De rol van vrijwilligers in de archeologie
Nieuwe visie cultuurbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D25683, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-03 16:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van kamerstukdossier 32820 -574 Nieuwe visie cultuurbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11290:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-11 10:00: Erfgoed (Commissiedebat), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid
Nr. 574 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Tijdens het Wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 sprak uw Kamer de zorg
uit dat de professionalisering in de archeologische sector ertoe heeft
geleid dat vrijwilligers in de archeologie onvoldoende ruimte krijgen.
Uw Kamer gaf ook aan dat ten onrechte zou worden aangenomen dat zij
minder goed voor dit erfgoed kunnen zorgen. Mijn ambtsvoorganger Moes
heeft vervolgens toegezegd hier schriftelijk nader op in te gaan. Bij
deze doe ik deze toezegging gestand.
De positie van vrijwilligers in het archeologiestelsel
Ondanks dat het archeologisch onderzoek in Nederland – en veel andere Europese landen – de afgelopen decennia sterk geprofessionaliseerd is, spelen vrijwilligers in de archeologie nog altijd een belangrijke en waardevolle rol in het stelsel. In het hele land zetten zij zich in voor het opsporen, documenteren, beschermen en presenteren van archeologisch erfgoed op land en onder water. Ze helpen mee bij commerciële opgravingen en andere vormen van (veld)onderzoek, het registreren van vondsten en het beheren van collecties en geven vanuit hun eigen interesse en drijfveren invulling aan (zelfstandig) onderzoek naar het verleden. Via allerlei educatieve activiteiten, zoals lezingen en excursies, maken zij de verhalen uit de bodem toegankelijk voor een breed publiek en dragen zo bij aan het draagvlak voor erfgoedzorg.
Om te garanderen dat vrijwilligers een actieve rol kunnen blijven spelen, spant mijn ministerie zich reeds geruime tijd in om de positie van vrijwilligers in de archeologie te versterken. Uw Kamer werd hierover de afgelopen jaren geïnformeerd in diverse brieven.1 In het kader van de ratificatie van het Verdrag van Faro wordt bovendien extra inzet gepleegd op het verkennen hoe participatie in de archeologie verder vorm kan krijgen.
Het belang van goede zorg voor archeologisch erfgoed
Het archeologisch bodemarchief is een belangrijke bron van kennis over het menselijk verleden. Dit archief is als bron echter niet oneindig: wanneer een archeologische vindplaats wordt verstoord, kan de oorspronkelijke context nooit meer worden hersteld. Het is juist deze context die essentieel is om het verhaal dat in de bodem ligt opgeslagen te kunnen onderzoeken, reconstrueren en delen.
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw riepen zowel professionele als vrijwillige archeologen, in heel Europa, daarom op tot betere bescherming van het archeologisch erfgoed. Vindplaatsen gingen in hoog tempo en op grote schaal verloren als gevolg van de toenemende verstedelijking en bijbehorende, grootschalige bodemingrepen. In 1992 leidde dit tot het Verdrag van Valletta (vaak aangeduid als het Verdrag van Malta), dat door Nederland en 18 andere landen werd ondertekend.2 Inmiddels zijn er 45 landen bij dit verdrag aangesloten.
Kernpunten uit het verdrag zijn het streven naar het behoud van archeologische vindplaatsen in de bodem (in situ) en de plicht om deze te laten onderzoeken en documenteren, wanneer dat niet mogelijk is. Net als het vergraven van een vindplaats in het kader van een bouwactiviteit, leidt ook het archeologisch opgraven ervan tot vernietiging. Zulke opgravingen zijn dus onderdeel van een onomkeerbaar proces en moeten met de grootste zorgvuldigheid worden uitgevoerd. Conform het Verdrag van Valletta mag dit daarom alleen worden gedaan op wetenschappelijke wijze, door gekwalificeerde personen die daarvoor toestemming hebben gekregen. De uitgangspunten van het verdrag zijn geïmplementeerd via de (voorlopers van de) Erfgoedwet en de Omgevingswet.
Niet iedereen mag archeologisch onderzoek uitvoeren
In de praktijk betekent het bovenstaande, dat alleen iemand die een opleiding tot archeoloog heeft gevolgd en werkzaam is bij een instelling die is gecertificeerd voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek, een archeologische opgraving mag uitvoeren. Wel mogen vrijwilligers deelnemen aan dergelijke opgravingen door gecertificeerde partijen, omdat zij hun werkzaamheden dan uitvoeren onder toezicht van een professionele archeoloog.
Het belang van vrijwilligers in de archeologie, die zelf onderzoek willen verrichten, wordt ook duidelijk erkend in de Erfgoedwet. Deze bevat namelijk een aantal uitzonderingen op het opgravingsverbod, die in samenspraak met de vrijwilligers tot stand zijn gekomen. Het opgravingsverbod is bijvoorbeeld niet van toepassing op de activiteiten van metaaldetectoramateurs, zolang zij (onder andere) niet dieper dan 30 cm onder het maaiveld graven. Daarnaast mogen vrijwilligers opgravingen uitvoeren op terreinen waarvan het college van burgemeester en wethouders heeft vastgesteld dat nader archeologische onderzoek niet is vereist.
Vrijwilligers in de onderwaterarcheologie kunnen bij de minister van OCW een ontheffing van het opgravingsverbod aanvragen voor het verrichten van kleine onderzoekshandelingen.
Net als aan archeologisch onderzoek dat professioneel wordt uitgevoerd, zijn, in het belang van de archeologische monumentenzorg, aan de uitzonderingen voor vrijwilligers specifieke voorwaarden verbonden. Het overtreden van het opgravingsverbod, of van de voorwaarden die horen bij een uitzondering daarop, leidt onherroepelijk tot verlies van archeologische vindplaatsen en informatie. Het is dan ook van belang om hier strikt op te handhaven.
De gevolgen van illegale opgravingen
Er zijn diverse voorbeelden van de negatieve gevolgen van archeologische opgravingen die worden uitgevoerd door personen die daar niet voor gekwalificeerd zijn.
In Heumen (provincie Gelderland) werd in 2018 een zeldzaam wagengraf uit circa 450 v.Chr. illegaal opgegraven.3 Een metaaldetectorzoeker groef een kuil van circa 60 cm (veel dieper dus dan de toegestane 30 cm) om een kluwen van ijzer en brons naar boven te halen. Later bleek het te gaan om onderdelen van een zeer zeldzame strijdwagen. Omdat deze vondst ondeskundig werd geborgen, kon de precieze ligging van de objecten niet meer worden vastgesteld. Hierdoor is belangrijke en unieke informatie over het grafritueel en de datering van het graf onherroepelijk verloren gegaan. De zaak leidde tot een strafrechtelijk onderzoek en een veroordeling via het Openbaar Ministerie (OM).
In Meerlo (provincie Limburg) werd, eveneens in 2018, met een graafmachine illegaal het wrak van een Britse Supermarine Spitfire opgegraven, die daar op 28 mei 1944 was neergestort.4 Onder andere zuurstoftanks, het motorblok, landkaarten, een parachute en een reddingsvest werden geborgen. Dat daarbij niet alleen uit interesse werd gehandeld, bleek uit het feit dat diverse onderdelen te koop werden aangeboden, iets wat onder het Verdrag van Valletta ten strengste verboden is. De verstoring van de vindplaats leidde tot verlies van informatie die belangrijk is om vast te stellen wat zich heeft afgespeeld tijdens, voorafgaand en direct na het neerstorten van het vliegtuig. Hiermee is niet alleen kennis over een belangrijke periode in onze geschiedenis verloren gegaan, maar is ook de mogelijkheid verdwenen voor de nabestaanden om meer te weten te komen over wat zich op die bewuste dag precies heeft afgespeeld. De rechter – die de betrokkenen in 2022 veroordeelde tot taakstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf – stelde bovendien dat hier tevens sprake is van diefstal, omdat de resten van het vliegtuig formeel eigendom zijn van het Verenigd Koninkrijk.
Dit soort activiteiten spelen zich niet alleen op land af, maar ook onder water. Het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld de casus van het Palmhoutwrak, waarover regisseur Arnold van Bruggen voor de NTR de goed bekeken documentaire De jurk en het scheepswrak maakte. Sportduikers hebben hier in hun enthousiasme veel vondsten naar boven gehaald, waarbij grote delen van de constructie van het schip flink zijn beschadigd.5 Doordat er diepe kuilen in het wrak zijn gegraven en grote objecten zijn verwijderd, is bovendien verdere erosie opgetreden, waardoor het schip en de inhoud verder beschadigd zijn geraakt. De vondsten zelf zijn in meer of mindere mate beschadigd, doordat ze onprofessioneel zijn behandeld. Ook de context van de vondsten binnen het schip is niet gedocumenteerd, waardoor veel belangrijke informatie verloren is gegaan en verschillende vragen aanzienlijk lastiger – of misschien wel nooit meer – beantwoord zullen kunnen worden, zoals vragen over de herkomst van de lading, waaronder de beroemde jurk.
Samenwerking leidt tot waardevol onderzoek
Gelukkig zijn er ook vele voorbeelden waarbij vondsten die worden gedaan door vrijwilligers in de archeologie juist bijdragen aan een goede omgang met archeologische resten en het opbouwen van kennis over ons verleden. Deze voorbeelden laten zien dat daarbij vooral de samenwerking tussen vrijwillige en professionele archeologen cruciaal is.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij het onderzoek naar Doggerland, de grootste archeologische vindplaats van Europa. Hier leefden mensen vanaf circa 900.000 tot 8000 jaar geleden, toen het gebied onder de Noordzee verdween.6 De talloze unieke en uitzonderlijk goed geconserveerde voorwerpen en fossielen van Doggerland, worden al decennialang door vrijwilligers verzameld. Omdat zij steeds vaker contact zochten met professionele archeologen, is een grote groep zoekers en wetenschappers met elkaar verbonden geraakt via diverse (informele) netwerken, waarin vondsten worden gedaan, gedeeld en onderzocht. Dit heeft geleid tot spectaculaire ontdekkingen, zoals botfragmenten van de eerste Neanderthaler en van de oudste moderne mens die in Nederland zijn aangetroffen. De verzamelaars zijn onmisbaar voor diverse grote onderzoeksprojecten die worden uitgevoerd door bijvoorbeeld Naturalis, Universiteit Groningen en het RMO, waarin zij worden betrokken als volwaardige onderzoekers. De vondsten van Doggerland worden regelmatig (inter)nationaal belicht. Zo wijdde het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) er in 2021 een grote tentoonstelling aan en verschenen er artikelen in de vermaarde wetenschappelijke tijdschriften Antiquity en Nature.
Ook twee omvangrijke metaalvondsten uit de Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n.Chr.) die door metaaldetectoramateurs werden gedaan in Bunnik7 (2023, provincie Utrecht, ruim 400 gouden en zilveren munten) en Buggenum8 (2023, provincie Limburg, ruim 4000 koperen munten) getuigen van de meerwaarde van dergelijke vormen van samenwerking. Doordat de personen die deze munten aantroffen hun vondsten snel hebben gemeld bij officiële instanties, konden ze met passende wetenschappelijke technieken (gedeeltelijk nog in situ) worden onderzocht en geconserveerd. Het onderzoek naar de munten heeft diverse nieuwe inzichten opgeleverd, bijvoorbeeld rondom de belangrijke rol die de Neder-Germaanse limes (de toenmalige grens van het Romeinse rijk) speelde voor de Romeinse invasies van Britannia (het tegenwoordige Engeland). De munten zijn bovendien toegankelijk geworden voor het brede publiek, doordat ze zijn opgenomen in de vaste tentoonstellingen van respectievelijk het RMO en het Limburgs museum.
Een ander mooi voorbeeld is de zoektocht naar de plek waar de slag bij Ane (provincie Overijssel) heeft plaatsgevonden.9 Hier werd in 1227 het leger van de bisschop van Utrecht verslagen door een troepenmacht van Drentse boeren. Deze slag was onderdeel van een reeks historische gebeurtenissen die bepalend zijn geweest voor de identiteit van het noordoosten van het huidige Nederland. Ondanks het belang van deze historische veldslag, is er in wetenschappelijke kringen nooit breed onderzoek naar gedaan. Een lokaal initiatief van een groep vrijwilligers om de exacte plek van de veldslag te lokaliseren, heeft er inmiddels toe geleid dat een brede groep van vrijwilligers en wetenschappers gezamenlijk onderzoek uitvoert. Extra bijzonder hierbij is de samenwerking tussen lokale metaaldetectorzoekers en veteranen van de stichting Recovery on the Battlefield. Deze organisatie helpt veteranen en militairen bij herstel en re-integratie door hen te laten deelnemen aan archeologische projecten op historische slagvelden.
De maritieme archeologie kent ook tal van goede voorbeelden. Zoals het onderzoek dat de Stichting Archeos Fryslân uitvoert naar het Double Dutch-wrak bij Kornwerderzand (provincie Friesland).10 Vrijwilligers van de stichting hebben dit wrak in 2023 onderzocht en daarbij hun waarnemingen en beeldmateriaal gedeeld en besproken met experts van de RCE. Op deze manier konden uitspraken worden gedaan over het soort schip (vermoedelijk een 17e eeuw Nederlands ‘katschip’ dat werd gebruikt voor houttransporten vanuit Noorwegen), de fysieke kwaliteit van de vindplaats en eventuele bedreigingen. In overleg met de lokale overheid is afgesproken dat de vrijwilligers een grote rol kunnen gaan spelen in het afdekken (met steigergaas beschermen) van de vindplaats en het monitoren daarvan. Bovendien heeft museum het Hannemahuis in Harlingen aangegeven graag de vondsten van het onderzoek op te willen nemen in een tentoonstelling.
Ook de hierboven genoemde casus van het Palmhoutwrak kent positieve kanten. Naar aanleiding hiervan zijn het contact en de samenwerking tussen professionele archeologen en diverse vrijwillige duikers op Texel geïntensiveerd en sterk verbeterd. De zaak heeft ook bijgedragen aan het creëren van de hierboven genoemde mogelijkheid om ontheffing van het opgravingsverbod te verlenen aan vrijwilligers in de onderwaterarcheologie, waarmee zij zelfstandig kleine onderzoekshandelingen kunnen verrichten en een grotere bijdrage kunnen leveren aan de erfgoedzorg.
Tot slot
Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat de inzet van vrijwillige archeologen van grote waarde is voor het beschermen, behouden en onderzoeken van archeologisch erfgoed. Wekelijks zijn vrijwilligers actief op opgravingen, uitgevoerd door professionele bedrijven of voeren ze zelfstandig onderzoek uit binnen de ruimte die het archeologisch bestel daarvoor biedt. Ik hecht er veel waarde aan dat zij een dergelijke actieve rol kunnen blijven spelen.
Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
O.a Kamerstuk 32820, nr. 528, Kamerstuk 32820, nr. 564, Kamerstuk 32820, nr. 544, Kamerstuk 32820, nr. 565.↩︎
Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (herzien), Raad van Europa, Valletta, 16-01-1992.↩︎
https://www.inspectie-oe.nl/actueel/nieuws/2023/06/06/om-bestraft-illegale-opgraving.↩︎
https://www.inspectie-oe.nl/actueel/nieuws/2022/11/29/illegale-archeologische-opgraving-spitfire.↩︎
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2025: De BZN17 op koers! Perspectieven voor onderzoek en behoud van de BZN17 – ‘het Palmhoutwrak’, Amersfoort.↩︎
Amkreutz, L., Van der Vaart-Verschoof, S. (red), 2021: Doggerland. Verdwenen wereld in de Noordzee, Sidestone Press, Leiden.↩︎
https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2025/01/27/grote-muntvondst-uit-romeinse-tijd-in-bunnik.↩︎
https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2025/12/10/romeinse-muntvondst-van-buggenum.↩︎
https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/17296460/groot-wetenschappelijk-onderzoek-naar-slag-bij-ane-gestart-geen-lokaal-knokpartijtje↩︎
https://sites.google.com/view/stichtingarcheosfryslan/double-dutch-scheepswrak-kornwerderzand↩︎