[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Raad voor Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026 (2026Z10966) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D25381, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-05-28 09:17, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026

Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen d.d. 28 en 29 mei 2026.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen. Ik heet de minister van Economische Zaken van harte welkom. Er hebben zich vier leden ingeschreven voor dit debat. Ik wil het woord geven aan mevrouw Bühler als eerste spreekster. Zij loopt nog even naar de griffier om de sprekerslijst te tekenen. Mevrouw Bühler gaat het woord voeren namens de CDA-fractie. Er is één termijn, van twee minuten. Gaat uw gang.

Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voor het CDA geldt: een sterk en weerbaar Europa is belangrijker dan ooit. Dank aan de minister voor de uitgebreide beantwoording van het SO. Fijn om te lezen dat we in Nederland vaker samen optrekken met de Benelux op diverse thema's.

Voorzitter. Vandaag focussen we op de chemische industrie. De signalen uit de chemiesector zijn duidelijk: goedkope Aziatische producten met lage prijzen door staatssteun worden gedumpt op de Europese markt, terwijl deze producten een grotere CO2-voetafdruk achterlaten. De chemische industrie vormt een stevig fundament onder onze economie en dat is van strategisch belang voor hightech, defensie, zorg en bouw. Als deze industrie verdwijnt, verdwijnen ook de kennis, innovatie en werkgelegenheid.

Ik heb een aantal vragen aan de minister. Wat is concreet uw inzet om dit tegen te gaan? Ten aanzien van vraagcreatie: wat wordt de Nederlandse inzet om de productie van duurzame en Europese chemische producten beter te stimuleren? Ten aanzien van handelsbescherming: is de minister ook bereid zich actief hard te maken voor effectieve handelsbeschermende maatregelen voor de chemiesector? Kan de minister toezeggen zich binnen de EU hard te maken voor snelle en effectieve maatregelen voor handelsbescherming, zoals vrijwaringsmaatregelen, maatregelen voor antidumping en antisubsidieonderzoeken door de Europese Commissie?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u. U heeft een interruptie van de heer Schenk. Graag kort.

De heer Schenk (FVD):
Ik hoor het CDA eigenlijk een paar terechte constateringen doen over oneerlijke concurrentie vanuit Aziatische landen. Die heeft natuurlijk voor een heel groot deel te maken met het feit dat in Azië niet met ETS-systemen gewerkt wordt. Europese bedrijven hebben last van het klimaatbeleid dat wordt gevoerd door Nederland en door de Europese Unie als zodanig. Is dat voor het CDA geen aanleiding om te zeggen: misschien moeten we een tandje minder doen en wat minder regels maken in het kader van het klimaatbeleid? Misschien kunnen we de chemische sector, in dit geval, dan weer de juiste richting op krijgen.

Mevrouw Bühler (CDA):
Ten aanzien van dat onderdeel niet, maar we vinden het wel heel belangrijk dat er voor het beleid binnen Europa gelijke spelregels zijn binnen de Europese grenzen. Dat betekent ook dat wij echt een voorstander zijn van de verlenging van de CO2-heffing en vinden dat we die optopping moeten doortrekken.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Schenk (FVD):
Aan een gelijk speelveld binnen de Europese grenzen hebben de chemische bedrijven binnen Europa niet zo heel veel, omdat bedrijven in de Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Azië niet met die drastische regelgeving te maken hebben. Ik hoop dus echt dat de CDA-fractie dat nog een keer in overweging wil nemen en dat ze daarbij ook haar oordeel over het klimaatbeleid, dat desastreuze gevolgen heeft voor de chemische sector, gaat heroverwegen.

Mevrouw Bühler (CDA):
Dat gaan we niet doen. De lijn die we hebben ingezet in Europa, moeten we vasthouden. Dat wil niet zeggen dat we niet kritisch zijn op wat er buiten de grenzen van Europa gebeurt; we vragen om maatregelen om daar zaken te reduceren.

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. We gaan luisteren naar de heer Kisteman. Hij voert het woord namens de VVD-fractie. Gaat uw gang.

De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ondernemers, verenigingen en instellingen aan Videma in opdracht van de NOS hoge tarieven moeten betalen voor het uitzenden van het aankomende WK voetbal, oplopend tot duizenden euro's per wedstrijd;

overwegende dat het uitzenden van sporttoernooien op de publieke omroep al met publiek geld is bekostigd;

overwegende dat hoge tarieven voor de uitzendrechten voor ondernemers en instellingen niet bijdragen aan de Oranjebeleving;

overwegende dat het uitzenden van WK-wedstrijden in veel andere EU-landen voordeliger is;

verzoekt de regering in samenwerking met de NOS het uitzenden van een groot sportevenement als het WK voetbal gratis te maken tot een evenement met maximaal 5.000 bezoekers, en dit nog voor aanvang van het aankomende WK voetbal te regelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Krul, Claassen, Mohandis, Nanninga, Keijzer, Vermeer, Struijs, Jimmy Dijk, Prickaertz, Dassen, Grinwis en Schoonis.

Zij krijgt nr. 698 (21501-30) (#1).

De heer Kisteman (VVD):
Ik heb nog een motie. Zal ik die nog even snel indienen?

De voorzitter:
De heer Schoonis heeft een interruptie. Kort graag.

De heer Schoonis (D66):
Wij willen natuurlijk ook een feestje. Dit kan ook namens ons.

De voorzitter:
De heer Schoonis wil meetekenen. Dat vindt de heer Kisteman goed, dus zijn naam komt erbij.

De heer Kisteman (VVD):
Hoe meer mensen in deze vreugde kunnen delen, des te beter, voorzitter.

De voorzitter:
Uw tweede motie.

De heer Kisteman (VVD):
Mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er tijdens het aankomende WK voetbal mannen wedstrijden in de nacht gespeeld worden;

overwegende dat het kabinet met relevante partners als de Vereniging Nederlandse Gemeenten of de G40 kan zorgen voor langere openingstijden voor horecaondernemers en evenementen en hier ook een publiekelijke oproep toe kan doen, zodat meer mensen kunnen genieten van het WK;

overwegende dat het kabinet de openingstijden voor ondernemers tijdens dit WK op zijn beloop laat en momenteel circa 60% van de gemeenten niet kiest voor ruimere openingstijden;

verzoekt de regering samen met gemeenten nog voor de start van het aankomende WK voetbal ervoor te zorgen dat ondernemers ten minste bij de wedstrijden van het Nederlands elftal langer open mogen blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Claassen, Nanninga, Keijzer, Vermeer, Jimmy Dijk, Prickaertz, Bühler en Schoonis.

Zij krijgt nr. 699 (21501-30) (#2).

De heer Schenk (FVD):
Op zich mooie moties, maar ik baal er een beetje van dat ik de VVD niks heb horen zeggen over de chemische sector, wat toch best een fundamenteel onderwerp is op die Raad Concurrentievermogen. Ik citeer even uit een artikel in De Telegraaf van onlangs: "De chemische industrie verdwijnt geruisloos uit Nederland. Ieder jaar verdubbelt het aantal bedrijfssluitingen: wat weg is, komt nooit meer terug." Ik vraag aan de VVD: hoe beoordelen zij deze realiteit en wat willen zij doen om deze schadelijke ontwikkelingen te stoppen?

De heer Kisteman (VVD):
Wij hebben in dit debat gekozen voor deze twee moties, om vlak voor het WK nog iets te kunnen doen aan het samen kunnen beleven van het WK. Daar pakken wij nu dit moment voor. Wij hebben twee mooie moties ingediend. Ik had ook aan collega's van de heer Schenk gevraagd of zij deze mede willen indienen. Volgens mij kan dat nog steeds. Mocht hij daartoe bereid zijn; deel in de vreugde, zou ik zeggen.

De voorzitter:
Afrondend, meneer Schenk.

De heer Schenk (FVD):
Dat is totaal geen antwoord op mijn vraag. Laat ik het zo zeggen: we delen de zin in het WK. Maar ik vroeg iets over de chemische sector, en er wordt compleet om mijn vraag heen gedraaid. Dus ik zou de vraag eigenlijk nogmaals willen stellen. Wat wil de VVD doen om die schadelijke ontwikkelingen voor de chemische sector die gaande zijn door Europees beleid te stoppen?

De heer Kisteman (VVD):
Volgens mij vroeg de heer Schenk waarom wij ervoor kozen om daar in onze inbreng niks over te zeggen. Daarom leg ik uit dat wij in dit debat voor deze twee moties hebben gekozen en dat wij ervoor kiezen het daar verder niet over hebben.

De voorzitter:
Nee, sorry, meneer Schenk. Zo werkt het soms. U heeft niet meer het woord. De heer Schoonis is de volgende spreker. Hij gaat het woord voeren namens de D66-fractie. Gaat uw gang.

De heer Schoonis (D66):
Voorzitter. Ruimtevaart is vitale infrastructuur, voor onze economische veiligheid, voor innovatie en voor defensie. Wij kunnen als Nederland en als Europa veel meer dan wij vaak denken. De minister erft een uitgewerkte agenda, de langetermijnruimtevaartagenda en de inschrijvingen bij CM25. Ik heb drie vragen aan de minister. Een. Hoe kijkt de minister naar de langetermijnruimtevaartagenda en de daarin uitgesproken ambitie om toe te groeien naar de ESA-norm? Het vorige kabinet schoof die besluitvorming expliciet door naar zijn opvolger. Is deze minister bereid na te denken over een concreet uitvoeringsplan?

Twee. Het coalitieakkoord biedt allerlei instrumenten: launching customer, NADI, de nationale instelling en dual use. Hoe gaat de minister deze instrumenten benutten voor de Nederlandse ruimtevaartsector?

Drie. Nederland heeft een internationale koploperspositie en unieke kennis in huis. Het rapport-Wennink onderstreept dat zulke posities staan of vallen met sterke ecosystemen. Hoe gaat de minister deze positie niet alleen behouden, maar uitbouwen?

Ik ben benieuwd naar de antwoorden en zou hier graag eens een apart commissiedebat over willen houden met de minister. Dat verdient de Nederlandse ruimtevaartsector, dus dat gaan we regelen. Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. Tot slot is het woord aan de heer Schenk in deze termijn. Hij voert het woord namens de fractie van Forum voor Democratie.

De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet binnen de Industrial Accelerator Act inzet op gradueel toenemende productnormen per strategische sector;

constaterende dat het kabinet tegelijkertijd erkent dat de definitie van "koolstofarm" nog onvoldoende duidelijk is;

overwegende dat nieuwe productnormen kunnen leiden tot extra regeldruk, hogere productiekosten en verdere verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven;

verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen geen steun uit te spreken voor nieuwe of aangescherpte productnormen zolang niet per sector inzichtelijk is gemaakt wat de gevolgen zijn voor regeldruk, productiekosten, concurrentiepositie en risico op verplaatsing van productie buiten Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 700 (21501-30) (#3).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese chemische sector tussen 2022 en 2025 37 miljoen ton productiecapaciteit heeft verloren;

constaterende dat Nederland met 7,2 miljoen ton verantwoordelijk is voor circa 20% van deze Europese afname;

constaterende dat het kabinet erkent dat hoge energiekosten en concurrentie uit derde landen belangrijke oorzaken zijn;

overwegende dat koolstofbeprijzing en ETS-kosten de internationale concurrentiepositie van energie-intensieve industrie verder onder druk zetten;

verzoekt de regering in de Raad Concurrentievermogen te pleiten voor verlichting van ETS- en koolstofkosten voor strategische energie-intensieve industrieën zolang sprake is van aantoonbaar risico op sluiting of verplaatsing van productie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 701 (21501-30) (#4).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet bij het voorstel voor EU Inc zorgen heeft over fraude, witwassen en misbruik;

constaterende dat het voorstel directe werking heeft en dus niet eerst nationaal hoeft te worden geïmplementeerd;

overwegende dat het kabinet zelf aangeeft dat controle na oprichting en nationale notariële controle op aandelenoverdracht mogelijk worden beperkt;

verzoekt de regering niet in te stemmen met het 28ste regime/EU Inc zolang niet juridisch bindend is vastgelegd dat lidstaten voldoende bevoegdheden behouden voor notariële controle, cliëntonderzoek, fiscale controle, toezicht op aandelenoverdrachten en ontbinding of verbod van ondermijnende EU Inc's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 702 (21501-30) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet inzet op Europese vraagcreatie, productnormen, mandaten en labels voor "schone" industrie;

overwegende dat industriebeleid dat de kosten verhoogt contraproductief kan zijn voor behoud van productie, banen en strategische autonomie;

verzoekt de regering voorafgaand aan mogelijke Nederlandse steun voor nieuwe Europese industrie- en klimaatmaatregelen telkens een nationale industrie-effectrapportage aan de Kamer te sturen, waarin ten minste de gevolgen voor energieprijzen, regeldruk, productiekosten, investeringsbereidheid, werkgelegenheid en risico op de-industrialisatie worden beoordeeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 703 (21501-30) (#6).

De heer Schenk (FVD):
Ik had er nog eentje, maar ik zie dat mijn tijd op is, dus dat gaat 'm niet meer worden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. We zijn klaar met de termijn van de Kamer. We gaan tien minuten schorsen en dan krijgen we een appreciatie van de zes ingediende moties en een antwoord op enkele vragen. We zijn geschorst.

De vergadering wordt van 11.36 uur tot 11.44 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het tweeminutendebat Raad Concurrentievermogen. Ik geef het woord aan de minister van Economische Zaken.

Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Het lijkt mij goed om eerst in te gaan op de vragen die aan mij gesteld zijn. Ik begin met de vragen van mevrouw Bühler over de chemiesector. Zij vroeg wat mijn concrete inzet is om mij teweer te stellen tegen alles waar de energiesector onder lijdt. De chemiesector is van groot strategisch belang voor Nederland en Europa. Het kabinet is bekend met de door u geschetste problematiek en maakt zich ook zorgen over een aantal ontwikkelingen in de sector. Daarom zet het kabinet zich op verschillende manieren in om de concurrentiekracht van de chemische industrie te versterken. Het kabinet heeft bijvoorbeeld de IKC vanaf 2025 uitgebreid met 22 subsectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Om het gelijke speelveld verder te verbeteren, wordt de nationale CO2-heffing afgeschaft. Verder werkt het kabinet voortdurend aan het verbeteren van de randvoorwaarden voor duurzame productie en zet het in op het stimuleren van de vraag naar toekomstbestendige producten en productiemethoden.

Dan de vraag wat de Nederlandse inzet is om vraagcreatie te stimuleren. De vraagcreatie specifiek voor de chemie wordt momenteel uitgewerkt binnen de Europese Critical Chemicals Alliance. Nederland maakt zich hier al langere tijd hard voor in Europees verband. Verschillende initiatieven hebben ertoe geleid om tot een dergelijke alliantie te komen. Nederland is voorzitter van de werkgroep waarin specifiek aan vraagcreatie wordt gewerkt. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op de conclusies die daaruit zullen voortvloeien, maar de adviezen worden nog deze zomer verwacht.

De laatste vraag van mevrouw Bühler ging over handelsbescherming. Het kabinet zet zich in Europees verband in voor het bevorderen van een mondiaal gelijk speelveld, waar handelsmaatregelen tegen concurrentievervalsing en marktverstorende praktijken onderdeel van zijn. Dit geldt voor elke sector en dus ook voor de chemiesector. Zo neemt de EU al langer en regelmatig maatregelen tegen marktverstorende praktijken, bijvoorbeeld door inzet van het handelsdefensieve instrumentarium. In Brussel worden momenteel gesprekken gevoerd over de modernisering van dit instrumentarium, waaraan Nederland een actieve bijdrage levert.

Voor verdere vragen op dit onderwerp verwijs ik u graag naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar ik kan toezeggen dat ik mij hard inspan voor snelle en effectieve handelsbeschermende maatregelen binnen de EU.

De voorzitter:
Een korte vraag van de heer Schenk.

De heer Schenk (FVD):
Gezien het zwaar weer waarin de chemische industrie in Nederland en in Europa verkeert, haal ik graag een NOS-artikel van onlangs aan met als titel "Betere concurrentiepositie of klimaatdoelen halen: overheid staat voor dilemma". Hoe beoordeelt de minister deze titel? Ziet zij ook dat daar spanning tussen ontstaat en dat die twee dingen heel lastig naast elkaar kunnen bestaan?

Minister Herbert:
Ik herken dat er eigenlijk een heleboel thema's in de huidige samenleving zijn waar spanning op bestaat en dat het continu een kwestie is van balans vinden tussen zaken. Ik herken dus dat die twee thema's die de heer Schenk noemt in balans gebracht moeten worden. Daarom zetten we, naast de inzet op het klimaatbeleid, waar we heel duidelijk beleid voor gekozen hebben, ook in op een aantal beschermende zaken, zoals ik net in mijn beantwoording heb toegelicht.

De voorzitter:
Afrondend. De heer Schenk.

De heer Schenk (FVD):
Als we ook kijken naar de signalen vanuit de sector, denk ik dat bij uitstek dat klimaatbeleid, met als gevolg daarvan netcongestie en hoge energieprijzen, de oorzaak is van het zwaar weer waarin de chemische sector in Nederland en Europa verkeert. Ik zou de minister er dus echt toe op willen roepen dat klimaatbeleid te heroverwegen, want dit betekent echt de afbraak van de chemische sector in Nederland. Ik heb in alle moties even gewezen op hoeveel miljoen ton er is verdwenen uit Nederland en Europa. Als we op deze wijze doorgaan, gaat het alleen maar verder. Dan verdwijnt alle chemische industrie uit Nederland en uit Europa en dan is er helemaal geen concurrentiepositie meer om over te spreken. Ik hoop dus echt dat dat de inzet zal gaan worden van de minister, ook straks in de Raad van de Europese Unie.

Minister Herbert:
Ik zal straks bij de beantwoording van de motie van de heer Schenk ingaan op deze materie.

De voorzitter:
Ja. De minister vervolgt haar betoog.

Minister Herbert:
Ik stel voor om door te gaan met de vragen die meneer Schoonis van D66 gesteld heeft. Die gaan over de ruimtevaartagenda, iets waar ik ook met enthousiasme naar kijk. Ik deel namelijk de ambitie en de wens om tot een uitvoeringspad te komen. Tegelijkertijd herken ik ook dat er vele projecten en ambities zijn in bijvoorbeeld ons brede industriebeleid die middelen vereisen. Maar ik zeg toe dat ik mij ook in de budgettaire onderhandelingen hard zal maken om ruimte te verwerven voor die ruimtevaartagenda.

Er was een specifieke vraag over de inzet van bepaalde investeringsinstrumenten, zoals het launching customership — ik weet eigenlijk niet welk woord je daaraan zou moeten geven, als je dat zelfstandig maakt — en dual-use-innovatie. Eigenlijk zou ik alle passende investeringsinstrumenten willen gebruiken om te stutten wat er op die lange-termijn ruimtevaartagenda nodig is. Ik ben dus ook hierbij bereid elk instrument dat kan dienen in te zetten. Dat zal ik zeker verder bekijken.

De laatste vraag was hoe ik als minister van Economische Zaken de sterke positie die Nederland heeft niet alleen ga behouden maar ook uit ga uitbreiden. Allereerst, om daarover expliciet te zijn: ik deel die ambitie. Ik zie dat voor me door de koploperspositie vooral samen met de sector te behouden en verder uit te bouwen. Ik zal de Kamer daar verder over informeren in een voortgangsbrief over de langetermijnagenda. Die brief kunt u verwachten voor de zomer. Overigens zie ik ernaar uit om daarover in gesprek te gaan met u, zoals u zelf ook voorstelde.

Dan zou ik door willen gaan naar de moties. Ik start met de motie op stuk nr. 699 van de VVD, de heer Kisteman, met zijn oproep om het mogelijk te maken dat de horeca langer openblijft tijdens het WK voetbal. Ik laat het oordeel over aan de Kamer. Ik denk dat ik namens iedereen spreek, in ieder geval iedereen hier, als ik zeg dat we ontzettend uitkijken naar de start van het WK voetbal. Sport is iets wat mensen samenbrengt. Het zorgt voor trots en verbinding. Ik kijk ook uit naar de gezelligheid op veel plekken waar de wedstrijden gekeken worden. Wat de openingstijden van de horeca betreft: uw Kamer weet natuurlijk dat dit in de eerste plaats een gemeentelijke aangelegenheid is. Ik kan hun niet voorschrijven hoe ze daarmee om moeten gaan. Dat is maar goed ook. Maar de motie roept ertoe op om met gemeenten in gesprek te gaan en hen te stimuleren om ruimhartig om te gaan met openingstijden. Daar ben ik samen met mijn collega van Binnenlandse Zaken zeker toe bereid. Ik kan de motie dus oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Dat betreft, voor alle duidelijkheid, de tweede motie van de heer Kisteman, dus de motie op stuk nr. 699.

Minister Herbert:
Ja, want dan ga ik nu naar de motie op stuk nr. 698. Deze motie is wat ingewikkelder. Deze gaat over de kosten voor het vertonen van wedstrijden van het WK voetbal. Deze motie apprecieer ik namens de minister van OCW, die hier natuurlijk over gaat. De NOS heeft voor Nederland de uitzendrechten voor het WK voetbal. Daaronder vallen ook de rechten voor de zogenaamde public viewing. In de Mediawet staat dat de NOS geen gratis diensten mag leveren aan commerciële partijen als die daar geld mee kunnen verdienen. Dat wordt ook wel het "dienstbaarheidsverbod" genoemd. Daarom moeten cafés een marktconforme vergoeding betalen als ze WK-wedstrijden willen laten zien op grote schermen, bijvoorbeeld op een marktplein. Voor veel kleinere horecazaken die hun scherm binnen hebben staan, geldt dat zij genoeg hebben aan de reguliere doelgroepenlicentie. Zij hebben dus geen extra kosten bij het WK voetbal. Dit geldt ook voor zorginstellingen. Deze motie van meneer Kisteman vraagt om evenementen tot 5.000 bezoekers, bijvoorbeeld op een marktplein, vrij te stellen van een vergoeding. Dan hebben we het over grote evenementen, waar ook veel geld mee verdiend kan worden. Als de NOS zou doen wat meneer Kisteman voorstelt, is het sterk de vraag of dit in overeenstemming is met de Mediawet en de Europese staatssteunregels. Daarom moet ik de motie op stuk nr. 698 ontraden.

De voorzitter:
Meneer Kisteman, ik ben rekkelijk op dit onderwerp bij dit agendapunt. Het is een heel debat op het beleidsterrein van de minister die over cultuur en media gaat. Maar goed, de heer Kisteman, kort.

De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter, dank u wel voor uw coulance. Het gaat uiteindelijk ook om de concurrentie van onze ondernemers in Europa. In België is het wel gewoon gratis tot 5.000 bezoekers. Het maakt niet heel veel uit dat deze minister of de minister van OCW dit zegt, want een ruime meerderheid van de Kamer, ongeveer 134 zetels, staat hier al achter. Er moet nog over gestemd worden. Ik denk dat de allerbelangrijkste vraag is hoe de minister deze motie straks samen met haar collega gaat uitvoeren.

Minister Herbert:
De oproep van de Kamer is helder. Overigens heb ik ook een warm hart voor ondernemers die ideeën hebben om gezelligheid te entameren rondom het WK voetbal. Hopelijk ziet u ook de complexiteit van de situatie. Ik kan wel toezeggen dat collega-minister Letschert, de minister van OCW, die hier verantwoordelijk voor is, deze motie nog bij de NOS onder de aandacht kan brengen, want zoals de Kamer weet, is het uiteindelijk niet aan het kabinet, maar aan de NOS.

De voorzitter:
Wat is het oordeel over de motie?

Minister Herbert:
Mijn oordeel is "ontraden".

De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 700.

Minister Herbert:
Dan gaan we naar de eerste motie van meneer Schenk van Forum voor Democratie. Die gaat over aangescherpte productnormen. Ik ontraad deze motie. Dat is niet omdat ik de zorgen niet begrijp. Die deel ik zelfs. Ik voel ook verantwoordelijkheid voor alle zaken die u benoemt in de motie. Maar allereerst vindt het kabinet, net als veel bedrijven overigens, dat productnormen ook een goed instrument zijn om investeringszekerheid te creëren en zo de toekomstbestendigheid van de industrie in Europa te versterken. Tijdens de Raad waar ik aan deel zal nemen, worden nog geen besluiten genomen over de tekst, omdat deze nog in beweging is. Lidstaten zullen de komende tijd onderhandelen over de vormgeving van de maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Hierbij zal het kabinet conform het BNC-fiche inzetten op productnormen en daarbij rekening houden met uitvoerbaarheid, regeldruk en kosten, zoals door meneer Schenk wordt verzocht in de motie.

Dan de motie over ETS. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet erkent overigens wel de zware omstandigheden voor de Europese energie-intensieve industrie, vooral in sectoren met een hoog risico op verplaatsing van de productie, zoals de chemie. Daarom kijkt het kabinet naar manieren om deze sectoren beter te beschermen, zoals het versterken van de koolstofheffing aan de grens, de zogenaamde CBAM-maatregelen in de Industrial Accelerator Act. Dat gebeurt ook in de Critical Chemicals Alliance, waar ik al eerder over sprak. Tegelijkertijd blijft verduurzaming van de energie-intensieve industrie belangrijk voor onze strategische autonomie, voor onze weerbaarheid en voor het behalen van klimaatdoelen. Een sterk en stabiel ETS biedt daarbij investeringszekerheid en stimuleert juist investeringen in schone productie. Het kabinet kijkt daarom uit naar de ETS-herziening in juli, die met gerichte aanpassingen ons concurrentievermogen moet versterken en ons tegelijkertijd op koers moet houden om de klimaatdoelen te behalen. Daarmee hoop ik een uitleg te geven bij die gezochte balans waar ik het eerder over had in mijn gesprek met meneer Schenk.

Dan de motie over het 28ste regime.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 702.

Minister Herbert:
Ja, de motie op stuk nr. 702. Dank u wel, voorzitter. Ook deze motie ontraad ik. Het kabinet ondersteunt overigens ook bij deze motie weer volmondig de zorgen die uitgelicht worden. Het kabinet start met de ambitie om opschaling van met name start- en scale-ups in Europa makkelijker te maken. Daar kan nou net dat 28ste regime aan bijdragen. Dat is de upside van het 28ste regime. Daar kiezen we voor. Tegelijkertijd herken ik de zorgen van de indieners, waar we goed rekening mee moeten houden bij het finetunen van het 28ste regime. Dan gaat het bijvoorbeeld om het versterken van de waarborgen om fraude tegen te gaan. Dat is een prioriteit in de onderhandelingen. Voor het succes van het 28ste regime is het noodzakelijk dat fragmentatie tussen de lidstaten wordt tegengegaan, om te voorkomen dat ondernemingen binnen het 28ste regime uitwijken naar lidstaten met de minste waarborgen. Het kabinet zet er daarom op in dat waarborgen zo veel mogelijk op EU-niveau worden geregeld in plaats van verschillend per lidstaat, zoals de motie verzoekt. De onderhandelingen over dit voorstel zijn nog in volle gang. Die voeren wij ook langs de lijn zoals ik net uitlegde. Besluitvorming is op dit moment nog niet aan de orde. Juist daarom ontraad ik ook deze motie.

Dan gaan we over naar de motie op stuk nr. 703. Dat is de laatste. Daarin verzoekt de heer Schenk om een nationale effectrapportage voor de industrie op te stellen. Ik zou deze motie als overbodig willen betitelen en appreciëren, want de motie is in lijn met het coalitieakkoord, waarin is aangegeven dat het kabinet voortaan standaard gaat kijken naar de effecten op het gelijke speelveld bij het invoeren van nieuw beleid. De Europese Commissie voorziet maatregelen reeds van impactassessments. Nederland analyseert in de BNC-fiche ook zaken als impact op concurrentievermogen en regeldruk en de financiële impact, zoals door de heer Schenk ook aangegeven. Daarbij maakt het kabinet actief gebruik van de expertise van verschillende organen, zoals het PBL en het CBS, voor de analyse van verschillende beleidsmaatregelen. In de BNC-fiche wordt ook het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk opgenomen. Een extra analyse zoals verzocht, zou ik daarom willen kenmerken als iets met beperkte toegevoegde waarde en vooral als onnodige vertraging en extra regeldruk. Dat is juist iets waar ik mij hard voor wil maken: voorkomen dat dat ontstaat.

De voorzitter:
Dank. Meneer Schenk, ik wil wel even een opmerking maken. We lopen nu een halfuur achter op de plenaire agenda. Ik meen toch te moeten zeggen dat er allerlei onderwerpen worden besproken bij dit agendapunt die eerlijk gezegd, op zijn minst qua tijd, niet helemaal passen bij dit agendapunt. Er is ook een schriftelijk overleg gevoerd. De commissie had ook kunnen kiezen voor een mondeling overleg. We kunnen op deze manier de plenaire agenda niet zo zwaar blijven belasten. U mag nog een echt korte interruptie plegen, maar we moeten door.

De heer Schenk (FVD):
Dat was exact de reden waarom ik gewoon een commissiedebat hierover had willen voeren. Dank voor de beantwoording en de appreciatie van de motie op stuk nr. 703. Ik ben bereid om die motie na deze beantwoording in te trekken.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Schenk (21501-30, nr. 703) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Tot slot mevrouw Bühler.

Mevrouw Bühler (CDA):
Ik wil nog heel even op iets terugkomen. We hebben geen motie ingediend over de handelsbeschermende maatregelen. Ik vraag mij af of ik goed heb gehoord dat de minister zegt dat we dit met de minister van Buitenlandse Handel moeten bespreken en dat hij ons daarnaar verwijst. Want dan gaan we daar een motie indienen, omdat wij graag een toezegging willen dat u zich hiervoor sterk maakt binnen Europa en binnen de gesprekken die nu plaatsvinden.

Minister Herbert:
Wat ik heb proberen te zeggen, is dat ik mij hardmaak voor het inzetten van de nu al besproken maatregelen in EU-verband. Ik heb daarbij verwezen naar het handelsdefensieve instrumentarium dat er al is. Daar levert Nederland ook een actieve bijdrage aan. Ik heb gezegd dat ik voor verdere vragen over dit onderwerp — dus meer verdiepend over de precieze werking en dergelijke — moet verwijzen naar mijn collega, de minister van Buitenlandse Handel.

De voorzitter:
Dank aan de minister.

Minister Herbert:
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan straks, na de lunchpauze, stemmen over de ingediende moties. We schorsen een ogenblik en daarna gaan we door met het volgende onderwerp.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.