Rapport 'Uniek Generiek'
Politie
Brief regering
Nummer: 2026D25196, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 16:09, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Rapport Uniek generiek
- Samenvatting rapport 'Uniek generiek'
- Beslisnota bij Kamerbrief over rapport 'Uniek Generiek'
Onderdeel van kamerstukdossier 29628 -1323 Politie.
Onderdeel van zaak 2026Z11124:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-03 14:30 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat over politie op 9 september 2026. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-09 10:00: Politie (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
29628 Politie
Nr. 1323 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Hierbij bied ik uw Kamer het rapport ‘Uniek Generiek’ aan. Dit rapport is tot stand gekomen naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door DSP groep en onderzoeksbureau De Strafzaak in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Het onderzoek gaat over het praktisch en juridisch functioneren van het boa-domein VI: Generieke opsporing. Binnen dit domein vallen boa’s die onder meer werkzaam zijn voor de politie, de Douane, de Koninklijke Marechaussee en de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de Dienst Justitiële Inrichtingen. In tegenstelling tot de overige boa-domeinen is de opsporingsbevoegdheid van dit domein niet gekoppeld aan een vooraf vastgestelde domeinlijst, maar afhankelijk van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving. Door de onderzoekers is specifiek onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre de constructie voor het toekennen van de geweldsbevoegdheid- en middelen aan boa’s domein VI juridisch houdbaar is.
Ik dank de onderzoekers voor het uitvoerige onderzoek en de door hen gedane aanbevelingen. Het rapport bevat een aantal aanbevelingen die goed passen bij de doorontwikkeling van het boa-bestel en die daarbij zullen worden betrokken. Daarnaast zijn er enkele aanbevelingen die zich specifiek richten tot de werkgevers van boa’s domein VI. Ik zal met enkele van deze betrokken werkgevers in de komende periode in gesprek gaan over de uitkomsten van dit onderzoek. De aanbevelingen rondom de juridische houdbaarheid van toekenning van geweldmiddelen zal ik met voorrang bekijken. De onderzoekers concluderen onder meer dat de toepassing van de categoriale akte bij toekenning van geweldmiddelen aan boa’s domein VI formeel-wettelijk gezien niet voldoende is geborgd.
Daarbij hecht ik eraan te benoemen dat de toekenning van
geweldmiddelen aan boa’s geschiedt via de Regeling Wapens en Munitie in
combinatie met het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar, de Regeling
Toetsing Geweldbeheersing BOA, de Regeling Domeinlijsten en de
Beleidsregels BOA. Deze wet- en regelgeving is bij de invoering in 2010
juridisch getoetst en heeft daarbij het reguliere wetgevingstraject
doorlopen. De categoriale aanwijzing waar de onderzoekers naar
refereren, is een besluit van de minister van JenV (op basis van de
uitkomst van de noodzakelijkheidstoets) voor het toekennen van
opsporingsbevoegdheid en de bevoegdheid om geweldmiddelen te
dragen aan boa’s op werkgeversniveau. De daadwerkelijke toekenning van
geweldmiddelen aan een individuele boa vindt pas plaats nadat aan de
bekwaamheids- en betrouwbaarheidseisen is voldaan. De toegekende
geweldmiddelen staan dan vermeld op de door de minister van JenV
verstrekte individuele akte van de boa.
Ik zal de komende periode gebruiken om de aanbevelingen nader te
analyseren en te bekijken of en welke optimalisatie er in het nieuwe
boa-bestel benodigd is.
Ik geef uw Kamer zo snel als mogelijk middels een inhoudelijke reactie aan op welke wijze ik opvolging zal geven aan de aanbevelingen uit dit onderzoek.
De minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel