36945-VIII Verslag houdende een lijst van vragen inzake Slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025
Lijst van vragen
Nummer: 2026D25236, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-01 15:09, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (CDA)
- Mede ondertekenaar: L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z08563:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-04 10:15 ⇒ Betrokken bij de inbreng feitelijke vragen over de Slotwet OCW 2025 d.d. 27 mei 2026. (Besluit)
- 2026-06-04 10:15 ⇒ Agenderen voor het wetgevingsoverleg Slotwet, Jaarverslag 2025 en de Staat van het Onderwijs 2026 d.d. 29 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-27 10:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-27 10:00: Slotwet ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (36945-VIII) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-04 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-29 10:00: Slotwet, Jaarverslag 2025 en de Staat van het Onderwijs 2026 (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
Verslag houdende een lijst van vragen
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van de Slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (Kamerstuk 36945-VIII), heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
| Nr | Vraag |
| 1 | Welke ontwikkelingen verklaren de verhoging van €0,6 miljoen in de uitgaven binnen artikel 14 Cultuur? |
| 2 | Welke ontwikkelingen verklaren de verhoging van €2,0 miljoen in de ontvangsten binnen artikel 14 Cultuur? |
| 3 | Welke overwegingen liggen ten grondslag aan de verschuiving van de verplichting voor het Jeugdeducatiefonds (JEF) van €49,4 miljoen die nu begin 2026 in plaats van eind 2025 wordt aangegaan? |
| 4 | Welke lessen trekt u voor de komende jaren uit de verlaging van de subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) vanwege een aantal betalingen van eerdere MDT subsidieregelingen die in 2025 waren gepland en dat niet alle ingediende aanvragen voor MDT 2025 konden voldoen aan de gestelde financiële voorwaarden? |
| 5 | Hoe verklaart u de vertragingen in de uitvoering van onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland? |
| 6 | Hoe verklaart u het lagere aantal aanvragen op de regelingen zij-instroom en lerarenbeurs dan begroot? |
| 7 | Hoe komt het dat de verplichtingen die in de rest van het jaar nog zouden worden aangegaan voor het Programma Leesbevordering zozeer te ruim werden geraamd, in een tijd dat de leesbevordering nog altijd keiharde noodzaak is? |
| 8 | Wat verklaart het verschil van €36,3 miljoen tussen de geraamde en gerealiseerde verplichtingen binnen artikel 14 Cultuur? |
| 9 | Welke culturele verplichtingen zijn uiteindelijk niet aangegaan in 2025? |
| 10 | Welke verplichtingen zijn doorgeschoven naar latere jaren? |
| 11 | Waarom bleek de raming voor het Programma Leesbevordering €16,7 miljoen hoger dan uiteindelijk noodzakelijk? |
| 12 | Welke onderdelen betroffen de verlagingen van €25,2 miljoen en €21,1 miljoen? |
| 13 | Waarom vielen de verplichtingen voor bekostiging €46,9 miljoen lager uit dan geraamd? |
| 14 | Hoe kan het dat verplichtingen voor artikel 14 oorspronkelijk hoger waren geraamd dan uiteindelijk gerealiseerd? |
| 15 | Welke gevolgen heeft deze lagere verplichting voor de uitvoering van leesbevorderingsprogramma’s? |
| 16 | Hoe verhoudt de ontwikkeling van de middelen voor leesbevordering zich tot de ambitie om lezen en bibliotheken te versterken? |
| 17 | Waarom werd in de raming uitgegaan van een vierjarige verplichting voor de regeling amateurkunsten, terwijl de beschikking uiteindelijk alleen betrekking had op 2025? |
| 18 | Welke gevolgen heeft deze wijziging voor amateurkunstorganisaties? |
| 19 | Hoe sluit de ontwikkeling van middelen voor amateurkunsten aan bij de ambitie om cultuurparticipatie te versterken? |
| 20 | Waaruit bestaat het positieve saldo van €38,5 miljoen aan verleende en vervallen garanties? |
| 21 | Welke culturele instellingen of regelingen vallen onder deze garanties? |