Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken - Cohesie 4-5 juni 2026 Nicosia (Kamerstuk 21501-08-1031)
Milieuraad
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D25593, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-02 14:48, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.F. van Meetelen, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken (PVV)
- Mede ondertekenaar: J.H.R. Moonen, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z10927:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-11 11:30 ⇒ Reeds geagendeerd voor het schriftelijk overleg op 28 mei over de Informele Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 4 en 5 juni 2026 (Besluit)
- 2026-05-28 14:30 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-28 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-28 14:00: Informele Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 4 en 5 juni 2026 (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-05-28 14:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-11 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat d.d. 26 mei 2026 inzake de Geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 4 en 5 juni 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1031) en de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat d.d. 23 maart 2026 inzake het Verslag Raad Algemene Zaken - Cohesie 26 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1029).
De voorzitter van de commissie,
Van Meetelen
Adjunct-griffier van de commissie,
Moonen
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda. Kan de minister specifiek toelichten wat haar inzet zal zijn als het gaat om de toegang van het Caribisch deel van ons koninkrijk tot Europese Unie (EU)-financiering (zowel Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als Curaçao, Aruba en Sint-Maarten)? Wat is de Nederlandse inzet voor wat ze terug willen zien over het Caribisch deel van ons Koninkrijk in de nieuwe strategie voor eilanden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding op de informele Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 4 en 5 juni 2026. Naar aanleiding van deze stukken hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens bovenstaande Raad onder andere zal gaan over de leefbaarheid van Europese regio’s op de termijn. Uiteraard ondersteunen deze leden het uitgangspunt van de ‘Right to Stay’ strategie dat beleid zo goed mogelijk aan moet sluiten bij de specifieke behoeften van regio’s. Denkt de minister in het kader hiervan dat de uitgangspunten van deze strategie het beste op nationaal, of op Europees niveau uitgewerkt kunnen worden? Wat kan Nederland in het verlengde hiervan doen om ervoor te zorgen dat nationaal en Europees beleid om regio’s te ondersteunen niet onnodig overlapt, maar juist elkaar versterkt? Is de minister daarnaast van plan om gebruik te maken van Europese wetgeving die het mogelijk maakt om de regeldruk in bepaalde regio’s te verminderen om economische groei aan te jagen? Hoe kijkt de minister in dit kader naar de mogelijkheid die artikel 25 (en verder) van de Industrial Accelerator Act bieden om bepaalde regio’s als national industrial manufacturing acceleration areas aan te wijzen? Tot slot vragen deze leden welke gevolgen de strategie heeft voor de onderhandeling in het kader van het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU.
De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat er tijdens de Raad stil zal worden gestaan bij de opkomende strategieën voor eilanden en kustgemeenschappen. Welke impact zullen deze strategieën hebben op Caribisch Nederland en op de Waddeneilanden? Hoe zorgt de minister dat deze eilanden maximaal baat hebben bij eventuele initiatieven die voortvloeien uit de strategieën, zonder dat daarbij afgeweken wordt van de onderhandelingspositie van Nederland in het kader van het MFK?
De leden van de VVD-fractie hebben tot slot nog enkele vragen over Europese initiatieven op het gebied van woningbouw. Een aantal burgemeesters van grote steden hebben er bij de voorzitter van de Europese Raad op aangedrongen om meer beleid op Europees niveau te creëren om de tekorten op de woningmarkt tegen te gaan. Hoe kijkt de minister aan tegen deze oproep? Is de minister het met deze leden eens dat woningbouw primair een nationale bevoegdheid dient te blijven en dat te allen tijde voorkomen dient te worden dat dit soort initiatieven leiden tot extra regeldruk, waardoor het juist lastiger wordt om aan de woningbouwopgave te voldoen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken Cohesie en hebben over deze agenda nog een aantal vragen.
De leden van de PVV-fractie lezen dat de Europese Commissie (EC) werkt aan een “Right to Stay”-strategie terwijl in het kader van het nieuwe MFK juist wordt gesproken over het onderbrengen van cohesiefondsen en andere fondsen in één Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP) per lidstaat. Deze leden vragen de minister hoe deze strategie zich verhoudt tot de voorgenomen herinrichting van het cohesiebeleid onder het nieuwe MFK. Zij vragen de minister hoe de aangekondigde “Right to Stay”-strategie concreet zal worden ingepast binnen de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen en of de lidstaten hierdoor verplicht kunnen worden om nationale of regionale middelen in te zetten voor door de Europese Commissie geformuleerde doelstellingen.
De leden van de PVV-fractie vragen de minister of Nederland straks verplicht kan zijn om een “Right to Stay”-agenda nationaal vorm te geven enkel omdat de Europese Commissie of een Eurocommissaris deze beleidslijn wenselijk acht. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat “Right to Stay” in de praktijk leidt tot extra Brusselse sturing op waar mensen zouden moeten wonen, werken of blijven en wanneer volgens de minister een “Right to Stay” dreigt te veranderen in een feitelijke “Obligation to Stay”.
De leden van de PVV-fractie vragen of de minister erkent dat dure Brusselse regels op het gebied van klimaat, energie, landbouw, bouwen en ondernemen de betaalbaarheid en leefbaarheid van regio’s onder druk zetten en hoe dit zich verhoudt tot de ambitie dat mensen in hun eigen regio moeten kunnen blijven wonen en werken. Deze leden verzoeken daarnaast of de minister bereid is zich in de onderhandelingen over het nieuwe MFK en de NRPP’s te verzetten tegen iedere poging om de “Right to Stay”-strategie te gebruiken als nieuwe grondslag voor hogere Nederlandse afdrachten, extra EU-fondsen of aanvullende Europese voorwaarden aan nationale beleidskeuzes.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid van 4 en 5 juni, waarin onder meer wordt gesproken over het zogenoemde “Right to Stay”: het recht om niet te hoeven verhuizen.
De leden van de BBB-fractie onderschrijven dat mensen in hun eigen regio moeten kunnen blijven wonen, werken, ondernemen en een toekomst opbouwen. Dat geldt niet alleen voor stedelijke regio’s, maar nadrukkelijk ook voor krimpregio's en het landelijk gebied. Juist daar staat het recht om te blijven onder druk. Niet omdat mensen weg willen, maar omdat wonen, ondernemen en boeren steeds moeilijker wordt gemaakt door stapeling van regels, ruimteclaims en juridische onzekerheid. Deze leden vragen de minister daarom hoe zij het “Right to Stay” precies duidt. Gaat dit volgens de minister alleen over toegang tot banen, voorzieningen en bereikbaarheid, of ook over het behoud van bestaande economische activiteiten, waaronder landbouwbedrijven, familiebedrijven en andere dragers van de regionale economie?
De leden van de BBB-fractie vragen de minister daarnaast om bij dit agendapunt expliciet in te brengen welke impact Natura 2000-gebieden en de daarmee samenhangende beperkingen kunnen hebben op het “Right to Stay”. Erkent de minister dat inwoners en ondernemers in en rond deze gebieden soms juist worden beperkt in hun mogelijkheden om te blijven wonen, werken, bouwen of boeren in hun eigen streek? Is de minister bereid om in Europees verband te benadrukken dat natuurbeleid niet mag leiden tot een sluipende verdringing van mensen en bedrijven uit het landelijk gebied?
De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe de minister kijkt naar het principe van een “Right to Farm”, zoals dat in Frankrijk steviger juridisch is verankerd. Acht de minister het wenselijk om ook in Nederland te onderzoeken hoe bestaande agrarische activiteiten beter kunnen worden beschermd tegen klachten, procedures en beperkingen die ontstaan doordat nieuwe bewoners of nieuwe functies zich vestigen in een gebied waar al generaties lang wordt geboerd?
Reactie van de minister van Buitenlandse Zaken