Verslag informele Telecomraad 29-30 april
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Brief regering
Nummer: 2026D25621, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-02 09:48, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 33-1204 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie.
Onderdeel van zaak 2026Z11267:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-03 11:00 ⇒ Reeds betrokken bij de inbreng verslag schriftelijk overleg Telecomraad (formeel, 9 juni 2026) op 29 mei 2026. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-29 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-29 12:00: Telecomraad (Formeel 9 juni 2026) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Digitale Zaken
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 11:00: Procedurevergadering Digitale Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Digitale Zaken
Preview document (đź”— origineel)
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1204 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Op 29 en 30 april 2026 vond de informele Telecomraad plaats. Met deze
brief bied ik uw Kamer het verslag van deze informele Telecomraad
aan.
De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
Verslag informele Telecomraad
Beleidsdebat I: versterken van toepassing van verantwoorde AI
Tijdens het eerste beleidsdebat vroeg het Cypriotisch voorzitterschap welke specifieke acties de lidstaten ondernemen om het gebruik van innovatieve, betrouwbare en ethische AI te bevorderen. Het Cypriotisch voorzitterschap onderstreepte het belang van samenwerking tussen de lidstaten om AI op verantwoorde en duurzame wijze te kunnen verspreiden in Europa. De Europese Commissie (hierna: Commissie) benoemde dat innovatie, toepassing en governance in de EU hand in hand moeten gaan. De vicepresident voor technologische soevereiniteit Henna Virkkunen onderstreepte een aantal goede voorbeelden van versnelling van AI-toepassing, zoals een Europees netwerk van meer dan 250 medische instellingen en overheden die participeren in digitale innovatie hubs om juridische documenten beter te analyseren. Daarnaast onderstreepte de Commissie het belang van AI-fabrieken en AI-gigafabrieken en het belang van coördinatie en samenwerking op het gebied van AI-toepassing.
Nederland benadrukte dat AI een positieve uitwerking kan hebben in verschillende sectoren en noemde enkele voorbeelden waarmee Nederland de bevordering van AI-toepassing stimuleert. In dit kader noemde Nederland de investering in de nationale AI-coalitie en de investering in het realiseren van AI-gedreven, proefdiervrije biomedische innovaties. Volgens Nederland is gecoördineerde en coherente actie tussen de overheid en industriële sectoren randvoorwaardelijk voor spoedige AI-toepassing. Nederland stelde dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft en dat de Nederlandse overheid daarom actief inzet op het bevorderen van digitalisering binnen de overheid.
Een groot aantal lidstaten deelde de ambitie om de inzet van betrouwbare AI te stimuleren. Er werden verschillende mogelijke instrumenten aangedragen om deze ambitie te realiseren. Een aantal instrumenten werd meermaals genoemd, waaronder het bevorderen van AI-toepassing en -kennis door ambtenaren, het belang van openbare aanbestedingen van verantwoorde AI, het ondersteunen van het MKB en het bieden van juridische zekerheid, het opzetten van de AI regulatory sandbox om met name het MKB te ondersteunen, het versterken van vaardigheden in algemene zin, het belang van data van goede kwaliteit en interoperabiliteit en het belang van investeringen in AI-infrastructuur via AI-antennes, AI-fabrieken en AI-gigafabrieken.
Beleidsdebat II: bescherming van kinderrechten online
Het Cypriotisch voorzitterschap introduceerde het tweede beleidsdebat met de notie dat de bescherming van kinderrechten online een dringende kwestie is. De Commissie benadrukte het belang van dit onderwerp, en noemde het groeiende bewijs voor de noodzaak van een online minimumleeftijd voor sociale media en verwees naar de blauwdruk van de Commissie voor leeftijdsverificatie. De Commissie vermeldde betreffende AI-gegenereerde content dat de regels voor AI-chatbots vanaf augustus van kracht worden. Verder dient de AI Omnibus nieuwe waarborgen te bevatten tegen Child Sexual Abuse (CSA)-materiaal op basis van generatieve AI.
Nederland benadrukte dat de bescherming van minderjarigen online een prioriteit is voor het kabinet. Nederland is voorstander van een Europese minimumleeftijd voor 15 jaar, zolang online platforms onveilig zijn voor kinderen. Harmonisatie en een EU gecoördineerde aanpak zijn daarbij van groot belang vanwege de grensoverschrijdende aard van de platformen en hun diensten. Nederland noemde het onderzoek dat momenteel uitgevoerd wordt naar de meest passende juridische verankering in bestaande EU-wetgeving inzake een minimumleeftijd en eventueel nationale mogelijkheden. De resultaten van dit onderzoek worden uiterlijk voor het zomerreces gepubliceerd. Nederland gaf aan bereid te zijn de resultaten te delen. Aanvullend is ingebracht dat het kabinet momenteel verkent of de EU-blauwdruk in Nederland geïmplementeerd kan worden of dat er andere mogelijkheden zijn voor implementatie van leeftijdsverificatie. Daarbij wordt rekening gehouden met de effectiviteit, handhaafbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van leeftijdsverificatie-instrumenten alsook fundamentele rechten zoals privacy, gegevensbescherming, non-discriminatie en digitale toegankelijkheid. Het kabinet verwacht de verkenning voor het zomerreces te hebben afgerond en zal de Kamer daarover informeren.
Tijdens de bijeenkomst heeft een meerderheid van lidstaten zich uitgesproken over de noodzaak van een gezamenlijke Europese aanpak om kinderen online beter te beschermen. Deze lidstaten zijn van mening dat een Europese benadering fragmentatie tegengaat, vertrouwen en interoperabiliteit bevordert, en bijdraagt aan juridische zekerheid voor online platformen en ouders, en ervoor zorgt dat instrumenten als online leeftijdsverificatie moeilijker te omzeilen zijn. Wel zijn er verschillende zienswijzen over de invulling van een Europese aanpak. Een groeiende groep lidstaten, waaronder Nederland, is voorstander van een Europese minimumleeftijd. Tegelijkertijd geeft een kleinere groep lidstaten de voorkeur aan het vaststellen van nationale maatregelen voor een minimumleeftijd voor sociale media, dan wel het behoud van flexibiliteit voor lidstaten. Deze lidstaten zijn niet per definitie tegen samenwerking in EU-verband, maar zijn van mening dat de aanpak gericht moet zijn op ondersteunende maatregelen of gezamenlijke standaarden voor leeftijdsverificatie.
Een aantal lidstaten verwelkomde de EU-blauwdruk en ziet dit als een Europese basis om nationaal op voort te bouwen. Een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, benadrukte de noodzaak van privacy-vriendelijke leeftijdsverificatie. Enkele lidstaten riepen op tot een toekomstbestendige en technologie-neutrale aanpak voor leeftijdsverificatie om ook toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.
Lunchdebat: bescherming Europese kritieke infrastructuur
Tijdens het lunchdebat is een gesprek gevoerd over de groeiende onderlinge afhankelijkheid van kritieke infrastructuren en de Europese inzet om de bijkomende risico’s en de impact van deze onderlinge afhankelijkheden te beperken. Een verstoring in één sector kan snel doorsijpelen naar andere sectoren, wat het belang onderstreept dat moet worden overwogen of de aanpak van risico’s over sectoren heen voldoende geïntegreerd is op EU-niveau. Vanuit de meeste lidstaten werd waardering geuit voor de bestaande inspanningen om de cross-sectorale zwaktes te identificeren, incidenten te voorkomen, informatie uit te wisselen en met elkaar response te oefenen, bijvoorbeeld in de context van samenwerking tussen EU lidstaten binnen Parallel and Coordinated Exercise (PACE). Hierbij benadrukten enkele lidstaten het belang van zeekabels.