Amendement van het lid Ceder over toerekenbaarheid als criterium toevoegen bij het opleggen van een maatregel of waarschuwing
Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
Amendement
Nummer: 2026D25112, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-05-27 13:58, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36785 -10 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid).
Onderdeel van zaak 2026Z11083:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 785 | Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) | |
| Nr. 10 | AMENDEMENT VAN HET LID ceder | |
| Ontvangen 27 mei 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
II
In artikel I, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 17a, derde lid, onder b na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
III
In artikel II, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
IV
In artikel II, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 39, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
V
In artikel III, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
VI
In artikel III, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 17c, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
VII
In artikel IV, onderdeel C, onder 2, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
VIII
In artikel IV, onderdeel G, onder 2, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
IX
In artikel IV, onderdeel H, wordt in het voorgestelde artikel 47g, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
X
In artikel V, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 6ab, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XI
In artikel V, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 6b, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XII
In artikel VI, onderdeel B, onder 2, wordt in het voorgestelde derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XIII
In artikel VI, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 14a, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XIV
In artikel IX, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XV
In artikel IX, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 48, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XVI
In artikel X, onderdeel D, onder 3, wordt in het voorgestelde vierde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XVII
In artikel X, onderdeel F, wordt in het voorgestelde artikel 2:69, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XVIII
In artikel X, onderdeel I, onder 3, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XIX
In artikel X, onderdeel L, wordt in het voorgestelde artikel 3:40, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XX
In artikel XI, onderdeel B, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXI
In artikel XI, onderdeel C, wordt in het voorgestelde artikel 20a, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXII
In artikel XII, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXIII
In artikel XII, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 20a, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXIV
In artikel XIII, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXV
In artikel XIII, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 21, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXVI
In artikel XIV, onderdeel A, onder 2, wordt in het voorgestelde vijfde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXVII
In artikel XIV, onderdeel D, wordt in het voorgestelde artikel 29a, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXVIII
In artikel XVI, onderdeel C, onder 4, wordt in het voorgestelde zesde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXIX
In artikel XVI, onderdeel F, wordt in het voorgestelde artikel 91, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXX
In artikel XVII, onderdeel G, onder 4, wordt in het voorgestelde achtste lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
XXXI
In artikel XVII, onderdeel H, wordt in het voorgestelde artikel 45a, derde lid, onder b, na âde mate van verwijtbaarheidâ ingevoegd âen toerekenbaarheidâ.
Toelichting
In de voorgestelde wetteksten rond het opleggen van een maatregel of waarschuwing moeten de bestuursorganen onder andere âde mate van verwijtbaarheid van degene die de overtreding begaan heeftâ meewegen. Indiener van dit amendement voegt aan dit criterium ook het begrip âtoerekenbaarheidâ toe. De achtergrond hiervan ligt in de wetssystematiek in bijvoorbeeld het strafrecht en de interpretatie van artikel 6:162 lid 3 BW: heeft de belanghebbende de gevolgen van zijn handelen kunnen overzien? In de memorie van toelichting wordt toegelicht dat de invulling van het begrip âverwijtbaarheidâ ziet op het feit dat iemand op de hoogte moet zijn gesteld van de inlichtingenplicht (en andere verplichtingen). Bij overtreding van een wettelijke verplichting is de belanghebbende dan verwijtbaar en kan een maatregel of waarschuwing worden opgelegd. Indiener van het amendement acht invulling van dit criterium te nauw, omdat het te weinig rekening houdt met persoonlijke omstandigheden (zoals het hebben van een verstandelijke beperking) of het doenvermogen van de belanghebbende. Indien de wetgever heeft beoogd dat persoonlijke omstandigheden en doenvermogen geen rol spelen bij de beoordeling, acht de indiener dat onwenselijk. Indien de wetgever deze omstandigheden juist wĂ©l heeft willen betrekken bij de beoordeling, is het begrip âverwijtbaarheidâ daarvoor te beperkt en daardoor ontoereikend. In dat geval ligt het meer voor de hand om tevens het begrip âtoerekenbaarheidâ op te nemen, zodat duidelijk is dat ook omstandigheden die raken aan het vermogen van de belanghebbende om de gevolgen van zijn handelen te overzien en overeenkomstig te handelen, bij de beoordeling worden betrokken. Hiermee wordt tevens onduidelijkheid in de uitvoering en rechtspraak voorkomen. Door voor het begrip âtoerekenbaarheidâ te kiezen wordt aansluiting gezocht bij de huidige wetssystematiek, terminologie en jurisprudentie uit het Burgerlijk Wetboek.
Ceder