Reactie op verzoek commissie inzake een afschrift van het antwoord op de brief van Lentis cs. over toepassing van de Wet DBA binnen de geestelijke gezondheidzorg
Geestelijke gezondheidszorg
Brief regering
Nummer: 2026D25728, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-06-03 14:04, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 25424 -785 Geestelijke gezondheidszorg.
Onderdeel van zaak 2026Z11299:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-16 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
25424 Geestelijke gezondheidszorg
34036 Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties)
Nr. 785 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Naar aanleiding van het verzoek van de Tweede Kamer om een afschrift te krijgen van het antwoord op de brief van Lentis cs. 2025 over toepassing van de Wet DBA binnen de geestelijke gezondheidzorg, informeert het kabinet de Tweede Kamer als volgt.
Lentis cs. vraagt in de brief om een oplossing voor de gevolgen die de wet DBA heeft voor de toegankelijkheid en continuïteit van de geestelijke gezondheidszorg in Noord-Nederland. Zij geven uitdrukkelijk aan de doelstelling van de wet DBA te onderschrijven. Het uitvoeren van de wet DBA vergroot echter de bestaande personeelstekorten en resulteert daarmee volgens hen in een spanning met het nakomen van de zorgplicht.
Naar aanleiding van deze brief heeft het kabinet de volgende stappen ondernomen.
Op 2 februari heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken zorginstellingen, vertegenwoordigers van de grootste verzekeraars in de regio en ambtenaren van de ministeries van VWS, SZW en Financiën/de Belastingdienst. In het gesprek kwam aan de orde dat de problematiek breder is dan alleen de wet DBA. Lentis cs. benadrukten in dit gesprek dat in de regio Noord-Nederland sprake is van een urgente situatie. Door een tekort aan regiebehandelaren staat de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van de cruciale ggz (crisiszorg) in Noord-Nederland onder grote druk, waarbij naleving van de wet DBA – en het niet inzetten van zelfstandigen – leidt tot een zorgplichtprobleem.
In het gesprek is expliciet onderkend dat partijen (zorgaanbieders, zorgverzekeraars, beroepsgroepen en overheidspartijen) elkaar nodig hebben om oplossingen te vinden voor de door Lentis cs. geschetste problematiek hoe het aantal beschikbare regiebehandelaren bij de kerninstellingen te vergroten.
Tijdens het gesprek zijn verschillende oplossingsrichtingen besproken, met name voor de middellange termijn, waaronder de uitvoering van de AZWA-afspraken rond arbeidsmarkt ggz.
Naar aanleiding van het gesprek is de problematiek rond bemensing van cruciale ggz bij kerninstellingen in Noord-Nederland geagendeerd voor het Bestuurlijk overleg (BO) cruciale ggz van 11 maart jl.
Het BO cruciale ggz heeft daarop besloten dat er een ‘taskforce’ zal worden ingesteld. Doel van deze taskforce is om zicht te krijgen op welke ruimte binnen het huidige systeem nog onbenut is om de problematiek in Noord-Nederland rond bemensing van cruciale ggz op te lossen en waar eventueel maatwerk nodig is. De eerste bijeenkomst van de taskforce heeft 22 mei jl. plaatsgevonden.
Hierbij merkt het kabinet op dat een uitzondering op de bestaande wet- en regelgeving voor de inzet van zzp’ers geen optie is. Betrokken zorginstellingen hebben tijdens het gesprek van 2 februari aangegeven dat zij het belang onderstrepen om de schijnzelfstandigheid in de sector zorg en welzijn terug te dringen en voorstander zijn van de handhaving door de Belastingdienst. SZW en de Belastingdienst hebben aangegeven dat bij de beoordeling van een arbeidsrelatie alle feiten en omstandigheden worden gewogen. Indien organisaties twijfels hebben of bepaalde werkzaamheden als zzp’er kunnen worden uitgevoerd, is het verstandig juridisch advies in te winnen.
Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat het de urgentie van de problematiek ziet. Met de instelling van de taskforce zet het kabinet de betrokken partijen gezamenlijk in hun kracht om zo concrete verandering te realiseren. De Tweede Kamer zal het kabinet in de tweede helft van 2026, zo mogelijk in de kabinetsreactie op het IBO Mentale gezondheid & ggz informeren over de stand van zaken van de taskforce.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans