Tweeminutendebat Personen- en familierecht (CD 16/4) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D25392, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-05-28 09:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-05-27 14:15: Tweeminutendebat Personen- en familierecht (CD 16/4) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Personen- en familierecht
Voorzitter: Moorman
Personen- en familierecht
Aan de orde is het tweeminutendebat Personen- en familierecht
(CD d.d. 16/04).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Personen-
en familierecht. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in de
Kamer. Ik wil graag als eerste het lid Kostić naar het spreekgestoelte
roepen. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. "Ik mocht van het ziekenhuis niet bij mijn dochter zijn, die
op de intensive care belandde, omdat ik volgens de wet haar ouder niet
ben." Dat zei vader René tijdens het regenboogdebat vorig jaar. Hij wees
Kamerleden op de pijnlijke werkelijkheid achter achterhaalde wetgeving.
In Nederland zijn er duizenden gezinnen waarin kinderen niet twee, maar
drie of vier ouders hebben die hen opvoeden en liefhebben. Dat zijn
ouders zoals René. Toch erkent de wet ze niet. Hier zijn ook kinderen de
dupe van. Vader René is jarenlang door verschillende partijen beloofd
dat dit echt geregeld gaat worden, maar er is nog niks geregeld. Het
goede nieuws is dat het coalitieakkoord zegt hiermee aan de slag te gaan
en dat er een initiatiefwet ligt, maar stukken van de regering zeggen
dat ouders, zelfs als er een wet wordt aangenomen, waarschijnlijk nog
vijf jaar moeten wachten totdat de implementatie is afgerond. Dat gaat
om hele praktische zaken, waar we voor een deel alvast mee aan de slag
kunnen gaan. We kunnen het niet maken dat ouders en kinderen nog langer
moeten wachten. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat belangrijke adviesorganen, zoals de staatscommissie
Herijking ouderschap, de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming (RSJ) en de Raad voor de Kinderbescherming, vinden dat
het in het belang van het kind is om wetgeving in te voeren voor
meerouderschap en -gezag;
overwegende dat dergelijke wetgeving momenteel wordt voorbereid en dat
het coalitieakkoord ermee aan de slag wil;
overwegende dat uit onderzoek van de regering blijkt dat implementatie
van een meerouderschapswet nog tot vijf jaar in beslag kan nemen en dat
dat zou betekenen dat kinderen in meeroudergezinnen zelfs nadat een wet
zou zijn aangenomen, nog jaren juridische bescherming moeten
ontberen;
verzoekt de regering om te verkennen welke no-regretstappen alvast
kunnen worden gezet voor praktische implementatie van meerouderschap,
zodat bijvoorbeeld de systemen van overheids- en uitvoeringsinstanties,
zoals UWV, DUO en de burgerlijke stand, al zijn voorbereid op de optie
van drie of vier ouders, en kinderen in meeroudergezinnen niet langer
dan nodig op wettelijke bescherming hoeven te wachten;
verzoekt de regering de Kamer hierover zo snel mogelijk na het
zomerreces te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Mutluer.
Zij krijgt nr. 133 (33836) (#1).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, lid Kostić. Dan is mevrouw Mutluer aan het woord, namens de
fractie van GroenLinks-PvdA. Mevrouw Mutluer heeft aangegeven dat zij zo
meteen weer terug moet naar de enquêtecommissie. Zij kan dus nog wel
haar motie indienen, maar ze kan helaas niet bij de beantwoording
aanwezig zijn.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Sinds 2022 kunnen ouders beide achternamen doorgeven
aan hun kinderen. Dat klinkt gelijkwaardig, maar in de praktijk moeten
vrouwen nog steeds toestemming vragen aan hun partner om ook hun naam,
naast die van hun partner, door te geven. Juist na geweld, intimidatie
of complexe scheidingen creëert deze wet in onze beleving daarmee een
onacceptabele afhankelijkheid. Dat zien we helaas in heel veel verhalen
terug, zoals in die van Rebecca en Annemijn. Daarom heb ik de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zogenoemde vangnetnorm bepaalt dat een kind
automatisch de achternaam van de vader krijgt wanneer ouders binnen
huwelijk of geregistreerd partnerschap er samen niet uitkomen, terwijl
voor het toekennen van (tevens) de achternaam van de moeder expliciete
toestemming vereist is;
overwegende dat deze regeling niet langer aansluit bij de hedendaagse
opvattingen over gelijkwaardigheid tussen ouders;
overwegende dat deze regeling in situaties van intieme terreur of dwang
bovendien kan worden ingezet als middel om macht en controle uit te
oefenen;
overwegende dat tijdens een recent rondetafelgesprek moeders en
maatschappelijke organisaties hun zorgen hebben geuit over deze regeling
en oproepen tot een spoedige aanpassing;
verzoekt de regering de huidige vangnetnorm zo spoedig als mogelijk uit
het naamrecht te schrappen en te vervangen door een gelijkwaardige
regeling, inclusief passende geschillenbeslechting, en daarbij
inzichtelijk te maken welke mogelijkheden er zijn voor een
overgangsregeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Sneller.
Zij krijgt nr. 134 (33836) (#2).
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Ik heb nog een aanvullende vraag over de zaak-Insiya. We hebben het daar
veelvuldig over gehad tijdens het commissiedebat. Tijdens het bezoek van
president Modi hebben premier Jetten en zelfs de koning deze zaak
opnieuw aangekaart. Het is belangrijk om die politieke druk te blijven
opvoeren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: wat is de concrete
stand van zaken? Wanneer kunnen wij een positief en heugelijk bericht
verwachten?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Mutluer. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw
Bikker, die spreekt namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Bij het commissiedebat Personen- en familierecht
gaf ik mijn grote zorgen al mee aan de staatssecretaris over het
wetsvoorstel over draagmoederschap. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de commissie-Joustra heeft vastgesteld dat
interlandelijke adoptie gepaard ging met "structurele en systematische
misstanden" die leidden tot "het ontstaan van een adoptiemarkt en het
tot verhandelbaar goed maken van kinderen, met inbegrip van markttermen
als 'vraag en aanbod', 'kanalen', 'tussenpersonen' en
'vergunningen'";
overwegende dat bij draagmoederschap vergelijkbare mechanismen optreden,
waaronder financiële vergoedingen, internationale bemiddelingsstructuren
en afhankelijkheidsrelaties van kwetsbare vrouwen;
overwegende dat het kabinet uit het adoptieverleden heeft geconcludeerd
dat bij twijfel over ernstige misstanden terughoudendheid geboden is en
de bescherming van kinderen en kwetsbare vrouwen voorop dient te
staan;
van mening dat het onaanvaardbaar is om opnieuw een stelsel te creëren
waarin kinderen onderwerp worden van commerciële praktijken en dat
(internationaal) draagmoederschap een onwenselijke en risicovolle
praktijk is die niet binnen de Nederlandse rechtsorde past;
verzoekt de regering af te zien van elke vorm van facilitering van
(internationaal) draagmoederschap,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 135 (33836) (#3).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Mijn tweede motie ziet op een indringende casus die onlangs
bij mij onder de aandacht werd gebracht. Ik hoop dat we tot een
oplossing kunnen komen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het recht om te weten van wie men afstamt een
fundamenteel recht is;
constaterende dat Nederlanders die hun biologische afkomst willen
achterhalen in de praktijk aangewezen zijn op gegevens uit de
burgerlijke stand, maar daar zelf vaak geen inzage in krijgen als gevolg
van de AVG, terwijl stichting Fiom deze toegang wel heeft en hulp kan
bieden;
constaterende dat Fiom sinds januari 2026 geen ondersteuning meer biedt
bij niet-adoptiegerelateerde verzoeken, waardoor een groep mensen
feitelijk geen toegang heeft tot ondersteuning bij het achterhalen van
hun biologische afkomst;
verzoekt de regering om het fundamentele recht om te weten van wie je
afstamt expliciet te erkennen en te beschermen, en ervoor zorg te dragen
dat stichting Fiom, net als voorheen, weer structureel ondersteuning kan
bieden bij niet-adoptiegerelateerde afstammingsvragen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 136 (33836) (#4).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Dan geef ik graag het woord aan de heer
Bikkers van de VVD. Nee, u ziet af van uw spreektijd? Dan geef ik het
woord aan mevrouw Straatman van het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties van mijn kant. De eerste luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij zwangere arbeidsmigranten nog steeds met
niet-bindende afstandsverklaringen wordt gewerkt, waarbij moeders vaak
niet goed op de hoogte zijn van hun rechten;
overwegende dat dit een bijzonder kwetsbare groep vrouwen treft die
extra bescherming en ondersteuning verdient;
overwegende dat verschillende ministeries gezamenlijk verkennen wat
nodig is om bestaande hulp en ondersteuning beter te laten aansluiten op
de behoeften van zwangere arbeidsmigranten;
verzoekt de regering in samenspraak met relevante maatschappelijke
partijen, zoals Fiom en het landelijke Informatiepunt Onbedoelde
Zwangerschap, te inventariseren welke extra waarborgen nodig zijn om te
voorkomen dat onbedoeld zwangere arbeidsmigranten ongewenst afstand doen
van hun kind,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Straatman.
Zij krijgt nr. 137 (33836) (#5).
Mevrouw Straatman (CDA):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het toevoegen van een moederbrief aan het
adoptiedossier volgens het Nationaal Archief op dit moment niet mogelijk
is;
overwegende dat een moederbrief essentieel kan zijn om duiding te geven
aan de intenties van de moeder, zodat vertekende beelden in de archieven
gecorrigeerd kunnen worden;
van mening dat indien toevoeging aan het dossier onmogelijk blijkt,
alternatieven gevonden moeten worden om alsnog de moederbrief standaard
in handen te krijgen van de kinderen;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat automatisch bij de opvraag
van het dossier de moederbrief ingezien kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Straatman en Bikkers.
Zij krijgt nr. 138 (33836) (#6).
Dank u wel, mevrouw Straatman. Dan zou ik graag het woord geven aan de heer Diederik van Dijk van de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het commissiedebat legde ik de vinger
bij een artikel uit Ars Aequi, waarin uiteen werd gezet dat de
wettelijke bescherming van zwangere vrouwen en ongeboren kinderen
tekortschiet, wat inmiddels leidt tot rechtsongelijkheid en
rechtsonzekerheid. In dat licht dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat onderzoek naar de positie van moeders van ongeboren
kinderen in de wetgeving en de jurisprudentie wijst op wezenlijke
problemen in het strafrecht, het civiele recht en het gezondheidsrecht,
waarbij de wetgever onvoldoende oog heeft voor de fundamentele rechten
van moeders en hun ongeboren kinderen;
constaterende dat onder de huidige wetgeving rechtsongelijkheid en
rechtsonzekerheid ontstaan, die primair het gevolg zijn van het
ontbreken van een duidelijke weging van perspectieven door de wetgever
en dat de jurisprudentie hiervoor geen toereikend antwoord kan
bieden;
verzoekt de regering een verkenning uit te laten voeren naar op welke
onderdelen van de wetgeving een duidelijkere, systematischere weging
door de wetgever noodzakelijk is om de fundamentele rechten van moeders
en hun ongeboren kinderen te waarborgen en rechtsongelijkheid en
rechtsonzekerheid te beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 139 (33836) (#7).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mijn tweede motie heeft betrekking op de achternamen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet iedere Nederlander een algemeen recht wil
geven om eenmalig de achternaam te wijzigen;
constaterende dat geen grondige onderbouwing bestaat van de noodzaak en
de maatschappelijke behoefte;
voorts constaterende dat het rapport waarop dit voorstel berust,
aangeeft dat eerst een visie nodig is op de functie van achternamen
alvorens concrete voorstellen te ontwikkelen;
verzoekt de regering af te zien van het voorstel om een algemeen recht
op eenmalige wijziging van de achternaam in te voeren en een visie op de
functies van de achternaam aan de Kamer voor te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diederik van Dijk.
Zij krijgt nr. 140 (33836) (#8).
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dijk. Tot slot meneer Sneller van de fractie van
D66.
De heer Sneller (D66):
Dank. We hadden een goed commissiedebat, volgens mij. Tussen dat
commissiedebat en nu las ik We should all be feminists, van de
Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. In dat essay houdt ze
de lezers voor hoeveel gelukkiger en vrijer we zouden zijn zonder het
gewicht van alle verwachtingen rondom gender, als gender niet
voorschrijft hoe we zouden moeten zijn, maar bevestigt wie we zijn. Ik
vond dat een mooie, optimistische gedachte die ik wilde meenemen naar de
commissiedebatten en de verdere debatten die we zullen hebben over
personen- en familierecht.
Volgens mij kunnen we er niet alleen in de omgang met elkaar, maar ook
in ons Burgerlijk Wetboek voor zorgen dat het recht voor erkenning van
identiteit zorgt in plaats van dat die als een last wordt ervaren. Dat
is wat een democratie zo waardevol maakt: de vrijheid om jezelf te
kunnen zijn, ook als je tot een minderheid behoort. Juist in die vrije
samenleving beschermen we mensen, wie ze ook zijn, hoe ze ook willen
leven en van wie ze ook willen houden, ongeacht levensovertuiging of
gender. Dat streven naar die gelijkwaardigheid heeft er ook voor gezorgd
dat ik de motie van collega Mutluer, waar we het in het commissiedebat
uitgebreid over hebben gehad, meeondertekend heb. Dat zal ik de komende
tijd ook meenemen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De staatssecretaris heeft aangegeven tien minuten nodig te
hebben om de moties van appreciaties te voorzien. We hebben in totaal
acht moties. Ik schors de vergadering tot 14.35 uur.
De vergadering wordt van 14.25 uur tot 14.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Personen-
en familierecht. Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid, mevrouw Van Bruggen. Gaat uw gang.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank, voorzitter. Dank aan de leden van de Kamer dat wij het
debat dat wij met elkaar op 16 april hebben gevoerd op deze manier met
elkaar kunnen afronden. Er is een heel aantal moties ingediend. Er was
ook één vraag, waar we mee begonnen. Het lijkt mij goed om die meteen te
beantwoorden. Die vraag gaat over de zaak van Insiya. Wanneer komt het
kabinet met een reactie? Wanneer kunnen we weten hoe die zaak loopt?
Daarover kan ik het volgende zeggen. Het is goed dat uw Kamer doorlopend
aandacht heeft voor deze zaak. Ten aanzien van het verzoek van de Kamer
om informatie over de diplomatieke missie richting India zal de Kamer
binnen twee weken worden geïnformeerd. Ik wil graag meegeven dat voor
dit bezoek natuurlijk wel een delegatie wordt voorbereid zoals is
toegezegd, maar daar is ook een hele grote mate van vertrouwelijkheid
bij gewenst, juist om het allerbeste resultaat te kunnen bereiken. Dus
wat we in de brief kunnen zetten, zetten we in de brief en die zal
binnen twee weken bij u zijn.
De voorzitter:
Dan de appreciatie van de moties.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 133 van de leden Kostić en Mutluer geef ik oordeel
Kamer. Dit betreft het verzoek om te verkennen welke no-regretstappen
alvast gezet kunnen worden voor de implementatie van de wet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 133: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 134 is van mevrouw Mutluer en de heer Sneller. Ook
deze motie krijgt oordeel Kamer. Deze motie verzoekt de regering om de
huidige vangnetnorm zo spoedig mogelijk uit het namenrecht te schrappen
en te vervangen door een gelijkwaardige regeling, inclusief passende
geschilbeslechting, en daarbij inzichtelijk te maken welke mogelijkheden
er zijn voor een overgangsregeling.
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een interruptie van de heer Diederik van
Dijk.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Die gaat over de appreciatie van de eerste motie, op stuk nr. 133. Toch
even scherp: de hele wetgevende behandeling moet hier nog plaatsvinden.
Het zal toch wel zo zijn dat we de normale volgorde aanhouden? Eerst een
ordentelijk debat over de wetgeving et cetera in de Tweede Kamer, en dan
pas werken aan de invoeringsmaatregelen en dergelijke?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Waar de motie om vraagt, is om in de komende periode al stappen te
zetten met organisaties om te bekijken wat het zou kunnen betekenen als
we overgaan tot implementatie, als überhaupt dat hele wetgevingstraject
is afgerond. Dat is wat de motie vraagt. Het oordeel is dan ook aan de
Kamer om te zeggen: gaat het kabinet daar al mee aan de slag of is het
iets waar we mee gaan wachten?
De voorzitter:
U was aangekomen bij de motie op stuk nr. 134. U had die al van een
appreciatie voorzien. Was dat oordeel Kamer?
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 134: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 135 verzoekt de regering om af te zien van elke
vorm van facilitering van internationaal draagmoederschap. Daarvan moet
ik zeggen: ontraden. Ik herken de zorgen van mevrouw Bikker, maar we
maken een andere afweging met betrekking tot draagmoederschap. Dat is
volgens mij ook waarover wij heel goed het gesprek hebben gevoerd in het
debat. Bij de Kamer ligt nu het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap en
afstamming. Bij de op initiatief van uw Kamer uitgevoerde
wetenschapstoets bij dit wetsvoorstel is geconcludeerd dat een
wettelijke regeling van draagmoederschap juist heel wenselijk is. Daarom
zou ik deze motie dan ook willen ontraden.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag of een interruptie van mevrouw Bikker. Gaat uw
gang.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
In de wetenschapstoets werd ook heel helder dat er met name ten aanzien
van internationaal draagmoederschap ook een hele hoop zorgen zijn. Ik
herinner me de technische briefing van de Kamer, waarin dat ook op veel
punten werd aangereikt. Ik mag toch hopen dat de staatssecretaris daar
expliciet op terug gaat komen voordat dit verder behandeld gaat worden.
Daarbij is helder wat mijn standpunt is, zoals ook neergelegd in de
motie, maar dat ziet ook op de zorgen die in de wetenschapstoets zijn
verwoord.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker. Daar kom ik op terug in de kabinetsreactie op de
wetenschapstoets, zodat we met elkaar het goede gesprek hierover kunnen
voeren als de wet behandeld wordt.
De voorzitter:
Voor nu is de motie op stuk nr. 135 dan ontraden. Gaat u verder met de
motie op stuk nr. 136.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 136 verzoekt de regering om het fundamentele recht
om te weten van wie je afstamt expliciet te erkennen en te beschermen,
en ervoor zorg te dragen dat Stichting Fiom, in de casus die mevrouw
Bikker ook noemde, net als voorheen weer structureel ondersteuning kan
bieden bij niet-adoptiegerelateerde afstammingsvragen. Daarvan zeggen we
ook: oordeel Kamer. Ons beeld is dat het nog steeds mogelijk is voor
niet-adoptiegerelateerde zaken om die informatie via Fiom op te halen.
Het kan wel zo zijn dat de wachttijd verlengd is of dat het langer
duurt, omdat er ook heel veel zaken liggen die wel adoptiegerelateerd
zijn. In onze optiek is het nog mogelijk, maar het is wel heel goed om
hier aan te geven dat we dat dus ook belangrijk vinden. Ik denk dat we
daarmee hetzelfde bedoelen, dus: oordeel Kamer voor deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 136: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 137, over de zwangere arbeidsmigranten, van mevrouw
Straatman krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 137: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 138, ook van mevrouw Straatman, verzoekt de
regering te bewerkstelligen dat automatisch bij de opvraag van het
dossier de moederbrief kan worden ingezien. Die krijgt ook oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 138 van de leden Straatman en Bikkers: oordeel
Kamer.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 139, van de heer Van Dijk, verzoekt de regering een
verkenning uit te laten voeren van op welke onderdelen van de wetgeving
een duidelijker, systematischer weging door de wetgever noodzakelijk is
om de fundamentele rechten van moeders en hun ongeboren kinderen te
waarborgen. Daarvan zeggen we: ontraden. Ik zie op dit moment namelijk
geen noodzaak voor een nadere wettelijke regeling voor de bescherming
van moeder en kind. De huidige wetgeving biedt de rechter voldoende
ruimte om maatwerk te leveren, juist met inachtneming van de belangen
van zowel moeder als kind.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik dank de staatssecretaris voor deze reactie. Tegelijkertijd verwees ik
niet voor niks naar een juridisch onderzoeksartikel, waaruit heel
feitelijk blijkt dat de wetgever een aantal plekken open heeft gelaten,
die nu noodgedwongen door de rechter worden ingevuld. Dat leidt tot
rechtsongelijkheid, rechtsonzekerheid et cetera. Dat zijn toch feiten
die niet te ontkennen zijn. Een verkenning, al is het eventueel maar een
serieuze reflectie van deze staatssecretaris op het betreffende artikel,
zou toch al ontzettend kunnen helpen en inzichten kunnen bieden?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik begrijp de wens van de heer Van Dijk heel goed. Ik denk ook dat het
een mooie en goede oproep is. Tegelijkertijd, nu ik bestudeerd heb wat
de ruimte binnen de wet is om te zorgen dat de belangen van kind en
moeder goed vertegenwoordigd zijn en dat de rechter voldoende
interpretatieruimte daarin heeft, zeg ik toch dat de motie ontraden
is.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 139: ontraden. Dan tot slot de motie op stuk nr.
140.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 140 verzoekt de regering af te zien van een
wettelijke regeling die eenmalige naamswijziging mogelijk maakt en een
visie te ontwikkelen daarop. Daarvan zeg ik: ontijdig. Op dit moment
bestudeer ik de uitkomsten van de consultatie van de Wet afbouw
interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel. Deze
motie loopt vooruit op de uitkomsten. Het zou dus een motie kunnen zijn
waar we bij de wetsbehandeling daadwerkelijk aandacht voor hebben, maar
nu moet ik zeggen dat de motie op stuk nr. 140 ontijdig is.
De voorzitter:
Dank u wel, staatssecretaris. Ik kijk in de richting van de heer
Diederik van Dijk. De motie is ontijdig. Wilt u 'm op dit moment
aanhouden of wilt u 'm toch in stemming brengen? Het laatste, zie ik.
Oké, dan krijgt de motie op stuk nr. 140 de appreciatie
"ontijdig".
Dat was het. Daarmee komen we aan het einde van het tweeminutendebat
Personen- en familierecht.
De beraadslaging wordt gesloten.