[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

vragen van de leden Van Oosterhout en Zalinyan over de Joint Letter of Intent met Tata Steel en het vervolg van de maatwerkafspraak

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D24606, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-05-26 10:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06053:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden Van Oosterhout en Zalinyan (beiden GroenLinks-PvdA) over de Joint Letter of Intent met Tata Steel en het vervolg van de maatwerkafspraak (2026Z06053, ingezonden 25 maart 2026).

Stientje van Veldhoven-van der Meer

Minister van Klimaat en Groene Groei

Jo-Annes de Bat

Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei

Annet Bertram

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat


2026Z06053

Vraag 1

Kunt u toelichten welke rol u voor de Expertgroep Gezondheid IJmond ziet in de verdere uitwerking van de maatwerkafspraak met Tata Steel en de opvolging van de afspraken?

Antwoord

Het kabinet is de leden van de Expertgroep erkentelijk voor de waardevolle adviezen die zij tot nu hebben gegeven. In dat licht is het goed dat de Expertgroep ook in de komende periode gevraagd en ongevraagd advies zal blijven geven, waarbij al bekend is dat de Expertgroep in ieder geval over de Gezondheidseffectrapportage (GER) en monitoringsafspraken zal adviseren. Zoals bepaald in artikel 4.3 van het instellingsbesluit zal de Expertgroep worden opgeheven als de maatwerkafspraak eenmaal is gesloten; de tijdelijke specifieke adviesbehoefte in het kader van het maatwerktraject is dan immers afgerond. Reguliere advisering over staand beleid, waaronder een gesloten maatwerkafspraak, zal lopen via de reguliere kanalen – zoals de Gezondheidsraad, het RIVM, de GGD, enzovoorts.

Vraag 2

Kunt u toelichten hoe u de adviezen van de Expertgroep Gezondheid IJmond heeft meegewogen – en waarom bepaalde adviezen wel of niet zijn overgenomen – bij het opstellen van de Joint Letter of Intent (JLoI) met Tata Steel?

Antwoord

In verschillende fases van het maatwerktraject, zoals bij de vaststelling van het onderhandelingsmandaat1 en bij het komen tot de JLoI2, hebben adviezen van de Expertgroep een belangrijke rol gespeeld. Het kabinet heeft in de Kamerbrief over de ondertekening van de JLoI (en in eerdere reacties op adviezen van de Expertgroep) toegelicht welke adviezen wel, niet of deels zijn overgenomen en waarom. Een nadere toelichting op de redenen waarom het kabinet adviezen wel, niet of deels over heeft kunnen nemen in de JLoI is daarna gegeven in antwoord op diverse Kamervragen en tijdens diverse debatten.3 Zie de samenvatting in de volgende tabel:

Advies Opvolging
De gezondheidseffectrapportage (GER) een volwaardige plek geven in de maatwerkafspraken en de vergunningverlening. Overgenomen; dit is een speerpunt voor de maatwerkafspraak. De GER-TSN is een levend document dat richting de maatwerkafspraak zo ver en goed mogelijk wordt ingevuld. Ook in de periode daarna kan de GER steeds geactualiseerd worden en zo mogelijk gebruikt kan worden als instrument voor monitoring en bijsturing. Zie voor de rol van de GER bij vergunningverlening het antwoord op vraag 7.
In de GER ook ultrafijnstof, geluid en een aantal specifieke ZZS meenemen Overgenomen.
Gezondheidswinst op korte termijn garanderen door afspraken over overkappingen en Kookgasfabriek 2 (KGF2). Overgenomen, met de kanttekening dat niet het hele terrein wordt overkapt. KGF2 zal bij een maatwerkafspraak worden vervangen door de nieuwe installaties, de Direct Reduction Plan en Electric Arc Furnace (DRP-EAF), en zal dan dus sowieso worden gesloten. Er wordt geen subsidie verleend voor het sluiten van de KGF2 omdat dit vanwege handhavingsstappen in het wettelijke traject is gekomen.
Praktisch principe: luchtvervuiling van Tata Steel mag vergelijkbaar zijn met gemiddelde stad; ZZS 90% omlaag. Zoals eerder gemeld4 streeft het kabinet ernaar op termijn de WHO-advieswaarden te behalen, maar is de definitie ‘gemiddelde stad’ niet goed werkbaar. Het verlagen van ZZS emissies is een prioriteit in de JLoI, maar zoals eerder gemeld5 is binnen de kaders van de maatwerkafspraak niet alles mogelijk.
Gezondheidswinst integraal bekijken Overgenomen.
Verbetering van meten en monitoren en de communicatie daarover Overgenomen.

Vraag 3

Bent u van plan om in lijn met de motie-Tijssen c.s. (Kamerstuk 28089, nr. 307) de adviezen van de Expertgroep Gezondheid IJmond, ook voor zover deze niet in de JLoI zijn opgenomen, als harde voorwaarde mee te nemen in de onderhandelingen en uitwerking van de uiteindelijke maatwerkafspraak?

Antwoord

Het kabinet ziet de motie als steun in de rug en als bevestiging van de inzet om gezondheid volop te prioriteren in de maatwerkafspraak6. Hoe de motie handen en voeten krijgt is ook aangegeven in de Kamerbrief over de JLoI7. Zoals daar aangegeven, zijn in de definitieve JLoI veel van de adviezen overgenomen. Zo zijn voor alle door de Expertgroep voorgestelde stoffen (reductie)doelen opgenomen. Ook zijn er monitoringsafspraken voor geur en geluid gemaakt en zijn er verschillende toezeggingen opgenomen over het verschaffen van meer transparantie over metingen. Het kabinet blijft bij het toewerken naar een bindende maatwerkafspraak graag gebruik maken van de kennis die de Expertgroep inbrengt.

Zoals gemeld in de Kamerbrief over de JLoI en in antwoord op eerdere vragen8 vergt volledige opvolging van de adviezen van de Expertgroep, naast de beoogde vervanging van Kooksgasfabriek 2 (KGF2) en Hoogoven 7 door de Direct Reduction Plant en Electric Arc Furnace (DRP-EAF), onder andere ook sluiting van andere fabrieksonderdelen zoals Kooksgasfabriek 1 (KGF1), Hoogoven 6 en de sinterfabriek. Dit valt buiten de scope van de maatwerkafspraak.

Zoals eerder aan uw Kamer is gemeld9 was voor KGF2 sluiting aanvankelijk voorzien in 2029, en de sluiting van KGF1 zou onderdeel zijn van de tweede fase van verduurzaming. Recent heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) bij TSN aangekondigd dat zij een ontwerp-intrekkingsbesluit voorbereidt voor de intrekking van de vergunningen van beide kooksgasfabrieken. Het kabinet heeft de Kamer hier onlangs per brief over geïnformeerd.10 Zoals in deze brief ook aangegeven houdt het kabinet een vinger aan de pols en wordt onderzocht of en zo ja, welke implicaties dit voor de maatwerkafspraak met het bedrijf heeft. Helder is dat het bedrijf zich, net als ieder ander bedrijf, aan wet- en regelgeving dient te houden en dat een eventuele maatwerksubsidie moet (blijven) voldoen aan de Europese voorwaarden voor staatssteun onder het geldende staatssteunkader.

Vraag 4

Kunt u een toelichting geven op het proces, inclusief de tijdlijn, om te komen tot een MER en een GER, en op de rol die beide instrumenten hebben bij vergunningverlening en het al dan niet verstrekken van subsidie?

Antwoord

Deze vraag is inmiddels aan de orde gekomen tijdens het plenaire debat over de JLoI met Tata Steel op 7 april jl. Ook wordt verwezen naar de inleiding op de beantwoording van eerdere Kamervragen hierover11. Samengevat is het MER een noodzakelijke stap voor de vergunningverlening voor fase 1 van het Groen Staal-plan, terwijl de GER inzicht geeft in de gezondheidswinst die het geheel aan maatregelen (fase 1 van Groen Staal, plus de aanvullende milieumaatregelen) oplevert. Beide rapporten zijn dus relevant voor de beoogde subsidieverstrekking, vanwege de geldende wettelijke (MER) en politieke (GER) afspraken.

De beoordeling van vergunningsaanvragen en het milieueffectrapport (MER) van Tata Steel is aan de betrokken bevoegde gezagen. Het coördinerend bevoegd gezag ligt bij de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de daarbij behorende taken in mandaat uit. Actuele informatie over het proces van de vergunningsprocedure en het MER is te vinden op de website van OD NZKG.12

Het MER van Tata Steel is een belangrijke bijlage voor de beoordeling van vergunningaanvragen voor het project Heracless Groen Staal. Op 6 maart heeft OD NZKG een verzoek om aanvullende informatie verstuurd aan Tata Steel13. Het bedrijf moet deze informatie eerst aanleveren voordat de omgevingsdienst verder kan met de beoordeling van de eerste vergunningaanvraag en het MER. Als zowel de vergunningaanvraag als het MER van voldoende kwaliteit zijn, stelt de Omgevingsdienst de eerste ontwerpvergunning op en worden deze tezamen met het MER gepubliceerd voor een zienswijzeperiode. Tijdens de zienswijzeperiode toetst de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) het aangevulde MER en brengt zij een definitief advies uit. Volgens de huidige planning is de inschatting dat de publicatie van de eerste vergunning en het MER op zijn vroegst plaatsvindt in het eerste kwartaal van 2027.

Zoals aangegeven in de recente voortgangsbrief14 en ook besproken tijdens het plenaire debat is de inzet van het kabinet om deze zomer ver genoeg gevorderd te zijn met de GER-TSN dat deze kan worden gebruikt voor de maatwerkafspraak. Daarbij is het belangrijkrijk om te beseffen dat de GER een nieuw instrument is dat, terwijl eraan gewerkt wordt, nog uitgedacht wordt. Het is dus een levend document dat ook later nog gevuld en geactualiseerd kan worden en ná het sluiten van de maatwerkafspraak mogelijk gebruikt kan worden als instrument voor monitoring en bijsturing. Deze optie wordt meegewogen binnen het bredere potentiële instrumentarium.

Vraag 5

Indien de maatwerkafspraak in september wordt ondertekend, heeft u, en daarmee de Kamer, dan voldoende inzicht in de gezondheidseffecten van de afspraken, afrekenbare garanties op vermindering van schadelijke effecten, vergunningverlening en de mogelijk te verstrekken subsidie?

Antwoord

Zoals onder meer aangegeven tijdens het recente plenaire debat, en in lijn met de motie-Jumelet c.s.15, zal de maatwerkafspraak bindende en afrekenbare resultaatverplichtingen bevatten voor emissiereducties. De afspraken worden zo concreet en meetbaar mogelijk gemaakt, zodat er bij het sluiten van de maatwerkafspraak duidelijkheid is over de emissiereducties en in de uitvoeringsfase over de naleving van de afspraken. Dit is in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond naar aanleiding van de concept-JLoI. De beoogde subsidieverstrekking zal worden gekoppeld aan het behalen van de afgesproken mijlpalen en resultaten.

Dankzij de beschikbare rapporten en adviezen van experts, zoals het RIVM-rapport uit 202316, weten we al welke stoffen het grootste negatieve effect hebben op de gezondheid. Dat is, samen met de eerste tussenrapportage van de werkgroep GER-TSN, de basis van de inzet van het kabinet in de onderhandelingen met het bedrijf en die aanpak heeft ook al zijn beslag gekregen in de JLoI. Daarnaast wordt de GER-TSN, als levend document, richting de maatwerkafspraak zo ver en goed mogelijk ingevuld.

De vergunningverlening is afhankelijk van de beoordeling van het MER en de vergunningaanvraag door de betrokken bevoegde gezagen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 is de publicatie van het MER en de eerste ontwerpvergunning door de OD NZKG op zijn vroegst voorzien in het eerste kwartaal van 2027.

Vraag 6

Wordt de GER, naast een informatief instrument, ook een sturend instrument?

Antwoord

Zoals aangegeven in de recente voortgangsbrief neemt het kabinet deze suggestie van de Expertgroep mee bij de uitwerking van de beoogde maatwerkafspraak.

Vraag 7

Zullen, zoals geadviseerd door de Expertgroep Gezondheid IJmond, naast de MER ook de resultaten van de GER voorwaardelijk worden gemaakt voor vergunningverlening?

Antwoord

In de kabinetsreactie17 op het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond is aangegeven dat een GER, in tegenstelling tot een MER, op dit moment nog geen bestaand wettelijk instrument is. In de regelgeving zijn op dit moment geen concrete bevoegdheden opgenomen waarmee een vergunningverlener op basis van de GER voorschriften kan stellen. De provincie heeft als bevoegd gezag in haar reactie op het tweede advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond daarom reeds aangegeven dat zij niet voornemens is te wachten op een GER bij de terinzagelegging van ontwerpbesluiten.18 De voortgang van de GER-TSN en de actualisaties daarvan worden uiteraard wel gedeeld met het bevoegd gezag.

Vraag 8

Hoe gaat u de kennis- en meetlacunes ten aanzien van gezondheidseffecten, bijvoorbeeld van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en ultrafijnstof, adresseren?

Antwoord

Deze vraag gaat in op modaliteiten van de maatwerkafspraak die onderdeel vormen van de uitwerking van de JLoI. Precieze antwoorden zijn op dit moment nog niet te geven omdat die uitwerking nog in volle gang is.

De Expertgroep merkt op dat, gezien de wettelijke minimalisatieplicht voor ZZS, de doelen in de JLoI niet moeten worden gezien als einddoel, maar als eerste stap in een verbetertraject. Het kabinet ziet de maatwerkafspraak als een eerste stap om versneld de uitstoot van een aantal ZZS fors terug te dringen. Daarnaast biedt het wettelijk kader in de vorm van een vermijdings- en reductieprogramma mogelijkheden waarmee (zonder bovenwettelijke afspraak) stapsgewijs verdere reducties kunnen worden gerealiseerd.

Vraag 9

Hoe gaat u de noodzakelijke omvang van het meetnetwerk, nieuwe meetmethoden en de resultaten daarvan een integraal en afdwingbaar onderdeel maken van de maatwerkafspraken?

Antwoord

Deze vraag gaat in op modaliteiten van de maatwerkafspraak die onderdeel vormen van de uitwerking van de JLoI. Precieze antwoorden zijn op dit moment nog niet te geven omdat die uitwerking nog in volle gang is.

Gegeven de omvang en complexiteit van de te steunen bovenwettelijke verbeteringen zijn gedegen afspraken over monitoring van de doelstellingen essentieel. De mogelijkheden voor monitoring en metingen, waaronder de door de Expertgroep gesuggereerde uitbreiding van het bestaande meetnet, worden meegewogen binnen het bredere potentiële instrumentarium.

Ook de komende jaren is het van belang om goed zicht te houden op de kwaliteit van de leefomgeving in de IJmond, juist ook als gevolg van de transitie bij TSN. Daarom is aan het RIVM gevraagd om, in samenwerking met o.a. de GGD, een evaluatie uit te voeren van de huidige onderzoeken die in de IJmond plaatsvinden. Hiermee wordt bezien of het huidige onderzoeksportfolio voor de komende jaren passend is. Eerdere evaluaties, zoals gedaan bij het luchtmeetnet, worden hierbij betrokken. De suggesties van de Expertgroep Gezondheid IJmond zullen door het RIVM worden meegewogen. Op basis van die evaluatie kan worden besloten of aanvullend onderzoek moet worden gestart en/of welke aanpassingen nodig zijn in lopende onderzoeken.

Vraag 10

Bent u van plan om, in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond, afdwingbare gezondheidsdoelen op te nemen in de uiteindelijke maatwerkafspraak, en hoe worden deze doelen vastgesteld (bijvoorbeeld op basis van waarden voor een gemiddelde stad of WHO-richtlijnen)?

Antwoord

Deze vraag gaat in op modaliteiten van de maatwerkafspraak die onderdeel vormen van de uitwerking van de JLoI. Precieze antwoorden zijn op dit moment nog niet te geven omdat die uitwerking nog in volle gang is. Zie ook het antwoord op vraag 5.

Vraag 11

Gaat u naast emissiedoelen ook immissiedoelen opnemen in de maatwerkafspraak?

Antwoord

Deze vraag gaat in op modaliteiten van de maatwerkafspraak die onderdeel vormen van de uitwerking van de JLoI. Precieze antwoorden zijn op dit moment nog niet te geven omdat die uitwerking nog in volle gang is.

In artikel 6, lid 11 van de JLoI staat dat TNO een methode ontwikkelde om de PM10-bijdrage van TSN te bepalen aan de immissie in de IJmond en dat het RIVM op dit onderzoek van TNO een second opinion zou geven. Beide rapporten zijn vorig jaar afgerond19. De Expertgroep adviseert ”om in de definitieve JLoI reductiedoelen zoveel mogelijk vast te leggen op emissieniveau”20. Onder andere op basis van beide rapporten en het advies van de Expertgroep is gebleken
dat de methode van TNO niet gebruikt kan worden om bindende afspraken te maken. In de definitieve afspraak zal dus een alternatieve meetmethode vastgelegd moeten worden.

Vraag 12

Hoe bent u voornemens op dergelijke doelen te handhaven, en welke consequenties – zoals ontbindende voorwaarden, boetes of terugvorderingen – worden verbonden aan het niet behalen van de gezondheidsdoelen?

Antwoord

Deze vraag gaat in op modaliteiten van de maatwerkafspraak die onderdeel vormen van de uitwerking van de JLoI. Precieze antwoorden zijn op dit moment nog niet te geven omdat die uitwerking nog in volle gang is.

Het is voor het kabinet van belang dat de doelen voor vermindering van de CO2-uitstoot en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden worden behaald. De waarborgen voor het behalen van de doelen van de beoogde maatwerkafspraak en de consequenties bij het niet behalen van deze doelen, worden de komende tijd verder uitgewerkt in de (juridische documentatie bij de) maatwerkafspraak. In het plenaire debat over de JLoI is reeds aangegeven dat hierbij kan worden gedacht aan het uitbetalen van de subsidie in tranches gekoppeld aan mijlpalen, een controlesysteem met effectief sanctiesysteem en terugvorderingsmogelijkheden.

Vraag 13

Bent u voornemens om periodieke evaluatiemomenten (bijvoorbeeld elke twee jaar) vast te leggen, waarin wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn?

Antwoord

Zoals in de JLoI benoemd wordt een controlesysteem, inclusief een effectief systeem bij niet naleving van de afspraken, onderdeel van de maatwerkafspraak. De exacte invulling hiervan wordt de komende tijd verder uitgewerkt en opgenomen in de (juridische documentatie bij de) maatwerkafspraak. Zie ook het antwoord op vraag 12.

Vraag 14

Bent u van plan om in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond naast gezondheidsafspraken en -doelen voor nieuwe installaties ook afspraken over bestaande installaties op te nemen in de maatwerkafspraak?

Antwoord

Ja. In de JLoI staan emissieplafonds opgenomen voor een groot aantal vervuilende stoffen. Deze plafonds bestaan uit de som van emissies van huidige en nieuwe installaties. Dit betekent dat het bedrijf maatregelen zal moeten nemen als de emissies om welke reden dan ook boven dit plafond zouden uitkomen.

Bij het sluiten van een maatwerkafspraak is het voor het kabinet van groot belang dat het bedrijf wet- en regelgeving naleeft, ook wel ‘compliance’ genoemd21. Compliance is daarom ook in de Joint Letter of Intent opgenomen, onder andere als opzeggrond voor de staat. Gelet op het belang van compliance wordt vanuit het Rijk in de onderhandelingen met het bedrijf aangedrongen op een zo snel mogelijke oplossing voor de lopende handhavingstrajecten. Het is aan TSN om deze plannen verder uit te werken en met de relevante partijen te bespreken.

Vraag 15

Hoe gaat u de weging en toetsing van het kosteneffectiviteitsbeginsel specifiek voor investeringen in Best Beschikbare Technieken (BBT) voor ZZS, versterken en verbreden met maatschappelijke waarden zoals gezondheid?

Antwoord

Ieder bedrijf moet voldoen aan BBT en de daarbij behorende emissiegrenswaarden. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan een bedrijf, op basis van een analyse dat de kosten niet opwegen tegen de baten, het bevoegd gezag verzoeken hiervan af te wijken. Met de herziening van de Richtlijn industriële emissies (Rie) heeft de Europese Commissie aangekondigd met een uitvoeringshandeling een gestandaardiseerde methode vast te stellen voor deze beoordeling. De Commissie verkent welke methode daarvoor geschikt is, waarbij ook nadrukkelijk een schadekostenmethodiek wordt onderzocht waarbij milieuschade wordt gemonetariseerd. Naar verwachting zal deze methodiek in de eerste helft van 2027 zijn afgerond.

Verder geldt dat - ook als een bedrijf voldoet aan BBT, de emissiegrenswaarden en aan de immissietoets - bedrijven doorlopend inspanningen moeten plegen om ZZS-emissies te voorkomen of te reduceren. Ook hierbij wordt getoetst of de kosten opwegen tegen de baten. Voor de afleiding van de toe te passen kostenbandbreedte is gebruik gemaakt van preventiekosten en niet van milieuschadekosten22, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om betrouwbaar milieuschadekosten voor ZZS af te leiden. Gezondheid en milieueffecten zijn in zoverre reeds verdisconteerd in de huidige methodiek dat voor ZZS-emissies veel hogere kengetallen voor kosteneffectiviteit worden gehanteerd dan voor niet-ZZS-emissies. Na oplevering van de EU-methodiek zal bezien worden in hoeverre die methodiek ook toepasbaar is in het ZZS-beleid.

Vraag 16

Heeft u Tata Steel verzocht om in de MER-alternatieven op te nemen die bijvoorbeeld de gezondheidswinst of de CO₂-reductie maximaliseren, zodat een betere afweging kan worden gemaakt?

Antwoord

Het kabinet is geen partij bij het opstellen of beoordelen van het MER. Het is aan TSN als initiatiefnemer om een MER op te stellen en het is aan de respectievelijke bevoegde gezagen om (onderdelen van) het MER te beoordelen. Het coördinerend bevoegd gezag ligt bij de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de daarbij behorende taken in mandaat uit.

De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) heeft in december 2025 advies uitgebracht over het door Tata Steel ingediende milieueffectrapport23. Op 6 maart 2026 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) bekend gemaakt dat zij Tata Steel, mede op basis van het advies van de Commissie mer, heeft verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over het MER zodat met het MER niet alleen de milieueffecten van Heracless-Groen Staal, maar ook van de aanvullende milieumaatregelen die in de JLol zijn opgenomen in beeld worden gebracht24. Het gaat dan onder andere over de effecten van het overkappen van grondstofopslagen.

Vraag 17

Waarom hanteert Tata Steel in de MER een andere productiecapaciteit – en daarmee mogelijk een andere uitstoot – dan in de JLoI, en wat zijn daarvan de consequenties?

Antwoord

Het MER wordt niet opgesteld ten behoeve van de maatwerkafspraken, maar voor de vergunningverlening van het project Heracless-Groen Staal. Het MER kent zijn eigen wettelijke (beoordelings)kader. Hierdoor kunnen er verschillen bestaan tussen het MER en de JLoI, bijvoorbeeld in de scope, gehanteerde referentiepunten en gestelde doelen. Ook behoeven zowel het MER als de JLoI nog nadere uitwerking.

Vraag 18

Hoe (juridisch) zeker zijn de vergunningen voor emissies van Tata als de gezondheid en dus het belang van omwonenden onvoldoende is meegewogen? Kunt u bij het beantwoorden van deze vraag de jurisprudentie van de RBV-zaak van omwonenden tegen Schiphol meewegen, waarbij de rechter oordeelde met verwijzing naar het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden?

Antwoord

De beoordeling van vergunningsaanvragen van Tata Steel is aan de betrokken bevoegde gezagen. Het coördinerend bevoegd gezag ligt bij de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de daarbij behorende taken in mandaat uit.

De aard en kenmerken van de zaak van de Stichting Recht op bescherming tegen vliegtuighinder (RBV-zaak) verschillen wezenlijk van de situatie rondom Tata Steel. In de RBV-zaak oordeelde de rechtbank onder meer dat de Staat bij de vaststelling van het Luchthavenverkeerbesluit de belangenafweging die artikel 8 van het EVRM voorschrijft, niet op de juiste wijze had uitgevoerd. Daar kwam bij dat de Staat de belangen van een aantal mensen die ernstige geluidshinder en slaapverstoring ondervonden, niet had meegenomen in onderzoeken waarop het beleid werd afgestemd. De Staat moest van de rechtbank een vorm van praktische en effectieve rechtsbescherming bieden voor alle mensen die ernstige hinder of slaapverstoring ondervinden van het luchtverkeer van en naar Schiphol (conform art 13 EVRM).

Anders dan bij het Luchthavenverkeerbesluit is het beoordelingskader voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit geregeld in de Omgevingswet. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, afdeling 8.5) bepaalt welke overwegingen bij de beoordeling betrokken moeten worden, waarbij de Omgevingswet (artikel 5.32) ruimte biedt om een vergunning te weigeren als er door bijzondere omstandigheden mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid zouden zijn. Binnen de wettelijk voorgeschreven procedures worden de gezondheid en het belang van omwonenden dus wel degelijk meegewogen. Inspraak en rechtsbescherming voor besluiten op grond van de Omgevingswet verlopen volgens de procedures van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De standaardmiddelen voor inspraak en rechtsbescherming zijn zienswijzen, bezwaar en beroep.

Vraag 19

Hoe houdbaar zijn de maatwerkafspraken als deze vergunningen vereisen die niet vergunbaar zijn of door de rechter worden vernietigd? Wat zijn de gevolgen van een vernietigde vergunning voor de maatwerkafspraken en de subsidies of andere incentives?

Antwoord

De vraag bevat meerdere aannames waarop het moeilijk reageren is zonder de specifieke omstandigheden in die (hypothetische) scenario's te kennen. In ieder geval zal tijdens de projectperiode de subsidie worden uitgekeerd in tranches, na het behalen van vooraf vastgestelde mijlpalen. Dat betekent dat de staat de volgende tranche van de subsidie pas overmaakt als er voldoende voortgang is in de projecten. De laatste tranche van de subsidie wordt pas overgemaakt nadat alle projecten zijn opgeleverd.

Vraag 20

Kunt u toelichten hoe de economische en maatschappelijke baten van Tata Steel voor Nederland zich verhouden tot de NOx-emissie en welke maatschappelijke baten gegenereerd kunnen worden door deze emissie te verminderen of anders ‘te besteden'?

Antwoord

De afweging van deze economische en maatschappelijke baten heeft plaatsgevonden met behulp van de analyse van Wijers en Blom. Het kabinet heeft daarnaast eerder dit jaar de Samenhangende Aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof gepubliceerd25. Het kabinet geeft hierin aan dat zij werkt aan het structureel verbeteren van de natuur zodat vergunningverlening weer mogelijk wordt voor maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het bouwen van woningen en de verduurzaming van de industrie. De vermindering van de emissie van een enkel bedrijf, in dit geval TSN, leidt er niet toe dat op korte termijn andere maatschappelijke ontwikkelingen uitgevoerd kunnen worden. Stikstofdepositie vormt nu nog een te grote drukfactor op omliggende Natura 2000-gebieden.

Vraag 21

Kunt u toelichten op welke wijze de voorgenomen maatwerkafspraak met Tata Steel leidt tot additionele CO₂-reductie ten opzichte van de geldende Nederlandse en Europese klimaatdoelstellingen?

Vraag 22

Onderschrijft u dat binnen het EU ETS productbenchmarks worden toegepast om de hoeveelheid gratis emissierechten voor individuele installaties te bepalen en niet bepalend zijn voor de hoeveelheid emissierechten binnen het EU ETS?

Antwoord 21 en 22

Met de voorgenomen maatwerkafspraak kan 5% van de totale Nederlandse CO2 uitstoot worden gereduceerd. De maatwerkafspraak draagt daarmee fors bij aan het behalen van de nationale en Europese klimaatdoelen. Zonder een maatwerkafspraak met TSN wordt deze CO2-reductie immers niet (op korte termijn) gerealiseerd. Noch de nationale CO2-heffing, noch het EU-ETS verplicht een individueel bedrijf namelijk om te verduurzamen of dwingt verduurzaming automatisch af. Het betreffen instrumenten op nationaal en Europees niveau, niet op bedrijfsniveau. De nationale CO2-heffing – die het kabinet af gaat schaffen – creëert een prijs voor CO2 uitstoot die bedrijven moeten betalen als ze meer uitstoten dan de hoeveelheid gratis rechten die ze ontvangen (verminderd met de EU-ETS prijs). Het EU-ETS doet dit ook, maar hier wordt de totale maximale uitstoot beperkt omdat een bedrijf EU-ETS rechten nodig heeft om CO2 te mogen uitstoten. Een bedrijf ontvangt op basis van Europese benchmarks en productievolumes een bepaald aantal gratis rechten. Als een bedrijf meer uitstoot dan de gratis toegewezen rechten, moet het bedrijf additionele rechten kopen of gespaarde rechten uit eerdere jaren te gebruiken. In de basis is het zo dat een bedrijf niet verduurzaamt zolang de totale prijs voor verduurzaming hoger ligt dan de totale prijs voor de benodigde EU-ETS rechten. Daarbij speelt bij internationale ondernemingen ook mee dat zij enkel verduurzamingsinvesteringen plegen die in het gehele portfolio van het bedrijf voldoende renderen ten opzichte van andere investeringen.

In de casus TSN wordt, net als bij andere maatwerkbedrijven, de business case voor de verduurzaming (factual scenario) vergeleken met het scenario dat er niet wordt verduurzaamd (counterfactual scenario). In beide scenario's wordt de EU-ETS prijs en de hoeveelheid gratis rechten die het bedrijf ontvangt meegenomen. Dit gebeurt aan de hand van de meest recente benchmarks, het CBAM afbouwpad en prijsverwachtingen. Uit de business case van TSN blijkt dat de investering om op korte termijn te verduurzamen zonder overheidssteun niet rendabel is. Dat is dus inclusief de vermeden ETS kosten bij verduurzaming.

Vraag 23

Onderschrijft u dat ETS-benchmarks primair gebaseerd zijn op de prestaties van bestaande installaties en daarmee een afspiegeling vormen van de huidige stand van de techniek, niet het reductiepotentieel of de beschikbare transitie- of mitigatieopties?

Antwoord

De ETS-benchmarks worden inderdaad grotendeels gebaseerd op de prestaties van bestaande installaties en geven daarmee doorgaans een goede indicatie van de stand van de techniek. Op basis van enkel de benchmarks kan niet worden bepaald in hoeverre een bedrijf in de toekomst CO2-uitstoot kan reduceren, noch op welke termijn dit realistisch is. De benchmarks geven daarbij inzicht in hoe CO2-efficiënt bedrijven opereren ten opzichte van de meest efficiënte installaties in Europa. Een belangrijke kanttekening bij de benchmarks is dat deze iedere vijf jaar worden aangescherpt, waarbij van tevoren een minimale aanscherping wordt bepaald door de Europese Commissie. Hierdoor worden benchmarks ook aangescherpt zonder dat de installaties efficiënter zijn geworden. Dit kan ertoe leiden dat benchmarks geen zuiver beeld geven van de stand van de techniek.

Vraag 24

Kunt u toelichten welke rol ETS-benchmarks spelen in de beoordeling of de voorgenomen CO₂-reductie door Tata Steel additioneel is ten opzichte van wat reeds door het EU ETS wordt afgedwongen, en heeft een aanpassing van de benchmarks – zoals aangekondigd door de Europese Commissie – hier invloed op?

Antwoord

Zoals in het antwoord op vraag 21 en 22 reeds toegelicht verplicht het EU-ETS geen CO2-reductie bij individuele bedrijven. Zo lang de totale investering in verduurzaming duurder is dan blijven produceren op de huidige manier (inclusief de prijs voor CO2), is er een bedrijfseconomische reden om (nog) niet te verduurzamen.

Iedere aanpassing aan het EU-ETS heeft in meer of mindere mate impact op de business case van TSN, zowel op de factual (verduurzaming) business case als counterfactual (activiteiten op huidige wijze voortzetten) business case. In de basis is het zo dat een hogere ETS prijs en/of minder (gratis) rechten door bijvoorbeeld een aanscherping van de benchmark, de business case voor het counterfactual scenario verslechtert. Echter, zorgt de hoeveelheid gratis rechten voor hetzelfde effect op het factual scenario en daarmee maakt dit relatief geen verschil. Wel leidt het ertoe dat andere scenario's, zoals bijvoorbeeld het scenario om productie af te schalen of te verplaatsen naar goedkopere locaties, relatief aantrekkelijker worden t.o.v. het counterfactual scenario.

Vraag 25

Welke criteria hanteert u om te bepalen of sprake is van “versnelde” CO₂-reductie in het geval van Tata Steel, en hoe verhouden deze criteria zich tot het reductietempo dat reeds volgt uit het EU ETS?

Antwoord

Zoals reeds toegelicht in de antwoorden 21, 22 en 24 wordt binnen dit kader het scenario van de voorgenomen maatwerkafspraak vergeleken met het scenario dat er geen maatwerkafspraak wordt gesloten. Daaruit blijkt dat het op dit moment, zonder steun, niet rendabel is voor het bedrijf om te verduurzamen. De voorgenomen steun zorgt er dus voor dat er sneller CO2-reductie plaatsvindt dan in het geval zonder steun.

Vraag 26

Kunt u toelichten welke rol deze criteria, en specifiek de ETS-benchmarks, spelen in de beoordeling of Tata Steel in aanmerking komt voor staatsteun?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 21 t/m 25 en met name antwoord op vraag 24.

Vraag 27

Hoe weegt u in dit kader de Europese CO2-grensheffing (CBAM) en de versnelde afbouw van gratis rechten en de prikkel die daarmee ontstaat, ongeacht mogelijke staatsteun, om te investeren in verduurzaming?

Antwoord

Zoals in antwoord 21 en 22 reeds toegelicht wordt in de casus TSN, net als bij andere maatwerkbedrijven, de business case voor de verduurzaming (factual scenario) vergeleken met het scenario dat er niet wordt verduurzaamd (counterfactual scenario) om de maximale overheidssteun te kunnen bepalen. In beide scenario's wordt zaken zoals ETS, importheffingen en CBAM volledig meegenomen. Dit gebeurt aan de hand van de meest recente benchmarks, afbouwpaden en prijsverwachtingen.

Vraag 28

Is er nog steeds sprake van ‘versnelde’ CO2-reductie, en voldoende onderbouwing voor staatssteun, als Tata Steel slechts de overstap van kolen naar aardgas maakt in fase 1 – en niet overstapt op groen gas of –waterstof?

Antwoord

Ja. Zoals reeds beschreven in de antwoorden op de vorige vragen, zou de met de maatwerkafspraak gerealiseerde 5,4 Mton CO2-reductie die volgt uit de bouw van de DRP-EAF zonder maatwerkafspraak niet op de voorgenomen termijn gerealiseerd worden. Daarmee is deze reductie dus versneld ten opzichte van het scenario waarin geen steun wordt verleend.

Zoals verder uit het staatsteunkader, de Guidelines on State aid for climate, environmental protection and energy (CEEAG), volgt dient bij eventuele staatssteun voorkomen te worden dat het gebruik van fossiele brandstoffen de ontwikkeling van schonere alternatieven belemmert. De overstap van kolen naar aardgas levert dus veel CO2-winst op, maar is alleen niet voldoende binnen de regels van het CEEAG, omdat dit zou kunnen leiden tot een lock-in op fossiele brandstoffen. Daarom is TSN van plan om ook CCS toe te passen én het aardgas te vervangen door biomethaan en/of hernieuwbare waterstof. Voor het aankopen van groene waterstof en/of biomethaan moet TSN tenders gaan uitzetten. In dit tendermechanisme wordt afgesproken onder welke voorwaarden TSN wordt verplicht om biomethaan en/of waterstof in te kopen en in te zetten. Deze afspraak kan helpen om de ontwikkeling van de markt voor biomethaan en/of hernieuwbare waterstof te stimuleren. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over de gevolgen indien TSN geen of onvoldoende biomethaan en/of waterstof aankoopt.

Vraag 29

Worden er harde doelen en tijdlijnen opgenomen over CO2-reductie en investeringen in fase 2 – de tweede helft van de fabriek – of staat het Tata Steel vrij om die investeringen niet te doen of zelfs de tweede helft van de fabriek te sluiten?

Antwoord

Fase 2 van de verduurzaming valt buiten de scope van de JLoI en de maatwerkafspraak. In de JLoI is wel in artikel 3 de inspanningsverplichting opgenomen dat TSN zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2045 klimaatneutraal moet zijn. Daarnaast is in de JLoI afgesproken dat de staat en het bedrijf een kolenverbod onderzoeken, als stok achter de deur voor de verdere verduurzaming.

Vraag 30

Worden er met het oog op de strategische autonomie en importafhankelijkheid harde garanties opgenomen in de maatwerkafspraak dat Tata Steel ten laatste voor 2032 overstapt op hernieuwbare energie en dat nieuwe installaties niet nog vele jaren op aardgas draaien?

Antwoord

De juridische borging ten aanzien van de overstap op hernieuwbare energiebronnen is onderdeel van de verdere uitwerking van de JLoI. Het precieze antwoord op deze vraag is op dit moment nog niet te geven omdat deze uitwerking nog in volle gang is. De uiteindelijke afspraken worden de opgenomen in de maatwerkafspraak.

In de JLoI is de intentie overeengekomen dat TSN in de periode 2032-2037 het aardgas in de DRP zal vervangen door groene waterstof en/of biomethaan. Voor de aankoop van deze groene energiebronnen verstrekt de staat een lening van 200 miljoen euro, welke benut kan worden voor de bouwfase van de DRP. Indien er in de gehele periode geen groene waterstof en/of biomethaan wordt ingekocht door TSN, moet de lening inclusief rente en een (eventuele) boete worden terugbetaald. Als de waterstof en/of biomethaan wel wordt ingekocht, wordt de lening (proportioneel) omgezet in een subsidie. Zie hiervoor ook artikel 7.2.2 van de JLoI. Daarbij is het voorkomen van een lock-in op aardgas een van de eisen uit het relevante staatssteunkader van de Europese Commissie (EC), de CEEAG. Dit draagt ook bij aan het reduceren van de afhankelijkheid van geïmporteerd gas.

Vraag 31

Hoe worden de ketenemissies van aardgas – zoals methaanlekkage en transportkosten – meegenomen in de afspraken? Zijn daar analyses van en worden ook daar doelen voor gesteld?

Antwoord

Het doel is om via de tussenfase met aardgas en CCS uiteindelijk over te stappen op groene waterstof of groen gas. Tegelijkertijd werken de EU-lidstaten aan de implementatie van de methaanverordening. Deze verordening ziet toe op de methaanuitstoot die ontstaat bij de winning van ruwe olie, aardgas en steenkool en de distributie, transport en behandeling van aardgas. Dit geldt ook voor ruwe olie, aardgas (incl. LNG) en steenkool die in de EU op de markt worden gebracht. De verordening heeft als doel om de methaanuitstoot in de fossiele sector beter te monitoren en uiteindelijk te reduceren. De Europese Commissie streeft ernaar om uiterlijk in juni 2030 maximale methaanintensiteitswaarden vast te stellen voor ruwe olie, aardgas en steenkool die in de EU in de handel worden gebracht. Aardgas dat door TSN ingekocht zal gaan worden, zal aan deze strengere eisen uit de verordening moeten voldoen.

Het kabinet richt zich met de maatwerkafspraak op het realiseren van maatregelen die bijdragen aan de directe vermindering van CO2-uitstoot van de industrie in Nederland (de zogenaamde scope 1 emissies). De JLoI en de uiteindelijke maatwerkafspraak met TSN richten zich dus op de directe CO2-reductie van TSN zelf. Als onderdeel van de vergroening van de Nederlandse productie kunnen elders activiteiten zoals de productie van LNG plaatsvinden die broeikasgassen uitstoten. Zoals hierboven benoemd wordt er in Europees verband samengewerkt om deze emissies beter in kaart te brengen en te beperken. Het kabinet kan vanwege de aard van de gasmarkt geen eisen stellen aan de herkomst van het aardgas dat TSN inkoopt. De aardgasmarkt betreft een internationale groothandelsmarkt. Een eventueel besluit op het instellen van beperkingen met betrekking tot de herkomst van aardgas kan alleen in internationaal verband en generiek plaatsvinden. Om deze reden is dit niet opgenomen in de afspraken

Vraag 32

Kunt u bevestigen dat Tata Steel, afgaande op afspraken in de intentieverklaring, de 200 miljoen euro staatsteun kan gebruiken om, mogelijk zelfs buiten Nederland, certificaten voor groen gas te kopen en dus kan beslissen om fysiek door te draaien op aardgas?

Antwoord

Groen gas kan gebruikt worden als sluitstuk in de energietransitie voor veel verschillende toepassingen en sectoren en is daarmee onmisbaar voor de energietransitie. Het is inderdaad zo dat TSN gebruik kan maken van certificaten voor Europees geproduceerd biomethaan. Zoals in eerdere beantwoording van Kamervragen aangegeven26 werkt het proces met certificaten bij biomethaan vergelijkbaar met het aankopen van groene elektriciteit met certificaten. Omdat transport via pijpleiding de meest duurzame en efficiënte transportmethode voor gassen is worden biomethaan en aardgas beiden in het reguliere Europese gasnet ingevoed. Hiermee ontstaat een mix van biomethaan en aardgas die alleen onderscheiden kan worden middels certificering. Met de certificaten kan de duurzame herkomst van de biomethaan worden aangetoond en de CO2-reductie van het gebruik van biomethaan worden toegekend. Voor elke kuub gebruikt groen gas is er dus daadwerkelijk groen gas in het gasnet ingevoed, dat niet door een andere partij geclaimd kan worden.

In de JLoI staat opgenomen dat TSN alleen biomethaan mag gebruiken dat voldoet aan de duurzaamheidseisen van de Europese Unie (RED II). TSN zal de duurzaamheid van de gekochte biomethaan moeten aantonen met zowel een Garantie van Oorsprong (GvO) als een Proof of Sustainability (PoS) certificaat. Hiermee is de duurzaamheid en de CO2-reductie die gepaard gaat met het gebruik van biomethaan geborgd.

TSN kan, naast het inkopen van in Nederland geproduceerde biomethaan, ook biomethaan (via certificaten) importeren uit andere Europese landen. Vanwege de mondiale afspraken over emissiestatistieken tellen buitenlandse GvO’s niet mee voor de doelen in de nationale Klimaatwet, omdat de emissiereductie meetelt in het land waar biomethaan wordt geïnjecteerd in het gasnet. Het telt juridisch gezien wel mee als emissiereductie onder het EU-ETS. Echter, vanwege praktische beperkingen is dit binnen het ETS op het moment nog niet mogelijk. Er is namelijk nog geen Europese databank/monitoringssysteem om dubbeltelling van GvO’s te voorkomen. Hierdoor tellen momenteel in Nederland alleen Nederlandse GvO’s voor CO2-reductie onder het EU ETS. Op basis van gesprekken met de EC en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de verwachting dat tegen de tijd dat TSN overstapt op biomethaan de Europese Union Database for Biofuels is geïmplementeerd, waardoor dubbeltelling van GvO’s wordt voorkomen en ook buitenlandse GvO’s kunnen meetellen onder EU ETS.

Vraag 33

Hoe wordt de businesscase van wind op zee meegewogen in de beslissing om te kiezen voor groen gas of groene waterstof?

Antwoord

De maatwerkafspraken zijn niet specifiek gekoppeld aan de uitrol van wind op zee. Dit laat onverlet dat de realisatie van windmolenparken en windenergie van belang zijn voor grote industriële bedrijven en dat de businesscase van wind op zee doorrekent in de prijs van groene waterstof.

In de JLoI is overeengekomen dat TSN tenders in de markt gaat zetten voor de aankoop van groene waterstof en biomethaan. De exacte voorwaarden van deze tenders, waaronder de prijs, worden de komende periode verder uitgewerkt. Deze tenders/vraag van TSN dragen ook bij aan de marktontwikkeling van beide energiebronnen.

Vraag 34

Waarom wordt wat betreft groen gas of waterstof enkel gekozen voor optionele subsidiering, in plaats van, of in combinatie met afdwingbare afspraken – en wordt dit in de maatwerkafspraak aangepast?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 30. De borging van de overstap op hernieuwbare energiebronnen is onderdeel van de onderhandelingen over de maatwerkafspraak, daar kan ik nu nog niet op vooruitlopen. Zoals ook aangegeven in het plenaire debat over de JLoI van 7 april jl. wordt de subsidie alleen uitgekeerd als TSN ook daadwerkelijk de overstap van aardgas naar groen gas en waterstof maakt.

Vraag 35

Is er door u een vergelijking gemaakt tussen de (maatschappelijke) kosten van het huidige plannen en een scenario waarbij afspraken worden gemaakt met andere landen of producenten over de import van met hernieuwbare energie geproduceerde Hot Briquetted Iron (HBI), dat vervolgens door Tata Steel IJmuiden wordt verwerkt tot groen staal?

Vraag 36

Hoe weegt u de maatschappelijke kosten, zoals werkgelegenheid, benodigde subsidie en investeringen met een scenario met (ten dele) HBI-import?

Antwoord 35 en 36

In een eerdere fase van het maatwerktraject met TSN hebben de externe adviseurs Wijers en Blom onderzoek gedaan naar alternatieven voor de staat ten aanzien van de verduurzaming van Tata Steel. In hun rapport hebben Wijers en Blom verschillende mogelijke scenario’s geanalyseerd vanuit verschillende maatschappelijke perspectieven.27

Een van de onderzochte scenario’s is een route waarin TSN overstapt op de import van HBI en dat op locatie met EAFs tot staal verwerkt (route 4: alleen elektrische boogovens). Wijers en Blom stellen echter dat deze route een beperkte bedrijfseconomische levensvatbaarheid kent: het kostenvoordeel van elders HBI produceren wordt grotendeels tenietgedaan door de kosten voor transport/overslag en energieverliezen omdat HBI moet worden afgekoeld en weer opgewarmd. Ook kunnen met name de hoogwaardige producten in deze route niet geproduceerd worden omdat de inzet van HBI in een EAF beperkt is tot 40-60%. Daarnaast is de productiviteit van een EAF wanneer HBI gebruikt wordt lager dan wanneer direct, op locatie geproduceerd Direct Reduced Iron (DRI) gebruikt wordt. Tevens verwachten Wijers/Blom dat in 2030 de mondiale productie van HBI nog beperkt is. De lagere winstgevendheid in deze optie zou bovendien tot een hoge steunvraag voor de staat leiden. Ook zouden naar verwachting 3000 directe banen verloren gaan, volgens Wijers/Blom.

Ook TNO heeft onderzoek gedaan naar de waarschijnlijkheid dat bedrijven in de energie-intensieve industrie, waaronder de staalsector, wijzigingen aanbrengen in hun waardenketens als gevolg van de energietransitie en internationale verschillen in kosten en beschikbaarheid van hernieuwbare energie- en biobrandstoffen.28 In dit onderzoekt stelt TNO dat het onwaarschijnlijk is dat er op de korte termijn een liquide markt voor HBI ontstaat en onzeker op de lange termijn. Daarbij benoemt ook TNO dat het transporteren en opnieuw opwarmen van HBI extra kosten met zich meebrengt.

Op basis van onder andere de analyse van Wijers en Blom is dan ook gekozen om in te zetten op een andere route, namelijk verduurzaming van TSN middels een DRP-EAF met versnelde uitvoering van aanvullende gezondheidsmaatregelen. Dit leidt op de kortst mogelijke termijn tot verduurzaming en verbetering van de leefomgeving en de gezondheid van omwonenden, met behoud van een concurrerend en economisch levensvatbaar bedrijf.

Vraag 37

Hoe weegt u consequenties van de import van HBI tegenover de import van aardgas, kolen, groen gas, waterstof en ijzererts voor de Nederlandse en Europese strategische autonomie?

Antwoord

Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 35 wordt er voorlopig naar verwachting nog nauwelijks HBI geproduceerd en geëxporteerd. TNO stelt dat het onwaarschijnlijk is dat er op de korte termijn een liquide markt voor HBI ontstaat en onzeker op de lange termijn.29 Hierop inzetten zou Tata Steel dus afhankelijk maken van enkele HBI producerende partijen. Voor de overige grondstoffen geldt dat deze uit een verscheidenheid aan landen geïmporteerd kunnen worden, waarmee er dus minder directe afhankelijkheid is van enkele specifieke producerende landen.

Vraag 38

In hoeverre wordt de ambitie uit het coalitieakkoord om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben meegenomen in de uitwerking van de intentieverklaring?

Antwoord

Met de beoogde maatwerkafspraak wordt bijna één derde van de input in het staalproductie proces van Tata Steel schroot, waardoor de vraag naar nieuw ijzererts afneemt. Hiermee wordt een stap richting een circulaire economie gezet. Een circulaire economie kan echter niet van de ene op de andere dag gerealiseerd worden, bijvoorbeeld omdat met circulair staal op dit moment nog niet altijd de beoogde kwaliteit staal te maken valt. Een andere afweging is dat meer schrootgebruik ook leidt tot meer dioxine-emissies. Het is dus belangrijk om de juiste balans te realiseren.

Verder vraagt de overstap naar volledig circulair gebruik van staal verandering in verschillende plekken in de keten. Door het verhogen van de schroot inname van TSN zal naar verwachting ook op andere plekken in de keten een stimulans ontstaan om meer circulair te werken omdat de vraag naar hoogwaardig schroot zal toenemen. Ook zal het bedrijf nieuwe inzichten opdoen om in de toekomst haar schrootopname nog verder te verhogen om in 2050 een schone, circulaire en klimaatneutrale productie te realiseren.

Vraag 39

Worden er circulaire (tussen)doelen opgenomen in de afspraken – zowel in fase 1 als 2 - en die afrekenbaar gemaakt?

Antwoord 39

Om meer circulair te worden verhoogt TSN als onderdeel van de maatwerkafspraak, en daarmee fase 1 van de verduurzaming, het aandeel schroot van 17% tot 30%. Dit is (vanwege de aard van de JLoI) als inspanningsverplichting opgenomen in de JLoI en zal nader worden uitgewerkt in de maatwerkafspraak.

Fase 2 van de verduurzaming valt buiten de scope van de maatwerkafspraak. Wel is in de JLoI de inspanningsverplichting opgenomen dat TSN zo snel als redelijkerwijs mogelijk en uiterlijk in 2045 klimaatneutraal is. Wat betreft de circulariteitsdoelen voor de tweede fase heeft TSN eerder aangegeven dat het aandeel schroot in deze fase groeit tot 50%.30

Vraag 40

Hoe betrekt u de rest van de keten – denk aan afspraken over het oplopend gebruik van schroot, maar ook vraagcreatie voor circulair- en groen staal – bij de uitwerking van de intentieverklaring?

Antwoord

Het kabinet zet zich primair in het kader van de Europese Industrial Accelerator Act (IAA) in voor groene vraagcreatie, onder andere voor groen staal. De volledige kabinetsinzet in relatie tot de IAA kunt u terugvinden in het relevante BNC-fiche.31

Daarbij is TSN zoals ook aangegeven in het antwoord op de vorige vragen, als onderdeel van de maatwerkafspraak, voornemens om het schrootgebruik te verhogen naar 30%. Door het verhogen van de schroot opname van TSN zal naar verwachting ook op andere plekken in de keten een stimulans ontstaan om meer circulair te werken omdat de vraag naar hoogwaardig schroot zal toenemen.

Vraag 41

Ziet u het borgen van de financiële verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van Tata Steel Ltd. als een belangrijk onderdeel van de maatwerkafspraak?

Antwoord

Ja. TSL is een belangrijke partij in de lopende gesprekken over de maatwerkafspraak. Het is daarom positief dat TSL ook partij is bij de getekende JLoI en dat TSL dus ook de verplichting is aangegaan om de afspraken, zoals opgenomen in de JLoI en in het bijzonder artikel 7.1, na te komen.

Vraag 42

In hoeverre zal Tata Steel Ltd. financieel bijdragen aan de investeringen aan de kant van Tata Steel en op welke manier?

Antwoord

In artikel 7.1 van de JLoI zijn afspraken gemaakt over de inspanningen van TSN en TSL, waaronder een gezamenlijke financiële bijdrage van TSN en TSL in de range van 2,3 – 4 miljard euro. De exacte vorm, voorwaarden en omvang van de bijdrage zijn onderdeel van de nog lopende onderhandelingen over de maatwerkafspraak.

Vraag 43

Wat zijn de financiële consequenties voor de staat als de vergunningverlening vertraging oploopt en daarmee afspraken zoals nu uitgewerkt niet meer haalbaar blijken?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 19.

Vraag 44

Maakt u zich in de onderhandelingen hard voor een financiële garantstelling – een zogenaamde 403-verklaring – van Tata Steel Ltd voor zaken als schulden, schoonmaakkosten of een sociaal plan?

Antwoord

Het is goed om aan te geven dat TSL ook partij is bij de JLoI en dat TSL dus ook de verplichting is aangegaan om de afspraken, zoals opgenomen in de JLoI, na te komen. Daarbij heeft TSL haar commitment aan het leveren van een financiële bijdrage aan de transitie van TSN ook expliciet aangegeven in persberichten, bijvoorbeeld in mei 202532 en na ondertekening van de JLoI.33

Daarbij geldt dat ook TSL zich dient te houden aan de gemaakte afspraken in de JLoI. Nadat TSL een maatwerkafspraak heeft ondertekend zijn deze maatwerkafspraken ook afdwingbaar. Een vorm van een garantstelling van TSL kan een manier zijn om risico’s te verdelen/mitigeren; dergelijke zaken worden momenteel uitgewerkt, waarbij het kabinet opmerkt dat er voor de genoemde zaken zeker aandacht/urgentie is in de onderhandelingen.

Vraag 45

Hoe wordt het Sociaal Contract Groen Staal – bedoeld om de werknemers zekerheid te verschaffen over hun toekomst - betrokken in de uitwerking van de intentieverklaring?

Antwoord De medewerkers van TSN zijn een van de drijfveren van deze transitie: het plan is vroeg op tafel gelegd door de vakbonden en de werknemers zijn hard nodig om het project uiteindelijk uit te voeren. In de JLoI is vastgelegd dat TSN ernaar streeft om zoveel mogelijk banen te behouden zodat ongewenste ontslagen worden voorkomen (JLoI, artikel 10.1 onder b). Daarnaast committeert TSN zich aan het ‘Sociaal Contract Groen Staal’ overeengekomen met belanghebbende vakbonden, en zal TSN de centrale ondernemingsraad (cor) en vakbonden waar nodig naar behoren betrekken (JLoI, artikel 10.1 onder d).

Aangezien de JLoI is overeengekomen tussen de staat, de provincie en TSN/TSL en bedoeld is om bovenwettelijke afspraken vast te leggen, is het eerder aangekondigde sociaal plan geen onderdeel van de JLoI. Een sociaal plan bij collectief ontslag is een afspraak tussen werkgever en werknemers, die zijn vertegenwoordigd door vakbonden en ondernemingsraad. Een ondernemer dient bij een collectief ontslag wettelijke stappen te zetten. Zo moet een besluit worden voorgelegd aan de ondernemingsraad. Op grond van de Wet melding collectief ontslag (WMCO) moet een collectief ontslag van 20 of meer werknemers binnen een werkgebied worden gemeld bij het UWV. Daarbij moeten belanghebbende vakbonden geraadpleegd worden en moeten afspraken gemaakt worden voor een sociaal plan. TSN heeft deze wettelijk verplichte stappen reeds gezet bij de eerder aangekondigde reorganisatie.

Vraag 46

Gaat u een koppeling maken tussen de ondertekening van de maatwerkafspraak en de activering van het Sociaal Contract Groen Staal?

Antwoord

De Kamer heeft eind vorig jaar een motie aangenomen waarin de regering is opgeroepen om in eventuele maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland te borgen dat het personeel en de vakbonden zeggenschap hebben bij de volledige, langjarige uitvoering van de maatwerkafspraken, met name op het punt van omgang met werknemers (Kamerstuknummer: 29826-268). Ook de motie Dijk uit het debat van 7 april jl. (Kamerstuknummer: 29826-308) verzoekt om in de afspraken duidelijke zeggenschap voor werknemers te organiseren. Het kabinet beziet hoe deze oproepen een plaats kunnen krijgen in de maatwerkafspraak.

Daarnaast zal de staat, conform de aangenomen motie Van Oosterhout (Kamerstuknummer: 29826-301) uit het plenaire debat over de JLoI met TSN van 7 april jl. in de onderhandelingen nogmaals bevestigen dat de inwerkingtreding van het Sociaal Contract Groen Staal bij de tekening van de maatwerkafspraak gebeurd; het bedrijf heeft dit reeds toegezegd. Zie verder ook het antwoord op vraag 45.

Vraag 47

Kunt u deze vragen beantwoorden voor het plenaire debat over de intentieverklaring met Tata Steel?

Antwoord

Vanwege de wens om goede, gedegen antwoorden aan te bieden en vanwege de hoeveelheid vragen, de korte termijn tussen deze set schriftelijke vragen en het debat, en vanwege de benodigde interdepartementale en interbestuurlijke afstemming is het helaas niet gelukt om de beantwoording met de Kamer te delen voor het plenaire debat over de intentieverklaring met Tata Steel van 7 april 2026.


  1. Zie Kamerstukken 32813, nr. 1369 en 29826, nr. 209.↩︎

  2. Zie Kamerstukken 28089, nr. 331 en 29826, nr. 266.↩︎

  3. Zie onder meer: Aanhangsel bij de Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 357 en 450; Kamerstuk 28089, nr. 341.↩︎

  4. Kamerstuk 28089, nr. 331↩︎

  5. Kamerstuk 29826, nr. 266; Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nrs. 603 en 1517.↩︎

  6. Kamerstuk 28089, nr. 318.↩︎

  7. Kamerstuk 29826, nr. 266.↩︎

  8. Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 603 en 1517.↩︎

  9. Kamerstuk 28089, nr. 350↩︎

  10. Kamerstuk 29826, nr. 311↩︎

  11. Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1517.↩︎

  12. Proces vergunningverlening HeraCless Groen Staal - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied↩︎

  13. Omgevingsdienst verzoekt Tata Steel om meer informatie voor verduurzamingsproject - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; Verduurzamingsproject staalindustrie: brief verzoek aanvullende gegevens openbaar - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied↩︎

  14. Kamerstuk 28089, nr. 349.↩︎

  15. Kamerstuk 29826, nr. 305.↩︎

  16. Kamerstuk 28089, nr. 266↩︎

  17. Kamerstuk 28089, nr. 331.↩︎

  18. Gezondheid en Milieu: Reactie GS op tweede adviesrapport ‘Gezond groen staal in de IJmond’ van de Expertgroep Gezondheid IJmond (B-agenda Leefomgeving 23-01-2025) NoordHolland - iBabs Publieksportaal↩︎

  19. Methode voor de bepaling van de bijdrage van Tata Steel Nederland aan de luchtkwaliteit in de omgeving IJmond; RIVM Kennisnotitie: Second opinion monitoring maatwerkafspraken.↩︎

  20. Kamerstuk 29826, nr. 266.↩︎

  21. Kamerstuk 28089, nr. 350.↩︎

  22. Beoordeling kosteneffectiviteit van maatregelen om de uitstoot van ZZS naar lucht te beperken | RIVM↩︎

  23. Heracless – Groen Staal Tata Steel IJmuiden - Commissie mer↩︎

  24. Omgevingsdienst verzoekt Tata Steel om meer informatie voor verduurzamingsproject - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; Verduurzamingsproject staalindustrie: brief verzoek aanvullende gegevens openbaar - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied↩︎

  25. Kamerbrief over samenhangende aanpak Landbouw, Natuur en Stikstof | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl↩︎

  26. Beantwoording vragen over de additionele kosten voor Tata Steel aangaande de maatwerkaanpak | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl – vraag 28 en 29↩︎

  27. Hoe Tata Steel Nederland te verduurzamen | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  28. Exploration of the effects of (partially) replacing Dutch fertiliser and iron and steel production with imports | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  29. Exploration of the effects of (partially) replacing Dutch fertiliser and iron and steel production with imports | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎

  30. Brief Groen Staal 211129.pdf↩︎

  31. Fiche - Verordening Industrial Accelerator Act | Publicatie | Rijksoverheid.nl↩︎

  32. 20250603-Statement-Narendran.pdf↩︎

  33. Tata Steel signs the non-binding Joint Letter of Intent with the Government of the Netherlands and the Province of North-Holland on Integrated Decarbonisation and Health measures Project↩︎