Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over AccelerateEU – Energy Union (Kamerstuk 22112, nr. 4326)
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D25651, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-02 14:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei (CDA)
- Mede ondertekenaar: C.M. Teske, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z09432:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-28 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-19 17:00 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vastgesteld op 28 mei 2026 te 12.00 uur. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-19 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-05-28 12:00: AccelerateEU – Energy Union (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantal vragen en opmerkingen aan de minister voor Klimaat en Groene Groei voorgelegd over haar brief van 8 mei 2026 over AccelerateEU – Energy Union (Kamerstuk 22112, nr. 4326)
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
Adjunct-griffier van de commissie,
Teske
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II Antwoord / Reactie van de minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsappreciatie van AccelerateEU – Energy Union. Deze leden onderschrijven het belang van maatregelen die zowel op de korte termijn bijdragen aan een betaalbare energierekening voor huishoudens en bedrijven, als op de lange termijn de energietransitie versnellen. Juist de huidige geopolitieke spanningen laten opnieuw zien hoe kwetsbaar Europa nog altijd is door de afhankelijkheid van fossiele energie uit instabiele delen van de wereld.
Deze leden benadrukken dat versnelling van de energietransitie cruciaal is om Europa weerbaarder te maken tegen toekomstige prijsschokken en geopolitieke afhankelijkheden. Elke extra windmolen op zee, elk extra zonnepaneel op een dak en elke extra warmtepomp dragen bij aan meer energieonafhankelijkheid, lagere energiekosten en een sterker Europa.
De leden van de D66-fractie zijn daarom positief over de gecoördineerde Europese aanpak en lezen met instemming dat de minister zich in grote lijnen achter de mededeling schaart. Zij hebben daarbij nog wel enkele vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de minister momenteel geen noodzaak ziet om gebruik te maken van de mogelijkheid om af te wijken van de Europese vuldoelen voor gasopslag. Onder welke omstandigheden zou de minister dit wel overwegen?
Deze leden lezen dat de effectiviteit van het gezamenlijke Europese inkoopplatform voor gas momenteel moeilijk vast te stellen is, onder andere doordat niet inzichtelijk is of daadwerkelijk contracten zijn gesloten. Welke concrete verbeteringen wil de minister in Europees verband voorstellen om de transparantie, effectiviteit en strategische meerwaarde van dit gezamenlijke inkoopplatform te vergroten?
De leden van de D66-fractie lezen dat de minister het optimaliseren van de Europese olieraffinagecapaciteit steunt, mits daarbij ook rekening wordt gehouden met concurrentievermogen en bioraffinagecapaciteit. Begrijpen zij goed dat de minister vooral inzet op het optimaliseren van bestaande raffinagecapaciteit? Waarom ziet de minister deze crisis niet juist als aanleiding om versneld in te zetten op verdere opschaling van bioraffinage en andere duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen?
De leden van de D66-fractie lezen positief over de aangekondigde Europese catalogus met maatregelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie. Welke maatregelen uit deze catalogus is het kabinet voornemens over te nemen of verder uit te werken in Nederland?
Deze leden lezen dat de minister de Europese Commissie oproept om samen met bereidwillige lidstaten de mogelijkheden voor een heffing op eventuele overwinsten van olie- en gasbedrijven uit te werken. Begrijpen deze leden goed dat de minister hiermee uitvoering geeft aan de motie-Klaver/Paternotte over een Europese aanpak van overwinsten bij energiebedrijven (Kamerstuk 36 933, nr. 9)? Kan de minister toelichten welke concrete vervolgstappen het hierin nu in Europees verband gaat zetten?
De leden van de D66-fractie begrijpen de wens om de concurrentiepositie van de Europese industrie te beschermen, maar benadrukken dat verruiming van staatssteunregels niet mag leiden tot het in stand houden van fossiele afhankelijkheden. Kan de minister toezeggen dat eventuele verruiming van staatssteunkaders nadrukkelijk gericht blijft op verduurzaming en niet op langdurige ondersteuning van fossiele productieprocessen?
De leden van de D66-fractie begrijpen dat netcongestie en beperkte infrastructuur momenteel knelpunten vormen voor verdere elektrificatie. Tegelijkertijd delen zij de opvatting dat juist verdere elektrificatie cruciaal is voor de opschaling van wind op zee en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele energie. Hoe zorgt de minister ervoor dat knelpunten rond netcapaciteit niet leiden tot vertraging van elektrificatie, maar juist aanleiding zijn om versneld te investeren in infrastructuur, flexibiliteit en vraagontwikkeling?
De leden van de D66-fractie lezen dat de minister wil dat de eisen voor tijdige correlatie bij hernieuwbare waterstof later ingaan om de opschaling van elektrolyse te versnellen. Kan de minister nader toelichten waarom versoepeling van deze eisen noodzakelijk wordt geacht en hoe daarbij wordt gewaarborgd dat waterstofproductie daadwerkelijk bijdraagt aan extra duurzame elektriciteitsproductie en systeemintegratie?
De leden van de D66-fractie lezen dat de minister het hanteren van lagere energietarieven voor kwetsbare huishoudens niet uitvoerbaar acht. Kan de minister nader toelichten waarom dit volgens de minister niet uitvoerbaar is en welke technische of beleidsmatige knelpunten hieraan ten grondslag liggen?
Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet kijkt naar een hervorming van de energiebelasting waarbij de huidige degressieve tarieven worden vervangen door een meer vlak systeem, zodat elektriciteit structureel aantrekkelijker wordt ten opzichte van fossiele energie en grootverbruik minder sterk wordt bevoordeeld.
De leden van de D66-fractie begrijpen de terughoudendheid van de minister ten aanzien van nieuwe tijdelijke Europese fondsen, maar delen tegelijkertijd de analyse dat de verduurzaming van zowel de Europese als de Nederlandse industrie enorme investeringen vraagt. Welke alternatieven ziet de minister om deze investeringen voldoende op gang te brengen?
Welke rol ziet de minister voor de nog vorm te geven Nationale Investeringsinstelling bij het versnellen van investeringen in industriële verduurzaming, elektrificatie, waterstof en hoogwaardige klimaattechnologie in Nederland?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de kabinetsreactie en hebben hierover nog enkele vragen en aandachtspunten. Deze leden lezen in het voorstel van de Europese Commissie dat er acties moeten komen om de militaire brandstofinfrastructuur te versterken. Welke invloed zouden deze acties kunnen hebben voor de Nederlandse raffinaderijen? Is de minister bereid samen met hen te kijken op welke manier het versterken van de Nederlandse productiecapaciteit kan bijdragen aan het oplossen van dit Europees probleem?
De leden van de VVD-fractie lezen tevens dat het kabinet de Europese Commissie steunt om de olieraffinagecapaciteit te optimaliseren. Is de minister bereid in kaar te brengen welke nationale koppen zorgen voor een slechtere concurrentiepositie van Nederlandse raffinaderijen binnen de Europese Unie?
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat de Europese Commissie maatregelen voorbereid die zijn toegespitst op de energie-intensieve industrie. Deze leden ontvangen signalen met name uit de Chemische sector dat deze industrie het momenteel erg zwaar heeft door Chinese concurrentie. Op welke manier wil de minister zich in Europees verband inzetten om ervoor te zorgen dat deze concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van dumping uit China wordt verbeterd? Zijn er voor de minister specifieke maatregelen denkbaar binnen dit voorstel van de Europese Commissie om de hoge kostenstijging van productie binnen de Chemische industrie op te vangen?
De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het EU Grids Package dat de Europese Commissie voorstelt de onderhandelingen te versnellen en bestaande regels en initiatieven voortvarend te implementeren. Deze leden juichen dit ten zeerste toe. Voor welke maatregelen binnen de EU Grids package ziet de minister mogelijkheden om deze alvast voor te bereiden zodat de implementatie snel kan worden voltooid mocht er een onderhandelingsresultaat worden bereikt? Zij vragen hierbij met name aandacht voor de maatregelen die de vergunningsverlening van energie infrastructuurprojecten moet versnellen. Tevens heeft de Europese Commissie in het Grids Package een stikstofuitzondering voorgesteld voor de aanleg van elektriciteitsnetten. Deze leden vragen de minister of zij zich wil inzetten om deze uitzondering breder in te zetten naar andere vormen van energie-infrastructuur. Hoe ziet de minister daarbij de samenhang tussen het Grids Package, de Industrial Accelerator Act en de Envoironmental Omnibus. Biedt de Environmental Omnibus aanvullende ruimte om milieubeoordelingen voor industriële decarbonisatieprojecten, zoals CCS-infrastructuur, te versnellen?
De leden van de VVD-fractie lezen dat Europa voor 23% afhankelijk is van de import van kerosine, en juist die importstromen zijn vrijwel volledig gestaakt. Tegelijkertijd blijven duurzamere alternatieven op korte termijn uit. Op welke manier gaat de minister zich in Europees verband inzetten om te kijken hoe deze strategische onafhankelijkheid kan worden afgebouwd? Deelt de minister de mening dat een verdere vermindering van raffinagecapaciteit in Europa zorgt voor meer afhankelijkheid op de lange termijn?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering over AccelerateEU – Energy Union en hebben daarover enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie onderstrepen de noodzaak van maatregelen om de economische gevolgen van de situatie in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen het hoofd te bieden. Zij ondersteunen de inzet op tijdige, gerichte en tijdelijke maatregelen en de focus op het beschermen van consumenten en industrie, het versterken van het energiesysteem en het versnellen van de energietransitie.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie de beschikbare olie- en raffinagecapaciteit nader in kaart wil brengen en aanvullende maatregelen wil identificeren om deze capaciteit op Europees niveau te optimaliseren. Deze leden vragen de minister op welke wijze zij in de Nederlandse context aandacht zal besteden aan het belang van voldoende raffinagecapaciteit en welke rol Nederland daarin voor zichzelf ziet weggelegd. Daarbij vragen zij specifiek welk belang de minister hecht aan voldoende raffinagecapaciteit in relatie tot de leveringszekerheid van brandstoffen en de militaire gereedheid van Nederland en Europa. Tevens vernemen deze leden graag hoe de minister zich er in Europees verband voor zal inzetten dat de productie van biobrandstoffen binnen de Europese Unie wordt versterkt, zodat de afhankelijkheid van import van buiten de EU wordt verminderd en de strategische autonomie van de Unie wordt vergroot.
De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie een catalogus heeft gepresenteerd met maatregelen gericht op energiebesparing, het stimuleren van eigen energieproductie en het vergroten van de efficiëntie van het energiesysteem. Zij vragen de minister te reageren op de maatregelen uit deze catalogus en aan te geven welke voorstellen de minister steunt en op welke wijze deze in de Nederlandse context kunnen worden toegepast.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Commissie tevens werkt aan gerichte aanpassing van de criteria voor hernieuwbare waterstof en een consultatie over de regels voor waterstof geproduceerd met kernenergie. Deze ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de toekomstige ontwikkeling van de Europese en Nederlandse waterstofmarkt. Deze leden vragen de minister wat haar verwachtingen zijn ten aanzien van deze aanpassingen en op welke wijze Nederland zich zal inzetten in de verdere Europese besluitvorming hierover?
De leden van de CDA-fractie zijn tevreden met het feit dat de minister het belang van de opschaling van biomethaan en de kansen die dit voor de landbouwsector biedt onderstreept. Deze leden onderschrijven het belang van versnelde vergunningverlening voor de ruimtelijke inpassing van projecten. Zij vragen de minister welke concrete acties zij neemt om bestaande knelpunten voor de productie, infrastructuur en vergunningverlening van groen gas weg te nemen en verdere opschaling mogelijk te maken.
De leden van de CDA-fractie merken op dat Nederland het uitgangspunt ondersteunt om elektriciteit fiscaal gunstiger te behandelen dan fossiele energieproducten. Tegelijkertijd wijst de minister er terecht op dat de Nederlandse energiebelasting degressieve tarieven kent, waardoor de budgettaire en beleidsmatige gevolgen van een dergelijke aanpassing aanzienlijk kunnen zijn. Deze leden vragen de minister wanneer zij verwacht meer duidelijkheid te kunnen geven over de concrete gevolgen van het aangekondigde wetsvoorstel voor de Nederlandse energiebelasting en de mogelijke impact daarvan voor huishoudens en bedrijven.
De leden van de CDA-fractie merken op dat maatregelen ten aanzien van energiebelastingen een aanpassing van de Richtlijn Energiebelastingen vereisen, waarvoor normaliter besluitvorming op basis van unanimiteit geldt. Zij lezen dat echter nog onduidelijk is welke procedure de Europese Commissie voor ogen heeft bij de verdere uitwerking van deze voorstellen. Deze leden vragen de minister of er inmiddels meer duidelijkheid is over de beoogde besluitvormingsprocedure en wanneer zij hierover meer duidelijkheid verwacht te kunnen geven aan de Kamer?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei inzake AccelerateEU – Energy Union. Deze leden onderschrijven dat Nederland en Europa hun energievoorziening weerbaarder moeten maken tegen geopolitieke schokken. Betaalbare en betrouwbare energie is van vitaal belang voor Nederland. Juist daarom hebben deze leden zorgen over de richting van de Europese Commissie en de positieve grondhouding van het kabinet. De energiecrisis mag niet worden gebruikt om nationale bevoegdheden over energie, belastingen, strategische voorraden en infrastructuur stap voor stap naar Brussel te verschuiven.
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie de situatie in het Midden-Oosten aangrijpt voor een breed pakket aan maatregelen op het terrein van olie, gas, kerosine, staatssteun, elektrificatie, netwerktarieven, energiebelasting en investeringen. Hoewel het kabinet spreekt over een mededeling en deze brief het reguliere BNC-fiche vervangt, kondigt de Europese Commissie wel degelijk wetgevende en niet-wetgevende maatregelen aan. Deze leden vernemen graag welke maatregelen kunnen leiden tot nieuwe wetgeving en verzoeken de minister voor deze maatregelen alsnog een BNC-fiche aan de Kamer te doen toekomen.
De leden van de JA21-fractie zien het belang van praktische samenwerking tussen lidstaten bij een grensoverschrijdende energiecrisis. Tegelijkertijd mag samenwerking niet betekenen dat Nederland zeggenschap verliest over gasopslag, strategische olievoorraden, kerosine, diesel en nationale noodmaatregelen. Wat verstaat de minister precies onder een sterkere coördinerende rol van de Europese Commissie bij gasopslag en olievoorraden? Kan de minister uitsluiten dat de Europese Commissie via deze crisisrespons meer zeggenschap krijgt over nationale vuldoelen, de timing van gasinkopen of de vrijgave van strategische voorraden? Wie beslist uiteindelijk over de inzet van Nederlandse strategische olievoorraden?
De leden van de JA21-fractie vragen waarom het kabinet positief staat tegenover verdere verbetering van het Europese gezamenlijke inkoopplatform voor gas, terwijl de effectiviteit daarvan moeilijk vast te stellen is. Hoeveel gas is aantoonbaar via dit platform ingekocht, tegen welke prijsvoordelen en met welke effecten op de leveringszekerheid? Indien deze gegevens ontbreken, waarom wordt dan niet eerst geëvalueerd voordat de rol van het platform wordt uitgebreid?
De leden van de JA21-fractie vragen verder welke scenario’s klaarliggen bij een aanhoudende verstoring van kerosine- en dieselleveranties. Welke sectoren krijgen prioriteit bij schaarste? Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd? Welke rol spelen Nederlandse raffinagecapaciteit, strategische opslag en haveninfrastructuur in deze scenario’s? Kan de minister hierbij uitsluiten dat Nederlandse raffinagecapaciteit, opslagcapaciteit of doorvoercapaciteit onder Europese coördinatie feitelijk wordt ingezet om tekorten elders in de EU op te vangen, ook wanneer dit ten koste gaat van Nederlandse leveringszekerheid?
Ten aanzien van militaire brandstofinfrastructuur vragen deze leden waarom de Europese Commissie hier een rol voor zichzelf ziet. Ligt dit niet primair bij de NAVO en de lidstaten? Is de minister bereid in EU-verband als rode lijn te hanteren dat de EU geen parallelle defensie- of brandstofinfrastructuur moet optuigen naast bestaande NAVO-structuren?
De leden van de JA21-fractie vinden dat huishoudens en bedrijven beschermd moeten worden tegen onbetaalbare energie. De eerste prioriteit moet zijn: voldoende aanbod, lagere lasten en betrouwbare energie. Deze leden zien echter dat de Europese Commissie ook hier stuurt op energiebesparing, hernieuwbare energie en EU-richtsnoeren voor nationale maatregelen. Kan de minister aangeven welke nationale beleidsruimte Nederland behoudt bij steun aan huishoudens en bedrijven? Hoe voorkomt de minister dat ogenschijnlijk vrijblijvende Europese richtsnoeren, catalogi en ‘best practices’ op termijn gaan functioneren als ‘soft law’ waaraan nationale noodmaatregelen feitelijk worden getoetst?
Het kabinet stelde in de consultatiereactie dat een tijdelijk crisiskader voor staatssteun in algemene zin nu nog niet noodzakelijk is. Kan de minister aangeven of dat nog steeds de Nederlandse positie is, voor welke sectoren Nederland wel gerichte aanpassingen wil en welke budgettaire plafonds en einddata daarbij worden gehanteerd?
De leden van de JA21-fractie vragen verder of het kabinet zich verzet tegen een EU-brede overwinstbelasting op olie- en gasbedrijven indien die investeringen schaadt. Kan de minister uitsluiten dat een dergelijke belasting zonder Nederlandse instemming wordt ingevoerd?
De leden van de JA21-fractie zijn niet tegen verduurzaming wanneer deze betaalbaar, betrouwbaar en uitvoerbaar is. Zij waarschuwen echter voor een eenzijdige nadruk op elektrificatie, terwijl Nederland kampt met ernstige netcongestie. Leveringszekerheid vraagt om technologieneutraliteit, niet om een Brusselse voorkeursroute.
Deze leden vragen of de minister kan uitsluiten dat een Europese elektrificatiedoelstelling leidt tot bindende nationale verplichtingen, hogere lasten of extra regeldruk. Zal Nederland zich verzetten tegen bindende doelen zolang de netcapaciteit tekortschiet? Wat betekent versnelde elektrificatie concreet voor huishoudens en bedrijven die voorlopig niet kunnen elektrificeren? Loopt Nederland hiermee niet het risico dat delen van de industrie verder uit Nederland en Europa verdwijnen?
De leden van de JA21-fractie vragen wat het wegnemen van barrières voor elektrificatietechnieken concreet zal betekenen voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet en kernenergie.
De leden van de JA21-fractie vragen wat het concreet betekent dat elektriciteit lager belast zou moeten worden dan gas. Worden huishoudens die voorlopig afhankelijk blijven van gas hierdoor zwaarder belast? Wie betaalt de budgettaire derving als de elektriciteitsbelasting wordt verlaagd? Kan de minister uitsluiten dat middeninkomens, mkb’ers en huishoudens zonder reële overstapmogelijkheid opnieuw de rekening betalen? Kan de minister bevestigen dat aanpassing van de Richtlijn Energiebelastingen unanimiteit vereist? Kan de minister uitsluiten dat Nederland instemt met of zich neerlegt bij een procedure waarmee nationale fiscale bevoegdheden op het terrein van energiebelasting via de achterdeur naar Europees niveau worden verschoven?
De leden van de JA21-fractie vragen wat concreet het versnellen van het Grids Package betekent. Voor welke opties binnen het Grids Package gaat dit kabinet pleiten? En welke gevolgen heeft dit voor TenneT, regionale netbeheerders, Autoriteit Consument & Markt (ACM) en Nederlandse vergunningprocedures?
De leden van de JA21-fractie constateren dat de Europese Commissie spreekt over zeer omvangrijke investeringsbehoeften en inzet op EU-middelen, private financiering, ETS-opbrengsten en een Investment Booster. Deze leden zijn kritisch op elke constructie waarbij Nederland via EU-fondsen, ETS-rechten of herallocatie van middelen financieel wordt benadeeld. Kan de minister aangeven welk deel van de door de Europese Commissie geraamde investeringsopgave van circa 660 miljard euro per jaar naar verwachting op Nederland neerkomt, welk deel publiek en privaat moet worden gefinancierd en welke aannames daarbij worden gehanteerd? Kan de minister garanderen dat AccelerateEU niet leidt tot hogere Nederlandse EU-afdrachten, nieuwe gezamenlijke schulden, nieuwe EU-fondsen of afroming van Nederlandse ETS-inkomsten? Waar komen de aangekondigde 400 miljoen emissierechten voor de Investment Booster vandaan, wat is de marktwaarde daarvan en wat zijn de gevolgen voor Nederland?
De leden van de JA21-fractie vragen of de minister bereid is zich te verzetten tegen nieuwe tijdelijke of permanente EU-fondsen die onder het mom van crisisrespons worden opgericht. Kan de minister als rode lijn hanteren dat Nederlandse ETS-opbrengsten primair beschikbaar moeten blijven voor Nederlandse lastenverlichting, energie-infrastructuur en concurrentiekracht?
De leden van de JA21-fractie vinden het te beperkt om te stellen dat de mededeling geen directe financiële gevolgen heeft. De aangekondigde vervolgstappen kunnen wel degelijk grote indirecte en structurele kosten veroorzaken. Kan de minister per vervolgvoorstel aangeven welke financiële risico’s bestaan? Kan de minister toezeggen dat Nederland geen politieke steun geeft aan voorstellen waarvan de financiële gevolgen nog niet volledig in kaart zijn gebracht?
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de minister voorkomt dat Europa fossiele afhankelijkheid vervangt door nieuwe afhankelijkheden van derde landen voor kritieke grondstoffen, batterijen, zonnepanelen, windturbines, elektrolysers en andere technologie. Leveringszekerheid betekent niet alleen minder olie- en gasimport, maar ook minder strategische kwetsbaarheid elders in de keten. Kan de minister toezeggen dat Nederland geen voorstellen steunt die de Nederlandse energiezekerheid verzwakken of nationale zeggenschap onnodig naar Brussel verschuiven?
De leden van de JA21-fractie blijven zich ook zorgen maken om de concurrentiekracht. Kan de minister kwantificeren wat de verwachte gevolgen van de voorgestelde maatregelen zijn voor de concurrentiepositie van de Nederlandse energie-intensieve industrie ten opzichte van andere EU-lidstaten, de Verenigde Staten en China?
II Antwoord / Reactie van de minister