Antwoord op vragen van het lid Jansen over Publicatie van de Handelsmonitor 2025
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D24654, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-05-26 13:18, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Ooit D66 kamerlid)
- Mede namens: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Onderdeel van zaak 2026Z06048:
- Gericht aan: H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2027
Antwoord van minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 26 mei 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1659
Vraag 1
Bent u bekend met de publicatie van de Handelsmonitor 2025, opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) waaruit blijkt dat 45% van de Nederlandse ondernemers een (sterk) negatieve impact ervaart als gevolg van het handelsbeleid van de VS?
Antwoord
Ja, deze handelsmonitor wordt jaarlijks in opdracht van BZ door RVO uitgevoerd. Ondernemers ervaren in het algemeen negatieve impact door geopolitieke verschuivingen en handelsstromen, zo ook in de VS. Tegelijkertijd zijn Nederlandse ondernemers innovatief en veerkrachtig: 79% spreekt zijn vertrouwen uit in toekomstige exportgroei.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van deze ondernemers? Zo ja, welke concrete stappen
bent u voornemens te zetten om hen te ondersteunen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord
De zorgen begrijp ik goed. Ik heb regelmatig contact met bedrijven en spreek hen om hun ervaringen, knelpunten en behoeften mee te nemen in ons beleid. Met de diverse bestaande handelsinstrumenten ondersteunen we de ondernemers met hun internationale activiteiten. In de VS en elders, ook bij het betreden van andere markten indien de geopolitieke situatie daarom vraagt. Met RVO en VNO-NCW zorgen we ervoor dat bedrijven beschikken over relevante informatie en worden regelmatig informatiesessies georganiseerd over diverse relevante onderwerpen. Het kabinet zet zich in om in landen zelf deuren te openen voor Nederlandse ondernemers.
Vraag 3
Bent u bereid een lastenverlichting voor internationaal opererende Nederlandse ondernemer te onderzoeken, bijvoorbeeld in de vorm van verlaging van de vennootschapsbelasting of door het opzetten van exportgerelateerde aftrekposten, teneinde hun concurrentiepositie te versterken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet hecht een groot belang aan het ondernemingsklimaat. Het kabinet zet daarom in op stabiel beleid en stabiele belastingen voor alle ondernemers, inclusief de internationaal opererende ondernemers. Het is binnen de vennootschapsbelasting niet mogelijk om specifiek voor internationaal opererende Nederlandse ondernemers de lasten te verlichten. Het zou het gelijk speelveld verstoren met ondernemers die (nog) enkel nationaal actief zijn.
Vraag 4
Bent u bereid exportbevorderende maatregelen te intensiveren, bijvoorbeeld door uitbreiding van het budget voor handelsmissies en RVO-subsidieregelingen gericht op markttoegang?
Antwoord
Het bestaande handelsinstrumentarium en het ambassadenetwerk van
Nederland biedt voldoende mogelijkheden om de ondernemer te
ondersteunen, maar het budget voor het handelsinstrumentarium daalt wel
in reële termen door inflatie en kostenstijgingen wereldwijd.
Aanvullende maatregelen zijn vooralsnog niet aan de orde en niet
nodig.
Vraag 5
In hoeverre acht u de huidige garantieregelingen van RVO, zoals de Exportkredietverzekering en Borgstelling MKB-kredieten (BMKB), toereikend voor ondernemers die als gevolg van de veranderende geopolitieke verhoudingen moeilijker toegang hebben tot financiering? Bent u bereid deze regelingen te verruimen?
Antwoord
De exportkredietverzekering (ekv) is geen garantiestelling aangeboden door RVO. De ekv is een instrument dat namens de Staat wordt uitgevoerd door Atradius Dutch State Business (ADSB). Met de ekv worden betalingsrisico’s verzekerd die zijn verbonden aan Nederlandse export en investeringen in het buitenland. Hierdoor wordt ook export mogelijk voor transacties waar ondernemers normaliter moeilijker toegang zouden hebben voor financiering. De ekv heeft daarvoor voldoende ruimte en is juist nu van toegevoegde waarde voor ondernemers die lastig aan financiering komen. De ekv-uitvoerder zal de mogelijkheden van de ekv actief en breder onder de aandacht van het Nederlandse bedrijfsleven brengen. De BMKB wordt wel door RVO uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Zoals aangekondigd in het pakket met maatregelen voor de stijgende energiekosten wordt de BMKB-regeling tijdelijk verruimd, om ondernemers tegemoet te komen.1
Vraag 6
Bent u bereid te onderzoeken of de innovatieboxregeling en de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) uitgebreid kunnen worden voor bedrijven die actief investeren in het diversifiëren van hun afzetmarkten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De WBSO2 is gericht op het bevorderen van R&D-uitgaven in Nederland, door een afgebakend deel hiervan - speur- en ontwikkelingswerk - fiscaal te stimuleren. Bedrijven kunnen een percentage van de loon- en andere kosten die ze maken voor speur- en ontwikkelingswerk in mindering brengen op de loonheffing die ze verschuldigd zijn in Nederland. De regeling focust dus specifiek op het aantrekkelijk houden van het verrichten van R&D-werkzaamheden in Nederland. Zodra de producten, processen of programmatuur in kwestie op de markt gebracht kunnen worden, is de WBSO ook niet meer van toepassing. Een link met de afzetmarkt van gebruikers is er dus niet binnen de regeling. Een dergelijke aanpassing is daarom niet voor de hand liggend en past niet bij de doelstelling van de WBSO, waardoor dit niet verkend zal worden.
De innovatiebox heeft een hieraan gerelateerde doelstelling. Deze regeling biedt innovatieve bedrijven een korting op hun vennootschapsbelasting om het vestigingsklimaat van Nederland voor deze bedrijven aantrekkelijk te houden. Om aanspraak te maken op de innovatiebox is een verklaring vanuit de WBSO en/of een octrooi nodig. De combinatie van de twee regelingen doelt er dus op om innovatieve activiteiten, banen, infrastructuur en de bijbehorende opbrengsten in Nederland te stimuleren en te houden. Een aanpassing om buitenlandse handel te diversifiëren is ook in dit geval dus niet voor de hand liggend en passend binnen de doelstelling, waardoor ook dit niet verkend zal worden.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of een aanvullende fiscale aftrek mogelijk is voor mkb-bedrijven die kosten maken voor het verkennen en betreden van nieuwe exportmarkten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Kosten die ondernemers maken voor het verkennen en betreden van nieuwe exportmarkten zijn kosten die ondernemers maken in hun normale bedrijfsuitoefening. Deze kosten zullen daarom in de regel aftrekbaar zijn voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting.
Kamerstuk 36 933, nr. 1.↩︎
De WBSO is een term die wordt gebruikt voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk.↩︎