[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Lijst van vragen over het jaarverslag Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (Kamerstuk 36945-VIII-1)

Lijst van vragen

Nummer: 2026D25238, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-01 15:11, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z08558:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Lijst van vragen

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het Jaarverslag ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (36945-VIII, nr. 1).

De voorzitter van de commissie,

Koorevaar

Adjunct-griffier van de commissie,

Van Thiel

Nr Vraag
1 Waarom is ervoor gekozen de resultaten van de uitgegeven middelen niet mee te nemen in het jaarverslag?
2 Heeft het aantal leerlingen op een school invloed op de onderwijsresultaten, bijvoorbeeld een school met 50, 100, 200, 300 of meer leerlingen per school, wat zijn de onderwijsresultaten van de scholen met deze leerlingenaantallen en kregen deze scholen per blok een herstelopdracht?
3 Hoe toetst u bij nieuwe wet- en regelgeving expliciet op uitvoerbaarheid voor scholen en schoolbesturen?
4 Welke concrete reductiedoelen hanteert u voor administratieve lasten in het funderend onderwijs bij nieuwe beleidsvoorstellen?
5 Hoe verhoudt de huidige veelheid aan subsidies, programma’s, monitors, sectorafspraken en verantwoordingslijnen zich tot het uitgangspunt van eenduidige sturing?
6 Hoe voorkomt u dat verantwoordingsdruk rond subsidies voor basisvaardigheden leidt tot extra administratieve belasting voor scholen en leraren?
7 Hoe verhoudt incidentele subsidiesturing zich tot het uitgangspunt van vertrouwen in professionele schoolorganisaties?
8 Welke stappen gaat u zetten om structurele bekostiging meer leidend te maken dan incidentele programmafinanciering?
9 Welke gevolgen heeft de instroom van internationale studenten op onderwijscapaciteit en studentenhuisvesting?
10 Hoe voorkomt u dat nieuwe verantwoordingsverplichtingen het lerarentekort en de werkdruk verder vergroten?
11 Welke ruimte krijgen schoolbesturen om op eigen wijze invulling te geven aan kwaliteitszorg zonder aanvullende registratiedruk?
12 Welke meetbare resultaten zijn tot op heden bereikt met de investeringen in het Masterplan basisvaardigheden?
13 Welk deel van deze middelen is besteed in het Caribisch deel van het Koninkrijk?
14 Hoe wordt gemeten of de culturele sector daadwerkelijk bijdraagt aan het verdienvermogen van Nederland?
15 Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt met het versterken van het cultureel en creatief klimaat?
16 Hoe wordt de bibliotheekvoorziening in Caribisch Nederland betrokken bij deze zorgplicht?
17 Welke organisaties nemen deel aan het implementatieprogramma van de Archiefwet?
18 Hoeveel middelen zijn structureel geïnvesteerd in het selectieregister?
19 Welke maatregelen worden genomen om digitaal informatiebeheer bij overheidsorganisaties te verbeteren?
20 Hoe wordt gecontroleerd of instellingen zich houden aan collectieve tariefafspraken?
21 Welke gevolgen heeft fair pay voor kleinere culturele instellingen?
22 Hoe wordt cultuuronderwijs in Caribisch Nederland versterkt?
23 Hoeveel culturele instellingen in Caribisch Nederland ontvangen BIS-subsidie?
24 Welke concrete en meetbare doelen hanteert u momenteel voor basisvaardigheden, passend onderwijs, kansengelijkheid en onderwijskwaliteit?
25 Bij welke van de doelen basisvaardigheden, passend onderwijs, kansengelijkheid en onderwijskwaliteit constateert u zelf dat deze momenteel onvoldoende meetbaar of eenduidig zijn geformuleerd?
26 Hoe voorkomt u dat scholen en besturen worden afgerekend op ambities die onvoldoende concreet of consistent zijn uitgewerkt?
27 Hoe wordt bij nieuwe beleidsprogramma’s vooraf vastgesteld welke resultaten worden verwacht, binnen welke termijn en hoe deze resultaten meetbaar worden gemaakt?
28 Welke verantwoordelijkheden liggen volgens u expliciet bij het Rijk, welke bij samenwerkingsverbanden, welke bij schoolbesturen en welke bij scholen zelf?
29 Op welke onderdelen constateert u dat verantwoordelijkheden tussen het Rijk, samenwerkingsverbanden, schoolbesturen en scholen zelf momenteel onvoldoende scherp zijn afgebakend?
30 Hoe voorkomt u dat scholen tegelijkertijd op uiteenlopende en soms conflicterende beleidsprioriteiten worden aangesproken?
31 Op welke wijze bewaakt u dat toezicht bij passend onderwijs proportioneel blijft en niet leidt tot vermindering van handelingsruimte voor scholen en besturen?
32 Welke mogelijkheden ziet u om schoolbesturen meer meerjarige financiële zekerheid te bieden?
33 Welke afrekenbare doelen staan u voor ogen bij het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in termen van verbetering van de basisvaardigheden bij kinderen in Nederland?
34 Erkent u dat stabiele en voorspelbare bekostiging een randvoorwaarde is voor kwaliteitsverbetering op lange termijn en welke consequenties verbindt u dan daaraan?
35 Hoe groot is de budgettaire impact van de ruim 23.000 leerlingen in het internationaal schakelonderwijs (ISK) op het voortgezet onderwijsbudget?
36 Welke ontwikkeling valt te verwachten bij brede brugklassen in Nederland nu de Nationaal Programma Onderwijs Regeling Brede Brugklassen werd stopgezet?
37 Wat zijn de gevolgen van het niet uitvoeren van de aangenomen motie Ergin c.s. uit 2024 over de herinvoering van de Ministersplaatsen voor Caribische kandidaten op de beschikbaarheid van (toekomstig) zorgpersoneel op Caribisch Nederland?1
38 Wat zijn de gevolgen voor de toegankelijkheid van het selectieve hoger onderwijs van het niet uitvoeren van de aanbevelingen uit het NRO2 Consortiumonderzoek ‘Onbedoelde effecten van selectie op de diversiteit van de geneeskundestudenten-populatie en de kandidatenpool: Wat kunnen we eraan doen?’?
39 Wat zijn de gevolgen voor de toekomstige beschikbaarheid van zorgverleners in krimpregio’s, van het uitblijven van een reactie van uw zijde op het rapport ‘Selecteren voor de Toekomst: Iedereen een Huisarts’, dat werd uitgevoerd in opdracht van VWS?
40 Wat zijn de gevolgen van het niet uitvoeren van de aanbevelingen uit het rapport ‘Selecteren voor de Toekomst: Iedereen een Huisarts’, dat is uitgevoerd in opdracht van VWS, voor de toegankelijkheid van de zorg in krimpregio’s zoals Zeeland en Noord-Nederland?
41 Waarom zijn sinds 2023 geen middelen meer opgenomen voor incidentele subsidies voor cultuuruitwisseling?
42 Op welke wijze ondersteunt OCW momenteel internationale cultuuruitwisseling?
43 Welke internationale culturele samenwerkingen zijn in 2025 ondersteund?
44 Welk deel van de middelen voor internationale culturele samenwerking komt ten goede aan Caribisch Nederland?
45 Waarom zijn incidentele subsidies voor cultuuruitwisseling sinds 2023 volledig weggevallen, terwijl andere internationale samenwerkingsinstrumenten juist groeien?
46 Waarom nemen de middelen voor cultuur binnen de HGIS3 af na 2023 terwijl cultuur als beleidsprioriteit wordt benoemd?
47 Hoe verhouden de ambities rond fair pay zich tot de ontwikkeling van het cultuurbudget?
48 In hoeverre sluiten de begrote middelen voor archieven aan bij de groeiende opgave rondom digitale archivering en informatiebeheer?
49 Welke maatregelen worden genomen om administratieve lasten voor leraren te verminderen?
50 Wat zou een volledige afschaffing van de vrijwillige ouderbijdrage betekenen voor de bekostiging van het funderend onderwijs?
51 Wat is de (juridische) status van de brief aan het BPRC4 inzake Besluit aankondiging oormerk voor proefdiervrij onderzoek van 6 januari 2026?
52 Welke oormerking van het subsidiebedrag aan het BPRC voor proefdiervrij onderzoek is voorzien voor de komende vijf jaren?
53 Hoe wordt uitvoering gegeven aan de breed gedeelde wens om het aantal apenproeven in Nederland zo snel mogelijk af te bouwen en wat zijn de plannen van deze regering?
54 Kunt u de verschillende toekomstscenario's die zijn opgesteld in relatie tot het BPRC en NHP's5, zoals genoemd in de bijlage van Kamerstuk 32 336, nr. 172 naar de Kamer sturen?
55 Kan een overzicht worden verschaft, uitgesplitst over een periode van drie jaar, van het aantal apen dat in het BPRC wordt gehouden, het aantal apen dat is ingezet voor een dierproef, het aantal apen dat is ingeslapen gedurende een proef, het aantal apen dat is ingeslapen na afloop van een proef en het aantal apen dat is overleden gedurende een proef?
56 Hoeveel ruimte heeft een aap in het BPRC op het moment dat die wordt ingezet voor een dierproef?
57 Hoeveel dagen/maanden wordt een aap in het BPRC gemiddeld gebruikt voor een dierproef, wanneer wordt gekeken naar dierproeven die de afgelopen drie jaar zijn uitgevoerd?
58 Kunt u de communicatie tussen het ministerie van OCW en het BPRC rondom de indiening en behandeling van en de stemming over het amendement Rajkowski6 aan de Kamer doen toekomen?
59 Zijn er systematic reviews of andere onderzoeken gedaan naar de concrete resultaten die het BPRC middels apenproeven heeft bereikt en zo ja, kunnen die naar de Kamer worden gestuurd? Zo nee, waarom niet?
60 Kunt u aangeven hoeveel belastinggeld er vanaf 2016 tot heden in totaal naar het BPRC is gegaan?
61 Hoe beoordeelt u het zinsdeel "dat alternatieve onderzoeksmethoden op dit moment nog niet in alle gevallen toereikend zijn om dierproeven volledig te vervangen" in de toelichting van het amendement Rajkowski7 en van welke apenproeven die nu nog worden uitgevoerd door het BPRC en noodzakelijk zouden zijn voor de volksgezondheid bent u van mening dat op dit moment nog geen toereikende alternatieve onderzoeksmethoden zijn en welke wetenschappelijke onderbouwing heeft u daarvoor?
62 Klopt het dat het BPRC zelf nauwelijks of geen veiligheids- of effectiviteitsstudies uitvoert, maar vrijwel uitsluitend fundamenteel onderzoek?
63 Klopt het dat het BPRC pas coronavaccins ging testen toen die al in mensen werden getest en zo nee, kan daar bewijs voor worden geleverd?
64 Kunt u aangeven welke samenwerkingen het BPRC de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar, is aangegaan met andere Nederlandse onderzoeksinstellingen en universiteiten?
65 Welke volksgezondheidsrisico's loopt Nederland concreet wanneer er geen apenproeven meer worden uitgevoerd en welke wetenschappelijke bewijzen zijn hiervoor?
66 Kunt u een lijst verschaffen van alle alternatieven voor apenproeven die het BPRC in de afgelopen twintig jaar zelf heeft ontwikkeld?
67 Kunt u aangeven hoeveel geld het BPRC de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar, heeft gebruikt voor het ontwikkelen van alternatieven voor de apenproeven die ze doen en welk percentage dit is van de totale begroting van het BPRC?
68 Klopt het dat het BPRC decennialang hiv-vaccins heeft onderzocht (op apen), maar dat dit tot geen enkel goed werkend hiv-vaccin heeft geleid en zo nee, welk goed werkend hiv-vaccin is tot stand gekomen door onderzoek op apen in het BPRC?
69 Hoe onderbouwt u dat het afbouwen van belastinggeld voor apenproeven zou leiden tot volksgezondheidsrisico's, terwijl het investeren van dit bedrag in proefdiervrij onderzoek en proefdiervrije innovaties ook kan leiden tot nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en concrete resultaten?
70 Wat was de positie van het BPRC toen in 2003 het gebruik van mensapen zoals chimpansees, orang-oetans en gorilla's als proefdier werd verboden en steunden zij de totstandkoming van dit verbod of waren zij hier kritisch op?
71 Wat is de minimale kolonie (grootte en soort apen) dat nodig is voor pandemische paraatheid en wat zou dat de overheid per jaar kosten?
72 Welke factoren hebben geleid tot de geconstateerde onrechtmatigheid van €36,1 miljoen binnen het kerndepartement?
73 Hoe verklaart u de onrechtmatigheid van €100,5 miljoen bij de agentschappen, waaronder DUO, als gevolg van het niet naleven van inkoopregels bij externe ICT-inhuur?
74 Acht u het wenselijk dat bij toelaatbaarheidsverklaringen (tlv's) verschillen tussen regio’s kunnen ontstaan zonder dat helder is welke verschillen voortkomen uit maatwerk en welke uit gebrek aan eenduidigheid?
75 Heeft u onderzocht of de wijze van verevening van invloed is (geweest) op de tlv-afgifte en zo ja, wat was daarvan de uitkomst? Zo nee, waarom niet?
76 Welke stappen zet u om de rolverdeling tussen Rijk, samenwerkingsverbanden en schoolbesturen te verduidelijken waarbij ruimte voor professionele afwegingen behouden blijft?
77 Hoe voorkomt u dat aanvullende controles op tlv’s8 leiden tot verdere bureaucratisering van passend onderwijs?
78 Wat zijn de oorzaken van de structurele overschrijding van de Roemernorm voor externe inhuur binnen OCW (16,4 procent) en DUO (24,2 procent)?
79 Welk afbouwpad hanteert het ministerie om het percentage externe inhuur terug te brengen naar de norm van maximaal 10 procent?
80 Hoe verklaart u dat ondanks €605 miljoen aan uitgaven in 2025 geen significante effecten op leerlingprestaties zijn vastgesteld?
81 Welke conclusies verbindt u aan het feit dat het CPB9 geen aantoonbare trendbreuk ziet bij de subsidieregeling basisvaardigheden?
82 In hoeverre en op welke wijze waarborgt u dat scholen voldoende ruimte behouden om op basis van hun eigen context en professionele expertise keuzes te maken in de verbetering van basisvaardigheden?

  1. Kamerstuk 31 288, nr. 1118.↩︎

  2. Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek↩︎

  3. Homogene Groep Internationale Samenwerking↩︎

  4. Biomedical Primate Research Centre↩︎

  5. Niet-humane primaten↩︎

  6. Kamerstuk 36800-VIII, nr. 83.↩︎

  7. Kamerstuk 36800-VIII, nr. 83.↩︎

  8. Toelaatbaarheidsverklaringen↩︎

  9. Centraal Planbureau↩︎