Reactie op verzoek commissie n.a.v. de burgerbrief over publiceren uitspraken
Rechtsstaat en Rechtsorde
Brief regering
Nummer: 2026D25200, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 16:06, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van kamerstukdossier 29279 -1036 Rechtsstaat en Rechtsorde.
Onderdeel van zaak 2026Z11125:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-03 14:30 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat over rechtspraak. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-11-11 10:00: Rechtspraak (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
29279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 1036 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Op 23 maart 2025 heeft uw Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid een brief van twee burgers gekregen met een verwijzing naar een brief van de Nationale Ombudsman van 7 februari 2025 in reactie op zijn klacht over het niet publiceren van rechterlijke uitspraken.1 Uw Commissie heeft deze brief aan mij gestuurd.
Op 14 november 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden van medewerkers van mijn ministerie met één van de beide burgers. In dit gesprek lag de focus op de klachten in relatie tot publicatie van rechterlijke uitspraken. Hierbij stuur ik u mijn reactie, welke ik in afschrift aan de betreffende burgers stuur.
Deze burgers hebben verzoeken ingediend bij verschillende gerechten in afzonderlijke rechtszaken om rechterlijke uitspraken waar zij partij dan wel belanghebbenden waren, op rechtspraak.nl te laten publiceren. In een aantal gevallen is dit verzoek tot publicatie geweigerd. Tegen een van deze weigeringen heeft de burger een klacht ingediend bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (PG) op grond van artikel 13a van de Wet op de Rechterlijke Organisatie.2 De PG heeft de klacht niet in behandeling genomen, omdat het overgaan tot publicatie van de uitspraak op rechtspraak.nl een rechterlijke beslissing is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 24 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1549).
Dit betekent dat de Hoge Raad daar in het kader van de klachtprocedure geen onderzoek naar kan doen. De burgers zijn van oordeel dat het niet publiceren van een uitspraak in casu in strijd is met de Grondwet en dat artikel 29 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen ruimte laat voor een afweging van de rechter om een uitspraak wel of niet te publiceren. De burgers zijn het dan ook niet eens met de uitspraak van de Hoge Raad van 24 oktober 2024 en met de eerder genoemde beslissing van de PG.
Het is niet aan mij om een oordeel te vellen over het arrest van de Hoge Raad en de beslissing van de PG, gelet op de in de Grondwet gewaarborgde onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
Tevens heeft één van de burgers een klacht ingediend bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman heeft zich niet bevoegd verklaard om de klacht te behandelen om dezelfde reden, dat het gaat om een rechterlijke beslissing, onder verwijzing naar dezelfde uitspraak van de Hoge Raad. De Nationale ombudsman geeft als de achterliggende gedachte hiervan weer, dat het klachtrecht niet is bedoeld om beslissingen van een rechter aan de orde te stellen of deze opnieuw te laten beoordelen. Tegen rechterlijke beslissingen staan in de meeste gevallen rechtsmiddelen open zoals hoger beroep. In dit geval staat er geen rechtsmiddel open tegen de beslissing van de rechter.
Zoals de Hoge Raad in de eerdergenoemde uitspraak overweegt, bevat de wet geen andere regels over de publicatie op rechtspraak.nl van een rechterlijke uitspraak dan de regels over de verstrekking van afschriften van rechterlijke uitspraken aan partijen, belanghebbenden en derden. Publicatie van een uitspraak op rechtspraak.nl en bekendmaking van het ECLI-nummer van de uitspraak aan degene die een afschrift verzoekt van een rechterlijke uitspraak, is een vorm van verstrekking van het verzochte afschrift (HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:658, rov. 3.5.2).Dit is de huidige stand van zaken ten aanzien van de publicatie van uitspraken.
Zoals uw Kamer weet, is de Raad voor de rechtspraak al enige jaren bezig met ‘meer en verantwoord publiceren’. Mijn ambtsvoorgangers hebben uw Kamer eerder toegezegd te werken aan een wettelijke regeling voor de publicatie van uitspraken. Op 11 december jl. heeft uw Kamer de voortgangsbrief versterking toegang tot het recht ontvangen, waarin ook nadere informatie is verstrekt over de voortgang van mijn beleidsinzet inzake het publiceren van rechterlijke uitspraken.3 Daarin is een contourenbrief toegezegd in de loop van 2026. In deze contourenbrief zal ik ook het vraagstuk betrekken wat aan de brief van beide burgers ten grondslag ligt, namelijk of het wenselijk is om een rechtsmiddel open te stellen voor de rechterlijke beslissing tot publicatie van een uitspraak.
Daarnaast hebben de burgers laten weten in het verleden meerdere berichten naar het ministerie van Justitie en Veiligheid te hebben gestuurd en geen antwoord te hebben ontvangen. Na navraag blijkt dat op sommige van deze berichten door het ministerie is geantwoord en in een aantal gevallen waarin aandacht is gevraagd voor individuele kwesties een reactie is uitgebleven. Ondanks dat ik niet in individuele kwesties kan treden was het beter geweest, als de burgers een reactie met die strekking hadden ontvangen. De burgers zullen binnen zes weken alsnog een reactie krijgen.
Tenslotte hebben de burgers op 15 april 2025 een verzoek ingediend op grond van de Wet Open overheid (Woo). De behandeling van dit Woo-verzoek bevindt zich op dit moment in de fase van onderzoek bij JenV en externen naar aanwezigheid van documenten. Op dit verzoek zal door mij naar verwachting voor 1 juli a.s. apart worden beslist.
De staatssecretaris van Justitie en veiligheid,
K.T. van Bruggen
De brief bevat diverse bijlagen waaruit kan worden afgeleid dat er in de woorden van de burgers: ‘er sprake is van parallelle trajecten met verschillende bevoegdheidsgrondslagen’. Het gaat het bestek van deze brief te boven om een overzicht te schetsen van het verloop en samenloop van al deze rechtszaken.↩︎
Artikel 13a RO: Degene die een klacht heeft over de wijze waarop een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie jegens hem heeft gedragen, kan, tenzij de klacht een rechterlijke beslissing betreft, de procureur-generaal bij de Hoge Raad schriftelijk verzoeken een vordering bij de Hoge Raad in te stellen tot het doen van een onderzoek naar de gedraging.↩︎
Bijlage 1, p.3, TK Bijlage 1 Voortgang maatregelen toegang tot het recht | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.↩︎