[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025 en jaarverslag Kwaliteitscommissie Bibob 2025

Evaluatie Wet BIBOB

Brief regering

Nummer: 2026D25207, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 16:16, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31109 -39 Evaluatie Wet BIBOB.

Onderdeel van zaak 2026Z11127:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


31109 Evaluatie Wet BIBOB

Nr. 39 Brief van de staatssecretaris en de minister van Justitie en Veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 mei 2026

Hierbij bieden wij u, conform artikel 24 van de Wet Bibob, het jaarverslag van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) over het jaar 2025 aan. Het LBB maakt onderdeel uit van het agentschap Justis. Ook bieden wij het jaarverslag van de Kwaliteitscommissie Bibob over het jaar 2025 aan.

Jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025

De Wet Bibob heeft tot doel de integriteit van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak (hierna tezamen: bestuursorganen) te beschermen door te voorkomen dat het bestuursorgaan onbewust criminele activiteiten faciliteert. Het LBB heeft hierbij een belangrijke taak in het op verzoek adviseren van bestuursorganen over de mate van gevaar dat een beschikking, subsidie, overheidsopdracht of vastgoedtransactie wordt misbruikt voor criminele doeleinden. Het LBB heeft hiertoe specialistische kennis in huis en kan uitgebreider onderzoek doen dan bestuursorganen. Het LBB heeft daarnaast de wettelijke taak om bestuursorganen te informeren over de Wet Bibob en de weigerings- en intrekkingsgronden. Dit doet het LBB door voorlichting te geven. Tot slot draagt het LBB zorg voor de werking van het Bibob-register, waarin gevaarsconclusies1 worden geregistreerd en deze kunnen worden opgevraagd door bestuursorganen.

De Wet Bibob beschermt de integriteit van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak. De wet geeft bestuursorganen een discretionaire bevoegdheid om bij het aangaan of voortzetten van rechtshandelingen, zoals vergunningverlening, subsidies, overheidsopdrachten en vastgoedtransacties, de achtergrond van een ondernemer en diens zakelijke omgeving te (laten) onderzoeken. Doel is te beoordelen of er een risico bestaat dat de rechtshandeling wordt misbruikt voor criminele doeleinden. De uitkomst wordt vastgelegd in een gevaarsconclusie. Bij een (ernstig) risico biedt de Wet Bibob weigerings- en intrekkingsgronden, zodat aanvragen kunnen worden afgewezen of reeds verleende besluiten kunnen worden teruggedraaid. Daarmee wordt voorkomen dat overheden onbedoeld criminaliteit faciliteren en wordt de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit versterkt. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten passen de wet toe. Het LBB ondersteunt bestuursorganen met proactieve voorlichting, specialistische advisering en diepgaander onderzoek dan individuele bestuursorganen doorgaans kunnen verrichten, specifiek gericht op de vraag of een beschikking, subsidie, opdracht of vastgoedtransactie risico loopt op crimineel misbruik.

Adviezen
Uit de resultaten over het jaar 2025 blijkt dat er een lichte daling is op te merken in het aantal reguliere adviezen die zijn uitgebracht in vergelijking met het jaar 2024. In 2025 heeft het LBB 187 reguliere adviezen uitgebracht tegenover 200 in 2024. Daarnaast heeft het LBB 25 aanvullende adviezen2 verstrekt, tegenover 23 in 2024. Er zijn minder adviesaanvragen gedaan door bestuursorganen. Er werden in 2025 233 adviesaanvragen ontvangen, tegenover 265 in 2024.

Zoals voorgaande jaren heeft het LBB aanbevelingen van de Kwaliteitscommissie benut om de adviezen te verbeteren: er is onderzocht of en hoe onderzoeksvragen van bestuursorganen een duidelijke plek in het advies kunnen krijgen en hoe hier explicieter en gerichter op kan worden ingegaan, zodat de beantwoording inzichtelijker en beter navolgbaar wordt.

Doorlooptijden
In 2025 zijn 51% van de adviezen uitgebracht binnen de wettelijke adviestermijn van twaalf weken. Dit is een daling in vergelijking met 2024, toen 79.8% van de adviezen binnen de wettelijke adviestermijn werden uitgebracht. In het recent naar uw Kamer toegezonden WODC-rapport ā€œOnderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds 2020ā€3 wordt de langere doorlooptijden bij het LBB door veel bestuursorganen genoemd als verbeterpunt dat al langer speelt. In de beleidsreactie is aangegeven dat gesprekken met het LBB heeft opgeleverd dat dit onder andere komt door de late aanlevering van informatie door informatieleveranciers, de omvang van de adviesaanvragen en de complexiteit van de adviesaanvragen.4 Daar waar relevant zal mijn ministerie in gesprek gaan met die informatieleveranciers waar dit structureel speelt. De daling specifiek ten aanzien van 2024 lijkt daarnaast te kunnen worden verklaard door een (tijdelijke) personele onderbezetting blijkt uit gesprekken met het LBB.

In 2025 voerde het LBB diverse inhoudelijke veranderingen door om de doorlooptijden te verbeteren. Zo is begin 2025 gekozen voor een tijdelijke risicogerichte afbakening, met focus op (rechts)personen en ondernemingen met verhoogd risico die het bestuursorgaan zelf niet of slechts beperkt kan onderzoeken. Er loopt op dit moment een evaluatie van deze tijdelijke maatregel. Deze wordt in 2026 afgerond. Daarnaast doorloopt het LBB in 2026 met externe begeleiding een traject om processen te stroomlijnen en doorlooptijden te verkorten.

Evaluatie door bestuursorganen

Na elk (aanvullend) advies stuurt het LBB een evaluatieformulier naar het ontvangende bestuursorgaan; de feedback wordt gebruikt om dienstverlening en adviezen te verbeteren. De overstap in 2025 naar een online formulier verhoogde de respons van 11 (2024) naar 64 (2025).

Uit de evaluatieformulieren over 2025 blijkt dat de doorlooptijd significant lager is beoordeeld dan in voorgaande jaren, direct samenhangend met langere behandeltermijnen van adviesaanvragen. Ondanks de tijdelijke risicogerichte afbakening door het LBB worden de adviezen op leesbaarheid, communicatie en volledigheid goed gewaardeerd. Aandachtspunt is dat informatieleveranciers niet altijd alle beschikbare informatie delen, wat in enkele gevallen tot ontevredenheid bij bestuursorganen leidt. Het contact met de onderzoekers van het LBB wordt zeer positief beoordeeld, bestuursorganen waarderen dat zij, ondanks de langere doorlooptijd, goed op de hoogte zijn gehouden van het verloop van het onderzoek.

Voorlichting
Het LBB ondersteunt bestuursorganen bij een eerste of hernieuwde adviesaanvraag met intakegesprekken, verzorgt trainingen en presentaties, en beantwoordt inhoudelijke vragen per e‑mail en telefoon. De vraag naar Bibob‑cursussen en andere voorlichting groeit nationaal sterk. Daarnaast is er in toenemende mate ook vanuit de regeringen van andere landen interesse in de Nederlandse bestuurlijke aanpak en in het bijzonder de Wet Bibob.

In 2025 werkte het LBB verder aan een nieuwe visie op voorlichting, gericht op een uitgebreider aanbod over diverse Bibob‑thema’s voor beginnende en gevorderde medewerkers. De in 2024 ontwikkelde e‑learning en (animatie)video’s zijn in 2025 publiek toegankelijk gemaakt. Met diverse Regionaal Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en partners is een nieuwe versie van het Handboek Wet Bibob voorbereid, dat naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 beschikbaar zal zijn voor overheidsorganisaties.


Bibob-register

Eind 2022 is het Bibob‑register in gebruik genomen: bestuursorganen registreren gevaarsconclusies en kunnen via een informatieverzoek nagaan of elders eerder een gevaarsconclusie is getrokken. Het register is inmiddels ruim drie jaar in gebruik en wordt steeds belangrijker in Bibob‑onderzoek. Het LBB verwerkte 15.731 inkomende informatieverzoeken in 2024 en 17.067 in 2025. In totaal zijn er 1075 actieve gebruikersaccounts bij 340 verschillende bestuursorganen organisaties met een overheidstaak toegang. Inmiddels beschikken 340 verschillende bestuursorganen en organisaties met een overheidstaak samen over in totaal 1.075 actieve gebruikersaccounts met toegang tot het platform.

Gevaarsconclusies blijven vijf jaar in het Bibob‑register; het LBB heeft daarom met een inhaalslag alle conclusies van de afgelopen vijf jaar geregistreerd. Nu die slag is afgerond lopen de jaarlijkse registraties weer gelijk met het aantal geconstateerde gevaarsconclusies. In 2025 registreerde het LBB 347 gevaarsconclusies.

Van alle informatieverzoeken beantwoordde het LBB in 2025 in 16.596 gevallen binnen twee dagen met een bijbehorend uittreksel. Dit komt neer op 97,2% van de gevallen.

Jaarverslag Kwaliteitscommissie Bibob 2025

Jaarlijks beoordeelt de onafhankelijke Kwaliteitscommissie Bibob de kwaliteit van Bibob-adviezen. In 2025 zijn 33 reguliere en 5 aanvullende adviezen van het LBB beoordeeld.

Dit jaar is er door de commissie kritischer gekeken naar de opmerkingen en de terugkoppeling daarop. Hierdoor is het aantal opmerkingen bij beoordeelde adviezen gedaald ten opzichte van vorig jaar. De commissie geeft inhoudelijke feedback over analyses, interpretatie en de veranderende toepassing van de wet. Terugkerende thema’s zijn evenwichtige toetsing, logische opbouw van conclusies en een zelfstandig leesbaar advies. Voor deze punten doet de commissie gerichte aanbevelingen.

Aanbevelingen over de kwaliteit van de adviezen

Hoewel compact adviseren het streven is, erkent de commissie het spanningsveld met de benodigde stevige onderbouwing voor weigeringen. Adviezen zijn nu soms te gedetailleerd wat betreft de commissie, maar het LBB moet in dialoog met bestuursorganen blijven om de juiste balans tussen volledigheid en doelmatigheid te vinden.

De commissie herhaalt haar voorkeur voor het opnemen van een samenvatting in het advies bij omvangrijke dossiers. Zij ziet dit als een taak van het LBB, niet van de afnemer.

Aanbevelingen over de procedurele kant van de adviezen

De commissie complimenteert het LBB met de vooruitgang op procedurele punten, zoals de toegankelijke documentatie van contacten met bestuursorganen. De commissie spreekt verder haar waardering uit voor het vernieuwde evaluatieproces. Door op twee vaste momenten digitaal feedback te vragen en rappels te sturen, zijn de respons en het inzicht in de bruikbaarheid van de adviezen aanzienlijk verbeterd.

Ten aanzien van de doorlooptijden blijft de commissie echter kritisch: in 34 van de 38 gevallen werd de wettelijke termijn overschreden. Hoewel de communicatie hierover met bestuursorganen is verbeterd, benadrukt de commissie het belang van tijdige advisering.

Algemene aanbevelingen

De commissie is kritisch over de gewijzigde Regeling Bibob-formulieren, waarin het opvragen van het BSN van derden is geschrapt naar aanleiding van het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens. Hoewel het klopt dat bestuursorganen hierdoor niet langer bepaalde (gesloten) bronnen op basis van het BSN kunnen raadplegen, blijven deze gegevens via andere beschikbare persoonsgegevens wel toegankelijk.

De commissie adviseert daarnaast de internationale informatie-uitwisseling te optimaliseren, aangezien medewerking vanuit het buitenland momenteel tekortschiet. Zij verzoekt het LBB hierover in gesprek te gaan met de verantwoordelijke beleidsdirectie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De commissie adviseert daarbij te onderzoeken of de liaisonofficier of het Openbaar Ministerie een faciliterende rol kan spelen bij het informeel bespoedigen van dergelijke verzoeken. Ons ministerie is al op breed terrein bezig om de internationale informatie-uitwisseling proberen te verbeteren. Dit punt wordt daarin meegenomen.

Uit de beoordeelde adviezen blijkt verder dat informatieverstrekkers niet altijd tijdig reageren, ondanks hun wettelijke plicht. De commissie adviseert de vertragingen door het uitblijven van informatie van partners nader te onderzoeken. De inzet van relatiebeheerders aan de kant van het LBB lijkt effect te sorteren en dient daarom te worden voortgezet. Het LBB agendeert dit onderwerp structureel in het periodieke overleg met informatieverstrekkers en werkt in samenwerking met partners aan het verbeteren van de voorspelbaarheid en tijdigheid van de informatievoorziening.

De commissie adviseert het LBB ook om eerder met bestuursorganen in gesprek te gaan over de achtergrond van een adviesaanvraag. Door tijdens de intake scherper te focussen op de nut en noodzaak, kan het LBB beter voorlichten en maatwerk leveren. Dit voorkomt onnodige advisering in gevallen waarin de noodzaak ontbreekt, wat de efficiƫntie van het proces ten goede komt.

De commissie spreekt haar zorgen uit over een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:214). Zij vraagt het LBB de jurisprudentie nauwgezet te monitoren en hierover, indien nodig, het gesprek aan te gaan met de bestuursorganen. Ons ministerie neemt de zorgen serieus, volgt de (jurisprudentiƫle) ontwikkelingen nauwlettend, beoordeelt zorgvuldig de gevolgen voor bestuursorganen en beslist over passende maatregelen zodra daarover meer duidelijk is.

De commissie herkent de knelpunten uit het WODC-rapport, met name het gebrek aan een eenduidige werkwijze en de trage informatielevering door partners. Zoals aangegeven in de beleidsreactie op het WODC-rapport gaat ons ministerie hierover in gesprek met de informatieleveranciers bij wie dit probleem structureel speelt. Ook onderschrijft de commissie de aanbevelingen uit het WODC-rapport. Zoals de aanbeveling dat het LBB zelf diepgaander financieel onderzoek moet gaan verrichten bij adviesaanvragen. In 2026 zal de commissie met het LBB in gesprek gaan over de opvolging van het WODC-rapport. Daarnaast gaat het LBB in 2026 een traject in waarin efficiƫnter werken het uitgangspunt is en waarvan het bekijken wanneer een onderzoek afdoende is afgerond onderdeel uitmaakt. Ten aanzien van de andere aanbevelingen van de commissie heeft het LBB aangegeven dat het hiervan kennis heeft genomen en dat intern zal worden besproken wat met de aanbevelingen wordt gedaan.

Kwaliteitsverbetering staat bij ons hoog in het vaandel. Daarom blijven wij in nauw overleg met het LBB om te verkennen hoe en in welke mate de aanbevelingen kunnen worden geĆÆmplementeerd.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

K.T. van Bruggen

De minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel


  1. Een gevaarsconclusie is een inschatting van het risico dat een reeds verleende of nog te verlenen rechtshandeling zal worden misbruikt voor criminele doeleinden.ā†©ļøŽ

  2. Een aanvullend advies is een advies dat op verzoek volgt op een regulier advies, bijvoorbeeld als het bestuursorgaan nieuwe informatie heeft die beoordeeld moet worden of als meer uitleg benodigd.ā†©ļøŽ

  3. Kamerstukken II 2025/2026, 31109, nr. 37.ā†©ļøŽ

  4. Kamerstukken II 2025/2026, 31109, nr. 38.ā†©ļøŽ