel de tuinman zijn, maar mag de migrant niet de buurman zijn. Is de conclusie van de heer Struijs dan ook dat als we het hebben over spreiding, of je het nou in een Spreidingswet vervat of niet … Ik gaf net aan dat de Spreidingswet wat mij betreft op dit moment niet werkt, want het belangrijkste element wordt niet uitgevoerd, namelijk dat we opvang organiseren in de rijkste buurten en wijken van Nederland. Is dat ook de conclusie van de heer Struijs?
De heer Struijs (50PLUS):
Excuses, ik deed mijn microfoon net uit. Dat was niet de bedoeling, meneer Dijk, want ik wil echt uw vraag beantwoorden. Wij zijn voor een rechtvaardige spreiding die ook naar deze elementen kijkt. Op het moment dat gemeentes die zeer welvarend zijn pertinent weigeren, zonder duidelijke redenen, om mensen op te vangen, dan vind ik dat niet kunnen. Laat ik daar duidelijk over zijn. Je moet altijd een gegronde reden hebben. Als een gegronde reden is "wij worden aangetast in onze veiligheid; we kunnen het er niet meer bij hebben", vindt u me altijd. Ik zie dat gemeentes die er financieel gezien zeer riant bij zitten ook gegronde redenen hebben om te weigeren, maar ik zie ook gemeentes die het zeer riant hebben en waar het gesprek nog geeneens mogelijk is. U vindt mij dus voor een groot deel aan uw kant, want spreiden is alleen zinvol als je dat het meest democratisch doet, met instemming, en als je ook echt luistert naar de mensen en de zorgen die ze hebben. Dat klinkt heel idealistisch. Ik weet dat de werkelijkheid heel moeilijk in elkaar zit. U vindt mij dus voor een groot gedeelte aan uw kant.
Een ander punt waar ik mij enorm aan stoor, is het volgende. Laat ik dat ook maar even zeggen; ik blijf het maar benoemen als nieuwe partij in de Kamer. Het irriteert me, net zoals veel IND'ers en mensen binnen het COA, dat wij voor de zoveelste keer mensen in het systeem hebben die criminaliteit plegen, die overvallen plegen en zakkenrollen. Laten we deze mensen nou gewoon vervolgen; dat is ook een vraag aan de minister. We hebben het namelijk niet over petty crime. We hebben het over ernstige misdrijven. Voor mijn part bouwen we er versneld een bajes bij. Het gaat mij om gedragingen, niet alleen om asielzoekers. Iedereen die hier ernstige strafbare feiten pleegt, moet vervolgd worden. Daar hebben de slachtoffers recht op. Ik zie daar te weinig van terug, omdat ik vaak van het OM hoor: we zijn al overbelast en hij zit in de procedure. Dat mag nooit een excuus zijn. Ik wil graag een reflectie van de minister daarop.
Dan een ander punt waar wij als 50PLUS steeds meer tegenaan lopen. Wij vinden het belangrijk dat er transparantie is. Of je nou burgemeester, raadslid of Tweede Kamerlid bent, je hebt recht op zo goed mogelijke, zuivere informatie. Die is niet altijd kloppend. Vaak zie ik informatie die ingegeven wordt door hele moeilijke definities. Ik wil u een voorbeeld geven en daar heb ik ook een vraag over. Het betreft de sociale huursector. Tot nu toe komen wij in de stukken tegen dat de hele asielstroom, waarbij asielzoekers sociale huurwoningen krijgen toebedeeld, zorgt voor 7% tot 8% van alle huurbewegingen. Alleen zeggen onze experts: ja, maar wacht even, dat gaat over de bewegingen. Dus: Ans en Arie gaan uit hun grote huis, want de kinderen zijn de deur uit, en gaan naar een kleinere woning. Er komt een wat groter gezin in die sociale huurwoning. Dat is de optelsom van de huurbewegingen. Nou zeggen mijn experts: ja, maar de instroom van asielzoekers in het systeem van sociale huurwoningen is meer dan 7% en zit misschien wel over de 20%. Daar heb ik een vraag over. Ik weet niet meer wat waar is, maar kan de minister mij even meenemen in wat voor percentage we hier nu hebben. Dan heb ik het over de instroom. Ik wil als controlerend orgaan van de regering namelijk weten wat nou de werkelijkheid en de waarheid is. Ik loop daar een beetje op vast, dus vandaar dat ik deze vraag stel. Ik denk dat mijn experts mij deze vraag niet ten onrechte laten stellen.
Dan wil ik ook nog even …
De voorzitter:
Meneer Struijs, ik onderbreek u weer. U heeft wederom een interruptie van de heer Dijk. En zou u uw microfoon willen uitzetten?
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik stelde net een vraag over opvang in rijke buurten en wijken. Ik wil dat ook doen als het gaat om het huisvesten van statushouders. In de buurten en de wijken die ik net in mijn eigen bijdrage noemde, hoorden wij verhalen van mensen die zeggen dat hun zoon of dochter nog thuis woont en geen sociale huurwoning kan vinden. Maar ook hier zien we dat rijke buurten en wijken geen sociale huurwoningen hebben, dus daar komen geen statushouders te wonen. Dat is een scheve vorm van solidariteit één kant op. Dat verhaal mis ik in deze Kamer. Ik heb het nu voor de tweede keer in een interruptie bij u gedaan, maar ik kan dat eigenlijk bij heel veel andere partijen doen. Ik vind het namelijk wat makkelijk en gratuit praten over wel of niet spreiden als je dit soort dingen niet meeneemt.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik kan hier kort over zijn: ik ben het met u eens. Solidariteit is namelijk heel belangrijk. Solidariteit houdt in dat we elkaar allemaal door deze moeilijke tijd heen moeten helpen. Dat houdt niet in dat er uitzonderlijke plekken kunnen zijn die … U heeft het in dit geval over rijkdom, maar er zijn ook andere redenen waarom mensen het niet doen. Maar er moet wel een gedragen motivatie zijn om het niet te doen. U weet dat ik veel in Rotterdam kom. Het verbaast me echt dat er in sommige gefortuneerde wijken in Rotterdam helemaal geen sociale woningbouw is en zelfs niet gepland wordt. Maar u vindt mij echt op uw weg. Solidariteit is iets waar ik echt naar op zoek ben. We mogen in de Kamer zó van mening verschillen, maar we moeten dit met z'n allen oplossen. Ik zal ook weleens denken: nou, ik had dit liever anders gehad. Maar ik wil die solidariteit ook terugzien in de sociale woningbouw. Het kan niet zo doorgaan dat het alleen plekken zijn waar al heel veel sociale woningbouw is, soms ook met de nodige veiligheidsproblemen en andere problemen. U vindt mij dus echt op uw weg als we daar in de toekomst over praten en besluiten over nemen.
De voorzitter:
U heeft nog een kleine minuut over voor uw betoog.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik ben bijna klaar, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de minister. Ik wil graag meer weten over de tijdelijke locaties. Die kosten ontzettend veel geld. Dat loopt richting een miljard. Heeft de regering op korte en lange termijn plannen om over deze locatieproblematiek na te denken en om vaste locaties te maken? Dit vraag ik in combinatie met de interruptie van de heer Dijk, die me aan het hart gaat, als we kijken naar woningen.
De allerlaatste vraag die ik heb, is of u wat meer duiding kunt geven. Ik kom in de asielopvang namelijk te veel jonge mensen tegen die er al een tijdje zitten en die heel graag willen werken. De lokale fietsenmaker smeekt om die mensen te hebben. Kunnen we ze niet wat sneller aan het werk krijgen, wat de uitkomst uiteindelijk ook wordt? We hebben namelijk heel veel mensen nodig.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vondeling namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. In het eerste kwartaal van 2026 zijn er 30% meer asielverzoeken ingediend dan in dezelfde periode vorig jaar. 30%! Zelfs het COA zegt het niet meer aan te kunnen. De bezetting in de opvang is opgelopen tot 104%. Dat is een record. Waar blijven de instroombeperkende maatregelen die door het kabinet zijn beloofd?
Terwijl Nederland al jaren kreunt en kraakt onder de asieltsunami, gooit de minister de grenzen nog verder open, vooral voor Eritreeërs, de op één na grootste groep asielzoekers van het afgelopen jaar. Door ze nog makkelijker en vaker een verblijfsvergunning te geven, nodigt deze minister letterlijk meer problemen uit. Eritreeërs zijn zwaar oververtegenwoordigd in de criminaliteit; bij zedenmisdrijven tot wel zevenenhalf keer vaker. Nederlandse vrouwen en meisjes betalen de prijs voor dit roekeloze, onverantwoorde beleid. Kijk naar de wanhopige protesten van bezorgde moeders en vrouwen in Loosdrecht en in andere plaatsen in Nederland. Waarom kiest dit kabinet keer op keer de kant van asielzoekers in plaats van de eigen bevolking te beschermen?
Ondertussen komen er steeds meer Palestijnse asielzoekers naar Nederland. We krijgen zelfs het hoogste aantal aanvragen van Palestijnen binnen de EU. De meesten van hen zijn ook nog eens in het bezit van een Griekse verblijfsvergunning. Waarom worden deze nepasielzoekers ons land binnengelaten, vraag ik de minister. Stuur ze onmiddellijk terug naar Griekenland en laat niemand meer binnen.
Dan is het helemaal gestoord dat de minister ervoor kiest om de grenscontroles juist af te gaan schaffen. Meer flexibiliteit en risicogestuurde controles en minder vaste controles voor de marechaussee betekent in de praktijk open grenzen. Dat is de droom van D66, maar een nachtmerrie voor Nederland. Nederland heeft juist meer grensbewaking nodig, met de inzet van het leger om onze grenzen te controleren.
Verder is het volkomen onbegrijpelijk dat deze minister nog steeds weigert om alle tijdelijke verblijfsvergunningen van Syriërs in te trekken. Er verblijven nog altijd zo'n 70.000 Syriërs met een vergunning in Nederland, terwijl wij gewoonweg geen ruimte hebben. Alleen al door die bijna 30.000 Syriërs in de COA-locaties terug te sturen, kunnen we in één klap ongeveer 100 azc's sluiten. Doe dat, zeg ik tegen de minister. Stuur alle Syriërs terug naar Syrië. Zet criminele vreemdelingen ook ons land uit. Waarom lukt het Duitsland wel om criminelen uit Syrië en Afghanistan uit te zetten en Nederland niet?
Vandaag verscheen ook een bericht in De Telegraaf dat het grootste deel van de Oekraïners in Nederland permanent wil blijven. Dat is natuurlijk niet wat we moeten willen. Oekraïners moeten terug naar hun eigen land. Graag een reactie van de minister hierop.
Dan over schijnerkenningen. Ondanks de afspraken in het regeerakkoord om schijnerkenningen keihard aan te pakken, gebeurt er vrijwel niets. Fraudeurs lachen de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger keihard uit. Dat is ronduit schandalig. Frauduleuze verblijfsvergunningen moeten onmiddellijk worden ingetrokken en fraudeurs moeten zonder pardon ons land worden uitgezet. Wanneer gaat de minister hier werk van maken?
Voorzitter, ik rond af. Nederland is vol. Ons land gaat kapot aan de massale asielinstroom. Nederland heeft nu noodmaatregelen nodig om azc's te sluiten en Nederland te de-islamiseren. Geen halfbakken en afgezwakte maatregelen, maar een keiharde asielstop en het intrekken van de Spreidingswet. Als de minister dat weigert, dan moet hij zijn biezen pakken. Want door geen noodmaatregelen te nemen en de Nederlandse samenleving blijvend bloot te stellen aan deze ellende, brengt de minister willens en wetens onze samenleving in gevaar.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk namens de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Nederland blijkt een magneet voor Palestijnse asielzoekers. Veel personen van wie de nationaliteit niet kan worden vastgesteld, blijken in de praktijk Palestijn. Terwijl deze personen massaal naar Nederland komen, hebben ze al een status gekregen in Griekenland. Toch laten de Griekse autoriteiten hen vertrekken, zodat ze in Europa verder kunnen reizen, op zoek naar een aantrekkelijk EU-opvangland naar keuze, zonder dat is gecontroleerd wie zij zijn en zonder dat wij weten of ze geen kwaad in de zin hebben. Er zouden zelfs Hamas-sympathisanten of IS-aanhangers tussen kunnen zitten. De SGP vindt dat onacceptabel. Al te lang wordt asielzoekers een soort keuzemenu geboden. De Dublinregels functioneren niet, omdat lidstaten zich er niet aan houden, maar ook omdat rechterlijke uitspraken daar een stokje voor steken. Zo zouden de opvangmogelijkheden in Griekenland ondermaats zijn, waardoor terugsturen niet meer mag en asielzoekers hier naar believen langdurig kunnen verblijven. De SGP ziet graag dat de minister ervoor zorgt dat er wel weer asielzoekers kunnen worden teruggestuurd naar andere Europese lidstaten. Hoe gaat hij daar op korte termijn voor zorgen?
Tot die tijd moet het kabinet geen asielzoekers meer binnenlaten die in een ander land al asiel hebben gekregen, zoals ook België doet. De asiellast drukt te zwaar op de schouders van onze samenleving.
Eveneens belangrijk: de veiligheid van onze Joodse medelanders moeten we waarborgen. In onze samenleving mag er op geen enkele wijze plaats zijn voor Jodenhaat, maar ondertussen zetten we de deur wel open voor mensen uit islamitische landen, waar antisemitisme met de paplepel wordt ingegoten. Dat moet anders. Om die reden pleit de SGP al geruime tijd voor het zwaarder laten meewegen van veroordelingen voor antisemitisme als weigerings- en intrekkingsgrond in de verblijfsrechtelijke procedures. Daar moeten we als samenleving een duidelijke streep trekken. Dit punt zou worden meegenomen bij het onderzoek naar de mogelijke aanscherping van de glijdende schaal. Wanneer horen we daar meer over?
Volgens mijn fractie moet binnen het asielsysteem zwaarder worden meegewogen dat we primair mensen toelaten die qua culturele en religieuze achtergrond dicht bij de Nederlandse samenleving staan, om integratieproblemen zo veel mogelijk te voorkomen. Dat is ook in het belang van de asielzoeker zelf. Het kabinet zet in op modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht. Kan de minister toezeggen ook dit punt daarin mee te nemen?
De heer Van Baarle (DENK):
Het is nogal wat als je een politieke partij die altijd prat gaat op barmhartigheid, dit soort dingen hoort zeggen. Er wordt weer gewoon even heel generaliserend gedaan over culturen waarbij antisemitisme met de paplepel ingegoten zou worden. Palestijnen worden maar even een-op-een vergeleken met mensen die verdacht worden van het doen van de meest verschrikkelijke dingen. Nog veel verdergaand dan dat, pleit de SGP gewoon voor discriminatie aan de grens, namelijk voor een voorkeur voor de eigen cultuur en het eigen geloof, zoals ze het zeggen. Dat betekent het volgende. Er staan twee vluchtelingen voor de deur. Tegen de een wordt gezegd: voor u is er geen plek, want u bent een moslim. Tegen de ander wordt gezegd: voor u is er wel een plek, want u bent christen. Dat is wat de SGP wil. Dat is toch in strijd met alle kernbeginselen die we met elkaar hebben afgesproken, namelijk dat we geen onderscheid maken op basis van geloof? Hoe kan de SGP dat hier nou bepleiten? Dat druist toch tegen alles in?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Nee, dat druist gelukkig niet tegen alles in. Het is zelfs een heel consistent verhaal. Het begint natuurlijk al bij het gegeven dat wij groot voorstander zijn van barmhartigheid, maar dat daar ook grenzen aan zitten. Je kunt niet iedereen opvangen. Je hebt asielzoekers met allerlei verschillende achtergronden, zoals culturele achtergronden en godsdienstige achtergronden. Sommige asielzoekers uit sommige landen staan dichter bij de Nederlandse cultuur dan anderen. Dat kunnen bijvoorbeeld moslims of mensen met een andere culturele achtergrond zijn. Laten we daarom kiezen, ook in het belang van de asielzoeker zelf, voor de asielzoekers wier cultuur het meest verwant is aan de onze. Laten we voor die andere asielzoekers vooral kijken naar andere landen. Als het bijvoorbeeld gaat om moslims, om daar concreet op in te gaan: die kunnen veel beter worden opgevangen in bijvoorbeeld een islamitische regio. Mijn vraag is om dat mee te wegen, ook als het gaat over de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter. De minister geeft voortvarend uitvoering aan het SGP-voorstel om een vrijwilligersvergoeding te verstrekken aan gastgezinnen die een statushouder opvangen. Dank daarvoor. Ik wil daarbij nog één verzoek voorleggen. Sommige personen die een statushouder opvangen, ontvangen een uitkering of toeslag. Ik lees in de beslisnota dat zij die vrijwilligersvergoeding dan niet terug hoeven te betalen. Maar als de ontvanger jonger dan 27 jaar is, kan dit wel aan de orde zijn. Nu zijn er bijvoorbeeld studenten die een kamer over hebben en een statushouder onderdak bieden. Zij moeten daardoor niet in de problemen komen. Wil de minister hier nog eens naar kijken, eventueel samen met zijn SZW-collega, zodat ook bij deze laatste categorie de vrijwilligersvergoeding niet hoeft te worden teruggestort?
Voorzitter. Recent is het landenbeleid voor Syrië aangepast. Ik vraag opnieuw aandacht voor de kwetsbare positie van Syrische christenen. Hun situatie is dramatisch verslechterd, zoals blijkt uit de ranglijst van Open Doors. Wil de minister toezeggen de positie van deze groep voortdurend te monitoren? Wat de SGP betreft, wordt niet geschroomd om een apart risicoprofiel voor deze groep in te stellen als blijkt dat er sprake is van structureel geweld tegen Syrische christenen.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank u wel. U heeft gezien dat een aantal collega's inmiddels zijn weggegaan omdat ze andere verplichtingen hebben. Dat zeg ik even zodat u niet denkt dat zij nu de zaal uit rennen omdat ze zo'n trek hebben, maar ik zie wel dat er meer mensen zijn die trek hebben. Ik wil voorstellen om snel de eerste termijn af te maken. Er zijn bijna geen interrupties meer over. Dan gaan we ook langer schorsen in verband met de voorbereiding van de antwoorden en de dinerpauze. Dat zal dan net voor zevenen zijn, rond die tijd. Dus hou nog heel even vol, wil ik vragen.
We gaan luisteren naar de inbreng van mevrouw Straatman namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het uitspreken van steun aan alle dappere en daadkrachtige burgemeesters, wethouders en raadsleden die in deze woelige tijden durven te doen wat nodig is en die van Loosdrecht tot Breda en van IJsselstein tot Hardenberg hun verantwoordelijkheid nemen, solidariteit betrachten naar andere gemeenten en niet buigen voor intimidatie en geweld. Laten we eerlijk zijn: de landelijke politiek kwam met de noodzakelijke Spreidingswet, maar liet die daarna aan een jojokoord hangen. De resultaten daarvan zijn nu op lokaal niveau merkbaar. Die verantwoordelijkheid moeten wij onszelf aantrekken. Daarom zeg ik eens te meer: de Spreidingswet staat en die is nodig. Alle bestuurders die de Spreidingswet uitvoeren, hebben onze volledige steun.
Voorzitter. Datzelfde geldt ook voor alle hulpverleners. Demonstreren doe je met woorden en niet met vuurwerkbommen. Wat we gisteren zagen in Loosdrecht was dan ook geen demonstratie; het waren rellen. Het zijn relschoppers die misbruik maken van het demonstratierecht, aangestuurd door extreemrechtse groepen. Die relschoppers moeten we heel hard aanpakken, want van onze hulpverleners blijf je af.
De voorzitter:
De heer Diederik van Dijk gaat zijn laatste interruptie gebruiken. Gaat uw gang.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het CDA is voorstander van de Spreidingswet. Dat kan. De SGP staat daar anders in. Maar het verbaast me wel dat het CDA begint met zo'n lofzang op deze Spreidingswet. Ik ken het CDA namelijk al heel lang als de hoeder van de lokale democratie en als de partij van het polderen in plaats van met dwang iets opleggen. Dus waarom zo'n lofzang, terwijl mevrouw Straatman denk ik ook ziet wat deze wet losmaakt aan polarisatie, tussen Den Haag en gemeentebesturen en ook tussen Den Haag en de burger. Kan mevrouw Straatman daar toch nog wat achtergrondinformatie bij geven?
De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Straatman het woord geef: u heeft nu nog één interruptie, meneer Van Dijk. Ik heb mij vergist. U heeft nu nog een interruptie over.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank voor deze vraag. Ik licht het heel graag toe. Ik ben nog maar kort woordvoerder Asiel en Migratie, maar ik heb in aanloop naar deze debatten met heel veel burgemeesters gesproken. Wat zij zeggen, is: ga alsjeblieft als landelijke politici achter de Spreidingswet staan, want dat helpt ons. De Spreidingswet is ingevoerd. In het begin hielp dat ook en creëerde dat heel veel plekken. Maar vervolgens kwam Schoof I. Die hebben heel veel onduidelijkheid laten bestaan over wat er zou gebeuren met de Spreidingswet. Vervolgens zijn heel veel plekken weer verloren gegaan. Wat we zien, is dat er door de ambtenaren hele mooie documenten worden gemaakt tijdens de voorbereiding van dit rapport. De cijfers spreken voor zich. De reguliere opvangplekken kosten €31.000 per stuk. Noodopvang: €64.000. We zijn nu meer dan het dubbele kwijt aan noodopvang. We gooien een miljard euro per jaar weg omdat we hier met z'n allen een discussie aan het voeren zijn over solidariteit. Laten we duidelijk zijn: het CDA vindt dat we achter die bestuurders moeten staan en dat we solidariteit moeten betrachten als het gaat om opvang. Dat doet niets af aan andere opmerkingen die eerder gemaakt zijn, namelijk dat we de instroom moeten beperken en dat mensen die geen recht hebben op opvang heel snel terug moeten.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Straatman (CDA):
Voorzitter. De vraag die dan overblijft, is: is er dan geen ruimte voor echte zorgen of vragen rondom azc's of noodopvang? Tuurlijk zijn die er wel. Voor een deel begrijp ik die zorgen heel goed. Dat jojobeleid van de landelijke overheid vraagt nu namelijk niet alleen om noodopvang, maar feitelijk zelfs om spoednoodopvang. Iedereen weet: haastige spoed is zelden goed. In die haast kan zorgvuldigheid verloren gaan. Voorbeelden door heel het land laten zien dat bij goede burgerbetrokkenheid zorgen over opvang vanzelf afnemen en er juist lokaal draagvlak ontstaat. Daarom is mijn vraag aan de minister: hoe kunnen we gemeenten hierin nog meer helpen? Welke handvatten, richtlijnen of best practices kan de minister bieden aan gemeenten om in de spoed die nodig is voor noodopvang, ook voldoende ruimte in te bouwen om op zorgvuldige wijze met burgers in gesprek te gaan?
Voorzitter. Voor terechte zorgen, vragen of demonstraties heb ik alle begrip. Dat is een recht in Nederland. Maar ik trek een hele harde grens bij geweld, intimidatie en pure chaos. Het heeft er alle schijn van dat een klein groepje rechts-extremisten van gemeente naar gemeente trekt om het vuurtje op te stoken, tegen de lokale gemeenschap en tegen de politie. Ik diende daar eerder ook al Kamervragen over in, omdat het belangrijk is om die groepen in beeld te krijgen en de onderlinge connecties duidelijk te maken. Wat kan de minister daar nog meer over zeggen? Hij gaf eerder aan dat de AIVD onderzoek doet, maar ziet dat onderzoek ook op de aanwezigheid van extreemrechtse groepen bij deze specifieke demonstraties?
Gisteren gaf de minister aan dat relschoppers met prioriteit worden opgespoord. Wat het CDA betreft worden deze mensen ook heel hard aangepakt en is dat goed. Wat ons betreft kunnen er ook gebiedsverboden opgelegd worden. Maar wat kan de minister preventief doen om te voorkomen dat deze rondtrekkende groep extreemrechtse relschoppers in iedere gemeente weer oppopt en het demonstratierecht uitholt? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. We helpen burgemeesters niet alleen door pal achter de Spreidingswet te gaan staan, maar misschien nog wel meer door te laten zien dat we alles op alles zetten om de instroom te beperken. Ook die zorg van demonstranten begrijp ik namelijk goed. Daarover heb ik nog drie vragen. Allereerst is het CDA heel blij met de aangekondigde nota van wijziging waarin de uitbreiding van de ongewenstverklaring terug in het pakket aan asielnoodmaatregelen komt. Dat biedt een extra instrument om asielzoekers vast te zetten en terug te sturen. Maar jurisprudentie van de hoogste Europese rechter maakt het ons weer lastig. Hoe kijkt de minister naar de conclusie uit het Aroja-arrest? Worden de procedures als de wiedeweerga daarop aangepast, zodat ongewenstverklaarden niet na achttien maanden weer vrijkomen?
Twee: de situatie in Syrië. In Turkije, Jordanië en andere landen aan de buitengrenzen gaan Syriërs vrijwillig terug en in Europa niet. Dat vindt het CDA zorgelijk. Het is goed dat de minister in New York met zijn Syrische collega om tafel is gegaan. Welke updates kan hij daarover geven? Het is namelijk duidelijk dat daar waar het juridisch kan, Syriërs terug moeten gaan.
Tot slot. De nieuwste cijfers laten ook zien dat de instroom van asielzoekers uit Palestijnse gebieden stijgt. Daarover hebben andere collega's het zojuist ook al gehad. Ik zou beter kunnen zeggen "met Palestijnse afkomst", want ze komen nu uit Griekenland en andere EU-lidstaten. Ik vraag de minister hoe dit kan. Waarom komen zij in Nederland terecht? Klopt het dat er ook statushouders tussen zitten? Worden zij in de geest van het pact ook nu al teruggestuurd naar Griekenland en wachten we niet tot 12 juni van dit jaar?
Voorzitter, tot slot. Voor het CDA is het geen keuze tussen een instroomcrisis of een opvangcrisis. Wie eerlijk naar de werkelijkheid kijkt, ziet dat het communicerende vaten zijn. Burgemeesters help je niet met Haagse schijntegenstellingen. De mensen die nu in Nederland zijn, zijn er namelijk al. Die verantwoordelijkheid kunnen we niet wegtoveren. Tegelijkertijd geldt: zonder grip op instroom, blijft de druk op opvang, gemeenten en de samenleving oplopen. Daarom moeten we beide doen: zorgen voor fatsoenlijke opvang en de instroom omlaag brengen. Alleen dan brengen we rust, regelmaat en reinheid terug in het asieldebat.
De voorzitter:
Ik dank u wel.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Mevrouw Straatman zegt: de mensen in Nederland zijn er al. Tegelijkertijd zegt ze: we willen dat Syriërs teruggaan. Steunt het CDA dan de oproep van de PVV om al die tijdelijke vergunningen van Syriërs in Nederland -- het zijn er iets van 70.000 of 80.000 -- te herbeoordelen en verblijfsvergunningen in te trekken? Heel veel Syrische statushouders, een stuk of 20.000 à 30.000, zitten in azc's. Als we die vergunningen intrekken en zorgen dat ze teruggaan naar Syrië, maken we ruimte vrij. Is het CDA daartoe bereid?
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel voor deze vraag. Ik begrijp de vraag namelijk heel goed. Als de situatie in Syrië steeds veiliger wordt, moeten we daar ook zeker naar kunnen kijken. Tegelijkertijd hebben we ook met een juridische werkelijkheid te maken. Die is niet altijd heel makkelijk uitlegbaar. Dat begrijp ik ook. Ik ga ervan uit dat de asielaanvraag van een groot deel van de Syriërs die op dit moment nog in de asielbehandeling zitten, wordt afgewezen, tenzij er individuele omstandigheden spelen. Voor Syriërs die al een vergunning hebben, wordt het juridisch een technischer verhaal. Dan geldt er een hogere toets. Helaas is dat wel de werkelijkheid. Op dit moment kan de IND nog niet veel. Maar wanneer het juridisch mogelijk is, moeten Syriërs terug. Daarover ben ik het met mevrouw Vondeling helemaal eens; daarom zeg ik het ook. Ik denk dat we alle capaciteit moeten inzetten om hen vrijwillig terug te laten gaan.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van Asten namens D66.
De heer Van Asten (D66):
Dank. De afgelopen weken heb ik met een knoop in mijn maag gekeken naar vernielingen bij gemeentehuizen, explosies bij opvanglocaties, geweld tegen hulpverleners en intimidatie van lokale raadsleden, wethouders en burgemeesters. Wat we gisteravond in Loosdrecht hebben gezien, gaat echt alle perken te buiten: geweld tegen de politie, brandstichten bij een noodopvang waar nota bene mensen aanwezig waren en het vervolgens blokkeren van de brand, zodat die niet geblust kon worden. Dat is natuurlijk onacceptabel.
Laat ik vooropstellen dat het begrijpelijk is als mensen vragen hebben als er een noodopvang in de buurt komt. Ze willen weten wat het betekent voor hun buurt en hun leefomgeving. Die zorgen moeten we niet wegzetten of kleiner maken dan ze zijn. Hier was echter geen sprake meer van demonstreren, maar van intimidatie en geweld. Dat raakt rechtstreeks aan onze democratische rechtsstaat. Ik ben dan ook blij dat de minister en andere leden van het kabinet zich direct hebben uitgesproken, maar ik hoor ook graag welke maatregelen hij en vooral ook de ministers van BZK en JenV nemen om ervoor te zorgen dat dit soort geweld niet loont. Ik kijk uit naar het onderzoek naar de extreemrechtse inmenging. Ik wil van de minister ook graag weten hoe we de veiligheid waarborgen van onze burgemeesters, wethouders en raadsleden die gehoor geven aan de oproep van de minister en helpen bij de opvang.
Ik wil de minister bedanken voor de nota van wijziging die we volgende week behandelen en vooral ook voor de snelheid waarmee hij die naar de Kamer heeft gestuurd. Afgelopen weken hebben laten zien hoe belangrijk het is dat er weer rust komt in de asielketen, dat we grip krijgen op de instroom en dat we voldoende reguliere opvangplekken krijgen, zodat noodopvang overbodig wordt. Daarvoor is mede nodig dat statushouders beter uitstromen uit het azc. In het coalitieakkoord staat dat we gaan inzetten op doorstroomlocaties en alternatieve huisvesting voor statushouders. Ik ben benieuwd naar de ontwikkeling daarvan. Op welke termijn kunnen we daarvan resultaten zien? Zo kunnen we de uitstroom van statushouders uit de opvang versnellen.
Voorzitter. Aangezien het verschil in kosten tussen een regulier azc en een noodopvangplek zo'n €32.400 is, loopt het totaalbedrag met de huidige aantallen vluchtelingen in noodopvanglocaties fors op. Als ik dat tegenover de wens van veel gemeenten zet om kleinere opvanglocaties te organiseren en die als reguliere plek aan te bieden, dan zie ik daar toch kansen in. Het zal zeker duurder zijn dan de huidige reguliere plekken, maar als dit leidt tot meer plekken, die ook nog eens sneller te regelen zijn, omdat er sneller draagvlak voor gevonden kan worden, dan moet die weg wellicht toch verkend worden, alleen al financieel gezien. Volgt de minister deze redenatie? Is hij bereid deze verder te onderzoeken en uit te werken?
Voorzitter. Dan noem ik de kinderen in de noodopvang. Het aantal kinderen dat in de noodopvang zit, is de afgelopen vier jaar verdrievoudigd naar ruim 7.000. Kinderen verdienen een eigen plek en goed onderwijs. Ik snap dat dat probleem niet van vandaag op morgen is opgelost, maar helderheid is daarbij wel nodig. Wanneer verwacht de minister dat kinderen niet langer in noodopvanglocaties hoeven te worden opgevangen? Welke concrete doelen en welk tijdspad worden hierbij gesteld? Welke maatregelen neemt hij om de noodopvanglocaties waar kinderen dan nog moeten verblijven, daarvoor geschikt te maken?
Hetzelfde geldt voor onderwijs. Met het Migratiepact hebben we afgesproken dat kinderen sneller naar school kunnen gaan, maar je ziet dat kinderen in de noodopvang soms voor langere periodes zonder onderwijs komen te zitten. Mijn vraag is dan ook: wat is er nu concreet nodig om straks wel ieder kind binnen twee maanden onderwijs te bieden?
Voorzitter. Onder het vorige kabinet lag er een duidelijk verzoek van een meerderheid van de Kamer voor een "go and see"-regeling voor Syriërs. Het gaat om een motie van de leden Piri en Bontenbal over de mogelijkheid voor Syriërs om af te reizen en daar te beoordelen of zij vrijwillig willen terugkeren, zonder dat zij direct hun status in Nederland zouden verliezen. Het zou de doorslag kunnen geven voor mensen die twijfelen, maar eigenlijk wel terug willen. De vorige minister heeft de aangenomen motie naast zich neergelegd, maar ik hoor graag hoe deze minister ernaar kijkt en of hij die mogelijkheid ook zou willen openstellen.
Voorzitter. We moeten voor omwonenden, voor lokale bestuurders en voor vluchtelingen zelf voorspelbaarheid en duidelijkheid terugbrengen in dit dossier. Met de inwerkingtreding van het Migratiepact en de maatregelen die we volgende week ook nog bespreken, zetten we daarin een grote stap. Daarbij hebben we goede opvang nodig. Daarmee hebben we overal in het land goede ervaringen. Er zijn azc's die al jarenlang goed functioneren in een gemeente, die veel lokale initiatieven ontplooien om vluchtelingen en bewoners met elkaar in contact te brengen en die extra voorzieningen met zich meebrengen waarvan een dorp of wijk in zijn geheel profiteert. Laten we die voorbeelden meer naar voren brengen. Onbekend maakt namelijk onbemind.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wij voeren dit debat te midden van enorme maatschappelijke onrust, die ontstaan is naar aanleiding van de aankondiging om meer asielopvang te organiseren. Laat het helder zijn: demonstreren mag en wij begrijpen dat ook, maar geweld, vernieling en brandstichting zoals wij dat gisteren hebben gezien, zijn natuurlijk volstrekt en in alle gevallen verwerpelijk en onacceptabel.
JA21-collega's Clemminck en Ceulemans waren maandag de hele dag in Loosdrecht en hebben, nog los van de demonstraties, een groot aantal mensen gesproken. Twee zaken kwamen daarbij nadrukkelijk terug. Ten eerste is het veiligheidsplan voor veel mensen veel te ad hoc, te onduidelijk en ook te reactief. Als er asielopvang wordt gepland, dan moet er in ieder geval, voordat zich incidenten voordoen, een gedegen en proactief veiligheidsplan worden opgesteld. Dat plan moet gericht zijn op de bescherming van omwonenden. Dat moet een keiharde voorwaarde zijn. Is de minister het daarmee eens? Het tweede dat wij daar meekregen, is dat veel mensen de zorg hebben dat de opvang veel langer gaat duren. De sluitingsdata die worden vastgesteld, moeten dus ook hard zijn. Kan de minister dat bevestigen?
De voorzitter:
Heel goed, u zet zelf de microfoon al uit, meneer Boomsma. Er is inderdaad een interruptie van meneer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Ik heb een vraag over het veiligheidsplan. Dat heb ik ook gelezen. Dat zag eruit zoals ik dat ook als wethouder wel kende. Er wordt door de heer Boomsma gezegd dat het te reactief is. Ik vraag me nu eigenlijk af wat er dan in een veiligheidsplan zou moeten staan dat proactief is. Welke voorwaarden zouden daaraan verbonden moeten zijn?]
De heer Boomsma (JA21):
Er is met een aantal mensen gesproken. Die gaven allemaal aan dat dat een belangrijke zorg was. In de veiligheidsplannen stond eigenlijk heel weinig concreets. Er stonden alleen dingen in zoals: mochten er zich incidenten voordoen, dan gaan we op dat moment bepaalde stappen zetten om de veiligheid te verbeteren, met toezicht et cetera. Dat is niet genoeg, denk ik. Je moet mensen de zekerheid geven dat er maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er zich incidenten voordoen. Dat is de zorg die wij daar hebben meegekregen. Daaraan moet zo'n veiligheidsplan dan ook voldoen.
De heer Van Asten (D66):
Als ik dat veiligheidsplan lees -- ongetwijfeld zal dat qua lokale setting nog anders kunnen; daar wil ik vanaf zijn -- zie ik toch dat er maatregelen worden genomen. Dit gebeurt vanuit de driehoek. De politie is daar aanspreekbaar. Er is veel begeleiding in de noodopvang vanuit het COA, met ook nog eens 24 uursnummers erbij. Ik geef toe dat dat natuurlijk altijd reactief is en pas wordt ingezet als er iets gebeurt, maar er is dus altijd toezicht op zo'n locatie en in de buurt. Vandaar dat mijn vraag de volgende is. Wat zou dan voor JA21 rondom zo'n noodopvang voldoende zijn om mensen gerust te stellen?
De heer Boomsma (JA21):
Dit is de zorg die wij heel nadrukkelijk meekregen van mensen die wij daar hebben gesproken. Mijn collega's waren daar de hele dag. Zij hebben er meer dan vijftien mensen afzonderlijk van elkaar over gehoord. Dat moeten we dan natuurlijk heel serieus nemen. Een 24 uursnummer is inderdaad niet genoeg. Dat was precies waar mensen tegenaan liepen. Ze zeiden: ja, dan kunnen we op een gegeven moment gaan bellen, maar dat is niet genoeg. Er moet inderdaad toezicht zijn. Mensen moeten zich ervan verzekerd weten dat er voldoende wordt opgetreden, voordat zich allerlei ellende gaat voordoen, en dat er mensen aanwezig zijn die meteen ter plaatse zijn. Ik denk dat dat een hele legitieme vraag is van mensen die geconfronteerd worden met zulke plannen voor een asielopvang.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Boomsma (JA21):
Voorzitter. Hoe dan ook is JA21 van mening dat je asielopvang überhaupt niet moet doorzetten als men daar lokaal in grote meerderheid op tegen is. Als er geen draagvlak is, moet je dit gewoon niet doen. Wij zien dat dit op veel plekken het geval is. Daarom komt mijn collega Ceulemans binnenkort met een voorstel, dat velen zullen meetekenen, om de Spreidingswet in te trekken.
Voorzitter. Wat de onvrede ook voedt, is dat de instroom gewoon week in, week uit heel hoog blijft. In de week van 28 april kwamen er weer duizend mensen. Minister, waarom daalt de instroom in België, in Zweden, in Duitsland en in zo veel andere landen, maar in Nederland niet? Kan hij daarvoor een verklaring geven? Ziet hij dat als een waterbedeffect? Is hij bereid om extra stappen te zetten?
Uiteindelijk moet er toch een fundamenteel ander asielstelsel komen; wij blijven dat herhalen. Het recht op asiel moet een gunst worden, wat ons betreft. We moeten van een recht op asiel hier naar hulp en opvang buiten Europa, zodat wij zelf weer kunnen gaan bepalen wie zich hier komen vestigen. Dat is ook de kern van democratische soevereiniteit. Dat vergt aanpassing van het internationale juridische kader. Dat is wat ons betreft onvermijdelijk om het primaat van de politiek hier te herstellen.
Ondertussen moeten we echter ook alles op alles blijven zetten om binnen het huidige juridische kader zo snel mogelijk resultaten te boeken. Die urgentie en daadkracht moet het kabinet uitstralen. Waar blijft het voorstel voor opvang in derde landen? Welke ministers werken daar nu aan? Welke gesprekken zijn er geweest? Is er bijvoorbeeld met Rwanda gesproken? Vanaf 12 juni geldt het bandencriterium dus niet meer. Er is ook al een motie aangenomen. Er moeten een plan en een tijdlijn liggen om dat te realiseren. Dat geldt ook voor de terugkeerhubs.
Wat ook echt inderdaad niet mag wachten wat ons betreft, is de inzet op terugkeer van de grote groep Syriërs. Friedrich Merz, nota bene een christendemocraat, heeft in Duitsland gezegd dat binnen drie jaar 80% terug moet keren. De Syrische regering sloot zich daarbij aan. Kan Nederland zich daar dus ook bij aansluiten? Deelt de minister die uitspraak? Kan hij dat bevestigen?
Ik ben het ook eens met de vragen die het CDA hierover heeft gesteld, namelijk wat de ervaringen zijn en of hij een update kan geven. Maar het landenbeleid geeft heel Syrië nu dus de laagste 15c-gradatie van geweld. Dat maakt het eigenlijk des te gekker en wranger dat je, behalve voor de druzen en voor de christenen natuurlijk, nog steeds geen tijdelijke vergunningen zou kunnen gaan intrekken. Ik wil dat verder uitpluizen, om de juridische ruimte beter in zicht te hebben en die te verkennen. Want wat is nu precies de juridische grens? Dan gaat het dus om dat begrip van "een duurzame situatie". Om welke jurisprudentie gaat het nu? Kan de minister dat toelichten? Dit kan ook per brief. De Kamer heeft al een motie van JA21 aangenomen voor een taskforce terugkeer Syriërs die de vergunningen moet gaan beoordelen. Waar blijft de uitwerking?
Voorzitter. De EU draagt nu enorm bij aan de wederopbouw van Syrië, maar stel dan als voorwaarde aan Syrië dat het ook een terug- en overnameovereenkomst, een EU readmission agreement, gaat sluiten.
Voorzitter. De komst van de Palestijnen uit Griekenland. De minister zei eerst dat hij geen idee had wat dit veroorzaakt. Weet hij inmiddels al meer? Zoiets gaat natuurlijk niet vanzelf. Hoe dan ook moet dit stoppen. België heeft besloten dat asielzoekers die al in een ander Europees land opvang en bescherming hebben gekregen, geen recht meer krijgen op opvang. Die aanvragen worden ook niet-ontvankelijk verklaard. Kunnen wij dat hier niet ook gaan doen?
De GGD constateert een behoorlijke toename van tuberculose en difterie in Utrecht en elders. Dat komt doordat veel migranten met een besmetting aankomen. Wij horen ook van de GGD dat de screening en de behandeling die nodig zijn om verspreiding te voorkomen, vaak niet goed gaan. Herkent de minister dat? Wat gaat hij daarmee doen?
Voorzitter. Dan de nieuwe procedure vanaf 12 juni. Wanneer is de ICT dan wel op orde? Welke onderdelen van de nieuwe asielprocedure zijn volledig operationeel per 12 juni? Wanneer ontvangt de Kamer een soort overzicht van hoe we ervoor staan? Zijn er nu ook signalen dat andere landen nog niet klaar zijn voor het pact en dat het vertraging gaat oplopen? Dan horen we dat ook graag.
Hoeveel IND-capaciteit wordt na 12 juni ingezet voor de nieuwe aanvragen en hoeveel voor de bestaande voorraad? Want die achterstand van 50.000 aanvragen blijft natuurlijk nog wel even. In ieder geval willen wij echt de bevestiging dat die achterstanden en die druk er op geen enkele manier toe leiden dat er eerder of gemakkelijker asielvergunningen worden verleend.
De voorzitter:
Ja.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb nog een of twee zinnen.
De voorzitter:
Nou ja, u bent al over uw tijd heen, dus ik wou het hierbij laten.
De heer Boomsma (JA21):
Nee, wacht even, ik ben bijna klaar. U gaf een collega net ook een minuut extra. Die wil ik dan ook graag.
De voorzitter:
Komt u hier zelf maar kijken. U bent inmiddels 39 seconden over uw spreektijd heen.
De heer Boomsma (JA21):
39, dus dan heb ik nog 20 seconden, als u mij recht doet.
De voorzitter:
Ik zei "bijna een minuut", maar ik ga hierover geen discussie voeren.
De heer Boomsma (JA21):
Nee, maar u had me ook geen waarschuwing gegeven.
De voorzitter:
U bent zelf verantwoordelijk voor uw spreektijd.
De heer Boomsma (JA21):
Jawel, maar u geeft mijn collega een minuut extra en mij dan dus ook. Dit hadden we al af kunnen ronden, voorzitter.
De voorzitter:
Neenee, we laten het hierbij. Ik geef het woord aan de heer Ellian.
De heer Boomsma (JA21):
Ik maak bezwaar, voorzitter. Waarom geeft u mij minder tijd dan mijn collega?
De voorzitter:
Dat doe ik niet.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb geen enkele interruptie gepleegd. Ik heb er speciaal over nagedacht dat we weinig tijd hebben. Geeft u mij dan niet minder tijd dan mijn collega. U gaf zelf aan dat hij een minuut over zijn spreektijd was.
De voorzitter:
Dat doe ik helemaal niet. Dat heb ik helemaal niet gedaan.
De heer Boomsma (JA21):
Ik vind dit zeer kwalijk en onwenselijk.
De voorzitter:
U mag het zelf na-timen. U kunt het terugkijken. Dan kunt u zien hoeveel spreektijd u heeft gekregen. Dat lijkt mij de beste oplossing in dezen. Ik geef het woord aan de heer Ellian, namens de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Ja, dat ga ik doen, voorzitter. Ik zat zo eens te luisteren naar dit debat. Ik heb tegenwoordig een app waarin wat wijsheden worden gedeeld. Ik vind mezelf overigens totaal niet wijs, maar de spreuk van vandaag was: wie met wijzen omgaat, zal wijs worden, maar wie omgaat met dwazen zal het slecht gaan. Ik dacht mijn bijdrage daarmee te beginnen.
Uiteraard begin ik dan vervolgens met de situatie in Loosdrecht. Volgens mij is die vrij eenvoudig en duidelijk. Ik verwacht ook dat het kabinet daar actie op onderneemt. Eigenlijk had die actie er al moeten zijn. Er is een groep die deze demonstratie, deze demonstraties, kaapt. Wat betekent dat? Het zijn mensen met hele foute denkbeelden -- volgens mij kun je rustig spreken van extreemrechts -- die zich verplaatsen van plek naar plek, daar op van alles uit zijn en daarbij ook geweld toepassen, zoals we hebben gezien. Daar moet actie op komen. Punt. Waarom? Ten eerste is het ontoelaatbaar, maar ten tweede leidt het af van de zorgen van mensen, die je serieus moet nemen, wat die zorgen ook zijn. Ik snap best dat mensen in Loosdrecht of op een andere plek zorgen hebben en misschien overvallen zijn. De communicatie zal op de ene plek beter zijn dan op de andere. Dat mogen die mensen uiten, maar nu zijn het een paar … Laat ik geen kwalificaties gebruiken, maar het zijn hele foute types, die geweld gebruiken. Laten we daarover duidelijk zijn: geweld tegen hulpverleners is volstrekt onacceptabel. Het beeld van een brandweerauto die tegengehouden wordt, is een beeld dat veel zegt, en niet in goede zin. Als je daar dus bij was en je er niet van gedistantieerd hebt, is dat fout. Wél wil ik het volgende opmerken. Het gaat nu over extreemrechts, maar er waren volgens de AIVD ook demonstraties in dit land waarbij Hamas betrokken was, dus een terroristische organisatie. We moeten reëel zijn met elkaar: we hebben wel een probleem als het erom gaat waartoe demonstraties leiden.
Voorzitter. Ik denk dat de samenleving er, net als de VVD, naar snakt dat aan de ene kant de instroom naar beneden gaat en aan de andere kant de COA-locaties leegstromen. Daarop moet de minister wel leveren. Diverse collega's hebben volgens mij zinnige vragen gesteld die de VVD eerder al heeft gesteld over de Syriërs en de uitspraak van Merz over de 80%. Gaat de minister hier werk van maken? Ga snel herbeoordelen en maak dat prioriteit bij de IND, anders heeft het geen zin. Het betreft 36% van wat er nu in de COA-locaties zit. Ook moeten er doorstroomlocaties geregeld worden.
Ook wil ik even stilstaan bij de Palestijnen die al een status zouden hebben in Griekenland. Dat is niet uit te leggen aan de samenleving. Die horen hier niet te zijn dus zij moeten terug. Mij maakt het niet uit hoe het geregeld wordt, maar dat moet gebeuren. Wel heb ik in dat licht een vraag aan de minister die ik nog niet gehoord heb. Ik maak me wat zorgen om de mate waarin de IND onder druk staat. De nationale veiligheid moet wel in het oog worden gehouden, want we weten uit vele rapporten dat in al deze migratiestromen ook mensen met hele verkeerde bedoelingen -- lees: terroristen -- kunnen zitten. De AIVD heeft daar een rol in, maar loopt dit proces zoals het hoort te lopen? Ik vind dat van groot belang.
Voorzitter. Dan ben ik benieuwd wat de minister gaat doen om ervoor te zorgen dat de IND rapido die achterstanden kan wegwerken en hoe hij daarover in gesprek gaat met de IND. Hoe gaat hij zorgen dat ze snel aan de slag kunnen, met het herbeoordelen van de Syriërs maar bijvoorbeeld ook met de Palestijnse aanvragen? Hup, beoordelen, afwijzen en de Grieken bellen, zoals ik zei. Overigens mag de minister zich gesteund voelen als de Grieken niet thuisgeven. Dan hebben we hier een heel andere discussie met elkaar, want dan hebben we sowieso een probleem.
Hoe lang heb ik nog, voorzitter? Want ik wil u niet …
De voorzitter:
Nee, bij sommige mensen moet ik de microfoon uitzetten, maar dat is bij u nog niet het geval. U heeft nog bijna een minuut.
De heer Ellian (VVD):
Oké. Dat gaat lukken.
In Europa loopt nu de onderhandeling over de Terugkeerverordening. Het zou zo prettig zijn als die onmiddellijke werking krijgt. Is de minister bereid om daaraan vanuit het kabinet te werken? De combinatie van de Terugkeerverordening gekoppeld aan het pact steekt namelijk best behoorlijk in elkaar, met controle aan de buitengrens, digitale systemen, snel afhandelen en dan uiteindelijk natuurlijk naar die terugkeerhubs. Onmiddellijke werking dus.
Tot slot wil ik aandacht vragen voor politieke vluchtelingen uit Iran. Er is een moratorium van kracht. Ik begrijp dat; het is een logisch besluit. Maar voor diegenen die echt voor vervolging moeten vrezen en al jaren wachten, is het natuurlijk een hard gelag. Voor hen is het wel pijnlijk. Ik weet dat een moratorium zwart-wit is, maar ziet de minister een mogelijkheid om iets te doen voor die groep die al lang aan het wachten is en die vlucht voor een regime dat hen achternazit, overigens ook hier? Heeft hij daar oog voor, wil ik hem vragen.
Dan ben ik er, voorzitter, want ik ga niet uw toorn riskeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik sluit me helemaal aan bij de woorden van mijn collega Ellian over het kapen van de zorgen van oprechte burgers over wat er in hun gemeente gebeurt. Eigenlijk wordt de echte bezorgde burgers gewoon de mond gesnoerd door dit soort relschoppers, al dan niet met extreemrechtse denkbeelden. Dat is heel kwalijk, want je ziet, ook hier in dit debat, dat mensen daarin meegaan. Bijna iedereen begint over hoe schandalig het is wat er in Loosdrecht gebeurt; het gaat dus eigenlijk alleen maar over die relschoppers. Het verhaal van de bewoners sneeuwt hier gewoon een beetje onder en dat is jammer. Ik zou de bewoners in de gemeenten die kampen met azc's en met zorgen over azc's een hart onder de riem willen steken, maar ook willen vragen: hou dit soort gasten gewoon weg bij jullie eigen zorgen, jullie eigen protesten en jullie eigen demonstraties. Je hebt er niets aan dat ze erbij zijn. Nogmaals, het gaat hier alleen maar over. Zelfs ik heb het er hier nu over.
Ik wil eigenlijk beginnen met een citaat dat wij kregen van mensen uit de wijk De Maten in Apeldoorn, waar ook protesten zijn geweest en waar ook gereld is. Daar wil ik eigenlijk gewoon mee beginnen. De mensen die schrijven: "Er speelt al veel, wij dragen al veel en wij kijken juist om naar elkaar in deze wijk, maar er zit een grens aan wat een buurt kan dragen zonder dat de leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang verder onder druk komen te staan. Er zit ook een grens aan hoe je met mensen omgaat. Mensen voelen zich niet gehoord, maar weggezet alsof hun zorgen automatisch haat zijn." Dit is een deel van een lange mail die wij hebben gehad, die meerdere Kamerleden volgens mij hebben gehad. Ik vind dat dit ook de aandacht verdient. Deze mail is getekend door gewone mensen, moeders, vaders, opa's, oma's, jongeren en werkenden, mensen van links tot rechts die zich zorgen maken over hun buurt en zich niet gehoord voelen. Dit is ook een deel van het citaat. Ik vond het belangrijk om hiermee te beginnen, om hier gewoon echt goede aandacht aan te schenken.
Dit kabinet zit er nu drie maanden en drie maanden geleden werd Nederland beloofd dat er eindelijk grip zou komen op asiel en migratie. Er zou daadkracht komen. The adults are back in town, stond in een krant, zo herinner ik me: de volwassenen zijn terug in de stad. De druk op gemeenten zou verminderen. Nederlanders zouden merken dat er een andere koers kwam. Maar wat zien we? Een dwangbrief van deze minister in de richting van Nederlandse gemeenten om gedwongen duizenden nieuwe opvangplaatsen te realiseren, een belangrijke asielwet die sneuvelt in de Eerst Kamer, een premier die belooft binnen twee weken met maatregelen te komen, maar die belofte niet waarmaakt en inwoners die dan ook weer de straat op gaan omdat zij het gevoel hebben dat er over hun hoofden heen wordt besloten, een terecht gevoel denk ik. Dit is precies waarom mensen afhaken: er wordt heel veel beloofd, er wordt weinig getoond.
De cijfers laten zien dat de druk niet weg is. In het eerste kwartaal van 2026 vroegen bijna 6.000 mensen voor het eerst asiel aan in Nederland. Dat is 33% meer dan een jaar eerder. Ook het aantal nareizigers steeg, met 21%. Voor 2027 wordt gerekend met 90.000 benodigde opvangplekken, terwijl er begin 2026 nog geen 78.000 plekken waren gerealiseerd. 90.000 opvangplekken, dat is een systeem dat structureel vastloopt. Je kunt niet volhouden dat dit beheersbaar is en het kost ook nog eens bakken met geld. Een reguliere opvangplek kost ruim €31.000 per jaar. Een noodopvangplek kost ruim €64.000 per jaar. BBB wil daarom van de minister weten wanneer nu eindelijk het echte pakket komt dat de instroom aantoonbaar omlaag brengt. Niet weer een dwangbrief naar gemeenten, niet weer een proces en niet weer "we zijn ermee bezig", maar maatregelen die mensen echt merken. Vandaag nog, gewoon keiharde maatregelen die helpen.
Voorzitter. Op 21 april had de Eerste Kamer een wet kunnen aannemen met stevige maatregelen om meer grip te krijgen op asiel en migratie, maar deze coalitie, met uitzondering van de VVD, stemde tegen. Dan komt ik toch weer even terug op het zogenaamde plan B rond de asielwetten, want dat plan lag blijkbaar al voor de stemming op tafel. Wij hebben daar schriftelijke vragen over gesteld. De antwoorden daarop zijn binnen, maar die roepen nieuwe vragen op.
De voorzitter:
Komt u tot een afronding?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Hoeveel heb ik nog?
De voorzitter:
U heeft geen seconde meer.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb geen seconde meer.
De voorzitter:
Nee.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan ga ik hier verderop in het debat op in. Dan ga ik mijn tweede termijn gebruiken om mijn vragen te stellen aan de minister. Dan kunnen we nu gewoon doorgaan met het debat. Dat was ook ongeveer het laatste. Dat ga ik dan in de tweede termijn doen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Russcher namens Forum voor Democratie voor zijn inbreng.
De heer Russcher (FVD):
Voorzitter. Nederland is vol; koningin Juliana zei dat al in haar troonrede van 1950, toen ons land nog geen 10 miljoen inwoners telde. Zij herhaalde dat in 1979: "Nederland is vol, ten dele overvol." Nu, in 2026, telt Nederland meer dan 18,4 miljoen inwoners. Als we op deze manier doorgaan, telt Nederland in 2050 wel 23 miljoen inwoners, waarvan meer dan de helft migrant. Al meer dan vijftien jaar wordt er keer op keer beloofd dat de instroom van vreemdelingen omlaaggaat. Zo zei Mark Rutte in 2010: "Nederland is geen land waar iedereen die dat wil, zich maar kan vestigen." In 2012 zei hij: "Wie zich hier niet gedraagt, vertrekt." In 2017 zei hij: "Doe normaal of ga weg." CDA'er Sybrand Buma zei in 2017: "Migratie moet beheersbaar blijven." Mark Rutte zei in 2021: "We moeten grip krijgen op migratie." CDA'er Wopke Hoekstra zei in 2021: "Niet iedereen kan hierheen komen." Dilan Yeşilgöz zei in alle VVD-verkiezingscampagnes dat de asielinstroom fors omlaag moet. In diezelfde periode is de Nederlandse bevolking gegroeid met bijna 2 miljoen mensen, uitsluitend door migratie.
Voor de verkiezingen wordt beloofd dat er wat wordt gedaan aan immigratie en na de verkiezingen gebeurt er helemaal niets. Vind je het gek dat Nederlanders het vertrouwen in de politiek compleet hebben verloren? Dat nog maar 21% van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici, snap ik dus wel. Nederlanders worden namelijk iedere dag geconfronteerd met de gevolgen van de massale immigratie, met de onveiligheid op straat, het niet kunnen krijgen van een woning omdat statushouders voorrang krijgen, en het verliezen van hun thuisgevoel. Nu worden gemeenten door de Spreidingswet gedwongen opgezadeld met asielzoekers. Het gaat om gemeenten waarin hier geen enkel draagvlak voor is. De Spreidingswet werd bovendien door de VVD, die al zestien jaar niets doet aan de instroom, alleen gesteund onder het voorbehoud dat de instroom drastisch omlaag zou gaan.
Dit kabinet kondigde vorige week met heel veel bombarie aan dat er strenge asielmaatregelen aankomen. Wat blijkt? Er zit geen enkele maatregel bij die er ook maar iets aan gaat bijdragen dat wordt voorkomen dat asielzoekers naar Nederland komen. Natuurlijk steunt Forum voor Democratie de ongewenstverklaring, het afschaffen van rechterlijke dwangsommen voor de IND en het strafbaar stellen van terugkeerfrustreerders, maar mijn vraag aan de minister is: wanneer komen er nou eindelijk nationale maatregelen om de asielinstroom te stoppen? Van het Europees Migratiepact is namelijk ook al bekend dat het één groot fiasco gaat zijn, omdat het recht om asiel aan te vragen gewoon blijft bestaan, lidstaten er helemaal niet klaar voor zijn en Nederland €20.000 per asielzoeker moet betalen om deze te laten opvangen in een ander land, zonder enkele garantie dat die niet nog alsnog ons land binnenkomt.
Voorzitter. Nederland kan het niet meer aan. In plaats van de instroom te beperken, laat het kabinet de grenzen wagenwijd open. Dankzij de Spreidingswet krijgt iedere gemeente, elk dorp en elke stad, een azc. In januari van dit jaar kwamen er 3.200 asielzoekers naar Nederland, in februari 2.600, in maart 3.500, in april opnieuw 3.500 en vorige week, in week 17, 1.000 mensen in dus slechts één week tijd. Mijn vraag aan de minister is wanneer dit kabinet de asielnoodtoestand uitroept, zodat de inzet van het noodrecht bespreekbaar wordt en er strengere maatregelen mogelijk zijn. Wat is daarvoor volgens hem nodig? Het vorige kabinet liet onderzoeken of artikel 103 van de Grondwet hiervoor gebruikt kon worden, maar het EU-asielrecht en verdragen zoals het EVRM zouden dat onmogelijk maken. Kan de minister bevestigen dat dit de reden is dat Nederland de grenzen niet zelf kan sluiten? Is hij het dan met Forum voor Democratie eens dat Nederland feitelijk geen enkele controle meer heeft over het eigen asielbeleid?
Voorzitter. Zolang wij in de Europese Unie zitten en ons committeren aan het EVRM en het VN-Vluchtelingenverdrag, kan het asielrecht niet volledig opgeschort worden, kunnen we onze grenzen niet sluiten en blijft de hele wereld naar Nederland komen. Zo verliezen we in een heel snel tempo ons mooie Nederland, ons enige thuis. Maar dit hoeft niet te gebeuren. Het is een kwestie van politieke keuzes: het opzeggen van het VN-Vluchtelingenverdrag en het EVRM en het verlaten van de Europese Unie, zodat we hier in ons eigen land weer zelf bepalen wie er binnenkomt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. We gaan schorsen voor zowel de voorbereiding van de eerste termijn van de zijde van het kabinet als de dinerpauze. Daarom schors ik deze vergadering tot 20.00 uur. Ik zie u dan graag terug.
De vergadering wordt van 19.12 uur tot 20.02 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, welkom terug bij dit commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid. We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de kant van het kabinet. De minister heeft de antwoorden helemaal voorbereid en ik vraag hem of hij kan toelichten welke blokjes hij gaat behandelen. Ik zou de commissie verder vier interrupties tijdens de beantwoording willen voorstellen.
Minister Van den Brink:
Voorzitter, de vraag is nog wel wat het betekent dat er tijdens de eerste termijn van de Kamer heel veel vertegenwoordigers aanwezig waren en dat het er nu wat minder zijn. Maar dat gaan we …
De voorzitter:
Als uw onafhankelijke voorzitter heb ik daar geen oordeel over.
Minister Van den Brink:
Ik betrek het gewoon geheel op mijzelf.
Ik wil eerst stilstaan bij wat we de afgelopen dagen hebben gezien op een aantal plekken in Nederland. Daarbij wil ik ook een aantal vragen beantwoorden over de opvang. Daarna heb ik een blokje over de asielprocedure, iets waar ook vragen over gesteld zijn. Ik wil apart stilstaan bij alle vragen rondom de statushouders die in Europa al een vergunning hebben en ergens anders weer opnieuw asiel aanvragen. Daarnaast zijn er ook nog andere vragen over opvang gesteld, maar dan meer over kinderen, kosten en dergelijke. Ten slotte heb ik nog een blokje overig.
De heer Ellian (VVD):
Dat zijn best veel blokjes.
Minister Van den Brink:
Ja, of ik vertel gewoon heel lang over hoelang de blokjes lijken.
Voorzitter. Ik denk dat er in de Kamer door heel veel partijen woorden zijn gebruikt die ik zelf eerder vandaag, gisteravond en vanochtend in de ministerraad ook heb gebruikt. Dat is dat ik met afschuw hebben zitten kijken naar alles wat er gisteren in Loosdrecht gebeurde. Helaas betrof dat niet alleen gisteren, want het heeft nu bij herhaling plaatsgevonden. Die afschuw gaat erover dat wij een land zijn waarin ontzettend veel ruimte is en de wet je ontzettend veel ruimte biedt.
De wet beschermt je ontzettend op allerlei manieren, zodat je je grieven kunt uiten, je discussies kunt voeren en je tegen iedereen van alles kunt zeggen. Dat noemen wij onze rechtsstaat en daaronder valt ook alles wat te maken heeft met demonstratierecht. Tegelijkertijd hebben meerderen hier ook gezegd: zodra daar geweld bij komt kijken, valt al datgeen weg, want dan is het niet meer te vatten onder wat dan ook. Meneer Struijs heeft het al eerder genoemd en helaas moest hij dat vandaag herhalen. Het is inderdaad een verdienmodel voor een aantal groepen in de samenleving. Nee, laat ik het "individuen" noemen.
Daar valt alleen maar hard tegen op te treden en dat is ook wat dit kabinet doet met de inzet van de politie. U heeft vandaag ook kunnen zien dat er onder leiding van het Openbaar Ministerie aanhoudingen hebben plaatsgevonden en dat mensen met snelrecht vervolgd worden. Al die middelen zullen worden ingezet.
De keerzijde hiervan is natuurlijk dat de mensen die discussies willen voeren, daar op dit moment niet meer aan deel durven nemen. We krijgen serieuze signalen dat mensen ook niet meer naar bewonersavonden durven te gaan. Burgemeesters maken zich zorgen: hoe kan ik dit soort avonden nog organiseren als die avonden gekaapt kunnen worden? Dus op allerlei manieren dienen wij te normeren dat dit onacceptabel is in onze samenleving. De hulpverleners, de bewoners in de directe omgeving, de bewoners van een COA-locatie, medewerkers van een COA-locatie, burgemeesters: ze worden bedreigd. En dat is natuurlijk verschrikkelijk. Ik spreek daar dan ook mijn afschuw over uit.
Daarnaast komen er in dit debat ook heel snel allerlei verwijten naar heel veel mensen en naar partijen. Een reden waarom ik niet heel veel antwoorden hoef te geven, is dat er over en weer verwijten worden gemaakt. Laat ik het zo zeggen: dat gebeurt, terwijl mijn bijdrage toch echt het volgende gaat zijn. Hoe kan ik met u en met de Nederlandse samenleving het gesprek blijven voeren om meer grip op migratie te krijgen? Ook daarover hoorde ik heel veel goede bijdragen en daar ga ik straks ook op reageren.
Maar dat is wel een realistische aanpak. Ik ga niet de hele avond naar de heer Struijs verwijzen, maar ik doe het nu toch nog maar een keer. De heer Struijs noemde ook in zijn bijdrage: we moeten geen valse beloftes doen. Dat ga ik dus ook niet doen. We hebben er daar te veel van gehad, zeg ik gewoon even hier. Dat hoort ook in de context van wat er in de samenleving gaande is rondom migratie en het debat rondom migratie. Beloftes over grenzen dicht, asielstoppen of nog een keer de staatsnoodrechtdiscussie: dat hoeft u met mij niet te proberen, want ik ga het gewoon niet doen. Het heeft geen zin. Het slaat ook nergens op.
We hebben met elkaar meer grip op migratie te krijgen. Ik ben bereid alle juridische ruimte daarvoor te gebruiken, maar daar hoort niet de simpele uitspraak "we doen een asielstop" bij. De complexiteit van vraagstukken als migratie hebben echt meer nodig dan het woord "asielstop". Ik denk dat de heer Boomsma daar het beste voorbeeld van is. Hij heeft vandaag met mij in de plenaire zaal een discussie gevoerd over het interpretatief verklaren van het EVRM. Dat is enorm technisch en enorm ingewikkeld, maar dat is de context waarin wij debatten kunnen voeren over de ruimte die er op het vlak van migratie wel of niet is.
En ja, ik heb ook wensen voor de langere termijn. Ik heb de wens en het kabinet heeft ook de wens om de hele asielprocedure buiten Europa te plaatsen, omdat wij geloven dat daarmee het mensensmokkelmodel wordt gebroken. Daardoor kunnen we mensen veel beter op een plek in de regio helpen. Maar dat zijn echt trajecten die een enorm lange adem vergen. Dat gaat waarschijnlijk over deze kabinetsperiode heen. Het gaat echt nog veel langer duren en dus vergt het ook heel veel inzet en tijd om dat te bereiken.
Nou, dat was even van mijn hart geen moordkuil maken. Maar dat is, denk ik, wat wij te doen hebben. Daarom ben ik ook vanaf dag één begonnen met telkens met meerdere woorden uitspreken: als we het over migratie en asiel hebben, dan gaat het om de instroom en de instroombeperkende maatregelen. En ja, ik ga straks in op de vragen die daarover gesteld zijn en ook op de constateringen over eerdere debatten en wetten, die het wel of niet gehaald hebben. Tegelijkertijd moeten we werken aan terugkeer. Dat is een van de belangrijkste dingen die in de komende maanden op de agenda terecht zullen komen door de aanvaarding van de Terugkeerverordening.
We hebben verder de opvang op orde te brengen. Ook hiervoor geldt … Daar gaan we het, denk ik, zo meteen ook nog over hebben bij de Spreidingswet en alles daaromheen. Maar ik denk dat meerdere partijen terecht geconstateerd hebben dat er op dit moment mensen in Nederland zijn. Die mensen kunnen aanspraak maken op het huidig geldende internationaal recht rondom vluchtelingen. Daar hebben wij een verantwoordelijkheid voor. Ik ga die verantwoordelijkheid ook niet wegpoetsen. Ik ga 'm ook niet ontkennen, want dat is gewoon een verantwoordelijkheid die we met elkaar hebben. Daar hebben we in dit land procedures voor afgesproken. Die proberen we met elkaar na te leven. Daarbinnen heb je dan weer allerlei mogelijkheden voor debat. Maar dat is, denk ik, wat ik hierover vooraf wilde zeggen.
Ik weet niet of dit voldoende is, maar als dat wel zo is, ga ik door met de vragen die gesteld zijn over de specifieke situatie in Loosdrecht en op andere plekken. Door meerdere partijen, mevrouw Westerveld en de heer Ceder, is gevraagd naar de contacten die we hebben. Die hebben we continu. Die komen over die onrust vanuit mij, maar ook vanuit de minister van Justitie, de minister van BZK en de premier. We hebben natuurlijk ook contact met de burgemeester van Wijdemeren, zeker ook na de gebeurtenissen van gisteravond. We hebben daar natuurlijk ook de burgemeester van Utrecht gezien als voorzitter van de VNG.
Wat daar gebeurt, heeft natuurlijk een enorm effect op de bewoners en de medewerkers van de locatie. Maar "bewoners" bedoel ik dit geval wel dubbel, want het gaat om bewoners in de directe omgeving van de locatie en inmiddels ook om de bewoners op de locatie. Maar gelukkig zijn er dus verschillende personen aangehouden.
Mevrouw Straatman en anderen vroegen wat we preventief kunnen doen tegen die groep en tegen de mensen die rondtrekken. Dat gedrag heeft natuurlijk niks te maken met demonstreren. We zetten politie en OM in om relschoppers, die vernielingen aanrichten of lokale gezagdragers bedreigen, op te sporen en te berechten. Dat gaat via snelrecht. Dat gaat ook via gebiedsverboden op locaties in gemeentes. Ik weet natuurlijk dat in de Kamer binnenkort weer opnieuw gesproken gaat worden over het demonstratierecht en ik denk dat al deze punten daar ook aan de orde zullen komen.
Verschillende partijen -- ik ga de woorden van de partij van DENK niet allemaal tot de mijne maken -- vroegen naar de mensen die dat geweld laten zien en plegen. Daarover wordt natuurlijk continu overlegd door de minister van Binnenlandse Zaken en JenV. We gaan dat gesprek natuurlijk vervolgen met de lokale bestuurders, omdat we gemeenten willen blijven ondersteunen om die excessen aan te pakken. Dat gaat natuurlijk ook over het delen van de informatie waarover we beschikken. We staan dus continu in contact met en naast het lokale bestuur.
We voeren de Spreidingswet uit, niet omdat het "de Spreidingswet" heet, maar omdat het natuurlijk voortkomt uit een wens van lokale bestuurders om op die manier de solidariteit in Nederland te herstellen. We hebben daar onlangs ook al een debat over gehad. Maar heel veel gemeenten stellen ons de vraag: kunnen wij dit niet met elkaar oplossen? Daarvan is de Spreidingswet de uitkomst. Ik zie natuurlijk ook wel dat daar heel veel discussie uit voortvloeit. Maar voordat we alternatieven gaan bespreken, moet je wel weten wat het alternatief is. Dat alternatief is: terug naar de periode daarvoor. Dat is de periode waarin gold: als jij het wel doet, hoef ik het niet te doen. Daarmee hadden we ook niet voldoende opvangplekken. Daarbij komt dat de kosten van allerlei vormen van noodopvang, bijvoorbeeld cruiseboten, dermate hoog zijn, dat dat, laat ik het zo zeggen, belastinggeldtechnisch ook niet de verantwoordingslat haalt, die we volgens mij met elkaar willen bereiken. Het aantal vaste locaties moet dus omhoog en dat moeten we met elkaar zien te realiseren.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is eigenlijk ongekend. Ik hoor deze minister zeggen: het aantal locaties moet omhoog, ik ga voor genoeg opvang zorgen, er komt geen asielstop, we gaan geen noodwetten invoeren. Maar hij doet helemaal niets en hij krijgt zijn coalitiepartijen, waaronder nota bene zijn eigen partij, niet eens zover om voor de Asielnoodmaatregelenwet te stemmen. Kan de minister dan niet gewoon het eerlijke verhaal vertellen, namelijk dat hij helemaal niets wil doen om de instroom te beperken? Zijn enige prioriteit is zo veel mogelijk azc's openen.
Minister Van den Brink:
Ik heb net volgens mij heel duidelijk gemaakt wat mijn lijn is. Ik ga de instroom beperken met de juridische middelen die mij ter beschikking staan. Dat zijn dus niet valse beloftes als een asielstop, "de grenzen dicht" of dingen die wel gezegd worden maar die niet uitgevoerd kunnen worden. Ik heb u er volgens mij in eerdere debatten ook al aan herinnerd dat u niet zo heel lang geleden aan deze kant zat en dat alle pogingen die daartoe zijn genomen op niks zijn uitgelopen. Tegelijkertijd hebben die, denk ik, wel degelijk een bijdrage geleverd aan de teleurstelling in de samenleving over het idee dat dat wel mogelijk zou zijn. Ik denk dat we serieus … Ik neem dat zelf serieus, want de beloftes die toen zijn gedaan, zijn niet gerealiseerd, waardoor een grote groep mensen in de samenleving teleurgesteld zijn geraakt.
Tegelijkertijd hebben we wel een tweestatusstelselwet aangenomen. Tegelijkertijd gaat wel het Migratiepact in. Maar het zal natuurlijk gewoon enorme inzet blijven vergen om de instroom te beperken. Iedereen die doet alsof dat morgen te realiseren is, valt en doet geen recht aan wat hier op tafel staat.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dat is heel makkelijk, maar de minister doet gewoon helemaal niets. Ik zei al: hij krijgt nog niet eens zijn eigen partij zover om voor de Asielnoodmaatregelenwet te stemmen, een wet met maatregelen om de instroom te beperken. Dus nogmaals, wat is nou het eerlijke verhaal van deze minister? Op welke manier gaat deze minister dan de instroom beperken? Andere landen gaan gewoon veel verder dan dat Nederland gaat. U kunt, minister, wel zeggen dat dit allemaal niet kan en dat de PVV niets voor elkaar heeft gekregen, maar wij wilden wel. Andere partijen wilden niet! En dat is nu juist het probleem in Nederland. De protesten worden steeds heviger. Geweld is echt onacceptabel, maar luister nou eens naar die mensen en doe wat om de instroom te beperken. Waarom lukt het andere landen wel om minder asielzoekers te krijgen en Nederland niet?
Minister Van den Brink:
Door de aanpassingen van het tweestatusstelsel, die wij nu in de Eerste Kamer hebben gerealiseerd, gaan er wel degelijk allerlei beperkingen gelden voor nareis en het kerngezin. In het Migratiepact zitten dezelfde aanpassingen, maar daar zit ook in dat de tijdelijke vergunning en de onvoorwaardelijke vergunning verdwijnen. Er zitten allerlei zaken in, waarvan u ook weet dat ze wel gerealiseerd worden. En u weet ook dat de drie maatregelen die in de Asielnoodmaatregelenwet zitten, die het niet hebben gehaald … Dan gaat het over de ongewenstverklaring. Dat is een onderdeel van terugkeer en dat gaat dus niet over instroom, maar wel over het belangrijke onderdeel terugkeer. Die bespreken wij komende week. Een ander deel gaat over de dwangsommen. De SGP heeft weer het initiatief genomen om dat te herstellen. Het andere onderdeel, dat over het strafbaar stellen van terugkeerfrustreerders, is ook iets wat over terugkeer gaat en dat zal ik zelf ter hand nemen met een wetsvoorstel.
Op allerlei manieren wordt de instroom dus beperkt met de maatregelen die we al hebben en die we nu gaan invoeren. Maar ik blijf het uitleggen als iets wat je volgens mij … Als je geloofwaardig wilt zijn en de samenleving duidelijk wilt maken wat je wel doet, in plaats van iets zeggen maar het niet doen, ga je met deze maatregelen wel degelijk de instroom beperken. Dus daar gaan wij gewoon mee door.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Voor een discussie over of noodrecht kan en of je wel iets kan doen wat verder gaat dan wat kabinet wil, is dit, denk ik, in ieder geval voor mij niet de juiste plaats. Maar het is mij wel al te makkelijk om te zeggen: het gaat niet. Dat zijn keuzes die je maakt. Het zou de minister sieren als hij dat gewoon zou zeggen.
Ik heb één concrete vraag, een vraag die ik ook al eerder heb gesteld. Wanneer treedt het wetsvoorstel tweestatusstelsel in werking? Ik had verwacht dat er allang een klap op was gegeven door CATCH en dat er was begonnen met nee te zeggen tegen nareizigers.
Minister Van den Brink:
Laten we even bij uw openingszinnen beginnen. Het zijn keuzes, maar wat er gekozen wordt, moet wel kunnen. Een asielstop is geen keuze die nu zomaar even te maken is en uit te voeren valt. Dat is dus geen keuze die het kabinet niet neemt. Het kabinet is bereid om alle juridische ruimte die er is in het asielrecht, nationaal en internationaal, te benutten. Tegelijkertijd werken we ook door aan internationale aanpassingen, waar nodig, om ook buiten Europa asielprocedures te hebben. Het is dus geen kwestie van niet willen. Het is een kwestie van het debat weer terugbrengen naar wat kan. Dat is, denk ik, noodzakelijk.
Dan uw vraag over de invoering van de tweestatusstelselwet. Ik heb in de Eerste Kamer een debat gehad over de invoering daarvan. Daar heb ik toen met hen over gesproken. Deels kent u deze discussie, want die gaat over de wijze waarop de IND het kan uitvoeren. Op dit moment ben ik daarover in gesprek met de IND. Want het klopt: wij kunnen door het tweestatusstelsel een nareisbeperking invoeren. Tegelijkertijd heeft de IND ook aan ons aangegeven: dat is echt een flinke operatie. Daarnaast kent u de discussie over een aantal zaken waarmee ze beginnen. Dat zijn ze nu aan het voorbereiden. Zodra ik precies weet wanneer, kan ik dat KB openslaan, zoals u het noemt. Maar we zitten inmiddels dicht tegen het pact aan, dus dat ligt heel dicht bij elkaar. Dat komt ook door de hele procedure die er hiervoor is geweest. Dat is mijn antwoord op uw vraag op dit vlak.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Dat is dan geen antwoord op de vraag. Want het is dus afhankelijk van ambtelijke molens. Ik had toch wel graag gezien dat deze minister, zeker na de uitspraken van de minister-president, zo snel als mogelijk, binnen twee weken, zou komen met instroombeperkende maatregelen. Dat is niet gebeurd. Als dat op dit onderwerp ook niet gebeurt, dan is het wel héél mager. Kan de minister concreet zeggen wanneer dat KB geslagen wordt?
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen: in ieder geval binnen nu en vier weken. Dan is het immers al 12 juni. Maar ik zeg in alle ernst: die verandering … U kent de vraagstukken aan de uitvoeringskant die hierbij komen kijken. De IND heeft een verandering in te voeren als het gaat om nareizen, ook in allerlei systemen. Dat moet natuurlijk op zo'n manier gaan dat op het moment dat je die nareisbeperking opwerpt, die ook standhoudt als je die moet toepassen. Het is niet even een soort vinkje zetten; het vergt echt meer dan dat. We hebben dat overleg. Ik ga zo snel mogelijk dat KB slaan. Dan loopt het straks ook naast dat pact. Ik moet erkennen: de beperking die u liever gisteren dan morgen ziet, zit daar wel degelijk in. Daar zit natuurlijk de nareisbeperking in, zodat mensen die hiernaartoe willen komen eerst in een eigen inkomen moeten voorzien en een woning moeten hebben, en er een wachttijd gehanteerd wordt.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
Even los van deze minister: wat wordt Nederland toch belazerd. Wat wordt Nederland toch belazerd. Het enige concrete in deze wetgeving dat snel ingevoerd kan worden en waardoor er elke week ongeveer 400 mensen minder landen op Schiphol, wordt weer vooruitgeschoven en duurt veel langer dan wat mij betreft kan. Ik vind het diep-, dieptriest om dat te constateren.
Minister Van den Brink:
Volgens mij wacht ik geen dag langer dan nodig is en worden de maatregelen uit de Asielnoodmaatregelenwet die zijn vervallen, hersteld. Ook dat ligt volgende week weer op tafel. Daarmee doen we wat kan. In die zin blijf ik op dezelfde manier mijn werk doen, namelijk door samen met mensen die de uitvoering ter hand moeten nemen te zorgen dat het uitvoerbaar is. Dat zal hier zeker voor gelden, want dit gaat naast het pact natuurlijk wel degelijk een enorme impact hebben en daar zullen we instroombeperkende effecten van gaan zien. Die zullen zo spoedig mogelijk worden ingevoerd.
Ik had over de meest concrete situatie van de afgelopen dagen nog een vraag liggen van de heer Boomsma. Die ging over het veiligheidsplan waarover hij heeft gesproken. Dat is een zeer belangrijk onderwerp, helemaal in dit soort situaties. Het is een standaardonderwerp dat bij het openen van een nieuwe locatie wordt betrokken. Dat is echt een samenwerking tussen COA en gemeenten. Het wordt per locatie op die manier vormgegeven. Er wordt ook vaak input gebruikt over lokale omstandigheden, bijvoorbeeld in de vorm van vragen vanuit de buurt of de directe omgeving. Dat kan soms ook echt verschillen per plek. Het COA probeert die voorbeelden zo goed mogelijk bij gemeentes op tafel te krijgen. Daar worden allerlei afspraken over gemaakt. Al die voorbeelden die u noemt, herken ik zeer. Die worden ook betrokken bij de uitwerking van die veiligheidsplannen.
Dan kom ik nu bij de asielprocedures.
De voorzitter:
Maar niet voordat mevrouw Westerveld een interruptie heeft gepleegd.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik had in mijn eerste termijn een aantal concrete vragen gesteld over de brand die gisteren ontstond en over het feit dat er mensen binnen waren. Mijn vraag aan de minister was of hij weet hoe het gaat met degenen die binnen waren. Ik vroeg ook of het feit dat de hulpdiensten werden belemmerd terwijl er mensen in het gebouw waren en dat degenen die dit deden dat zeer waarschijnlijk wisten, een rol gaat spelen in de aanklacht. Ik weet niet of de minister dat weet. De gevolgen hiervan hadden zeer ernstig kunnen zijn. Ik vroeg ook: ik weet dat er een aantal mensen zijn opgepakt, maar geldt dat voor alle aanstichters? Weet de minister dat?
Minister Van den Brink:
Over dat laatste: ik weet dat er op dit moment sprake is van drie aanhoudingen. Vaak werkt het natuurlijk nog wel even door. Er kunnen dus nog meer aanhoudingen volgen. Op de locatie zelf, binnen, is de rust wel weer wedergekeerd, maar er is natuurlijk wel sprake van enorme schrik. Dat heeft impact, niet alleen op de bewoners van de locatie, maar natuurlijk ook op de bewoners van de directe omgeving, die ook hun huis niet meer uit durfden. Als er aanhoudingen plaatsvinden, ook van mensen die de hulpverleners hebben tegengewerkt, dan zal dat op allerlei manieren onderdeel worden van het vervolgingsbeleid. Maar dat laat ik wel echt over aan het OM en aan de politie.
Ik kom bij de vragen over de procedures. Die gaan over allerlei zaken, ook over het pact dat er aankomt. Het gaat ook over de IND. De vraag van de heer Ceder ging over de juridische counseling en of die staat voor 12 juni. Die medewerkers worden op dit moment geworven en opgeleid. De IND werkt langs de planning om dat op 12 juni met voldoende medewerkers te kunnen doen. Dat is ook wat zij voor ogen hebben. De heer Ceder vraagt: welk verschil is er vanaf 12 juni te merken in de asielprocedures? De IND grijpt de invoering van het Migratiepact aan om de hele asielprocedure te vereenvoudigen. Het aanmeldgehoor zal bijvoorbeeld worden afgeschaft. Er wordt al meteen veel meer informatie opgehaald in het screeningsproces. Er zijn allerlei stappen die uit de Screeningsverordening volgen. Vreemdelingen krijgen nog maar één gehoor. Er komen kortere termijnen en er komt sneller duidelijkheid. De hele voornemenprocedure die we nu kennen, is eruit gevallen. We moeten ook sneller kunnen beslissen.
We hebben van mevrouw Westerveld ook nog de vraag over …
De voorzitter:
Er is nog een interruptie van de heer Ceder voor u op dit punt, minister.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ten aanzien van die counseling: ik denk dat het heel belangrijk is en ik ben blij dat de minister er voortvarend mee aan de slag gaat. Sommige aspecten heeft de minister niet in de hand, want ja: tijd, krapte en andere zaken. Ik wil vragen of de minister kan toezeggen dat hij de stand van zaken na 12 juni echt meeneemt in de volgende brief. Dat kan in de voortgangsbrief; ik weet niet wanneer de volgende komt. Voor onze fractie is het wel belangrijk dat we op de hoogte zijn van waar we dan staan.
Minister Van den Brink:
Zeker. Wij hebben op dit moment volgens mij al een soort ritme waarin we verslag doen van de voortgang op het pact. Dat blijven we na 12 juni doen. Wij zullen op die onderdelen, zoals de IND-uitvoeringstoetsen die onderdeel zijn geweest van het debat over het pact, terug blijven komen na 12 juni als we informeren over de voortgang van het pact. Dat doen we dus ook op deze onderdelen. Over de juridische counseling gaat het daarin ook, zeker.
Het is goed om te horen dat de heer Ceder onder woorden bracht welke positie de ChristenUnie nu inneemt rondom dwangsommen en de ongewenstverklaring. Daaraan voegde u nog toe of de besparing die voortvloeit uit dwangsommen dan weer ingezet kan worden in de keten. Dan hoor ik de minister van Financiën bijna zeggen: zo werken de begrotingsregels niet. Dit zijn immers natuurlijk geen voorziene uitgaven. Laat ik zeggen dat we hopen dat deze uitgaven niet worden gedaan, dus die zijn niet op die manier in de begroting ingeboekt. Er vloeit geen structureel geld voort uit dwangsommen. De minister van Financiën hoopt hiermee vooral een meevaller te krijgen en hoopt niet dat hij dit structureel naar mij gaat overmaken de komende tijd. Daar ben ik het overigens zeer mee eens.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De vraag is natuurlijk wel of je het geld dat je bespaart -- het gaat nu om tientallen miljoenen -- dan ook in de keten stopt. Je zou natuurlijk kunnen bedenken dat de IND ook een budget heeft en dat ze, als ze geld weten te besparen, dat ook binnen de IND-kaders kunnen herinvesteren. Ik zou willen voorkomen dat het geld vanuit een financiële meevaller niet geïnvesteerd wordt in snellere procedures voor de opgaven die we hebben. Volgens mij zou dat budgettair opgelost kunnen worden als er een wil is. Ik vraag me af of er gekeken kan worden naar die wil, anders vrees ik dat we over een paar jaar, misschien door een democratische meerderheid hier, alsnog weer te weinig geld uittrekken. Dan zitten we weer in hetzelfde schuitje.
Minister Van den Brink:
We hebben met het coalitieakkoord natuurlijk gewoon een stabiele financiering voor de hele keten gerealiseerd. Die houdt ook gewoon rekening met de Meerjaren Productie Prognose voor de asielketen. Ik heb op dit moment ook geen signalen dat dat onvoldoende is. Het heeft natuurlijk wel een gevolg in de hele keten als het gaat over de advocatuur en de rechtbanken, waar natuurlijk ook nog hele grote opgaves liggen. Tegelijkertijd is daar ook financiering voor gerealiseerd, dus er zal nu niet opeens een stroom van dwangsommen naar de keten gaan, maar als daar signalen van zijn, dan zullen we die gesprekken natuurlijk voeren met de uitvoeringsorganisaties.
Ik had ook nog een vraag van de heer Ceder over de procedure rondom de screening aan de voorkant, zeg maar de kwetsbare personen die daarin zitten. Net als nu krijgt elke asielzoeker een gezondheidscheck. Tijdens de screening worden medische signalen en kwetsbaarheidssignalen opgehaald ten behoeve van het bepalen van de procedure. Indien nodig kan aanvullend advies worden ingezet, ook medisch advies. Dat gaat dus over beperkingen van mensen qua bijvoorbeeld horen, zien of lezen voor de procedure die daarna volgt. Op die manier worden ze ook ingedeeld in de procedure. Er wordt met VluchtelingenWerk Nederland gesproken over eventuele aanvullende voorzieningen voor kwetsbare vreemdelingen. Dat gesprek loopt.
Mevrouw Westerveld en ook anderen, dacht ik, hebben ook nog vragen gesteld over de impact op de keten van de hele hervorming van het Migratiepact en over de impact van de andere wetgeving die natuurlijk ook komt. Tegelijkertijd zien we dat de IND natuurlijk nog met een enorm aantal openstaande aanvragen zit. We hebben hier natuurlijk al eerder over gewisseld. De heer Ceder heeft ook een motie ingediend, volgens mij met PvdA-GroenLinks, die oproept om voor 12 juni met een plan van aanpak te komen. Dat probeer ik op dit moment af te ronden; die gesprekken lopen. De IND gaat natuurlijk over al die zaken die nog liggen. Tegelijkertijd willen we het Migratiepact bijhouden. Ik heb de hele tijd gesprekken over het realiseren van het Migratiepact en over het wegwerken van de aanvragen en dat zo snel mogelijk realiseren, omdat natuurlijk heel veel mensen soms al heel lang wachten. Dat vergt keuzes, ook in hoe we de procedures inrichten en welke groep er eerder in de behandeling wordt geholpen. De heer Ellian heeft eerder gevraagd of dat niet de groep Syriërs zou kunnen zijn, waar het inwilligingspercentage heel laag is. Dat heeft natuurlijk ook weer gelijk effect. Als je een grote groep afwijst, heeft dat verderop in de keten weer effect rondom advocatuur en rechtbanken, dus dat is een puzzel van jewelste. Die zijn we op dit moment aan het leggen. Ik verwacht u in de komende twee, drie weken uitsluitsel te geven over wanneer we dat naar uw Kamer sturen.
De heer Ellian vroeg mij over de procedure die er nu is en ook nog over mensen die hiernaartoe komen, de nationale veiligheid en de screening van die mensen. Bij de beoordeling van de asielaanvraag onderzoekt de IND standaard of de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid en of die zich schuldig heeft gemaakt aan een zogenaamd 1F-misdrijf. We hebben u vorig juni nog geïnformeerd over alle evaluaties die daarvan zijn uitgevoerd, over het onderkennen van signalen van mogelijke betrokkenheid bij radicalisering en terrorisme in de asiel- en nareisprocedure. In dat rapport is ook duidelijk gemaakt dat de asiel- en nareisprocedure qua procedure voldoende is ingericht om die signalen te onderkennen en ook naar boven te halen. Dat gebeurt natuurlijk aan het begin van het proces en ook verderop in het proces, bij de IND, waar natuurlijk ook achterstanden zijn. Dat heeft natuurlijk ook een effect in de keten. Bij het Asiel- en migratiepact dat eraan komt, hebben we natuurlijk een nieuwe screening, waar veiligheidscontrole een belangrijk verplicht onderdeel van is. Dat is een verplichting voor alle lidstaten, dus dat is een belangrijke verandering. Die zit helemaal vooraan in de procedure, namelijk binnen zeven dagen als het gaat om personen die zijn aangetroffen aan de buitengrens en binnen 72 uur als zij toch in Nederland zouden zijn aangetroffen met hun eerste asielaanvraag. Dat is dus de route voor hoe we daar zicht op proberen te krijgen.
De heer Ellian (VVD):
Het ging een beetje snel, maar dat is alleen maar prettig, want we zitten hier al een tijdje. Ik heb één interruptie. Ik laat aan u hoe u die beoordeelt, voorzitter. De minister zei: ik moet goed kijken naar de totale achterstand en moet dan keuzes gaan maken. Dat is logisch. Ik hoorde de minister zeggen: wat je prioriteert, leidt op een andere plek mogelijk weer tot opstapeling. Ja, maar kijk. Wat de VVD betreft is de boodschap het volgende. Ook het pact gaat uit van superkorte termijnen. De ellende is dat het allemaal zo enorm lang duurt, waardoor die mensen niet weggaan, met alle gevolgen van dien. Op zich steun ik de minister dus als hij zegt dat hij de IND boos gaat maken en dat die bijvoorbeeld Palestijnen of Syriërs gaat beoordelen, maar dan moeten we ook voor zorgen dat de rechtspraak en de advocaten gewoon klaarstaan. Volgens mij kunnen ze dat. Hupsakee, een paar weken die procedures. Dat kan allemaal. Op papier kan het in ieder geval allemaal. Als het in de realiteit niet kan, dan hoor ik graag wat het probleem is.
Minister Van den Brink:
Terecht. Het gaat erom dat als ik die keuze maak, ik dat met de hele keten heb afgestemd, zodat ze er klaar voor zijn dat dat hun kant op komt, om maar even in die woorden te spreken. Als daar beperkingen op zijn, dan moet ik dat natuurlijk zelf oplossen of aan u kenbaar maken waar ik tegenaan loop. Dat zal ik doen. Dat is precies de aanpak die ik nu voor ogen heb.
De heer Ellian (VVD):
Dat wacht ik dan met belangstelling af. Dit is essentieel. Mijn volgende interruptie, die u uiteraard zo mag tellen, voorzitter, gaat over de nationale veiligheid. Ik ken de 1F-systematiek; die is al heel oud. Daar gaat het mij niet helemaal om. Ik en vele collega's, denk ik, slaan aan op de kwestie van onbekende nationaliteit, allerlei vreemde figuren en de rapporten -- diverse collega's hier zitten ook in de J&V-commissie -- waarin erop gewezen wordt dat diverse statelijke actoren er belang bij hebben om potentiële terroristen mee te sturen in de migratiestromen. Ik maak me wel wat zorgen. Hebben we dit voldoende in beeld? Ik hoor de minister ook zeggen dat het druk is bij de IND. Dat begrijp ik. Ik draag daar ook een beetje aan bij, want ik zeg: ze moeten rapido. Maar dat mag natuurlijk geen reden zijn om bijvoorbeeld de AIVD niet goed in positie te brengen, want wij zijn er ook om ervoor te zorgen dat terroristen niet naar Nederland komen.
Minister Van den Brink:
Dat deel ik ten volle. Dat kan ik alleen maar … Daar mogen we het oog niet op verliezen, met de caveats die ik net maakte. We verliezen daar niet het oog met de inzet van diensten.
De heer Van Dijk vroeg mij of de aanpassing van het vluchtelingenrecht in de toekomst ook invloed heeft op welke mensen hier wel of niet naartoe komen en met welke religieuze achtergrond zij dat doen. Dat vluchtelingenrecht maakt natuurlijk geen onderscheid op grond van dit soort aspecten. Dat is ook juridisch niet mogelijk. Dat onderscheid is niet op die manier aan te brengen. Tegelijkertijd betekent dat natuurlijk niet dat als wij hier in Nederland mensen in de procedure hebben, we ze niet wijzen op hoe wij in Nederland staan voor onze waarden en normen, onze rechtsstaat en alles wat daarbij komt. Dat doen we natuurlijk ook, gelijk aan het begin van de procedure.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik wil hier toch even op doorgaan, ook om misverstanden te voorkomen. Het gaat er natuurlijk op geen enkele manier om dat de ene mens meer bescherming zou verdienen dan de andere. Het is echt wel vanuit twee kanten geredeneerd. De ene persoon, met bijvoorbeeld een islamitische achtergrond, maar je kan ook andere voorbeelden noemen, zal in een andere regio dan Nederland waarschijnlijk makkelijker integreren dan bij ons. Zo'n hele rare gedachte is dat niet. Ik weet dat dat niet kan, maar mijn vraag is of het ook helemaal niet denkbaar is om daar op Europees niveau gewoon een zindelijke discussie over te voeren.
Minister Van den Brink:
Ik snap de analysevraag, maar ik zit even na te denken wat het "en dus" erachter is. Natuurlijk, het integratievraagstuk dat voortkomt uit mensen die naar Nederland komen, is natuurlijk gewoon een enorme opgave. Dat is natuurlijk ook de reden dat we daar met z'n allen enorm aan hechten en dat we daar eisen aan stellen, zoals dat de taal hier ontzettend belangrijk is. In dit akkoord stellen we ook weer hogere eisen aan taal als je naturalisatie wil. Op die manier is dat dus wel zo, maar ik heb er nu niet zomaar een pasklaar idee bij hoe je dat aan de voorkant zou kunnen sturen. Maar dat integratie ontzettend belangrijk is: ja.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Als we naar de toekomst kijken en het inderdaad zou gebeuren dat we asielverzoeken aan de buitengrens van Europa afhandelen, dan zou je afspraken kunnen maken over dat je bepaalde categorieën asielzoekers -- laat ik het voorbeeld toch maar noemen -- beter in meer Arabische, islamitische regio's opvangt dan in Nederland of een vergelijkbaar land.
Minister Van den Brink:
Dat is natuurlijk een van de redenen waarom we altijd als eerste beginnen met opvang in de regio, want dat is natuurlijk een plek waar mensen de nabijheid hebben van hun eigen afkomst. Op die manier gaan ze ook weer sneller terug naar hun land, om daar bij te dragen aan het herstel van het land, als dat ten gevolge van oorlog onveilig is geweest. Langs die lijn snap ik zeker die analyse rondom opvang in de regio en die procedure aan de buitenkant van Europa doen, maar het onderscheid zelf is nu niet aan de orde.
Ik wil in het volgende blokje apart stilstaan bij alle vragen die zijn gesteld over de statushouders die door Europa reizen nadat ze al ergens een asielaanvraag hebben gedaan en zelfs al een status hebben gekregen. Misschien nog even ter toelichting: dat is dus echt een andere kwestie dan de Dublinclaimant. Dat is iemand die ergens al een asielaanvraag heeft gedaan, dan doorreist naar een ander land en daar dan opnieuw een asielaanvraag doet. Dat zijn echt twee verschillende vraagstukken. Voor de persoon die een status heeft in een ander land en daarna in Nederland zou komen, geldt eigenlijk dat we die niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Dus hij kan de aanvraag wel doen, maar daarna verklaar je die niet-ontvankelijk en is hij gelijk weer de procedure uit. Dat was altijd de procedure, totdat er uitspraken van het Europese Hof kwamen. Die uitspraken zijn dus voor heel Europa en zijn ook herbevestigd door de Raad van State en mijn ambtsvoorganger. Ik moet niet naar mevrouw Keijzer kijken; het gaat om mevrouw Faber. Het Hof zei dat de situatie in Griekenland niet is veranderd, waardoor die procedure dus niet kan plaatsvinden voor die groep mensen die uit Griekenland komt. Tegelijkertijd is dat natuurlijk een onwenselijke situatie; daar is door meerderen van u op gewezen. Mensen hebben nu eenmaal een status gekregen, dus waarom zouden ze dan in Nederland opnieuw in de asielprocedure mogen komen? Dit is niet mijn persoonlijke opvatting als minister, want ik citeer gewoon de rechters, maar de situatie is dat mensen in Griekenland wel een status krijgen, maar daarna geen toegang tot de arbeidsmarkt of andere voorzieningen krijgen. De rechter heeft gezegd dat dat niet is hoe het hoort. Daarom is die ruimte geboden.
Tegelijkertijd zijn wij van mening dat die mensen gewoon terug naar Griekenland moeten en dat we dat moeten gaan realiseren. Wij werken daar nu dus ook aan. We hebben deze discussie natuurlijk al eerder over andere plekken in Griekenland gehad. Er zijn plekken in Griekenland die door ons gefinancierd worden. We proberen die mensen daar weer naartoe terug te brengen, maar dat gaat natuurlijk wel over kleinere aantallen dan de aantallen die nu in de asielprocedure zitten. Ik heb wel aan de IND gevraagd om alle aanvragen die er nu liggen niet te behandelen en dus ook niet in te willigen, zodat ik de tijd heb om aan de ene kant te beslissen of een aantal mensen terug kunnen en tegelijkertijd met Griekenland het gesprek te blijven voeren over hoe we dit kunnen oplossen. Als Griekenland wel in staat is om een aantal voorzieningen te treffen, dan zou dat probleem natuurlijk ook van de baan kunnen zijn en kunnen we ook weer mensen terugsturen. Overigens zal dit ongetwijfeld ook weer tot juridische procedures leiden.
Vergelijkingen met Duitsland en België herken ik, maar ook daar zijn inmiddels weer nieuwe uitspraken gedaan. Zo wordt de Belgische overheid alweer teruggefloten bij wat ze aan het doen is. Meerdere lidstaten hebben hier dus mee te maken. We trekken met elkaar op om dit probleem op te lossen.
Ik denk dat ik daarmee in één keer alles heb beantwoord als het gaat over deze groep, maar laat ik voor de volledigheid nog even het volgende zeggen. Ik stond eerder op de dag in de plenaire zaal. Daar heb ik een motie van de heer Ellian, die mij vroeg om aanvragen van deze groep niet in te willigen, oordeel Kamer gegeven. Ik stond vanmiddag met het hele verhaal dat ik net hier hield in de plenaire zaal. Ik heb om die reden de motie oordeel Kamer gegeven. Die motie is inmiddels ook aangenomen. Ik sta nu dus eigenlijk al uit te leggen hoe ik een motie ga uitvoeren. Dat is wat ik aan het doen ben. Ziet u? Wat een enthousiasme.
De voorzitter:
Dat is hartstikke mooi. De snelheid van werken is ook goed. Mevrouw Vondeling heeft daar misschien nog een interruptie over.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ja, ik heb toch nog één dingetje. Ik zat zelf niet bij het debat, maar ik heb die motie inderdaad een beetje meegekregen. De minister heeft eerder in de media wel gezegd: ik heb er geen verklaring voor dat ze allemaal hiernaartoe komen. Nu zegt de minister zelf dat de voorzieningen in Griekenland niet goed zijn. In Nederland zijn die voorzieningen natuurlijk supergoed: asielzoekers krijgen nog steeds met voorrang een woning, ze krijgen gratis zorg en gratis uitkeringen. Is het dan niet een idee dat dit kabinet aan de slag gaat om dit flink te versoberen en de voorrangsregeling voor de sociale huurwoningen eraf te halen? Dat zal waarschijnlijk ook leiden tot een lagere instroom.
Minister Van den Brink:
Ik zou daar toch graag een stapje voor blijven zitten, want dit veronderstelt dat de vergunningen verstrekt en ingewilligd worden. Mijn doel is om die vergunningen niet in te willigen, zodat ze er dus ook geen aanspraak op maken en dat ze uiteindelijk teruggaan naar Griekenland. Ja, dat is complex. Wat betreft mijn veel herhaalde quote dat ik er geen verklaring voor heb: al doende leert men; ik zag mezelf terug en ging er al van uit dat daar een paar tweets over zouden verschijnen. Die uitspraak ging vooral over de verklaring voor de vraag waarom het nu opeens zo aan het veranderen is. Er waren ook vragen over of dit op social media of op andere manieren wordt aangestuurd, maar ik heb er geen zicht op of daar op die manier iets in is veranderd.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik wil daar toch even op doorgaan. Oké, u heeft het over die verklaring, maar dan nog komen ze hier natuurlijk heen met een reden. Wat is dan die reden? Ik denk dat de reden is dat ze denken, of in ieder geval de hoop hebben, dat ze hier een vergunning, een huis, een uitkering en gratis zorg krijgen, dat ze hier geen eigen risico hoeven te betalen en al die dingen. Het kabinet maakt er geen werk van om al die voorzieningen te versoberen. Nederlanders komen amper rond, maar voor asielzoekers wordt de rode loper uitgerold. Daarom nogmaals mijn oproep aan het kabinet: ga ermee aan de slag, zorg ervoor dat dat versoberd wordt en kijk naar landen die dat wel doen. Dat zal ook een hoop schelen voor de instroom.
Minister Van den Brink:
Nogmaals, wij proberen deze groep dus gewoon niet in te willigen en proberen die terug te sturen naar Griekenland. Dat vind ik een betere oplossing dan voor alle mensen, nadat ze statushouder zijn geworden, aanpassingen te doen, die overigens ook -- dat noemt u zelf al -- weer heel veel discussies zouden geven. Mijn lijn is dus vooral dat de mensen die met een status uit Griekenland zijn gekomen, gewoon weer teruggaan naar Griekenland. Dat zal al de nodige voeten in de aarde hebben.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank aan de minister. Hij gaf een heel duidelijk antwoord, namelijk dat alle inzet erop gericht is om deze groep terug te sturen. Ik heb nog één verduidelijkende vraag. De minister zei zojuist: het is niet hetzelfde als de Dublinclaimanten. Maar ik denk dat ze uiteindelijk wel in dezelfde opvangsituatie in Griekenland terechtkomen, met dezelfde juridische toets. Wat betekent dat voor de uitvoering van het Migratiepact vanaf 12 juni? Voorziet de minister dan eenzelfde discussie over de toestand van de opvangsituatie in Griekenland of is dat echt een andere situatie?
Minister Van den Brink:
Mijn voorganger, de heer Van Weel, heeft afspraken gemaakt met de Griekse autoriteiten om Dublin weer te starten. Vanaf 12 juni zouden die weer geclaimd kunnen worden, zoals dat heet. Daar zijn afspraken over gemaakt met de Griekse autoriteiten. Dat is een andere situatie dan die van de statushouders.
De heer Boomsma (JA21):
Denkt de minister ook dat we na vrijdag meer juridische ruimte hebben om mensen terug te sturen? We hebben immers net een motie aangenomen waarin staat dat artikel 3 anders geïnterpreteerd moet worden, zeker als het gaat om overdrachten binnen de EU en het principe van wederzijds vertrouwen.
Minister Van den Brink:
U ziet mij denken. Ik zit even goed na te denken in hoeverre het onderscheid tussen statushouders en Dublinclaimanten doorwerkt in het EVRM-vraagstuk van de margin of appreciation. Ik denk dat ik daar nu geen makkelijk antwoord op kan geven, omdat ik het even niet weet. Ik kom daar nog op terug. Dat kan overigens ook in de brief die ik vanmiddag al heb toegezegd over het EVRM en het rapport van Clingendael. Dit zou ik daarin terug kunnen laten komen.
De voorzitter:
Dat is afdoende. Dan ga ik naar de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik vroeg me af of de minister kan toezeggen dat hij een terugkoppeling geeft over hoe de gesprekken met de Griekse autoriteiten of de Griekse minister zijn geweest. Ik wil graag dat de Kamer daarvan op de hoogte wordt gehouden.
Minister Van den Brink:
Zeker. Bij dezen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Komt er een apart briefje wanneer dat gesprek is geweest?
De voorzitter:
Er ontstaat nu een soort bilateraal gesprek.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Excuses, voorzitter, dat ik de middle man doorkruis.
De voorzitter:
Meneer Ceder, maakt u uw vraag even af. Daarna geef ik het woord aan de minister.
De heer Ceder (ChristenUnie):
De vraag is wanneer dat briefje komt, want dan kan ik dat controleren.
Minister Van den Brink:
We hebben in de afgelopen periode al contacten gehad. Zodra we hiertoe kunnen overgaan en we het verder hebben uitgewerkt, zal ik dat per brief aan de Kamer laten weten.
De voorzitter:
Ik kijk even of er nog vragen zijn over dit onderwerp, de statushouders. Nee? Dan gaan we naar het volgende blokje, de opvang.
Minister Van den Brink:
Ja, dat klopt.
Er zijn in dit debat ook andere vragen opgekomen over de opvang. Een van die vragen, vanuit verschillende partijen, ging over het aantal kinderen in de noodopvang. Het is een vaak geuite wens om die niet op de noodopvanglocaties te laten verblijven. Op dit moment vangt het COA 19.482 kinderen op op de COA-locaties. Daarvan verblijven er meer dan 7.000 op een noodopvanglocatie. Wij willen het uitgangspunt onderschrijven dat zij niet in de noodopvang horen te verblijven en dat dat verblijf onwenselijk is, maar de realiteit is dat op dit moment twee derde van de opvanglocaties uit noodopvanglocaties bestaat. Daardoor is het niet mogelijk om daar geen kinderen te plaatsen. Daarmee komen we gelijk weer op de discussie over hoe we van die noodopvanglocaties afkomen. Dat vraagt om stabiele en reguliere opvanglocaties, zodat we af kunnen van de noodopvanglocaties en we kinderen gewoon kunnen laten verblijven op de reguliere opvanglocaties, met alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Daarnaast proberen we het aantal verhuisbewegingen van kinderen te beperken, maar op dit moment roeien we met de riemen die we hebben bij de opvang.
Er werd gevraagd: wat is het toekomstperspectief? Dat is het beperken en het afbouwen van het aantal noodopvanglocaties. We willen die over laten gaan in reguliere opvanglocaties. In de tussentijd proberen we kinderen zo goed mogelijk de plek te geven die ze nodig hebben. Dat gebeurt ook op noodopvanglocaties, maar we proberen dat tot een minimum te beperken.
De heer Van Asten had ook nog een vraag over hoe het nu zit met het onderwijs voor kinderen, ook in de toekomst. Ze kunnen nu binnen drie maanden onderwijs volgen, maar we proberen met de ingang van het pact naar twee maanden toe te gaan. Als het COA op zoek gaat naar een locatie, dan letten ze erop of dit onderwijs mogelijk is in de directe omgeving. Daar zijn allemaal coördinatoren bij betrokken, ook vanuit OCW, om alle knelpunten op te lossen. In de inventarisatie die nu wordt gemaakt, wordt de toegang tot onderwijs op locaties tegen het licht gehouden om te bezien wat er verder nog nodig is om ieder kind binnen twee maanden onderwijs te kunnen bieden. Maar u bent ook wethouder geweest in een grote stad. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het op sommige plekken heel ingewikkeld is om onderwijs te realiseren op de locaties. We werken er daarom met z'n allen aan om meer grip te krijgen op migratie.
Mevrouw Westerveld vroeg mij naar het verbeteren van de opvang van lhbti-personen op de COA-locaties. Dat is natuurlijk ontzettend belangrijk, want dit zijn vaak mensen die gevlucht zijn vanwege hun seksuele oriëntatie. Zij vergen een veilige omgeving. Tegen de personen die de opvang voor hen onveilig maken, moet hard worden opgetreden. Het COA probeert te stimuleren dat er aangifte wordt gedaan, zodat er strafrechtelijk vervolgd wordt. We staan in contact met verschillende belangenorganisaties. Dat wordt ook gedaan vanuit het COA. COA-medewerkers worden ook getraind om signalen van onveiligheid te zien en te signaleren. Dat geldt breder dan alleen voor deze groep. Op dit moment werken we uit hoe de daders van dit geweld sneller onder verscherpt toezicht kunnen worden geplaatst op de locaties. We hebben daarbij zowel aandacht voor de mogelijkheden binnen het strafrecht als binnen het vreemdelingenrecht. Dat geweld moet op alle mogelijke manieren bestreden worden. Het kan ook worden tegengeworpen in de asielprocedure.
Er was ook nog een vraag over de financiering. De financiering is op dit moment geen vraagstuk voor het COA. We hebben structurele financiering gerealiseerd. Ik hoop dat er minder financiering nodig zal zijn als er meer vaste locaties zijn, waardoor we de dure cruiseboten kunnen gaan afbouwen. Dat geldt ook voor de andere dure opvanglocaties, waar de heer Dijk aandacht voor vroeg.
Er werd door verschillende mensen aandacht gevraagd voor de uitstroom van statushouders. Feit is dat als we dat oplossen, we een veel minder groot opvangprobleem zouden hebben. Statushouders worden in veel gevallen namelijk niet tijdig gehuisvest in de gemeenten, onder meer vanwege de krapte op de woningmarkt. Op dit moment zitten er ongeveer 17.500 statushouders in de asielopvang. De achterstand van de taakstelling bij de gemeenten ligt boven de 9.000. Voor de uitstroom van statushouders naar de gemeenten worden maatregelen genomen, waaronder tijdelijke financiële ondersteuning voor gemeenten bij de huisvesting van statushouders.
De heer Van Asten vroeg mij of de regeling al in de maak is. Ja, die hebben we onlangs voor het eerst in het kabinet besproken. Ik hoop die binnenkort te publiceren. Dat is de doelgroep flexibele regeling. Je creëert daarmee locaties waar je statushouders, Oekraïners, mensen in de asielopvang en mensen die lokaal met spoed een woning nodig hebben bij elkaar kunt brengen. Op die manier hopen we de druk op de sociale woningvoorraad te verlichten, omdat we daarmee met nieuwe locaties komen.
De heer Struijs stelde daar een concrete vraag over. Uw adviseurs hebben gelijk. Het CBS stelt vast wat het percentage is. In 2023 ging bijna 8% van alle vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een of meer statushouders. Een jaar eerder was dat 7%. Dat houdt het CBS bij, maar ik ken ook andere parameters. Het is maar net met welke parameter je werkt. Als je niet kijkt naar de parameter voor alle vrijgekomen corporatiewoningen maar naar de groep starters, dan ligt het percentage echt vele malen hoger. Het kan per gemeente ook weer verschillen en hoger liggen, want in sommige gemeenten zijn maar heel weinig corporatiewoningen beschikbaar. Maar als je kijkt naar alle vrijgekomen corporatiewoningen, dan geldt de 7% of 8% waar u het over had.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, minister. Dit bepaalt wel mijn controlerende taak als volksvertegenwoordiger, de moties die we gaan indienen en de knoppen waar we in de toekomst aan kunnen draaien om dingen beter te maken. Ik kom hier in het vervolg nog op terug, maar dank voor het uitzoeken.
Minister Van den Brink:
De heer Struijs stelde ook nog een vraag over allerlei mensen die actief willen worden, maar die dat lokaal niet voor elkaar krijgen. Dat zou binnenkort tot het verleden moeten behoren. Tot aan een deel van het vorige kabinet waren er enorme restricties op meedoen, maar die zijn eraf. Tegelijkertijd veranderen we de wetgeving, waardoor mensen nu na drie maanden mee kunnen doen. Dat geldt alleen voor asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning en dus niet voor mensen die weinig kans maken. Mijn collega, de minister van Werk en Participatie, is op dit moment een plan aan het uitwerken om asielzoekers in de opvang beter naar werk te kunnen begeleiden en om het taalaanbod te verbeteren. Het gaat niet alleen om statushouders, maar ook om asielzoekers op COA-locaties. Dat plan komt voor de zomer. Dat is in de maak.
De heer Boomsma vroeg: "Er zijn allerlei opvanglocaties. Worden die sluitingsdata wel hard gehanteerd?" Nou ja, de realiteit is dat dat op dit moment niet overal lukt. Dat geeft natuurlijk ook enorm veel discussie. We hebben dat in Hardenberg gezien. De feitelijke situatie is dat de bezettingsgraad 104% is. Dat werd ook door anderen aangehaald. Dan zou je denken: dat kan helemaal niet, want 104% is meer dan 100%. Dat klopt, en dus zitten er op allerlei locaties extra mensen omdat er te weinig opvangplekken zijn. Zolang er niet voldoende opvangplekken bij komen -- we kennen de data van de locaties die sluiten -- zitten we op sommige momenten echt te schuiven met mensen. Letterlijk, want er wordt gewoon 's ochtends bedacht waar ze die avond naartoe worden gebracht. Dat heeft natuurlijk een enorme impact op die mensen zelf, want de ene dag krijgen ze te horen dat ze vertrekken en de andere dag weer niet. Het aantal verhuisbewegingen is veel te groot. Ook hiervoor geldt dus weer dat we gewoon vaste opvangplekken nodig hebben. Zolang we dit in Nederland niet op een eerlijke manier spreiden, krijgen we hier geen controle over. Dat is dus de situatie op dit punt.
Dan vroeg de heer Van Asten nog naar de kleine opvanglocaties. Die zijn duurder dan de huidige plekken, maar leveren ze niet evengoed een bijdrage, vroeg hij. Ja. Ik heb dit debat hier vrij kort geleden ook deels gevoerd, en toen heb ik u gezegd dat ik een inventarisatie zal doen. Dat doe ik samen met de VNG. Tegelijkertijd hoorde ik ook in dat debat van verschillenden van u dat er gemeenten zijn die zeggen dat ze wel kleine opvanglocaties willen realiseren maar dat het ze onmogelijk wordt gemaakt. Ik heb toen een oproep gedaan, en die doe ik nog een keer. Iedereen die dat gesprek heeft met een gemeente, mag mijn nummer geven en dan gaan we ermee aan de slag. Iedere opvanglocatie die niet gerealiseerd wordt, is namelijk een gemiste opvanglocatie. Maar ik heb nog van niemand gehoord, dus ik krijg die telefoontjes graag.
De voorzitter:
Dat is mooi. Dan zijn we aangekomen bij het laatste blokje, hè? O, kijk, dan heeft mevrouw Westerveld nog een vraag, en mevrouw Van der Plas ook, zie ik. Dan gaan we dat eerst even doen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Meerdere mensen hier hebben een vraag gesteld over de meer dan 7.000 kinderen die in de noodopvang zitten. Ik hoorde de antwoorden van de minister en ik weet ook dat hij een lastige opgave heeft. Tegelijkertijd vraag ik me wel af of hij ook een concreet plan heeft om ervoor te zorgen dat er geen nieuwe kinderen meer in noodopvanglocaties worden geplaatst. Is dit bijvoorbeeld ook expliciet onderdeel van de gesprekken die hij heeft met gemeenten?
Minister Van den Brink:
Die urgentie wordt echt gevoeld. Men is zich daar op de werkvloer van het COA heel erg bewust van, en wij zijn dat ook. We proberen dat dus op allerlei manieren op te lossen, maar ik kan het nu gewoon niet garanderen. Ik kom binnenkort wel naar uw Kamer toe met de uitvoering van een aantal moties, waaronder deze. Daarin zal ik hier dus opnieuw naar kijken, met de urgentie die u nu aangeeft. Ook zal ik het gesprek met het COA voeren over de vraag welke handvatten we nu hebben en wat we naar de toekomst toe al als ambitie durven te hebben om dit te verbeteren. Daar kom ik dus op terug.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dat is fijn, want ik weet niet of overal wel bekend is dat het om zo veel gezinnen met kinderen gaat en wat de enorme schadelijke effecten zijn voor kinderen. Ik noem de vele verhuisbewegingen, maar ook de leerkrachten die onderwijs geven aan deze kinderen en die iedere keer weer afscheid moeten nemen van kinderen omdat die op tijdelijke locaties worden geplaatst. Het zou goed zijn om hier meer aandacht voor te vragen.
Datzelfde geldt voor de lhbti-vluchtelingen. Dat is mijn tweede vraag aan de minister. We horen dat er in vijf jaar tijd tien suïcides zijn geweest van queer vluchtelingen, dus er is echt wat aan de hand. Ik vind het fijn dat er gesprekken zijn en dat de minister ook praat met vertegenwoordigers, maar mensen zitten hier echt in uitzichtloze situaties. Ik doe dus het verzoek om hieraan urgentie te geven.
Minister Van den Brink:
Ja, dat doe ik. En ik heb eerder ook Kamervragen gehad over het volgende. Ik zeg dat hier gewoon even open, omdat ik niet weet of u daarop doelt, maar er zijn soms wat ingewikkelde discussies met belangenvertegenwoordigers en we proberen die situatie op te lossen, omdat we er belang aan hechten om met alle organisaties op een goede manier het gesprek te voeren over de veiligheid van deze mensen. Dit is namelijk ontzettend belangrijk. Helemaal als je vanwege je veiligheid gevlucht bent, mag je toch hopen en rekenen op een veilige plek.
Dan wat u zegt over kinderen. Dat is heel herkenbaar. Mijn enthousiasme voor de Spreidingswet begint toch weer op te komen. Met de Spreidingswet creëren we namelijk vaste plekken, met een vaste plek kun je een afspraak maken met een school, en op een vaste plek heeft een kind de vaste omgeving de het nodig heeft en kan het naar een vaste school gaan. Dus ja, ik zou zeggen: you had me at hello. De Spreidingswet is ook hiervoor echt een oplossing, omdat kinderen daarmee een veilige plek kan worden geboden, juist in contact met de lokale gemeenschap, de buurt en de school. Ik ben het er dus heel erg mee eens en ik kom hierop terug in de brief die ik zonet heb toegezegd.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De minister zei net: mensen mogen mij bellen als ze een locatie hebben; geef mijn nummer maar door. Nu heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zojuist een brief op de website gepubliceerd, waarin staat dat de gemeenten met spoed in overleg willen met het kabinet over de ongeregeldheden, het geweld, de intimidatie en de bedreigingen in diverse plaatsen, want de gemeenten loopt het een beetje over het hoofd. Ze weten eigenlijk niet meer hoe ze hiermee moeten omgaan. Ze willen graag dat er aanvullende maatregelen genomen worden. Heeft de minister de brief gezien waarin deze oproep staat? Zo ja, wanneer gaat de minister in gesprek met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten?
De voorzitter:
Ik zou hieraan willen toevoegen dat die brief ook aan de commissie is gestuurd. De commissieleden kunnen daar dus kennis van nemen.
Minister Van den Brink:
Ik heb 'm as we speak gelezen. De voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, mevrouw Dijksma, had mij er ook al ergens tijdens dit debat of net voor het debat over geïnformeerd. Dat gesprek gaan we zeker aan, want dat is natuurlijk een belangrijk signaal. Ik denk ook dat ze vandaag samen met de burgemeester van Loosdrecht terecht een streep in het zand heeft getrokken, in woordelijke zin, na alles wat er is gebeurd. Dit gesprek gaan we dus zeker voeren met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en mevrouw Dijksma. We staan hierbij naast elkaar. Ik voel me er ook verantwoordelijk voor. Dat zeg ik ook door wat ik soms op die burgemeesters af zie komen, natuurlijk ook omdat ik brieven stuur waarin ik ze vraag om mij te helpen, wat ik niet lichtvaardig doe. We zien nu hoe dat in hun situatie, en soms ook in hun persoonlijk leven, uitpakt. Ik ben me daar zeer van bewust en probeer dus ook op allerlei manieren langs die lijnen contact met de burgemeesters te hebben. Maar we zullen zeker met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het gesprek voeren. Op korte termijn, ja; dat is dus geen kwestie van ...
De heer Ellian (VVD):
Ik hoorde de minister zeggen: je mag mijn nummer geven als je een stad of plek kent waar opvang mogelijk is. Ja, oké, maar ik heb eigenlijk liever dat de minister dan ook zijn nummer geeft aan zijn Griekse ambtsgenoot, en die in Italië, in Syrië en in de landen waarvandaan de instroom drastisch naar beneden gaat. Dat doet hij er dan toch ook bij, alsjeblieft?
Minister Van den Brink:
Daarmee houdt u mij precies aan mijn eigen mantra: de instroom beperken en de opvang op orde brengen. Dus: volmondig ja. Maar mijn opmerking over mijn nummer was meer een herhaling. In een vorig debat werden namelijk verschillende voorbeelden genoemd van gemeentes die wel degelijk kleine opvanglocaties zouden hebben willen realiseren, maar daarbij tegen problemen aanliepen. Daarvan heb ik tegen verschillende woordvoerders gezegd: nou, kom maar door. Maar daarna heb ik er niks meer van gehoord. Ik dacht dus: ik herhaal die oproep nog een keer. Daar kwam de verwijzing naar mijn telefoonnummer vandaan. Mijn Griekse collega heeft mijn nummer overigens al. Maar ik zal het gesprek zeker ook op die manier en met die urgentie voeren, ja.
De voorzitter:
Dan zijn we nu bij het kopje overig aangekomen, denk ik.
Minister Van den Brink:
Ja. Er zijn door verschillende partijen nog vragen aangevoerd over de maatregelen die nu aangekondigd zijn. Ik heb, denk ik, al best wat gezegd over het tweestatusstelsel, over de nareisbeperkingen en over de onderdelen van de Asielnoodmaatregelenwet die het niet haalden en die we nu hebben voorgesteld, dus de ongewenstverklaring en dwangsommen. Dat kan besproken worden bij het wetsvoorstel Terugkeer en vreemdelingenbewaring, dat we volgende week bespreken. We zijn ook nog volop bezig met de afronding van de Terugkeerverordening, waarom verschillenden van u ook gevraagd hebben, onder wie de heer Ellian, die vroeg of het onmiddellijk gaat werken. De triloog loopt nog. Ik weet dat er verschillende posities zijn tussen Parlement en lidstaten, ook omdat lidstaten natuurlijk zeggen: wij moeten ook dit weer in wetgeving verankeren. Maar in die zin probeert Nederland in ieder geval bij te dragen aan het zo snel mogelijk invoeren van de Terugkeerverordening. De triloog bevindt zich nu echt in een afrondende fase, dus ik hoop u daar binnenkort, zo snel mogelijk, duidelijkheid over te verschaffen.
Dan over criminaliteit door de asielzoekers. De heer Struijs vroeg hoe de aanpak daarvan opvolging krijgt. Het Openbaar Ministerie staat daar natuurlijk voor aan de lat, maar we vragen voortdurend aandacht voor de inzet van de strafrechtketen in de aanpak van criminaliteit door asielzoekers. De afgelopen jaren heeft het Openbaar Ministerie ook geïnvesteerd in het verbeteren en de snellere afdoening van misdrijven gepleegd door overlastgevende asielzoekers. Dit gebeurt vaak door in te zetten op lik-op-stukbeleid en door daar snel duidelijkheid over te verschaffen met snelrecht. Als mensen dit soort delicten plegen of overlast veroorzaken -- het gaat dus niet alleen om delicten, maar ook om overlast -- worden ze ook gelijk in een versnelde procedure bij de IND gebracht, en daarachteraan ook gelijk in een werkvorm met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Op die manier gaan wij hier dus mee om.
Mevrouw Straatman vroeg naar de jurisprudentie rondom het Aroja-arrest, die hier ook wel mee te maken heeft. Die uitspraak droeg ons op om de bewaringstermijn cumulatief te laten optellen. Je mocht dus niet telkens opnieuw beginnen als iemand in bewaring kwam. Daar werd een grens van achttien maanden voor gesteld. Dat maakt het echt wel flink complex, want daardoor moet dat voor iedere persoon telkens bijgehouden worden. De ongewenstverklaring wordt hier niet direct door geraakt, maar is deels juist een oplossing, omdat je, als je in het strafrecht zit omdat je een ongewenstverklaring opgelegd hebt gekregen en die niet bent nagekomen, ook vanuit het strafrecht in de terugkeerprocedure worden gebracht. Het Aroja-arrest ziet echt op vreemdelingenbewaring. Ongewenstverklaring is strafrecht. Dat zijn dus wel twee verschillende sporen. In de Terugkeerverordening zit ook een oplossing. We gaan er op dit moment van uit dat de bewaringsduur naar 24 maanden gaat. Personen die een veiligheidsrisico vormen, kunnen langer in bewaring worden gehouden dan die 24 maanden. Ook daarbij is de Terugkeerverordening dus helpend voor ons.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik heb nog één verduidelijkende vraag. Ik las dat naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie een aantal mensen vrijgelaten moet worden. Hoe zit het met het toezicht op die kleine groep mensen? Worden die nog enigszins gemonitord? Want ze zullen niet voor niets in vreemdelingenbewaring hebben gezeten.
Minister Van den Brink:
Nee, maar dat is wel vanwege zicht op terugkeer. Dit is dus echt bestuursrechtelijk. Dit debat gaan we volgende week, bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, ook krijgen. Dat is bestuursrecht, gericht op terugkeer. Iemand is vanuit het bestuursrecht in bewaring gesteld omdat het vermoeden bestaat dat diegene anders niet beschikbaar is voor terugkeer. Als deze mensen een strafrechtelijk delict hebben gepleegd, gaan ze gewoon de gevangenis in. Nadat ze uit de gevangenis komen, komen ze weer in beeld om in de vreemdelingenbewaring te komen gericht op terugkeer. Er is dus -- ik zeg het even uit mijn hoofd -- geen toezichtarrangement voor mensen die uit de vreemdelingenbewaring worden vrijgelaten, hoewel zij wel degelijk overlast kunnen veroorzaken. Op lokaal niveau kan het dus wel degelijk impact hebben, waar dan, denk ik, overigens wel overleg over zal zijn op lokaal niveau. Dit zijn de twee regimes die hierop van toepassing zijn.
Mevrouw Straatman (CDA):
Als zij dan in vreemdelingenbewaring zaten vanwege zicht op terugkeer, neem ik aan dat ze ook nog wel in beeld zijn voor terugkeer, ondanks dat ze uit vreemdelingenbewaring zijn.
Minister Van den Brink:
Zeker, zeker. Daar zit een hele complexiteit aan vast van de laissez-passer en het verschijnen op een ambassade. Mocht u nog niet enthousiast zijn over de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, wordt het dan om die reden. In die wet zit bijvoorbeeld ook een verplichting waardoor iemand gedwongen wordt om te verschijnen bij een ambassade om een laissez-passer te krijgen zodat terugkeer kan worden gerealiseerd. Maar we gaan hier volgende week nog met veel meer enthousiasme over spreken.
De heer Van Dijk had nog een vraag over de intrekkingsmogelijkheid rondom antisemitisme. In de brief van 22 september jongstleden is aangegeven dat antisemitische gedragingen of uitspraken die discriminerend en/of beledigend zijn waarvoor een veroordeling vanwege discriminatie heeft plaatsgevonden, een grond kunnen zijn om een verblijfsvergunning te weigeren of die, als de veroordeling onherroepelijk is, in te trekken. Het kabinet is van mening dat discriminatie streng moet worden aangepakt. In dat kader is het relevant dat op 1 juli jongstleden een nieuw wetsartikel in werking is getreden in het Wetboek van Strafrecht dat bepaalt dat de maximumstrafmaat bij een delict met een discriminatoir aspect met een derde is verhoogd. Daarmee weegt antisemitisme indirect zwaarder in vreemdelingenrechtelijke procedures.
U vroeg ook nog naar de glijdende schaal. Dat klinkt opeens alsof dat voor iedereen begrijpelijk moet zijn, maar dat gaat over de vraag in hoeverre verschillende veroordelingen meewegen in de beoordeling van de asielaanvraag. Ik verwacht u daar komende week een brief over te sturen met de uitwerking daarvan, die al langere tijd is gevraagd.
Mevrouw Vondeling vroeg naar de Oekraïners en het onderzoek daarover dat vandaag verscheen. Dat is mij ook geworden. Wij werken op dit moment met die vluchtelingen op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, de zogenaamde RTB, die verlengd is tot en met 4 maart 2027. Op dit moment -- ik denk dat dit ook al onderdeel zal worden van de JBZ-Raad, die binnenkort weer is -- wordt gediscussieerd over wat we na deze periode doen. U zal binnenkort geïnformeerd worden over die inzet. Tegelijkertijd werkt het kabinet nog steeds aan een terugkeerprogramma, om ook hen weer mee te laten helpen aan de wederopbouw van Oekraïne, maar dat is op dit moment dus nog allemaal onder het huidige regime, van de RTB.
U vroeg ook nog naar schijnerkenningen. Daar hebben we een brief over gestuurd, die echt op de agenda staat, dus dank dat u daarvoor aandacht vraagt. Het kabinet wil harder optreden tegen schijnerkenningen en fraude met verblijfsrecht. Als een erkenning frauduleus blijkt, kan die door de rechter worden vernietigd. Dat kan betekenen dat een verblijfsrecht, en soms ook de Nederlandse nationaliteit, vervalt, want als iemand daarna geen recht meer heeft om hier te blijven, kan het vertrek uit Nederland daarop moeten volgen. Dat gebeurt niet automatisch. Iedere zaak moet juridisch zorgvuldig worden beoordeeld, ook vanwege de belangen van het kind. We werken nu aan strengere controles en betere samenwerking tussen gemeenten -- aan het loket van de gemeente verschijnt immers iemand die mogelijk verkeerde bedoelingen heeft -- en ook de IND, omdat die nodig is om fraude achteraf te kunnen aanpakken, en het strafrecht, dat daarna in beeld komt om iemand te vervolgen. We zijn nu bezig om te bekijken of erkenningen alleen nog in een aantal gespecialiseerde gemeenten kunnen plaatsvinden, zodat we de expertise niet over heel Nederland hoeven te verdelen maar die er echt is op een aantal plekken. Maar daar zal waarschijnlijk aanpassing van wet- en regelgeving voor nodig zijn, dus dat volgt nog.
Dan waren er nog een aantal vragen over Syriërs. Ik denk dat ik daarmee bij het einde kom van alle vragen. Ik moet even kijken of dat klopt, voordat ik naar Syrië overga. Nee, ik doe eerst nog een vraag van de heer Van Dijk over het terugstorten van de vrijwilligersvergoeding als iemand gebruikmaakt van de bijstand en ouder is dan 27 jaar. Een vergoeding voor vrijwilligerswerk wordt niet ingehouden op de bijstandsuitkering zolang die maximaal €220 per maand of €2.200 per jaar is. Voor mensen die bijstand ontvangen en jonger zijn dan 27 jaar kan een vergoeding voor vrijwilligerswerk wel gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Dit hangt af van het soort vergoeding. Gaat het om een algemene kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk, dan worden personen gekort op de uitkering. Bij een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte onkosten gebeurt dit niet. Het ministerie van SZW gaat over de regels voor de vrijwilligersvergoeding. In de evaluatie van de pilot zal gekeken worden naar het effect en de uitvoerbaarheid van de vrijwilligersvergoeding, en de vraag of dat aanpassingen behoeft.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Een korte vraag. Het is uitstekend dat er gekeken wordt naar de effecten, maar is de minister het met de SGP eens dat het wel heel ongelukkig zou zijn als juist degenen met de kleinste beurs zo'n vergoeding zouden moeten terugstorten?
Minister Van den Brink:
Ja, eens. U noemde volgens mij ook nog studenten. Daar gaan we even specifiek aandacht voor hebben in de evaluatie.
De heer Boomsma stelde een vraag over tuberculose en de toename daarvan. Ik ben bekend met dat bericht. De stijging van het aantal tbc-meldingen sinds corona hangt samen met het herstel van de migratie in cijfers. Er was een hogere instroom na die periode uit landen waar tbc vaker voorkomt. We zien ook een stijging van een aantal groepen asielzoekers uit met name landen in de Hoorn van Afrika, maar bij de GGD en het RIVM zijn geen signalen bekend dat de tbc-screening van asielzoekers tekort zou schieten. Die verloopt conform de landelijke protocollen hiervoor en gebeurt ook voordat zij een locatie kunnen verlaten. Bij een positieve diagnose treedt onmiddellijk het tbc-protocol in werking, inclusief isolatie en behandeling. Op COA-locaties is er vaak ook echt een aparte plek waar mensen in isolatie worden geplaatst.
De heer Ellian vroeg nog naar ...
De voorzitter:
De heer Boomsma heeft een interruptie.
De heer Boomsma (JA21):
Ik heb begrepen dat het nu wel degelijk vaak niet goed gaat, en dat mensen alweer verplaatst worden door Nederland voordat ze die behandeling hebben afgemaakt. Dan kunnen er ook andere besmettingen optreden. Bovendien stond in eerdere mediaberichten ook dat bepaalde behandelingen, bijvoorbeeld voor kinderen, nu niet worden gebruikt in Nederland, bijvoorbeeld omdat je daarvoor twaalf pillen moet nemen en dat eigenlijk al te veel is. Daar gaat het ook mis.
Minister Van den Brink:
Dat zijn hele concrete aanwijzingen. Die signalen heb ik niet. Ze leiden er in ieder geval toe dat ik navraag ga doen bij het COA. Als daar actie op nodig is, zal ik die ondernemen. Als iemand in isolatie geplaatst wordt, is het juist ontzettend belangrijk dat diegene die volledig uitloopt en dus niet met tuberculose wordt verhuisd en door Nederland trekt, precies zoals u zegt. Ik ga dat dus even na. U kunt ervan uitgaan dat we actie ondernemen als dat noodzakelijk is.
De heer Ellian vroeg mij naar de politieke vluchtelingen en het moratorium. Dat hebben we gedaan naar aanleiding van de oorlog die er daar is. We hebben een ambtsbericht over Iran opgevraagd om meer duidelijkheid te krijgen over de situatie. Dat ambtsbericht verwacht ik in de loop van het jaar. Daarin zal uiteraard ook aandacht zijn voor de politieke opposanten uit Iran. Op basis daarvan kunnen we het landenbeleid weer formuleren. Dat is in de huidige situatie gewoon niet mogelijk. We hebben er zeker wel oog voor. U benoemt natuurlijk terecht dat deze mensen gevlucht zijn met politieke motieven, omdat ze in dat land hun leven niet zeker waren. Tegelijkertijd is het wat zwart-wit als je een moratorium instelt, zoals u zelf al aangaf. Laat ik het zo zeggen: als de situatie aanleiding geeft om daarmee iets te kunnen, dan zullen we daar niet mee wachten. Dat is wat ik erover kan zeggen.
Ik had de vragen van de heer Russcher eigenlijk aan de kop al gedaan, toen het ging over het asielnoodrecht en grenzen.
Dan nog een aantal vragen over de Syriërs. Omdat dat onderwerp bovenop ligt, begin ik met het gesprek waarnaar is gevraagd. Ik heb vorige week met de vertegenwoordiging van Syrië bij de VN gesproken. We hebben daar een bijeenkomst met ze georganiseerd, en met een aantal andere landen. Ik denk dat het in het contact ontzettend hielp dat de Syrische autoriteiten ontzettend graag samenwerking willen met Europa, vergelijkbaar met wat de Amerikanen doen, namelijk ontzettend bijdragen aan de wederopbouw van Syrië, om daar weer een stabiel land van te maken dat een stabiele rol kan krijgen in het Midden-Oosten. Daaraan gekoppeld zeggen ze: wij willen wederopbouw en de terugkeer van mensen naar Syrië heel graag hand in hand doen.
Dat zijn overigens precies dezelfde gesprekken als die met Duitsland, die mensen ook aanhaalden. Er is volgens mij wel een nuance. Syriërs uitten de wens dat 80% terugkwam en de reactie van Merz was: dat gaan we doen. Een paar dagen later erkende hij toch ook wel: we proberen het substantieel te doen. Het getal heeft het nieuws gehaald, maar daarna is er dus ook wel weer een nuance gekomen, omdat er ook in Duitsland op dit moment geen sprake is van gedwongen terugkeer, maar slechts van een enkele afspraak. Dan gaat het echt over een of twee mensen. Mevrouw Vondeling wees daarop, maar dat gaat dus echt om heel kleine aantallen. We gaan het gesprek met Syrië voortzetten en ook weer proberen om diplomatieke banden te organiseren waardoor je afspraken kunt maken om in te zetten op vrijwillige terugkeer.
Daarnaast zitten nu iets van 17.000 mensen in de asielprocedure. Die liggen wel voorop, want die hebben de procedure nog niet doorlopen. Daar ligt juridisch dus ook de maximale ruimte om, als volgens het landenbeleid een vergunning kan worden afgewezen, te werken aan terugkeer. Dat is dus de route die we allereerst nemen. Daarna komen, op een later moment, alle andere dingen in beeld.
Ik heb u ook uitgelegd wat het landenbeleid is. De heer Boomsma haalde dat ook aan. De inzet van het kabinet blijft, in lijn met de keuze van mijn voorganger, om over te gaan tot het herbeoordelen van al afgegeven verblijfsvergunningen zodra dat kan. Ik moet daarbij wel rekening houden met de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid, want aan de herbeoordeling van een verblijfsstatus worden andere juridische voorwaarden gesteld dan aan de beoordeling van een asielaanvraag. Dat blijkt uit artikel 11 en artikel 16 van de Kwalificatierichtlijn. Voordat in zijn algemeenheid tot herbeoordeling kan worden overgegaan, dient sprake te zijn van veranderende omstandigheden. Bij die veranderende omstandigheden wordt beoordeeld of deze een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter hebben om te concluderen dat de vreemdeling niet meer te vrezen heeft voor iets in het land waarnaartoe diegene kan worden teruggestuurd. Op basis van wat we nu aan landeninformatie hebben, heb ik u laten weten dat dit nog niet kan worden geconcludeerd als het gaat om herbeoordelingen. Dat is conform dezelfde artikelen als die ik net al aanhaalde. Ik heb u toegezegd dat u hierover later in het jaar een nieuw landenbericht ontvangt.
De heer Van Asten stelde een vraag over de "go and see"-regeling.
De voorzitter:
Er is eerst nog een vraag van de heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
De vraag is of er geen enorme discrepantie zit tussen het afwijzen van vergunningen. Er zit een spanning in, die ergens wrang is. Ik wil nader ingaan op de juridische mogelijkheden die er liggen. Inderdaad, het moet van niet-voorbijgaande aard zijn et cetera, maar hoe wordt dat dan in de huidige jurisprudentie ingevuld? Waar staat bijvoorbeeld dat dat, zoals in de stukken staat, pas weer in het vierde kwartaal aan de orde zou komen? Ondertussen verstrijkt de tijd. Waarom zou dat niet bijvoorbeeld al over twee maanden kunnen? Ik krijg dus graag iets meer duiding van waar precies de ruimte zit.
Minister Van den Brink:
Laat ik dat -- dat zeg ik voordat ik nu zelf de arresten ga aanhalen, die ik niet in mijn parate kennis heb, dus dan moeten ze me aangereikt worden -- juridisch verder uitwerken en in een brief aan u toelichten, zoals u zelf ook suggereerde. Over het ambtsbericht over het landenbeleid gaat het kabinet zelf, maar dat heeft gewoon een doorlooptijd. Zoals u in het landenbeleid dat gepubliceerd wordt ook ziet, worden er per regio analyses gemaakt van wat er aan gewelddadigheden heeft plaatsgevonden en of het incidenten waren of dat het bij herhaling gebeurde. Dat vergt dus gewoon echt een missie, in die zin dat er op allerlei manieren in die landen onderzocht moet worden wat er speelt. Dat is de reden dat het dus niet zomaar even op stel en sprong opnieuw kan, net zoals mijn ambtsvoorganger dat de vorige keer ook niet zomaar op stel en sprong opnieuw kon doen. Dat zal dus pas op zijn vroegst in Q4 kunnen.
De heer Van Asten vroeg nog naar de "go and see"-regeling. Daarover is eerder al discussie geweest. Laat ik het zo zeggen: het dilemma dat eruit voortkomt en de wens die erachter wegkomt, is natuurlijk of we mensen niet in de gelegenheid kunnen stellen om vrijwillig terug te keren. Maar het gaat wel om mensen die al een status hebben en die dus bescherming genieten omdat hun land onveilig is. Er zit dus iets dubbels in dat je teruggaat naar een land om te checken of je daar opnieuw een toekomst ziet terwijl je tegelijkertijd asielbescherming hebt die zegt dat je daar niet moet zijn omdat het onveilig is. Wij zetten eigenlijk volop in op vrijwillige terugkeer. Dat doen we via de Dienst Terugkeer en Vertrek. Als mensen de wens hebben om terug te keren of daarover nadenken, dan kan dat via de Dienst Terugkeer en Vertrek, die in contact staat met IOM, een organisatie die echt lokaal in Syrië goed zicht heeft op de omstandigheden. Het heeft dus mijn voorkeur om langs die lijn het beleid voor vrijwillige terugkeer vorm te geven.
De heer Van Asten (D66):
Ik denk dat die motie er juist op zag om daar een tussenvorm in te vinden en mensen toch te laten kijken, zeker in dit soort situaties. Voorheen was die situatie er in Bosnië, nu is die er wellicht in Syrië. Het gaat een stuk beter met het land. Sterker, wij denken er hier over na of je delen van het land weer veilig kunt verklaren voor echte terugkeer. Wellicht is een hele groep mensen wel degelijk geïnteresseerd om in de tussentijd terug te keren, maar wil die wel graag poolshoogte gaan nemen om te zien of daar nu alweer een toekomst ligt. Dat zou al een verlichting kunnen betekenen en kunnen helpen om mensen die daar nu al kansen zien, gelijk een goede start te laten maken. Ik snap dat het niet de gebruikelijke werkwijze is, maar zou het niet kunnen helpen in dit verband?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat de Dienst Terugkeer en Vertrek, in contact met IOM, daar de meest aangewezen route voor heeft. Anders zou het toch zo kunnen zijn dat iemand daarnaartoe gaat om voor zichzelf te beoordelen of diegene daar opnieuw een toekomst op kan bouwen, maar diegene ook kan besluiten om dat niet te doen, weer terug te komen en toch weer gewoon in Nederland te blijven, terwijl diegene tegelijkertijd aanspraak maakt op het asielrecht dat de bescherming biedt die er onvoldoende is op die plek. Dan kom ik een beetje terug bij het debat van net met de heer Boomsma over het punt dat de omstandigheden in het land nog niet van niet-voorbijgaande aard zijn. Door de "go and see"-regeling zou je eigenlijk zeggen: je kunt er eigenlijk wel gewoon naar terug, maar je kunt er ook voor kiezen om er niet naartoe te gaan. Ik zou dus willen vasthouden aan de route die we nu hebben met de Dienst Terugkeer en Vertrek, omdat je daarmee ook recht blijft doen aan de asielbescherming die je nu biedt.
De heer Van Asten (D66):
Nog een laatste maal, om het wellicht toch wat te verduidelijken. Ik snap dat zolang wij het landenbeleid hebben … Syrië is onveilig. Mensen die hier een aanvraag hebben ingediend of een status hebben gekregen, verdienen onze bescherming en blijven dus ook hier. Tegelijkertijd zien we het schuiven. Dat is natuurlijk precies de reden dat we die verandering aan het bespreken zijn. Het is niet dat mensen hun recht op bescherming verliezen met zo'n "go and see"-regeling. Ik zit dus even te kijken. Op het moment dat wij dit nu direct op het bordje van de Dienst Terugkeer leggen, ben je eigenlijk door het poortje heen van "deze mensen gaan terug; punt", terwijl dat natuurlijk niet de bedoeling is. Het is meer om te kijken, juist in deze tussenfase.
Minister Van den Brink:
Je kan met de Dienst Terugkeer en Vertrek natuurlijk ook het gesprek voeren om uit te zoeken welke omstandigheden daar zijn. Het is dus niet zo dat je, als je je bij de Dienst Terugkeer en Vertrek meldt, ook gelijk terug moet. Dit zijn mensen die een status hebben en die dus een vergunning hebben om in Nederland te blijven. Dat is veelal tijdelijk, maar er is natuurlijk ook een groep die een permanente vergunning heeft. De Dienst Terugkeer en Vertrek is in die zin een partner die met de IOM ter plekke voor je kan onderzoeken wat de mogelijkheden daarvoor zijn. Ik wil aan die route vasthouden, om niet af te doen aan de asielbescherming. Dat vind ik niet passend.
Ik had nog een vraag van de heer Boomsma over de taskforce terugkeer Syrië. Mijn inzet is erop gericht om die terugkeer, als dat kan, te versnellen en te intensiveren. Op dit moment doet de IND wekelijks bijna 200 Syrische zaken af. Dit zorgt reeds voor de benodigde uitstroom bij de IND en een grotere caseload bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ik verwees net al naar een gesprek van vorige week. De komende tijd zal samen met Buitenlandse Zaken en ook vanuit Europa de dialoog met Syrië worden voortgezet om de concrete mogelijkheden verder uit te werken. Al deze stappen gezamenlijk zien erop de gewenste toename in terugkeer te bewerkstelligen. Daarmee doe ik ook datgene waartoe de motie mij oproept. Ik zal u binnenkort over de volledige uitwerking van de motie informeren.
Ik denk dat ik daarmee ... Nee, sorry. Ik heb hier nog de vraag van de heer Van Dijk van de SGP over de Syrische christenen. Hij verwees ook naar rapportages daarover, maar uit ons meest recente ambtsbericht is niet gebleken dat christenen als groep in algemene zin een verhoogd risico lopen in Syrië. Gedurende de verslagperiode waren kerken geopend en konden christenen de christelijke feestdagen vieren. De christelijke leiders hadden over het algemeen ook goede relaties met de overgangsregering. Hoewel er natuurlijk wel een aantal incidenten met een mogelijk antichristelijke dimensie hebben plaatsgevonden, was er over het algemeen sprake van een vreedzaam samenleven tussen moslims en christenen in Syrië. Sinds het verschijnen van het ambtsbericht zijn er geen signalen bekend die op dit moment tot een wijziging van dat beleid zouden nopen. Dat is dus het bericht zoals wij dat hierover hebben.
Daarmee ben ik tot het einde gekomen van mijn beantwoording.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Heel kort, want deze informatie spoort in ieder geval niet met de berichten die wij krijgen van Open Doors. Ik wil de minister natuurlijk graag geloven, maar kan ik er in ieder geval van op aan dat de positie van die groep christenen ook in nieuwe opstellingen van het landenbeleid nog steeds serieus gemonitord wordt?
Minister Van den Brink:
Jazeker. Er is aandacht voor alle groepen die gevaar lopen. Er wordt gebruikgemaakt van openbare bronnen, dus er zal ook gebruikgemaakt kunnen worden van de informatie die u net aanhaalde.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik wil helemaal terug naar het begin, toen we het hadden over extreemrechtse groepen die betrokken zijn. Er komt een onderzoek aan van de AIVD. De minister ging er wat snel doorheen. Ik had de minister nog de vraag gesteld wanneer we dat onderzoek precies kunnen verwachten. Misschien kan hij ook iets meer vertellen over wat er nou precies wordt onderzocht en wat hij verwacht van het onderzoek. In ieder geval was mijn vraag wanneer we dat precies kunnen verwachten.
Minister Van den Brink:
De diensten hebben als taak om bij extremisme naar organisaties en personen te kijken. Dat is wat de diensten ook doen, maar de uitkomsten daarvan zijn natuurlijk onderdeel van die diensten en ook de verantwoordelijkheid van mijn collega, de minister van Binnenlandse Zaken, als verantwoordelijk bewindspersoon voor de AIVD. Alle signalen die er zijn, worden natuurlijk in die zin serieus genomen en onderzocht, maar ik kan nu niet iets toezeggen over welk onderzoek op welk moment plaatsvindt. We kennen deze signalen, die al eerder zijn gerapporteerd, natuurlijk ook uit de jaarverslagen van de AIVD, dus ik kan nu alleen naar die plek verwijzen.
De voorzitter:
Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik kijk even rond om te zien of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet bij elke fractie het geval. Dat kunnen wij in de operatie natuurlijk zo in uitvoering brengen. Maar ik zie ook dat er bij een aantal fracties wel behoefte is, dus dan doen we gewoon het rondje. Dan kunt u altijd nog gebruikmaken van een tweede termijn. We hebben nog wat tijd, maar we gaan er wel snel doorheen wat mij betreft. We starten de tweede termijn van de zijde van de Kamer; 1 minuut 40 max. Mevrouw Westerveld namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Ik zal het beknopt houden, voorzitter. Allereerst wil ik graag een tweeminutendebat aanvragen, en ook de minister bedanken voor de antwoorden. Ik wil ook nog iets zeggen over een aantal dingen die vandaag in het debat besproken zijn. Want als we kijken naar de uitnodiging, of eigenlijk de oproep, van de VNG om zo snel mogelijk met de VNG in gesprek te gaan -- het is goed dat dat gaat gebeuren -- dan geven ze daar aan dat het niet per se alleen over asiel gaat. Ze geven ook aan dat ze steeds meer zien dat er wordt geëscaleerd, dat ze tegen grenzen aan lopen, maar ook dat democratisch genomen besluiten steeds vaker worden ondermijnd door intimidatie, bedreiging, geweld en ontregeling. En ook daarin hebben wij met elkaar natuurlijk wel een belangrijke taak, om te zorgen dat we achter dat lokale gezag staan. En als ik in dit debat dan een aantal keer de suggestie hoor dat besluiten, bijvoorbeeld in Loosdrecht, niet op een democratische manier zijn genomen, dan wil ik wel benadrukken dat daar niet een burgemeester op eigen houtje heeft gehandeld, maar dat dit een besluit is waarvoor de gemeenteraad is geconsulteerd en waar daar gewoon een meerderheid voor is. Ik hoor van andere mensen dat ze er graag voor willen openstaan, dat ze hun gemeente graag willen openzetten om mensen die vluchten voor geweld op te vangen. Zij geven dan aan dat ze bijna geen protesten meer durven houden, omdat ze keihard worden geïntimideerd, omdat vrouwen dan horen dat ze maar zelf verkracht moeten worden. Met deze woorden! Natuurlijk begrijp ik dat je dan niet opstaat. Dus wij hebben ook de taak om te zorgen dat alle stemmen worden gehoord en dat we echt staan achter het lokale gezag, dat op een democratische manier besluiten neemt en ook luistert naar zorgen van mensen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Er is een veelheid aan onderwerpen. De ontwikkelingen tijdens het debat en het feit dat de VNG in gesprek wil gaan, roepen bij mij wel de vraag op wat daarvan dan de uitkomst wordt. Ik ga ervan uit dat de minister zo snel mogelijk deze week dat gesprek voert. Mijn vraag is dan deze. Er komt een tweeminutendebat aan. Dat kan dan denk ik een paar weken duren. Ik vraag hem of hij ons dan wel kan informeren door een brief met een toezegging van wat daaruit komt, en misschien ook met wat de maatregelen zijn en de stappen die de minister zet. Dus mijn vraag is of de minister dat kan toezeggen. Daarnaast heb ik alle antwoorden op mijn vragen gekregen, dus hier wil ik het even bij laten. Ik zal bij het tweeminutendebat wat richtinggevende voorstellen doen.
De voorzitter:
Dank u wel. Eén moment. Mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, sorry. Ik had dit eigenlijk al aan mevrouw Westerveld willen vragen, maar het ging me even te snel. En ook gezien het tweeminutendebat. Misschien kan het verzoek worden gedaan bij het inplannen van het tweeminutendebat en bij de regeling van werkzaamheden van dinsdag om dat zo snel mogelijk te doen, ook gezien de oproep van de VNG en de actualiteit, zodat dit, zoals de heer Ceder aangaf, inderdaad niet pas over een paar weken is. Ik denk dat de urgentie wel wat groter is. Dit is eigenlijk een suggestie aan mevrouw Westerveld, of iemand anders, om er nog even over na te denken om het volgende week te doen.
De voorzitter:
We kunnen dat verzoek, als de commissie dat wenst, sowieso doorgeleiden. Zullen we dat zo doen? Even kijken of iedereen dat ook zo vindt. Ja. Wij zullen dit met het besluit over het tweeminutendebat doorgeleiden.
Nu de heer Struijs, namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Even nog, heel kort, een verzoekje voor het tweeminutendebat, ook aan de collega's: dat daarbij ook de monitoring vanuit de politie wordt meegenomen van de ernstige incidenten rond asielzoekersprocedures en -locaties. Daar is een continu overzicht van. Misschien kunnen we dat clusteren om een geheel overzicht te krijgen. Ik weet alleen niet wanneer dat klaar is. Is het mogelijk dat u met uw collega contact kan hebben over of dat geclusterd kan worden, of op een later tijdstip kan worden gedeeld?
De voorzitter:
Nu mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik zal niet alles herhalen. Ik deel natuurlijk de mening van de collega's dat geweld absoluut niet mag, maar ik denk wel dat het heel belangrijk is dat wij hier als Kamer ook zeggen dat mensen het recht hebben om te demonstreren tegen de komst van een azc, en dat juridische mogelijkheden gewoon uitgeput mogen worden. De voormalige staatssecretaris Van der Burg heeft destijds bij de behandeling van die Spreidingswet gezegd dat gemeenten gewoon naar de bestuursrechter mogen stappen als er sprake is van indeplaatsstellingen. Dus die mogelijkheden zijn er. En we moeten denk ik ook niet doen alsof dat niet mag, of alsof dat in strijd is met de wet of de rechtsstaat. Daar wil ik het bij laten. Dank u wel.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag zou dan zijn: wie doet dan de suggestie dat dat niet mag? Volgens mij heeft iedereen hier in deze commissie aangegeven dat demonstreren altijd mag, en dat we alleen een grens trekken bij geweld. Dus laten we nou niet doen alsof iemand de suggestie zou doen dat we niet mogen demonstreren, want ik heb dat in ieder geval niemand horen zeggen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik wilde het gewoon benadrukken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Diederik van Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de gegeven antwoorden. Ik hoop in het bijzonder dat hij stevig werk maakt van het aanspreken van Griekenland en de door dat land gevolgde werkwijze met betrekking tot het doorlaten van Palestijnen richting Nederland.
Dank voor de opmerking over de vrijwilligersvergoeding als het gaat om de opvang van statushouders. Ik geloof heel erg in de goede wil van de minister om de instroom terug te dringen. Ik snap dat hij zegt: ik wil mij vooral niet schuldig maken aan valse beloften. Daar ben ik het mee eens. Tegelijkertijd is er wel al decennia sprake van dat een meerderheid van onze bevolking de instroom wil terugdringen; dat is de andere kant. Zolang de politiek niet levert, verdampt gewoon het vertrouwen in onze democratie. Dat zien we terug in een groot deel van Europa. Dat creëert een voedingsbodem voor een roep om een sterke man of sterke vrouw. Die kant moeten we bepaald niet op. Zet 'm dus op, minister!
De voorzitter:
Nou, wat een mooie aanmoedigingen. Mevrouw Straatman, gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Die was heel duidelijk. Ik denk dat heel duidelijk is dat de asielopgaven heel complex zijn en dat we daarom ook niet moeten doen alsof er simpele oplossingen zijn. Het is een taak voor ons als politici om niet te doen alsof die simpele oplossingen er wel zijn.
Voor het CDA zijn twee dingen belangrijk, namelijk dat de instroom naar beneden gaat -- ik hoor de minister zeggen dat hij daar, binnen wat er juridisch mogelijk is, maximaal op zal inzetten -- en dat we de opvang netjes en solidair inregelen voor alle gemeenten. Ik kijk naar de brief van de VNG, die zojuist binnenkomt. De boodschap is kraakhelder: gemeenten helpen het kabinet, dus laten we ervoor zorgen dat het kabinet en landelijke politici de gemeenten helpen en dat we schouder aan schouder met de gemeenten en de lokale bestuurders blijven staan. Daar zal het CDA altijd voor zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Asten ziet af van zijn termijn. De heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister. Er was nog één vraag blijven liggen. Die ging over het CATCH-systeem, de gegevensuitwisseling. Hoever zijn we met het repareren van die wet? Is het al mogelijk om de biometrische gegevens in de BVV uit te wisselen, om daar een zoekfunctie voor in te richten?
Tot slot over de gesprekken met Syrië. Ik zei: kijk of het onderdeel kan worden van de readmission agreements.
Over het landenbeleid: ik zag dat dat voor Eritrea is aangepast. Bij terugkeer civiele dienstplicht moeten vervullen is ook aangemerkt als ernstige schade. Dat betekent eigenlijk dat elke man die vlucht uit Eritrea, niet meer terug kan. Dat is wel een onwenselijke ontwikkeling, denken wij. Het is helemaal openbaar hoe dat is. Dat leidt tot de vraag: hoe zit het nou? Ik wil graag een overzicht van hoe het landenbeleid in andere landen in de EU wordt vormgegeven. Ik weet dat men daar minder openbaar maakt. Hoe verhoudt dit zich tot wat Nederland doet als basis voor de asielbeoordelingen?
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dank. Uiteraard dank ik de minister voor zijn beantwoording en dank ik ook zijn onvermoeibare ondersteuning. Ik dank de minister ook voor het prettige en menselijke antwoord ten aanzien van de Iraanse politieke vluchtelingen. Ik heb het over mensen die bijvoorbeeld met gevaar voor eigen leven gedemonstreerd hebben en nu hier zijn. Dat is voor hen een ingewikkelde situatie, maar ik proef dat daar oog voor is.
Ik wil de minister iets vragen over de triloog die nu loopt ten aanzien van de Terugkeerverordening. Ik begrijp hoe de triloog werkt, maar Nederland kan daar nog wel invloed op hebben. Cyprus is voorzitter. Die vraagt natuurlijk aan de leden van de Raad: wat vindt u? Alstublieft, onmiddellijke werking. Anders duurt het weer twee jaar voordat de Terugkeerverordening omgezet is in Nederlandse wetgeving. Overigens heeft de Terugkeerverordening een rechtstreekse werking. Mijn pleidooi zou zijn: alstublieft, laten we als Nederland nu de laatste strohalm pakken om dit snel voor elkaar te krijgen.
Tot slot, voorzitter. Ik maak mij wel zorgen over de nationale veiligheid. Wil de minister daar echt oog voor hebben als het gaat om potentiële terroristen die Nederland binnenkomen?
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wilde nog wat vragen stellen over plan B, maar ik zie daar nu even van af. Ik ga schriftelijke vervolgvragen stellen, ook om ervoor te zorgen dat we het debat qua tijd een beetje ordentelijk kunnen afsluiten.
Dank voor de antwoorden. Volgens mij was dit de snelste reactie ooit op een motie; ik heb het dan over laten weten hoe die wordt uitgevoerd. Dat komt door deze minister. Misschien kunnen we het uitzoeken, maar ik weet niet of er ooit een minister is geweest die sneller heeft gezegd hoe die een motie gaat uitvoeren dan deze minister. Dat wordt zeer gewaardeerd. Dan weten we tenminste snel wat er gaat gebeuren.
Ik ga het hierbij laten. Ik denk dat we een goed debat met elkaar hebben gevoerd en dat eigenlijk alles wat belangrijk is, ter tafel is gekomen. Dank aan allen.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Russcher ziet af van zijn termijn. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de Kamer. Ik kijk even naar de minister om te zien of hij gelijk door wil.
Minister Van den Brink:
Zeker.
De voorzitter:
De snelheid van werken vandaag …
Minister Van den Brink:
Hou ik graag vol.
De voorzitter:
… ziet er goed uit. Gaat uw gang.
Minister Van den Brink:
In de Eerste Kamer krijg ik er altijd klachten over dat ik te snel praat. Daar kreeg ik van de Voorzitter de vraag of ik rustiger wil praten. Dat was wel mijn eerste debat. Inmiddels valt dat hopelijk mee.
Verschillende partijen stelden vragen over de VNG. Het is altijd spannend als je tijdens een debat een nieuwsbericht binnenkrijgt. Ik weet dat er nu op de achtergrond contact is en dat het ingepland zal worden. Daar zal zeker uit volgen dat het kabinet, als dat gesprek geweest is, daar op een bepaalde manier over zal communiceren, ook naar de Kamer. Dat moet ik gewoon afstemmen met mijn collega's in het kabinet.
Ik ga even na wat de heer Struijs zei over de monitoring die in de maak zou zijn. Ik moet daar even over in gesprek met mijn collega's van JenV.
Ik loop even de woordvoerders af. Mevrouw Vondeling benoemt een feitelijke constatering over bestuursrecht in relatie tot de Spreidingswet. Daar is gewoon ruimte voor. Laat ik een beetje "touché" doen: tegelijkertijd is het een erkenning van het feit dat we een wet hebben waaraan gemeenten dienen te voldoen als daar gebruik van wordt gemaakt. Ze kunnen daar zeker het bestuursrecht voor aanspreken, en dat gebeurt ook, maar dan wel vanuit het vertrekpunt dat dat de wet is die we uitvoeren.
Ik deel heel erg wat de heer Van Dijk van de SGP zegt. Het migratiedebat is al lange tijd gaande in Nederland. Dat maakt dat er absoluut resultaten nodig zijn om draagvlak te behouden. Tegelijkertijd hoor ik daarin ook de echo van mijn eigen woorden: met valse beloften kun je het draagvlak ook kapotmaken. Ik heb het over het ene niet doen en het andere wel bereiken. Dat is de opgave, denk ik.
Mevrouw Straatman benoemde het belang van instroom en opvang.
De heer Boomsma herinnert mij aan CATCH. Dat is een debat met een best wel lang verleden en best veel ingewikkeldheden met betrekking tot de grondslagen. Ik heb bij de wet over biometrie in de Eerste Kamer uitgelegd welke voorziening we daar nu voor op het oog hebben. Tegelijkertijd zie je in de uitvoering dat er nieuwe juridische vragen op ons pad komen. We zijn ermee bezig, maar ik denk dat ik u binnenkort ga informeren over waar ik nu weer tegenaan ben gelopen. Het wordt dus vervolgd.
U benoemde het landenbeleid. De IND moet gewoon op basis van gegevens uit de landen het landenbeleid toepassen. Dat is de enige manier waarop we dit kunnen laten functioneren voor de IND. Dat geldt ook voor de situatie van Eritrea. U zegt: "Maar hoe zit dat dan? Het is namelijk openbare informatie." We hebben die discussie ook in het verleden gehad. Ik weet nog dat ik daar met de heer Brekelmans allemaal moties over heb ingediend. De vraag is in hoeverre we dat helemaal aan het zicht zouden kunnen onttrekken. Daar is het bestuursrecht in Nederland niet op ingericht. Maar dat is wel aanleiding geweest om allerlei zaken rondom werkinstructies en informatie die benut zou kunnen worden, daaruit weg te halen. Er is dus wel al een enorme slag gemaakt bij de IND om informatie die niet openbaar moet zijn, te verwijderen.
De heer Ellian benoemde de terugkeer naar de triloog. Ik bevind mij tussen allerlei lidstaten in, als een van de lidstaten die zo snel mogelijk willen. Er wordt nu gesproken over onder welke voorwaarden onmiddellijke werking kan. Ik moet wel benoemen dat het nog weleens juridisch geharrewar kan worden bij rechtbanken als een onmiddellijke werking vanuit de verordening direct doorwerkt en we ook nog onze eigen terugkeerprocedures in Nederland hebben. Dat willen we ook niet. We zoeken naar de snelst mogelijk inwerkingtreding. Dat is absoluut mijn opgave.
De heer Ellian herhaalde zijn pleidooi over aandacht voor de nationale veiligheid. Die deel ik heel erg. Ik ga er even opnieuw in duiken, ook rondom de Screeningsverordening die we nu hebben voor het pact. Ik bedoel dat ik het kussen even opschud. Dan weet ik dat de dingen die u belangrijk vindt en die eerder in de rapporten stonden, zo meteen wel in het pact en de uitvoering ter hand worden genomen.
Ik dank mevrouw Van der Plas voor de bokaal van deze dag. Ik kan niet beloven dat het elke keer op deze manier gaat, maar voor vandaag was het een mooi resultaat.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. U krijgt nog een schriftelijke vraag van mevrouw Van der Plas nagestuurd.
Minister Van den Brink:
Ja, dat is nog wel een suspense.
De voorzitter:
Die ziet u vanzelf verschijnen. Dank voor de snelle beantwoording in tweede termijn. We hebben toch bijna 21.45 uur gehaald. Er rest ons eigenlijk alleen nog de administratie van dit debat rond te maken, en dat gaan we nu doen. Ik heb het over de toezeggingen. Allereerst vermeld ik dat het lid Westerveld van GroenLinks-Partij van de Arbeid een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Daarbij geven wij de wens van de commissie door om dat zo snel mogelijk in te plannen.
Dan de toezeggingen:
- De minister neemt in de eerstvolgende voortgangsbrief over het Migratiepact de stand van zaken van de capaciteit van de juridische counseling bij de IND mee.
- De minister stuurt binnen drie weken het plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstanden en het verkorten van doorlooptijden bij de IND naar de Kamer, met verwijzing naar de motie-Westerveld/Ceder.
- De minister verstuurt een brief naar de Kamer met daarin een terugkoppeling van de gesprekken met de Griekse autoriteiten.
De vraag is wanneer.
Minister Van den Brink:
Daar heb ik nog geen datum voor, maar laten we zeggen: voor de zomer.
De voorzitter:
Dan noteren we dat: voor de zomer, voor het zomerreces.
- De minister van Werk en Participatie stuurt voor de zomer een plan naar de Kamer voor het beter naar werk begeleiden van asielzoekers en statushouders.
Dat is eigenlijk geen toezegging van deze minister, maar meer een constatering.
Minister Van den Brink:
Ik doe ook altijd toezeggingen namens mijn collega's.
De voorzitter:
Toen ik het oplas, dacht ik: dit is heel makkelijk. Maar dit is wel gezegd.
- De minister stuurt binnen een paar weken een brief naar de Kamer over de uitwerking van een aantal moties, waaronder de motie van het lid Westerveld over kinderen in noodopvanglocaties en de motie van het lid Boomsma over de taskforce terugkeer Syriërs.
- De minister stuurt aankomende week een brief naar de Kamer over de glijdende schaal, over hoe verschillende veroordelingen meewegen in een asielaanvraag. Dat was volgens mij een toezegging aan de heer Diederik van Dijk.
- De minister stuurt een brief met een juridische uiteenzetting over de herbeoordeling van Syrische asielaanvragen aan de Kamer.
Minister Van den Brink:
Dat heb ik mezelf niet horen zeggen, maar als u het opgeschreven heeft, heb ik het schijnbaar … O, over het verschil met betrekking tot de juridische herbeoordeling in het arrest en de Kwalificatieverordening? Ja, dat wel.
De voorzitter:
Binnen welke termijn kunt u dat opleveren?
Minister Van den Brink:
Ik ga even overleggen of dat in de Clingendaelbrief kan. Nu zeg ik, denk ik, dingen waar mensen achter mij niet blij van worden. Die brief gaat over het hele internationale gebied. Anders wordt het een andere brief. Het kan op hele korte termijn en anders duurt het iets langer.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Boomsma. Volgens mij kan dat rekenen op instemming.
Dan de laatste toezegging:
- De minister stuurt een brief met de uitkomsten van de gesprekken met de VNG.
Verschillende leden vroegen daarnaar. Kunt u een termijn noemen? Wanneer gaat u in gesprek met de VNG?
Minister Van den Brink:
Nee. Het is lopende de vergadering binnengekomen.
De voorzitter:
Ja, precies. Heeft u daar een ambitie op?
Minister Van den Brink:
Ja, asap. Maar ik denk dat er een aantal kabinetsleden bij worden betrokken, dus daar ben ik echt van afhankelijk.
De voorzitter:
Oké, maar deze toezegging staat in ieder geval. U kunt reclameren als het te lang duurt. Zullen we het dan maar zo afspreken? Ja.
Dan hebben we volgens mij de toezeggingen gehad. Ik kijk even rond. Ja, dat is het geval. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat. Ik ga allereerst de mensen die dit debat op de publieke tribune of op afstand hebben gevolgd, danken voor hun belangstelling. Dank aan de minister en zijn ondersteuning, zijn ambtenaren, voor dit debat. Dank aan alle leden. We hebben dit debat in korte tijd gepropt, met alle onderwerpen en het aantal leden dat we vandaag hadden. Dank voor uw medewerking. Ik wil ook de ondersteuning vandaag hartelijk danken voor het mogelijk maken van dit debat.
Ik sluit het debat. Dank u wel.
Sluiting 21.51 uur.