Lijst van vragen over het Jaarverslag Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds 2025 (Kamerstuk 36945-XIV-1)
Lijst van vragen
Nummer: 2026D25287, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 12:17, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (CDA)
- Mede ondertekenaar: R.P. Jansma, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z08522:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-03 11:15 ⇒ Inbreng van feitelijke vragen heeft reeds plaatsgevonden op woensdag 27 mei 2026. (Besluit)
- 2026-05-27 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-27 14:00: Jaarverslag Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en Diergezondheidsfonds (F) over 2025 (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-06-03 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
Lijst van vragen
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister en staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het Jaarverslag Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2025 (36945-XIV, nr. 1)
De voorzitter van de commissie,
Steen
De griffier van de commissie,
Jansma
| Nr | Vraag |
| 1 | Gaat het u lukken om het advies van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) over het Commissievoorstel over Nieuwe Genomische Technieken (NGT's) te delen voordat er over het voorstel gestemd wordt in het Europees Parlement? |
| 2 | Wat zijn de concrete resultaten van de regionale maatwerkaanpak in de Peel en de Veluwe in 2025 en welke aantoonbare stikstofreductie is daar al gerealiseerd? |
| 3 | Hoeveel van de 37.400 hectare nieuw bos die de Landelijke Bossenstrategie beoogt te realiseren in 2030 is tot eind 2025 geplant (cumulatief 3.010 hectare) en welke maatregelen worden genomen om het tempo te verhogen gegeven de achterblijvende realisatie? |
| 4 | Hoeveel verzoeken tot handhaving die betrekking hadden op welzijn van gehouden reptielen zijn er per jaar vanaf 2010 gedaan? |
| 5 | Hoeveel verzoeken tot handhaving die betrekking hadden op welzijn van gehouden vogels zijn er vanaf 2010 per jaar gedaan? |
| 6 | In hoeveel zaken per jaar is sinds 2010 overgegaan tot handhaving in verband met welzijn bij gehouden reptielen? |
| 7 | In hoeveel zaken per jaar is sinds 2010 overgegaan tot handhaving in verband met welzijn bij gehouden vogels? |
| 8 | Hoeveel verzoeken met een beroep op de Wet open overheid (Woo) kwamen er per maand vanaf 1 mei 2022 tot en met 30 april 2026 binnen bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)? |
| 9 | Wanneer wordt het aantal binnenkomende Woo-verzoeken gezien als 'piekbelasting'? Op welke momenten sinds het inwerkingtreden van de Woo werden Woo-verzoeken niet snel genoeg afgehandeld in verband met piekbelasting? |
| 10 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor voedergewassen, gemeten in hectare en procentueel? |
| 11 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor melkvee, gemeten in hectare en procentueel? |
| 12 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor legkippen, gemeten in hectare en procentueel? |
| 13 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor vleeskippen, gemeten in hectare en procentueel? |
| 14 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor de varkensindustrie, gemeten in hectare en procentueel? |
| 15 | Welk deel van het landbouwareaal wordt gebruikt voor andere landbouwindustrieën, uiteengezet in een tabel in hectares en procentueel? |
| 16 | Heeft Nederland zich bij de Landbouw- en Visserijraad op dinsdag 26 mei 2026 uitgesproken tegen het voorstel voor een Europese aanpak voor het beheren van Aalscholvers, conform de aangenomen motie van de leden Kostic en Bromet (Kamerstuk 21501-32, nr. 1756)? Zo nee, waarom niet? |
| 17 | Wat wordt bedoeld met de passage in de brief van de regering (Kamerstuk 21501-32, nr. 1809): "in reactie hierop wil de minister benadrukken dat Nederland verplichtingen tot het afschieten van aalscholvers niet zal steunen. Bij het komen tot een gezamenlijk Europese aanpak voor de beheersing van aalscholvers is het van belang dat deze aanpak goed onderbouwd is, daar zal de minister zich voor inzetten. Daarnaast zal de beheersing van aalscholvers altijd plaats moeten vinden binnen de kaders en doelstellingen ter bescherming van de aalscholver. In Nederland is de inzet dan ook niet om de populatie actief terug te dringen."? Betekent dit dat er geen uitvoering wordt gegeven aan het verzoek in de aangenomen motie van de leden Kostic en Bromet (Kamerstuk 21501-32, nr. 1756) om zich "te verzetten tegen Europese plannen om meer aalscholvers af te schieten", maar alleen uitvoering wordt gegeven aan het verzetten tegen verplichte afschot? Zo nee, hoe zit het dan? |
| 18 | Wat is de stand van zaken van de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) doden van dieren, die reeds in internetconsultatie is gegaan? Wordt deze AMvB nog ingrijpend gewijzigd? |
| 19 | Wanneer verwacht u de AMvB doden van dieren aan de Kamer te sturen? |
| 20 | Hoe verhoudt de uitzondering in de concept-AMvB met betrekking tot het houden van dieren voor instandhoudingsprogramma's in dierentuinen zich tot de aangenomen motie-Kostic c.s. (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 69) waarmee de regering wordt verzocht om een plan van aanpak te ontwikkelen voor een einde aan het doden van gezonde dieren in dierentuinen? |
| 21 | Waarom is ervoor gekozen om in de concept-AMvB over het beperken van het doden van dieren geen verbod op het doden van door particulieren gehouden vogels, zoals duiven en zangvogels, mee te nemen? |
| 22 | Op welke 'culturele, praktische en maatschappelijke overwegingen' wordt gedoeld ter onderbouwing van de uitzondering op het verbod op het doden van konijnen voor thuisslacht in de AMvB over het beperken van het doden van dieren door particulieren? |
| 23 | Welke ambtelijke adviezen zijn gegeven over het al dan niet uitzonderen van thuisslacht van konijnen in de AMvB over het beperken van het doden van dieren door particulieren? |
| 24 | Wat is de stand van zaken omtrent het aangenomen amendement van het lid Kostic (Kamerstuk 36725-XIV, nr. 14) over financiering van wildopvangcentra? |
| 25 | Hoeveel fulltime-equivalent (fte) was er per maand beschikbaar bij het ministerie van LVVN voor de afhandeling van Woo-verzoeken in de periode van 1 mei 2022 tot en met 30 april 2026? |
| 26 | Wat zijn de meerjarige plannen voor het Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie? |
| 27 | Welke financiële middelen zijn, per jaar, beschikbaar gesteld voor het Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie? |
| 28 | Hoeveel van de Woo-verzoeken die bij het ministerie van LVVN zijn binnengekomen sinds het inwerkingtreden van de Woo gingen met name over gegevens van boerenbedrijven en niet over het (interne) functioneren van de overheid zelf? Hoe vaak gingen deze met name over andere ondernemingen dan agrarische bedrijven? |
| 29 | Op welke wijze is uitvoering gegeven aan de motie Flach/Van Campen (Kamerstuk 30252, nr. 185)? |
| 30 | Welke concrete criteria hanteert u om te bepalen of de aangekondigde maatregelen binnen de stikstofaanpak daadwerkelijk voldoende zijn om vergunningverlening weer structureel op gang te brengen? |
| 31 | Op welke begrotingsartikelen zijn in 2025 de grootste verschillen ontstaan tussen begrote en gerealiseerde uitgaven en wat waren daarvan de concrete oorzaken? |
| 32 | Hoeveel bedrijven hebben zich in 2025 aangemeld voor vrijwillige beëindiging en hoeveel daarvan liggen binnen vijf kilometer van Natura-2000 gebieden? |
| 33 | Op welke wijze wordt binnen de beëindigingsregeling van veehouderijen geprioriteerd tussen verschillende bedrijven? |
| 34 | Wanneer komt een bedrijf al dan niet in aanmerking voor de beëindigingsregeling? |
| 35 | Op welke criteria wordt geselecteerd voor een bedrijf om in aanmerking te komen voor de beëindigingsregeling? |
| 36 | Is het praktisch en juridisch mogelijk om bij de beëindigingsregeling van veehouderijen aanvullende prioriteringscriteria mee te nemen, zoals niet-dierwaardige stallen of stallen met grotere risico's voor de volksgezondheid? |
| 37 | Welke rol ziet u voor plantaardige eiwitten in het versterken van de voedselzekerheid? |
| 38 | Wanneer wordt het Landelijke Crisisplan Voedselzekerheid naar verwachting afgerond en met de Kamer gedeeld? |
| 39 | Wat waren de meest voorkomende punten waarop aanvragen voor het Investeringsfonds Duurzame Landbouw afgewezen werden? |
| 40 | Waarom wordt er ingezet op het gebruik van Renure terwijl dit voor extra stikstof op landbouwgrond kan zorgen? |
| 41 | Kunt u toelichten op basis van welke feitelijke trends de ambitie om naar 15 procent biologisch landbouwareaal in 2030 te groeien haalbaar wordt geacht, aangezien het areaal eind 2024 op 5,1 procent stond? |
| 42 | Waarom ligt de realisatie van nieuw bos met 3.010 hectare nog ver achter op de doelstelling van 37.400 hectare in 2030? |
| 43 | Hoeveel hectare bos moet jaarlijks nog worden gerealiseerd om de doelstelling van 37.400 hectare bos in 2030 te halen? |
| 44 | Welke concrete maatregelen zijn genomen om de bescherming en instandhouding van de grutto te verbeteren? |
| 45 | Welke rol speelt dierenwelzijn in de aangekondigde evaluatie van het jacht- en faunabeheerstelsel? |
| 46 | Welke maatregelen acht u noodzakelijk om de klimaatdoelen te behalen? |
| 47 | Op welke wijze is uitvoering gegeven aan de motie Flach/Van der Plas (Kamerstuk 32802, nr. 120) inzake het beperken van de reikwijdte van het begrip 'emissiegegevens' in de milieu-informatierichtlijn? |
| 48 | Kunt u toelichten waarom bij de Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties (Lbv)-regelingen sprake is van een onderuitputting van 483,4 miljoen euro en wat de redenen zijn voor het feit dat veel ondernemers hebben besloten zich alsnog terug te trekken? |
| 49 | Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de onderuitputting binnen de LVVN-begroting in 2025 en welke concrete budgetten zijn hierdoor niet tot besteding gekomen? |
| 50 | Kunt u toelichten welke specifieke risico's voor het behalen van de beleidsdoelen op het gebied van landbouw en natuur zijn geïdentificeerd als gevolg van de reorganisatie en de structurele taakstelling van 14,3 procent op het kerndepartement? |
| 51 | Hoeveel middelen zijn in 2025 besteed aan het versterken van regionale en plantaardige voedselketens? |
| 52 | Welk deel van de grond in Nederland wordt momenteel gebruikt voor landbouw, gemeten in hectare en procentueel? |
| 53 | Hoe wordt de ambitie om 15 procent van het landbouwareaal voor biologische doeleinden te gebruiken gehaald? |
| 54 | Welk jaarlijks groeipercentage van biologisch areaal is vanaf 2026 nodig om het doel van 15 procent in 2030 alsnog te halen? |
| 55 | Welk percentage van de publieke voedselinkoop bestond in 2025 uit plantaardige producten? |
| 56 | Hoeveel jonge boerenbedrijven die steun ontvingen zijn biologische boerenbedrijven? |
| 57 | Kunt u aangeven bij hoeveel natuurgebieden in 2025 nog een Kritische Depositiewaarde (KDW) wordt overschreden? |
| 58 | Kunt u toelichten welke concrete onderzoeken en pilots voor natuurmonitoring in 2025 zijn uitgezet om te voldoen aan de aanvullende verplichtingen uit de Europese Natuurherstelverordening (NHV)? |
| 59 | Kunt u toelichten waarom het aandeel lumpsumopdrachten binnen de totale opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in 2025 is uitgekomen op 44 procent, terwijl de vastgestelde norm voor een doeltreffend opdrachtenpakket 80 procent bedraagt? |
| 60 | Bij welke uitvoeringsorganisaties, fondsen of subsidieregelingen ziet u in de verantwoording de grootste risico’s op ondoelmatige of inefficiënte besteding van publieke middelen? |