36945-XXII Verslag houdende een lijst van vragen inzake Slotwet Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2025
Lijst van vragen
Nummer: 2026D25362, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 14:32, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (PRO)
- Mede ondertekenaar: J. Beekmans, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z08469:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-27 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-26 16:30 ⇒ Reeds geagendeerd voor de inbreng feitelijke vragen op 27 mei 2026, waarbij de beantwoording wordt verzocht uiterlijk 9 juni 2026. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-26 16:30: Procedurevergadering Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- 2026-05-27 14:00: Slotwet ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2025 (TK 36945-XXII) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
Verslag houdende een Lijst van vragen
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel inzake de Slotwet ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2025, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Bromet
Adjunct-griffier van de commissie,
Beekmans
| Nr | Vraag |
| 1 | Welke beleidsmatige gevolgen heeft het dat in 2025 op artikel 1 Woningmarkt € 804,8 miljoen minder verplichtingen zijn aangegaan dan begroot, mede in relatie tot de woningbouwopgave en de doelstelling van 100.000 woningen per jaar? |
| 2 | Waardoor was het aantal huurtoeslagontvangers lager dan verwacht? |
| 3 | Waarom zijn er minder middelen voor de Woningbouwimpuls aangevraagd dan geraamd, welke typen projecten worden hierdoor niet of later ondersteund, en welke aanpassingen worden overwogen om te voorkomen dat woningbouwmiddelen opnieuw onbenut blijven? |
| 4 | Welke concrete knelpunten in businesscases en lokaal draagvlak komen het vaakst voor bij flex- en transformatiewoningen, en welke maatregelen neemt u om deze knelpunten weg te nemen zonder financiële risico’s eenzijdig bij betrokken stakeholders neer te leggen? |
| 5 | Waarom waren de aanvragen voor grootschalige woningbouwgebieden lager dan het beschikbare budget, en spelen de voorwaarden hierbij een rol? |
| 6 | Bent u bereid om bij structurele onderbenutting van woningbouwinstrumenten de middelen sneller te heralloceren naar instrumenten of partijen die aantoonbaar wél kunnen realiseren, zoals woningcorporaties? |
| 7 | Liggen de toegekende budgetten voor subsidies waarbij sprake is van onderuitputting juridisch volledig vast of is er eventueel ook ruimte om te kunnen schuiven met budgetten van subsidies met onderuitputting naar subsidies met te weinig budget? |
| 8 | Hoeveel huishoudens zijn in 2025 geconfronteerd met terugvorderingen van huurtoeslag, wat was de gemiddelde en mediane terugvordering en hoe wordt voorkomen dat terugvorderingen leiden tot betalingsproblemen bij kwetsbare huurders? |
| 9 | Waarom bleef de vraag naar de renovatieversneller achter bij de raming, en sluit de regeling wel voldoende aan op de investeringspraktijk van woningcorporaties en andere verhuurders? |