[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

36945-XIV Verslag houdende een lijst van vragen over Slotwet Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds 2025

Lijst van vragen

Nummer: 2026D25290, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 13:07, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z08525:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Verslag houdende een Lijst van vragen

De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel Slotwet Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en het Diergezondheidsfonds 2025 (Kamerstuk 36945-XIV, nr. 4) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen.

De voorzitter van de commissie,

Steen

De griffier van de commissie,

Jansma

Nr Vraag
1 Wat zijn de praktische vereisten, wat betreft hoeveelheid en soort materiaal, waaraan het strooisel in koloniekooien moet voldoen conform artikel 2.71, lid 2, onder c van het Besluit houders van dieren?
2 Hoeveel meldingen van mogelijke wetsovertredingen op het gebied van dierenwelzijn bij individuele bedrijven heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) sinds 2020 per jaar ontvangen van de geaccepteerde private controle-instantie Integrale Ketenbeheersing (IKB) Ei, de geaccepteerde private controle-instantie IKB Kip, de geaccepteerde private controle-instantie IKB Nederland Varken, de geaccepteerde private controle-instantie IKB Nederland exportwaardige laad- en losplaatsen (ELL) en overige private controle-instanties, uitgesplitst per diersoort?
3 Is bij de meest recente naleefmeting vleeskalveren uit 2021 geĂŻnspecteerd op artikel 2.41 lid 3 uit het Besluit houders van dieren, te weten een afdoende hoog hemoglobinegehalte (hb) om bloedarmoede te voorkomen? Zo ja, hoe is hierop gecontroleerd, hoe vaak is hierop gecontroleerd, hoe hoog bleek dat gehalte gemiddeld, hoe vaak was sprake van een hb van minder dan 4,5 micromol per liter op individueel niveau van een kalf en hoe vaak bleek artikel 2.41 lid 3 overtreden? Indien hierop niet is geĂŻnspecteerd, waarom is dat niet gebeurd?
4 Voor welke diergroepen zijn in 2025 naleefmetingen dierenwelzijn gedaan, lopen momenteel naleefmetingen of zijn naleefmetingen gepland?
5 Klopt het dat, doordat inspecties dierenwelzijn bij grazers veelal plaatsvinden naar aanleiding van meldingen van burgers die hulpbehoevende dieren in de wei zien, inspecties bij melkveebedrijven die jaarrond opstallen minder dan gemiddeld plaatsvinden ten opzichte van melkveebedrijven die beweiden?
6 Is er beleid om specifiek bij melkvee dat jaarrond wordt opgesteld (vaker) te inspecteren, bijvoorbeeld om voor het in de vorige vraag genoemde effect te compenseren?
7 Welke dierenwelzijnsindicatoren, gemeten in de slachterij, past de NVWA momenteel toe bij haar toezicht op dierenwelzijn op het primaire bedrijf?
8 Welke dierenwelzijnsindicatoren, gemeten in de slachterij, worden momenteel ontwikkeld door, in overleg met of in samenwerking met de NVWA en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), met het oog op de inzet daarvan bij het toezicht door de NVWA op dierenwelzijn op het primaire bedrijf?
9 Hoe vaak heeft de NVWA in 2024 en 2025 een melding gedaan bij de klachtambtenaar over een dierenarts die op een veebedrijf mogelijk in strijd met het veterinair tuchtrecht heeft gehandeld en in hoeveel van die gevallen betrof de verdenking een overtreding op het gebied van dierenwelzijn?
10 Hoeveel van de meldingen die de NVWA in 2024 en 2025 bij de klachtambtenaar heeft gedaan over dierenartsen werkzaam op veebedrijven, hebben geleid tot een klacht bij het Veterinair Tuchtcollege en in hoeveel gevallen is afgezien van het indienen van een klacht en om welke reden?
11 Hoeveel meldingen van tekortkomingen in de verzorging van dieren en/of schendingen van wet- en regelgeving rond dierenwelzijn en diergezondheid, zoals genoemd in de Code voor de Dierenarts artikel 2.4, heeft de NVWA van 2023 tot en met 2025 ontvangen van dierenartsen, gespecificeerd per jaar en per diersoort?
12 Op welke wijze, door wie en in welke systemen wordt de export van levend pluimvee geregistreerd?
13 Is er exportcertificering of een exportvergunning nodig voor de export van levend pluimvee? Zo ja, door wie en wanneer wordt deze uitgevoerd dan wel afgegeven?
14 Op welke wijze, door wie en op welk moment wordt beoordeeld of kippen geschikt zijn voor een voorgenomen transport en op welke wijze wordt hier toezicht op gehouden?
15 Op welke wijze, door wie en in welke systemen wordt de sterfte van vleeskuikens geregistreerd?
16 Op welke wijze, door wie en in welke systemen wordt de sterfte van ouderdieren en grootouderdieren in de pluimveesector geregistreerd?
17 Is het mogelijk om afvoer van dieren te melden in het Identificatie en Registratie (I&R)-systeem zonder daarbij een bestemming in te voeren? Zo ja, wat is daarvoor de reden?
18 Welke officiĂ«le benaming hanteren het ministerie van LVVN en de NVWA voor bedrijven in Nederland die melkkoeien ‘vetweiden’ of ‘afmesten’ nadat zij zijn afgevoerd bij het melkveebedrijf en voordat zij geslacht worden?
19 Hoeveel bedrijven waren er in Nederland tussen 2020 en 2025, uitgesplitst per jaar, die melkkoeien ‘vetweiden’ of ‘afmesten’ nadat zij zijn afgevoerd bij het melkveebedrijf en voordat zij geslacht worden?
20 Hoeveel koeien waren er tussen 2020 en 2025, uitgesplitst per jaar, aanwezig op bedrijven die melkkoeien ‘vetweiden’ of ‘afmesten’ nadat zij zijn afgevoerd bij het melkveebedrijf en voordat zij geslacht worden?
21 Hoeveel inspecties heeft de NVWA uitgevoerd tussen 2020 en 2025, uitgesplitst per jaar, op bedrijven die melkkoeien ‘vetweiden’ of ‘afmesten’ nadat zij zijn afgevoerd bij het melkveebedrijf en voordat zij geslacht worden?
22 Hoeveel boetes heeft de NVWA opgelegd tussen 2020 en 2025, uitgesplitst per jaar, aan bedrijven die melkkoeien ‘vetweiden’ of ‘afmesten’ nadat zij zijn afgevoerd bij het melkveebedrijf en voordat zij geslacht worden?
23 Hoeveel inspecties heeft de NVWA vanaf 2023 tot op heden uitgevoerd bij houders van dieren met betrekking tot de naleving van artikel 1.20 lid 1 onder l van het Besluit houders van dieren (scheiden big van zeug)?
24 Hoeveel overtredingen van artikel 1.20 lid 1 onder l van het Besluit houders van dieren (scheiden big van zeug) heeft de NVWA geconstateerd tijdens deze inspecties vanaf 2023 tot op heden, uitgesplitst per jaar?
25 Met welke interventies (mededeling, waarschuwing, boete of corrigerende maatregel) heeft de NVWA de geconstateerde overtredingen van artikel 1.20 lid 1 onder l van het Besluit houders van dieren (scheiden big van zeug) vanaf 2023 tot op heden opgevolgd, uitgesplitst per jaar?
26 Hoeveel inspecties heeft de NVWA vanaf 2025 tot op heden uitgevoerd met betrekking tot de naleving van artikel 3 lid 2 onder f van de Slachtverordening (het mengen van varkens)?
27 Hoeveel inspecties heeft de NVWA vanaf 2025 tot op heden uitgevoerd met betrekking tot de naleving van artikel 1.12 onder f van de Transportverordening (het mengen van varkens)?
28 Hoeveel inspecties heeft de NVWA vanaf 2025 tot op heden uitgevoerd met betrekking tot de naleving van artikel 2.13 lid 4 van het Bhd (het mengen van varkens)?
29 Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de invoering van Pekino-cups in de eendenhouderij, gezien de verplichting dat eendenhouderijen hier in 2030 over moeten beschikken en op hoeveel eendenhouderijen zijn Pekino-cups inmiddels in gebruik?
30 Hoeveel eendagskuikens zijn er in 2025 vanuit Nederland geëxporteerd onder GN-code 01051111, uitgesplitst naar land van bestemming?
31 Hoeveel eendagskuikens zijn er in 2025 vanuit Nederland geëxporteerd onder GN-code 01051119, uitgesplitst naar land van bestemming?
32 Hoeveel eendagskuikens zijn er in 2025 vanuit Nederland geëxporteerd onder GN-code 01051191, uitgesplitst naar land van bestemming?
33 Hoeveel eendagskuikens zijn er in 2025 vanuit Nederland geëxporteerd onder GN-code 01051199, uitgesplitst naar land van bestemming?
34 Op welke wijze zijn bovengenoemde kuikens vervoerd (per vrachtwagen of per vliegtuig) en kan dit per code en land van bestemming worden uitgesplitst?
35 Welke rassen eendagskuikens zijn in 2025 vanuit Nederland geëxporteerd, uitgesplitst naar land van bestemming en GN-code, op basis van de Trade Control and Expert System (TRACES) exportcertificaten die de NVWA heeft afgegeven?
36 Hoeveel kinderen, zwangere vrouwen en mensen in algemene zin lopen momenteel (zo nodig naar schatting) mogelijk een extra risico op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson en risico’s op ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen, vanwege het uitblijven van spuitvrije zones, verwijzend naar uitspraak van de Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2024:2330)?
37 Is de schade die biologische boeren oplopen doordat hun producten besmet raken met pesticiden die op omliggende akkers van gangbare boeren worden gebruikt, juridisch verhaalbaar bij de overheid die hierover onvoldoende beperkende regels stelt aan de toelatingseisen en/of in de gebruiksvoorschriften en/of verhaalbaar op de gangbare boer die de besmetting veroorzaakt?
38 Wordt er in de huidige beoordeling van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bij toelatingsprocedures van pesticiden rekening gehouden met het risico van besmetting van producten en daardoor schade die gangbare boeren veroorzaken bij omliggende biologische bedrijven? Zo ja, hoe?
39 Hoe kan worden verklaard dat ondanks het actieplan 'Groei van biologische productie en consumptie', waarin supermarkten een belangrijke rol is toegedicht voor wat betreft het stimuleren van biologische producten, juist minder verse biologische groente en fruit zijn geteld in de jaarlijkse Ekotelling van Pesticide Action Network Netherlands?
40 Hoe kan worden verklaard dat ondanks een aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opgegeven afname in gebruik van pesticiden in de landbouw in het algemeen tussen 2020 en 2024, in de groente- en fruitsector juist een toename wordt gezien in gebruik van pesticiden?
41 Welke specifiek of aanvullend beleid is gevoerd met betrekking tot de drie insecticiden deltamethrin, lambda-cyhalothrin en esfenvaleraat sinds het Compendium voor de leefomgeving in 2020 aangaf dat deze drie insecticiden “goed [zijn] voor 90 procent van het berekende risico van gewasbeschermingsmiddelen voor waterorganismen. Dit betekent dat de waterkwaliteit effectief kan worden verbeterd door de meest toxische stoffen aan te pakken (PBL 2012; 2019)” mede met het oog op het feit dat van deze drie stoffen er volgens het CBS twee zijn toegenomen in gebruik tussen 2020 en 2024 en het gebruik van deze drie stoffen bij elkaar opgeteld in kilogram ook is toegenomen?
42 Voor welke gewasbeschermingsmiddelen is subsidie aangevraagd bij het Fonds Kleine Toepassingen, wat is de werkzame stof van deze middelen en voor welke aanvraag is subsidie toegekend, afgewezen of nog in procedure?
43 Zijn in de subsidievoorwaarden voor de pilot van Lidl over de reductie chemische bestrijdingsmiddelen in de aardappel-, aardbeien- en appelteelt afspraken gemaakt over het vervolg dat gegeven dient te worden aan de uitkomsten van het onderzoek om tot daadwerkelijke reductie in pesticidengebruik te komen, of is de subsidie enkel bedoeld voor kennisontwikkeling?
44 Welke door de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) als poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) aangewezen stoffen in toegelaten bestrijdingsmiddelen in Nederland worden niet opnieuw beoordeeld door het Ctgb, wat is hiervan de reden en is er specifiek beleid om het gebruik van deze groep stoffen te verminderen?
45 Welke en in welke hoeveelheden zijn in Europa verboden pesticiden sinds 2015 geëxporteerd vanuit Nederland naar landen buiten Europa, al dan niet indirect via andere landen?
46 Voor welke producten of landen van herkomst heeft de NVWA afgelopen tien jaar risicogericht toezicht gevoerd bij haar residumetingen van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen en wat was het resultaat van deze verscherpte aandacht?
47 In hoeveel producten heeft de NVWA de afgelopen drie jaar bij Nederlandse levensmiddelenbedrijven een overschrijding van de Maximale Residu Limiet (MRL) boven de meetonzekerheid gevonden en in hoeveel van deze gevallen heeft het levensmiddelenbedrijf het product uit de handel genomen?
48 Welke verplichting legt de NVWA aan levensmiddelenbedrijven op bij een product dat al in de verkoop is waarbij de NVWA een product test met een overschrijding van de MRL waarde boven de meetonzekerheid?
49 Kan de regering toelichten wat de specifieke redenen waren voor het grote aantal ondernemers om zich vlak voor de deadline van november/december 2025 terug te trekken uit de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV-plus), waardoor 500 miljoen euro aan subsidie-uitgaven niet tot besteding kwam?
50 Kan de regering toelichten om welke specifieke niet Europese Unie (EU)-conforme uitvoeringen van subsidieregelingen het gaat waarbij correcties van de Europese Commissie (EC) hebben geleid tot een storting van 20 miljoen euro in de reserve?
51 Hoe beoordeelt het kabinet de doelmatigheid van de LBV/LBV-plus-regelingen, gelet op het grote aantal ondernemers dat zich na toekenning alsnog heeft teruggetrokken?
52 Welke maatregelen neemt het kabinet om te voorkomen dat aanzienlijke budgetten pas laat in het begrotingsjaar vrijvallen en daardoor niet meer doelmatig kunnen worden ingezet?
53 Kan de regering toelichten wat de oorzaak is van de verlate parlementaire autorisatie waardoor middelen ter waarde van 1,9 miljoen euro voor de visserijsector niet tot besteding zijn gekomen?
54 Kan de regering toelichten waarom de betaling van 5,2 miljoen euro aan het Nationaal Groenfonds, die aanvankelijk als opdracht was geraamd, uiteindelijk als subsidie is verstrekt?
55 In hoeverre acht de regering het begrotingsbeheer voldoende voorspelbaar, gezien meerdere posten die volgens de toelichting niet eerder geraamd konden worden?
56 Kan de regering toelichten hoe het heeft kunnen gebeuren dat er ten onrechte ontvangsten aan het ministerie van LVVN zijn toebedeeld die feitelijk bestemd waren voor de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Klimaat en Groene Groei (KGG)?
57 Hoe verklaart de regering dat het verplichtingenbudget voor Wageningen University and Research ontoereikend was opgehoogd en welke lessen worden hieruit getrokken voor toekomstig begrotingsbeheer?
58 Welke verklaring geeft het kabinet voor de foutieve toedeling van ontvangsten tussen LVVN en de ministeries van EZ en KGG en welke maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen?
59 Op welke wijze zijn de NVWA-inspecties dierenwelzijn in de pluimveesector vanaf 2023 tot heden aangepast vanwege vogelgriep (zowel in aantallen als in wijze van uitvoering) en hoe verhoudt zich dit tot de werkwijze van andere controle-instanties in de pluimveesector, zoals IKB en het Controle Orgaan voor Kwaliteits Zaken (COKZ), waarbij het COKZ bijvoorbeeld haar inspecties tijdens vogelgriepuitbraken wel doorgang liet vinden door bijvoorbeeld de stal niet te betreden maar de houder te vragen de situatie te filmen?
60 Is het aantal gehouden dieren een selectiecriterium voor wat betreft welke bedrijven geĂŻnspecteerd worden in het risicogebaseerde inspectiebeleid dierenwelzijn van de NVWA?
61 Wat is de toezichtintensiteit in de jaren 2023, 2024 en 2025 op dierenwelzijn in de verschillende veehouderijsectoren zoals door de regering gerapporteerd aan de EC in het kader van het Meerjarig Nationaal Controle Plan (MNCP), gepresenteerd overeenkomstig antwoord 209 op de feitelijke vragen bij de Begroting 2024 van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds (Kamerstuk 36410-XIV, nr. 19)?
62 Hoeveel dierenwelzijnsinspecties heeft de NVWA vanaf 2023 tot heden uitgevoerd op bedrijven met opfokhennen (leg), legouderdieren, legouderdieren in opfok, leggrootouderdieren, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikenouderdieren in opfok, vleeskuikengrootouderdieren en broederijen (uitgesplitst naar vleeskuikens en legkuikens), uitgaande van enkel inspecties van bedrijfsmatig gehouden dieren en per diersoort uitgesplitst in fysieke en administratieve inspecties en onderverdeeld naar inspectiereden te weten regulier toezicht, naleefmetingen, herinspecties, inspecties van risico/toezichtbedrijven, eigen initiatief, naar aanleiding van meldingen en overig?
63 Hoeveel dierenwelzijnsinspecties van de NVWA hebben van 2023 tot heden plaatsgevonden op bedrijven met legkippen, uitgesplitst in kooikippen, scharrelkippen, vrije uitloopkippen en biologische kippen en uitgesplitst per jaar?
64 Wanneer zijn voor opfokhennen (leg), legouderdieren, legouderdieren in opfok, leggrootouderdieren, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikenouderdieren in opfok, vleeskuikengrootouderdieren en broederijen uitgesplitst naar broederijen vleeskuikens en legkuikens voor het laatst naleefmetingen uitgevoerd, hoeveel bedrijven zijn daarbij geĂŻnspecteerd en wat was het vastgestelde naleefniveau?
65 Wat is verder bij de regering of de NVWA bekend over het naleefniveau van dierenwelzijnswetgeving in de sectoren opfokhennen (leg), legouderdieren, legouderdieren in opfok, leggrootouderdieren, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikenouderdieren in opfok, vleeskuikengrootouderdieren en broederijen uitgesplitst naar broederijen voor vleeskuikens en legkuikens?
66 Voor de bovengenoemde pluimveesectoren waar geen naleefmeting of naleefniveau bekend is, wordt daar op een andere wijze risicogericht toezicht gehouden en zo ja, op basis van welke risicofactoren?
67 Hoeveel inspecties dierenwelzijn hebben in 2025 plaatsgevonden op varkensbedrijven, uitgaande van (indien mogelijk) enkel inspecties van bedrijfsmatig gehouden dieren en onderverdeeld in inspecties op basis van regulier toezicht, naleefmetingen, herinspecties, inspecties van risico/toezichtbedrijven, eigen initiatief, naar aanleiding van meldingen en anders?
68 Hoe wordt momenteel in het toezicht de kennis gebruikt van het project Risicomodel 2022-2023 waarbij varkensbedrijven zijn geĂŻnspecteerd op basis van een model waarmee een verhoogd risico op overtreding kan worden gevonden, hoe verhoudt dit zich tot de naleefmeting 2023-2024 op basis waarvan ook risicogericht toezicht ontwikkeld kan worden en hoeveel inspecties zijn gedaan op basis van dit risicomodel?
69 Wat heeft de NVWA vooralsnog gedaan met de in 2022, 2023 en 2024 in haar Inspectieresultaten grazers ongewijzigd uitgesproken intentie “Veel inspecties naar aanleiding van meldingen zijn nu akkoord of er zijn geen dieren aanwezig. We willen risicogerichter meldingen opvolgen. Dan kunnen we meer tijd aan andere projecten besteden.”?
70 Wat waren de bevindingen bij de dierenwelzijnsinspecties bij bedrijven met opfokhennen (leg), legouderdieren, legouderdieren in opfok, leggrootouderdieren, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikenouderdieren in opfok, vleeskuikengrootouderdieren en broederijen (uitgesplitst naar vleeskuikens en legkuikens) en hoe vaak hebben deze bevindingen geleid tot het opleggen van een maatregel?
71 Hoeveel (administratieve) inspecties heeft de NVWA vanaf 2025 tot op heden uitgevoerd bij broederijen met betrekking tot de bepaling dat vleeskuikens binnen zes uur na het openen van de broedkast toegang moeten hebben tot voedsel en water?
72 Hoeveel overtredingen van de bepaling dat vleeskuikens binnen zes uur na het openen van de broedkast toegang moeten hebben tot voedsel en water zijn er door de NVWA geconstateerd tijdens deze inspecties bij broederijen vanaf 2025 tot op heden?
73 Met welke interventies (zoals een mededeling, waarschuwing, boete of corrigerende maatregel) heeft de NVWA de geconstateerde overtredingen van de zesuursnorm voor toegang tot voedsel en water bij vleeskuikens in broederijen vanaf 2025 tot op heden opgevolgd?
74 Hoeveel fysieke inspecties heeft de NVWA vanaf mei 2025 tot op heden uitgevoerd op de vangmethode van kippen?
75 Hoeveel overschrijdingen (in totale aantallen) van de vangletselgrens van één en twee procent heeft de NVWA vanaf 2025 tot en met heden geconstateerd, uitgesplitst per jaar, type pluimvee en herkomstland?
76 Hoeveel meldingen en/of signaleringen heeft de NVWA sinds 2020 per jaar ontvangen van geaccepteerde private controle-instanties en van overige niet- geaccepteerde controle-instanties over dierenwelzijnsproblemen die in het algemeen in een diersector gesignaleerd worden, uitgesplitst per diersoort?
77 Op welke wijze, in welke systemen en door wie wordt geregistreerd welke ziekten en aandoeningen zich voordoen in de varkenshouderij, melkveehouderij en kalverhouderij en in welke mate?
78 Lopen er op dit moment onderzoeken naar ziekten en aandoeningen die zich voordoen in de varkenshouderij, melkveehouderij of kalverhouderij die door het ministerie van LVVN (mede) worden gefinancierd en zo ja, welke?
79 Hoeveel varkens hadden in de periode 2020 tot en met 2025 een longontsteking, borstvliesontsteking, hersenvliesontsteking, maagzweer of navelbreuk, uitgesplitst per aandoening en jaar?
80 Hoeveel runderen hadden in de periode 2020 tot en met 2025 een longontsteking, borstvliesontsteking of maagzweer, uitgesplitst per aandoening en jaar?
81 Hoeveel kalveren hadden in de periode 2020 tot en met 2025 een longontsteking, borstvliesontsteking of maagzweer, uitgesplitst per aandoening en jaar?
82 Welke grens hanteert de NVWA in 2026 voor hittestress, uitgesplitst per diersoort, en wat is de onderbouwing daarvoor?
83 Hoeveel hittemeldingen, inspecties (zowel fysiek als telefonisch), waarschuwingen en boetes zijn er bij de NVWA tussen 2020 en 2025 geweest of uitgedeeld voor hitte bij landbouwdieren, uitgesplitst per jaar en per categorie (melding, inspectie, waarschuwing, boete)?
84 Hoeveel fulltime-equivalent (fte) en hoeveel uren heeft de NVWA voor 2026 beschikbaar gesteld voor het behandelen van meldingen over hittestress en het uitvoeren van hitte-inspecties binnen haar dierenwelzijnsteams, uitgesplitst per fte en uren, en uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?
85 Hoeveel meldingen zijn er in totaal gedaan over landbouwdieren bij de NVWA tussen 2020 en 2025, exclusief hittemeldingen, uitgesplitst per jaar, uitgesplitst per team (dierenwelzijn 1 t/m 5, dierenwelzijn vervoer, diergeneesmiddelen 1 en 2)?