[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie van 18 juni 2026

NAVO

Brief regering

Nummer: 2026D25411, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-05-28 19:13, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 28676 -560 NAVO.

Onderdeel van zaak 2026Z11173:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

2594 AC Den Haag

Datum 28 mei 2026
Betreft Geannoteerde Agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie 18 juni 2026

Ministerie van Defensie

Plein 4

MPC 58 B

Postbus 20701

2500 ES Den Haag

www.defensie.nl

Onze referentie

D2024-001261/ MINDEF20260039518

Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.

Geachte voorzitter,

Op 18 juni 2026 komen de NAVO-ministers van Defensie bijeen in Brussel voor de Defence Ministers Meeting (DMM), de Nuclear Planning Group (NPG) en de Ukraine Defence Contact Group (UDCG). In deze brief informeer ik uw Kamer over de Nederlandse inzet.

De exacte agenda’s voor deze bijeenkomsten zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. De DMM zal in het teken staan van de voorbereidingen op de NAVO-top in Ankara van 7 en 8 juli 2026. Naar verwachting zal de focus liggen op de versterking van de afschrikking en verdediging, verbetering van lastenverdeling, verhoging van de defensie-uitgaven, de defensie-industrie en steun aan Oekraïne. Tijdens de UDCG zal worden gesproken over de voortzetting van de steun aan Oekraïne. In de NPG spreken de ministers van Defensie jaarlijks over het nucleaire beleid van de NAVO. Daarnaast informeer ik u in deze brief over de nieuwe rol van het Duits/Nederlandse Legerkorps (1 German/Netherlands Corps – 1GNC). Tot slot wordt uw Kamer geïnformeerd over de verlenging van de Patriot-inzet in Polen.

Afschrikking en verdediging

Verdere versterking van de NAVO afschrikking en verdediging is een blijvende prioriteit binnen de NAVO. Dit is van groot belang wegens de agressie richting het bondgenootschap, en de voortdurende agressieoorlog van Rusland in Oekraïne. Een belangrijke voorwaarde voor sterke afschrikking en verdediging is het nakomen van de afspraken die bondgenoten hebben gemaakt tijdens de vorige top in Den Haag, om defensie-uitgaven te verhogen tot 3,5% in 2035. Deze verhoogde defensie-uitgaven dragen bij aan een eerlijkere lastenverdeling binnen het bondgenootschap. Het kabinet zet in op ambitieuze stappen voor een sterker Europa binnen de NAVO. Nederland zet onder andere in op het gezamenlijk ontwikkelen van militaire capaciteiten, het versterken van de defensie-industrie en het wegnemen van de juridische en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht. Samenwerking met bondgenoten is hiervoor van cruciaal belang.

Tijdens de DMM zullen de bondgenoten ook spreken over de ontwikkeling van nieuwe militaire plannen voor Integrated Air and Missile Defense (IAMD), die tijdens de NAVO-top ter besluitvorming voorliggen. Vanwege operationele veiligheid en NAVO-richtlijnen kan ik hierover verder geen informatie delen.

Lastenverdeling

Bondgenoten zullen tijdens de DMM spreken over de voortgang van de tijdens de top in Den Haag gemaakte afspraak ter verhoging van de defensie- en defensiegerelateerde uitgaven naar 5% van het bbp in 2035, waarvan 3,5% voor defensie-uitgaven ten behoeve van de invulling van de NAVO capaciteitsdoelstellingen en 1,5% voor bredere defensie- en veiligheidsgerelateerde uitgaven.

Het kabinet zal tijdens de DMM onderstrepen dat Nederland is gecommitteerd aan een ambitieus en duidelijk groeipad om in 2035 aan de 5% van het bbp te voldoen, en andere bondgenoten oproepen om in aanloop naar de top in Ankara duidelijk voortgang te laten zien. Het kabinet zet in op een structurele groei van het defensiebudget naar 2,8% in 2030 en 3,5% van het bbp in 2035.

Deze maand heeft Defensie zoals gebruikelijk via het Annual Strategic Level Report (SLR) aan de NAVO gerapporteerd over de defensie-uitgaven, voortgang in capaciteitsontwikkeling
en deelname aan missies & operaties. Conform de nationale berekenwijze komt Nederland in deze rapportage in 2026 uit op 2,01% exclusief steun aan Oekraïne en op 2,26% inclusief steun aan Oekraïne.1 De volledige rapportage vindt u in de vertrouwelijke bijlage.

Daarnaast heeft Nederland dit jaar voor het eerst gerapporteerd over de bredere veiligheids-en defensie gerelateerde uitgaven. Om deze uitgaven in kaart te brengen is onder coördinatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid in afstemming met Defensie en Buitenlandse Zaken met alle departementen onderzocht welke uitgaven volgens de NAVO-definitie kunnen worden toegerekend aan de 1,5%-norm. Dit onderzoek telt op tot 17,45 miljard euro en tot een percentage van 1,4% conform de Nederlandse berekenwijze. Onder bredere veiligheids- en defensie-gerelateerde uitgaven vallen uitgaven die bijdragen aan de weerbaarheid van de maatschappij en uitgaven die bijdragen aan de ondersteuning van de krijgsmacht. Dit behelst bijvoorbeeld uitgaven aan maatschappelijke weerbaarheid, de politie, douane, inzet op het voorkomen en beheersen van veiligheidsdreigingen middels diplomatie, coalitievorming en gerichte financiering, aanleggen van strategische voorraden, infrastructuur, weerbare zorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding en uitgaven ten behoeve van opvang van grote groepen mensen ten tijde van crises.

Tevens is op 1 januari 2026 in Nederland de Wet financiële defensieverplichtingen (Wfd) in werking getreden, waarmee de regering verplicht wordt jaarlijks minimaal 2% van het bbp uit te geven aan Defensie. Het kabinet is voornemens ook de 3,5% NAVO-norm wettelijk vast te leggen. Hiermee zorgen we voor lange termijn financiële zekerheid voor de krijgsmacht en de defensie-industrie.

Defensie-industrie

Om dreigingen het hoofd te bieden en de capaciteitsdoelstellingen van het bondgenootschap tijdig te realiseren dient de defensie-industriële basis structureel en zo snel mogelijk te worden versterkt.

Om dit mogelijk te maken zet Nederland in op nauwe samenwerking tussen NAVO-bondgenoten en EU-lidstaten en gezamenlijke inkoop. Door de vraag naar specifieke capaciteiten te bundelen, kunnen bondgenoten grotere productievolumes realiseren, leveringszekerheid vergroten en de industrie meer voorspelbaarheid bieden. Hiermee verschuift de nadruk van onderlinge concurrentie tussen landen naar een meer gecoördineerde en collectieve aanpak binnen het bondgenootschap.

Het kabinet ziet dat naast investeringen in conventioneel materieel, voorraden en productielijnen het belang van innovatie steeds groter wordt en moedigt dit aan. Een nieuwe generatie innovatieve en niet-traditionele bedrijven speelt hierbij een steeds belangrijkere rol. Deze ondernemingen ontwikkelen vaak met private financiering nieuwe technologische oplossingen en zijn in staat sneller te innoveren dan traditionele defensieleveranciers.

De versterking en opschaling van de defensie-industrie, inclusief de rol van innovatie en nieuwe technologieën, zal op de agenda staan van de NAVO-top in Ankara. Hierbij zal specifiek aandacht uitgaan naar het vergroten van de industriële productiecapaciteit, het versnellen van innovatie-adoptie en het versterken van de langdurige ondersteuning aan Oekraïne.

Steun aan Oekraïne

Tijdens de DMM zal Oekraïne aan bod komen in een bijeenkomst van de NAVO-Oekraïne Raad waar bondgenoten met de Oekraïense minister van Defensie Fedorov in gesprek zullen gaan over de aanhoudende Russische agressie tegen Oekraïne. Daarnaast zal de UDCG bijeen komen en marge van de DMM. In deze bijeenkomsten zal Oekraïne de laatste stand van zaken en de meest urgente militaire behoeften toelichten. In de bijeenkomsten zal tevens stil worden gestaan bij de voortzetting van bilaterale militaire steun.

Voortdurende steun van Oekraïne is van essentieel belang, niet alleen voor de Oekraïense territoriale verdediging, maar ook voor de bredere Europese veiligheid. Het kabinet zal Nederlandse militaire steun aan Oekraïne onverminderd voortzetten. Daarbij biedt samenwerking met Oekraïne steeds meer kansen voor de Nederlandse krijgsmacht en defensie-industrie om te leren van Oekraïense ervaringen en innovaties. Het kabinet zal zich blijven inzetten om de internationale steun aan Oekraïne te verhogen. Hierbij zal Nederland in het bijzonder aandacht vragen voor het belang van gelijke lastenverdeling zodat Oekraïne in een zo sterk mogelijk onderhandelingspositie kan worden gebracht en een voortdurend signaal van Euro-Atlantische vastberadenheid wordt afgegeven. Nederland zal onderstrepen dat bilaterale militaire steun noodzakelijk blijft in aanvulling op de Ukraine Support Loan (USL). Nederland steunt het gebruik van USL voor materieel dat enkel door derde landen zoals de VS kan worden geleverd, bijvoorbeeld Patriot luchtverdedigingsmunitie.

Om Oekraïne op korte termijn van benodigd Amerikaans materieel te voorzien zal Nederland internationale partners aansporen financieel bij te blijven dragen aan het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief. Nederland heeft in totaal €750 miljoen aan toegezegd aan PURL.

Daarbij zal Nederland ook aandacht vragen voor het intensiveren van de defensie-industriële samenwerking met Oekraïne om ook op de lange termijn effectieve steun te leveren en tevens zelf de Europese industrie te kunnen versterken. Nederland beziet voortdurend de mogelijkheden om de steun aan Oekraïne voort te zetten, zowel bilateraal als in samenwerking met andere partners. Een gezamenlijke inzet vormt de meest effectieve manier om Oekraïne te steunen.

1GNC

Het 1st German/Netherlands Corps (1GNC), dat in 1995 werd opgericht, is een hoofdkwartier dat zowel in vredestijd als in een crisis- of oorlogssituatie een internationale troepenmacht van ongeveer 50.000 militairen kan aansturen. Dit behelst zowel het aansturen van de daadwerkelijke verdediging in crisis- en oorlogstijd als oefenactiviteiten in voorbereiding daarop met als doel het versterken van de collectieve afschrikking. Nederland en Duitsland voeren samen (afwisselend) het commando over 1GNC. Inmiddels zijn er nog 14 andere NAVO-bondgenoten die een personele bijdrage aan het hoofdkwartier leveren.

In 2023 is op de NAVO-top in Vilnius het nieuwe NATO Force Model (NFM) geïntroduceerd om gereedstaande eenheden en hoofdkwartieren tijdig te kunnen activeren. Nederland is door de NAVO gevraagd om binnen het NFM, samen met Duitsland, 1GNC als tactisch hoofdkwartier voor de regionale plannen in de Baltische staten aan te bieden.2 Op deze manier dragen Duitsland en Nederland bij aan het versterken van de oostflank van het NAVO-verdragsgebied in het kader van deterrence and defence en werken we samen met onze bondgenoten in de Baltische staten aan het versterken van de afschrikking en verdediging.

De afgelopen tijd heeft 1GNC zich op deze nieuwe taak voorbereid. Medio dit jaar wordt de rol in de regionale plannen van het hoofdkwartier door de NAVO geformaliseerd. 1GNC krijgt vanaf dat moment een aansturende rol bij de verdediging aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied en het aansturen van (oefen)activiteiten in voorbereiding daarop, zowel in vredestijd als in crisis- of oorlogstijd. Dit houdt in dat een deel van de taken die momenteel nog bij Multinational Corps North-East (MNC-NE)3 liggen, medio 2026 door 1GNC overgenomen worden. Deze taken zijn de command & control (C2) over de aanwezige NAVO-eenheden die in Estland en Letland gestationeerd zijn.

Duitsland en Nederland zijn zeer toegewijd aan de NAVO en de bescherming van NAVO-bondgenoten. De nieuwe rol van 1GNC onderstreept dat. Het Nederlands-Duitse commitment ten aanzien van 1GNC draagt bij aan een zelfstandiger Europa binnen de NAVO, conform afspraken die gemaakt zijn op de NAVO-top van vorig jaar in Den Haag. Ook wordt de goede samenwerking met Duitsland en de andere deelnemende landen door de nieuwe taak van 1GNC verder versterkt.

Verdere details ten aanzien van 1GNC kunnen in openbare communicatie zeer beperkt worden gedeeld; in een vertrouwelijke technische briefing kan nadere toelichting worden gegeven.

Verlenging van de Nederlandse Patriot inzet in Polen

Tevens maak ik via deze brief van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over de verlenging van de Nederlandse Patriot-inzet voor maximaal zes maanden ter beveiliging van het logistieke centrum van NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU) in Polen. Deze inzet, in het kader van hoofdtaak 1, draagt bij aan de militair-strategische doelstelling om Rusland af te schrikken en het NAVO-verdragsgebied te verdedigen.

Nederland levert sinds december 2025 een bijdrage aan NSATU met een Air Missile Defence Taskforce (AMDTF). Deze bijdrage loopt tot begin juni en bestaat uit een geïntegreerde eenheid van drie verschillende capaciteiten. Deze capaciteiten bestaan uit de Patriot (luchtafweersysteem), NASAMS (luchtraketafweersysteem) en anti-dronesystemen.

Op verzoek van NAVO en Polen wordt de Patriot-inzet verlengd. De verlenging van maximaal zes maanden heeft betrekking op de Patriot-inzet inclusief benodigde ondersteuning. Het benodigde personeel wordt voornamelijk geleverd door het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando en personele ondersteuning van Duitsland. De NASAMS en anti-dronesystemen worden teruggehaald naar Nederland. Deze inzet wordt gefinancierd vanuit artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Dilan Yeşilgöz-Zegerius


  1. De NAVO rekent deze cijfers zelf om naar percentages van het bbp en hanteert daarmee een eigen berekeningswijze. De defensie-uitgaven van Nederland op basis van de berekeningswijze van de NAVO is 2,59% in 2025.↩︎

  2. De Kamer is hierover geïnformeerd met Kamerstuk 28 676 nr. 497.↩︎

  3. MNC-NE is een warfighting HQ aangeboden aan NAVO met C2 over de NAVO-eenheden die langs de noordoostelijke flank van het NAVO-verdragsgebied zijn gestationeerd.↩︎