[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over de stijgende uitstoot en het effect van de stijging van de zeespiegel op de Waddenzee

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D24598, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-05-26 10:33, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z05442:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2016

2026Z05442

Antwoord van minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 26 mei 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1653

1

Bent u bekend met het feit dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen vorig jaar is toegenomen?

Antwoord

Ja.

2

Houdt u vast aan het doel om in 2030 de uitstoot met 55 procent te doen afnemen ten opzichte van het referentiejaar 1990?

Antwoord

Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden de ambitie vast. In 2026 komt de Europese Commissie met voorstellen voor het 2040-maatregelenpakket. Nederland spant zich in voor een ambitieus Europees pakket ten behoeve van een gelijk speelveld. We sluiten na het vaststellen van de Europese maatregelen zoveel mogelijk aan bij deze aanpak. In het voorjaar van 2027 nemen we indien nodig aanvullende nationaal geborgde maatregelen om het doel van 2040 te halen en hebben daarbij oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief. De huidige geopolitieke situatie in de wereld onderstreept nogmaals het belang van verdere verduurzaming. Met verduurzaming vergroten we onze onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen en versterken we onze weerbaarheid tegen toevoerproblemen en prijsschokken door ontwikkelingen elders in de wereld. Bovendien lopen de kosten door de gevolgen van klimaatverandering ook in Europa op, terwijl er juist kansen liggen in een groene economie. Verduurzaming is daarom niet alleen goed voor onze onafhankelijkheid en een schonere leefomgeving, maar ook voor onze economische stabiliteit.

3

Zult u doen wat nodig is om dat doel effectief te bereiken?

Antwoord

Het kabinet blijft met volle kracht werken om de klimaatdoelen te halen. Het kabinet wil daarbij zoveel mogelijk aansluiten bij de Europese aanpak om het Europese 2040-klimaatdoel te behalen. De Europese Commissie komt dit najaar met voorstellen voor het behalen van dit klimaatdoel. In het voorjaar van 2027 neemt het kabinet indien nodig aanvullende nationaal geborgde maatregelen om het klimaatdoel van 2040 te halen. Daarbij heeft het kabinet oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief zodat mensen de transitie ook daadwerkelijk mee kunnen maken. Ook richt het kabinet zich daarbij het op vergroten van onze weerbaarheid, door onder andere in te zetten op een toekomstbestendige en meer onafhankelijke economie en industrie.

4

Welk gevolg geeft u aan de vaststelling van gestegen uitstoot in de vorm van eventuele bijsturingen van uw beleid om de uitstoot weer te doen dalen en dat voldoende snel om de klimaatdoelen te halen?

Antwoord

Het klimaatdoel voor 2050, klimaatneutraliteit, is het einddoel van de energietransitie en is leidend. De klimaatdoelen voor 2030 en 2040 zijn belangrijke tussenstappen daarnaartoe. We moeten ook vooruitkijken en het perspectief richten op de lange termijn. Daarom neemt het kabinet bij de verdere vormgeving van het beleid de transitie richting 2050, met 2030 en 2040 als duidelijke tussenstappen, als basis. Tegelijkertijd kijken we daarbij wat we kunnen leren van waarom de uitstoot nu toeneemt. Afgelopen jaar was de uitstoot van de elektriciteitssector hoger, met name door meer export van elektriciteit vanwege toegenomen vraag uit BelgiĂ« en Duitsland. De uitstoot in de industrie daalde juist door het gebruik van minder gas. Ook de uitstoot in de mobiliteit nam af door de afname van benzine- en dieselauto’s en de toename van elektrisch rijden. Het kabinet blijft kijken naar wat de uitstoot zegt over het Nederlandse beleid.

5

Bent u bekend met het feit dat de stijging van de zeespiegel gemiddeld 30 centimeter hoger staat dan voorheen gedacht?

Antwoord

In Nederland zijn er voldoende lokale metingen van zeepspiegelhoogten, waardoor deze berekeningsfout hier niet is opgetreden. Het klopt dat in mondiale studies de risico’s van zeespiegelstijging in de meeste gevallen zijn onderschat, door het hanteren van verkeerde aannames voor de bestaande hoogten van de zeespiegel. De oorzaak hiervan is gelegen in een onjuiste verwerking van satellietmetingen voor de berekening van zee en kusthoogten in mondiale studies naar de gevolgen van zeespiegelstijging. Die satellietmetingen worden in die studies gebruikt omdat er geen of onvoldoende lokale metingen zijn, met name voor het Mondiale Zuiden.

6

Deelt u de mening dat het voor een land dat voor een groot deel onder de zeespiegel ligt, de betrouwbaarheid van modellen die gebruikt worden om ons land en inwoners te beschermen tegen een steeds sneller stijgende zeespiegel, essentieel is?

Antwoord

Ja. Zie ook het antwoord op vraag 5.

7

Wat betekent dit nieuwe wetenschappelijke inzicht voor de situatie in Nederland? Welke impact heeft deze nieuwe informatie op eerder genomen besluiten over het beschermen van ons land, waarbij mogelijks gebruik gemaakt is van achterhaalde en onjuiste modellen?

Antwoord

Zoals ik in antwoord 5 reeds heb aangegeven zijn er in Nederland voldoende lokale metingen van zeepspiegelhoogten, waardoor deze berekeningsfout hier niet is opgetreden. Er zijn dan ook geen consequenties voor de reeds genomen besluiten.

8

Klopt de berichtgeving dat ook Nederlandse onderzoeken naar zeespiegelstijging langs de kust van verkeerde aannames zijn uitgegaan? Kunt u de Kamer informeren over welke Nederlandse onderzoeken dat gaat?

Antwoord
Zoals ik in antwoord 5 reeds heb aangegeven, geldt deze situatie niet voor Nederland.

9

Kunt u aangeven hoe u met deze nieuwe informatie omgaat bij besluiten die raken aan de kern van het behoud van de eilanden en het werelderfgoed Waddenzee, zoals bijvoorbeeld dijknormering en delfstofwinning?

Antwoord

De normen voor de waterkeringen, waaronder dijken, zijn mede gebaseerd op de potentiële gevolgen bij een overstroming. Bij de bepaling van deze gevolgen is rekening gehouden met de afhankelijkheid van zeespiegelstijging. Er is in Nederland geen sprake van een onderschatting van de zeespiegelstijging, dus daar hoeft ook niet voor te worden gecorrigeerd.

Het huidig wettelijk kader ziet er daarnaast op toe dat het werelderfgoed Waddenzee niet wordt aangetast door mijnbouwactiviteiten. Sinds 1 mei 2024 is ook wettelijke vastgesteld dat geen nieuwe winning van delfstoffen (zout en gas) meer wordt toegestaan in de Wadden.

Gas- en zoutwinning in de Waddenzee wordt uitgevoerd met de toepassing van het ‘hand aan de kraan’-principe om negatieve effecten te voorkomen. Het ‘hand aan de kraan’-systeem is primair gebaseerd op de vierjaarlijkse Zeespiegelmonitor en de rapportages van het KNMI over klimaatverandering en zeespiegelstijging.

Op de website van de Zeespiegelmonitor1 wordt jaarlijks de zeespiegelstijging bijgehouden. Hierin wordt aangegeven dat de zeespiegelstijging tot en met 2024 3,1 mm/jaar is. Dit is hoger dan de 2,9 mm/jaar die genoemd wordt in de Zeespiegelmonitor van 2022. In het ‘hand aan de kraan’-systeem wordt rekening gehouden met een zeespiegelstijging van 3,6 mm/jaar in 2024 met een stijging van 0,5 mm/jaar. De zeespiegelstijging die wordt gehanteerd in de ‘hand aan de kraan’ is daarmee conservatiever dan de Zeespiegelmonitor en biedt daarmee meer zekerheid. Er wordt een nieuwe versie van de Zeespiegelmonitor verwacht in 2026.

10

Gezien in beleid en vergunningverlening voor gas- en zoutwinning in de Waddenzee (met het 'Hand aan de Kraan’-principe) zeespiegelstijging een belangrijke parameter is, bent u bereid om verleende vergunningen met deze nieuwe inzichten te herijken en aan te passen?

Antwoord

Het ‘hand aan de kraan’-systeem is de basis van het huidige beleid. In vergunningen is vastgelegd dat winning steeds binnen de op enig moment geldende gebruiksruimte moet blijven. Als blijkt dat, vanwege nieuwe inzichten zoals de zeespiegelstijging, het gebruiksruimtebesluit dient te worden herzien, kan het zijn dat de beschikbare gebruiksruimte naar beneden wordt bijgesteld. Als vervolgens blijkt dat een winning de gebruiksruimte dreigt te overschrijden dient de productie daarop te worden aangepast (verlaagd) of zo nodig gestaakt. Dit volgt reeds uit bestaande vergunningsvoorwaarden. Op de naleving van het ‘hand aan de kraan'-beleid wordt toegezien door de toezichthouder.

11

Herinnert u zich dat in 2021 het beleid voor mijnbouw in de Waddenzee (het de ‘Hand aan de Kraan’-principe) is geĂ«valueerd en dat het kabinet de toezegging aan de Kamer heeft gedaan dat ieder jaar geĂ«valueerd zou worden of er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn die moeten leiden tot een bijstelling van het gebruikte zeespiegelstijgingsscenario? Is dat gebeurd? Kunt u de evaluaties van 2022, 2023, 2024 en indien al beschikbaar 2025 aan de Kamer sturen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Jaarlijks informeert het kabinet uw Kamer over de monitoringsrapportages voor gas- en zoutwinning van de NAM en Frisia op de Waddenzee. NAM en Frisia zijn destijds gevraagd om een paragraaf hieromtrent op te nemen in hun jaarlijkse monitoringsrapportage. De MER Auditcommissie Zoutwinning Waddenzee en de MER Auditcommissie Gaswinning Waddenzee beoordelen jaarlijks deze monitoringsrapportages en adviseren hierover. Deze adviezen worden jaarlijks gepubliceerd en met uw Kamer gedeeld1.

12

Kunt u naar aanleiding van recente inzichten over zeespiegelstijging nieuwe berekeningen laten maken van de te verwachten zeespiegelstijging langs de Nederlandse (wadden)kust? Kunt u daarbij de wetenschappers achter bovenvermelde studie en het KNMI betrekken?

Antwoord
Dit jaar zal naar verwachting de nieuwe Zeespiegelmonitor 2026 worden uitgebracht in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deltares maakt deze Zeespiegelmonitor in samenwerking met het KNMI. Als de Zeespiegelmonitor aanleiding geeft om nieuw advies te vragen over de zeespiegelstijging in de Waddenzee dan zal advies gevraagd worden om te bezien of de nieuwe inzichten moeten leiden tot een aanpassing van de gebruiksruimte.

13

Bent u bereid om gezien de veiligheid voor eiland- en kustgemeenten en de liefde van veel Nederlanders voor het Wad geen onomkeerbare stappen te nemen bij vergunningverlening voor delfstofwinning tot het moment waarop u het onderzoek bedoeld in de vorige vraag met de Kamer heeft besproken?

Antwoord

De Waddenzee is een uniek natuurgebied, met een Unesco Werelderfgoed-status. Het kabinet hecht dan ook grote waarde aan de bescherming van dit unieke gebied. Zoals ik eerder aangaf in mijn antwoorden op vragen 9 tot en met 11 ziet de huidige regelgeving hierop toe en kan indien nodig tijdig ingegrepen worden, mocht blijken dat de winning de gebruiksruimte dreigt te overschrijden. De Kamer wordt periodiek geĂŻnformeerd over de monitoringsrapportages en de adviezen hierover van de MER Auditcommissies. Hiermee zijn afdoende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de unieke natuurwaarden van de Waddenzee als gevolg van mijnbouwactiviteiten niet worden aangetast.


  1. Kamerstuk 2025/26, 32849, nr. 292.↩