[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026 (21501-02-3396) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D25378, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-05-28 09:14, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026

Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Gymnich d.d. 27 en 28 mei 2026 (21501-02, nr. 3396).

De voorzitter:
We beginnen vandaag met een tweeminutendebat over de Raad Buitenlandse Zaken. Ik heet de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt, van harte welkom. Ook de aanwezige leden en de mensen die dit debat in de zaal of elders volgen, heet ik welkom. Als eerste zal de heer Van Baarle spreken. Dat doet hij namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese landen de behandeling van de opvarenden van de Flotilla hebben afgekeurd;

overwegende dat meerdere opvarenden aangeven dat er geweld tegen hen is gepleegd;

verzoekt de regering om in Europees verband een onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de opvarenden van de Flotilla te bepleiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3420 (21501-02) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese landen de behandeling van de opvarenden van de Flotilla hebben afgekeurd;

overwegende dat meerdere opvarenden uit de EU aangeven dat er geweld tegen hen is gepleegd;

verzoekt de regering een gezamenlijke EU-veroordeling van de behandeling van de opvarenden van dẹ Flotilla te bepleiten alsmede het gezamenlijk eisen van excuses,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3421 (21501-02) (#2).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering een vierde sanctiepakket tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en hun organisaties voorbereidt;

overwegende dat de illegale nederzettingen in strijd zijn met het internationaal recht, het kolonistengeweld toeneemt ẹn er sprake is van straffeloosheid;

verzoekt de regering om voor het nieuwe sanctiepakket conform de aangenomen motie op stuk nr. 2386 (21501-20) (#3) van het lid Van Baarle in te zetten op sancties tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien om illegale nederzettingen in Palestijnse gebieden te vestigen, alsmede in te zetten op ruimere toepassing van het instrumentarium voor persoonsgerichte sancties tegen gewelddadige kolonisten dan alleen inreisverboden en het bevriezen van tegoeden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3422 (21501-02) (#4).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om te bepleiten dat Israëlische defensiebedrijven uitgesloten worden van EU-programma's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3423 (21501-02) (#5).

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om Netanyahu tot persona non grata te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3424 (21501-02) (#6).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het derde sanctiepakket tegen gewelddadige Israëlische kolonisten is aangenomen. Begrijp ik goed dat er drie of vier mensen en drie of vier organisaties op een lijst zijn geplaatst? Dan kan de minister toch niet anders zeggen dan dat dit een buitengewoon karig sanctiepakket is, gezien de misstanden?

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan Mevrouw Maes. Zij spreekt namens de VVD-fractie.

Mevrouw Maes (VVD):
Dank u, voorzitter. Dank aan de minister voor de antwoorden die we zojuist binnen hebben gekregen. Die waren al heel verhelderend.

We willen één motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de trans-Atlantische relatie de hoeksteen is van onze veiligheid en dat het daarom belangrijk is dat de VS betrokken blijven bij de verdediging van Europa;

overwegende dat het uiten van anti-Amerikaanse of polariserende sentimenten door Europese bondgenoten de diplomatieke verhoudingen onnodig onder druk zet;

verzoekt de regering om bondgenoten er in Europees en bilateraal verband actief op te wijzen hoe essentieel de betrokkenheid en bijdrage van de Verenigde Staten zijn voor de veiligheid van Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maes en Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 3425 (21501-02) (#7).

Dank u wel. Echt één interruptie, want we hebben heel weinig tijd vandaag, gelet op de andere debatten.

De heer Van Baarle (DENK):
Dat begrijp ik, voorzitter. Voor mijn duiding van de motie vind ik het van belang om te weten wat mevrouw Maes ziet als anti-Amerikaanse sentimenten die tegengegaan moeten worden. Kan ze daar voorbeelden van geven? Riekt dat niet naar enorme censuur en het wegkijken van je uitspreken tegen schendingen van het internationaal recht?

Mevrouw Maes (VVD):
Wat ons betreft zullen we moeten erkennen, of u het wilt of niet — ik denk dat u daar anders over denkt dan wij — dat de Amerikaanse veiligheidsgaranties gewoon nodig zijn om ons eigen continent veilig te houden. Ik denk dat we dat Kamerbreed moeten doen. U vraagt mij nu naar dingen, maar ik ben niet van mening dat wij gepolariseerd zijn in onze motie. Ons standpunt is dat de Amerikaanse veiligheidsgaranties nodig zijn. Het is belangrijk om daar landen in Europa maar ook daarbuiten op aan te spreken.

De voorzitter:
Dan mevrouw Van der Werf nog voor één interruptie.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Collega Maes heeft het hier over polariseren, maar ze heeft het in de motie zelf ook over polariserende sentimenten. Is mevrouw Maes het wel met mij eens dat wij elkaar in een volwassen relatie publiekelijk moeten kunnen aanspreken, juist ook als er dingen gebeuren met de Verenigde Staten die ons als bondgenoten onderling niet aanstaan?

Mevrouw Maes (VVD):
Dat zijn natuurlijk kwesties die we ook vorige week in het debat hebben besproken. Er zijn ook een aantal moties over ingediend. Die hebben wij niet allemaal gesteund. Dat zult u ongetwijfeld gezien hebben. Wij vinden het uiteraard belangrijk om landen in het diplomatieke verkeer aan te spreken als dat aan de orde is. Dat zou de minister ook moeten doen. Het ministerie moet dat doen. De ministers moeten dat doen, maar ik zie niet per se de noodzaak om hier antipolariserend … Ja, het staat in de motie; daar ben ik me van bewust. Wat we vooral mee willen geven, is dat de minister daar op zijn niveau iets mee doet. Dat hoeft niet per se publiekelijk te gebeuren.

De voorzitter:
Dank. Dat was de eerste en enige termijn, want het is een tweeminutendebat. We gaan even vijf minuten schorsen en dan krijgen we een reactie van de minister en een appreciatie op de zes ingediende moties. We zijn tot 10.30 uur geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken. Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt.

Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Ik vervang inderdaad de minister van Buitenlandse Zaken, die nu onderweg is naar de Gymnichbijeenkomst. Ik dank de Kamer voor het geduld met de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen. De ambtenaren hebben echt keihard gewerkt in het pinksterweekend. Het is alsnog net op tijd gekomen. Ik dank u voor uw geduld en bereidheid om daar op deze manier kennis van te nemen.

Er is één vraag gesteld. Die wil ik als eerste beantwoorden. De heer Van Baarle vroeg mij naar de samenstelling van het derde sanctiepakket. Ik snap de teneur van zijn vraag, maar de inhoud van het sanctiepakket is op dit moment niet publiek. Dat houden we ook graag zo, omdat een verrassingseffect bij deze sancties cruciaal is. Ik snap zijn inhoudelijke boodschap. Die heb ik ook in mijn oren geknoopt voor het vierde sanctiepakket, maar ik zal geen mededelingen doen over de reikwijdte van het derde sanctiepakket, over het "hoeveel", over het "wie" of over welke entiteiten in dat sanctiepakket zijn opgenomen.

Dan de moties. De motie op stuk nr. 3420 van de heer Van Baarle geef ik oordeel Kamer, met een kleine duiding. De duiding is als volgt. De Canadese minister-president heeft het voortouw genomen wat betreft het instellen van een onderzoek naar de behandeling van de aangehouden Flotilla-opvarenden. Wij scharen ons daar graag achter. Wij steunen dat. Maar het is ook wel belangrijk om soms de leiding en de lead bij anderen te laten. Als ik de motie zo mag duiden dat wij de oproep tot het onderzoek steunen en dat wij ook bij andere Europese landen bepleiten zich daarbij aan te sluiten, dan krijgt de motie van mij oordeel Kamer.

De voorzitter:
De heer Van Baarle knikt instemmend. De motie op stuk nr. 3420 krijgt oordeel Kamer.

Minister Sjoerdsma:
Ik dank de heer Van Baarle.

De motie op stuk nr. 3421 krijgt oordeel Kamer, met één winstwaarschuwing. Gezamenlijke EU-veroordelingen zijn altijd afhankelijk van de medewerking van andere EU-lidstaten.

Dan de motie op stuk nr. 3422. In alle eerlijkheid zeg ik in de richting van de heer Van Baarle dat dit niet het helderste dictum aller tijden is. Ik ga proberen te kijken of we hem kunnen helpen of tot overeenstemming kunnen komen. Het eerste deel van het dictum, "inzetten op sancties tegen entiteiten die aantoonbaar activiteiten ontplooien", is onderdeel van de inzet van Nederland in het vierde sanctiepakket. Als het gaat over het inzetten op een ruimere toepassing van het instrumentarium, zeg ik hem dat wij binnen dat instrumentarium willen blijven. Daarbinnen kunnen we bewegen. Daarbuiten is er niks. Als er gevraagd wordt naar het bevriezen van tegoeden en het opleggen van reisverboden, dan zeg ik hem dat transactieverboden al onderdeel zijn van deze listings. Als de motie op transactieverboden ziet, dan kan ik haar oordeel Kamer geven. Als de motie ziet op een ruimere toepassing van het instrumentarium, dan moet ik haar ontraden.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik wil de ambtenaren bedanken, die hard werken aan de beantwoording, maar de beantwoording kwam inderdaad vrij laat. Ik kon dus ook niet bepalen wat de insteek van de motie zou zijn in relatie tot de antwoorden.

Minister Sjoerdsma:
Oké.

De heer Van Baarle (DENK):
Wellicht is het een idee dat ik de motie voor nu gewoon even aanhoud. Het ligt volgens mij niet in de rede dat er bij de komende Raad al overeenstemming komt over een vierde sanctiepakket. Nederland gaat wel de komende tijd zijn inzet bepalen. Wellicht kunnen we de komende tijd gebruiken om die inzet met Kamer en kabinet gezamenlijk te bepalen. Wellicht is dat de goede modus. Dan hou ik de motie even aan. Ik wil namelijk ook de antwoorden van de minister beoordelen.

Minister Sjoerdsma:
Dat snap ik. Ik dank ook de heer Van Baarle voor zijn geduld met de beantwoording. Ik denk dat het in algemene zin goed is om te zeggen dat het Nederlandse kabinet bij het opstellen van de sanctiepakketten alle aangenomen moties die daarop zien uiteraard meeweegt en gebruikt als zeer belangrijke input. Maar tijdens het opstellen van die sanctiepakketten kunnen we niet uitwisselen welke personen en entiteiten daarop komen te staan, vanwege het verrassingseffect dat ik net benoemde. Je wilt niet dat mensen zich kunnen voorbereiden op dergelijke persoonsgerichte of entiteitsgerichte sancties.

De voorzitter:
Maar de heer Van Baarle is bereid om de motie even aan te houden. Dan doen we dat voor vandaag.

De heer Van Baarle (DENK):
Volgende week is er nog een RBZ, dus ik houd de motie voor nu even aan, zodat we er nog even over kunnen wisselen.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn motie (21501-02, nr. 3422) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 3423 is ontijdig. Daar is nu geen draagvlak voor en Nederland wil ook focussen op stappen rondom het associatieverdrag en op het gebied van nederzettingenproducten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 3423 is ontijdig.

Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 3424 moet ik ontraden. Er loopt een arrestatiebevel tegen Netanyahu. Veel duidelijker dan dat gaat het niet worden.

De motie op stuk nr. 3425 van mevrouw Maes en de heer Hoogeveen kan ik oordeel Kamer geven, maar wel met de duiding dat niet elke kritiek op een bondgenoot automatisch betekent dat er sprake is van anti-Amerikaanse sentimenten of polariserende sentimenten. Kritiek kan ook terecht zijn. Daarbij geldt ook de duiding dat dit niet betekent dat wij vervolgens al onze bondgenoten de maat gaan nemen als zij niet precies doen wat wij voor ogen hebben. Ook daar is natuurlijk sprake van een ruime mate van soevereiniteit. Maar de algemene teneur, namelijk het belang van de Amerikaanse betrokkenheid bij onze veiligheid, kan het kabinet zeer onderstrepen.

De voorzitter:
Mevrouw Maes knikt instemmend op die duiding bij deze motie. Dan krijgt de motie op stuk nr. 3425 oordeel Kamer.

Dank aan de minister. Dank aan de leden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan enkele minuten schorsen. Over de ingediende moties wordt vanmiddag gestemd, na de lunchpauze. Dat geldt ook voor de andere Raad waarover straks een tweeminutendebat wordt gehouden. Wij zijn geschorst tot 10.45 uur.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.