Amendement van het lid Ceder over een ambtshalve evenredigheidstoets
Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Amendement
Nummer: 2026D25105, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-10 14:00, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36785 -8 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid).
Onderdeel van zaak 2026Z11081:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 785 | Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) | |
| Nr. 8 | AMENDEMENT VAN HET LID ceder | |
| Ontvangen 27 mei 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “De Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de kinderbijslag die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
II
In artikel II, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “De Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die op grond van deze wet over het laatste kwartaal is verstrekt.”
III
In artikel III, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “De Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan het ouderdomspensioen dat over het laatste kwartaal is verstrekt.”
IV
In artikel IV, onderdeel J, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de bijstand die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
V
In artikel V, onderdeel F, onder 1, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “De Sociale verzekeringsbank toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan bedragen die op grond van deze wet over het laatste kwartaal zijn verstrekt.”
VI
In artikel VI, onderdeel F, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de toeslag die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
VII
In artikel VII, onderdeel G, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
VIII
In artikel IX, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering, de loonsuppletie, bedoeld in artikel 67a, de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 67b, en de voorziening, bedoeld in artikel 67c die over het laatste kwartaal zijn verstrekt.”
IX
In artikel X, onderdeel C, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de inkomensvoorziening die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
X
In artikel X, onderdeel P, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
XI
In artikel XI, onderdeel E, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
XII
In artikel XII, onderdeel F, onder 3, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het college toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
XIII
In artikel XIII, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan de uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
XIV
In artikel XIV, onderdeel I, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan uitkering, de loonsuppletie, bedoeld in artikel 65c, en de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 65d, die over het laatste kwartaal zijn verstrekt.”
XV
In artikel XVI, onderdeel B, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het UWV toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan uitkering die over het laatste kwartaal is verstrekt.”
XVI
In artikel XVII, onderdeel E, onder 4, wordt aan de toe te voegen tekst toegevoegd “Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toetst de evenredigheid ambtshalve indien het terug te vorderen bedrag hoger is dan het ziekengeld dat over het laatste kwartaal is verstrekt.”
Toelichting
Recente jurisprudentie verplicht dat bij de toepassing van de wettelijke bepaling dat bij een dringende reden kan worden afgezien van herziening of terugvordering van een uitkering, getoetst worden aan het evenredigheidsbeginsel en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.1 In voorliggend wetsvoorstel is deze conclusie van Advocaat-Generaal De Bock en de daarop volgende uitspraak van de Centrale Raad van beroep gecodificeerd. De regering heeft bij de codificatie gekozen voor een aanpak waarbij besluiten in beginsel evenredig zijn en de ‘dringende redenen’-uitzondering voornamelijk voor individuele uitzonderingsgevallen van toepassing zijn. Het onderhavige wetsvoorstel verplicht bestuursorganen dus niet om iedere (terugvorderings)beslissing te toetsen op evenredigheid. Een dergelijke bepaling zou een bijzonder zware uitvoeringslast met zich mee brengen. Indiener van dit amendement heeft begrip voor deze keuzes. Echter ziet indiener van het amendement wel de noodzaak om bestuursorganen te verplichten om wel een ambtshalve toets uit te voeren wanneer een terugvordering van dusdanig grote aard is. Het overgrote merendeel van de terugvorderingen is klein van omvang. Ambtshalve toetsing daarvan zou een onredelijke druk op de uitvoering geven. Met dit amendement worden bestuursorganen verplicht om een ambtshalve toets uit te voeren wanneer het terug te vorderen bedrag hoger is dan de omvang van de uitkering voor één kwartaal. Daarmee beoogt de indiener een evenwicht te vinden tussen enerzijds uitvoerbaarheid en anderzijds rechtszekerheid.
Ceder