Geannoteerde Agenda Westelijke Balkan Top
Europese Raad
Brief regering
Nummer: 2026D24872, datum: 2026-05-26, bijgewerkt: 2026-06-02 15:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Geannoteerde Agenda Westelijke Balkan Top
- Beslisnota bij Kamerbrief inzake geannoteerde Agenda Westelijke Balkan Top
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 20-2402 Europese Raad.
Onderdeel van zaak 2026Z10962:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-11 11:30 ⇒ Betrekken bij het plenair debat over de Europese Top van 18-19 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-28 14:30 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-28 14:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-11 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-06-16 17:15: Debat over de Europese top van 18 en 19 juni 2026 (Plenair debat (overig)), TK
Preview document (🔗 origineel)
21501-20 Europese Raad
Nr. 2402 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de minister-president, de geannoteerde agenda aan voor de Westelijke Balkan Top.
De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Geannoteerde agenda EU-Westelijke Balkantop van 5 juni 2026
Op 5 juni zullen de regeringsleiders en staatshoofden van de EU en de zes Westelijke Balkanlanden samenkomen in Tivat, Montenegro, voor de jaarlijkse EU-Westelijke Balkantop. Het doel van de top is het versterken van de brede relatie van de EU met de Westelijke Balkan, met een nadruk op het versterken van de veiligheid en weerbaarheid van de regio en geleidelijke integratie van de Westelijke Balkanlanden in de EU. Er is geen formele besluitvorming voorzien en er wordt dit keer geen verklaring aangenomen. De minister-president is voornemens deel te nemen.
Tijdens de top zullen EU-leiders en regeringsleiders van de Westelijke Balkan stilstaan bij de relatie van de EU met de Westelijke Balkan, die naast EU-toetreding en de vereisten daarvoor, ook in toenemende mate samenwerking ten behoeve van veiligheid en weerbaarheid van de regio omvat, gezien het complexe geopolitieke landschap. De leiders zullen in dat licht spreken over het verder versterken van de samenwerking op het EU Gemeenschappelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), met aandacht voor onder meer de aanpak van hybride dreigingen, inclusief Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI), het bevorderen van verdere aansluiting bij het GBVB, het verdiepen van veiligheids- en defensiesamenwerking via partnerschappen, en de inzet van instrumenten onder de Europese Vredesfaciliteit (EPF).
Voor het kabinet blijft het van belang de samenwerking met de Westelijke Balkan landen te versterken gezien de strategische ligging van de regio in Europa. De top biedt daartoe een belangrijke gelegenheid, waarbij het kabinet het belang dat Nederland hecht aan politieke dialoog en samenwerking met en tussen de Westelijke Balkanlanden op de gebieden van rechtsstaat, veiligheid en economie zal onderstrepen.
Het kabinet steunt het verder versterken van de GBVB- en GVDB-samenwerking met de landen van de Westelijke Balkan. In Benelux-verband zal het kabinet waardering uitspreken voor landen die zich volledig aansluiten bij het GBVB, inclusief sancties, en andere landen aansporen dit eveneens te doen. Het kabinet zal zich tevens uitspreken over de noodzaak van het tegengaan van hybride dreigingen, waaronder cyberdreigingen. Nederland hecht waarde aan stabiliteit in de Westelijke Balkan en zet zich in om de landen weerbaarder te maken tegen dergelijke dreigingen, met name via regionale capaciteitsopbouw door middel van trainingen.
De top heeft eveneens als doel het EU-perspectief van de Westelijke Balkan te bevestigen, waarbij EU-leiders naar verwachting het belang van hervormingen zullen benadrukken en met regeringsleiders van de Westelijke Balkan gesproken zal worden over kansen en uitdagingen binnen het uitbreidingsproces. Concrete besluiten zijn tegelijkertijd niet voorzien. Er zal tevens gesproken worden over de EU-steun aan de regio, waaronder via het Groeiplan voor de Westelijke Balkan, dat hervormingen aanmoedigt in ruil voor EU-steun.
Aan de Westelijke Balkanlanden zal het kabinet, in Benelux-verband, een realistisch perspectief op uitbreiding onderstrepen, waarbij hervormingen, met name op de rechtsstaat, cruciaal zijn voor stappen richting EU-toetreding. Zowel de EU als Nederland ondersteunen deze landen bij het doorvoeren van noodzakelijke hervormingen, onder meer via het bilaterale MATRA-programma. Daarnaast zal het kabinet aandacht vragen voor de voortgang van hervormingen zoals die zijn afgesproken in het kader van het Groeiplan voor de Westelijke Balkan.
Van de Westelijke Balkanlanden zal het kabinet ook verdere aansluiting op het EU-visumbeleid vragen. Het tegengaan van irreguliere migratiestromen via de Westelijke Balkan-route blijft een aandachtspunt, evenals de paraatheid om te kunnen reageren op een plotselinge toename van het gebruik van deze route en het voorkomen van irreguliere doorreis bij legale arbeidsmigratie. Nederland draagt, via gedelegeerde EU-gelden in twee grote projecten in de Westelijke Balkan, bij aan het tegengaan van mensenhandel en -smokkel en aan het bevorderen van terugkeer naar de landen van herkomst.
Tot slot zal het kabinet het belang van economische samenwerking ten behoeve van het stimuleren van de veerkracht van de Westelijke Balkanlanden benadrukken. Zo zet Nederland zich als een van de bilaterale donoren in om verder bij te dragen aan de economische ontwikkeling middels het Westelijke Balkan Investering framework (WBIF).