Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 mei 2026, over NAVO Foreign Ministers Meeting
NAVO
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D24328, datum: 2026-07-14, bijgewerkt: 2026-07-14 16:13, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (PRO)
- Mede ondertekenaar: A.W. Westerhoff, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 28676 -566 NAVO.
Onderdeel van zaak 2026Z16233:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-05-19 17:00: NAVO Foreign Ministers Meeting (Commissiedebat), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 14 juli 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 19 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over:
- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 mei 2026 inzake geannoteerde agenda NAVO Foreign Ministers Meeting van 21 en 22 mei 2026 (Kamerstuk 28676, nr. 558).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De griffier van de commissie,
Westerhoff
Voorzitter: Stoffer
Griffier: Muller
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Hoogeveen, Van Lanschot, Maes, Piri, Stoffer, Struijs en Van der Werf,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken.
Aanvang 17.00 uur.
De voorzitter:
Het is 17.00 uur. Wij zijn bijeen met de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken voor het commissiedebat over de meeting in de NAVO van de ministers van Buitenlandse Zaken. Ik heet in eerste instantie de Kamerleden welkom. Ik zal niet iedereen bij naam noemen, maar u bent uiteraard van harte welkom. De minister en degenen die hem ondersteunen in zijn taak, van harte welkom. Het is niet heel druk, maar ook de pers en de mensen op de publieke tribune, van harte welkom. Misschien zitten er heel veel mensen mee te kijken. Dat zou kunnen.
Als ik het goed heb, hebben wij vier minuten spreektijd. Daar heeft u zich allemaal op voorbereid, denk ik. Ik zou voor willen stellen dat we in eerste instantie vier interrupties doen. Mocht het verder niet al te druk worden en is er een extra vraag, dan zal ik wat soepel zijn. Daar kunnen we elkaar ook in vinden, denk ik. Ik zie niemand heel boos kijken, dus volgens mij moet dat lukken.
Dan geef ik in eerste instantie de heer Maes het woord. Gaat uw gang.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter, ik ben de heer Van Lanschot. Het is wat verwarrend met mevrouw Maes.
De voorzitter:
Excuus, excuus! Ja. Ik zal niet vertellen waarom ik dit nu heb … Daar zit een hele gedachtegang achter. De heer Van Lanschot, ja. U heeft gelijk.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Fijn dat u als voorzitter wil optreden vandaag. Bij voorbaat excuses aan de collega's. Ik heb een privéafspraak waardoor ik zo meteen eerder weg moet. Daarom ben ik ook snel hier vooraan gaan zitten.
Voorzitter. De wereld is onveiliger geworden. Rusland voert al meer dan vier jaar een brute oorlog tegen Oekraïne. En Oekraïne verdedigt niet alleen zichzelf. Oekraïne verdedigt ook de veiligheid van Europa. Daarom moet onze steun blijven staan. Kan de minister aangeven hoe Nederland in de NAVO-Oekraïne-raad gaat aandringen op meer en snellere levering van kritieke luchtverdediging?
Voorzitter. Dan de Europese pijler binnen de NAVO. Daar is het CDA tijdens de Defensiebegroting nadrukkelijk over begonnen. Toen vroegen wij om een duidelijke Nederlandse positie. Een Europese pijler betekent dat Europa binnen de NAVO meer verantwoordelijkheid neemt voor de verdediging van het eigen continent, niet als alternatief voor de NAVO, maar wel als serieuze versterking daarvan. De VS vragen al langer dat Europa meer doet. Die vraag is terecht. Wij kunnen niet blijven leunen op Amerikaanse capaciteit. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: volledige onafhankelijkheid van de VS is niet morgen geregeld. Daarom vraagt het CDA om zowel realisme als tempo. Van welke taken wil Nederland dat Europa ze de komende jaren van de VS kan overnemen? Welke kritieke capaciteiten moeten wat het kabinet betreft in 2030 Europees beschikbaar zijn? Het CDA verwacht dat het kabinet op dit thema niet gaat wachten op het initiatief van anderen, maar zelf een leidende rol neemt.
Het gerenommeerde Kiel Institute bracht begin deze maand een rapport uit waarin geconcludeerd werd dat Europese defensieautonomie binnen tien jaar technologisch en financieel haalbaar is als het geld niet alleen effectiever wordt besteed, maar ook wordt uitgegeven om op tien terreinen de kloof met de VS te dichten. Dat gaat onder andere om een Europees Command and Controlsysteem, uitgebreidere luchtverdediging en de capaciteit om waardevolle strategische doelen diep in vijandelijk gebied met precisie te raken. Is de minister bereid om tijdens het NAVO-overleg te pleiten voor verdere uitwerking van plannen voor Europese defensieautonomie, bijvoorbeeld aan de hand van de tien strategische terreinen die door het Kiel Institute genoemd zijn, om daarmee serieuze stappen te kunnen zetten richting een Europese pijler binnen de NAVO?
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, meneer Van Lanschot, heeft u een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik vind de discussie omtrent die Europese pijler binnen de NAVO altijd interessant, vooral omdat ik nooit echt een idee heb van wat daar nou precies mee bedoeld wordt. Er was onlangs een interessante discussie in het Europarlement met SecGen Rutte, waar hij ook zei: "Wat bedoelen jullie nou met die 'Europese pijler'? Is dat dat je veel meer onder een EU-vlag gaat doen of houdt het echt in dat je meer gaat inzetten op een betere division of labour binnen de NAVO en dat je dus meer verantwoordelijkheid geeft aan Europese lidstaten?" Kan de heer Van Lanschot benadrukken wat hij nou bedoelt met die Europese pijler? Wordt dat dan ook een verantwoordelijkheid van de EU of worden daar individuele Europese lidstaten mee bedoeld?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank voor deze interruptie. Wij bedoelen daarmee dat de Europese deelnemers aan de NAVO bijvoorbeeld een grotere verantwoordelijkheid nemen in de commandorollen binnen de NAVO. Vrij recent, begin dit jaar, zijn al enkele van die rollen van Amerikanen naar Europeanen overgedragen. Dat zou je meer kunnen doen. Het gaat ook over bepaalde capaciteiten op inlichtingengebied of raketten die in de diepte kunnen raken. Het gaat erom dat je die zelfstandig hebt als Europese partners van de NAVO en dat je daarvoor niet afhankelijk bent van de VS.
De voorzitter:
Ik zie dat dat geen vervolgvraag oproept van de heer Hoogeveen. Toch wel. Gaat uw gang.
De heer Hoogeveen (JA21):
Maar is dat dan Europees of is dat EU? Dat was eigenlijk de kern van mijn vraag. Waar ziet het CDA binnen de NAVO een rol weggelegd voor de EU en waar voor de Europese lidstaten?
De heer Van Lanschot (CDA):
Met een Europese pijler binnen de NAVO bedoelen wij dat de Europese landen die lid zijn van de NAVO meer verantwoordelijkheid nemen binnen de NAVO. We doelen dus niet op landen die in de EU zitten, maar die geen lid zijn van de NAVO. Dat zou vreemd zijn.
Voorzitter, dan …
De voorzitter:
Ik kijk even of dat voldoende is. Ja? Er zijn geen verdere interrupties. Dan mag u door met uw tekst.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Ik had geen zin in interrupties, dus ik dacht … Nee, hoor, grapje.
Voorzitter, ik ga afronden. Dat we als Europa geen tijd te verspillen hebben, blijkt wel uit de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie, waar we morgen over praten. Dat blijkt ook uit het voornemen van de VS om militairen uit Duitsland te verplaatsen en het niet leveren van de door president Biden beloofde langeafstandswapens ter afschrikking richting Rusland. Kan de minister aangeven wat hiervan volgens hem de gevolgen voor Europa zijn en wat we zouden moeten doen?
Voorzitter. Voordat ik afrond, heb ik nog één vraag. Die gaat over de militaire infrastructuur voor Host Nation Support. Er zijn 500 hotspots aangewezen door de NAVO. Hoe sorteren we daarop voor als Nederland en in de EU, zodat we die zo slim mogelijk kunnen inzetten, ook in relatie tot de knelpunten in de civiele infrastructuur? We willen ervoor zorgen dat dat geld ook echt in het MFK beschikbaar komt.
Voorzitter, ik rond af. De wereld is onveiliger geworden. Oude zekerheden verdwijnen, dus we moeten een Europese pijler binnen de NAVO van papier naar de praktijk brengen. We moeten niet alleen praten over verantwoordelijkheid, maar ook daadwerkelijk leveren. Het CDA zal het kabinet daarop blijven aanspreken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen verdere interrupties. We gaan door met de bijdrage van de heer Struijs.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ook dank voor het voorzitterschap.
Voorzitter. Ik begin toch maar met een open deur, want het is belangrijk om dit uit te spreken: 50PLUS blijft de bbp-norm van 5% volledig steunen. Je kunt dat niet genoeg zeggen. Daar zit een vraag aan gekoppeld die ik elke keer herhaal. Tijdens de NAVO-top in Den Haag vorig jaar deden niet alle bondgenoten van harte mee. Spanje is daar een voorbeeld van. Verwacht de minister dat alle andere NAVO-lidstaten wel goed gaan meedoen? Heeft hij al signalen gekregen dat het enthousiasme is toegenomen, hoe raar dat ook klinkt in deze oorlogssituatie?
Ik zoom even in op Oekraïne, met uw welbevinden, voorzitter. Dit is ook een open deur, maar laten we toch nog maar een keer benoemen dat Oekraïne ook strijdt voor een veilig Europa. Wij zullen te allen tijde steun blijven geven, maar dat is geen vrijbrief, want we zijn wel kritisch op een paar dingen. De Russen testen de beveiliging van het NAVO-gebied doorlopend. Dat zien we aan allerlei drone-incidenten. Verwacht de minister dat de Balten tijdens de FMM om extra steun zullen vragen? Zo ja, hebben we dan een plan om snel te kunnen reageren op zo'n verzoek? Wij krijgen signalen uit de Baltische staten dat de behoefte aan meer steun uit Europa erg groot is. Hoe zitten de minister en de regering hierin?
Dan het incident rond Wit-Rusland. We hebben wat briefings gehad. Ik zal het bij het openbare gedeelte houden. Dat land blijft zijn grenzen met Oekraïne verder militariseren en zal zich volgens Oekraïne wellicht openstellen voor aanvallen op Oekraïne en mogelijk zelfs op NAVO-grondgebied. Dat is een verontrustende ontwikkeling. Deelt de minister dit en is de minister van plan om deze dreiging aan de orde te stellen in de FMM?
Oekraïne helpt de VS en diens bondgenoten in het Midden-Oosten met superieure kennis over dronebestrijding. Dat is een hele unieke situatie. Ook mijn technici zeggen dat ze daar erg van onder de indruk zijn. Wil de minister tijdens de FMM kijken hoe deze kennis en technologie ook ten goede kunnen komen aan de andere NAVO-bondgenoten van Oekraïne, zoals Nederland? Zijn daar plannen voor? Onze hooggespecialiseerde militairen zijn daar erg van onder de indruk. Ik heb begrepen dat ze hier enorm voor openstaan.
Ik wil het toch nog even hebben over het conflict in de Straat van Hormuz. Dat zorgt natuurlijk voor hogere energieprijzen en dat houdt ons allemaal bezig. Dat raakt ook de ouderen; laat ik dat hier nog maar een keer benadrukken. Nu dreigt Iran met tol heffen, internetkabels aanvallen en noem allemaal maar op. Nog zorgwekkender is dat we zien dat dit een escalatie in het gebied geeft, zelfs vanuit Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, die nu dreigen aan de oorlog mee te doen. Hoe staat Nederland hierin? Nederland heeft zich eerder bereid verklaard om bij te dragen aan de missie om een vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te garanderen. Wat is de actuele stand van zaken volgens de minister? Wat wordt zijn bijdrage in de FMM? Heeft de minister overwogen om tijdens de FMM te bespreken of zo'n missie ook onderzeese kabels gaat beschermen? Er is hier ook een en ander aan de hand bij de Noordzee. We moeten ook onze capaciteiten verdelen.
Dit waren mijn vragen en mijn bijdrage. Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen vragen. Dan gaan we nu naar -- nu zal ik het goed zeggen -- mevrouw Maes.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Dank dat u het voorzitterschap op zich genomen heeft. Ik hoorde de heer Struijs. Volgens mij kan de minister straks een aantal vragen gecombineerd beantwoorden, want ik heb een aantal vragen die de heer Struijs ook al had.
Mijn verhaal, voorzitter. Vorige week werd Oekraïne geconfronteerd met een van de meest verwoestende Russische aanvallen sinds het begin van de oorlog. Meer dan 1.500 drones en 56 raketten troffen huizen en scholen, met tientallen slachtoffers tot gevolg, waaronder onschuldige kinderen. Hoewel de rook van die specifieke nacht inmiddels is opgetrokken, blijft de bittere realiteit staan: dit is het Russische antwoord op elke roep om een bestand. Laten we daarom stoppen met de vraag waar het obstakel voor diplomatie ligt, want dat is overduidelijk in Moskou. Deze aanhoudende terreur bewijst dat onze steun aan Kyiv geen vrijblijvende gunst is, maar een fundamentele investering in onze eigen veiligheid en de Europese stabiliteit.
Richting de ministeriële bijeenkomst durft de VVD wel te zeggen dat Kyiv geen behoefte heeft aan ad-hoctoezeggingen die afhangen van de politieke waan van de dag. Het heeft behoefte aan voorspelbaarheid. Alleen met een structureel meerjarig commitment kan Oekraïne de noodzakelijke langetermijnplanning maken die vereist is om deze oorlog te gaan winnen. Het is daarom essentieel dat alle bondgenoten deze harde realiteit onder ogen zien en hun toezeggingen opschroeven, conform de afspraken die hier in Den Haag over zijn gemaakt. Nederland doet dit specifiek voor Oekraïne, want daaraan hebben wij een totale bijdrage van 1,22% van ons bbp in 2021 geleverd. Dat is het totaal van de afgelopen jaren. We hebben een forse bijdrage geleverd en op deze manier onze verantwoordelijkheid genomen. We zien dat die bereidheid bij andere NAVO-partners wat achterblijft, zoals ook de heer Struijs benoemde. Het contrast tussen de bondgenoten is wat dat betreft pijnlijk zichtbaar. Terwijl frontlinielanden als Estland enorme offers brengen, blijven grote landen als Spanje en Frankrijk achter. Mijn vraag is dan ook: is de minister bereid om deze landen in Helsingborg aan te spreken op deze discrepantie en hen te vragen om bij te dragen aan bijvoorbeeld een collectieve standaard van 0,25% van het bbp, specifiek voor Oekraïne? Zo groeit de jaarlijkse geldstroom in één klap naar ruim 140 miljard dollar.
Voorzitter. Dan de defensie-industrie. In de geannoteerde agenda lees ik dat de minister wil aandringen op het opschalen van de productiecapaciteit binnen het bondgenootschap. Dat is een mooi streven. Een weerbaarder Europa vraagt inderdaad om een industrie die op volle toeren draait, maar dat vereist dat dit kabinet ook de hand in eigen boezem steekt. Kan de minister inzichtelijk maken hoe het kabinet naleving geeft aan de afspraak uit het regeerakkoord om vaker over te gaan tot voorfinanciering? Dat is in onze ogen cruciaal om onze defensieondernemers de zekerheid te bieden die nodig is voor grootschalige investeringen. De Europese Defensieomnibus kan in dat kader heel belangrijk zijn. Het is een goede stap, maar de VVD vraagt zich af of deze voldoende ruimte biedt. Gaat dit daadwerkelijk volstaan om de productiecapaciteit fundamenteel te vergroten of is er meer nodig om de industrie echt op oorlogssterkte te krijgen? Hoe kijkt de minister hiernaar? En aansluitend: welke kansen ziet hij om ook nationaal de regeldruk voor defensiebedrijven te verlagen?
De VVD vindt het van belang om tegelijkertijd slimmer gebruik te maken van de productiecapaciteit in Oekraïne zelf. Terwijl hun industrie explosief is gegroeid, staat er door het gebrek aan middelen nog voor 30 miljard dollar aan capaciteit stil. Er is capaciteit over die ingezet kan worden voor andere landen. We hoorden ook al het Midden-Oosten, maar wij denken aan … Ik denk dat mijn tijd aan het opraken is. Nee, gaat het nog? Oké. Wij denken eraan om ook te kijken of je slim kunt inkopen, zodat wij onze capaciteit ophogen, ook ten gunste van de economie van Oekraïne. Dat is denk ik in ieders voordeel. Is de minister voornemens deze Oekraïense kracht te gaan benutten om onze eigen tekorten sneller aan te vullen?
Tot slot, voorzitter. Onze verantwoordelijkheid stopt niet bij de grenzen van dit continent. De vrije doorvaart in de Straat van Hormuz is een cruciale levensader voor onze economie en onze nationale veiligheid. Nederland mag niet passief toekijken terwijl deze vitale handelsroutes worden bedreigd. Kan de minister toelichten welke concrete voortgang er is geboekt binnen de Hormuzcoalitie? Ik ben ook benieuwd of er al plannen zijn om te kijken wat Nederland zou kunnen bijdragen als er inderdaad een staakt-het-vuren is dat standhoudt. Ik kan me voorstellen dat die vraag iets te vroeg komt, maar mocht de minister daar iets over kunnen zeggen, dan is dat zeer welkom.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Dan gaan we naar mevrouw Van der Werf luisteren.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen woensdag werd Nina Litvinova, politiek dissident, dood aangetroffen in Moskou. Op 80-jarige leeftijd verkoos zij de dood boven leven onder Poetins verstikkende regime. Die keuze werd Viktoria Rosjtsjyna niet gegund. De Oekraïense journaliste werd in Russische gevangenschap geëlektrocuteerd, in haar organen gestoken en volgepompt met drugs, tot zij na maandenlange marteling letterlijk werd verstikt door Poetins regime. Dat is de wereld van Vladimir Poetin. Die houdt wat hem betreft niet op in Oekraïne.
Voorzitter. De NAVO is nog altijd onze beste garantie tegen die wereld. Daarom moeten we scherp bewaken wat de NAVO is: een bondgenootschap ter collectieve verdediging, afschrikking en bescherming van ons verdragsgebied. De NAVO is een schild en geen zwaard. Wie artikel 5 serieus neemt, moet dus ook de defensieve aard en de geografische begrenzing daarvan serieus nemen.
Vanuit die verantwoordelijkheid kijken wij ook naar de grootste dreiging: Russische agressie. Dat is wat ons betreft de hoofdinzet in Ankara. Dat begint bij steun aan Oekraïne. De grootschalige luchtaanvallen van vorige week tonen opnieuw dat Rusland niet geïnteresseerd is in vrede. Oekraïne heeft dus meer luchtverdediging nodig, en niet minder. Dat gaat niet alleen om drones, die ze zelf uitstekend kunnen produceren, maar ook om grootschalige luchtafweer. Door Trumps mislukte avontuur in Iran lijkt de toestroom daarvan echter op te drogen. De VS hebben de helft van hun Patriots verschoten en de Golfstaten lijken voorrang te krijgen bij nieuwe leveringen. Kan Oekraïne nog rekenen op de onder PURL toegezegde systemen? Wat is de laatste stand van zaken hierop, vraag ik de minister. Vallen daar in Ankara harde afspraken over te maken? Hoe zorgen we er anders voor dat we versneld overstappen op Europese alternatieven, zoals SAMP/T, waar de Kamer zich recent in brede meerderheid voor heeft uitgesproken? Graag een reactie van de minister op dit punt.
Zoals Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor Oekraïne, moeten we dat ook doen binnen de NAVO, maar de burden shift, zoals dit heet, moet ordentelijk verlopen. Het kan niet zo zijn dat de VS zich naar eigen wil terugtrekken en dat Europa vervolgens de scherven mag oprapen. De acute terugtrekking die we afgelopen weken in Duitsland en Polen zagen, getuigt, zacht uitgedrukt, niet van goed bondgenootschap. Wat is de Nederlandse inzet voor afspraken over die overdracht, vraag ik de minister. Hoe voorkomen we dat Europa straks meer doet en meer betaalt, maar alsnog afhankelijk blijft?
De Amerikanen waarschuwen ons: reken niet op Patriotleveringen. Amerikaanse bedrijven kunnen niet tegen de huidige tekorten op produceren. Wij zijn nu eenmaal achter in de rij gezet. De conclusie is dus helder: Europa moet versneld bouwen aan de eigen defensie-industrie. Wat gisteren strategisch beleid was, is vandaag acute noodzaak. We gaan meer betalen en dus meer verantwoordelijkheid dragen, maar dan moeten we dat geld ook hier willen uitgeven, aan Europese bedrijven, fabrieken en werknemers. Hoewel het Pentagon leveringsproblemen erkent, lobbyt het wel actief tegen de Europese defensie-industriële initiatieven. Dat is ongekend. Plat Amerikaans gezegd: they can't have it both ways. Wat D66 betreft is dit ook onderwerp van gesprek op die top. Ziet de minister kansen om met de VS en de EU afspraken te maken over de ruimte om Europees defensiegeld daadwerkelijk in Europa te besteden?
Voorzitter. Zo kom ik weer terug bij Oekraïne: niet als ontvanger van steun, maar als serieuze militaire innovatiemacht. Terwijl de VS langeafstandsraketten uit Europa terugtrekken, bepalen Oekraïense drones of er in Moskou überhaupt nog een militaire parade kan plaatsvinden. We moeten dus niet alleen geld overmaken, maar samen produceren. Ziet de minister kansen om in te zetten op licentiedeling tussen Oekraïense, Amerikaanse en Europese defensiebedrijven? Onze industriële volwassenwording gaat hand in hand met Oekraïne als een serieuze militaire partner.
Voorzitter. Tot slot een vraag van hele andere orde. Zr.Ms. De Ruyter is momenteel in Indonesië. Mijn fractie zou graag zien dat het fregat, net als twee jaar geleden, de Straat van Taiwan doorvaart. Ik hoop dat de minister zich daarvoor wil inzetten.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond; ik zie wederom geen interrupties. Dan gaan we luisteren naar de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank. Donderdag en vrijdag verzamelen de buitenlandministers van de NAVO zich in Zweden. Er wordt vergaderd ter voorbereiding op de NAVO-top in juli in Ankara. Dat is nodig, want het is een roerig jaar geweest voor het bondgenootschap. Hoewel het financiële commitment van de NAVO-lidstaten dankzij president Trump sterker is dan ooit, hebben zijn uitspraken over Canada, en daarna over Groenland, het bondgenootschap absoluut geen goed gedaan.
Tegelijkertijd heeft ook de reactie van sommige Europese landen allerminst geholpen. We zijn nu op het punt gekomen dat landen binnen hetzelfde militaire bondgenootschap voor elkaar de toegang tot bases en het luchtruim en het verkrijgen van landingsrechten bemoeilijken. Als premier Sánchez van Spanje tussen het legaliseren van honderdduizenden illegalen en corruptieschandalen in de familiesfeer door tijd vindt om twee grote Amerikaanse bases het werk onmogelijk te maken, zijn we ver van huis. Wat mijn fractie dan temeer teleurstelt, is dat er in dit huis geen meerderheid was om in NAVO-verband actief het belang van solidariteit en wederkerigheid te benadrukken. Dat was namelijk precies waar onze motie om vroeg. Welk signaal zenden we daarmee naar Washington?
Voorzitter. Vandaag de dag nemen de Verenigde Staten nog altijd veruit het grootste deel van de defensie-uitgaven van de NAVO voor hun rekening. Europa geniet niet alleen van de Amerikaanse nucleaire paraplu, maar ook van Amerikaanse conventionele slagkracht, luchttransport, satellietcapaciteit, inlichtingen, raketverdediging, commandostructuren en natuurlijk de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Europa. Zonder de Amerikaanse capaciteiten is de Europese afschrikking binnen de NAVO simpelweg nog niet geloofwaardig genoeg. Juist daarom was de historische NAVO-top in Den Haag vorig jaar zo belangrijk. Europese bondgenoten en Canada hebben in 2025 gezamenlijk bijna 100 miljard dollar extra aan defensie uitgegeven. Dat laat zien dat Europese landen eindelijk meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid.
Voorzitter. Richting Ankara is nu de vraag: wie levert er -- de heer Struijs refereerde daar ook al aan -- en wie probeert de afspraken alweer af te zwakken? Want het was wederom Spanje dat zich rond de top al direct onder die nieuwe norm probeerde uit te manoeuvreren. Dat soort uitzonderingspolitiek is precies wat de NAVO in deze tijden niet kan gebruiken. Ik heb daarom de volgende vragen aan de minister. Hoe gaat hij in Zweden het belang van solidariteit en wederkerigheid binnen het bondgenootschap benadrukken? Erkent het kabinet dat juist deze wederkerigheid essentieel is voor het voortbestaan van de NAVO? Hoe ziet de minister de toekomst van het bondgenootschap voor zich wanneer Europese landen wel bescherming verwachten, maar terughoudend blijven in het nemen van hun eigen verantwoordelijkheden?
Voorzitter. Dan de zogenaamde Groenlandrel van eerder dit jaar. We zagen toen, met name vanuit Europa, veel verontwaardiging en grote woorden over en weer gaan. Inmiddels lezen we dat er constructieve gesprekken plaatsvinden over nieuwe Amerikaanse bases op Groenland. Laat dat ook meteen een belangrijke les zijn, want we kennen inmiddels de stijl van president Trump: stevig en confronterend. Maar soms is het ook verstandig om als Europa eerst even diep adem te halen. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe kijkt hij terug op wat ik dan maar afkort tot de Groenlandrel? Welke lessen zijn er volgens hem getrokken uit de communicatie met de Amerikanen? Kan hij iets zeggen over de gesprekken rond de nieuwe Amerikaanse bases op Groenland? Ziet hij daarbij bijvoorbeeld nog een rol voor Nederland? Kan hij reflecteren op de NAVO-oefening Arctic Sentry en het groeiende strategisch belang van het Noordpoolgebied?
Voorzitter, afrondend. De steun aan Oekraïne blijft voor mijn fractie van belang. Nederland levert relatief gezien fors meer steun dan veel grote Europese landen en daar mogen we ook trots op zijn. Tegelijkertijd zien we dat sommige landen zichzelf ook wel moreel verheven presenteren, maar in hun daadwerkelijke bijdragen achterblijven. Frankrijk en Spanje leveren samen minder steun aan Oekraïne dan Nederland. Ook de steun vanuit de Verenigde Staten is de afgelopen periode minder vanzelfsprekend geworden. Dat maakt het ook moeilijker om richting de Nederlandse bevolking uit te leggen waarom Nederland toch steeds weer voorop moet lopen. Is de minister bereid dit punt in Zweden ook expliciet aan de orde te stellen? Is hij bereid bij bondgenoten te benadrukken dat steun aan Oekraïne, zeker in deze fase van het conflict, in ieders belang is?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Ook voor u zijn er geen interrupties. Mevrouw Piri is inmiddels aangeschoven. Welkom. U mag het woord voeren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het is niet het onderwerp van vandaag, maar we hebben de minister hier nu, en heel veel collega's hebben vandaag gesproken met familieleden en vrienden van de opvarenden van de Flotilla. Ik zou het heel fijn vinden als de minister in ieder geval iets zou kunnen zeggen over hoe Nederland zich inzet voor deze Nederlandse staatsburgers, die niks hebben misdaan.
Voorzitter. Dan het debat van vandaag, dat we ongetwijfeld morgen uitgebreider zullen gaan voeren. Donderdag en vrijdag komen de buitenlandministers van de NAVO weer bijeen, in roerige tijden. We hebben ook gezien dat de geloofwaardigheid van de NAVO helaas wankelt. Dat komt niet door ons, maar door uitspraken van de allerbelangrijkste bondgenoot. Laten we de uitspraak van 9 april nog even in herinnering roepen: "NATO wasn't there when we needed them and they won't be there if we need them again. Remember Greenland, that big, poorly run piece of ice!" Nou, dat was de uitspraak van de Amerikaanse president. Het is goed om ons te herinneren dat slechts één keer in de geschiedenis van de NAVO een lidstaat om hulp van zijn bondgenoten gevraagd heeft. Dat waren de Amerikanen, die Europese bondgenoten om hulp vroegen na 11 september. En we schoten te hulp, ook als Nederland. Er zijn 25 Nederlandse militairen in Afghanistan omgekomen en er hebben heel, heel veel mensen gediend.
Voorzitter. De NAVO is ook voor mijn fractie en voor mijn partij nog steeds een heel belangrijk bondgenootschap. We blijven wat ons betreft ook een trouwe bondgenoot, maar dat betekent niet dat we steun moeten verlenen aan een illegale en roekeloze oorlog van de Verenigde Staten. In tegenstelling tot de voorgaande spreker ben ik er juist trots op dat er in Europa tenminste nog regeringen en premiers zijn die gewoon staan voor dat internationale recht en daar klip-en-klaar duidelijk over zijn. Kan de minister bevestigen dat dat ook nog steeds het standpunt is van dit kabinet? Kan de minister verder toelichten wat de huidige stand van zaken is wat betreft de plannen van het kabinet en een aantal bondgenoten om bij te dragen aan een eventuele missie in de Straat van Hormuz?
Voorzitter. Wat betreft de NAVO heeft GroenLinks-PvdA drie belangrijke prioriteiten. Eén. Artikel 5 staat als een huis. Een aanval op één is een aanval op allen. Twee. We moeten zo snel als mogelijk onafhankelijk kunnen opereren van de Amerikanen, zodat we geen slachtoffer worden van de grillen van Trump. Volgens mij kunnen we aan geen enkele Nederlander uitleggen dat zijn veiligheid in handen is van een man met dit humeur. Of we het nou leuk vinden of niet, dit zijn de feiten. Drie. Oekraïne verdient het lidmaatschap. Het land is onze bondgenoot en het maakt Europa veel en veel sterker en veiliger. Over dat laatste: het is goed dat het kabinet de lijn heeft bevestigd dat Oekraïne zich bevindt op een onomkeerbaar pad richting NAVO-lidmaatschap. Zoals bekend staat helaas niet iedere bondgenoot er zo in. Totdat Oekraïne NAVO-lid is, is het belangrijk om de samenwerking met het land te verstevigen.
Voorzitter. Is de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken ook aanwezig bij de NAVO-Oekraïne-raad die deze week zal plaatsvinden? Zo nee -- ik begrijp dat er signalen zijn dat hij afwezig zal zijn -- hoe interpreteert de minister dan dat diplomatieke signaal vanuit de VS?
Voorzitter, tot slot. Ik lees in het coalitieakkoord dat het kabinet vooroploopt in het realiseren van een Europese pijler binnen de NAVO. Kan de minister verder toelichten hoe het kabinet dat precies vormgeeft? Welke stappen worden er nu ondernomen en hoe zou wat dit kabinet betreft een Europese pijler eruitzien? Hebben alle bondgenoten inmiddels hun aanwezigheid bij de NAVO-top in Ankara in juli bevestigd? Graag een reactie.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even rond. Ook voor u geen interrupties, zie ik. In anciënniteit bent u de langstzittende, mevrouw Piri. Zou u het voorzitterschap even van mij willen overnemen, zodat ik ook mijn bijdrage kan doen?
Voorzitter: Piri
De voorzitter:
Uiteraard. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel, voorzitter. De SGP steunt de inzet van het kabinet om richting de NAVO-top in Ankara verdere stappen te zetten in de versterking van het bondgenootschap. De afspraken die in Den Haag zijn gemaakt over een geleidelijke groei naar 5%, zijn noodzakelijk voor een geloofwaardige afschrikking en een eerlijke lastenverdeling binnen de NAVO. Het is goed dat Nederland hierin verantwoordelijkheid neemt en andere verdragspartners tot navolging oproept. Steun aan Oekraïne blijft onverminderd van groot belang, evenals een gecoördineerde versterking van de Europese bijdrage aan de veiligheid van ons continent.
Ik sta graag iets langer stil bij onze luchtverdediging. Het luchtruim van Polen en Estland werd vorig jaar meermaals geschonden door Rusland, terwijl het vliegverkeer in diverse hoofdsteden, maar ook in Eindhoven, verschillende uren heeft stilgelegen na verdachte dronemeldingen. De Iraanse raket die in maart boven Turkije door NAVO-luchtverdediging werd neergehaald en de Hezbollahdrone op de Britse basis in Cyprus staan ons ook nog helder voor de geest. Mijn vraag is: kan de minister bevestigen dat de verdediging van het NAVO-luchtruim breder op de agenda staat van deze bijeenkomst van de Noord-Atlantische Raad, en dus niet alleen in relatie tot Oekraïne, maar ook met het oog op de bescherming van het bondgenootschappelijk grondgebied tegen drones, raketten en andere hybride dreigingen?
Voorzitter. Wat de SGP betreft nemen Europese landen zelf verantwoordelijkheid en leiding in hun eigen regio, in nauwe afstemming met de NAVO. Daarom ziet de SGP ook meerwaarde in het European Sky Shield Initiative, waarin Nederland samen met andere bondgenoten, onder leiding van Duitsland en Finland, werkt aan versterking van de Europese luchtruimverdediging. Mijn vraag is: kan de minister aangeven hoe dit initiatief concreet aansluit op de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de commandostructuren?
Voorzitter. Investeren is één ding, maar daadwerkelijke gevechtsgereedheid is iets anders. Tijdens een oefening in de Baltische staten werden eenheden van de NAVO vorig jaar door tien Oekraïense deelnemers in de pan gehakt. Een recentere oefening op Gotland gaf een vergelijkbaar beeld: een kleine groep dronepiloten uit Oekraïne slaagde erin om een groep militairen uit Zweden zonder veel moeite uit te schakelen. Ik citeer een 24-jarige dronepiloot: "De oefening werd driemaal stilgelegd, zodat de militairen konden inschatten wat ze beter konden doen. In het echte leven waren ze allang dood geweest."
Voorzitter. Dit soort oefeningen is van levensbelang; daarover bestaat geen misverstand. Maar de conclusie dringt zich op dat de NAVO, en daarmee Nederland, nog niet klaar is voor moderne oorlogsvoering. Mijn vragen zijn als volgt, want daar gaat het natuurlijk om. Hoe reflecteert het kabinet op de uitkomst van dit soort oefeningen? Kan de minister toelichten hoe evaluaties binnen het bondgenootschap worden gedeeld?
Voorzitter. Tijdens de bijeenkomst van deze week wordt vanzelfsprekend op hoofdlijnen gesproken over capaciteit en budget. Dat past bij de politieke rol van ministers om richting en prioriteiten te bepalen. Zonder in operationele details te vervallen is het tegelijk van belang om te bezien of die capaciteiten in de praktijk aansluiten bij de eisen van moderne oorlogsvoering. Daarom vraag ik de minister of dit ook besproken wordt in Helsingborg. Dit is niet alleen relevant voor de gereedheid van de NAVO, maar ook voor het vertrouwen van burgers dat de investeringen in defensie daadwerkelijk bijdragen aan een effectieve en toekomstbestendige krijgsmacht.
Voorzitter. Uit berichtgeving in de media blijkt dat Turkije meerdere Arabische leiders, waaronder de Syrische interim-president Al-Sharaa, wil uitnodigen voor de NAVO-top in Ankara in juli. Ook landen als Saudi-Arabië, Jordanië en Egypte zouden op de gastenlijst staan. De rol van Turkije in delen van Noord-Syrië blijft wat de SGP betreft problematisch. Onder Al-Sharaa zijn tientallen ISIS-strijders vrijgelaten en krijgen extremisten vrij spel om alawieten, druzen, Koerden en christenen aan te vallen. Mijn vraag is: mogen we ervan uitgaan dat Nederland zich verzet tegen een Turkse uitnodiging van Al-Sharaa?
Voorzitter. In mijn laatste paar seconden wil ik het nog hebben over iets waar de heer Van Lanschot het zojuist ook over had: de civiele infrastructuur. Ik ga ervan uit dat hij onze eigen wegen, bruggen en viaducten bedoelt. Daar heb ik nog een vraag over, die ik natuurlijk als Infrawoordvoerder bij Infra kan stellen, maar dan loopt het vaak een beetje dood. Ik maak mij grote zorgen dat wij straks alles voor elkaar hebben, maar dat onze tanks en alles wat er verder overheen moet, ook minder zwaar materieel, door aslastbeperkingen niet over onze viaducten en bruggen komen. Wil deze minister er samen met minister Karremans voor zorgen dat dit in ieder geval getackeld wordt en dat dit binnen die NAVO-norm van 5% hier in Nederland wordt opgepakt? Wil hij zich daar hard voor maken? Ik denk namelijk dat dat van levensbelang is en dat dat veel breder reikt dan alleen de verantwoordelijk van de minister van Infrastructuur.
Tot zover, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Ik zie nog steeds geen interrupties. Ik geef het voorzitterschap weer terug aan de heer Stoffer.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Hartelijk dank. Ik heb zojuist met de minister bekeken hoelang we zullen schorsen. Toen hadden we het over drie kwartier. Dan kunnen we een hapje eten en tegelijkertijd rustig alle beantwoording voorbereiden. Kan dat nog steeds? Ja. Dan gaan wij schorsen tot 18.15 uur. Dan hopen wij hier met elkaar weer te zijn. Ik schat in dat dat voldoende ruimte geeft om ook even te eten, toch? Ja. Dank u wel en tot 18.15 uur.
De vergadering wordt van 17.34 uur tot 18.18 uur geschorst.
De voorzitter:
Het is inmiddels 18.15 uur geweest. Ik stel voor dat we weer gaan beginnen. De minister is inmiddels binnen. De meeste woordvoerders zullen zo dadelijk ook wel binnendruppelen. Het woord is aan de minister, die alle vragen zal beantwoorden die de commissie gesteld heeft.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal kort in het algemeen iets zeggen en daarna in een aantal kopjes de beantwoording doen. Ik verdeel dat in specifieke vragen over een sterk Europa binnen de NAVO en de kopjes defensiecapaciteit en industrie, Oekraïne, maritiem en Straat van Hormuz, en overig.
Voorzitter. Veel van mijn collega's hebben mij dit al voorgezegd in de afgelopen jaren en ik zeg het hen na: de NAVO is en blijft de hoeksteen van de veiligheid in Europa, dus ook van die van Nederland. Het is echter ook duidelijk dat we binnen de NAVO niet langer in dezelfde mate als eerder afhankelijk kunnen zijn van de Verenigde Staten; daar zijn Europa en de Verenigde Staten het overigens ook over eens. Europa, en dus ook Nederland, moet binnen de NAVO veel meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid. Dat hoor ik ook duidelijk uit de inbreng van de verschillende Kamerleden.
Tijdens de ministeriële vergadering van de NAVO in Helsingborg deze week spreek ik mijn collega's hierover; daar staan natuurlijk ook de prioriteiten van het bondgenootschap richting en op de top in Ankara op de agenda. Ik hoorde ook hier in de Kamer duidelijk de wens om dit concreet te gaan realiseren en het om te zetten in concrete stappen. Ik ga daar zo dadelijk graag nader op in, maar het is echt duidelijk het commitment van dit kabinet om meer verantwoordelijkheid te nemen binnen de NAVO en om daar als Nederland proactief concreet met partners over te spreken, om dat ook vorm te kunnen geven. Dat moet de kern zijn van een sterk Europa binnen de NAVO, door sommigen een Europese pijler genoemd. Europese bondgenoten moeten wat ons betreft bovenal aan de slag met groeiende defensie-investeringen, met het opbouwen van goede defensiecapaciteiten en -industrie en uiteraard ook met de steun aan Oekraïne.
Het kabinet zelf is daaraan gecommitteerd middels forse investeringen in defensie en het structureel toewerken naar het doel van 3,5% defensie-uitgaven in 2035. Het kabinet wil ook, zoals in het coalitieakkoord is verankerd, de aanjagersrol spelen bij de totstandkoming van een sterker Europa binnen de NAVO. Daartoe voeren we reeds actief gesprekken, niet alleen met de Europese partners maar ook met de VS.
Hoe dan ook, het is duidelijk dat de eerste stap naar een sterk Europa binnen de NAVO ophoging van de defensie-uitgaven is. Dat hebben we in Den Haag afgesproken -- niet alleen hier in Den Haag, maar ook op de NAVO-top in Den Haag -- en dat moeten we nu daadwerkelijk uitvoeren. Het goede nieuws is dat die beweging ook daadwerkelijk gaande is. Kamerleden refereerden er al aan: we zien dat Europese NAVO-bondgenoten en Canada in 2025 gezamenlijk ruim 90 miljard dollar meer aan defensie uitgaven ten opzichte van 2024. Er is ook een structurele trend richting hogere uitgaven. Een belangrijk voorbeeld daarvan zijn onze Duitse buren: die verhoogden de defensie-uitgaven in 2025 met 20% ten opzichte van 2024 en besteden nu meer dan 100 miljard euro aan defensie. Dat laat zien dat ook andere Europese bondgenoten stevig opschalen. In de aankomende periode is het van belang dat alle NAVO-bondgenoten dit groeipad doorzetten, zoals Nederland ook doet. Ik hoorde ook in de inbreng van de diverse leden de wens om de druk daarop te houden, en dat is ook de inzet van dit kabinet. Daartoe zal ik ook in Helsingborg oproepen.
Dan kom ik bij de specifieke vragen over een sterker Europa binnen de NAVO. De heer Van Lanschot verwees naar het Kiel Institute. Ik moet toegeven dat ik dat rapport nog niet in detail tot me heb genomen, maar de ideeën van het Kiel Institute zijn doorgaans zeer bruikbaar. Wij zijn, zoals ik net al heb gezegd, als kabinet absoluut bereid om te pleiten voor een sterker Europa binnen de NAVO. Dat is weliswaar iets anders dan volledige Europese defensieautonomie, maar meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid is van groot belang; dat uitgangspunt onderschrijft het kabinet.
De heer Struijs had een vraag over het feit dat niet alle landen even enthousiast meededen tijdens de NAVO-top. Spanje werd als voorbeeld genoemd. Hij vroeg of we verwachten dat alle andere NAVO-lidstaten wel gaan meedoen. Daar heb ik net naar verwezen. We zien echt voortgang. We denken ook dat dat een structurele trend is. Daarbij halen nu alle landen de 2%-norm. Wij blijven andere landen aanspreken om dat vol te houden.
Dan wat betreft de defensiecapaciteit en -industrie. In de aankomende periode is het zaak om die fors hogere defensie-uitgaven om te zetten in een concrete opbouw van de defensiecapaciteit en -industrie. De ministers van Defensie spelen uiteraard een heel belangrijke rol als het gaat om de capaciteit. Mijn collega van Defensie zit daar bovenop. Zij komt ook met een Defensienota, die daar nader op ingaat. We waarderen de betrokkenheid en de aanjagende rol van de Kamer op dat gebied zeker, niet alleen in dit debat. Tegelijkertijd is het een proces dat tijd zal vragen. We kunnen niet van de ene op de andere dag al dat geld op de juiste manier inzetten en de defensie-industrie volledig opgeschaald hebben. Dat zal ook steeds vraagstukken met zich meebrengen. We hebben de komende tijd meerdere momenten om het daarover te hebben. Vanuit mijn ministerie komt er nog een internationale veiligheidsstrategie richting de Kamer. In het algemeen werkt het kabinet nauw samen met NAVO-bondgenoten om in EU-verband op te schalen.
Voorzitter. Dan de specifieke vragen in dat kader. De heer Van Lanschot vroeg: van welke taken wil Nederland dat Europa ze de komende jaren gaat overnemen van de VS? Door binnen Europa samen te werken aan het ontwikkelen van militaire capaciteit, het stimuleren van de Europese defensie-industrie, het beter kunnen verplaatsen van troepen en het vergroten van maatschappelijke weerbaarheid nemen we als Europa meer verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid. Daarbij heeft het invullen van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen prioriteit. Zoals gezegd hebben de Europese bondgenoten nog stevige achterstanden. Ik kan daar nog wat verder in detail op ingaan, maar ik denk dat het belangrijk is om te benoemen dat de priority capability areas voor ons fundamenteel zijn. Tegelijkertijd ben ik altijd een beetje terughoudend om alle kwetsbaarheden een voor een tot in detail op te noemen. Ik vraag me af of we onze veiligheid daar volledig mee versterken. Die PCA's zijn helder. Dat zijn de zaken waar we, in samenwerking met de Europese partners, fors op moeten inzetten.
Mevrouw Van der Werf vroeg naar het sneller bouwen aan de defensie-industrie en naar kansen om met de VS en de EU afspraken te maken over de ruimte om EU-defensiegeld in de EU te besteden. De NAVO-bondgenoten bepalen natuurlijk zelf hoe zij hun nationale defensiebudgetten besteden. Dat moet uiteraard in lijn met de NAVO-capaciteitsdoelstellingen. We bouwen aan een Europese defensie-industrie. Dat doen we onder andere via gezamenlijke projecten en vraagbundeling met partners. Het EDIP-programma van de Europese Unie speelt daar natuurlijk een rol bij. Daarin zijn we overeengekomen dat de hoofdaannemer en 65% van de componenten uit de EU moeten komen. Over dergelijke voorwaarden wordt momenteel ook gesproken bij de onderhandelingen voor het Meerjarig Financieel Kader. In algemene zin is het kabinet echt voorstander van het versterken van de Europese defensie-industrie. Tegelijkertijd zijn we ook realistisch dat samenwerken met andere partners op specifieke capaciteiten belangrijk blijft in het kader van het afdekken van alle noden.
De voorzitter:
Minister, ik zie dat er een interruptie is. Ik dacht dat dit wel een natuurlijk moment was.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Meer even ter verduidelijking van de vraag. Het ging mij er ook om dat het volgens mij niet een soort wedstrijd is. Het is niet zo dat de Amerikanen denken: de Europeanen moeten wel allemaal meer gaan betalen, maar ze moeten het nog steeds van ons afnemen. Er is aan de andere kant best welwillendheid om dat hier ook beter te regelen. De kwetsbaarheid daarbij is alleen dat als je geen goede afspraken maakt over wie wat wanneer kan leveren, zeker met betrekking tot Oekraïne, het natuurlijk niet goed gaat. Dan komen die investeringen niet. Dan durft niemand die te doen. Daar gaat het ook om. Als je die burden shift ordentelijk wil laten verlopen, zul je daar voorafgaand ook met de Amerikanen goed over moeten spreken. De vraag insinueerde misschien dat de andere kant daar niet op zit te wachten. Ik denk dat het tegendeel het geval is, maar dat vergt voorbereiding. Dat was dus eigenlijk de vraag.
Minister Berendsen:
Er zitten dan twee elementen in die vraag. Eén. Wat doe je met de defensie-industrie? Twee. Wat doe je met je capaciteiten en hoe zet je daarop in? Zeker het tweede gedeelte gaat natuurlijk in nauwe afstemming met de VS, want je wil geen gaten laten vallen in de capaciteiten die we hebben. Daar zijn die PCA's ook op gericht. Dat doen we conform afspraken met de VS en de gesprekken daarover lopen ook. Het is, denk ik, in ieders belang en zeker ook in ons belang, voor onze eigen veiligheid, om daar goede afspraken over te maken. Die defensie-industrie gaat, in één zin, om de vraag wat er geleverd kan worden wat in de eerste plaats Oekraïne nu nodig heeft en wat wij voor onze eigen verdediging nodig hebben. Daar wordt dus nauwkeurig naar gekeken. Daarachter zit natuurlijk wel, als ik het heel erg platsla, het vraagstuk dat als we heel veel geld gaan uitgeven, het me zeer verstandig lijkt om ervoor te zorgen dat ook de Europese defensie-industrie daar volop van meeprofiteert, zonder dat we daarmee gaten laten vallen op de gebieden waarop we nog niet of niet voldoende kunnen leveren, want daar hebben we gewoon heel veel partners voor nodig.
De voorzitter:
Ik zie dat dat geen vervolgvragen oproept. Dan kan de minister verdergaan met zijn beantwoording.
Minister Berendsen:
Voorzitter. Mevrouw Maes vroeg naar het bevoorschottingsbeleid; mag ik het zo noemen? Sinds het begin van het jaar heeft Defensie versoepelingen doorgevoerd. Daarnaast is inmiddels meer maatwerk mogelijk. Momenteel verstrekt Defensie significant meer voorschotten dan voorheen, zowel in aantal als in bedragen. Defensie blijft kijken naar verdere mogelijkheden om daar effectiever gebruik van te maken en meer in algemene zin om de financiering van de defensie-industrie nader te faciliteren. Daarbij blijft Defensie ook benadrukken dat de commerciële financiële sector hierbij ook een rol speelt.
Mevrouw Maes refereerde ook aan de Defensieomnibus. Die Defensieomnibus is inderdaad een belangrijke stap voor de gereedheid van de EU-defensie-industrie. Het kabinet verwelkomt de herziening, ook van de defensieaanbestedingsrichtlijn, die deze zomer wordt verwacht. Om de productiecapaciteit fundamenteel te vergroten, is internationale industriesamenwerking met ruimte voor grensoverschrijdende samenwerking voor het mkb essentieel. Als meerdere lidstaten orders plaatsen bij de industrie, is er meer bereidheid om investeringen te doen. Het vergroten van productiecapaciteit en het verminderen van regeldruk op zowel Europees als op nationaal niveau zijn daarbij randvoorwaardelijk. Ik verwijs daarnaast ook graag naar het Nederlandse non-paper inzake de interne markt van defensie dat in maart met uw Kamer is gedeeld en waarin hier ook op ingegaan wordt.
Voorzitter. De heer Maes van Lanschot stelde vragen over de Host Nation Support. Die gesprekken tussen lidstaten en de EU over de hotspots lopen nog. De Europese Commissie beoogt daar richting het einde van het jaar een stabiel beeld van neer te zetten. De initiële selectie was nog niet helemaal op orde, was nog niet volledig. De Delta-analyses waren op dat moment ook nog niet afgerond, dus die analyses zijn nog gaande. In algemene zin zien wij vanzelfsprekend de urgentie van goed functionerende corridors voor snelle militaire verplaatsing.
Mevrouw Van der Werf vroeg naar Europese alternatieven; we hebben het dan over Patriot en het SAMP/T-programma. Europa moet zelfstandiger worden op defensiegebied. Dat laat onverlet dat leveranciers van buiten Europa, zoals uit de VS, voor een bepaalde voorzienbare toekomst ook materieel en technologie leveren waarvoor wij nog niet direct een geschikt alternatief voorhanden hebben. Defensie beschikt over wapensystemen en munitie van Amerikaanse leveranciers, zoals het Patriotsysteem. SAMP/T wordt geopperd als alternatief daarvoor. Op dit moment zetten wij de samenwerking met de VS voort voor het gebruik, het onderhoud en de doorontwikkeling van het materieel. Tegelijkertijd steunen we natuurlijk de initiatieven op Europees niveau om zeker voor de systemen waar wij geen alternatief voor hebben, Europese alternatieven te ontwikkelen.
De voorzitter:
Minister, dat levert u ook een interruptie op, wederom van mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Werf (D66):
We moeten er vanavond wat van maken, voorzitter.
De voorzitter:
Dat moeten we altijd.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ja, dat moeten we altijd; goed punt. Ik heb twee moties over die SAMP/T's ingediend. Die gingen eigenlijk met name over het volgende. Ik snap helemaal dat SAMP/T niet een volledige vervanging van de Patriotsystemen kan zijn, maar het kan ze wel deels vervangen. De minister heeft dus helemaal gelijk als hij zegt: het is niet zo dat we de Patriots nu allemaal het raam uit kunnen gooien en dat die SAMP/T's er morgen zijn. Er zijn er ook dan niet voldoende geproduceerd. Die systemen kunnen ook nog wat minder dan de Patriots. Maar als het delen van licenties of het gebrek aan productiecapaciteit de hordes zijn om er niet meer te produceren, of als het verhaaltje is dat we toch de Patriots zullen moeten hebben omdat er simpelweg niks anders is, dan houden we onszelf tegen. Dan hou je dus ook concrete mogelijkheden voor Europese defensiealternatieven tegen. Ik zou heel graag zien dat de minister er in de Europese vergaderingen de boer mee opgaat. Ik zou ook graag zien dat hij duidelijk maakt dat het niet het een of het ander is. Het kan een hele goede aanvulling zijn, die wellicht bijvoorbeeld in bepaalde delen van Oekraïne voldoende kan zijn.
Minister Berendsen:
Ik hoor die oproep. Dit kabinet is voorstander van het investeren in Europese alternatieven en het opbouwen van de Europese capaciteit. Ik heb willen aangeven dat we de Patriotsystemen hebben en dat we er dus ook belang bij hebben dat de samenwerking met de VS op het gebied van de Patriotsystemen en de benodigdheden daarvoor goed verloopt. Zoals ik al heb aangegeven, blijven wij als Nederland inzetten op dit soort projecten, zoals SAMP/T, genoemd door mevrouw Van der Werf. Alle mogelijkheden die we hebben om de Europese defensiecapaciteit te versterken en Europese alternatieven te ontwikkelen, zijn absoluut in ons belang.
De voorzitter:
Ik zie dat dat geen vervolgvraag oplevert. Dan kunt u verder met uw beantwoording, minister.
Minister Berendsen:
Voorzitter. De heer Stoffer, op dat moment niet in de rol van voorzitter, vroeg naar de infrastructuur. Zijn vraag betrof afstandsbeperkingen voor tanks en ander materieel. Hij vroeg of ik me samen met mijn collega, de minister van IenW, hard wil maken om dat op te pakken. Het kabinet erkent het belang van het snel kunnen verplaatsen van militair materieel in tijden van crisis. Dat mag absoluut geen bottleneck zijn. Investeringen in infrastructuur in het kader van militaire mobiliteit passen natuurlijk ook binnen de 5%-NAVO-norm. Daar kijkt het kabinet dus nauwkeurig naar.
De voorzitter:
Minister, nu ga ik mevrouw Van der Werf vragen of zij even het voorzitterschap wil overnemen, want dan kan ik een interruptie plegen.
Voorzitter: Van der Werf
De voorzitter:
Collega Stoffer, u heeft het woord.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel. Zou de minister op een hem welgelegen moment de commissie een terugkoppeling kunnen geven over wat de gesprekken met minister Karremans opleveren? Wat mij betreft zit daar geen tijdsdruk op, maar ik zou wel graag willen weten hoe we daarmee verdergaan. Ik zie vanuit de IenW-portefeuille -- dat is mijn andere woordvoerderschap -- dat hier echt een heel groot vraagstuk ligt. Als we niet uitkijken, spannen we straks het paard achter de wagen.
Minister Berendsen:
Mijn kennis over hoever wij staan op het gebied van militaire mobiliteit binnen de nationale kaders reikt niet voldoende ver om daar nu een inhoudelijk antwoord op te geven. Maar misschien mag ik de vraag van de heer Stoffer als volgt interpreteren. Als het niet zozeer gaat om het resultaat van het gesprek tussen mijn collega, de minister van IenW, en mij, maar vooral om inzicht in de militaire mobiliteit in Nederland en welke stappen we daarin concreet zetten, dan kan ik me voorstellen dat het kabinet daar op een passend moment informatie over geeft.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Stoffer om te zien of dit een vervolgvraag oplevert.
De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter. Inhoudelijk ben ik het er helemaal mee eens. Zou de minister kunnen aangeven wat een passend moment is?
Minister Berendsen:
Wat betreft militaire mobiliteit binnen nationale kaders ontbreekt mij de kennis over het komende tijdspad van de verschillende stukken richting de Kamer waarin we goed zouden kunnen informeren. Misschien heeft de heer Stoffer buiten deze vergadering zelf suggesties, aangezien hij beter op de hoogte is van wat er op dit gebied voor ons ligt aan informatievoorziening richting de Kamer. Dan kunnen we er een goed moment voor vinden. Dan zal ik dat met warmte overgeven aan mijn collega, de minister van IenW.
De heer Stoffer (SGP):
Ik zou de minister de suggestie willen doen om bijvoorbeeld richting de begrotingen -- laten we zeggen rond Prinsjesdag -- in ieder geval een stuk terugkoppeling te geven. Dat is dan gewoon de stand van zaken op dat moment.
Minister Berendsen:
Dat is akkoord.
De voorzitter:
Dan draag ik het voorzitterschap weer over aan collega Stoffer.
Voorzitter: Stoffer
De voorzitter:
Dank u wel. Ik vraag de minister om door te gaan met de beantwoording.
Minister Berendsen:
Er is ook een vraag van de heer Stoffer over het European Sky Shield Initiative, ESSI. Wij investeren met andere Europese landen in verschillende lucht- en raketverdedigingssystemen om de geïntegreerde en gelaagde luchtverdediging boven het Europees continent te optimaliseren. Met excuses voor nog andere afkortingen: we investeren in lucht- en raketverdediging zoals C-UAS, grondgebonden luchtverdeling voor de korte en middellange afstand en extra F-35's. Nieuw materieel, ook op het gebied van raketverdediging, schaft Defensie bij voorkeur aan bij leveranciers uit Nederland of Europa. Gezien de dreiging vanuit Rusland is het voor Europese landen natuurlijk essentieel om dit te versterken. Het is ook een van de prioritaire capaciteitsdoelstellingen van de NAVO.
Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar de gevolgen voor Europa van het voornemen van de VS om militairen te verplaatsen en door Biden beloofde langeafstandswapens niet aan Duitsland te leveren. Het was al langer bekend dat de Verenigde Staten willen dat Europa meer eigen verantwoordelijkheid neemt. Mijn Duitse collega heeft aangegeven dat er nog steeds tienduizenden Amerikaanse militairen in Duitsland, in Europa zijn. De veiligheidssamenwerking tussen de VS en Europa gaat gewoon door. Dat is in het belang van zowel Europa als de VS. Tegelijkertijd benadrukken dit soort berichten ook alleen maar dat wij meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en daar ook vaart achter zullen moeten zetten.
De heer Stoffer vroeg naar de recente oefeningen op Gotland. We zijn het er absoluut mee eens dat de krijgsmachten gereed moeten zijn voor moderne oorlogsvoering. De resultaten uit die oefeningen laten zien dat we daar werk te verrichten hebben. Daarom is oefenen ook zo belangrijk. Geleerde lessen uit een oefening worden uiteraard meegenomen en geïmplementeerd. Wel is het primair de verantwoordelijkheid van de defensieministers. Het komt ook aan de orde bij de Defensie ministeriële bijeenkomst, waar uw Kamer ook nog voorbereiding voor zal treffen. Ik denk dat het goed is om in dit kader te vermelden dat Nederland en andere partners natuurlijk nauw samenwerken met Oekraïne ten aanzien van drones en droneaanvallen. Ook op dat gebied zorgen we dus dat we onze capaciteiten versterken.
Voorzitter. Dan specifiek de vragen die aan Oekraïne gerelateerd waren. De heer Van Lanschot vroeg hoe Nederland in de NAVO-Oekraïne-raad gaat aandringen op meer en snellere levering van kritieke luchtverdediging. Nou, dit zal een van mijn hoofdboodschappen zijn tijdens de NAVO-Oekraïne-raad. Het is in ons eigen belang om te steunen. Dat gevoel herken ik ook in de worden van de Kamerleden die hierover gesproken hebben. Dat doen we zowel bilateraal alsook via het Amerikaanse PURL-initiatief. Dat is de hoofdboodschap.
De collega's Maes en Hoogeveen vroegen naar landen die een grote broek aantrekken wat betreft strategische autonomie en een Europees leger, terwijl de bijdrage achterblijft. Nederland staat in de top vijf van landen die steun aan Oekraïne leveren. We bevinden ons in goed gezelschap, maar we zouden natuurlijk willen zien dat die groep verder uitgebreid wordt. Grote financiële steunpakketten zoals de eindelijk goedgekeurde steunlening van 90 miljard worden gegarandeerd via de EU-begroting. Lidstaten staan daar naar rato voor garant. Dat is een voorbeeld van eerlijke lastenverdeling, maar die leningen alleen dekken natuurlijk niet genoeg. Die zijn niet genoeg om de noden van Oekraïne te dekken. Bilaterale steun blijft daarbij van groot belang. Dat betekent dat we alle lidstaten daarop blijven aanspreken. Het element dat de heer Hoogeveen aandroeg, gebruik ik in die gesprekken zeker ook altijd. Dat is dat wij in Nederland publieke steun hebben voor steun aan Oekraïne, maar dat we die steun alleen omhoog kunnen houden als we allemaal zien dat ook andere landen hun fair share daaraan bijdragen.
Mevrouw Maes (VVD):
Dank voor uw antwoord en de helderheid. Het is fijn dat u zegt dat u de lidstaten daarop blijft aanspreken. Heel specifiek heb ik natuurlijk Spanje en Frankrijk genoemd. Dat zijn landen waarover in ieder geval bij mijn fractie grote zorgen zitten, omdat het gewoon grote landen met grote economieën zijn. Ik kan me voorstellen dat het beste moment om dat te doen tijdens de ministeriële meeting niet plenair is, maar ik ben wel heel benieuwd of u dit aan de orde stelt tijdens uw bilaterale contacten.
De voorzitter:
Die vraag stelde u ongetwijfeld via de voorzitter, mevrouw Maes.
Mevrouw Maes (VVD):
Zeker.
De voorzitter:
Dank u wel.
Minister Berendsen:
Dat is het geval. In al mijn bilaterale gesprekken met alle partners, overigens wereldwijd, is steun aan Oekraïne een vast onderdeel. Zeker bij de partners van wie wij echt meer verwachten op het gebied van steun aan Oekraïne, is dit nadrukkelijk onderdeel van het gesprek.
Mevrouw Maes (VVD):
Ik ben dan wel heel nieuwsgierig, vraag ik via de voorzitter, wat het antwoord van beide landen is.
Minister Berendsen:
Over de inhoud van bilaterale gesprekken doen wij doorgaans natuurlijk niet al te veel uitspraken, omdat dat uiteindelijk de effectiviteit en de toekomstige inhoud van de bilaterale gesprekken niet ten goede zal komen. Zij begrijpen onze boodschap vaak wel en hebben vaak nationale argumenten om bepaalde keuzes wel of niet te maken. Ik merk wel dat die boodschap aankomt. Ik hoop dat dat ook gevolgd gaat worden door acties.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Maes. Is dit voor u voldoende? Ze knikt.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mevrouw Maes waarschuwt de heer Sánchez nog één keer.
Ik ben eigenlijk benieuwd naar de PURL-systemen. In een vorig debat hebben we het daar al even over gehad en toen was er nog niet zozeer een zorg dat er niet geleverd gaat worden wat er wel is beloofd, besteld of betaald. Heeft de minister daar nog een update over? Misschien was hij van plan om daar nog op terug te komen, maar ik ben er wel benieuwd naar.
De voorzitter:
We gaan het zien.
Minister Berendsen:
Ik was van plan om daarop terug te komen, maar ik ben ook van harte bereid om het er nu over te hebben. Het klopt dat de PURL-leveringen van grote waarde voor Oekraïne zijn. Zowel de NAVO als de VS hebben meermaals bevestigd dat die PURL-leveringen gewoon doorgaan. Wij blijven richting de VS en binnen de NAVO niet alleen het belang van het doorgaan van de PURL-pakketten benadrukken. Het gaat niet alleen om de vraag of die geleverd worden, maar ook om de vraag of er voldoende partners bereid zijn om die pakketten te financieren. Van beide kanten benadrukken we dus dat belang. Dat blijven we doen. Dat doen we komende week, maar ook in aanloop naar de NAVO-top in Ankara.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Werf knikt, dus ze zal het er vast … Nou, het maakt niet uit of ze het er wel of niet mee eens is, maar ze is tevreden met het antwoord.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik was aan het meeschrijven, voorzitter. We gaan er natuurlijk weer op terugkomen, dus dan is het altijd belangrijk om het goed te documenteren.
De voorzitter:
Helder. Minister, u kunt verder met uw beantwoording.
Minister Berendsen:
Mevrouw Van der Werf stelde ook een vraag over licentiedeling. Dat onderwerp kwam net in een interruptie ook heel even langs. Ik wil daar nog heel even iets dieper op ingaan. Licentieproductie is een belangrijke prioriteit van dit kabinet. Daar wordt actief op ingezet. Wij leren van de lessen van Oekraïne en van de ervaringen die Oekraïne opdoet over opschaling van hoge innovatieve systemen. Recent is het eerste coproductieproject tussen Oekraïne en Nederland van start gegaan. VDL gaat twee typen Oekraïense drones onder licentie produceren in Nederland. Door de licentieproductie met Amerikaanse defensiebedrijven te stimuleren, zorgen we er ook voor dat de Europese defensie-industrie verder versterkt wordt en er ook binnen het NAVO-bondgenootschap meer burden sharing mogelijk gemaakt wordt.
Voorzitter. De heer Struijs en mevrouw Maes vroegen nog naar de kennis van Oekraïne op het gebied van oorlogsvoering met drones. Ook vroegen zij hoe deze kennis ten goede kan komen aan andere NAVO-bondgenoten. Ik heb daar het een en ander over gezegd. Wij werken nauw samen met Oekraïne. Dit is echt een van de zaken waarbij wij profiteren van de kennis en ervaring van Oekraïne wat betreft de innovatieve systemen die Oekraïne gebruikt. We zetten ook in op meer integratie van de Europese en de Oekraïense defensie-industrie. Ik heb daar net al een voorbeeld van gegeven, namelijk de coproductie van drones. Daar blijven we dus op inzetten.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik wil toch nog even terugkomen op de steun van onze bondgenoten jegens Oekraïne. We hebben het natuurlijk gehad over Europese lidstaten, zoals Frankrijk en Spanje, die ik ook in mijn bijdrage heb genoemd. Maar we hebben natuurlijk ook de ontwikkelingen in Amerika gezien: de steun is daar echt substantieel afgenomen, waardoor Europa meer is moeten gaan leveren. Dit staat ook op de agenda van de NAVO-top en in Stockholm. Mijn vraag is hoe dit nog besproken gaat worden en wat de Nederlandse inzet op dit punt wordt, want het wegvallen van de Amerikaanse steun veroorzaakte toch wel het grootste gat.
Minister Berendsen:
De inzet van het kabinet en overigens ook van vorige kabinetten is steeds geweest om de zorgen van de VS over burden sharing en de verantwoordelijkheid die Europa zelf neemt voor de eigen veiligheid en ook de steun aan Oekraïne te beantwoorden, niet zozeer omdat we zo graag de VS op dat punt beantwoorden maar omdat het ook gewoon onze eigen verantwoordelijkheid is om daar onze rol te pakken. Dat blijven we doen. We blijven ook in gesprek met de VS over eventuele zorgen over het aandeel dat wij leveren. Ik denk dat de cijfers van hoezeer wij onze defensie-uitgaven hebben opgeschroefd en ook hoezeer wij steun aan Oekraïne leveren, volstrekt duidelijk zijn; van die cijfers kwamen er zojuist al een aantal langs. Dat zorgt er ook voor dat er een basis is om te laten zien dat we de zorgen van de VS beantwoorden, maar we zorgen er daarmee ook voor dat de VS met ons aan tafel blijven voor steun aan Oekraïne, omdat dat ontzettend belangrijk is, niet alleen omdat dit voor Europa de grootste veiligheidsdreiging is, maar ook omdat de VS er grote belangen bij hebben dat Europa veilig is.
De voorzitter:
De vraag is naar tevredenheid beantwoord. Dan kunt u verder met de beantwoording van de vragen uit onze eerste termijn.
Minister Berendsen:
Er waren nog een aantal vragen over het maritieme aspect, de Straat van Hormuz. De heer Struijs vroeg naar de eventuele missie in de Straat van Hormuz en de eventuele rol van zeekabels daarin. Mevrouw Maes vroeg ook naar de voortgang van de Hormuzcoalitie. Die gesprekken lopen nog; het planningsproces daarvoor loopt. Nederland neemt hieraan deel met militaire planners, die verschillende mogelijkheden voor militaire bijdragen in kaart brengen. Over een eventuele Nederlandse militaire inzet vindt volgens de daarvoor geldende procedure eerst nationale politieke besluitvorming plaats en vervolgens wordt uw Kamer daarover geïnformeerd conform de artikel 100-procedure. Belangrijk daarbij is dat het internationaal zeerecht geen basis voor tolheffing in de Straat van Hormuz geeft. Verdere escalatie met de aanval op mogelijke internetkabels is ook zorgwekkend. Het uitgangspunt is dat we terug moeten naar de status quo van vóór het conflict, namelijk gewoon vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Freedom of navigation, vrijheid van navigatie, is voor ons niet onderhandelbaar; die staat ferm bovenaan. De planning loopt. Zodra we hier meer over te zeggen hebben, zullen we de Kamer hierover informeren.
De heer Struijs (50PLUS):
Ik hoef niet alles te weten, maar ik zoek een beetje naar de temperatuur van het water bij alle ministers van Buitenlandse Zaken: hoever willen we hier nu in gaan en hoe urgent is het? Wij als controlerend orgaan, als volksvertegenwoordiger, worstelen daar natuurlijk steeds mee. Wij zien wel een escalatie die niet de goede kant opgaat, maar het is voor mij onduidelijk hoever onze regering dan wel de Europese collega's bereid zijn te gaan. Heel concreet: als dit zo blijft, ben je dan bereid om toch de volgende stap te zetten? Dan kom je toch in die Straat van Hormuz, met niet alleen een defensieve taak, uiteraard in NAVO-verband. Wat is de temperatuur van het water? Of loop ik nu op de troepen vooruit?
Minister Berendsen:
De zorgen over de situatie daar zijn natuurlijk groot, ook over de impact die we dagelijks zien, ook hier in Nederland, waar de prijzen natuurlijk heel hoog zijn, en in andere delen van de wereld, waar we door het gebrek aan kunstmest ook op het gebied van voedselzekerheid grote problemen voorzien. Ik noem ook de energiezekerheid. De zorgen zijn dus groot. Wat de eventuele missie in de Straat van Hormuz betreft: er wordt wel duidelijk gesproken over de randvoorwaarden waaronder we bereid zijn om daar een bijdrage aan te leveren. Dat zou een defensieve missie moeten zijn, dus ter bescherming van de vrije doorvaart daar. Daarbij wordt gesproken over de "permissive environment": binnen welke randvoorwaarden zijn we bereid om dat te doen? Nederland is er ook altijd duidelijk over geweest dat de vijandelijkheden dan gestaakt moeten zijn. Dan zou Nederland eventueel bereid zijn om als onderdeel van een internationale coalitie met een aantal capaciteiten onderdeel daarvan te zijn. Tegelijkertijd maken we ons natuurlijk zorgen over de situatie daar en kunnen we niet alleen met een missie stappen zetten. Nederland leidt binnen de internationale coalitie ook het spoor van het opleggen van economische sancties voor het blokkeren van de vrije doorvaart. Dat geldt niet alleen nu voor de Straat van Hormuz, want je wilt daarmee eigenlijk ook een internationaal systeem hebben om in de toekomst te voorkomen dat daar of elders in de wereld dezelfde situatie ontstaat.
De voorzitter:
Dan kunt u door met uw beantwoording.
Minister Berendsen:
Voorzitter. Mevrouw Van der Werf vroeg iets over de reis van ons fregat De Ruyter. Met het oog op de vertrouwelijkheid en de operationele veiligheid kan ik geen uitspraken en toezeggingen doen over specifieke vaarroutes van het marineschip. Ik hoop op uw begrip daarvoor.
Voorzitter. Dan kom ik nog bij het mapje overig. U vroeg in uw rol als Kamerlid naar eventuele Turkse uitnodigingen van partners, in het bijzonder Al-Sharaa. De door u genoemde landen zijn geen NAVO-partners. Het ligt ook niet voor de hand dat zij uitgenodigd zouden worden; daar hebben wij ook geen informatie over. Uiteindelijk is het de NAVO die uitnodigt. Turkije gaat, net zoals Nederland de vorige keer, niet zelf over het uitnodigingsbeleid, maar ik heb geen signalen dat dit het geval zou zijn.
Mevrouw Piri vroeg nog of alle bondgenoten hun aanwezigheid op de NAVO-top in Ankara bevestigd hebben. Ik heb nog geen aanwezigheidslijst gezien. Onze ervaring in onze rol bij de vorige top is dat er heel veel last minute zal gebeuren, zowel aanmeldingen als afzeggingen. Ik kan daar dus nog niet al te veel over zeggen. Datzelfde geldt voor de aanwezigheid van Secretary of State Rubio. Sorry, dit gaat over deze week. Ik heb geen signalen dat hij niet aanwezig zou zijn.
De heer Hoogeveen vroeg nog naar de situatie rond Groenland. We hebben wat Groenland betreft altijd ingezet op een gezamenlijke oplossing binnen de NAVO. Vooralsnog is dat gelukt. Er wordt ook nog steeds aan gewerkt. We kijken op zich ook tevreden naar de gezamenlijke aanpak van de NAVO in het Arctisch gebied, die verder uitgewerkt is in de missie Arctic Sentry. We dragen daar ook ons steentje aan bij. Er wordt nu door Denemarken en de VS verder over gesproken. Ook de NAVO speelt een rol. Het lijkt mij vooral verstandig om die gesprekken de ruimte te geven en te ondersteunen en om daar verder niet al te veel op vooruit te lopen.
Voorzitter. Dan was er nog de vraag over het breder agenderen van verdediging van het NAVO-luchtruim, niet alleen in relatie tot Oekraïne, maar ook met het oog op bescherming van ons eigen bondgenootschappelijk grondgebied tegen drones, raketten en andere hybride dreigingen. Volgens mij heb ik daar ook al iets over gezegd. Dit heeft continu onze aandacht. Ook tijdens de ministeriële meeting wordt in brede zin gesproken over collectieve verdediging, waar dit gewoon onderdeel van is. Het voldoen aan de afspraken over de defensie-uitgaven blijft daarbij een belangrijke rol spelen. Het is al aangehaald, maar wij blijven natuurlijk ook veel leren van de Oekraïense ervaringen op dit gebied.
Voorzitter. Dat waren alle vragen die ik had gekregen op het gebied van de ministeriële meeting. Als daar geen verdere vragen over zijn, heb ik nog één vraag die daarbuiten viel, maar die ik nog wel wil beantwoorden, als dat mag, voorzitter.
De voorzitter:
Ik kijk even rond om te zien of er nog interruptie zijn tot nu toe. Dat is niet het geval, dus gaat uw gang.
Minister Berendsen:
Dat is de vraag van mevrouw Piri over de Flotilla. Op dit moment is de situatie nog in ontwikkeling. De veiligheid en het welzijn van de Nederlandse opvarenden hebben zoals altijd voor het kabinet de eerste prioriteit. Ik heb gisteren met de Israëlische ambassadeur en met een kopgroep gesproken om de veiligheid van de Nederlanders te waarborgen en ze zo snel mogelijk vrij te krijgen. We hebben nog geen consulaire hulpverzoeken ontvangen, maar wij staan altijd klaar om consulaire bijstand te verlenen aan deelnemers die daarom vragen. We staan op zo'n moment ook in contact met familieleden van de betrokkenen. Wij zullen conform het verzoek van het lid Piri een brief aan de Kamer sturen. Ik wil daaraan toevoegen dat het belang van vrije pers en aanwezige journalisten natuurlijk ook onze aandacht heeft.
De voorzitter:
Dan bent u aan het einde gekomen van uw beantwoording. Ik kijk nog even rond om te zien of er nog vragen zijn. Dat is niet het geval. Dan denk ik dat wij direct doorkunnen met de tweede termijn. Ik geef het woord aan de heer Struijs. U heeft, uit mijn hoofd gezegd, 1 minuut en 20 seconden.
De heer Struijs (50PLUS):
Dat ga ik makkelijk redden. Dank voor de beantwoording. Goed dat u ons niet alleen gevraagd, maar ook ongevraagd op de hoogte houdt. Het gaat namelijk ontzettend hard met alle ontwikkelingen en het helpt ook wat betreft het vertrouwen in wat de regering doet. Daarvoor tot nu toe dus complimenten. Daar laat ik het bij.
De voorzitter:
Dat is heel kort; dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Maes.
Mevrouw Maes (VVD):
Inderdaad, dank voor de antwoorden. Ik heb geen behoefte aan een tweede termijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Van der Werf.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Ook wat ons betreft is het wat dit debat betreft afgerond. Ik geloof dat we elkaar morgen weer zien. Als er aanvullende vragen in ons opborrelen, dan kunnen we die dus alsnog plenair stellen. Ik kijk wel even naar de collega's, want volgens mij is er niemand die een tweeminutendebat aanvraagt. Ik heb zelf ook geen moties, maar misschien is het goed om dat nog even te markeren.
De voorzitter:
We weten natuurlijk niet wat de heer Hoogeveen gaat doen, of ikzelf natuurlijk! Heeft u uw termijn daarmee afgerond, mevrouw Van der Werf?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Zeker, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter. Ik sluit mij volledig aan bij de voorgaande sprekers. Ik zie ook af van mijn tweede termijn en hoef ook geen tweeminutendebat. We houden het efficiënt vandaag.
De voorzitter:
Daar sluit ik me ook bij aan, dus ik hoef het voorzitterschap niet over te dragen. Ik kijk naar de minister om te zien of hij nog aanleiding ziet om iets te zeggen of een slotwoord wil spreken.
Minister Berendsen:
Voorzitter. Ik wil de commissie danken voor het goede gesprek. Dit is inderdaad niet afgerond. Dit is onderdeel van een continu gesprek van mij, ook met uw Kamer. Daar kijk ik op vele momenten naar uit.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kunnen we naar de afronding van dit debat. Die kan ook vrij kort zijn. U heeft één toezegging gedaan.
- Dit is een toezegging aan de heer Stoffer. De minister zal de Kamer voor aankomende Prinsjesdag een terugkoppeling geven inzake het versterken van de militaire mobiliteit en civiele infrastructuur en de stappen die hierin worden genomen.
Dat beaamt de minister. Dan hebben we dat daarmee gehad.
Dan rest ons niets anders dan iedereen die hier vanavond aanwezig is geweest, de minister en de ondersteuning, de Kamerleden, de mensen op de tribune en misschien heel veel mensen die het thuis hebben gevolgd, hartelijk te danken. Minister, we wensen u natuurlijk heel veel wijsheid toe bij de komende bijeenkomst. Dank u wel. Hiermee sluiten we deze bijeenkomst. Een hele fijne avond nog.
Sluiting 19.01 uur.