Antwoord op vragen van het lid Belhirch over het bericht ‘AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten steeds jonger’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D24818, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-05-26 16:34, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z08993:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2033
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 26 mei 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1930
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten
steeds jonger’1
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u reflecteren op de bevinding dat radicalisering steeds vaker
plaatsvindt onder jongeren en kinderen? Zijn de huidige
beleidsinstrumenten om radicalisering te voorkomen volgens u voldoende
toegesneden op minderjarigen? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, welke
mogelijkheden ziet u om deze groep beter te bereiken?
Antwoord op vraag 2
Radicalisering op jonge leeftijd is een groeiende zorg die ons
allen aangaat. De afgelopen jaren zijn meer jongeren, soms op zeer jonge
leeftijd, aangehouden voor het voorbereiden van een aanslag of vanwege
andere misdrijven met een terroristisch oogmerk. De Algemene
Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AVID) en de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwen al langere tijd
voor de snelle (online) radicalisering waarin steeds meer jongeren
verstrikt raken.2 Ook het Openbaar Ministerie (OM) en
de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hebben hun zorgen geuit over
het aantal en de jonge leeftijd waarop jongeren verdacht worden van
bovengenoemde strafbare feiten.3 Jongeren bevinden zich
in een fase waarin zij zoeken naar identiteit, betekenis en persoonlijke
waarden, wat hen ontvankelijker kan maken voor ideologieën die sterke,
duidelijke antwoorden bieden op complexe vragen. Wanneer er bij jongeren
– naast de identiteitsontwikkeling in hun jeugd – ook persoonlijke
problematiek speelt, maakt dit deze jongeren makkelijker beïnvloedbaar
en vatbaar voor geweld en extremisme.
Nederland heeft een gevestigde robuuste (lokale) aanpak op het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme. Deze aanpak is ideologie onafhankelijk en in principe toepasbaar op iedere doelgroep en leeftijd. Gezien de actuele ontwikkelingen van een groeiende groep radicaliserende jongeren, heeft de NCTV samen met ketenpartners het beleid ten aanzien van jongeren getoetst, met als doel te bepalen of onderdelen doorontwikkeling behoeven. In samenwerking met ketenpartners is geconstateerd dat de (lokale) aanpak op minderjarigen toepasbaar is en dat keten breed aanscherpingen en intensiveringen nodig zijn, zoals een betere bewustwording voor het onderwerp radicalisering bij jeugdprofessionals en de (online) signaleringsstructuur.
Een van de aanscherpingen betreft de versterking van de aandacht voor preventie. Daarom gaat mijn departement gezamenlijk met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in gesprek met het veld en jongeren zelf over het verder verbeteren van de preventieve inzet, onder meer middels een bijeenkomst dit najaar met experts uit de verschillende domeinen, zoals het sociaal, onderwijs- en het veiligheidsdomein.
Extra inzet op de ontwikkeling van kennis – over radicalisering bij jongeren en de risico’s voor hen – is van groot belang bij professionals: van jongerenwerkers en docenten, tot jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) biedt hiervoor de trainingen, workshops en presentaties aan, zoals de training voor zorg-, jeugd- en welzijnsprofessionals en de vaardigheidstraining ‘Omgaan met extreme idealen’.
Vraag 3
In hoeverre beschikken gemeenten, scholen, jeugdzorginstellingen
en wijkteams over de expertise en capaciteit om signalen van
radicalisering onder jongeren vroegtijdig te herkennen en adequaat op te
volgen? Hoe kunnen we deze organisaties beter betrekken bij het
signaleren en voorkomen van radicalisering?
Antwoord op vraag 3
De partners uit het veiligheids-, sociaal-, zorg- en onderwijsdomein
werken samen aan het signaleren en voorkomen van radicalisering binnen
de lokale aanpak. In deze lokale aanpak radicalisering, waar gemeenten
regie op voeren, wordt daarom doorlopend aandacht besteed aan en
geïnvesteerd in de capaciteit van lokale professionals om tijdig
signalen van radicalisering te herkennen en hiernaar te kunnen handelen.
Het signaleren van deze radicalisering kent evenwel uitdagingen, zoals
een beperkt online zicht van lokale professionals of de complexiteit bij
het inschatten of sprake is van grootspraak of daadwerkelijke
geweldsbereidheid onder jongeren. Ook kan het radicaliseringsproces bij
jongeren razendsnel verlopen. Dit kan het lastig maken om tijdig en
effectief in te grijpen.
Sinds 2015 worden gemeenten financieel ondersteund met Versterkingsgelden voor hun aanpak. Met deze gelden worden ook lokale professionals getraind om hun kennis en vaardigheden in het tegengaan van radicalisering en extremisme te vergroten. Daarnaast kunnen gemeenten voor advies en ondersteuning terecht bij hun lokaal adviseur van de NCTV en worden lokale professionals ondersteund door hulpverlenende organisaties, bijvoorbeeld met het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) en de gemeente. In aanvulling op de doorlopende inzet, worden dit jaar ook bijeenkomsten in een pilotregio georganiseerd, speciaal voor professionals uit het jeugddomein. Hierbij wordt extra inzet gepleegd op een groep jeugdprofessionals, welke nog niet betrokken zijn in de (lokale) aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme. Bijvoorbeeld door extra informatie te verstrekken over de dreiging, de rol van de professional in de aanpak en het handelingsperspectief dat zij hebben. Door op lokaal niveau deze professionals kennis te laten maken met de aanpak, hen samen te brengen, en kennis te vergroten, zullen nieuwe samenwerkingen tot stand komen tussen de partners binnen het preventieve veld en/of de persoonsgerichte aanpak. Het kabinet zet voortdurend in op het vergroten en versterken van het signalerende netwerk, overeenkomstig het coalitieakkoord, waarin is opgenomen dat de aanpak op radicalisering – en dus ook de lokale aanpak - wordt versterkt. Hier zijn aanvullende middelen voor vrijgemaakt. Momenteel wordt bekeken op welke wijze deze middelen het effectiefst bijdragen aan het versterken van de aanpak.
De toenemende rol van de online leefwereld in het radicaliseringsproces van jongeren is opvallend en heeft ook gevolgen voor de preventieve partners in het lokaal domein. Het ministerie van SZW zet zich daarom via lokale overheden en (jeugd)professionals in op het vergroten van bewustwording, kennis en vaardigheden, handelingsperspectief en samenwerking op de preventie van (online) radicalisering onder jongeren met specifieke aandacht voor het structureel betrekken van het online domein bij lokale preventie.4
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten welke maatregelen en beleidstrajecten op dit moment
lopen om online radicalisering tegen te gaan, specifiek gericht op
sociale media, gamingplatforms en online chatgroepen? Zijn er al
resultaten bekend, bijvoorbeeld van de re-direct methode, die u met de
Kamer kan delen?
Antwoord op vraag 4
Online platformen hebben de verantwoordelijkheid hun gebruikers
te beschermen en illegale content te modereren. Ik spreek met platformen
over de online dreiging, mijn zorgen over online radicalisering,
extremisme en terrorisme en om de platformen normerend aan te spreken op
hun verantwoordelijkheid. Dit jaar is gestart met de doorontwikkeling
van deze dialoog. Ik ben voornemens de dialoog uit te breiden, naar
(bijvoorbeeld) de AI-sector en in het najaar een bijeenkomst te
organiseren met de in Nederland door jongeren meest gebruikte sociale
media-en gamingplatformen om mogelijkheden voor betere samenwerking te
verkennen, ter bestrijding van online radicalisering, extremisme en
terrorisme.
Voor een overzicht van maatregelen en beleidstrajecten om online radicalisering tegen te gaan, verwijs ik uw Kamer naar de voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online (VAO) inzake extremisme en terrorisme, die recent is verzonden aan uw Kamer.5
Vraag 5
Kunt u aangeven of u aanvullende maatregelen overweegt om online
radicalisering en de verspreiding van extremistisch gedachtegoed tegen
te gaan, in bijzonder op het gebied van contentmoderatie, toezicht op
online platforms en afspraken met onder andere social
mediabedrijven?
Antwoord op vraag 5
Op dit moment wordt wetgeving geëvalueerd die relevant is voor
de bestrijding van online radicalisering, extremisme en terrorisme. Dit
biedt mogelijkheden om daar waar noodzakelijk aanscherpingen aan te
brengen. In de recent verzonden Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online
kan uw Kamer nadere informatie vinden over de relevante wetgeving die
wordt geëvalueerd.6
Met de Verordening Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en de Digital Services Act (DSA) beschikt de Europese Unie over concrete instrumenten om bepaalde illegale online inhoud aan te pakken. De handhaving van de TOI-verordening is in Nederland belegd bij de ATKM, en het toezicht op in Nederland gevestigde platformen binnen de reikwijdte van de DSA bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Het toezicht op Very Large Online Platforms (VLOPs) onder de DSA ligt primair bij de Europese Commissie.
In aanvulling op de aandacht voor de mogelijke inzet van verwijderverzoeken in de evaluatie van de Uitvoeringswet TOI, loopt een beleidsverkenning naar dit instrument als aanvulling op verwijderbevelen vanuit de ATKM. Er is sprake van een toename van (gewelddadig) extremistisch content waarbij duiding van het terroristisch karakter moeizaam is en daarom niet altijd binnen de reikwijdte van de ATKM valt. Op dit moment worden de juridische en operationele mogelijkheden en implicaties van aanvullende mogelijkheden om deze content te laten verwijderen in kaart gebracht. Ik streef ernaar uw Kamer dit najaar te informeren middels de Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online.
Vraag 6
Kunt u uiteenzetten of er best practices uit andere (Europese) landen
zijn geïnventariseerd ten aanzien van het tegengaan van online
radicalisering? Welke van deze maatregelen acht u kansrijk voor
toepassing in Nederland of bent u bereid nader te
onderzoeken?
Antwoord op vraag 6
Nederland heeft samen met Frankrijk het co-voorzitterschap van de
Project Based Collaboration (PBC) online. Het PBC is onderdeel van de EU
Knowledge Hub met een focus op de preventie van online radicalisering,
specifiek gericht op de radicalisering van jongeren. Het afgelopen jaar
is waardevolle informatie opgehaald. Het komende jaar zullen drie
aanvullende sessies georganiseerd worden waarin het opstellen van
strategieën gericht op innovatie, verantwoordelijkheid van platformen,
en vroeg signalering mechanismes aan bod komen. In het kader van dit PBC
worden trends, ontwikkelingen en ‘best practices’ van de verschillende
lidstaten uitgewisseld. Eind 2026 levert de Europese Commissie een
stappenplan op dat EU-lidstaten kan helpen in het opzetten van een
effectieve strategie tegen online extremisme en terrorisme.
Aanvullend contact buiten de EU vindt ook plaats. Zo worden regelmatig ervaringen gewisseld met Australië. Het uitwisselen van deze ‘best practices’, werkt ondersteunend aan de doorontwikkeling van initiatieven zoals de ReDirect-methode. Ook worden internationale contacten benut om te spreken over onderwerpen die terugkomen in het coalitieakkoord, zoals een minimumleeftijd voor sociale media en levert het interessante informatie op ten behoeve van een verkenning naar een aanvullende maatregel als een zorgplicht.
Vraag 7
Kunt u aangeven in hoeverre Nederland samen met andere Europese landen
optrekt bij het toezicht op digitale platforms en de handhaving van
contentmoderatie als het gaat om de aanpak extremistische content? Welke
trajecten lopen er binnen de Europese Unie die kunnen bijdragen aan een
effectieve aanpak van online radicalisering?
Antwoord op vraag 7
In het tegengaan van online extremisme en terrorisme is
internationale samenwerking essentieel. Het internet overstijgt iedere
landsgrens. Voor een effectieve bestrijding is een krachtig geluid en
eensgezind optreden vanuit in ieder geval de Europese Unie (EU), en bij
voorkeur ook andere landen, noodzakelijk. Nederland zet voortdurend
actief in op het stimuleren van samenwerking op Europees en
Internationaal niveau. Graag verwijs ik uw Kamer voor meer informatie
hierover naar de recent verstuurde Voortgangsbrief Versterkte Aanpak
Online.
Vraag 8
Kunt u reageren op de bevinding van de AIVD dat bewindspersonen,
deurwaarders, journalisten, rechters en lokale bestuurders in toenemende
mate bedreigingen ontvangen uit de anti-institutionele hoek, met als
gevolg dat zij hun functie soms willen neerleggen? Kunt u uiteenzetten
welke ondersteuning wordt geboden aan deze hoeders van de
democratie?
Antwoord op vraag 8
Bedreigingen aan het adres van (lokale) bestuurders zijn onacceptabel,
uit welke hoek deze ook komen. In april heb ik mij uitgesproken over
bedreigingen richting het openbaar bestuur en die boodschap wil ik graag
herhalen. Verschillen van mening horen bij de democratie; agressie,
bedreiging en intimidatie niet. De berichten over toenemende mate van
bedreigingen vind ik dan ook zorgelijk. Ter ondersteuning van het lokale
bestuur zijn er vanuit het programma Weerbaar bestuur van het Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verschillende
voorzieningen beschikbaar, zoals een veiligheidsscan voor lokale
bestuurders en bewustwordingssessies van het Ondersteuningsteam Weerbaar
Bestuur (OTWB). Bij meer dan 170 gemeenten heeft een
bewustwordingssessie plaatsgevonden, waarbij de nadruk ligt op
weerbaarheid. Ook biedt het OTWB een hulplijn aan die 24/7 bereikbaar is
voor alle politieke ambtsdragers om praktische adviezen te geven.
Daarnaast draagt BZK bij aan de financiering van trainingen van het ROR.
Het ROR biedt trainingen aan ambtenaren en bestuurders van decentrale
overheden om de omgang met anti-institutionele tendensen te verbeteren
en de weerbaarheid van instituties tegen anti-institutionele tendensen
te vergroten. Ook verleent de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS),
in opdracht van BZK, ondersteuning aan gemeenten bij een aanpak op
anti-institutionele tendensen. Hiertoe organiseert de ESS kennis- en
leerbijeenkomsten voor gemeenten en professionals uit het sociaal domein
in verschillende regio’s in het land om de bewustwording, kennis en
netwerkvorming op anti-institutionele tendensen te versterken.
Vraag 9
Kunt u reflecteren op de bevinding dat minderjarigen soms worden ingezet
voor spionageactiviteiten in opdracht van Rusland zonder dat zij zich
hiervan bewust zijn? Kunt u aangeven hoe het staat met de uitvoering van
de motie Paternotte over een brede bewustwordingscampagne via social
media over de risico's van digitale spionage en buitenlandse
wervingspogingen7?
Antwoord op vraag 9
Ik vind het volstrekt onacceptabel als jongeren gerekruteerd worden,
door Rusland of andere statelijke actoren, om voor hen acties uit te
voeren. De bevindingen hierover van de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten, zoals ook aangegeven in het recente jaarverslag
2025 van de AIVD, neem ik zeer serieus. Het kabinet maakt zich dan ook
hard voor het verhogen van de weerbaarheid van jongeren.
Momenteel werkt het kabinet aan een brede bewustwordingscampagne gericht op jongeren over de risico’s van digitale spionage en buitenlandse wervingspogingen, conform de motie Paternotte. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken hoe deze boodschap kan aansluiten bij bestaande campagnes gericht op jongeren en hun omgeving over de gevaren van het online domein, en deze kan versterken. Uw Kamer wordt op een nader moment over de exacte uitvoering geïnformeerd.
Vraag 10
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het debat over
terrorisme/extremisme op 27 mei 2026?
Antwoord op vraag 10
Ja.
RTL, 23 april 2026, AIVD: IS-aanhangers en rechts-extremisten steeds jonger.↩︎
De afgelopen jaren zijn meerdere jongeren, soms zelfs op zeer jonge leeftijd, aangehouden voor het voorbereiden van een aanslag of vanwege andere misdrijven met een terroristisch oogmerk.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 29754, nr. 736; Kamerstukken II 2024/25, 29754, nr. 749. En ‘OM en Kinderbescherming waarschuwen voor snelle online radicalisering van jongeren’, NOS.nl, 5 september 2024.↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 32824, nr. 456.↩︎
Kamerbrief voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content, 22 mei 2026.↩︎
Kamerbrief voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content, 22 mei 2026.↩︎
Kamerstukken II 2025/2026, 30821, nr. 308.↩︎