Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de schaarste van antenne-opstelpunten voor mobiele telecommunicatie (Kamerstuk 26643-1504)
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D25545, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-02 14:47, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: R.D. Reinders, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z07967:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-12 16:45 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vaststellen op 28 mei 2026 om 12.00 uur. (Besluit)
- 2026-04-21 16:16 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-04-21 16:16: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-12 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-05-28 12:00: Schaarste van antenne-opstelpunten voor mobiele telecommunicatie (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Inbreng Verslag van een schriftelijk overleg
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Digitale Economie en Soevereiniteit) over de brief Schaarste van antenne-opstelpunten voor mobiele telecommunicatie (Kamerstuk 26643, nr. 1504)
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
De griffier van de commissie,
Reinders
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II Antwoord / Reactie van de staatssecretaris
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris en het onderliggende Dialogic-rapport. Deze leden waarderen het dat dit lang onderbelichte onderwerp nu serieus in beeld is. Zij zien mobiele connectiviteit als onderdeel van de digitale ruggengraat van onze economie. Vanuit dat perspectief hebben zij enkele vragen aan de staatssecretaris.
De leden van de D66-fractie lezen dat de staatssecretaris geen acuut probleem constateert, maar erkent dat de behoefte aan nieuwe antennelocaties in stedelijk gebied snel toeneemt. Deelt zij de analyse dat hoogwaardige mobiele connectiviteit een randvoorwaarde is voor innovatie en mkb-digitalisering, en welke ruimte ziet zij om knelpunten voor te zijn in plaats van achteraf te herstellen?
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat de verhoging van vergunningsvrije antennehoogte van vijf naar zeven meter een concrete stap is. Op welke termijn wordt deze ingevoerd, en welke afweging is daarbij gemaakt tussen versnelling en ruimtelijke kwaliteit?
De leden van de D66-fractie vragen voorts hoe ambitieus de aangekondigde modernisering van het Antenneconvenant 2002 wordt. Gaat het primair om uitbreiding van het aantal deelnemers, of overweegt de staatssecretaris ook stappen zoals uniforme doorlooptijden of een sjabloon-omgevingsplan voor antennes?
De leden van de D66-fractie lezen in het Dialogic-rapport een gedoogplicht voor uitzonderingssituaties als optie. Deze leden begrijpen de terughoudendheid maar vragen of een verkenning van een beperkte, gerichte gedoogplicht voor stedelijk gebied alsnog van waarde kan zijn. Onder welke omstandigheden zou de staatssecretaris hier wel toe bereid zijn?
De leden van de D66-fractie lezen dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in 2022 een marktverkenning heeft gedaan naar de rol van tussenpersonen bij gebouweigenaren. In de praktijk worden ACM-procedures door operators als te lang en daarom als weinig effectief ervaren. Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om de ACM een actievere, meer handhavende rol te geven op deze markt?
De leden van de D66-fractie lezen dat de staatssecretaris meermaals verwijst naar de Europese gigabitinfrastructuurverordening. Hoe wordt gemonitord of medeoverheden daadwerkelijk meewerken aan redelijke verzoeken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie bedanken de staatssecretaris voor de brief over de schaarste van antenne-opstelpunten voor mobiele telecommunicatie. Zij hebben hier nog een aantal vragen over.
De leden van de VVD-fractie lezen dat Dialogic in opdracht van Monet een onderzoek heeft uitgevoerd naar de ervaren schaarste van antenne-opstelpunten in Nederland. Deze leden vragen waarom de staatssecretaris niet zelf deze opdracht aan Dialogic heeft gegeven. Deze leden vragen wie er uiteindelijk heeft betaald voor dit onderzoek.
De leden van de VVD-fractie vragen ook of het vaker voorkomt dat onderzoeksopdrachten niet door het ministerie worden uitgevoerd of dat het ministerie de opdracht afgeeft, maar dat belanghebbenden dit zelf moeten (laten) onderzoeken.
De leden van de VVD-fractie zouden graag het Dialogic-rapport ontvangen en vragen waarom dit niet is meegestuurd met de Kamerbrief. Ook vragen deze leden waarom het nog ruim een half jaar heeft geduurd na oplevering van het onderzoeksrapport voordat de Kamer is geïnformeerd.
De leden van de VVD-fractie vragen, mede door het niet zelf (laten) uitvoeren van het onderzoek en de brief die op zich heeft laten wachten, of de urgentie van de problematiek door de staatssecretaris voldoende worden gevoeld. Graag ontvangen deze leden daar een reflectie op.
De leden van de VVD-fractie vragen waarom wordt geconcludeerd dat er geen acuut probleem is, maar dat er wel is vastgesteld dat het steeds moeilijker wordt geschikte locaties voor opstelpunten te vinden. Deze leden vragen wat, volgens de staatssecretaris, het kantelpunt is wanneer er wel een acuut probleem is.
De leden van de VVD-fractie menen dat een goede bereikbaarheid voor het AMBER-alert essentieel is, zeker nu definitief gestopt gaat worden met het maandelijks testen van het luchtalarm. Deze leden vragen of een proactieve houding voor het vinden van geschikte locaties nu urgenter gaat worden. Ook vragen deze leden wat de gevolgen zijn van de beperkte ruimte voor opstelpunten voor de bereikbaarheid van noodnummer 112.
De leden van de VVD-fractie zijn blij te lezen dat er twee maatregelen verkend gaan worden en zij vragen wanneer de Kamer de resultaten van deze verkenning mag ontvangen. Daarnaast vragen deze leden of het niet verstandiger zou zijn de grens voor vergunningsvrije plaatsing van antenne-installaties direct op te hogen naar 7 meter.
Tot slot vinden de leden van de VVD-fractie het belangrijk dat Nederland de economische kansen kan benutten die de ontwikkeling van 6G biedt. Welke gevolgen heeft de beperkte ruimte voor opstelpunten voor de ontwikkeling van 6G in Nederland? Zijn er nog andere economische gevolgen als gevolg van de problemen rondom de plaatsing van opstelpunten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de Kamerbrief over de zorgen van mobiele netwerkaanbieders. Zij hebben enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie erkennen het belang van goede digitale connectiviteit. Zij benadrukken dat dit niet een gegeven is. Een land dat zich ‘digitale koploper’ acht, moet bereid zijn te investeren in een stevig digitaal netwerk. In dit licht vragen deze leden of de staatssecretaris in wil gaan op hoe zij de taakverdeling voor deze opgave voor zich ziet. Welke verantwoordelijkheid draagt de overheid en welke verantwoordelijkheid draagt de markt? Hoe werken overheid en markt samen? Daarbij vragen deze leden of de staatssecretaris weet wanneer Nederland de connectiviteitsdoelstelling haalt om álle huishoudens van een 1000Mbps-verbinding te voorzien.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de risico’s die de mobiele netwerkaanbieders schetsen, in het geval er geen actie wordt genomen. Wat bedoelt de markt als zij zegt dat de kwaliteit en beschikbaarheid van hun netwerken “onder druk” kan komen te staan? Graag horen deze leden concreet welke risico’s zij voor zich zien. Hoe reëel acht de staatssecretaris deze risico’s? Net als de staatssecretaris waarderen deze leden dat er een analyse is uitgevoerd op verzoek van de marktpartijen. Zij vragen de staatssecretaris om concreet in te gaan op zowel de technische als niet-technische oplossingsrichtingen uit het rapport.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over de reactie op het rapport. Zo zijn zij benieuwd of, hoewel er nu geen toename zichtbaar is in de doorlooptijd om antenne-opstelpunten te realiseren, dit op termijn wél het geval kan zijn. Onder welke voorwaarden kan dit op langere termijn een probleem worden? Ook vragen deze leden wat er bedoeld wordt met “spanning” tussen de beleidsambities van Nederland en Europa en de druk op de bedrijfsvoering van mobiele netwerkaanbieders. Hoe duidt de staatssecretaris deze conclusie? Welke “spanning” bestaat hier?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken het belang van participatie van bewoners. Hoewel het belang van sterke digitale infrastructuur zwaar weegt, hebben mensen het recht om bezwaar te maken op aanpassingen in hun fysieke ruimte. Hoe waarborgt de staatssecretaris dat recht, bijvoorbeeld in de implementatie van de gigabitinfrastructuurverordening? Welke maatregelen zijn er te nemen om het draagvlak voor noodzakelijke antenne-plaatsingen te behouden en vergroten? Deze leden vragen de staatssecretaris om op basis van actuele cijfers aan te geven hoe groot het draagvlak is voor antenne-plaatsingen in de fysieke leefomgeving en welke zorgen er zijn.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie achten het verstandig om het Antenneconvenant te vernieuwen. Deze leden vragen de staatsscretaris om nader toe te lichten met welke deelnemers zij dit wil doen en of ook de belangen van bewoners van woningcorporaties en hoogbouwwoningen worden vertegenwoordigd. Ook wijzen zij erop dat het Nationaal Antennebeleid uit 2000 komt, en daarmee flink verouderd dreigt te worden. Is er, naast het implementeren van de gigabitinfrastructuurverordening, nog meer nodig om het nationale beleid te actualiseren?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de staatssecretaris om duidelijk te maken waarom is besloten om precies de twee genoemde aanvullende maatregelen te verkennen. Acht de staatssecretaris deze maatregelen het meest kansrijk? Wanneer verwacht de staatssecretaris de uitkomsten van deze verkenning te kunnen delen? Heeft de staatssecretaris ook andere maatregelen overwogen, en zo ja, waarom worden deze niet verder verkend?
Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wanneer er volgens de staatssecretaris aanleiding is om aanvullende mogelijkheden voor knelpunten in de antenneplaatsing te onderzoeken. Op welke wijze dient de noodzaak hiertoe onderbouwd te worden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Kamerbrief over de schaarste aan antenne-opstelpunten en het onderliggende rapport van Dialogic. Hierover hebben zij nog een aantal vragen.
Wat de leden van de CDA-fractie betreft mogen we trots zijn op de hoge kwaliteit van de Nederlandse vaste en mobiele netwerken en moeten deze kwaliteit blijven koesteren. Deze netwerkkwaliteit is echter geen statisch gegeven, maar vergt voortdurende aandacht en investeringen. In dat kader is het goed dat de onderzoekers vooralsnog geen tekortkomingen in de netwerkdekking constateren en op landelijke schaal geen acute problemen zien bij het vinden van geschikte locaties voor antenne-opstelpunten. Tegelijkertijd roept dit de vraag op wat deze constatering betekent voor de toekomst. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Is onderzocht wat de toekomstige kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar antenne-opstelpunten zal zijn? Sluit die toekomstige vraag aan op de verwachte beschikbaarheid van geschikte locaties? Met andere woorden: dreigt er op termijn een mismatch te ontstaan tussen de groeiende netwerkambities en de fysieke ruimte die beschikbaar is voor antenne-opstelpunten?
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast enkele vragen over de voorgestelde aanvullende maatregelen. In het Dialogic-rapport wordt gesproken over zowel technische als niet-technische oplossingsrichtingen voor het uitbreiden van het netwerk. De technische oplossingsrichtingen liggen binnen de directe invloedsfeer van de mobiele netwerkoperators (MNO’s), maar worden niet genoemd in de Kamerbrief. Kan worden aangegeven of hierover wel gesprekken plaatsvinden met de MNO’s?
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast vragen over de niet-technische maatregelen. Zij merken op dat in het bijzonder twee maatregelen worden uitgelicht, namelijk het verruimen van de vergunningsvrije plaatsingsmogelijkheden en het vernieuwen van het antenneconvenant. Zij vragen om de effectiviteit van het verhogen van de grens voor vergunningsvrije plaatsing van vijf naar zeven meter nader toe te lichten, aangezien deze maatregel slechts beperkt aan bod komt in het rapport.
De leden van de CDA-fractie vragen voorts of, naast het vernieuwen van het antenneconvenant met onder andere de VNG voluit, ook wordt ingezet op betere landelijke coördinatie en communicatie richting gemeenten, onder meer door de voorbeeldnota antennebeleid actiever onder de aandacht te brengen. Daarnaast vragen de leden van de CDA-fractie of vereenvoudiging eveneens onderdeel zal zijn van het vernieuwde antenneconvenant.
De leden van de CDA-fractie vragen ook of commerciële vastgoedeigenaren en -beheerders nadrukkelijk worden betrokken bij de herziening van het antenneconvenant, aangezien juist deze partijen in hoogstedelijke gebieden een belangrijke rol kunnen spelen bij de beschikbaarheid van geschikte antennelocaties.
De leden van de CDA-fractie vragen verder naar de tijdslijn voor zowel het vernieuwen van het antenneconvenant als het verruimen van de mogelijkheden voor vergunningsvrije plaatsing. Is het mogelijk om het antenneconvenant uiterlijk dit jaar te moderniseren en te vereenvoudigen, aangezien het huidige convenant na dit jaar afloopt?
De leden van de CDA-fractie vragen ook welke wetgeving of regelgeving aangepast dient te worden om het verruimen van het vergunningsvrij plaatsen van antennes mogelijk te maken en op welk termijn kan dit geregeld kan worden. In hoeverre worden gemeentes en de VNG hierbij actief betrokken?
De leden van de CDA-fractie hebben tot slot nog een vraag over de Europese gigabitinfrastructuurverordening. Deze verordening verplicht overheidsinstanties om medewerking te verlenen aan redelijke verzoeken van mobiele netwerkoperators (MNO’s) voor het plaatsen van antenne-installaties op overheidsobjecten. De leden van de CDA-fractie vragen hoe het begrip “redelijk verzoek” in dit verband wordt geïnterpreteerd, aangezien dit begrip ruimte laat voor uiteenlopende interpretaties en daarmee kan leiden tot terughoudendheid bij decentrale overheden. Kan de staatssecretaris nader toelichten op basis van welke criteria wordt beoordeeld of sprake is van een redelijk verzoek?
De leden van de CDA-fractie vragen of de staatssecretaris daarnaast bereid is om, indien blijkt dat overheden onvoldoende medewerking verlenen aan de plaatsing van antenne-installaties, meer sturend of normerend op te treden.
De leden van de CDA-fractie vragen voorts of het Rijk via het Rijksvastgoedbedrijf zelf nadrukkelijker het goede voorbeeld kan geven door proactief geschikte locaties op rijksvastgoed beschikbaar te stellen voor de plaatsing van antenne-installaties. Is men daartoe bereidt en kan inzichtelijk gemaakt worden welke rijkslocaties hiervoor potentieel geschikt zijn?
II Antwoord / Reactie van de staatssecretaris