[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Civielrechtelijke onderwerpen (CD 22/4) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D25385, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-05-28 09:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Civielrechtelijke onderwerpen

Civielrechtelijke onderwerpen

Aan de orde is het tweeminutendebat Civielrechtelijke onderwerpen (CD d.d. 22/04).

De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Civielrechtelijke onderwerpen. Ik heb als eerste op de sprekerslijst staan mevrouw Abdi namens de fractie van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Abdi (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in alle Wamca-zaken die strekken tot het verkrijgen van schadevergoeding er sprake is van commerciële derdenfinanciering;

overwegende dat er onvoldoende zicht is op mogelijke alternatieven voor commerciële derdenfinanciering;

van mening dat het onwenselijk is als alleen zaken voorkomen die lucratief zijn voor procesfinanciers wegens de hoge kosten die gepaard gaan met Wamca-zaken die strekken tot het verkrijgen van schadevergoeding;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe dit soort zaken in beginsel toch bij de rechter aanhangig gemaakt kunnen worden gelet op het belang van het toegang tot het recht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Abdi.

Zij krijgt nr. 1033 (29279) (#1).

Dank u wel, mevrouw Abdi. Dan geef ik graag het woord aan de heer Bikkers namens de fractie van de VVD. U ziet ervan af. Mevrouw Straatman namens de fractie van het CDA.

Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Een aantal weken terug hebben we een goed debat gevoerd over een heel aantal onderwerpen, waaronder ook de Wamca. Daarover gaat mijn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris nader onderzoek naar de maatschappelijke effecten van collectieve acties, inclusief op het investerings- en vestigingsklimaat, heeft toegezegd, evenals een focusgroep gericht op procesfinanciering;

overwegende dat procesfinanciering als onderdeel van de Wamca tot op heden onderbelicht blijft, terwijl in Nederland verhoudingsgewijs een groter aantal collectieve actiezaken aangespannen wordt dankzij commerciële (buitenlandse) procesfinanciers;

van mening dat er naast de aangekondigde focusgroep meer onderzoek gedaan moet worden naar procesfinanciering;

verzoekt de regering in aanvulling op de evaluatie van de Wamca te onderzoeken of en, zo ja, hoe procesfinanciering van collectieve acties verder gereguleerd kan worden en hierin ook het vraagstuk rondom de redelijke beloning van een procesfinancier mee te nemen, evenals maatregelen ter verbetering van transparantie rondom de financieringsovereenkomst;

verzoekt de regering de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Ellian.

Zij krijgt nr. 1034 (29279) (#2).

Dat leidt tot een interruptie van de heer Sneller.

De heer Sneller (D66):
Dit punt hebben het CDA en de VVD tijdens het commissiedebat ook gemaakt en ik heb daarvan gezegd dat ik dat snap. Maar er zit ook een andere kant aan die procesfinanciering. De Wamca kan er ook mee geholpen zijn, namelijk door ervoor te zorgen dat dit soort normen ook bestendigd worden en dat de overheid aan de eigen regels wordt gehouden. Wordt dat, wat mevrouw Straatman betreft, ook meegenomen in dat onderzoek?

Mevrouw Straatman (CDA):
Ik erken de vraag van de heer Sneller helemaal, want het is natuurlijk oorspronkelijk het idee geweest van de Wamca dat je strooischade veel makkelijker kan aanpakken en dat je als groep gedupeerden collectief kan opstaan tegen een groot bedrijf. Daarvoor heb je ook financiering nodig. Daar is in principe helemaal niets mis mee, maar wat we nu zien is dat grote groepen, vaak buitenlandse, procespartijen heel gericht kijken naar waar het maximale rendement gehaald kan worden en niet per se naar waar het grootste belang voor gedupeerden mee gediend is. Collega Ellian en ik vragen aan de staatssecretaris om te onderzoeken in hoeverre je dat kan inperken en reguleren. Tegelijkertijd moet er natuurlijk altijd ruimte blijven bestaan voor procesfinanciering, juist om die Wamca ook werkbaar te laten zijn.

De voorzitter:
Meneer Sneller voor een korte vervolgvraag.

De heer Sneller (D66):
Ik ga er dus wel van uit dat we niet alleen maar naar de kant van het reguleren gaan kijken en dat zover mogelijk inperken, maar dat we daarbij ook in ogenschouw houden dat de effectiviteit van die wet behouden blijft. Dat dient ook door de staatssecretaris meegenomen te worden in die onderzoeksopdracht.

Mevrouw Straatman (CDA):
Zeker. Mijn definitie van reguleren zou ook niet per definitie zijn om het maximaal in te perken, maar dat je kijkt naar hoe je de kaders kunt scheppen om aan de voorkant waarborgen in te bouwen waarmee de grootste excessen voorkomen kunnen worden.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Straatman. Er zijn twee moties ingediend. Ik schors kort, voor de appreciatie van de staatssecretaris.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Civielrechtelijke onderwerpen. Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mevrouw Van Bruggen, voor de appreciatie van twee ingediende moties.

Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Ik geef ze beide, de motie op stuk nr. 1033 en de motie op stuk nr. 1034, oordeel Kamer, met de volgende toelichting. Voor de motie van mevrouw Abdi geldt dat het onderzoek dit jaar kan starten. Dat is de timing. Maar de resultaten volgen dan volgend jaar. Het gaat dus niet lukken om de resultaten mee te nemen voor de begrotingsbehandeling van dit jaar. Maar het is wel aan de Kamer om in ieder geval die opdracht aan mij mee te geven. Procesfinanciering heeft mijn aandacht. Hieronder vallen ook de financierbaarheid van collectieve acties en transparantie. Ik heb in het commissiedebat ook gezegd dat we een focusgroep hebben georganiseerd die speciaal gericht is op dit onderwerp. Die is op 12 juni 2026. We hebben inmiddels ook enkele rechtseconomen bereid gevonden om daaraan deel te nemen. Daar werd in het debat ook om verzocht. Ik heb in het debat ook gemeld dat de inhoudelijke kabinetsreactie op het WODC-onderzoek over de Wamca volgt in het derde kwartaal van 2026. Daarin ga ik ook in op de uitkomst van juist die focusgroep.

In reactie op de motie op stuk nr. 1034 kan ik alvast melden dat ik bereid ben tot nader onderzoek. Daar vond ook even het gesprek over plaats tussen mevrouw Straatman en de heer Sneller. Het gaat om een onderzoek naar de financierbaarheid van de collectieve acties, de rol van de procesfinanciering daarin en de vraag of een nadere regeling van procesfinanciering nodig is en, zo ja, op welke punten. Dat zou ik graag meenemen. Daarom krijgt deze motie oordeel Kamer.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Zowel de motie op stuk nr. 1033 van het lid Abdi als de motie op stuk nr. 1034 van de leden Straatman en Ellian krijgt dus oordeel Kamer. Daarmee komt het debat over civielrechtelijke onderwerpen ten einde.

De beraadslaging wordt gesloten.