Debat over de woningbouwopgave in Nederland (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D25771, datum: 2026-05-28, bijgewerkt: 2026-05-29 09:10, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-05-28 14:30: Debat over de woningbouwopgave in Nederland (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Mededelingen
Voorzitter: Van Campen
De woningbouwopgave in Nederland
De woningbouwopgave in Nederland
Aan de orde is het debat over de
woningbouwopgave in Nederland.
De voorzitter:
Dan is aan de orde het debat over de woningbouwopgave in Nederland. Ik
heet van harte welkom van de zijde van het kabinet de minister van VRO
in vak K. Van harte welkom in het parlement. Er zijn vijftien sprekers
van de zijde van de Kamer, eenieder met vier minuten spreektijd. Laten
we het aantal interrupties niet maximeren, maar dat betekent
tegelijkertijd ook niet dat we uitlopen tot na 19.00 uur, want tot zo
laat staat dit debat gepland. Enige zelfdiscipline wordt dus zeer
gewaardeerd. Ik geef het woord aan de heer De Hoop, die zijn inbreng
levert namens GroenLinks-Partij van de Arbeid in eerste termijn. U heeft
het woord.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. In Zeist staat sinds 1968 de grootste flat van
Nederland, de L-flat. Die is meer dan 10 verdiepingen hoog en telt meer
dan 2.000 bewoners. Tot hun schrik bleek vorig jaar dat de balkons en de
galerijen van hun flat niet stevig genoeg waren. De woningcorporatie
kwam in actie en plaatste 25.000 metalen palen. Die zijn goed voor de
veiligheid, maar ontzettend vervelend voor de bewoners. Ze kunnen nu nog
maar de helft van hun balkon gebruiken. De buitenstoeltjes,
plantenbakken en tafeltjes die ze hadden staan, hebben ze ondertussen
maar verkocht.
Jos, die ik sprak, heeft een visuele beperking, maar één ding laat hij
zich niet afpakken, namelijk zijn zelfstandigheid. Maar om nu met in één
hand een boodschappentas en in de andere hand zijn geleidehond de
balkons over te lopen: dat kan gewoon niet. Een jong stel dat ik sprak
is ontzettend blij om hier nu te wonen, maar loopt wel tegen een
probleem aan. Een van hen heeft op dit moment noodgedwongen een
uitkering omdat ze ziek is. Ondertussen klagen ze niet. Ze hebben zelfs
begrip voor de woningcorporatie, maar de huurverhoging die er nu ook nog
bij komt, voelt wel oneerlijk.
Voorzitter. Deze bewoners zijn trots op hun gemeenschap, maar er knaagt
iets. De kansen in Zeist zijn al niet eerlijk verdeeld. Een paar straten
verderop is een buurt met ongelofelijk veel villa's. Het is niet de
enige straat. Een op de vier woningen in Zeist is meer dan een miljoen
euro waard. Dat is een schril contrast met Vollenhove, waar de flats
staan en waar welke mensen elke dag bijdragen, mensen als Saloua, die
samen met de andere moeders op de school zorgt voor een warme maaltijd
tijdens de lunch omdat ze weet dat heel veel van de leerlingen met een
lege maag naar school gaan.
Voorzitter. Het is gewoon niet rechtvaardig. Toch doet de minister niks.
De afgelopen maanden heeft het ministerie geen enkele keer contact
opgenomen met de woningcorporatie, de bewoners of de gemeente, ook niet
nadat wij hier schriftelijke vragen over gesteld hebben. Waarom weigert
de minister in gesprek te gaan met de bewoners van de flats of de
woningcorporatie? Kan de minister niet toezeggen dat tijdens deze
werkzaamheden en het gebrek aan wooncomfort die huren gewoon niet
omhooggaan?
Voorzitter. Ik begin met dit voorbeeld omdat het precies laat zien wat
er misgaat in de wooncrisis. Ik wil best geloven dat dit rechtse
minderheidskabinet er echt niet alleen is voor de mensen in Zeist met
een miljonairswoning die 11 miljard aan hypotheekrenteaftrek krijgen,
maar dat het er ook is voor de bewoners van de L-flat en de Geroflat.
Dat wil ik echt geloven. Toch zoekt de minister geen contact met hen.
Maar wanneer er krokodillentranen komen van pandjesbazen, worden de
regels meteen voor ze versoepeld. Dan wijzigen we een wet voordat die
überhaupt geëvalueerd is. Uiteindelijk is de vraag voor wie je er bent
in de politiek. Ben je er voor de allerrijksten of ben je er voor gewone
mensen? Dit kabinet kiest ervoor om de pandjesbazen te helpen maar niet
de gewone mensen of de corporaties, die juist zorgen voor betaalbare
woningen.
De voorzitter:
Interrupties worden gepleegd in maximaal drie keer en zijn kort en
bondig. Meneer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoor een heel lang betoog over een schrijnende situatie, maar ik heb
nog geen enkel voorstel gehoord voor hoe we de woningbouw uiteindelijk
vlot kunnen trekken in Nederland. Tot op heden heeft de PvdA namelijk
altijd achter de Wet betaalbare huur gestaan. Die had als doel het
toevoegen van meer betaalbare woningen aan de woningmarkt, maar het
tegenovergestelde is gebeurd. Er zijn alleen het afgelopen jaar al
tienduizenden woningen uitgepond. Hoe kijkt u daartegen aan?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het verrast me eigenlijk dat iedereen daar zo verbaasd over is, want
toen wij de wet invoerden waren we daarvan op de hoogte. We waren ervan
op de hoogte dat de woningen die gebouwd zouden worden, goedkoper zouden
worden. Het idee van de wet was dat we 300.000 nieuwe, betaalbare
woningen zouden gaan bijbouwen, waarvan de huur €190 naar beneden zou
gaan. Maar we wisten ook dat een deel van die woningen uitgepond zou
worden. Die woningen verdwijnen niet, maar die komen terecht op de
koopmarkt. En op die koopmarkt pakken gelukkig ook jonge mensen hun kans
om aan een betaalbare woning te komen.
De heer Nobel (VVD):
Nu wordt er net gedaan alsof het zo fijn is dat een jongere een woning
uit het middenhuursegment heeft gekocht. Natuurlijk, daar ben ik ook
blij om, maar tegelijkertijd is het middenhuursegment helemaal
gekannibaliseerd. Met deze plannen, die u uiteraard gesteund heeft,
zorgt u ervoor dat het gat tussen sociale huur en de vrije sector alleen
maar groter wordt en dat mensen die gewoon een normale baan hebben of
die klaar zijn met hun studie, niet op de woningmarkt terechtkunnen. Wat
zegt u tegen een student die uiteindelijk gewoon als politieagent is
begonnen of net zijn eerste baan heeft gevonden? Waar gaat die
naartoe?
De voorzitter:
We spreken via de voorzitter, meneer Nobel.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Er zit een aantal aannames in waarvan ik denk dat die niet helemaal
kloppen. Allereerst over de middenhuurwoning. Ik zie ook dat er te
weinig middenhuurwoningen zijn. Mijn fractie heeft al meermaals
voorgesteld om corporaties meer te gaan steunen om middenhuurwoningen te
bouwen. De Europese Commissie geeft daar ook ruimte voor. Het kabinet
wacht nog steeds met de maatregelen die daartoe zouden kunnen leiden.
Ondertussen zien we van de middenhuurwoningen waarvan de heer Nobel zegt
dat ze verdwijnen, inderdaad een aantal verdwijnen. Vandaag zagen we in
de Volkskrant overigens dat dit stagneert en dat we over de piek heen
zijn. Het is wel goed om dat te benadrukken. Maar het grootste gedeelte
van die woningen gaat naar jonge mensen die starten op de koopmarkt,
iets waarvan de VVD en de heer Nobel altijd razend enthousiast worden.
Die woningen worden verkocht voor ongeveer vier ton, terwijl de
gemiddelde koopwoning vijf ton is. Deze woningen zijn dus ook nog
goedkoper en gaan naar een groep jonge starters. Ik denk dus dat dit een
heel logische beweging is van een markt die gereguleerd wordt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Dat is heel zorgelijk. Dat die woning wordt verkocht, is op zich fijn
voor de jongere die start. Het probleem is alleen dat het geld dat
daarmee wordt verdiend niet meer in de Nederlandse woningmarkt wordt
gestopt. Je ziet dat beleggers gewoon over de grens gaan. Kapitaal heeft
geen paspoort. Wat gebeurt er dus? Buitenlandse pensioenfondsen willen
hier niet beleggen. Daardoor komen uiteindelijk de woningbouwprojecten
niet van de grond. De hoeveelheid regels die daar met name in linkse
gemeenten nog eens bovenop komen en de hoeveelheid sociale huurwoningen
die worden gevraagd, zorgen ervoor dat de rekensommetjes niet uitkomen
en dat ook de sociale wachtlijsten uiteindelijk verder gaan toenemen.
Hoe kijkt u daar dan tegen aan?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het is wel wonderlijk dat de partij die de afgelopen vijftien jaar
ontzettend veel sociale huurwoningen heeft afgebroken, mij gaat
verwijten dat er te weinig sociale huurwoningen zijn, maar dat even
terzijde. Kijk, hier is wel iets aan voorafgegaan. In bijvoorbeeld 2018
zag je ook dat, na het beleid van minister Blok, de markt werd
opengegooid. Je zag toen dat van 2018 tot 2022 75.000 starterswoningen
werden opgekocht door grote marktpartijen. Die verhuurden ze aan jonge
mensen voor ontzettend veel geld, waardoor die überhaupt niet meer aan
een koopwoning konden komen. De heer Nobel doet altijd alsof dat soort
partijen sympathiek zijn, maar Blackstone bijvoorbeeld heeft in 2021 —
dat stond in een heel mooie rapportage van de Volkskrant — huizen
opgekocht in de Van Walbeeckstraat in Amsterdam, die eerst voor €500
werden verhuurd en nu voor €2.500. Dat zijn de consequenties van
VVD-beleid en dat is ook waarom je de woningmarkt moet reguleren en
ondertussen betaalbare woningen moet bijbouwen.
De heer Flach (SGP):
Bijna alle onderwerpen in de Haagse politiek zijn enorm gepolariseerd.
Je staat of aan de ene kant, of aan de andere kant. Je bent links of je
bent rechts. Een van de weinige onderwerpen waarbij dat nog niet zo het
geval was, was de woningmarkt. Daarom vind ik het ook teleurstellend dat
de bijdrage van de heer De Hoop eigenlijk begint met dat wel te doen:
kies je als politiek voor de gewone mensen die een huis zoeken of kies
je voor de mensen die een huis verhuren? Maar dan moeten we kiezen.
Waarom kunnen we niet voor iedereen op de woningmarkt een betrouwbare
overheid zijn? Ook mensen die een huis van 1 miljoen kunnen betalen —
dat zijn er overigens steeds meer die zichzelf ook "gewone mensen"
noemen, denk ik — hebben recht op een betrouwbare overheid die hun
belangen behartigt. Waarom die polarisatie, ook op de woningmarkt?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ken niemand in mijn omgeving die een huis van 1 miljoen kan kopen,
zeker niet van mijn leeftijd, dus ik weet niet waar de heer Flach die
tegenkomt. De gemiddelde koopwoning is op dit moment 0,5 miljoen. Dat
betekent dat je als alleenstaande een ton moet verdienen. Wij doen dat
hier, maar er zijn heel weinig mensen die dat doen. Dat wil ik toch maar
even gezegd hebben. De heer Flach zegt dat ik polariseer. Ik ben het
daar niet mee eens. Ik schets wat er gebeurt naar aanleiding van
politieke keuzes die je maakt. Er gaat in Nederland 11 miljard euro per
jaar naar de hypotheekrenteaftrek. De mensen met de duurste huizen en de
grootste hypotheken krijgen daarmee de meeste subsidie die er überhaupt
in de woningmarkt wordt gegeven. Dat vind ik heel oneerlijk. Het gaat
feitelijk naar de allerrijksten. Ik vind dat het geld dat wij investeren
in betaalbare woningen meer naar de gewone mensen moet. Dat schets ik in
mijn bijdrage.
De heer Flach (SGP):
Dan heeft het, denk ik, te maken met de definitie van "gewone mensen",
want steeds meer gewone gezinnen zijn aangewezen op woningen van tussen
de 0,5 miljoen en 1 miljoen euro. Dat is dan misschien de middenklasse
in uw definitie. Het gaat erom dat we moeten voorkomen dat we gedwongen
worden te kiezen voor of de ene groep, of de andere groep. Iedereen in
Nederland die op zoek is naar een woning of een woning bezit, mag toch
rekenen op een betrouwbare overheid? We moeten misschien toch maar eens
stoppen met dat voortdurende kiezen, waarbij je óf voor die, óf voor die
bent — lees: je bent goed of je bent fout op de woningmarkt — want dat
verlamt ook het debat.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zie dat als er niet gekozen wordt, de consequentie is dat heel veel
mensen er überhaupt niet meer tussenkomen. Voor mijn eigen generatie is
het alleen überhaupt niet mogelijk om aan een betaalbare koopwoning te
komen. Dat kan gewoon niet, zeker niet als je alleenverdiener bent. Ik
weet niet wie ooit een eerste woning van vijf ton heeft gekocht, in z'n
eentje. Dat lijkt mij bijster knap. Zij komen er überhaupt niet meer
tussen. Ze hebben alleen nog of een sociale huurwoning of een
middenhuurwoning, waarbij die groep ook nog de helft van het
netto-inkomen kwijt is. Dat is gewoon superoneerlijk. Dit betekent dat
je én moet reguleren én moet investeren in betaalbare woningen. Daar zal
ik zo op ingaan in de rest van mijn bijdrage. Dat betekent dat je meer
financiering moet vrijmaken voor woningbouwcorporaties.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
De problemen die de heer De Hoop schetst, herken ik zeker, hoor. Het is
niet normaal dat je de helft van je inkomen kwijt bent aan woonlasten.
Als we elkaar daarin kunnen vinden, zonder dat we andere groepen
vergeten, op een onbetrouwbare manier behandelen of voor bepaalde
groepen niet meer kiezen, dan denk ik dat we die problemen voortvarend
moeten aanpakken. Die generatie heeft onze hulp namelijk heel hard
nodig.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik graag toe bereid. Ik weet dat de heer Flach en ik het
bijvoorbeeld wel eens zijn over kijken naar de manier waarop fiscaal
beleid op de woningmarkt eerlijker kan. Wie weet vinden we elkaar daar
verder in het debat nog in.
Mevrouw Steen (CDA):
Nog even op dit punt. Ik heb nog even zitten nadenken over het moment
van een paar weken geleden tijdens het vragenuur. Toen lukte het de heer
De Hoop om de minister even te laten stilvallen. Vervolgens verscheen
daar een mooi filmpje van op internet. Ik dacht toen: wat zijn we nou
eigenlijk aan het doen met elkaar? De woningmarkt is een ontzettend
grote opgave. Die is niet gebaat bij polariseren en het uitvergroten van
verschillen, maar volgens mij bij samen de schouders eronder zetten. Ik
zou heel graag van de heer De Hoop willen horen dat we iets minder
"oppositie tegen coalitie" bij hem gaan vinden en meer het
sociaaldemocratische opbouwgehalte, om samen de schouders eronder te
zetten en uiteindelijk voor de hele samenleving de woningbouwopgave vlot
te trekken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik had dat heel erg graag gedaan met mevrouw Steen. Toen D66 en het CDA
hun eerste stuk schreven was ik razend enthousiast over de plannen voor
de woningbouw. Dat meen ik serieus. Daarin zou de hypotheekrenteaftrek
in een aantal jaren worden afgeschaft. Daarin werd gesproken over
grondpolitiek. Daarin werd gezegd: we gaan nu niet meteen morrelen aan
de Wet betaalbare huur. Ik stond klaar om met het CDA samen te werken,
zeker omdat minister De Jonge echt een beweging maakte naar
volkshuisvesting. Al die punten en hervormingen die keihard nodig zijn
in de woningmarkt, waarin ik mevrouw Steen in alle debatten die wij
tijdens de verkiezingscampagne met elkaar voerden eigenlijk altijd aan
mijn zijde vond, zijn op de dag waarop de VVD aansloot toch niet in het
regeerakkoord gekomen. Dat stelt mij teleur. Als ik daar kritiek op heb,
wordt dat als polariserend gezien. Dat vind ik een beetje ingewikkeld.
Ik denk dat wij moeten kijken hoe we voor betaalbare huizen kunnen
zorgen. Ik werk daar graag in samen. Ik heb gezien dat het CDA een
beweging meer richting de VVD heeft gemaakt, terwijl ik eerder zag dat
de christendemocratie en de sociaaldemocratie elkaar op het woonbeleid
vonden. Daar was ik eigenlijk heel gelukkig mee. Wij lijken nu
inhoudelijk wat verder uit elkaar te drijven. Dat constateer ik ook.
De voorzitter:
Mevrouw Steen, kort en bondig.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik kan me heel goed voorstellen dat u oppositie voert. Prima natuurlijk.
Het is helemaal goed dat u vertelt waar u voor staat. Dat betekent ook
dat we laten zien waar de verschillen in aanpak zitten. Maar
uiteindelijk gaat het erom dat we met elkaar het gesprek voeren over
alle maatregelen die in de breedte van het hele spectrum nodig zijn om
deze woningbouwopgave vlot te trekken. Daarbij zou het eigenlijk niet
uit moeten maken aan welke kant van de Kamer je staat, voor welke
maatregelen, hoe en met welke toon we dat met elkaar doen. Mijn vraag
aan de heer De Hoop is dus: heb ik u aan mijn zijde als we in de komende
tijd gaan praten over een heel pakket aan maatregelen om ervoor te
zorgen dat we de woningbouwopgave vlot gaan trekken?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij maakt het mensen die een huis zoeken niet zo veel uit welke
toon je hebt. Het maakt hen uit welke oplossingen je hebt om aan die
betaalbare huizen te komen. Ik zou daar heel graag in samenwerken. Laat
ik een voorbeeld noemen. Over de planbatenheffing heb ik met de
voorganger van mevrouw Steen in de afgelopen drie jaar meerdere moties
ingediend. Ze kregen een meerderheid in de Kamer, maar er gebeurt gewoon
niks op dat vlak. Ik probeer elke keer voorstellen te doen, ook in deze
Kamer, en probeer daar meerderheden voor te vinden. Dan is het wel fijn
als daar op een gegeven moment ook steun voor is. Dat gebeurt weinig. Ik
zal wederom veel voorstellen doen, want wij willen heel graag
verantwoordelijk oppositie voeren om te zorgen voor meer betaalbare
huizen. Maar mevrouw Steen stemt elke keer tegen die voorstellen en
verwijt mij vervolgens dat ik polariseer als ik daar iets van vind. Dat
heeft niets met oppositie en coalitie te maken. Dat heeft ermee te maken
dat ik een ander beeld heb van hoe we deze woningcrisis met elkaar
kunnen oplossen.
De heer Schenk (FVD):
Een punt waar GroenLinks-PvdA het in de afgelopen jaren wél heel goed op
heeft kunnen vinden met zowel de VVD als het CDA als D66, is de oorzaak
van de woningcrisis, namelijk de massale immigratie. In de afgelopen
vijftien jaar werd een migratiesaldo van 1,3 miljoen gezien. We hebben
momenteel een huizentekort van 400.000. Laat ik mijn vraag voorzichtig
stellen: erkent de heer De Hoop dat er in ieder geval een invloed is van
immigratie op het huizenprobleem dat we vandaag de dag in Nederland
hebben?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Er is een invloed van migratie. Ja, zeker.
De heer Schenk (FVD):
Is het dan misschien een idee, vraag ik aan de heer De Hoop, om daar
eindelijk eens iets aan te gaan doen?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik zou het heel goed vinden als wij in Nederland grip krijgen op
migratie. Dat lijkt me heel verstandig. Dan gaat het niet alleen om de
asielmigratie waar veel van de rechtse partijen het over hebben, maar
juist ook om de arbeidsmigratie en ook om de studiemigratie. Wij hebben
niet voor niks het rapport omarmd dat zegt: je moet eigenlijk maximaal
tussen de 40.000 en 60.000 migranten in Nederland hebben om te kunnen
sturen en ondertussen ook de sociale voorzieningen te houden. Maar waar
ik niet in meega, is dat iemand in Nederland, iemand van onze leeftijd,
iemand van onze generatie — ik meen dat meneer Schenk nu het jongste
Kamerlid is; die eer heb ik ook een keer gehad; hartstikke leuk dat hij
dat nu is — niet aan een woning komt omdat er iemand uit een ander land
gevlucht is. Dat is gewoon niet het geval. We moeten zorgen dat iemand
die recht heeft op een status in Nederland een fijne woning kan vinden
en hetzelfde geldt voor onze generatie. Ik wil best erkennen dat
migratie enige invloed op onze woningvoorraad heeft. Maar ik hoop dat de
heer Schenk ook erkent dat dit niet het grootste probleem is, dat er
veel andere oorzaken zijn voor dit probleem en dat dit probleem een
veelkoppig monster is. Ik hoop dat Forum voor Democratie ook een keer
breder naar dit probleem wil kijken, zodat we breed in de Kamer de
woningnood kunnen aanpakken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schenk (FVD):
Volgens mij is dit wel de kern van het probleem en ook bij uitstek de
reden dat mensen van onze generatie geen huis meer kunnen vinden. Als we
kijken naar de hoeveelheid sociale huurwoningen die met voorrang naar
statushouders gaan, dan zien we dat één op de drie sociale huurwoningen
die vrijkomen voor starters naar statushouders gaan. Dat is gigantisch
veel. Ik hoor de heer De Hoop nu een tamelijk kritische toon aanslaan op
immigratie, maar dat is wel heel wat anders dan het stemgedrag van de
fractie van GroenLinks-PvdA bij de asielwetten onlangs. Dan stemmen zij
daartegen en willen zij eigenlijk niks doen. Dus ik hoop echt daadkracht
te zien en de woorden van de heer De Hoop terug te zien in daadwerkelijk
stemgedrag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Er zat in die asielwetten behoorlijk wat ontmenselijking, waardoor wij
dachten dat je daar beter niet voor kunt stemmen. Ondertussen ben ik
echt voor meer grip op migratie. Maar de heer Schenk haalt er cijfers
bij die ik in ieder geval niet herken. Ik herken niet dat een derde van
de sociale huurwoningen naar mensen met een migratieachtergrond gaat.
Dat is gewoon niet correct. Wat ik wel weet, is dat het aantal sociale
huurwoningen ontzettend hard afgenomen is en dat Forum voor Democratie
een partij is die zegt: laat de woningbouw volledig aan de markt. Dat
heb ik van veel voorgangers van de heer Schenk gehoord. Maar je kunt
niet zeggen dat we te weinig sociale huurwoningen hebben en ondertussen
niet willen investeren in woningbouwcorporaties. Ik zou u willen
aanmoedigen om daar nog een keer goed naar te kijken.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik zou graag willen weten hoe GroenLinks-PvdA denkt over de
betaalbaarheid. Ik merk dat een heleboel mensen te veel verdienen voor
de sociale huur of de middenhuur, die dan heel snel in de vrije sector
terechtkomen. Daar lopen de bedragen aardig op, zeker als je kijkt naar
de huurverhogingen. Ik ben dus benieuwd hoe GroenLinks-PvdA daarnaar
kijkt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik maak me daar grote zorgen over. Om te beginnen bij de sociale huur:
wij vinden dat er meer geïnvesteerd moet worden in de corporaties en dat
tegelijkertijd de inkomensgrenzen ook echt te streng zijn. Wij zouden
eigenlijk willen dat een sociale huurwoning weer voor veel mensen
bereikbaar wordt, ook voor groepen die net iets meer dan de
inkomensgrens verdienen, omdat je daarmee ook de segregatie
tegengaat.
Als je het hebt over de middenhuur en de vrije sector: gelukkig hebben
we de middenhuur nu gereguleerd, maar veel jongeren zijn toch aangewezen
op de vrije sector. Dat geldt overigens ook voor ouderen die op zich wel
weg willen uit hun koopwoning. Die zouden dan echter in een heel dure
huurwoning terechtkomen, dus wat schiet je daar dan mee op? Je moet
zorgen dat die betaalbare woningen er voor alle groepen zijn. Dat
betekent dat je flink moet investeren, maar ook moet durven reguleren
als het gaat over de huurmarkt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Goed om dit te horen. Ik ben ook wel benieuwd naar de huurverhogingen.
Zeker in de vrije sector zien we dat die heel stevig doorgaan. Utrecht
heeft, om het betaalbaar te houden, besloten dat mensen met z'n drieën
daar mogen wonen. Anders is het namelijk niet meer te betalen. We zouden
toch moeten willen dat mensen daar met één of twee salarissen makkelijk
kunnen wonen?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat ben ik geheel met u eens. Ik zou eigenlijk ook willen stimuleren dat
mensen meer samenwonen in Nederland. Er zit ook een boete op samenwonen.
Op een aantal dingen van je sociale voorziening, zoals je AOW, word je
gekort als je gaat samenwonen. Daar moeten we echt van af. Ik wil dat
ook veel meer stimuleren, zowel voor ouderen als voor jongeren. Ik deel
ook met mevrouw Van Brenk dat die huurverhogingen elke keer weer pittig
zijn. Wij hebben zelf een aantal initiatiefwetten ingediend om die huren
te reguleren. Sommige hebben het gehaald, sommige niet. Ik denk ook aan
de wet-Nijboer, die juist bij de vrije sector ervoor zorgt dat de
huurverhoging niet zo fors is als eerst. Maar nog steeds staat de
betaalbaarheid van het leven van heel veel gewone mensen onder druk. Ik
wil heel graag met 50PLUS samenwerken om te kijken hoe we dat beter
kunnen doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daar staan we zeker voor open. Dank u wel.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik ga even kijken waar ik was, voorzitter. Wat ons betreft zou de
volledige winstbelasting van corporaties afgeschaft moeten worden. Het
kost slechts een tiende van wat er naar de hypotheekrenteaftrek gaat.
Het is hard nodig. De Rekenkamer trok deze week nog de harde conclusie
dat de woningbouw al jaren achterblijft en zelfs daalt. Terwijl we
100.000 woningen nodig hebben, zijn er vorig jaar slechts 80.000 gebouwd
en ook dit jaar wordt dat doel vrijwel zeker niet gehaald, tenzij we nu
van koers veranderen. Corporaties bouwen recordaantallen. Schaf die vpb
af. Dan zorg je voor 160.000 woningen extra de komende jaren.
Voorzitter. We gaan straks horen van rechtse partijen hoe zij denken dat
we de bouwdoelen gaan halen. Ik ken de rechtse riedel van de VVD al:
minder overheid, minder regels, meer markt. Die VVD-lijn heeft het
probleem nooit opgelost, alleen maar erger gemaakt. Waar grote
doorbraken zijn beloofd, blijft dit kabinet stilstaan en veroorzaakt het
permanente onzekerheid. Wat PRO betreft kiezen we voor een nieuwe koers.
Wij laten onze oren niet hangen naar de allerrijksten, maar we kiezen
voor gewone mensen die een huis zoeken.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik wil het in dit debat eigenlijk wel over regelgeving hebben. Volgens
mij is regelgeving een belangrijk gegeven. We zien dat de prijzen om
huizen te bouwen voor woningcorporaties fors toegenomen zijn, onder
andere door de totaal gestoorde regelgeving die we hebben in Nederland
en die er is vanuit de Europese Unie. U gaat daar niks over zeggen,
begrijp ik.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik wil daar best wat over zeggen, meneer Claassen. Ik denk dat niemand
hier overbodige regels wil, niemand, geen enkele partij. Maar wat ik
zie, is dat wij in Nederland heel vaak regels hebben die net niet
voldoende stevig zijn. Je ziet dan dat lokale overheden additioneel
allemaal extra regeltjes gaan toevoegen. Dat leidt tot heel veel
onzekerheid en frustraties. Je ziet rondom stikstof bijvoorbeeld ook dat
het heel erg vastloopt. Zorg dus voor duidelijke regels, zodat lokale
overheden daar helemaal niet meer van af hoeven te wijken. Dan is het
voor iedereen helder.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat klopt. Ik denk dat een heleboel regels door lokale overheden erbij
verzonnen worden, maar je ontkomt er natuurlijk niet aan dat er vanuit
Europese regelgeving een heleboel grote lasten bij komen, bovenop onze
Nederlandse regelgeving. Bent u samen met mij bereid te kijken wat we
daar anders kunnen doen?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Als er overbodige regels tussen zitten, ben ik daar heus toe bereid. Ik
denk dat er geen enkele partij is die daar niet toe bereid is. Ik denk
wel dat belangrijke randvoorwaarden op andere dossiers nodig zijn. Er
zijn overbodige regels. Laten we daarnaar kijken. Maar ik denk dat het
grootste probleem de netcongestie is. Ik denk dat je wel regels moet
hebben die stellen hoeveel je maximaal op dat net mag gebruiken,
bijvoorbeeld als bedrijf, zodat een deel richting woningbouw kan gaan.
Laten we als het gaat om stikstof, eindelijk zorgen voor heldere en
duidelijke regels, zodat stikstofruimte vrijkomt voor woningbouw. Het is
dus niet zo dat regels per definitie slecht zijn. Als je goede regels
stelt, hoeft er lokaal niet van afgeweken te worden. Dan zorg je
hopelijk dat de woningbouw meer op gang komt. Als de heer Claassen een
aantal regels heeft die echt niet nodig zijn, dan sta ik vooraan om mee
te helpen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik zal daar straks in mijn eigen inbreng voorstellen voor doen en
waarschijnlijk ook met een motie komen, tenzij de minister die
voorstellen omarmt. Als het gaat over netcongestie: het is mijn
portefeuille niet, hoor, maar je kunt iets doen aan netcongestie door
minder huizen te bouwen of iets te doen met aansluitingen en dat soort
problematiek, of je zorgt ervoor dat er geen netcongestie is. Dat
betekent dat je gaat voor een andere vorm van energietoevoer. Maar daar
zullen wij het denk ik niet over eens worden.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat we vooral ons net moeten versterken in Nederland door keuzes
te maken over wie daar gebruik van maakt, net als bij die schaarse
stikstofruimte. Uiteindelijk gaat het bij onze woningnood ook over wat
we doen met de beperkte ruimte die we in Nederland hebben. Kies je dan
voor woningbouw of voor andere zaken? Onze keuze is glashelder.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman voor haar inbreng
namens de SP in eerste termijn.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Het was de grote belofte van D66 in de verkiezingscampagne.
Terwijl iedereen met elkaar bezig was, zouden zij een wooncrisis gaan
oplossen. Rob Jetten stond voor de Nederlandse vlag: we moesten groots
durven denken, door roeien en ruiten gaan, tien nieuwe steden maken en
vanaf dag één een noodwoonwet hebben. Want het leven van mensen stond op
pauze. Groot, groter, grootst. Wat een verlossing. Sinds Lely hadden we
zo'n goeie niet meer gehad. Nee, dit was groots, zoals de Deltawerken.
Het kon allemaal niet op. Maar wat is er nu van over? Wat een bizar
contrast met al die mooie beloftes uit de campagne. U luistert niet naar
woningzoekenden; u luistert naar de vastgoedlobby. U komt niet met
plannen voor mensen met hun leven in de pauzestond; de minister ging
zelf twaalf seconden in de pauzestand. De minister komt met een
taskforce, een Haags tijdkopertje, maar niet met geld voor echte,
betaalbare huurwoningen. Huurders gaan de wooncrisis betalen. De rijkste
mensen met een hypotheek en private verhuurders krijgen een
douceurtje.
Ah, kijk, D66.
De heer Van Asten (D66):
Ja, ongetwijfeld de interruptie waar mevrouw Beckerman op zat te wachten
met zo'n inleiding. Ik werd eigenlijk gelijk getroffen door het
positieve geluid dat u noemde, namelijk het geluid dat D66 liet horen in
de campagne, en door wat u daar als SP tegenoverstelt. Dat is eigenlijk
gelijk weer een heel negatief verhaal: het kan niet, het kan niet. We
zien in de afgelopen paar … Wat is het? We zitten nog niet eens op 100
dagen. "Waarom is het allemaal nog niet geregeld?" We hebben een enorme
crisis. We moeten nu grote stappen gaan zetten. Ik zie hier een kabinet
dat die stappen als een razende aan het zetten is, bijvoorbeeld op het
stikstoffront, zodat nog voor de zomer eindelijk die doorbraak komt.
Ziet u ook niet die lichtpunten eindelijk weer aan de horizon
verschijnen? Doet u mee aan dat optimisme?
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou graag meedoen aan dat optimisme. Laten we daarvoor gaan
samenwerken. Laat ik een voorbeeld noemen. Er stonden hier net buiten —
u was daar ook bij — woningzoekenden, corporaties. Die vertelden dat zij
zo door de mangel worden gehaald en zo weinig te besteden hebben, dat ze
de handtekening nu al niet kunnen zetten voor plannen die op dit moment
al helemaal klaarliggen voor woningen die nu gebouwd kunnen worden voor
al die woningzoekenden. Waarom niet? Omdat corporaties veel te weinig
geld hebben. Waarom? Omdat aan huurders wordt gevraagd om winstbelasting
te betalen en ATAD, een belasting voor belastingontwijkende
multinationals. Dat doet dit kabinet. Voor echte, betaalbare woningen is
veel te weinig geld vrijgemaakt. Als D66 zegt "mooi, optimisme, laten we
samenwerken", laten we daar dan op samenwerken. Want terwijl we geld
vragen van sociale huurders, gaat er 11 miljard naar de
hypotheekrenteaftrek. Als we voor de verkiezingen keken naar de
campagne, dan zou er een meerderheid moeten zijn geweest om daar iets
aan te doen. Mijn partij zegt: "Doe dat niet voor mensen met een normale
koopwoning. De helft van dat geld gaat jaar in, jaar uit naar de rijkste
inkomens. Het geld is er. We moeten nu zorgen dat het goed terechtkomt."
Ik vind het heel pijnlijk om te zien dat er zó'n campagne was met "we
gaan het oplossen", maar dat er nu niet voldoende geld is voor de bouw
van betaalbare woningen en dat tegelijkertijd die huren omhoog, omhoog
en omhoog gaan.
De heer Van Asten (D66):
Er was net inderdaad een mooie bijeenkomst waarin we de agenda weer
kregen om te werken aan meer betaalbare woningen met de mensen die daar
echt de noodzaak toe hebben. Ik ben blij dat we daar met veel mensen van
de Kamer stonden. Het laat zien dat we, hoe dit debat ook loopt, één
doel hebben, namelijk: mensen weer een dak boven hun hoofd geven. Ik ga
ervan uit dat we daarin gaan samenwerken en dat we daar een pad naartoe
zoeken. Ik zie ook wel een kabinet dat fors veel geld uittrekt om ervoor
te zorgen dat die woningen gebouwd kunnen worden.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Van Asten (D66):
Mijn vraag is dan eigenlijk de volgende. Die komt eigenlijk weer een
beetje terug op mijn eerste interruptie. Ziet mevrouw Beckerman niet dat
hier forse stappen zijn genomen? Nee, we zijn er nog niet, maar die
wooncrisis lost zich ook niet van vandaag op morgen op. We zetten een
heleboel stappen. We gaan fors bouwen. Er is fors geld bij gekomen,
honderden miljoenen tot een miljard, op die reeks.
De voorzitter:
Ja. Ja.
De heer Van Asten (D66):
We zouden met veel meer geld nog veel meer kunnen doen, maar dit is toch
een mooie start, mevrouw Beckerman?
De voorzitter:
Dit was een interruptie van een minuut. Dat is een vierde van uw
spreektijd. Het moet echt korter.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik snap wel dat je hier veel woorden voor nodig hebt, want het is gewoon
niet waar. Het is gewoon niet waar. Er is veel te weinig geld
uitgetrokken voor de bouw van betaalbare woningen. Laat ik dan, als u
mij niet gelooft, een citaat aan u voorlezen uit de meest recente
Kamerbrief van de minister. Ik lees 'm even aan u voor. "De woorden "in
theorie" worden hier zeer bewust gebruikt. Deze benodigde
investeringscapaciteit kan namelijk alleen worden bereikt met een
dusdanig zwaar beroep op onderlinge solidariteit dat dit, met name in de
jaren na 2030, niet als reëel kan worden beschouwd." Dit is Haags
beleidsjargon. Wat hier feitelijk staat, in normaal Nederlands, is:
zelfs als we sociale huurders tot de laatste cent uitwringen, hebben we
niet voldoende geld. U wordt van alle kanten gewaarschuwd — van alle
kanten — dat er onvoldoende geld wordt vrijgemaakt voor de bouw van
betaalbare woningen. Dat hoorde u net nog van woningzoekenden en
corporaties. En u zegt: ja, maar laten we samenwerken. Laten we dan
inderdaad samenwerken. Laten we zorgen dat bij de volgende begroting die
eraan komt, dit geld daadwerkelijk ingeboekt wordt voor nú. Nú is het
nodig.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Van Asten (D66):
Ik ben het helemaal eens met mevrouw Beckerman dat we veel meer geld
zouden moeten geven aan het bouwen van woningen, maar dat heeft met veel
meer zaken te maken. Het heeft te maken met het oplossen van het
stikstofprobleem, anders valt er niets te bouwen. Er gaan miljarden van
deze coalitie daarnaartoe. We hebben een netcongestieprobleem op te
lossen. We hebben een verbindingsprobleem op te lossen. Ik zie het
kabinet op al die vlakken tegelijkertijd stappen nemen. Dat we nog veel
sneller zouden willen met z'n allen, daar ben ik het helemaal mee eens.
Maar u ziet toch — ik probeer het gewoon nog een keer — dat we die weg
wel zijn ingeslagen?
Mevrouw Beckerman (SP):
Welke weg zijn we ingeslagen? Laten we kijken wat er concreet is
geworden. Voor de verkiezingen waren er eigenlijk twee hele grote
beloftes. Die bouw van betaalbare woningen, daar is onvoldoende geld
voor gereserveerd. Dat gaf u net ook eerlijk toe. Het tweede was: laten
we dan iets doen aan het feit dat een héél groot deel van het geld dat
we beschikbaar hebben, eigenlijk gaat naar de allerhoogste inkomens
terwijl de andere kant, de sociale huurders, keer op keer een
huurverhoging voor de kiezen krijgen. Die twee beloftes worden nu niet
waargemaakt. Er gaat 11 miljard naar de hypotheekrenteaftrek. De
allerhoogste inkomens hebben al een cadeautje gekregen, en de huurders
krijgen huurverhoging op huurverhoging. Daar zit de kern van het
probleem. Daar zit de kern van het probleem! Als je een wooncrisis wil
oplossen die veroorzaakt is door dat marktdenken — daar komen inderdaad
nog veel meer problemen vandaan, zoals die netcongestie — dan moet je
daaruit. Dat was uw belofte voor de verkiezingen. Wij zien er niks van
terug. We zien huurverhogingen. Maar goed … Hij wil niet meer.
Helaas.
De voorzitter:
Nou, hij mag niet meer. Niet uitdagen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Van mij wel.
De voorzitter:
Neeneenee, dat waren er drie. Meneer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik worstel een beetje met het volgende. Ik hoorde de vorige spreker er
ook over, en ik hoorde het in het interruptiedebatje ook: betaalbare
woningen. Ik worstel een beetje met wat dan een "betaalbare woning" is.
Misschien is het goed voor de mensen thuis en de mensen op de tribune —
gelukkig is er veel betrokkenheid — om te weten waar we het over hebben.
Volgens mij kost een betaalbare woning zo'n €420.000, heb ik her en der
nagevraagd. Ik vind dat niet betaalbaar. Ik was benieuwd hoe u dat ziet.
Moeten we als Kamer niet iets vinden van wat nu dan een betaalbare
woning is, als we daar dan toch het debat over voeren?
Mevrouw Beckerman (SP):
Eens. Zeer, zeer eens. De SP heeft een plan gepresenteerd: 1 miljoen
betaalbare woningen erbij. Wij gaan voor een huur tot €800. Dat zouden
wij heel mooi vinden. Wat betreft die betaalbare koopwoningen ben ik het
zeer met u eens. Het is bizar dat een gemiddelde koopwoning nu een half
miljoen kost. Een van de dingen die je daarvoor moet doen, is ook kijken
naar die grondprijs. Dat is heel belangrijk. Ik verwijs maar even naar
een studie van de ambtenaren zelf. Daarin zeiden ze: zó'n groot deel van
de nieuwbouwprijs van een woning is de grondprijs. We hebben dan ook
heel veel voorstellen ingediend voor een planbatenheffing: gebruik die
winsten, die nu verdwijnen, om die woningen betaalbaar te maken. Dat is
een voorstel waarmee je er op een hele mooie manier voor kunt zorgen dat
de prijzen naar beneden gaan.
Ik vind het heel bizar om te zien dat het omgekeerde gebeurt. We zien
namelijk dat het geld wordt weggehaald bij sociale huurders. We zien
belastingen voor corporaties. We zien hoge huurverhogingen voor de
middenhuur. Daardoor zie je dat de huizenprijzen alleen maar stijgen.
Wij zouden €800 per maand een hele logische huur vinden voor die
middeninkomens. Maar er moeten nog lagere huren komen voor de mensen die
dat echt hard nodig hebben. Ik hoop dus dat we met de heer Claassen … We
hebben heel veel voorstellen ingediend voor huurverlagingen. Het zou
mooi zijn als daar ook eindelijk een meerderheid voor zou komen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het gaat mij nu niet zozeer om een soort waardeoordelen. Wonen is mijn
derde portefeuille. Het is niet mijn eerste, niet mijn tweede, maar mijn
derde. Ik heb dus nog heel veel te leren. Ik dacht dus: wat is nou een
betaalbare woning? Nu ken ik het perspectief van de SP. Maar op
gemeenteniveau kan ook heel erg verschillen wat "betaalbaar" betekent of
hoe "betaalbaar" wordt ingeregeld wat betreft huur van de woning of de
grondprijs. Hoe moeten we dat dan regelen, gelet op de laatste inzichten
die u net met ons deelde?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is een mooie vraag, want deze wooncrisis is eigenlijk een
betaalbaarheidscrisis. Heel veel mensen kunnen hun huur niet meer
betalen. De helft van hun uren werken ze eigenlijk niet voor zichzelf,
maar voor hun huisbaas. Ze liggen krom voor een woning. Een van de
eerste daden van een nieuw kabinet was dus wéér een hoge huurverhoging.
Ik zou het heel mooi vinden als er een maximum van je inkomen is dat je
uit mag geven aan huur; dat hadden we ook in Nederland tot in de jaren
tachtig. Ik heb hier weleens verteld over een debat hier in de Tweede
Kamer in de jaren tachtig, negentig. Toen was het zo dat de laagste
inkomens bijvoorbeeld ongeveer 16% van hun inkomen kwijt mochten zijn
aan wonen. Daar werd op toegezien. Kwam je daarboven, dan kreeg je een
huurverlaging. Dat is een hele logische gedachte, dat we gewoon hier
afspreken: wij zorgen ervoor dat mensen een goed leven kunnen hebben.
Dat is uiteindelijk waar het over gaat: dat er woningen zijn en dat
mensen die kunnen betalen. Die oude oplossing is losgelaten omdat heel
veel politici geloofden dat dat allemaal naar de markt moest, dat het
dan beter zou worden. Dat had een gigantische wooncrisis tot gevolg.
Volgens mij is het een hele logische gedachte om dat weer te
regelen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Afrondend, voorzitter. Volgens mij leidt schaarste aan een product tot
hogere prijzen. Dat is een economisch effect. Dan moeten we dus iets aan
de schaarste doen. We moeten dus bouwen, bouwen, bouwen. Als ik met
voorstellen kom om de regeldruk vanuit de Europese Unie weg te krijgen,
wat zou bijdragen aan dat sneller bouwen, is de SP dan bereid om die te
steunen? Dan neemt de schaarste af en kunnen de prijzen naar
beneden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Een paar dingen. Eén. De woningprijzen worden in Nederland niet volledig
bepaald door schaarste, maar dat terzijde. Moeten we bouwen, bouwen,
bouwen? Ja. Daarom heb ik net het feit gehekeld dat dat nu niet kan,
omdat dit kabinet pas in 2028, 2029 een heel klein beetje geld vrijmaakt
om te gaan bouwen. Dat is volgens mij de kern van het probleem. Maar we
moeten wel bouwen, bouwen, bouwen. Dan iets over regels. U stelde die
vraag net ook aan de heer De Hoop, maar ik heb eigenlijk nog niet een
concrete regel gehoord waarvan u zegt: oeh, die zit in de weg. Ik wil
daar altijd naar kijken, tot u dienst, maar dan moet ik wel weten welke
regel u wilt afschaffen. Er zijn namelijk ook regels die juist in de weg
staan. Als ik er één mag noemen ... Ik ga deze maand nog in deze Kamer
een initiatiefwet verdedigen voor de bouw van wooncoöperaties. Ik vind
dat niet zo'n heel mooi woord, maar het gaat om groepen mensen die samen
aan de slag willen om woningen te bouwen. Die zien nu heel veel
belemmeringen. Ik heb een initiatiefwet geschreven om dat makkelijker te
maken. Het is hartstikke mooi als dat een regel is waarvan meneer
Claassen zegt: "Ik vind het heel mooi als die wordt afgeschaft en als we
zorgen dat die coöperaties, mensen die samen willen bouwen, eindelijk
aan de slag kunnen." Daar hebben wij een voorstel voor. Dat is helemaal
in een wet gegoten en die mag ik deze maand verdedigen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Huurders gaan dus de wooncrisis betalen. Dat is direct het
belangrijkste probleem. Dit kabinet maakt onvoldoende geld vrij voor de
bouw van betaalbare woningen. U kunt taskforces oprichten tot we een ons
wegen, rond tafels met dure bosjes bloemen erop, maar zolang het kabinet
onvoldoende geld vrijmaakt voor de bouw van betaalbare woningen, gaan we
de wooncrisis niet oplossen. Erkent de minister dit?
Ik herhaal het citaat dat ik net noemde. Het komt uit een brief van de
minister, met Haags jargon. "De woorden "in theorie" worden hier zeer
bewust gebruikt. De benodigde investeringscapaciteit kan namelijk alleen
worden bereikt met een dusdanig zwaar beroep op onderlinge solidariteit
dat dit, met name in de jaren na 2030, niet als reëel kan worden
beschouwd." In normaal Nederlands betekent dat: zelfs als we sociale
huurders tot de laatste cent uitwringen, is er niet genoeg geld om
betaalbare woningen te bouwen. Van een kale klip kun je niet plukken.
Dat is wel precies wat het kabinet probeert te doen. Het geld dat het
heeft en dat het uitgeeft, geeft het verkeerd uit. Er is geen geld voor
de bouw van echte betaalbare woningen, maar er is wel 11 miljard per
jaar voor hypotheekrenteaftrek. Daarbij vinden wij, de Socialistische
Partij, het prima dat er hypotheekrenteaftrek is voor mensen met een
gewone koopwoning, maar de helft van die 11 miljard gaat jaar in, jaar
uit naar de rijkste Nederlanders. Die krijgen er zelfs geld bij van het
kabinet. Bleek regeren met de VVD toch weer belangrijker dan de beloftes
aan woningzoekenden?
Nu is er het plan om de huren gigantisch te verhogen, tot €1.100 per
jaar erbij, boven op de jaarlijkse huurverhoging. Vindt dit kabinet het
normaal om van hele normale mensen €1.300 per maand te vragen aan huur?
Waarom? Hoeveel woningen levert dat eigenlijk op? Kan iemand daar een
concreet antwoord op geven?
Voorzitter, tot slot. Volgens mij moeten we vandaag hele principiële
afspraken met elkaar maken. Eén. We gaan de wooncrisis alleen oplossen
als we zorgen voor voldoende geld voor de bouw van echt betaalbare
woningen. Dat geld is er. Je moet alleen het lef hebben om het ook
daaraan uit te geven. Twee. We stoppen met het eindeloos verhogen van de
huren, sociale huren, middenhuren en vrijesectorhuren, en het uitwringen
van huurders, omdat het de wooncrisis niet gaat oplossen. Het brengt
mensen alleen maar dieper in problemen.
Tot slot. Rob Jetten beloofde dat leegstaande woningen vanaf dag één
geschikt zouden worden gemaakt voor bewoning. Nou, volgens mij kunnen we
zo deze zomer nog mensen helpen die nu geen woning hebben. Ik werd net
aangesproken door D66 met de vraag: waar is uw optimisme? Hier is mijn
optimisme! Er staat een stad ter grootte van Utrecht leeg. Laten we die
woningen zo snel mogelijk geschikt maken voor bewoning.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Het woord is aan de heer Clemminck voor
zijn inbreng namens JA21 in de eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Woningbouwopgave in vier minuten. Daar gaan we
dan.
Het is vaak gezegd: het woontekort is geen natuurverschijnsel, maar het
is een gevolg van politieke keuzes van de afgelopen jaren. In mijn ogen
zijn dat onrealistische, ideologische keuzes. Zo zorgt de dwingende,
dwaze en domme energietransitie ervoor dat we huizen niet meer kunnen
bouwen, of als we huizen gebouwd hebben, we er geen stekker in kunnen
doen, of ze zijn veel te duur geworden. Dan hebben we ook nog de
papieren stikstofcrisis, die de woningbouw in Nederland blokkeert en
vertraagt. Elk debat over de woonopgave is zinloos als we het niet ook
over de vraagkant kunnen hebben. De woningnood is geen
natuurverschijnsel, maar ook het gevolg van massa-immigratie en
opengrenzenbeleid. De massa-immigratie, die is ingezet door
opeenvolgende kabinetten, vergroot het woningtekort en de wachtlijsten
voor sociale huurwoningen. In 2024 was er een positief migratiecijfer
van 107.000. In 2023 was dat 137.000. Afgelopen jaar kwam er een stad zo
groot als Zwolle binnen. Een stad zo groot als Zwolle, elk jaar erbij!
We moeten bijna 50% van de nieuw te bouwen woningen bouwen om de
massa-immigratie van de komende jaren te kunnen opvangen. Bijna 50%! Het
is dweilen met de kraan open.
Wat deze minister aankomende vrijdag in de ministerraad moet doen, is
met de vuist op tafel slaan. Deze minister moet daar zeggen: ik heb een
opdracht meegekregen die ik niet kan uitvoeren; die is onuitvoerbaar
zolang er geen drastische maatregelen worden genomen om de
massa-immigratie in te perken. Als de rest van de ministerraad daar niet
mee akkoord gaat, dan moet deze minister nog harder op tafel slaan en
desnoods haar portefeuille beschikbaar stellen. Gaat de minister
aankomende vrijdag met haar vuist op tafel slaan als het gaat om
migratie?
Voorzitter. We hebben meer marktwerking en minder overheid nodig om de
woningopgave aan te pakken, een soort Stef Blok 2.0. De overheid bouwt
geen huizen. De overheid neemt geen investeringsrisico. De overheid weet
niet wat de woonbehoefte is van de Nederlander, maar heeft daar wel een
mening over.
Voorzitter. Buitenlandse pensioenfondsen kunnen een grote bijdrage
leveren aan de bouw van woningen, maar ze worden vaak niet vrijgesteld
van de vennootschapsbelasting zoals Nederlandse pensioenfondsen.
Daarnaast betalen ze ook nog eens 15% dividendbelasting. Recent kregen
we daar in deze commissie een petitie over. Mijn vraag aan de minister
is heel simpel: kan de minister toezeggen dat ze, binnen de bestaande
wet- en regelgeving, buitenlandse pensioenfondsen gelijk gaat stellen
aan Nederlandse pensioenfondsen, zodat er meer kapitaal vrijkomt voor de
bouw van met name huurwoningen?
Voorzitter. Voor mijn fractie is het eigenwoningbezit het fundament van
elk woonbeleid. Het stimuleren van eigenwoningbezit past ook bij onze
liberale principes: burgers die zelfbeschikking hebben over de grond en
hun woning, die zelf kunnen investeren en bewerken, en die zelf
letterlijk mede-eigenaar zijn ons land. Het eigenwoningbezit in
Nederland blijft ver achter bij het Europees gemiddelde van ongeveer
65%. We zien dat met name jongeren minder vaak huiseigenaar worden en
dat mogelijk ook helemaal niet meer gaan worden. Deelt de minister de
zorg dat het percentage eigenwoningbezitters achterblijft en deelt deze
minister onze ambitie om naar het Europese gemiddelde te groeien? En
welke aanvullende maatregelen overweegt de minister daarvoor?
Tot slot, voorzitter. Voor de fractie van JA21 is de
hypotheekrenteaftrek heilig. Partijen die hieraan morrelen, zijn
asociaal. Steeds meer huiseigenaren hebben moeite om de woonlasten te
kunnen betalen: een op de vijf. Mensen dreigen hun hypotheek niet meer
te kunnen betalen; ze worden namelijk kapotbelast door dit kabinet. De
leencapaciteit van alleenstaanden is verslechterd ten opzichte van
stellen. De maximale hypotheek is ongeveer €275.000, €285.000. Bij
stellen is de maximale leencapaciteit veel harder gegroeid naar ongeveer
€497.000. Deelt de minister de zorg van JA21 dat alleenstaanden steeds
moeilijker hun eigen woning kunnen financieren? Welke maatregelen wil
deze minister nemen om alleenstaanden beter toegang te laten krijgen tot
de woningmarkt?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Clemminck. Het woord is aan de heer El Abassi voor
zijn inbreng namens DENK in eerste termijn.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Mijn excuses dat mijn jasje zo moeilijk dichtgaat, maar
gisteren hadden we het Offerfeest; ik heb flink koek gegeten en ook
vlees, dus ik merk het terug in mijn jasje, helaas.
De voorzitter:
Waarom ben ik niet uitgenodigd?
De heer El Abassi (DENK):
Nou, ik zal er de volgende keer aan denken, voorzitter.
De voorzitter:
Heel graag, heel graag.
De heer El Abassi (DENK):
Lijkt me gezellig.
Voorzitter. De woningcrisis houdt ons land in een ijzeren greep.
Starters wachten jarenlang op een woning, gezinnen zitten noodgedwongen
op elkaars lip in veel te krappe appartementen en jongeren wonen
noodgedwongen tot hun 30ste in hun oude kinderkamer. In plaats van te
kijken naar de werkelijke, dieperliggende oorzaken van deze crisis, hoor
ik in deze zaal dat er door sommige partijen te vaak gekozen wordt voor
de makkelijk weg: goedkope zondebokpolitiek. Er wordt hardnekkig
geprobeerd om de schuld van de verstopte woningmarkt af te schuiven op
minderheden en statushouders, puur om het eigen politieke falen te
maskeren.
Voorzitter. Deze woningmarkt is de afgelopen decennia vakkundig
gesloopt. De verstopping waar we vandaag de dag mee kampen, is de
directe erfenis van de kille marktwerking van partijen rechts maar ook
links in dit huis. Door de invoering van de verhuurdersheffing is er in
het verleden meer dan 11 miljard, volgens mij zelfs 15 miljard, uit de
corporaties getrokken. De sociale volkshuisvesting werd bewust
uitgekleed en de bouw van betaalbare woningen viel volledig stil.
Tegelijkertijd rolde de overheid de rode loper uit voor buitenlandse
fondsen en grote beleggers, die onze wijken opkochten om de huren te
maximaliseren.
Voorzitter. Daar zit de echte verstopping. We moeten de oorzaken ook
benoemen. Waarom zijn er jarenlang te weinig betaalbare woningen
gebouwd? Waarom is de volkshuisvesting overgeleverd aan de markt? De
waarheid is dat politieke keuzes deze crisis hebben verdiept. Er is
jarenlang gestuurd op marktwerking, op winstmaximalisatie en op
kortetermijnbeleid. Terwijl woningcorporaties werden uitgeknepen, konden
beleggers en speculanten vrij spel krijgen. De overheid trok zich terug,
terwijl de woonzekerheid van gewone mensen juist bescherming nodig
had.
Voorzitter. De gevolgen daarvan zien we nu overal terug. Ik zei het al:
jongeren wonen noodgedwongen tot hun 30ste thuis. Er moet een
fundamentele oplossing komen die anders is: niet méér markt, maar méér
regie; niet speculatie belonen, maar betaalbaar wonen beschermen. Dat
betekent fors investeren in sociale huur en middenhuur. Dat betekent dat
woningcorporaties weer de ruimte moeten krijgen om te bouwen. Het
betekent ook dat leegstand en opkoopconstructies harder moeten worden
aangepakt. Het betekent dat wonen weer behandeld wordt als een publieke
voorziening in plaats van als een handelsproduct. Erkent de minister dat
de verhuurdersheffing en de doorgeschoten marktwerking een directe
bijdrage hebben geleverd aan het huidige woningtekort? Hoeveel woningen
staan er momenteel langdurig leeg voor speculatieve doeleinden? Welke
concrete maatregelen gaat het kabinet nemen om leegstand harder aan te
pakken? Is de minister het met DENK eens dat wonen geen verdienmodel
voor speculanten en investeerders hoort te zijn, maar een grondrecht dat
bescherming verdient?
Voorzitter, ik zie dat ik krap zit in de tijd, dus ik zal snel
doorlezen. Ik wil kort stilstaan bij iets wat nog niet benoemd is.
Instrumenten zoals de sociale koopwoning en KoopGarant worden ingezet.
Daar zijn we blij mee, maar er wordt nog een groep Nederlanders
uitgesloten. Zij lopen alsnog tegen een betonnen muur aan.
Voorzitter, gezien de tijd ga ik het toch hierbij laten, want ik heb
echt nog een stuk nodig. Wellicht komen er nog vragen uit de arena.
De voorzitter:
Ik zie in ieder geval de heer Van Asten bij de interruptiemicrofoon.
De heer Van Asten (D66):
Ik hoorde de heer El Abassi praten over leegstand. Hij zei dat we dat
moeten aanpakken. Ik was benieuwd of hij op de hoogte was van het feit
dat de Wet leegstand op dit moment bij de Raad van State ligt en
hopelijk nog voor de zomer bij ons hier is. Zo kunnen we inderdaad
zorgen dat de woningen zo snel mogelijk weer opgevuld kunnen worden.
Anders gelden er namelijk zware boetes.
De heer El Abassi (DENK):
Ik wacht het met smart af. Ik ben ook benieuwd wat er door de minister
nog meer gedaan gaat worden om te voorkomen dat er nog panden onnodig
leegstaan, zeker in deze tijden.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoor de heer El Abassi ook over leegstand. Zou de heer El Abassi
bereid zijn om te kijken naar tijdelijke huurcontracten om de leegstand
tegen te gaan?
De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij moeten we meer doen dan alleen dat. Ik benoemde ook dat we
speculatie moeten voorkomen. Ik verwijt dat de partij van de heer Nobel.
Mensen kopen namelijk aan een stuk door panden op. Dat moeten we
voorkomen aan de voorkant. Daardoor kunnen we leegstand voorkomen. Ik
denk dat er veel hardere maatregelen genomen moeten worden dan die de
heer Nobel zojuist heeft benoemd.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wiersma voor haar inbreng namens
BBB in de eerste termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. We hebben in Nederland geen gebrek aan plannen, maar
wel aan woningen. Dat voelen mensen elke dag. Jongeren kunnen niet het
huis uit en kunnen geen gezin starten. Gezinnen zitten zelf vast. Mensen
kunnen hun leven niet verder opbouwen.
Voorzitter. BBB ziet een aantal goede stappen en ambities van dit
kabinet. Tegelijkertijd zien we dat de uitvoering achterblijft.
Stikstof, netcongestie en bezwaarprocedures: de problemen en drempels
stapelen zich op. We zien dat in een aantal regio's met name
netcongestie nu een rem zet op de woningbouw. Ik ben benieuwd hoe de
minister dat ziet. Ziet zij ook dat dat nu het volgende grote probleem
is, na de vergunningverlening met stikstof? Deelt de minister de zorg
dat dit probleem de potentie heeft om landelijk de rem te zetten op de
broodnodige woningbouw? Wat is de visie van de minister op netbewust
bouwen? Ziet ze daar kansen in, wil ik haar vragen.
Voorzitter. Ik heb vaak meegemaakt dat er in de Kamer veel kritiek is op
wat er niet goed gaat, maar ik heb me voorgenomen om ook constructief
mee te denken met het kabinet. Als we woningbouw echt willen versnellen,
moeten we volgens mij anders durven kijken naar vergunningen en
toetsing. Bedrijven zoals Fijn Wonen in Heerenveen laten zien dat
industrieel bouwen snel, betaalbaar en kwalitatief kan. Door
gecertificeerde industriële bouwers landelijk te erkennen, besparen we
gemeentecapaciteit, verkorten we procedures en kunnen woningen sneller
worden gebouwd. Als een bouwconcept en het productieproces zelf al
gecertificeerd zijn, hoeven gemeenten niet telkens opnieuw elk
afzonderlijk project volledig te beoordelen. Dat betekent minder
papierwerk en meer huizen. Dat hebben woningzoekenden nu nodig. Is de
minister het met me eens dat als we een bouwconcept en het
productieproces landelijk erkennen en certificeren, dit tijdswinst
oplevert en gemeenten capaciteit kan besparen? Oftewel: versnelling. Dat
willen we volgens mij allemaal. Is de minister bereid om daarmee aan de
slag te gaan?
Voorzitter. Daarnaast moeten we eerlijk zijn: bouwen gebeurt niet alleen
met beleid, maar ook met investeringen. Collega De Hoop had het daar al
over, want daar wringt het nog steeds. BBB ziet dat het kabinet stappen
zet om het investeringsklimaat te verbeteren, zoals de aanpassingen van
de Wet betaalbare huur en fiscale maatregelen voor coöperaties. Dat zijn
stappen in de goede richting, maar het is nog niet genoeg.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van Asten.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik zie het.
De heer Van Asten (D66):
Een mooi moment: "Het is nog niet genoeg." We moeten altijd doorkijken.
Ik ben het helemaal met mevrouw Wiersma eens over het certificeren van
de prefabgebouwen, maar moeten we dan zo ver gaan dat we gemeentes ook
verplichten om die certificering echt te accepteren? Als gemeentes het
nog steeds zelf gaan doen, schieten we immers niet veel op met één
landelijke certificering.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik wil natuurlijk niet dat deze minister in de bevoegdheden van de
gemeentes treedt. De eerste stap lijkt mij dus om daar het gesprek over
te gaan voeren, maar volgens mij hebben we wel degelijk ook die
standaardisatie nodig om te kunnen versnellen. Dat betekent ook dat we
zouden moeten komen met overkoepelend beleid dat die versnelling
daadwerkelijk realiseert. Ik ben dus ook heel erg benieuwd naar de
reflectie van de minister op dit punt en of zij dit ook ziet als een
speerpunt dat moet worden opgepakt.
De heer Nobel (VVD):
Ik werd erg enthousiast van het betoog van mevrouw Wiersma. Zij schetst
dat de stappen die gezet zijn om de negatieve effecten van de Wet
betaalbare huur ongedaan te maken, onvoldoende zijn. Dat deelt de VVD
met haar. Ik hoop dus dat mevrouw Wiersma van de BBB de handreiking van
de VVD wil aanpakken om samen bijvoorbeeld naar tijdelijke
huurcontracten te kijken om verdere negatieve effecten te voorkomen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
De heer Nobel en ik het zijn het wel vaker eens over een heel aantal
zaken, niet alleen op het punt van woningbouw. Ik ga graag het gesprek
aan om daarnaar te kijken, want de bescherming van huurders is
natuurlijk ook echt heel belangrijk. Ik kijk graag samen met de heer
Nobel of we daar common ground in vinden.
Mevrouw Steen (CDA):
Onlangs heeft de Kamer een motie aangenomen van het CDA voor een fast
lane voor flexwoningen die een typegoedkeuring hebben. Volgens mij hoor
ik u hier exact hetzelfde betoog houden. Volgens mij ligt de opdracht al
bij dit kabinet en heeft u daar zelf al een handtekening onder gezet. Ik
ben dus benieuwd of ik u aan mijn zijde vind als ik de minister vraag om
daar gewoon eens tempo mee te maken, want volgens mij ligt dat er al,
kan het gewoon al en heeft u daar met het initiatief van het CDA al een
hele mooie voorzet voor gegeven.
De voorzitter:
Ik heb geen voorzet gegeven, maar u doelt waarschijnlijk op mevrouw
Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Er worden hier zo veel moties ingediend. De moties die werden ingediend
voordat ik Kamerlid werd, heb ik niet allemaal meegekregen, maar als die
motie in lijn is, zie ik dat natuurlijk alleen maar als steun voor de
richting die wij ook van harte voorstaan. Dus van harte steun.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik weet eigenlijk bijna zeker dat dat was nadat mevrouw Wiersma Kamerlid
werd, want ik heb de motie zelf ingediend en wij zijn op dezelfde dag
geïnstalleerd. Het is hartstikke mooi om te horen dat de BBB onze lijn
steunt.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ja. Ik bleef hangen bij: het is nog niet genoeg. Dat is het nooit, maar
ik hoorde zojuist ook een aantal suggesties waar ik het van harte mee
eens ben, bijvoorbeeld voor de vennootschapsbelasting. Voor coöperaties
en ontwikkelaars blijft dat een stevige rem op investeringen. Als we
echt willen dat er meer gebouwd wordt, moeten we ook daarin durven
versnellen. Ik weet dat hier al een voornemen in zit, maar wat mij
betreft is dat niet genoeg en moet die rem er gewoon af.
Woningcorporaties zijn geen commerciële bedrijven, maar leveren een
maatschappelijke dienst. Ziet ook de minister de problemen van de
vennootschapsbelasting voor corporaties en wil zij zich inzetten voor
volledige afschaffing daarvan? Ik heb van deze organisaties begrepen dat
zij iedere euro echt kunnen omzetten in een equivalent aan
investeringscapaciteit. Het lijkt mij dat we daar geen rem op moeten
zetten.
Tot slot, voorzitter, de kwaliteit. We hebben het over het bouwen van
woningen, maar natuurlijk moeten we ook oog blijven houden voor het
bouwen van gemeenschappen. Mensen wonen in buurten met karakter,
herkenbaarheid en kwaliteit. We moeten dus ook oog blijven houden voor
tradities en bouwstijlen, maar praktisch bouwen kan samengaan met
schoonheid, samenhang en een plek waar mensen zich thuis voelen. Ik wil
de minister vragen of zij de mening deelt dat we vooral moeten kijken
naar het bouwen van gemeenschappen, niet gericht op aantallen. Dat geldt
bijvoorbeeld ook bij zo'n wijk als de Binckhorst, waar de woningbouw
achterblijft. We moeten er dan met elkaar wel voor zorgen …
De voorzitter:
U bent heel ver over uw tijd.
Mevrouw Wiersma (BBB):
… dat zo'n school dan niet stopt. Ik stop ermee, maar ik was nog niet
klaar. Helaas.
De voorzitter:
Nee. Maar goed, u heeft ook nog een tweede termijn.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het ging net in een interruptiedebatje ook over moties. Op 25 juni is
een motie ingediend door uw vorige collega, Wijen-Nass, van de BBB. Dat
ging over onderzoeken of het mogelijk is het Aarhusverdrag achter ons te
laten. Wat vindt u van hoe het kabinet dat heeft afgehandeld?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Het Aarhusverdrag moeten we wat mij betreft opzeggen. Dat is niet de
lijn, maar wat mij betreft zou dat wel mogen gebeuren.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Het antwoord van de minister was volgens mij dat dat niet kan, omdat het
ook Europese regelgeving is. Ik vond dat een rare constatering. Het is
Europese regelgeving. Zou u zich aan mijn zijde kunnen scharen als we
proberen daar toch wat stappen in te zetten?
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ga een hoop koffie drinken de komende tijd. Ik stel voor dat de heer
Classen en ik dat ook gaan doen. Van harte welkom!
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde mevrouw Wiersma op het einde over gemeenschappen bouwen. Dat
vind ik een hele mooie. Je hebt heel veel mensen die zeggen: we gaan
niet meer wachten op de markt, we gaan niet meer wachten op de overheid,
maar we gaan het zelf doen. Maar zij lopen tegen veel belemmeringen op.
Daarom heb ik een wet geschreven om dit soort groepen mensen —
wooncoöperaties, woonverenigingen — te steunen. Ik ben benieuwd of
mevrouw Wiersma dat kan steunen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ga hier natuurlijk geen appreciatie geven van een initiatiefwet die
ik nog niet doorgelezen heb. Maar ik kan mevrouw Beckerman toezeggen dat
ik dat uiteraard ga doen voordat die wet hier in de Kamer behandeld
wordt en dat ik haar dan zal laten weten wat ik ervan vind. The devil is
in the details. Gemeenschappen bouwen? Uiteraard. Maar perspectieven
daarop kunnen wel verschillen.
Mevrouw Beckerman (SP):
De duivel zit in de details, maar ik vermoed dat mevrouw Wiersma deze
wet zal waarderen. Het mooie is dat je dit op het platteland ook heel
veel ziet gebeuren, net als in de steden. Dat vind ik er ook zo mooi
aan. Je hebt in Amsterdam Nieuw-West groepen jongeren die zeggen: we
gaan niet tot onze 30ste bij papa en mama op zolder zitten. Zij gaan
samen met ouderen zo'n coöperatie opzetten. Maar je hebt ook kleine
dorpen, waar wordt gezegd: hier wordt niet meer gebouwd. Mijn
uitnodiging aan mevrouw Wiersma hier is: laten we ook hier koffie over
gaan drinken. Hier zitten heel weinig duivels in de details. Volgens mij
is het juist een heel mooi initiatief om al die lokale gemeenschappen te
steunen die zeggen dat ze in de steek worden gelaten.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ben groot voorstander van het bouwen van gemeenschappen. Als dat gaat
in het buitengebied, dan vind ik het wel ook van belang dat die
gemeenschappen niet ineens allerlei beperkingen opwerpen voor
bijvoorbeeld de agrarische bedrijvigheid die daar reeds plaatsvindt.
Daar zijn oplossingen voor, bijvoorbeeld de bestemming
"plattelandswoning", waarbij andere wet- en regelgeving ten aanzien van
geur, hinder en dergelijke geldt. Daarover valt heel goed te praten. Nou
ja, ik heb aan één bijdrage al drie koffieafspraken overgehouden.
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Wiersma. Het woord is aan lid Kostić voor haar
inbreng namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Vandaag is de Partij voor de Dieren helaas weer de enige die
de grote roze olifant in de kamer gaat benoemen. De roze olifant is
zichtbaar op deze kaart, die ik zo meteen aan de minister wil aanbieden.
Die komt uit een rapport van de Universiteit Leiden. Al het roze dat u
hier ziet, is landbouwgrond. Als je echt de woningnood wilt oplossen,
kan je niet om deze kaart heen. De politiek laat het gebeuren dat bijna
de helft van ons land wordt gebruikt voor de veehouderij en dat we
schaarse grond gebruiken voor sierteelt met landbouwgif, zoals lelies en
bollen, die we vervolgens vooral exporteren. We verspillen kostbare
grond aan producten die niet eens bijdragen aan onze voedselzekerheid.
De minister zegt dat ze alles uit de kast wil halen om de wooncrisis op
te lossen. Dat is veelbelovend. Ik neem graag de proef op de som. Dus ik
vraag de minister: als ze echt alles uit de kast wil halen tegen de
woningnood, is zij dan bereid om te kiezen voor de belangen van de
woningzoekers boven de belangen van de vee-industrie en de giftige
sierteelt?
Voorzitter. Voor honderdduizenden mensen staat het leven stil door de
woningnood. Denk aan jongeren die noodgedwongen op een kinderkamer
blijven wonen, aan volwassenen die na een scheiding nergens heen kunnen
en aan ouderen die geen passende woningen kunnen vinden. En dat terwijl
we eigenlijk zoveel grond in dit land hebben. Hoe legt de minister dit
uit aan de woningzoekers?
Voorzitter. Op de korte termijn kunnen we ook iets doen. Het moet
makkelijker worden voor mensen om samen te wonen en we kunnen de ruimtes
die er zijn veel beter benutten. Onlangs bleek dat er nog zoveel lege
ruimte boven winkelpanden is dat we daarmee 17% van het woningtekort
zouden kunnen oplossen. Komt de minister voor het reces met een concrete
uitwerking van maatregelen waarmee dit soort ruimtes gaat worden benut
en waarmee splitsen, delen, transformeren en optoppen makkelijker en
financieel aantrekkelijker gaat worden gemaakt?
Voorzitter. Maar als we eerlijk zijn, weten we dat we de wooncrisis
daarmee nog niet oplossen, want gemeenten zitten klem. Zij voelen dat ze
moeten kiezen tussen het beschermen van de gezondheid en het bouwen van
woningen, bijvoorbeeld in de buurt van geitenhouderijen of plekken waar
sierteelt wordt bedreven. De Gezondheidsraad is duidelijk over
geitenhouderijen: binnen een straal van een kilometer horen eigenlijk
geen woningen of scholen, want er is een grote kans dat je er ziek van
wordt. Hetzelfde zien we bij de sierteelt, een sector waarin heel veel
gebruik wordt gemaakt van landbouwgif, vooral gericht op de sector;
daardoor wordt op steeds meer plekken woningbouw tegengehouden. Het zit
woningbouw in de weg, want je kan natuurlijk niet bouwen in de buurt van
plekken waar giftige sierteelt wordt bedreven. Zo lopen we vast. We
willen ruimte voor alles tegelijk. Dan komen we weer terug bij die grote
roze olifant in deze Kamer. De keuze is niet tussen bouwen of
gezondheid. De echte keuze is of we kiezen voor de instandhouding van de
huidige omvang van de veehouderij en de giftige sierteelt of voor
woningen én gezondheid.
Dan nog het laatste punt, regelgeving. We zien een gevaarlijke trend
ontstaan, waarbij regels vooral worden neergezet als hinderlijk, maar,
lieve mensen, sommige regels beschermen juist wat we hard nodig hebben,
namelijk gezonde lucht, schoon water, een veilige woonsituatie en een
groene leefomgeving. Waterschappen en koplopers in de bouw zeggen dat
woningen die we nu bouwen langer dan 100 jaar moeten functioneren in
hitte en droogte en bij wateroverlast en grondstoffenschaarste. Wie
vandaag bouwt zonder rekening te houden met die werkelijkheid
organiseert de problemen en kosten van morgen. De minister zelf zegt dat
haar uiteindelijke doel is dat iedereen een betaalbare, duurzame en
passende woonruimte in een gezonde leefomgeving heeft. Dat is prachtig,
maar hoe ga je dat borgen als je al die regels gaat schrappen?
Voorzitter. De kern van dit debat is dus niet hoe we sneller bouwen. De
kern is hoe we slimmere keuzes maken. Begin bij die grote roze olifant.
Begin bij de vee-industrie en de giftige sierteelt. Zo bouwen we vandaag
niet aan de problemen van morgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten voor zijn inbreng namens
D66.
De heer Van Asten (D66):
Voorzitter. Voor D66 is het overduidelijk: we willen veel meer woningen,
en snel. De kansen daarvoor liggen er ook. Van plan tot oplevering kan
veel sneller. Overal in het land, op elk niveau, kunnen we drie
versnellingen doorschakelen. Gelukkig heeft het kabinet de afgelopen
weken al geleverd. De Wet regie is erdoorheen. Er zijn honderden
miljoenen extra om de stapeling van procedures te halveren en om
geschikte woningen te bouwen voor onze ouderen. Het kabinet gaat
leegstand aanpakken. En nog deze zomer wijst de minister de eerste
nieuwe, grootschalige woningbouwlocaties aan. Dát is wat Nederland nodig
heeft.
We willen dat de politiek weer groots durft te denken, vooral bij het
aanwijzen van die nieuwe bouwlocaties. Vorige week was ik nog met de
heer Grinwis in Delft, bij Blue21, een bedrijf dat drijvende woningen,
ja, zelfs hele drijvende wijken onderzoekt en ontwikkelt. Ziet u het
eens voor zich: een drijvend IJstad, hier in Nederland, in een regio
waar veel mensen een huis zoeken en een gezin willen starten. De
techniek ligt er; het wachten is op de politiek. Pas oude regels aan, ga
door roeien en ruiten en kies voor een fijn thuis voor iedereen. Laat de
wereld zien waar wij toe in staat zijn! Hoe kijkt de minister aan tegen
de oproep om bouwen op water, in de traditie van ons land, fors te
stimuleren?
De voorzitter:
Er zijn wat vragen.
De heer Van Asten (D66):
Dat dacht ik.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik moest wel een beetje lachen. De heer Van Asten zei "het kabinet
levert" en noemde vervolgens allemaal voorstellen op die niet uit de
koker van dit kabinet komen. De Wet regie komt van een vorig kabinet.
Vandaag tweette de minister ook enthousiast over de Woningbouwimpuls.
Dat was een voorstel van het vorige kabinet. Het was een amendement
vanuit de Kamer waar geld bij kwam. U noemde nog een ander voorstel, dat
ook niet uit de koker van het kabinet komt. Ik snap dus niet helemaal
wat dan de doorbraak is die dit kabinet nu al veroorzaakt heeft.
De heer Van Asten (D66):
Ik zie dat er voornamelijk heel veel nieuwe wetten door dit kabinet naar
de Kamer worden gestuurd, dat alles wordt opgepakt en dat zo'n
Leegstandwet nu bij de Raad van State ligt om nog voor de zomer hier
behandeld te worden. We zijn in deze Kamer nu voorstel na voorstel aan
het behandelen, na jarenlang gewacht te hebben. We gaan eindelijk weer
eens vooruit. Het feit dat u dat grappig vindt, vind ik ook mooi, want
dan kunnen we op een positieve manier kijken naar hoe we de woningbouw
kunnen gaan versnellen. Na de inbrengen van collega's in de Kamer
gehoord te hebben, vind ik het af en toe namelijk wel wat somber.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Over dat voorstel over leegstand ben ik razend enthousiast. Ik heb het
namelijk zelf ingediend, waardoor het in de wet kwam. Het is dus wel
heel wonderlijk dat u het nu zo voorstelt dat een amendement van mijn
collega Stultiens en mij een voorstel van een D66-minister is. Ik ben er
heel blij mee dat het wordt uitgevoerd, maar zo werkt het natuurlijk
niet helemaal. Ik zou het heel mooi vinden als het kabinet inderdaad met
meer voorstellen komt. Laat ik dan een suggestie doen. U stond net ook,
met mij, buiten bij Aedes. Daar zeiden ze over de vpb: die winst eraf
halen, dat moet heel snel. Is D66 bereid om vandaag met de Kamer daar
nog een verdere stap in te zetten als wij een voorstel doen?
De heer Van Asten (D66):
Ik ben blij dat de 325 miljoen nu al door dit kabinet wordt opgenomen in
het coalitieakkoord. Dat is al 325 miljoen die we er hiermee van
afhalen. Ik denk dat niemand in de Kamer er enthousiast over is dat die
regeling destijds is ingesteld. Tegelijkertijd moeten we kijken waar we
het geld vandaan halen. Ik ben het ermee eens dat we de euro's op de
juiste manier moeten inzetten. Er worden forse bedragen in de woningbouw
gestopt, tot miljarden aan toe. We moeten daar de juiste mix in vinden.
Ik ben altijd bereid om daarover te praten.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Even precies: het is niet 325 miljoen. Vanaf 2028 komt er 250 miljoen,
twee jaar achter elkaar. Daarna bouwt dit op tot uiteindelijk 325
miljoen structureel. Laten we wel even precies zijn over de
cijfers.
Ik zou de heer Van Asten ook willen vragen hoe hij kijkt naar de
hypotheekrenteaftrek. D66 heeft voor een voorstel van Progressief
Nederland gestemd om die het komende jaar niet te verhogen. Ik ben heel
blij met die steun, dus laat ik dat compliment ook geven. Hoe ziet het
vervolg er volgens de heer Van Asten dan uit richting de begroting,
zodat we de hypotheekrenteaftrek dit jaar al wat eerlijker kunnen
maken?
De heer Van Asten (D66):
Daar zullen we het bij de begroting zeker over moeten hebben, naar
aanleiding van datgene waarmee we samen hebben ingestemd, om daar tot
een nieuw evenwicht te komen. Nogmaals, alles wat er speelt in de
woningbouw en het geld dat daarnaartoe gaat, die 325 miljoen — inderdaad
gaat dat in sprongen, maar het gaat wel naar 325 miljoen euro toe en dat
is echt een forse bak met geld — gaat ertoe leiden dat we meer woningen
realiseren. Ik zei al dat het een pakket maatregelen is. We besteden
veel geld aan woningbouw, maar we moeten kijken hoe we dat op de juiste
manier doen en aan welke knoppen we het beste kunnen draaien zodat we zo
veel mogelijk woningen gaan bouwen. Nogmaals, dat is de opgave die we in
de Kamer hebben.
De heer Mooiman (PVV):
Ik hoor de heer Van Asten over de grootschalige woningbouwlocaties, maar
ik wil wel aangeven dat de meeste van die locaties inderdaad — het werd
net al gezegd — door het vorige kabinet zijn aangewezen en dat een hoop
van de locaties waarnaar nu wordt gekeken allang in beeld waren. Ik ben
op zoek naar de grote belofte van D66 tijdens de verkiezingscampagne van
tien nieuwe steden, die vervolgens dagen na de verkiezingen tot metafoor
werden verklaard. Een aantal maanden geleden stond ik hier met een
voorganger van meneer Van Asten, meneer Vijlbrief. Hij zei: die tien
nieuwe steden ga je echt vinden in het coalitieakkoord. Ze zijn er niet.
De vraag aan de heer Van Asten is dus: waar zijn die tien nieuwe
steden?
De heer Van Asten (D66):
Nogmaals, ik ben blij dat er enthousiasme is over de tien nieuwe steden,
want dat is er ook nog steeds bij ons. D66 gelooft dat wij nog steeds
grootschalige woningbouwgebieden nodig hebben. En ze staan erin. Het
vorige kabinet had 21 grootschalige woningbouwgebieden. Als u het
akkoord erbij pakt, geef ik u toe dat het er geen tien zijn. Het zijn er
negen. We zijn namelijk van 21 locaties naar 30 gegaan. Ik heb van de
week nogmaals een pleidooi gehouden voor IJstad, een drijvend IJstad met
de nieuwste technologie; ik refereerde er net nog aan in mijn bijdrage.
Laat dat de tiende zijn. Dan mag deze minister de andere negen zelf nog
aanwijzen.
De heer Mooiman (PVV):
Hier neem ik zeker geen genoegen mee, want D66 heeft tien volledig
nieuwe steden beloofd. De heer Van Asten verwijst vervolgens naar de
negen locaties die worden genoemd in het coalitieakkoord. We weten dat
het kabinet er eerder al mee bezig is geweest om die locaties uit te
breiden. Maar D66 heeft tien nieuwe steden beloofd en geen locaties,
geen buurten en geen wijken, zoals nu in het coalitieakkoord staat. Ik
stel dus toch nogmaals de vraag waar nu concreet die tien nieuwe steden
zijn die D66 heeft beloofd.
De heer Van Asten (D66):
Pakt u dan het coalitieakkoord er nog eens bij. Negen nieuwe
grootschalige woongebieden kunnen ook steden zijn. Die steden gaan er
nog komen. We hebben er bij de verkiezingen aardig wat genoemd, waarvan
IJstad de grootste is. Maar zo hebben we er nog meer. We willen 100.000
huizen per jaar bouwen. Dat is een enorme opgave. Wij denken: dat kun je
niet alleen met een straatje erbij, met optoppen of beter gebruiken. Je
moet het allemaal doen. Als oud-wethouder van Den Haag ben ik een groot
voorstander van binnenstedelijk bouwen, zoals hier in de Binckhorst en
in het CID gebeurt. Maar daarmee kom je er niet. Daarmee zorgen we er
niet voor dat mensen op korte termijn woningen krijgen. Daar zul je
grote stappen voor moeten zetten. Daar zul je dus ook nieuwe
woongebieden of nieuwe steden voor moeten bouwen. En die gaan we bouwen
ook.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Mooiman (PVV):
Zojuist werd IJstad genoemd. Dat is, geloof ik, de enige locatie waar
D66 daadwerkelijk mee is gekomen. De kosten van IJstad werden door D66
zelf berekend op 20 miljard. Om dat even in perspectief te plaatsen: per
jaar gaat naar de hele woningbouwopgave 1 miljard euro. D66 en dit
kabinet hebben helemaal geen geld vrijgemaakt voor die tien nieuwe
steden, laat staan voor de wijken of voor IJstad alleen. Hoe kan D66 dan
blijven volhouden dat die tien nieuwe steden er komen? Ze staan niet in
het coalitieakkoord en er is ook helemaal geen geld voor
vrijgemaakt.
De heer Van Asten (D66):
Ik ga geen welles-nietes doen over de vraag of ze er wel of niet in
staan. Ze staan er namelijk wel in en dat kunt u ook precies nalezen.
Maar heel even over die 20 miljard. Ik hoop dat meneer Mooiman zo veel
verstand heeft van stedelijke ontwikkeling dat hij weet dat 20 miljard
een totaalinvestering is waarvan het gros door de markt zal worden
gedragen, net zoals dat nu in de Binckhorst gebeurt. Daar betalen de
gemeente Den Haag en het Rijk de woningbouw ook niet zelf. Dat doet de
markt. Dat zijn de partijen. Die zullen moeten instappen op de nieuwe
woningbouwgebieden. Sterker nog, dat willen ze ook, als we het goed gaan
regelen, zodat het weer interessant is om in Nederland te
investeren.
Mevrouw Beckerman (SP):
Een heel simpele vraag: wat verdient een politieagent?
De heer Van Asten (D66):
Sorry, volgens mij gaan we dit soort spelletjes tijdens het woondebat
niet spelen. Maar een beginnend agent, net als een beginnend leraar,
heeft recht op een sociale woning. Als u het daarmee eens bent, is voor
mij die vraag beantwoord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar was ik al bang voor: geen antwoord geven en zeggen dat het een
spelletje is. Deze vraag stel ik omdat D66 hier op 21 april zei: we
hebben veel meer middenhuurwoningen nodig, want anders vist de
politieagent, de verpleegkundige of de onderwijzer continu achter het
net. Vandaar mijn vraag. Dat was een heel logische. Maar goed, als u die
niet kunt beantwoorden, is mijn vraag: wat vindt D66 een goede huur voor
een politieagent?
De heer Van Asten (D66):
Volgens mij is voor iedereen een goede huur of een goed bedrag om kwijt
te zijn aan woonlasten iets wat goed te dragen is. Als dat ergens tussen
de 20% en 35% ligt, kom je volgens mij een heel eind. Dat is historisch
nog steeds een heel laag bedrag.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar komen we tot het probleem. We hoorden grote woorden van D66 vóór de
verkiezingen. Nu is er te weinig geld voor de bouw van die echt
betaalbare huurwoningen, dus voor sociale huur. Dat loopt nu al vast.
Tegelijkertijd kondigt D66 huurverhogingen aan. De politieagent, die
door uw partij in verband wordt gebracht met de middenhuur, gaat straks
€1.300 per maand betalen, of €16.000 per jaar. Is dat beleid, vraag ik
via de voorzitter, waar D66 nou echt trots op kan zijn? Of wil het
samenwerken om dat plan weer terug te draaien?
De heer Van Asten (D66):
Waar D66 voor staat, is dat we allemaal een woning kunnen vinden die we
ook kunnen betalen. Daarvoor zullen we fors moeten bijbouwen. Anders
zijn de woningen er niet eens voor alle woningzoekenden. Op het moment
dat we die woningen hebben op plekken waar mensen ook willen wonen, en
dat is in heel het land, dan zul je daar ook redelijke huren en
redelijke prijzen voor gaan krijgen. Nu hebben we een enorme schaarste
aan woningen, waardoor mensen niet ergens kunnen gaan wonen. Er wordt
niet gebouwd vanwege onder andere fiscale maatregelen. Dat zullen we
allemaal moeten gaan inhalen. Dan heb je weer een nieuw evenwicht. D66
is volop bezig om steeds met nieuwe plannen te komen om de woningbouw
aan te jagen, met het geven van vergezichten om in de toekomst door te
bouwen, om nu te bouwen rondom stations en om nieuwe wijken te bouwen.
Al die voorstellen zijn er.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik wil toch nog even terug naar het mooie glimmende verhaal over IJstad.
Ik heb de heer Van Asten daar in het begin van de week al een heel
betoog over horen houden en vandaag heb ik hem daar ook een paar keer
over gehoord, met een hele hoop energie. Dat verhaal is overigens ergens
in 2020 geboren, toen Pieter Heerma en Rob Jetten al eens plannen
maakten voor een dergelijke stad. Waar het mij om gaat: waarom kiest D66
er nu voor om letterlijk en figuurlijk zo veel energie te steken in
IJstad, terwijl er op dit moment zo veel maatregelen zijn, die ook in
ons coalitieakkoord staan, die hier en nu gaan helpen om de
woningbouwopgave strak te trekken? Er zijn nu zo veel mensen die zoeken
naar een huis. Daar moet onze aandacht naartoe gaan.
De heer Van Asten (D66):
Hier wreekt zich een spreektijd van vier minuten in een debat over de
woningbouw. Het zijn vele draken die we moeten verslaan op weg naar een
goede woningbouw. Ik kom zo nog op terug op uw bezwaar, maar ik heb het
ook over andere zaken. Ik heb het over de fiscale regels. Daar heb ik
helaas geen tijd voor binnen mijn vier minuten. Ik heb het over de
moeilijkheden rond het binnenstedelijk bouwen. Ik heb het over
wethouders van kleinere gemeenten die ik spreek, die achter het net
hebben gevist bij de laatste WoKT-middelen en daardoor geen nieuwe
wijken kunnen bouwen. Er zijn zo veel dingen die we tegelijkertijd
moeten aanpakken.
Maar we moeten niet vergeten om ook over de horizon heen te kijken. Ook
in de toekomst zullen we nieuwe steden, nieuwe woonwijken en nieuwe
buurten moeten bouwen. Als we niet over de horizon heen kijken, is op
een gegeven moment de pijplijn met plannen leeg en hebben we geen nieuwe
plannen gemaakt. Vandaar dat mijn energie ook gericht is op de
toekomst.
Mevrouw Steen (CDA):
Daar ben ik het mee eens. We moeten het allemaal doen. We moeten grote
en kleine zaken aanpakken. Maar dan vind ik het opvallend dat u ervoor
kiest om die glimmende stad in de verte zo in het licht te zetten,
terwijl de steden al klaar staan met harde plancapaciteit voor die vier
grootschalige woningbouwlocaties. Er is geen enkele belemmering om
daarmee te beginnen, behalve dan het feit dat de infragelden er niet
zijn gekomen. Daar klemt het vandaag, hier en nu. Dus waarom al die
aandacht van D66 voor een stad waarvoor het land nog moet worden
opgespoten, terwijl de steden klaarstaan om in actie te komen?
De heer Van Asten (D66):
Dat is dezelfde vraag, dus dan geef ik hetzelfde antwoord, alleen op een
andere manier. Ik zie de problemen van vandaag. Daar ben ik ook continu
mee bezig. Ook in andere debatten ben ik druk bezig om dat duidelijk te
maken. Willen we hier Binckhorst afmaken, moeten we hier die tramlijn
laten rijden. Als er in Helmond gebouwd moet worden, moeten we wel die
ringweg gaan aanleggen. Als we ergens een straatje erbij moeten hebben,
moeten we er ook voor zorgen dat de bijbehorende voorzieningen
gerealiseerd kunnen worden. Ik ben net als u ook wethouder geweest, dus
we weten allebei dat dat heel belangrijk is. Nogmaals, de plannen die
vandaag klaarliggen, moeten we nu gaan uitvoeren, met alle problematiek
die daarmee gepaard gaat, maar we moeten ook naar de toekomst kijken.
Als wij nu niet gaan kijken waar wij over twintig jaar of over tien jaar
gaan bouwen, missen we een heel tijdframe en staan onze opvolgers zich
hier af te vragen: wat moeten nu doen?
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik ben blij te constateren dat de heer Van Asten gewoon met beide benen
op de grond staat en hier en nu wil helpen. Dan vraag ik hem of hij het
met mij eens is dat wij, als die infragelden er niet komen voor die vier
woningbouwgebieden, moeten kijken of daar misschien binnen de
VRO-begroting wel geld voor is.
De heer Van Asten (D66):
Ik weet dat we een belofte hebben gedaan rond die vier grootschalige
woninggebieden, zodat die van start kunnen gaan. Dat is een belofte aan
die steden, maar het is eigenlijk ook een belofte aan alle
woningzoekenden van Nederland om zo veel mogelijk te gaan bouwen op de
plekken waarvoor de plannen klaarliggen. Dus of dat geld uit de
VRO-begroting moet komen weet ik nog niet, maar ik ben het er wel mee
eens dat we ervoor moeten zorgen dat die gebieden hun gelden
krijgen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
In het verlengde van IJstad zie ik nog wel een ander probleem. Ik heb
het plan op de website van D66 even bekeken. Het zoekgebied kent wel een
groter dilemma, want het is Natura 2000-gebied. Ik ken D66 als een
partij die fel voorstander is van het steeds verder verankeren van alle
juridische waarden van Natura 2000-gebieden. Als daar een stad gepland
wordt, levert dat dus immense juridische obstakels op. Mijn vraag is
daarom wat IJstad wordt. Gaat het met IJstad net zoals met de metafoor
van de tien nieuwe steden? Worden hier straks daadwerkelijk woningen
gebouwd, of zijn het luchtkastelen?
De heer Van Asten (D66):
Hier gaan daadwerkelijk woningen gebouwd worden. Mevrouw Wiersma heeft
natuurlijk helemaal gelijk: D66 is een partij die pal staat voor de
natuurwaarden en die waarden graag wil beschermen in zo'n vol land met
enorme problematiek. Ik noem alleen al de stikstofproblematiek. Daar
zullen we dus hard aan moeten gaan werken. Zeker in zo'n waardevol
watergebied als het Markermeer zullen we daar ook flinke verbeteringen
in moeten realiseren. Dat is ook het mooie van een Natura 2000-gebied.
Je moet zorgen dat de natuur daar verbetert. Uit al de gesprekken die we
hebben gevoerd, weten we ook dat als je op de juiste manier bouwt, met
de juiste milieumaatregelen daaromheen, je die natuur daar ook kan gaan
verbeteren. Ik denk dat dat een hele goede opgave is. Sterker nog, dat
is een verplichting. Je moet dat meenemen op het moment dat je IJstad
ontwikkelt.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Het probleem is hier natuurlijk dat stikstof geen probleem is in dit
merengebied, want het gaat om de waternatuurwaarde. D66 geeft aan dat
daar 25 hectare aan landaanwinning moet plaatsvinden. Hoe gaat de heer
Van Asten dat mitigeren? Je moet dan waternatuur compenseren. Het gaat
dan niet om bloemetjes en bijtjes rondom een woning.
De heer Van Asten (D66):
Sterker nog, het Markermeer heeft op dit moment niet de beste
waterkwaliteit. Gelukkig hebben we voor een deel van de Marker Wadden al
een verbetering gerealiseerd. Maar het pleidooi dat ik net hield, was
geïnspireerd door de bezoeken van onder anderen de heer Grinwis en mij
aan Delft over de mogelijkheid van drijvend bouwen. Een heleboel van die
problematiek kan je daar wellicht al mee oplossen. Ik doel dan op juist
niet opspuiten, maar drijvend bouwen. Als u nu denkt dat dat
toekomstmuziek is, zeg ik u: ik vind die toekomst nog niet eens zo heel
gek. Het kan namelijk wel. Hier in Nederland wordt het gewoon
ontwikkeld. In andere delen van de wereld wordt het verkocht. Daar staat
men te kijken naar wat de Nederlanders nu weer bedacht hebben in het
kader van werken met water. Maar wij gebruiken het nog niet. Laten we
dus een open blik houden daarop. Ik weet uiteindelijk niet in hoeverre
dit kan bijdragen aan grootschalige woningbouw hier. Maar wat ik ervan
heb gezien, is dat het wel zeer veel potentie heeft. Laten we dat samen
gaan onderzoeken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Juist de erbarmelijke staat, zoals de heer Van Asten aangeeft, van het
Markermeer zal een juridische belemmering zijn om daar überhaupt wat aan
ontwikkeling te doen. De staat van de natuur is daar slecht. D66 wil die
juist beschermen. Ik denk dat de juridische belemmeringen niet worden
weggenomen als we constateren dat het van landaanwinning nu al
gedegradeerd is naar drijvend bouwen. Van uitstel komt afstel, zou ik
zeggen. Dat is niet echt een vraag, maar daar laat ik het wel bij.
De heer Van Asten (D66):
Ik denk dat we hier echt het verschil zien tussen een partij als BBB en
een partij als D66. Wij hebben campagne gevoerd met "het kan wel" en
voelen dat tot in de kern. Wij zien juist graag mogelijkheden. De
problemen die eromheen spelen — ik doel er dan op dat je de
waterkwaliteit daar moet gaan verbeteren — moet je oppakken als deel van
die uitdaging. We hebben een enorme woningcrisis en we moeten ook de
natuur verbeteren. Hoe kunnen die samen tot grote bloei komen? Met
andere woorden, hoe kan het wel?
De heer Nobel (VVD):
Een korte interruptie. Is de heer Van Asten het met de VVD eens dat er
grofweg twee opties zijn om de woningmarkt vlot te trekken? Ik doel dan
op een beter fiscaal klimaat en minder regels.
De heer Van Asten (D66):
Het zijn in ieder geval twee van de draken die je moet verslaan op weg
naar een versterking en versnelling van de woningbouw. Ja.
De heer Nobel (VVD):
Mooi. Dan houden we dat even vast. Die fiscalisering is best complex.
Dat weet de heer Van Asten ook. Daar gaan we samen naar kijken en daar
gaan we echt ons best voor doen. Maar dan blijft de optie van minder
regels over. Als ik de heer Van Asten nou vertel dat IJstad elk jaar
verdampt in het middenhuursegment en dat die middenhuurwoningen jaar in,
jaar uit worden uitgepond, is de heer Van Asten dan namens D66 bereid om
samen met de VVD te kijken hoe we die uitpondgolf verder kunnen
stoppen?
De heer Van Asten (D66):
Ik heb vandaag twee kranten gelezen. De ene krant zei: het blijft
doorgaan. De andere zei: we zijn nu weer stabiel. Ik heb het dan over
die uitpondgolf. Maar "stabiel" betekent nog steeds: op een hoog niveau.
Dat betekent dat een heleboel middenhuurwoningen uit het huurveld
verdwijnen. Ik denk dat dat zonde is. We hebben namelijk heel veel
mensen die precies dat bedrag kunnen betalen. Ik wil graag meedenken
over alles wat we kunnen doen om ervoor te zorgen dat die middenhuur als
categorie overeind blijft. Ik wil graag meedoen om daar tot voorstellen
te komen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Dat klinkt hoopvol. Daar hoor ik eigenlijk ook in doorklinken dat we
niet gaan wachten op de evaluatie van de Wet betaalbare huur, maar dat
we nu met elkaar stappen gaan zetten om daar meer op te doen. "Het kan
wel." Ik hoop dat ik D66 dan ook aan mijn zijde kan vinden bij
bijvoorbeeld het verder verruimen van tijdelijke huurcontracten. Alleen
voor studenten nu tijdelijke huurcontracten aanbieden, zorgt er niet
voor dat uiteindelijk die woningen niet worden uitgepond. Vanuit de
sector zelf wordt ook aangegeven dat dit echt te weinig is. Box 3 moet
ook nog worden aangepast. De minister heeft zelf ook aangegeven dat deze
maatregelen die tot nu toe genomen zijn, te weinig doen. Ik hoop dat D66
daar dan ook in meegaat en niet nog een jaar gaat wachten op die
evaluatie.
De heer Van Asten (D66):
Meneer Nobel koppelt die twee heel snel aan elkaar en wenst dat de
evaluatie gedaan wordt zonder dat je nog een zinnig woord kunt zeggen
over de werking van de wet. Ik denk dus dat dat wat te snel gaat. Maar
we moeten wel kijken of er in de tussentijd zaken gebeuren die we
sowieso niet willen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Grote complimenten, grote complimenten voor de heer Van Asten. Ik heb
nog nooit, of zelden, met zo veel enthousiasme gebakken lucht verkocht
zien worden in de Tweede Kamer. Complimenten daarvoor. Als het gaat over
de onderbouwing van IJstad: u gaf twee voorbeelden waarvan u dacht dat
het daar wel haalbaar kan. Het gaat namelijk of via de passende
beoordeling of via de ADC-route. De heer Van Asten stak over de
ADC-route, maar hij benoemde er daar maar twee van: de D en de C, maar
niet de A. Dat betekent dat D66 of het kabinet zal moeten aantonen dat
er geen enkel alternatief is als het gaat om bouwen in Nederland. Dat
lijkt me volkomen irreëel. Ik ben benieuwd hoe meneer Van Asten de
rechter ervan gaat overtuigen dat die A aantoonbaar is.
De heer Van Asten (D66):
Dat zal allemaal onderdeel moeten zijn van dat proces, maar we weten ook
dat deze plek in Nederland tussen Almere en Amsterdam de plek is waar
sprake is van de grootste woningdruk in Nederland. Op het moment dat je
dan bij een rechter zou komen en die zegt "u kunt ook nog in
Noordoost-Groningen bouwen; dat is uw alternatief": dat zie ik niet zo
snel gebeuren, hoor.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Nou, ik wel, dus we zullen zien. De tweede vraag die ik voor de heer Van
Asten heb, is de volgende. Ik ga het daar straks in mijn eigen bijdrage
misschien ook over hebben. D66 kan samen met De Nederlandse Alliantie
kijken hoe we een deel van uw verkiezingsprogramma kunnen uitvoeren. In
het verkiezingsprogramma en in een brief van de heren Jetten en
Vijlbrief die later is gestuurd, staat dat besluiten over wonen, over de
keuzes over waar er gewoond moet worden en over vergunningen, genomen
moeten worden in de gemeenteraad en niet voor de rechter. Dus aan de
voorkant.
De voorzitter:
U vraag?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Vindt u dat nog steeds? Staat u achter de brieven van de heer Vijlbrief
en de heer Jetten?
De heer Van Asten (D66):
Ik weet even niet precies of het nou de brieven zijn of het
verkiezingsprogramma. Het is altijd wat gevaarlijk om te zeggen dat ik
er volledig achter sta. Ik hoor u wel zeggen: we moeten zorgen dat er
over bezwaarprocedures en over waar er gebouwd wordt in de gemeente,
besloten wordt in de gemeenteraad. Daar ben ik groot voorstander van.
Want daar moet er inspraak worden georganiseerd. Daar moet gewogen
worden welk belang het sterkst is. Als we daarmee flinke stappen kunnen
zetten in de procedures die daarna vallen, dan ben ik graag bereid om
daarnaar te kijken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Oké. Het gaat onder andere over het verkiezingsprogramma. Het is daarop
gebaseerd. Ik zal het straks wel aan u geven, hoor. Het is helemaal geen
probleem. Ik heb ze. Waarom? Omdat ik dat onderdeel van uw
verkiezingsprogramma wil realiseren. Dat betekent dus: aan de voorkant
inspraak, maar aan de achterkant, dus achteraf, kunnen er niet door
"dwarsliggers" — zo noem ik ze — die niet willen hebben dat er in
Nederland wordt gebouwd, allerlei procedures worden gestart. Ik hoop dat
ik D66 dan ook aan mijn zijde ga vinden.
De heer Van Asten (D66):
Ja, ik ben heel benieuwd naar de voorstellen. Ik kijk er graag naar.
Kamerlid Kostić (PvdD):
"Het kan wel." Ja, dat klopt. Maar niet alles kan overal. Dat hebben we
ook gehoord van Remkes. Dus we moeten keuzes maken. Dan vraag ik me af:
waarom maakt D66 de keuze voor expansiedrift richting bouwen op water in
beschermd natuurgebied, midden in een natuur- en klimaatcrisis, terwijl
we meer dan voldoende ruimte hebben op ons land. Dat hebben we net
geschetst. Het is de grote roze olifant in de kamer: die meer dan 1
miljoen hectare die de veehouderij en de giftige sierteelt in beslag
houden. Waarom maakt D66 die keuze?
De heer Van Asten (D66):
D66 maakt die keuze niet zo zwart-wit, om toch een beetje bij de kleuren
te blijven. De roze olifant was het. Want IJstad is natuurlijk maar een
van de nieuwe gebieden waar wij zouden willen gaan bouwen. Je moet
overal goed gaan kijken. Later in mijn verhaal kom ik echt nog wel over
de andere plekken in Nederland te spreken waar je zou kunnen wonen. Je
moet natuurlijk wel rekening houden met waar mensen willen wonen.
Natuurlijk, overal in Nederland is er behoefte aan woonruimte. Er is
geen enkel krimpgebied meer. Maar die Metropoolregio Amsterdam is
natuurlijk op dit moment wel een van de gebieden waar de woningmarkt nog
steeds aan het overkoken is. Daar wil je dus ook dat er woningen worden
toegevoegd. Nou, waar kan dat? Onder andere in dat stuk IJmeer. Daarom
is D66 ook voor bouwen op dat stuk.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Maar ik hoor D66 geen uitleg geven voor de expansiedrift, gegeven het
feit dat ongeveer de helft van ons land — de helft; u heeft het kaartje
net gezien — wordt gebruikt door de veehouderij en door giftige
sierteelt voor de export en dat ook dát nu juist woningbouw in de weg
zit. Ik weet dat D66 onze motie heeft gesteund die zegt: als je moet
kiezen, kies altijd voor woningbouw en gezondheid boven geitenhouderij.
Dat was onlangs een fijne doorbraak. Ik vraag D66 heel concreet —
positief: het kan wél — of dat ook geldt voor die giftige sierteelt. Je
ziet nu veel gemeentes hiertegen aanlopen. Kunnen we ook zeggen dat we,
als we moeten kiezen tussen aan de ene kant gezondheid en woningbouw en
aan de andere kant giftige sierteelt, áltijd kiezen voor woningbouw en
gezondheid?
De heer Van Asten (D66):
We hebben onlangs, met mijn collega Vellinga, schriftelijke vragen
gesteld over die spuitvrije zones. Dat laat alleen maar zien dat we in
Nederland zo dicht op elkaar zitten dat het, op het moment dat er dit
soort gevaarlijke bloementeelt naast bewoning is, net als bij de
geitenhouderij, natuurlijk schadelijk is. Dan sta ik wel voor de
gezondheid van bewoners, of dat nou nieuwe of bestaande bewoners zijn.
D66 kiest dan voor de gezondheid.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is fijn, want daarover gaan we zeker ook een motie indienen. Ik zou
tegen D66 zeggen: kijk naar wat er al kan op het land. Dat is al heel
veel. Er is meer dan 1 miljoen hectare voor de veehouderij en de giftige
sierteelt. Daar moeten we de ruimte zoeken voor natuur en woningbouw;
dat moet niet vanuit de expansiedrift richting het water gaan en onze
natuur verder aantasten.
De heer Van Asten (D66):
Ik kan hele lange tijd met lid Kostić meegaan, tot die laatste zin. Wij
denken dat het nog steeds mogelijk is om op het water onderzoek te doen.
Ook daarover hebben we moties ingediend bij de Nota Ruimte, die zijn
aangenomen. Die ruimte is er in onze ogen. Dat moeten we goed
onderzoeken, maar het kan wel.
De heer Schenk (FVD):
We hebben D66 allemaal gehoord in de campagne: tien nieuwe steden, de
wooncrisis zou wel even opgelost worden. Er werd net al even aan
gerefereerd. We zagen Rob Jetten voor die prachtige Nederlandse vlag. De
wooncrisis zou wel even voorbij zijn. Maar als we naar de stukken van de
Rijksoverheid zelf kijken, dan zien we dat er een bruto plancapaciteit
van meer dan 900.000 woningen ligt. Als we kijken naar de harde
plancapaciteit, dan is er nog 61% van die capaciteit die niet
daadwerkelijk gebouwd kan worden.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Schenk (FVD):
Dat komt door heel veel regels. Ik vraag me af: wat gaat D66 nou doen om
die regeldruk te verminderen, zodat er sneller doorgebouwd kan
worden?
De heer Van Asten (D66):
Nou, precies wat we eigenlijk allemaal in ons woonplan hebben neergezet
...
De heer Schenk (FVD):
Dat klopt, want als we dezelfde stukken van de Rijksoverheid bekijken,
dan zien we dat erkend wordt dat immigratie een enorme druk op de
woningmarkt zet. Er staat ook letterlijk dat stikstofbeperkingen het
bouwtempo onder druk zetten. We lezen ook dat netcongestie daarin een
grote factor is. We moeten toch concluderen dat zowel immigratie als
stikstof als klimaat, het beleid dat door D66 van harte gesteund wordt,
bouwen gewoon vertraagt, bemoeilijkt en een nog grotere opgave maakt.
Vandaar mijn vraag. Als je nou écht zo veel woningen wil bouwen, dan zal
D66 toch moeten erkennen dat je iets moet doen aan het immigratiebeleid,
het stikstofbeleid en het klimaatbeleid, en dat dus moet terugschroeven
of zelfs moet afschaffen?
De heer Van Asten (D66):
Ik was online al een beetje gewaarschuwd dat er tot aan de zomer alleen
nog maar asieldebatten zouden worden gevoerd in de plenaire zaal. Toen
was ik nog zo naïef om te zeggen: volgens mij hebben wij gewoon een
bouw- en woondebat in de plenaire zaal. Toen werd mij gezegd: let maar
op. Nou, hier zien we het. Hier wordt namelijk even een fictief probleem
genoemd. Er wordt iets rond migratie als probleem neergelegd, en dat
wordt op één lijn gesteld met netcongestie en stikstof. Daar ga ik
gewoon niet aan meedoen. We hebben een enorm pakket om de stikstofcrisis
in Nederland op te lossen, zodat we weer kunnen gaan bouwen. Hetzelfde
geldt voor onze elektravoorzieningen, zodat we de IT-problemen kunnen
oplossen en weer woningen kunnen bouwen. Dan krijgt iedereen een woning.
Dan kan iedereen weer het beste van z'n leven maken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schenk (FVD):
Ik weet bijna niet wat ik hoor. Het kan toch niet waar zijn dat D66 hier
zegt dat immigratie helemaal niets met volkshuisvesting te maken heeft?
Als je een migratiesaldo van 1,3 miljoen hebt in 15 jaar tijd en er nu
een woningtekort is van 400.000 woningen, dan staat het toch als een
paal boven water dat zo veel mensen toelaten in dit land gewoon zorgt
voor een enorm probleem? Ik kan in ieder geval concluderen dat die tien
nieuwe steden van D66 er waarschijnlijk niet zullen komen. D66 wil niet
tornen aan dat drastische beleid. Daarmee was dit blijkbaar gewoon pure
verkiezingsretoriek, waar de Nederlander die een huis zoekt, helemaal
niets aan heeft.
De heer Van Asten (D66):
Daaruit blijkt maar weer dat dit van die ingestudeerde riedeltjes zijn.
Er wordt even gezegd: die tien nieuwe steden komen er niet omdat er
immigratie is. Dat slaat natuurlijk als een tang op een varken. Laat ik
het daar maar bij laten.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik interrumpeerde net op het punt van die €16.000 huur die mensen per
jaar gaan betalen. Ik zag dat D66 ook een beetje terugkrabbelde en
dacht: dit is ons eigen beleid, maar dit is toch niet heel prettig. Maar
ik geloof dat de VVD dat ook zag, want die stond toen meteen op om u
vragen te stellen over de Wet betaalbare huur.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dus ik vraag toch maar even aan D66: waarom zou je nu gaan tornen aan
die Wet betaalbare huur?
De heer Van Asten (D66):
Volgens mij heb ik daarop al aangegeven dat de heer Nobel die evaluatie
graag naar voren wil gaan halen in een periode waarin wij nog denken:
wij hebben eerst de resultaten uit een evaluatie nodig. Ik heb daarbij
gezegd dat op het moment dat daaruit zou blijken dat er onderwerpen zijn
die een heel averechts effect hebben dat je je nu sowieso al kunt
voorstellen, je die al zou moeten aanpakken. Dat is iets anders dan wat
mevrouw Beckerman meende te horen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Jammer, dus toch die megahuurverhoging. Ik vraag me toch af: wat levert
dit dan op? Hoeveel woningen? De huren gaan nu tot €1.200 per jaar
omhoog door beleid van D66. Wacht even: dat is nog zonder de jaarlijkse
huurverhoging. Wat levert dat op? Hoeveel woningen levert dat volgens de
woordvoerder van D66 op?
De heer Van Asten (D66):
Ik weet niet hoeveel woningen dat oplevert. Ik weet wel dat buitenlandse
investeerders en Nederlandse ontwikkelaars nu gewoon niet starten met
bouwen omdat ze hun bouwprojecten niet rendabel kunnen krijgen. Dan
spreek ik voornamelijk weer even vanuit mijn ervaring als wethouder hier
in Den Haag: op het moment dat jij een ontwikkeling laat doorgaan in de
stad, dan moet daar 30% sociale woningbouw bij, dan moet daar middenhuur
bij en dan moeten daar betaalbare koopwoningen bij. Een deel is dan ook
vrije sector. Op het moment dat men niet uit kan, zal men nooit starten
met bouwen. Dan wordt er geen enkele sociale huurwoning en geen enkele
middenhuurwoning gebouwd. Dan wordt er helemaal niets gebouwd. Ik kan
dus niet precies zeggen hoeveel woningen deze maatregel wel of niet
oplevert. Ik weet wel wat het gevolg is als er gewoon simpelweg niet
gebouwd wordt.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is dus een heel pijnlijk antwoord. D66 weet niet hoeveel woningen
het oplevert, maar gaat wel de huren met tot wel €1.100 à €1.200 per
jaar verhogen. D66 weet niet hoeveel woningen daarvoor terugkomen, en
zegt: geld is eigenlijk het probleem niet. Ja, maar op dat punt waren we
al. Denk aan die politieagent waar u het over had, die verpleegster, die
leraar: een heel groot deel van hen is aan het wachten op een sociale
huurwoning, hoort qua inkomen in de sociale huur thuis. Die moeten nu de
helft van hun uren werken voor de huisbaas. Dit beleid maakt dat toch
alleen maar erger? D66 kan niet vertellen hoeveel woningen het oplevert.
Is het dan niet veel slimmer om dat eerst uit te zoeken en tot die tijd
te investeren in de bouw van woningen die écht betaalbaar zijn? Dan heb
ik het over sociale huurwoningen, ook voor hen.
De heer Van Asten (D66):
Ik heb dat net al geprobeerd uit te leggen, maar mevrouw Beckerman wenst
dat niet te horen. De ervaring is gewoon dat er geen enkele woning
gebouwd wordt. Dus die sociale huurwoningen, waar ook de agent, de
lerares et cetera recht op hebben, worden simpelweg niet gebouwd, omdat
de rekensom met de huidige manier van bouwen niet uitkomt. Dat zorgt er
dus voor dat er helemaal niets gebouwd wordt en er grote stress op die
woningmarkt blijft, omdat er geen enkele woning is en mensen dus naar
particuliere verhuurders worden gedwongen en daar eigenlijk te veel huur
moeten betalen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik vind dat de collega van D66 een fantastische positieve energie heeft.
Ik ben ook heel blij dat hij ouderenwoningen noemde, want dat horen we
veel te weinig. Dat is namelijk een van de zorgen van 50PLUS. In de
woondeal van Hugo de Jonge was er een toezegging, namelijk: 290.000
woningen in 2030. Dat is niet gehaald. Nu wordt het even doorgeschoven
naar 2036. Waar blijft de positieve vibe van D66, waardoor hij denkt dat
al die senioren in 2036 kunnen rekenen op die woningen?
De heer Van Asten (D66):
Ik put deels weer uit mijn ervaring als bouwwethouder. We moeten veel
meer gaan bouwen voor die doelgroep, onze ouderen. Dat moet gewoon in de
wijken waar men al die jaren heeft gewoond, gewoon in de stad. We hebben
een vergrijzende bevolking. Juist om ervoor te zorgen dat wijken goed
leefbaar blijven, met goede verbindingen, is het belangrijk om die
woningen te bouwen. Dat het van 2030 naar 2036 wordt geschoven, is
natuurlijk al pijnlijk op zich. Laten we er dan wel alles aan doen om
dat in de komende tien jaar echt voor elkaar te krijgen. Dat betekent
ook dat we gemeentes moeten gaan aanspreken, zodat zij de grond die zij
hebben, ook daarvoor gaan inzetten. Dat is namelijk vaak nog een
probleem. Een gemeente heeft vaak weinig eigen grond en moet het dus
hebben van private partijen die dit zouden willen doen. Die kiezen dan
vaak voor een ander product. Hoe zorgen we er nou voor dat ze wél kiezen
voor ouderenwoningen, of dat we gemeentes daartoe wat meer incentives
geven?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik ben blij en positief verrast, want bij zorgzame wijken betekent het
inderdaad dat je vooral binnen die wijken moet blijven en dat zaken
dichtbij zijn. Laat ik zeggen waar mijn zorgen zitten wat betreft dit
kabinet. Er is de voorzet: we hebben een ambitie van 100.000 woningen
bouwen. De realiteit is dat er 80.000 gebouwd zijn. Maar eigenlijk
hebben we er 117.000 nodig.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Daarmee zien we dus gewoon dat de ambitie die er is, eigenlijk te laag
is. Er moet dus een tandje bij.
De heer Van Asten (D66):
Ja, met bijvoorbeeld tien nieuwe steden, zou ik bijna willen zeggen. Ik
vind dat ook een lastige. Je weet dat je eigenlijk meer nodig hebt dan
die 100.000. De afgelopen jaren is de 100.000 niet gehaald. Draai je dan
aan twee knoppen tegelijkertijd, door ook al de ambitie gelijk hoger te
zetten, of gaan we voor in ieder geval het halen van die 100.000? Zegt u
het maar. Ik doe graag met u mee om die ambitie te verhogen, maar dan
moeten we ook kijken wat we nodig hebben om die ambitie daadwerkelijk
waar te maken. Dat zal namelijk al moeilijk genoeg zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Laten we de mensen nou geen gouden bergen beloven die we niet waar
kunnen maken. Tot nu toe zien we dat er niets waargemaakt wordt. Ik hoop
dat de energie die deze collega heeft, ook bij de minister komt. Dat is
het allerbelangrijkste.
De heer Van Asten (D66):
Ik heb er alle vertrouwen in dat deze minister al volop energie heeft,
maar als ik er nog wat extra naartoe kan stralen, doe ik dat graag.
De voorzitter:
Voordat ik de heer Nobel het woord geef voor een interruptie, wijs ik
erop dat we nog niet op de helft zijn van het aantal sprekers. De
eindtijd van dit debat staat gepland om 19.00 uur. De heer Van Asten
heeft nog drie vierde van zijn bijdrage uit te spreken. In de termijn
van de minister kan dat dus mogelijk leiden tot minder ruimte voor
interrupties. Ik geef het maar even mee.
De heer Nobel (VVD):
Ik pleeg toch maar een interruptie, omdat ik heel aangenaam verrast was
dat de heer Van Asten namens D66 zei: op het moment dat zich negatieve
effecten voordoen vanuit de Wet betaalbare huur, hoeven we eigenlijk
niet te wachten op de evaluatie. De VVD is dat volledig met D66 eens.
Die negatieve effecten doen zich voor. We zien nu namelijk jaar in, jaar
uit die cijfers van het Kadaster op ons afkomen. Dus mijn vraag aan de
heer Van Asten is: op het moment dat we wat lucht kunnen geven omdat de
fiscaliteit nog niet op orde is, bijvoorbeeld door tijdelijke
huurcontracten aan te bieden en dan niet alleen voor studenten, vind ik
D66 dan aan mijn zijde?
De heer Van Asten (D66):
De heer Nobel begon ermee dat ik al heb toegezegd dat ik de wet eerder
wil evalueren of wil aanpassen. Dat is op zich nog niet aan de orde. Wat
ik heb gezegd, is: op het moment dat je ziet dat er een enorm negatief
effect uitgaat van onderdelen van deze wet, waarvan je niet of in
beperkte mate kon vermoeden dat dat zou gaan gebeuren, dan kun je
misschien kijken naar andere maatregelen. Als de heer Nobel daar een
voorstel voor heeft — in verschillende interrupties heeft hij al een
tipje van de sluier opgelicht — dan ben ik daar heel benieuwd naar. Ik
wil graag kijken of het mogelijk is om daar verandering in te brengen,
zonder negatieve effecten.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik zou bijna aan mijn collega willen vragen of hij terugverlangt naar
het wethouderschap, want hij heeft die ervaring meer dan eens
aangehaald. Maar dat is een flauw grapje. Mijn vraag is als volgt. Ik
ben een medestander van de heer Van Asten als het gaat om het toepassen
van de "wat kan wel?"-filosofie. We moeten over de dijk heen kijken en
niet onze ogen sluiten. Over vijftien of twintig jaar kan het wel
degelijk een interessante stedenbouwkundige ontwikkeling zijn, maar we
moeten eerst bouwen in Almere Pampus. Daar hebben Rijk en regio in 2013
al een afspraak over gemaakt. Hoe gaan we op korte termijn voor elkaar
boksen dat de eerste bewoner daar daadwerkelijk zijn eerste huis kan
betrekken?
De heer Van Asten (D66):
Ik zit hier met veel plezier, dus het wethouderschap en de Haagse raad
mis ik niet per se. De reden waarom ik daar weleens aan refereer, is dat
ik daar als bouwwethouder heel veel heb geleerd over hoe landelijke
wetgeving daadwerkelijk in de gemeenten landt. Ik denk dat we dat veel
vaker in deze Kamer zullen moeten bespreken, want alles wat wij hier
bedenken, moet door de gemeenten worden uitgevoerd.
De heer Grinwis vroeg hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de afspraak
over Almere Pampus gestand kunnen doen. Daar staan 30.000 woningen op
ons te wachten. Een van de dingen die belangrijk is, is de verbinding
met Amsterdam. De heer Grinwis en ik hebben weleens besproken dat een
IJstad best gunstig zou kunnen zijn voor de businesscase van het
aanleggen van die belangrijke infrastructuur. Dus ik denk dat we moeten
bekijken hoe die twee zaken zo snel mogelijk kunnen worden gerealiseerd,
zodat de eerste paal sowieso een haltepaal is in Almere Pampus, maar
laten we zorgen dat die daadwerkelijk geslagen kan worden.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dat ben ik helemaal met de heer Van Asten eens, maar hoe gaan we dat nou
voor elkaar krijgen? In 2013 is er al een afspraak gemaakt. In 2020
heeft een voorganger van de heer Van Asten, mevrouw Van Eijs, al een
motie ingediend, samen met CDA-collega Ronnes, om het eens concreet te
maken en te zorgen dat er een soort IJmeerverbinding komt. Maar er is
tot nu toe nog steeds niks geregeld. Inmiddels heeft Almere doorgewerkt.
De gemeente Almere heeft in 2025 alle stedenbouwkundige visies die nodig
zijn, aangenomen. Wat vraagt collega Van Asten aan deze minister om het
voor mekaar te krijgen, zodat die schop volgend jaar de grond in
gaat?
De heer Van Asten (D66):
Ik weet even niet hoever deze MIRT-afspraak is, maar het liefst zien wij
dat dit in het najaar daadwerkelijk wordt afgehamerd. Alleen, we weten
ook dat er bij IenW een heel groot financieel probleem is en dat er
dadelijk met een kader moet worden gekeken wat daadwerkelijk voorrang
krijgt. Dus ik vind ook dat we dat met z'n allen in deze Kamer goed
moeten bespreken, maar van de 100.000 woningen die we jaarlijks nodig
hebben zijn deze 30.000 die al klaarliggen wel een heel appetijtelijk
hapje.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Is de heer Van Asten dan bijvoorbeeld bereid om in de tweede termijn,
als dat nodig is, met een uitspraak het kabinet aan te zetten om Almere
Pampus daadwerkelijk dichterbij te brengen? Tot wel 35.000 woningen
kunnen daar gebouwd worden. Dat is denk ik een van de grootste
stedenbouwkundige ontwikkelingen in ons land. Het is toch zonde als we
dat nog een jaar laten liggen? IJstad is iets voor de
middellangetermijn, maar dit is iets voor heel dichtbij — als we nu
doorpakken.
De heer Van Asten (D66):
Ja. Ik neem aan dat de heer Grinwis hiermee preludeert op zijn eigen
inbreng zo dadelijk, dus daar ga ik eerst even naar luisteren; wie weet
waar we elkaar in tweede termijn nog op kunnen vinden.
De heer Flach (SGP):
Ik heb met enige verbazing geluisterd naar het tsjakkabetoog van collega
Van Asten. Alsof de woningen vanzelf komen als we maar positief genoeg
zeggen dat het kán. Hij koppelde dat volgens mij zelfs aan de korte
termijn; dat die tien nieuwe steden een bijdrage zouden leveren op de
korte termijn. Niet zo ver hiervandaan, in de gemeente Zuidplas, wordt
al jaren gewerkt aan een vijfde dorp met 8.000 woningen. Daar wordt al
twintig jaar over gedaan. Is het niet gewoon fair en reëel om te zeggen:
tien nieuwe steden, beste mensen, dat is echt niet voor de korte
termijn, dat is voor de lange termijn — als het al lukt?
De heer Van Asten (D66):
Allereerst zeg ik: een beetje positivisme in deze Kamer mag wel. Als we
namelijk alles zwartgallig blijven zien, dan zorgt dat er ook voor dat
de stemming in het land niet verbetert. Dus: ja, ik ben positief en ik
denk dat ik dat nog lang zal blijven. Natuurlijk zijn deze nieuwe
ontwikkelingen iets voor de lange termijn. Plannen die klaar zijn, van
Almere Pampus tot Helmond en de uitbreiding van de tweede fase
Binckhorst in Den Haag, moeten we nu als eerste gaan aanpakken. Als daar
namelijk nu de schop in de grond gaat, dan kunnen daar over een, twee
jaar de eerste mensen wonen. Onze opvattingen daarover liggen dus niet
ver van elkaar.
De heer Flach (SGP):
Goed, dan heb ik u inderdaad wellicht verkeerd begrepen. Ik meende te
horen dat het een oplossing op de korte termijn zou zijn, maar we hebben
het in de meeste gevallen over acht à tien jaar, zo niet langer. Dat is
dan opgehelderd. Maar dan denk ik dat het goed is dat we niet alleen
maar op tien nieuwe steden focussen, maar ook zeker op al die
mogelijkheden in die honderden kernen, waarvoor sinds kort geregeld is
dat men daar 200 woningen per kern bij kan bouwen. Als we elkaar daarin
kunnen vinden, dan kunnen we echt voor de korte termijn stappen
zetten.
De heer Van Asten (D66):
Helemaal mee eens. je moet het ene doen en het andere zeker niet
nalaten. Dus je moet op meerdere borden tegelijkertijd spelen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Asten (D66):
Ja, voorzitter, ik was inderdaad nog bezig met mijn betoog. Bij het
aanwijzen van die nieuwe woonplaatsen is het volgens D66 belangrijk om
dicht bij spoorlijnen te bouwen. Zo is de mobiliteit van toekomstige
bewoners al voor een belangrijk deel geregeld. In Ede en Veenendaal
sprak ik de mensen die staan te springen om een nieuwe stad naast
station Veenendaal-De Klomp te bouwen. En met de plannen voor de
Lelylijn en de Nedersaksenlijn liggen er kansen voor nieuwe steden en
nieuwe woongebieden in het prachtige noordelijke deel van het land. Dit
vraagt echter wel dat we bij de woningbouw ook investeren in
verbindingen. Gelet op de grote onderhouds- en vervangingsopgave bij
IenW maakt mijn fractie zich zorgen over de investeringen in uitbreiding
van het spoor om woningbouw mogelijk te maken. Kan de minister
reflecteren op deze grote opgave bij IenW en de mogelijke gevolgen voor
de grootschalige woningbouw? Er liggen ook al veel goede bouwplannen
voor langs het spoor klaar. Kijk naar Limburg Centraal, de Oude Lijn
hier in Zuid-Holland en Zuidasdok in onze hoofdstad. Om de wooncrisis te
lijf te gaan, willen we ook deze plannen op volle kracht uitvoeren. Bij
die plannen gelden nu verschillende labels: "nationaal grootschalig",
"regionaal grootschalig", "doorbraaklocatie". Kan het Rijk helderheid
geven over wat regio's en gemeenten concreet mogen verwachten bij de
verschillende categorieën?
Voorzitter. Die nieuwe wijken, dorpen en steden staan er niet vandaag
al. Ook op korte termijn willen we dus veel meer en sneller bouwen. Wat
ik daarbij niet kan uitstaan, is dat als we eenmaal willen starten met
de bouw, het ineens ook gaat over dat de flat te hoog zou zijn, over
parkeerdruk of over uitzicht. De stem van de woningzoekende is vaak niet
te horen zodra bezwaarmakers zich beginnen te roeren. Gevolg is vaak dat
projecten jarenlang stilliggen. Verloren jaren voor al die
woningzoekenden die hun leven nu op pauze moeten zetten. Ik kan dat niet
meer uitleggen. Dit kunnen we oplossen. Ik hoor graag van de minister
wat zij nu kan doen om de bezwaarprocedures verder in te korten,
bijvoorbeeld met een extra aanpak boven op de stappen in de Wet
regie.
Voorzitter, tot slot. Ik denk echt dat het kan. Als wij in deze Kamer
onze krachten bundelen met alle bouwpartijen in het land, met de beste
ondernemers, met investeerders, met woningbouwcorporaties en met onze
geweldige bouwvakkers, kunnen wij een omslag bereiken en de woningcrisis
oplossen. In Nederland geldt namelijk dat geen uitdaging ons te groot
is. Aan het werk!
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De heer Van Asten had het over de mooie plannen die in het
coalitieakkoord zouden staan. Ik ben wel benieuwd wat de heer Van Asten
zo vrolijk maakt als hij bijvoorbeeld "niet tornen aan
hypotheekrenteaftrek", "25% betaalbare koop" en de passage over het
morrelen aan de Wet betaalbare huur leest. Waarom is hij daar zo
enthousiast over?
De heer Van Asten (D66):
Ik zie geen probleem met bijvoorbeeld de 25% betaalbare koop. Veel
mensen in Nederland willen graag een koopwoning en kunnen die nu vaak
niet betalen, terwijl ze dat graag wel zouden willen. Dan is 25%
betaalbare koop niet per se een slecht iets, lijkt mij. Dat is namelijk
betaalbare koop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb het idee dat de heer Van Asten een beetje aan het
stockholmsyndroom lijdt, want deze coalitie wordt op woonbeleid toch wel
behoorlijk gegijzeld door de VVD. Ik begin het gevoel te krijgen dat de
heer Van Asten die ideeën zelf ook begint te omarmen en daar zelfs in
gaat geloven. Die betaalbare koop zorgt er namelijk voor dat er minder
betaalbare middenhuurwoningen zijn. Als je daadwerkelijk betaalbare
koopwoningen wilt, moet je de hypotheekrenteaftrek afschaffen. Waarom
zet de heer Van Asten dan niet die stappen en lijkt hij nu zelfs al die
VVD-plannen die in het akkoord staan, zo enthousiast te omarmen als hij
net deed?
De heer Van Asten (D66):
We hebben als D66, en ik dus ook als D66-Kamerlid, onze handtekening
onder deze afspraken in het coalitieakkoord gezet. Wij denken namelijk
echt dat we doorbraken nodig hebben en dat we met deze partijen op deze
manier vaart kunnen maken met de woningbouw. Staan alle plannen van D66
erin? Nee, want daar waren andere partijen minder enthousiast over.
Staan er plannen van D66 in waar de andere partijen wellicht minder
enthousiast over zijn? Ongetwijfeld. Hetzelfde hebben wij. Bij een
coalitieakkoord kun je het nooit met alles volledig eens zijn, maar je
kunt het wel eens zijn over de richting die je kiest, over de energie
die je samen wilt uitstralen om dit samen te gaan aanpakken. Dat is in
dit coalitieakkoord terechtgekomen en daarom denk ik dat we met deze
plannen daadwerkelijk die 100.000 woningen per jaar gaan halen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De heer Van Asten was ook campagneleider van D66. Ik denk dat hij
misschien degene was die tegen de heer Jetten zei: "Als je bij het
RTL-debat de vraag krijgt of we dit jaar 100.000 woningen gaan bouwen,
moet je gewoon op groen drukken, gewoon doen; enthousiasme, positivisme.
Het kan wel! Mensen gaan daarin geloven. Als het niet lukt, zeggen we
gewoon tegen de rest: wat ben je negatief! Zo gaan we het doen." Maar
toch, die 100.000 woningen: als je zoiets doet, moet je daar ook voor
staan. Denkt de heer Van Asten dat het mogelijk is om dat aantal al dit
jaar te halen, of misschien volgend jaar, wat ook al heel ingewikkeld
wordt, als je geen verdere stappen zet dan het kabinet nu doet wat
betreft de afschaffing van de Vpb? Als de heer Van Asten met mij deelt
dat het heel ingewikkeld wordt, is hij dan bereid om vandaag een verdere
stap te zetten?
De heer Van Asten (D66):
Ik denk dat het zeker haalbaar is dat we de komende jaren naar die
100.000 toegaan. Ik denk dat we dat aantal gaan halen. Op de lange
termijn zie ik ook de problemen bij de woningbouwcorporaties. Ik wil
niet zeggen dat ik dat ook in Den Haag vaak besproken heb, maar dat heb
ik daar wel vaak besproken. We zullen verdere stappen moeten zetten, dus
groeien naar die 325 en daarna ook andere stappen zetten om ervoor te
zorgen dat die woningbouwcorporaties door kunnen blijven bouwen. Immers,
als zij niet kunnen instappen bij nieuwbouwprojecten, dan zullen de
woontorens zoals we die nu op de Binckhorst zien verschijnen en die
deels bestaan uit sociale huur, deels uit middenhuur en deels uit
betaalbare koop, niet meer verrijzen. We zullen daar dus wat aan moeten
doen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Even terug naar de regels en versnelling. Koplopers in de bouw en de
Unie van Waterschappen zeggen tegen ons: "Pas nou op dat je niet te hard
van stapel gaat met het schrappen van regels en die versnelling. Doe dat
niet eenzijdig. We hebben die regels ook nodig om onze omgeving te
beschermen, juist om toekomstbestendig bouwen te borgen met het oog op
een gezonde toekomst." Als de minister straks komt met maatregelen om
regels te schrappen, te versimpelen et cetera, dan ben ik bang dat we de
ondergrens niet goed bewaken, dus ...
De voorzitter:
Uw vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
... dat straks toekomstbestendig wonen in gevaar komt. Is D66 het met
ons eens dat we dat moeten voorkomen en dat de minister dat ook moet
aantonen?
De heer Van Asten (D66):
Ja, ik ben het er zeker mee eens dat we dat moeten voorkomen. Ik heb er
ook alle vertrouwen in dat dit kabinet, deze minister, ervoor gaat
zorgen dat er geen regels worden geschrapt waar we echt spijt van gaan
krijgen. Ik zie wel heel veel mogelijkheden in het aanpakken van die
stapeling van regels die we landelijk hebben, waar we vervolgens lokaal
nog eens een schep bovenop doen of die we veranderen, waardoor er in
elke gemeente een andere regel geldt. Als we dat aanpakken, kunnen we
bijvoorbeeld het bouwen vanuit de fabriek daadwerkelijk wel in een keer
uitrollen. Dan hebben we prachtige woningen met gelijke regels voor het
hele land.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik geloof best wel dat er ergens regels bestaan die echt overbodig zijn
en niemand helpen. Ik probeer ervoor te waarschuwen dat we te ver gaan
en de rekening uiteindelijk weer bij de jongere generaties neerleggen.
Dat is ook waar de Unie van Waterschappen voor waarschuwt. Het is fijn
dat ik D66 aan mijn zijde vind. Dan heb ik nog een heel concreet punt.
Ik wil ook vertrouwen op de blauwe ogen van de minister, maar
uiteindelijk is het fijn als we bewijs hebben. Is D66 het met ons eens
dat als de minister met zulke voorstellen komt, ze dan ook
wetenschappelijk moet onderbouwen hoe we gaan vermijden dat dat ten
koste gaat van een toekomstbestendige bouw?
De heer Van Asten (D66):
Ik weet niet precies waar de wetenschappelijke onderbouwing toe moet
leiden. Als dat onderzoeken van drie jaar worden, dan lijkt me dat het
paard achter de wagen spannen. Maar ik ben het er zeker mee eens dat er
een goede onderbouwing moet komen met voors en tegens.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Prima. Volgens mij kunnen we daar allemaal met de minister in meedenken.
De minister heeft genoeg adviseurs. We hebben daar ook
kennisinstellingen voor, waarbij je kunt denken aan een soort quickscan.
Volgens mij is het heel belangrijk, omdat de keuzes die je nu maakt de
komende decennia impact hebben. Dan moet je die wel zorgvuldig maken.
Dat hoeft geen drie jaar te duren, maar het moet wel zorgvuldig.
De heer Van Asten (D66):
Ja, maar bij mijn weten doen we eigenlijk bij elke wet en elke regel die
we erbij of eraf doen een mooie toekomsttoets, of dat nou op het gebied
van woningbouw is of van iets anders.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Hoorde ik het Kamerlid Van Asten net zeggen dat hij het zo afgrijselijk,
heel erg vervelend, vindt dat mensen beginnen te klagen als er
woontorens of flats worden gebouwd?
De heer Van Asten (D66):
Ja. Ik vind het ergerlijk dat op het moment dat er een heel proces is
geweest in de gemeenteraad, waarin is besloten om een nieuw
appartementencomplex, een relatief hoge toren, te bouwen en de
gemeenteraad op alle stappen akkoord heeft gegeven, er dan één iemand is
die continu bezwaar maakt en het daardoor maar door blijft gaan, zeker
als het bezwaar gewoon echt buiten de orde is.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Helemaal eens, hoor. We gaan het daar dadelijk nog heel even over
hebben. U heeft als wethouder zelf in het voorjaar van 2025 de regels
aangescherpt voor de gemeente Den Haag om torens te bouwen, waardoor je
nu natuurlijk een heleboel klachten gaat krijgen. Schiet u dan niet in
uw eigen voet? Is dit nu het standpunt van het Kamerlid Van Asten of het
standpunt van de wethouder Van Asten? Ik vind het nogal lastig.
De heer Van Asten (D66):
Laten we dat hier niet plenair doen, maar ik leg graag uit, terwijl ik
de pet van oud-wethouder Den Haag draag, waarom de regels waaraan u
refereert rondom de Haagse hoogbouw er juist voor zorgen dat er minder
bezwaar komt bij de bouw van hoogbouw. Die regels zijn er juist om dit
te doorzien en om daar snelheid in te kunnen maken. Duidelijkheid aan de
voorkant voorkomt procedures aan de achterkant.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft het gezegd. Het woord is aan de heer Claassen voor
zijn inbreng namens de Groep Markuszower. Ik hoor hem zeggen dat hij
snel wil doorgaan, zonder interrupties. Wilt u geen interrupties? Daagt
u de collega's niet uit, hè?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
In tegenstelling tot u allen heb ik maar drie minuten, dus ik ga er snel
doorheen. Nederland heeft een enorme woningbouwopgave. We moeten bouwen,
bouwen en nog eens bouwen. Dat lukt niet, want woningbouw wordt
stelselmatig geblokkeerd door eindeloos proceduralisme en excessieve
regeldruk. Een groot deel van die regels komt rechtstreeks uit de
Europese Unie, uit Brussel. Normaal is dat het einde van elke discussie:
het zijn Europese regels en daar kunnen we niks aan doen. Dat was ook
het antwoord van de minister op een eerdere motie van de BBB. Maar
vandaag is dat niet het antwoord. De Europese Commissie begint eindelijk
in te zien dat die ondragelijke regeldruk de Europese achterstand
veroorzaakt. Daarom stelt ze omnibuspakketten voor om de regels te
vereenvoudigen, ook op het gebied van wonen. Prima.
Laten we het dan vandaag hebben over deze regels, te beginnen met de
belangrijkste omissie in de Kamerbrief over de Taskforce Versnelling
Woningbouw: het Verdrag van Aarhus. Het claimt een milieuverdrag te
zijn, maar niets is minder waar. Het is een vertraagverdrag. Het
beschermt de natuur niet. Het faciliteert eindeloos procederen. Of het
nu gaat om netverzwaring, gewone woningbouwprojecten of de renovatie van
het Binnenhof: Aarhus vertraagt alles. Om misbruik te voorkomen, heeft
Nederland terecht geëist dat je eerst een zienswijze moet indienen
voordat je naar de rechter stapt, zodat een democratisch orgaan die
bezwaren kan afwegen. Zo weer je groepen die geen interesse hebben in
serieuze bezwaren indienen, maar enkel in het vertragen van projecten.
We kunnen het al raden: dat mag niet onder Aarhus. Je mag alle
consultaties negeren en vervolgens alsnog naar de rechter stappen om het
project jarenlang te vertragen. Dat is geen rechtsbescherming meer; dat
is pure obstructie. De rechter moet het laatste redmiddel zijn en geen
standaardvertragingstactiek voor dwarsliggers die weigeren mee te doen
aan het normale proces.
Het blijft niet bij Aarhus. Ook de Vogel- en Habitatrichtlijn is een
groot obstakel voor de woningbouw. Die is absurd streng en laat amper
ruimte voor maatwerk. Al bij een ecologisch lachwekkend lage uitstoot
van 0,01 millimolen — "millimol", beter gezegd, want het is er maar één
— loopt een project jaren vertraging op, als het al mag doorgaan. Maar
dat is niet alles. Neem IJstad, een mooi D66-plan voor een nieuwe stad
in het IJmeer. Bouwtechnisch zouden we dat, denk ik, makkelijk kunnen,
maar het gebied is Natura 2000- en Vogelrichtlijngebied, wat een
natuurvergunning praktisch onmogelijk maakt. Zonder versoepeling van die
Europese regels blijft IJstad dus een luchtkasteel. Het staat mooi op
papier tijdens campagnetijd, maar is in de praktijk onmogelijk. Het gaat
nog verder. Vind je een rugstreeppad op de bouwlocatie, dan ben je een
jaartje verder. Eén jaar vertraging door een padje, om nog maar te
zwijgen over vleermuizen. Je oude huis verbouwen of gewoon je eigen
woning goed isoleren? Vleermuizen-DNA, niet ons DNA, in de muur betekent
meteen weer een nieuwe vergunning en duizenden euro's extra.
Dat is waarom woningbouw in Nederland zo duur is geworden. Het moet wat
betreft ons DNA afgelopen zijn met de verstikkende regelgeving. Wij
kiezen voor meer bouwen, minder zinloze procedures en onnodige
belemmeringen.
In de drie minuten, voorzitter.
De voorzitter:
Keurig, meneer Claassen. Dank u wel voor uw medewerking. Het woord is
aan de heer Grinwis. We gaan kijken of hij dat ook zo strak binnen de
tijd kan. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voorzitter, we gaan het proberen! Vorige week herdachten we voor de
150ste keer de sterfdag van Groen van Prinsterer. Hij was niet alleen
een orthodox activist en de grondlegger van de conventionele politiek in
Nederland, maar ook lid van het Reveil. Dat was een negentiende-eeuwse
opwekkingsbeweging, die met iemand als dominee Heldring aan de basis
stond van de sociale woningbouw in Nederland, culminerend in de
Woningwet van 1901 en de hoogtijdagen van de bouw van volkspaleizen voor
arbeiders in de jaren twintig van de vorige eeuw. Kom daar nog maar eens
om in de jaren twintig van déze eeuw. Moeders en vaders zien met lede
ogen aan dat hun zonen en dochters geen betaalbare woning kunnen vinden,
met als bitter gevolg: uitgestelde levens. Het grimmigste gezicht van de
woningnood is het toenemend aantal dak- en thuisloze medemensen, vaak
ook kinderen. We moeten het niet accepteren als kinderen in ons land hun
leven dolend van bank naar garagebox moeten beginnen. Wat is onze
boodschap voor hen? En wat is de boodschap van deze minister voor
hen?
Ieder jaar weer is het doel om 100.000 woningen te bouwen, waarvan twee
derde goed te betalen is voor hardwerkende Nederlanders. Maar dat doel
hebben we nog niet één keer bereikt in onze jaren twintig. Sterker nog,
afgelopen jaar zaten we daar verder vandaan dan ooit. De Algemene
Rekenkamer sprak afgelopen week niet voor niets over 2025 als "het jaar
van de stilstand". Dit jaar dreigt het nog slechter te worden. Wat doet
dit kabinet om wél ieder jaar 100.000 nieuwe woningen toe te voegen en
bestaande woningen en kantoren beter te benutten? Wat doet het kabinet
om te voorkomen dat "het kan wél" slechts een loze communicatieleuze
blijft, waar woningzoekenden bitter weinig voor kopen?
Voorzitter. Jongere woningzoekenden en daklozen bepalen ons erbij dat er
niet zomaar woningnood is, maar dat er vooral nood is aan betaalbare
woningen. Woningcorporaties die huurwoningen opleveren zijn voor hen
essentieel. Zij vormen de hoeksteen van onze volkshuisvesting. Toch
neemt het aandeel sociale huurwoningen af. Hoe kan dat, vraag ik de
minister. En vooral: is het haar ambitie om de daling van het aandeel
betaalbare huurwoningen in Nederland te stoppen? Ik vrees dat het
antwoord weer nee blijft. We sturen via de Wet regie op 30% sociale
woningbouw zonder dat te verdisconteren met sloop en verkoop. Wat is de
netto ambitie van de minister dan wel? Ik ben overigens blij dat de
Europese Commissie de mogelijkheden heeft uitgebreid om
niet-DAEB-activiteiten, de bouw van middenhuurwoningen dus, mee te laten
profiteren van borging via het WSW. Het kabinet heeft deze broodnodige
verruiming nog altijd niet geïmplementeerd. Kom op, zou ik willen
zeggen. Stuur de benodigde wet- en regelgeving naar de Kamer. Ga niet
eindeloos studeren of met grote stelselwijzigingen aan de slag. Zo wordt
het betere alleen maar de vijand van het goede.
Voorzitter. Natuurlijk moeten we niet alleen de focus hebben op de bouw
van betaalbare huurwoningen, maar ook op de bouw van betaalbare koop.
Het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, waar ik de afgelopen jaren
samen met mijn VVD-collega's en met steun van de Kamer geld voor heb
kunnen reserveren, helpt daarbij. In sommige gemeenten is dit zetje in
de rug voor alleenstaanden vaak de enige kans op een koopwoning. Ik lees
nu echter niks in de plannen van kabinet over het voortzetten hiervan.
Kunnen ontwikkelaars in 2027 en in de jaren daarna weer een beroep doen
op dit fonds? Is de minister voornemens het NFBK door te zetten? Is de
minister bereid om samen met SVn en Stichting OpMaat te verkennen hoe
knellende randvoorwaarden kunnen worden versoepeld, zoals het
gelijktrekken van de maximale verkoopprijs met de
betaalbaarheidsgrens?
Voorzitter. Al jarenlang ligt de woningbouw voor pampus in Almere
Pampus. Wanneer gaat de schop daar de grond in voor het eerste huis van
tot wel 35.000 woningen? Al in 2013 maakte het Rijk afspraken hierover;
ik zei dat zojuist al. De gemeente wil dolgraag beginnen, maar heeft wel
duidelijkheid nodig over een goede ov- en wegverbinding met Amsterdam.
Wanneer geeft het kabinet die helderheid en wanneer kunnen de eerste
woningzoekenden in Almere Pampus hun huis betrekken?
Ten slotte, voorzitter. Laten we dan ook verder kijken dan naar Almere
Pampus, over de dijk heen het water op, over de horizon. Enfin, ik kijk
vol belangstelling uit naar de uitvoering van de motie over IJstad.
Daarbij hoeft echt niet alleen gedacht te worden aan zand opspuiten,
zoals bij IJburg. Waar honderden jaren geleden woonboten al werden
bedacht als oplossing voor het woningtekort, zijn er nu ook initiatieven
om drijvend wonen verder te brengen. De techniek is er klaar voor, maar
de regelgeving nog niet. Is de minister bereid om de potentie van
drijvende stedenbouwkundige ontwikkelingen mee te nemen in het actieplan
versnelling woningbouw? Wat doet zij eraan om de opschaling van deze
technieken, ook in regelgeving, te bevorderen? Laat de benadering
hierbij er vooral een zijn van "het kan wél" — toch nog één keertje.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Grinwis. Het woord is aan de heer Flach voor zijn
inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij in de eerste
termijn.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Om een huis te kopen of te huren, moet je vooral
heel veel geduld hebben. Nederland is verworden tot een land van
wachtrijen. Jongeren wachten op een starterswoning, bouwers wachten op
vergunningen, ouderen wachten op een woning om door te stromen,
ontwikkelaars wachten op stikstofruimte. Een snelle blik op de
woningbouwopgave kan zomaar tot het idee leiden dat de woningnood een
onoplosbaar probleem is en dat tien nieuwe steden in de verre toekomst,
desnoods op het water, de heilige graal is. Maar er zijn wel degelijk
korte klappen te maken, zodat de volkshuisvesting eindelijk uit de
wachtstand kan.
Voorzitter. Dit kabinet zet stevig in op grootschalige bouwlocaties,
maar juist kleinschalige locaties aan de randen van dorpen en kleinere
kernen kunnen op korte termijn voor tienduizenden extra woningen zorgen.
De inzet van het kabinet daarop vind ik te mager. Typerend daarvoor vind
ik ook dat in de brief over de Taskforce Woningbouw uitgebreid in wordt
gegaan op die grootschalige bouwlocaties, maar slechts in een bijzin
gesproken wordt over het concept "een straatje erbij". Ondertussen werd
een motie van de SGP en de ChristenUnie om dat concept uit te breiden,
ontraden. Gelukkig is die motie wel aangenomen, waardoor gemeenten nu
veel meer ruimte krijgen om maximaal 200 woningen aan de randen van
dorpen te bouwen. Hoe wordt deze motie opgepakt, vraag ik aan de
minister. Hoe worden provincies en gemeenten aangespoord om van deze
mogelijkheid gebruik te maken? Ik wil van de minister veel meer actie
zien voor kleinschalige locaties. Is zij daartoe bereid en, zo ja, hoe
wil zij dat dan gaan doen? Ze dragen bij aan de vitaliteit van dorpen,
zorgen dat jongeren naar hun wens in het dorp kunnen blijven wonen en
versterken lokale gemeenschappen.
Voorzitter. Een ander thema waarop snel winst te boeken is, is
regelgeving; velen hebben het al genoemd. Bouwers moeten door enorme
aantallen hoepeltjes springen om een woning te bouwen. Eind april
stuurde de minister een brief naar de Kamer waarin ze haar inzet voor
het oplossen van het woningtekort presenteerde. In de zeventien pagina's
tellende brief wordt alleen gezegd dat de taskforce inzet op het
vereenvoudigen van regelgeving. Over de manier waarop, de snelheid en de
urgentie wordt met geen woord gerept. Wat is de inzet van de minister
voor het schrappen van woningbouwregels? In het coalitieakkoord is de
ambitie opgenomen om elk jaar een vereenvoudigingswet te maken. Ik wil
eigenlijk meer ambitie zien. Kom desnoods met een crisiswet
bouwregelgeving waarmee we op korte termijn echt gaan snoeien in het
woud van regels. Deelt de minister die ambitie en, zo ja, hoe blijkt dat
dan?
Voorzitter. De SGP hamert er voortdurend op: zonder de vraag naar
woningen aan te pakken, blijft het dweilen met de kraan open. Ik noem
gezinsverdunning. Er wonen nu gemiddeld 2,1 mensen in een woning. In
1965 waren dat er nog 3,45. Daarnaast legt de huidige asielstroom een
groot beslag op de woningmarkt. Iedereen die hier komt en blijft, heeft
logischerwijs woonruimte nodig. Met de huidige, hoge instroom bouwen we
niet alleen voor de huidige woningzoekende, maar ook voor de toekomstige
instroom. Is de minister bereid om ook veel meer te sturen op de
woningvraag en, zo ja, hoe ziet die inzet er dan uit?
Ten slotte. Voldoende budget is cruciaal. Vanmorgen werd duidelijk dat
er eind dit jaar een nieuwe tranche van de Woningbouwimpuls geopend
wordt. Er is 44 miljoen euro beschikbaar, waarvan 27 miljoen euro als
gevolg van een amendement van de SGP van vorig jaar. Dat is goed nieuws.
Als gevolg van een ander amendement dat ik indiende, wordt er 10 miljoen
euro extra uitgetrokken voor ontmoetingsruimte in ouderenhuisvesting.
Dat geld wordt in de Voorjaarsnota verschoven naar 2027, omdat het geld
pas na een jaar wordt uitgekeerd. Hoe worden betrokkenen gestimuleerd om
dit geld dit jaar wel aan te vragen?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Dan is het woord aan mevrouw Steen voor haar
inbreng namens het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Een weduwe van 78 jaar woont alleen in een eengezinswoning
met vier slaapkamers. De trap wordt zwaarder en de tuin te groot.
Eigenlijk wil ze best verhuizen naar een appartement dichter bij haar
kinderen, maar ze begint er niet aan, want ze moet eerst die nieuwe
woning verbouwen en daarvoor krijgt ze het geld niet rond. Ze blijft dus
zitten. Daarmee blijft ook dat huis bezet voor het jonge gezin dat nu
noodgedwongen in een te klein appartement woont. Dat is de pijn van de
woningmarkt vandaag: mensen willen wel bewegen, maar het systeem helpt
hen niet vooruit.
Voorzitter. Eén senior die doorstroomt, brengt gemiddeld vijf tot zeven
verhuisbewegingen op gang. Eén verhuizing betekent dus niet één woning
minder krapte, maar een hele keten die in beweging komt. Juist daarom
moeten we alles op alles zetten om die doorstroming eindelijk mogelijk
te maken.
Mijn collega Inge van Dijk heeft in de afgelopen periode over een heel
erg praktisch knelpunt gesproken met banken en met ouderen die hierin
vastlopen. Veel ouderen hebben namelijk wel vermogen, vaak tonnen aan
overwaarde, maar kunnen daar nauwelijks gebruik van maken om een nieuwe
woning passend te maken. Banken kijken vooral naar het pensioeninkomen.
Dan houdt het op, terwijl het geld letterlijk in de stenen zit. Daarom
presenteren het CDA en 50PLUS vandaag samen het voorstel voor de
doorstroomhypotheek. Dat is een tijdelijke lening, met name gebaseerd op
de overwaarde van de huidige woning, bedoeld om een nieuwe woning
levensloopbestendig te maken. Denk aan een badkamer beneden, een
aangepaste keuken of een noodzakelijke verbouwing voorafgaand aan de
verhuizing. De lening wordt afgelost zodra de oude woning verkocht is.
Dit is een heel praktische sleutel voor een slot dat nu muurvast zit.
Vandaag presenteren wij dit voorstel. In de tweede termijn zal ik
hierover samen met mijn collega Van Brenk een motie indienen, opdat we
samen met banken, toezichthouders en het kabinet kunnen bekijken hoe we
dit daadwerkelijk mogelijk kunnen maken.
Voorzitter. Dan de grootschalige woningbouwlocaties. Hier wringt
het.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voordat collega Steen de lofzang op Veenendaal-De Klomp en IJstad
begint, heb ik een vraag over de doorstroomhypotheek. Kan mevrouw Steen
mij misschien nog iets beter uitleggen wat daarvan het voordeel is
vergeleken met zoals het nu geregeld is? Ouderen die een koopwoning
hebben en verhuizen, hebben vaak zo veel overwaarde dat het afsluiten
van een hypotheek meestal geen probleem is. Dat is tenminste wat ik
hoor. Dus wat is het probleem dat zij met haar voorstel oplost?
Mevrouw Steen (CDA):
Het probleem is dat hypotheekverstrekkers dan vaak kijken naar het
inkomen. In sommige gevallen is dat alleen maar een AOW-uitkering of een
heel erg klein pensioen. Dan zeggen ze al heel gauw: wij weten niet of u
over 30 jaar die lening wel kunt afbetalen. Daarmee zeggen ze ook: die
overwaarde is prachtig, maar biedt ons geen garantie dat wij dat straks
terugkrijgen. De hypotheekregels zijn zo dat ze niet naar heel veel
andere dingen kunnen kijken dan naar dat toetsinkomen. Deze vorm van
hypotheek moet het mogelijk maken om niet naar het inkomen te kijken,
maar juist naar de overwaarde van de woning. Die kun je goed taxeren; we
weten ook dat het daarbij vaak om een hele hoop tonnen gaat. Dat moet
het dus makkelijker maken om op basis van de ingeschatte overwaarde een
deel van de overwaarde — niet alles — in te zetten voor het financieren
van die aanpassingen. Dat is dan ook heel tijdelijk. Nu sluit je een
hypotheek af voor 30 jaar. Overbruggingshypotheken zijn vaak gekoppeld
aan een nieuwe hypotheek, maar die is er dan vaak niet. Je hebt ook
opeethypotheken; die zijn bedoeld om je maandelijkse inkomen aan te
vullen. Daar is het echter allemaal niet voor bedoeld. Dit is heel klein
en heel tijdelijk. Als we daar de financiële regels iets voor aanpassen,
dan moet dat op die manier makkelijk lukken. Banken lijken daar best wel
enthousiast over te zijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Heel helder. Ik ben het hier heel erg mee eens. Ik heb mij hier een paar
jaar geleden weleens in verdiept. Toen begreep ik dat steeds meer
hypotheekverstrekkers hier al in meegingen en dat loan-to-income dan
minder belangrijk werd en loan-to-value even wat belangrijker. Maar
blijkbaar is dit toch niet overal ingedaald. Nou, ik ondersteun het
voorstel bij dezen.
Mevrouw Steen (CDA):
Dat is hartstikke goed. Dank u wel.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. De grootschalige woningbouwlocaties. Hier wringt het, want
juist deze locaties zijn ooit door het Rijk aangewezen met één helder
doel, namelijk in Nederland op grote schaal woningen bouwen op plekken
waar dat het hardst nodig is. Dat is precies waarom we werken met
grootschalige woningbouwlocaties. Nu zien we op plekken toch ook het
tegenovergestelde gebeuren. Gemeenten hebben hun huiswerk gedaan,
bijvoorbeeld bij de vier laatst toegevoegde woningbouwlocaties. Daar is
een harde plancapaciteit voor meer dan 50.000 woningen. Er zijn geen
belemmeringen; daar kan gewoon gebouwd worden. Deze locaties krijgen wél
middelen voor de ontwikkeling, maar de pot voor de noodzakelijke
infrastructuur en ontsluiting is ineens leeg. Zonder wegen, ov of
bereikbaarheid komen er dus 17.800 woningen uiteindelijk alsnog niet.
Dat is niet alleen frustrerend voor de gemeenten die staan te trappelen
om te beginnen. Het ondermijnt ook de hele gedachte achter deze
locaties.
Als we grootschalige woningbouwlocaties aanwijzen, moeten we dat ook
integraal organiseren. Woningbouw en mobiliteit horen simpelweg bij
elkaar. Sterker nog, er moeten nóg vijf van dit soort locaties bij
komen. Hoe gaan we dat nou geloofwaardig doen als we de integrale aanpak
bij de huidige woninglocaties al niet goed op orde krijgen? Mijn fractie
heeft daarover eerder samen met anderen een motie ingediend — die is
aangenomen — om deze locaties op de stapel te leggen, zodat daarvoor
extra mobiliteitsmiddelen beschikbaar zouden komen. Ik vraag de minister
dus of dat budget inmiddels is gevonden. Als dat zo is, wanneer krijgen
deze locaties daar dan duidelijk over? Als dat niet zo is, wil de
minister dan nagaan welke mogelijkheden er binnen de VRO-begroting zijn
om die ontsluiting alsnog mogelijk te maken?
Voorzitter. Of het nu gaat om ouderen die willen doorstromen of om
gemeenten die klaarstaan om tienduizenden woningen te bouwen, op beide
plekken zien we hetzelfde probleem: de wil is er, de plannen zijn er,
zelfs het geld zit vaak al ergens vast, maar de overheid organiseert het
nét niet goed genoeg om mensen daadwerkelijk vooruit te helpen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Allereerst dank voor de bijdrage van mevrouw Steen. Veel
herkenningspunten ook vanuit het CDA weer. Er zijn, vind ik, eigenlijk
nog twee roze olifanten als het gaat om wonen die te weinig worden
benoemd: de ene is de fiscaliteit, waaronder de hypotheekrenteaftrek; de
tweede is het eigendomsrecht en grond, wat ook heel veel invloed heeft
op waar we bouwen en hoe duur de woning wordt.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Het CDA had in zijn verkiezingsprogramma ook de planbatenheffing.
Daarover zijn meerdere moties aangenomen in de Kamer. Vindt mevrouw
Steen dat het voorstel voor die planbatenheffing snel naar de Kamer moet
komen?
Mevrouw Steen (CDA):
U heeft in het coalitieakkoord kunnen zien dat we bijvoorbeeld het
kostenverhaal snel verwachten van het kabinet. De planbatenheffing, het
kostenverhaal, gaan erover dat de extra waarde die marktpartijen op
grond krijgen als ze die gaan ontwikkelen, onder andere moet worden
ingezet voor extra woningbouw, de leefbaarheid vergroten et cetera. Dat
willen wij heel graag; dat is juist. We verwachten daarop ook actie
vanuit het kabinet. Ik ben dan ook heel erg nieuwsgierig wanneer dat
naar de Kamer komt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Nou, in 2025 heeft de vorige minister hier al een hele dilemmanotitie
over geschreven. Ik zag dat nu ook weer in het regeerakkoord. Het is mij
niet duidelijk wanneer het naar de Kamer gaat. Dus ik hoor graag van
mevrouw Steen of zij nu voor zichzelf een tijdpad ziet voor hoe snel dit
toch een keer bij de Kamer moet liggen, want mijn verwachting is dat dat
echt lang zal gaan duren als we daar als Kamer niet scherper op zijn
richting het kabinet.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik vind het een hele mooie vraag aan het kabinet, want ik vind het ook
erg belangrijk dat we dit heel snel kunnen gaan doen. Aan de ene kant
willen ontwikkelaars het ook wel, maar we zien ook dat ze soms een
handje nodig hebben om iets te doen. Dus wat mij betreft hoeven we daar
geen enorm lang tijdpad aan te koppelen, maar kunnen we de minister
gewoon vragen om het heel snel naar de Kamer te brengen. Dit zijn ook
afspraken die we in het coalitieakkoord hebben gemaakt.
De heer Flach (SGP):
Het is natuurlijk een puinhoop op de huurmarkt. Daar wil ik het even
over hebben. Mensen die zijn aangewezen op middenhuur kunnen er gewoon
niet meer terecht. En de uitpondgolf is maximaal. Ik snap wel dat het
voor het CDA best lastig is om dat hier te bespreken, omdat dit niet in
het minst veroorzaakt is door de Wet betaalbare huur, die destijds toch
wel is doorgedrukt door minister Hugo de Jonge, ondanks stevige
waarschuwingen van de VVD, BBB en de SGP. Zou het CDA, de huidige
situatie overziend, dan misschien toch onderdeel willen zijn van een
stuk oplossing, door bijvoorbeeld te kijken naar tijdelijke
huurcontracten, om te zorgen dat mensen die echt niet meer aan de bak
komen, zich toch weer op die huurmarkt kunnen begeven?
Mevrouw Steen (CDA):
Sterker nog, het CDA — en dat heeft u in ons coalitieakkoord ook kunnen
lezen — steunt de aanpassingen op de Wet betaalbare huur die nodig zijn
om nu al heel snel een aantal negatieve effecten, waar het CDA ook
totaal niet voor wegloopt, op te heffen. We hebben daarover een brief
gehad van het kabinet. Ik ben daar heel erg blij mee. Ik denk dat het
ook een prachtige eerste stap is om in ieder geval de — laten we zeggen
— negatieve effecten die we daar nu van zien, te kunnen mitigeren.
Vervolgens hebben we gezegd dat we die Wet betaalbare huur ook gaan
evalueren. En: waar ook beleggers om vragen, is consistent beleid.
Consistent beleid vraagt om niet te zwabberen; dus niet nu, vandaag, een
maatregel nemen en dan wéér een maatregel, en die dan over vijf maanden
invoeren. Dat gaan we niet doen. We wachten keurig die evaluatie af. Dat
geeft ons ook grond om goede, gedegen, onderbouwde maatregelen te nemen,
mochten die nodig zijn. En dan kijkt het CDA daarnaar, zeker.
De heer Flach (SGP):
Op zich een aardig antwoord. Alleen, dat kan wel erg lang gaan duren en
tot die tijd hebben we denk ik ook nog even wat acute maatregelen nodig.
Collega Nobel zal straks het voorstel doen om iets met tijdelijke
huurcontracten te gaan doen. Ik hoop heel erg dat het CDA dan toch zegt
dat, gezien de effecten die die Wet betaalbare huur voor de korte
termijn heeft gehad, dat een oplossing is waar het mee kan leven. Nou
ja, ik zou mevrouw Steen graag uitnodigen om daar een bijdrage aan te
leveren.
Mevrouw Steen (CDA):
Het klopt natuurlijk dat er middenhuurwoningen zijn die worden
uitgepond. We hebben vandaag de cijfers uit de grote steden gezien,
zoals Utrecht. Die laten wel zien dat die uitpondgolf wat aan het
afzwakken is. Ik denk dat het goed is dat we een aantal stappen nemen,
wat we hebben gedaan en wat ik ook vol overtuiging doe; laaghangend
fruit, waar we geen spijt van gaan krijgen. Ik vind het safe om die te
doen. En op het moment dat we die Wet betaalbare huur straks met elkaar
hebben geëvalueerd en daaruit is gekomen dat we toch echt voor een deel
van koers zullen moeten veranderen, gaat het CDA daar open naar
kijken.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil even terugkomen op het stukje over de grootschalige
woningbouwlocaties. Ik deel de zorg van mevrouw Steen. Als je kijkt naar
de financiën en de nog te bouwen en nog toe te voegen locaties, dan zie
je dat het nu al ontzettend knelt. Tegelijkertijd hebben we ook de
regionale grootschalige woningbouwlocaties en de doorbraaklocaties, waar
in principe geen geld voor beschikbaar is. Zou mevrouw Steen die ook mee
willen nemen in haar oproep aan de minister?
Mevrouw Steen (CDA):
Het kabinet investeert in de komende jaren 7,5 miljard euro in
woningbouw, waarvan 1 miljard in betaalbare woningen. Er zijn heus
gelden. Er komt ook een nieuwe ronde Woningbouwimpulsgelden aan. Die
zijn ook weer mooi verdeeld over allerlei verschillende gebieden waar
het heel hard nodig is om huizen te bouwen. Dat stimuleer ik ook zeker.
We moeten die grootschalige woningbouwlocaties dus zeker verder helpen.
Dat vraagt ook integraliteit. Dat is precies de aard van de vraag die ik
aan de minister stel. We zijn er namelijk niet met alleen geld geven om
te ontwikkelen. We zullen ook andere dingen moeten doen, zoals het
ontwikkelen van infrastructuur. Daar is geld voor vanuit het kabinet.
Alleen, we moeten wel samenwerken om dat op tijd op een goede, integrale
manier op de plekken te krijgen die we willen ontwikkelen. Dan is het
belangrijk om dat te doen op plekken waar de samenleving ook al is.
De heer Mooiman (PVV):
Ik ben het eens met dat deel van het betoog van mevrouw Steen.
Tegelijkertijd heb ik nog steeds zorgen over de regionale grootschalige
woningbouwlocaties en de doorbraaklocaties. Er zijn wethouders in
regio's die tegen mij zeggen: wat is dat nou eigenlijk; hoe gaan we daar
een keer handen en voeten aan geven? Misschien kunnen mevrouw Steen en
ik elkaar vinden in de oproep aan de minister om ervoor te zorgen dat
ook daar meer aandacht naartoe gaat.
Mevrouw Steen (CDA):
Jazeker. Wat ik mooi vind, met name in die woondealregio's, is het
volgende. In elke regio ziet het er weer een beetje anders uit. De ene
heeft een versnellingstafel en op de andere plek is het precies gericht
op die provincie of regio. Die brengen dat vervolgens ook weer naar ons
en naar Den Haag toe. Mijn indruk is dat we daar best goed op zitten met
elkaar. Ik maak me daar niet zo veel zorgen over als meneer Mooiman,
denk ik.
De heer Nobel (VVD):
Ik ging even aan op de grote steden, waar het allemaal wel mee zou
vallen. Vandaag nog kwamen er berichten uit dat in de stad Utrecht de
grote belegger Vesteda ook voornemens is om 800 woningen uit te ponden.
Dat soort berichten stellen het CDA toch ook niet gerust?
Mevrouw Steen (CDA):
Nee, zeker niet. Ik zeg ook niet dat er niet wordt uitgepond. Ik zeg
alleen wel dat we zien dat die enorme golf die eraan kwam, weer een
klein beetje aan het stabiliseren is. We moeten zeker aandacht hebben
voor het uitponden. Daarin vinden wij elkaar ook. Dat betekent alleen
niet dat de wetgeving nu al op de kop moet. Wanneer we maatregelen nemen
die heel erg groot zijn, die een enorm effect hebben, niet alleen op
verhuurders, maar ook op huurders, zullen we daar heel goed en
onderbouwd naar moeten kijken. Ik zou zeker niet over één nacht ijs
willen gaan. Dit is precies waarom we beleidsevaluaties doen. Dat duurt
inderdaad even, maar het is wel nodig om goede en gedegen wetgeving te
maken.
De voorzitter:
De antwoorden mogen iets korter, mevrouw Steen.
De heer Nobel (VVD):
Als we nog lang wachten, dan hoeven we niets meer te doen, want dan is
het hele middensegment gewoon verdampt. Dat is precies waar de VVD hele
grote zorgen over heeft. Ik vraag aan het CDA het volgende. Kijk
alsjeblieft mee wat we nu kunnen doen. Als de fiscaliteit nog niet
geregeld is, als box 3 nog niet opgelost is, waar kunnen we dan toch
samen een ventiel vinden? Ik begrijp heel goed dat het CDA ook wil
zorgen dat huurders een bepaalde zekerheid voelen. Volgens mij ligt er
ook een ibo-rapport waarin wordt voorgesteld om te kijken naar de
termijn van de tijdelijke contracten. Ik hoop toch dat het CDA die
handschoen wil oppakken. Als we nu langer wachten, dan blijven de
berichten dat er uitgepond wordt, zoals in Utrecht, ons om de oren
vliegen.
Mevrouw Steen (CDA):
Dat is exact waarom het CDA het eerste pakket aan maatregelen
steunt.
De voorzitter:
Tot slot, kort.
De heer Nobel (VVD):
Daarvan heeft de minister aangegeven dat het onvoldoende is. Daarvan
hebben de beleggers aangegeven dat het echt onvoldoende is om de
uitpondgolf tegen te gaan. Daarom zien en lezen we die berichten, ook
vandaag weer, dus nogmaals het verzoek aan het CDA: kijk alsjeblieft of
we meer kunnen doen en wacht niet op die evaluatie.
Mevrouw Steen (CDA):
Er komt een evaluatie aan. Ik ben benieuwd wat de vroegst mogelijke
termijn is waarop die evaluatie naar de Kamer kan komen. Die vraag zou
ik dus ook best aan de minister willen stellen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik hoor mijn collega van het CDA een passievol betoog houden over goede,
gedegen en goed onderbouwde wetgeving. Daar ben ik het volledig mee
eens, maar dan is mijn vraag: heeft u de oproep van onder andere de Unie
van Waterschappen gehoord? Die zegt dat we voorzichtig moeten zijn met
het schrappen van regels en dat we goed moeten kijken of het niet ten
koste gaat van toekomstbestendig bouwen.
Mevrouw Steen (CDA):
Zeker. Het CDA heeft ook altijd betoogd dat ... Ik vind STOER top. Ik
vind het ook heel stoer om regels te schrappen, maar we moeten vooral
slim kijken naar regels. Daar hoort ook het actualiseren van regels op
basis van de laatste inzichten bij. Ik heb de oproep goed gehoord en die
zullen we natuurlijk … Ik vind het bijna een retorische vraag. Ik ga
ervan uit dat het kabinet zich daar rekenschap van geeft wanneer het
voorstellen om regels te schrappen naar de Kamer stuurt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
In het verleden hebben we gezien dat dat toch niet altijd even goed ging
en dat dat leidde tot heel veel problemen in het land en tot meer
kosten. Mijn concrete vraag is: gaat het CDA met ons, D66 en hopelijk
een meerderheid van de Kamer samenwerken om ervoor te zorgen dat er
straks daadwerkelijk een onderbouwing van de minister ligt die ons ervan
verzekert dat het niet ten koste gaat van toekomstbestendig bouwen?
Mevrouw Steen (CDA):
Ik kijk heel erg uit naar alle debatten die wij nog gaan voeren over
regelgeving.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vind dat er wel iets interessants gebeurt in dit debat, want elke
keer als het CDA en D66 een beetje terughoudend zijn en zeggen dat ze
niet te wild van alles aan de markt willen overlaten, schiet de VVD
overeind om huurders nog meer op kosten te jagen en een nog grotere
huurverhoging voor te stellen. Denk bijvoorbeeld ook aan flexibele
huurcontracten, die in het verleden helemaal niet gewerkt hebben. Voelt
het CDA zich niet een beetje gegijzeld? Want van al die mooie plannen
uit de campagne blijft zo maar heel weinig over.
Mevrouw Steen (CDA):
Nee, want het gaat het CDA om een woningmarkt die in balans is. Wij
willen dat we maatregelen nemen voor voldoende middenhuurwoningen,
sociale huurwoningen en middenkoopwoningen, met voldoende bescherming
voor zowel verhuurders als huurders. Dat betekent dat we zullen moeten
wikken en wegen. Er is niet één oplossing. Er is niet één doelgroep waar
we goed voor moeten zorgen. Het ingewikkelde aan het woningbouwprobleem
is dat het over zo veel schijven gaat. Op al die verschillende vlakken
moeten we dus stappen zetten. We moeten de tandwielen die zo in elkaar
grijpen bij dit probleem goed in balans houden met elkaar. Dat betekent
soms ook een genuanceerd standpunt innemen, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is best wel wollige taal. Met de maatregelen die nu genomen worden,
gaan huurders tot €16.000 per jaar aan huur betalen zonder dat iemand
kan vertellen hoeveel woningen dat oplevert. Mag ik hier dan een andere
oplossing voorleggen, die eigenlijk nooit gehoord wordt? De enige
oplossing die we horen, is: ofwel hoge huren, ofwel geen huurwoningen.
Waarom zorg je er bijvoorbeeld niet voor dat de Vestedawoningen weer
worden toegevoegd aan het bestand van corporaties? Heel vaak zijn het
ook oud-corporatiewoningen, door de VVD verkocht. Waarom is dat dan niet
een oplossing?
Mevrouw Steen (CDA):
Ik zie best veel corporaties in het land die niet alleen maar nieuwe
woningen bouwen, maar ook kijken naar waar ze voldoende capaciteit
hebben om bestaande huurwoningen te kopen. Sterker nog, de heer Van
Asten werd net verweten z'n wethouderschap in de strijd te gooien, maar
dat ga ik nu ook maar even doen. In mijn eigen stad heeft de
woningbouwcorporatie 425 sociale huurwoningen aangekocht — en behouden!
— van een buitenlandse investeerder die die woningen op de markt zette.
Corporaties doen dat dus al. Ik denk dat we het ze makkelijker moeten
maken om dat ook voor middenhuurwoningen te doen. Staatssteunregels
bieden daar nu ook ruimte voor. Ik heb al eens gevraagd hoe we dat snel
voor elkaar kunnen krijgen. Dus ik vind het een uitstekend plan, maar ik
zie ook wel dat woningbouwcorporaties daar deels best goed zelf toe in
staat zijn.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
Kijk, nu komen we ergens. Ik moet even uit mijn ooghoek opletten of de
VVD niet weer ergens opspringt. Want dit is de echte oplossing. Niet de
huurders op kosten jagen met een huurverhoging van €1.100 of €1.200 per
jaar — €16.000 huur; de helft van je uren gewoon puur voor de huisbaas
werken — maar zorgen dat je echt voor de volkshuisvestelijke oplossing
gaat en corporaties in staat stellen deze woningen terug te kopen.
Mevrouw Steen weet ook dat dit op plekken gebeurt. Mooi, maar de
corporaties stonden hier net buiten en ze zeggen: op sommige plekken
kunnen we nu al woningen die we in zicht hebben niet gaan bouwen, omdat
we uitgeknepen worden en we dat geld niet hebben. Is mevrouw Steen
bereid om deze oplossing echt serieus te bekijken en ervoor te zorgen
dat corporaties daar geld voor hebben, zodat niet huurders opdraaien
voor een wooncrisis die zij niet veroorzaakt hebben?
Mevrouw Steen (CDA):
Dat heeft u ook al kunnen lezen in ons coalitieakkoord. We gaan
corporaties voor een deel helpen om hun investeringscapaciteit te
vergroten. Bovendien gaan de Europese staatssteunregels helpen om vooral
in de middenhuur een stap te kunnen zetten. Dan is het ook gewoon echt
een zaak van plannen maken, ook samen met de corporaties, om dat te
doen. Ik denk dat het een hele mooie kans is om daar iets aan toe te
voegen. Dus ik ben wel benieuwd wanneer die plannen naar de Kamer
komen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Mooiman voor zijn inbreng namens de
PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het vandaag over de woningbouwopgave
in ons land. Het is goed en nodig dat we deze opgave met elkaar blijven
bespreken. We hebben in Nederland immers te maken met een enorme
wooncrisis. Record na record wordt gebroken. Zo is het woningtekort de
afgelopen jaren opgelopen naar meer dan 400.000 woningen. Tegelijkertijd
zijn door de schaarste ook koop- en huurprijzen naar recordhoogte
gestegen. Nog nooit was een huis zo duur. De gemiddelde prijs van een
bestaande woning schommelt inmiddels rond een half miljoen euro. Een
enorm bedrag. Ook de wachtlijsten voor sociale huurwoningen worden
alsmaar langer. Gemiddeld sta je in Nederland ongeveer zeven tot tien
jaar op een wachtlijst, maar ook wachttijden van vijftien en zelfs
twintig jaar komen voor. Daarom is het ontzettend belangrijk dat we de
doelstelling van 100.000 woningen per jaar gaan halen, zodat
woningzoekenden wel weer een passende en betaalbare woning kunnen
vinden.
Dat kan ook, maar dan moet er wel voldoende ruimte worden geboden voor
woningbouw. Naast woningbouw binnen de stad — optoppen, splitsen,
transformeren — ook een inzet op woningbouw buiten de stad en
straatjeswijken en -buurten erbij. Juist daar ligt een enorme kans voor
dit kabinet. Schep daarvoor ruimte en bewaak die. Het kabinet heeft met
verschillende overheden, zoals provincies, afspraken gemaakt als het
gaat om de woningbouwambities, maar bewaakt deze vervolgens
onvoldoende.
Zo heeft voormalig minister De Jonge in 2022 met de provincie
Zuid-Holland de afspraak gemaakt om ten minste 248.000 woningen te
bouwen tot en met 2030. Inmiddels is de helft van deze tijd verstreken
en zijn er in die provincie pas 68.000 woningen gebouwd. Waarom? Een van
de grote redenen is dat Zuid-Holland beleid hanteert waarmee
buitenstedelijk bouwen, maar ook het straatje erbij, fors wordt beperkt.
Men wil nu zelfs verder gaan en stelt een nieuwe beschermingscategorie
voor, die woningbouw buiten de stad zo goed als onmogelijk maakt,
ondanks allerlei protest vanuit gemeenten die graag willen bouwen.
In een tijd van grote woningnood waarin we hier met elkaar bezig zijn,
ook vandaag, om plannen voor de woningbouw te maken, worden deze plannen
ingeperkt, afgeremd of zelfs onmogelijk gemaakt. Hoe kijkt de minister
hiernaar en wanneer pakt zij echt de regie?
Voorzitter. Naast het bouwen van nieuwe woningen is er natuurlijk meer
nodig om de woningcrisis tegen te gaan. Zo zal met name de asielstroom
fors moeten worden ingeperkt. Als het kabinet dat niet voor elkaar
krijgt, wordt het alleen maar moeilijker om de woningcrisis op te
lossen. Sinds 2010 zijn er al meer dan 200.000 woningen, veelal met
voorrang, toegewezen aan statushouders. Tegelijkertijd heeft deze
minister de wet die dat moet verbieden ingetrokken en geeft het kabinet
aan dat er een nieuwe wet komt wanneer dat kan. Maar wees dan ook
eerlijk, vraag ik aan de minister. Wanneer kan dat met het huidige
beleid?
Voorzitter. Dan nog een tweetal zaken waar ik ten aanzien van de
woningbouwopgave en de crisis waarin we zitten stil wil staan. De
nieuwbouw van woningen staat om allerlei redenen onder druk. We moeten
voorkomen dat er straks meer zaken bij komen. Woningen moeten ook fysiek
gebouwd kunnen worden, maar de vergunningverlening voor bijvoorbeeld
grondstoffen die daarvoor nodig zijn stokt. Er is door onder andere de
werkgroep STOER gewaarschuwd voor de effecten die dit kan hebben. We
willen van de minister weten hoe zij kijkt naar deze situatie en wat zij
gaat doen om dit te verhelpen.
Tot slot een onderwerp waar helaas steeds meer woningzoekenden mee te
maken krijgen, mede gedreven door de woningcrisis: de misstanden rondom
het biedproces en in de makelaardij. Recent kwam er opnieuw onderzoek
uit, ditmaal van Vereniging Eigen Huis, waarin nogmaals werd bevestigd
dat er te veel misgaat. Juist daarom werk ik sinds enige tijd aan een
initiatiefwet die deze problemen tegen moet gaan. Ik hoop deze spoedig
aan de Kamer te kunnen aanbieden. Tegelijkertijd liggen er ook nog drie
aangenomen moties. De minister is nog bezig met de uitwerking van de
laatste. Kan de minister aangeven hoe het daar nu mee staat? Afrondend:
het is van groot belang dat we ervoor zorgen dat we serieus werk maken
van de woningcrisis en voldoende woningen bouwen voor al die Nederlandse
woningzoekenden. In de tweede termijn zullen we daarom opnieuw
voorstellen daartoe doen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aanbeland bij een heuglijk moment, namelijk de
maidenspeech van de heer Schenk. Die spreekt hij uit namens Forum voor
Democratie. Ik wijs de leden erop dat we tijdens maidenspeeches niet
interrumperen. Als u zover bent, meneer Schenk, dan heeft u het
woord.
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Wat is er toch met ons aan de hand?
Wat is er toch aan de hand met Nederland? Hoe kan het toch dat het land
en het volk dat de Spaanse tiran trotseerden, met het Plakkaat van
Verlatinghe zelfbeschikking opeisten, de wereldzeeën overheersten, de
Zilvervloot veroverden en de Engelsen vernederden bij Chatham alle
grootsheid, trots, kracht en zelfvertrouwen compleet vergeten lijkt te
zijn? Wat is er toch gebeurd met dat land, dat volk dat eeuwenlang ook
andere deelgenoot maakte van onze bloei, beschaving en bravoure en ook
anderen zegende met de vruchten van onze delta van vrijheid, handel en
karakter? Dat land, dat ooit zo onverslaanbare, onbevangen en
onverschrokken land, ons land, kan vandaag de dag zijn eigen
voortbestaan niet eens meer garanderen. Het leven wordt onbetaalbaar.
Veiligheid op straat is niet vanzelfsprekend. Saamhorigheid en
gemeenschapsgevoel verdwijnen. Geen Nederlander kan nog een huis
krijgen.
Voorzitter. Ons land wordt dan ook sinds enkele decennia gegrepen,
gegijzeld en geknecht door bestuurders die niet in ons belang handelen,
die volledig vervreemd zijn geraakt van de Nederlandse identiteit, onze
geschiedenis het liefst uitgewist zien worden. Ja, zelfs een van de
meest basale dingen, zoniet het meest fundamentele politieke
uitgangspunt, het uitgangspunt waarbij Nederlandse bestuurders,
Nederlandse politici opkomen voor de Nederlander, lijkt mijlenver uit
het oog. Wie namelijk cijfers en statistieken bekijkt en bestudeert over
het onderwerp van vandaag, namelijk de woningbouw in Nederland, die kan
tot maar één conclusie komen: er wordt niet gebouwd voor de bakker of de
politieagent, niet voor de ondernemer of de verpleegkundige, niet voor
de Nederlander; er wordt gebouwd voor de immigrant.
Nederland kampt met een woningtekort van 400.000 woningen. Dit kabinet
houdt vast aan de doelstelling van het bouwen van 900.000 huizen tot en
met 2030. Dat is dus veel meer dan nodig is. Sinds 2022 overlijden er in
Nederland meer mensen dan er geboren worden. De natuurlijke aanwas is al
jaren negatief. Toch groeit de Nederlandse bevolking jaar in jaar uit
met honderdduizenden mensen, enkel en alleen als gevolg van immigratie.
Ziedaar waarom er zoveel meer woningen gebouwd moeten worden dan nodig
is. De afgelopen vijftien jaar kende Nederland een migratiesaldo, dus
immigranten minus emigranten van, schrik niet, 1,3 miljoen. Natuurlijk
ontstaat er dan een woningtekort, omdat er zo veel meer mensen zijn
binnengekomen dan vertrokken sinds 2010. In diezelfde periode ging
immers ruim de helft van de beschikbaar gekomen woningen naar
immigranten. De Nederlander betaalt in dit land voor zijn eigen
tweederangspositie.
Voorzitter. Ik ben 25 jaar. Het is mijn generatie die de uiterst zure
vruchten plukt van dit kabinetsbeleid en het kabinetsbeleid van de
afgelopen jaren. Mijn generatie kan niet uit huis. Mijn generatie moet
tot in lengte der jaren bij hun ouders op zolder blijven wonen. Mijn
generatie stelt gezinsvorming uit of zelfs af. Ziedaar de oorzaak van de
negatieve natuurlijke aanwas van de afgelopen jaren. Dit kabinet
verbiedt het jonge Nederlanders, mijn generatie, om een gezin te
stichten, verbiedt het mijn generatie om iets van hun leven te kunnen
maken. Het kabinet kiest er niet voor om een thuis te bouwen voor mijn
generatie, maar wel voor de mensen die hier nog niet eens zijn.
Voorzitter. Wie zegt "bouw dan wat meer, wat sneller, wat slimmer",
loopt tegen de volgende barrière aan. Woningbouw is praktisch
vastgelopen in dit land. Dezelfde ministersploeg die tot en met 2030
900.000 woningen wil bouwen, houdt vast aan desastreus klimaat- en
stikstofbeleid, beleid dat bouwen onbetaalbaar en onmogelijk maakt,
beleid dat bouwen eindeloos vertraagt. Dit beleid, het beleid van dit
kabinet dus, zorgt ervoor dat, als er al woningen bij komen, deze
tienduizenden euro's hoger uitvallen in prijs, waarbij het ook nog maar
de vraag is of er een stroomaansluiting mogelijk is. Dat is geen toeval
en het komt niet uit de lucht vallen. Het zijn de drastische directe
gevolgen van politieke besluiten die hier in deze zaal genomen worden.
Het is deze giftige cocktail van het wagenwijd openzetten van de poorten
van ons enige thuis voor immigranten van over de hele wereld,
gecombineerd met volstrekt doorgeslagen groene gekte, genaamd klimaat-
en stikstofbeleid, die ervoor zorgt dat geen Nederlander nog een huis
kan krijgen of kopen. Het is dat beleid, dat draaiboek van het
kabinet-Jetten dat de toekomst van mijn generatie steeds onmogelijker,
treuriger en uitzichtlozer maakt.
Forum voor Democratie wil Nederland en Nederlanders uit het eindeloos
lijkende ravijn trekken. Voorrang voor onze eigen mensen, lagere lasten,
regels schrappen en de nationale regie herstellen. Dat begint bij het
probleem bij de kern aanpakken. De massale immigratie een halt
toeroepen, zodat vraag en aanbod op de woningmarkt eindelijk met elkaar
in balans komen. Het klimaatbeleid schrappen, zodat woningen eindelijk
weer goedkoop en betaalbaar kunnen worden gebouwd. De stikstoffuik
beëindigen zodat bouwen eindelijk weer snel, makkelijk en zonder
eindeloze vergunningen, regeltjes en procedures kan.
Ik ben een ongelofelijk trotse Nederlander. Ik hou enorm veel van dit
land. Ik hou van onze taal, cultuur, identiteit, normen, waarden,
historie, van onze gebruiken, van onze mensen, van onze oneindige
onverzettelijkheid. Forum voor Democratie zal zich tot de laatste snik
voor dit prachtige land blijven inzetten. Ik zal alles wat ik in me heb
geven om daar een bijdrage aan te kunnen leveren. We zijn nog steeds dat
volk dat tirannen trotseerde en zijn zelfbeschikking opeiste. We moeten
enkel onze grootsheid, trots, kracht, kortweg ons zelfvertrouwen,
terugvinden, herwinnen.
Voorzitter. Onze voorouders hebben dit land bevochten, opgebouwd en
doorgegeven. Het minste dat wij kunnen doen, is ervoor zorgen dat
toekomstige generaties Nederlanders hier een thuis hebben en houden, in
hun eigen land, in ons land. Het is een morele plicht voor de generaties
vóór ons, voor mijn generatie en voor al die generaties die nog gaan
komen. Voor Nederland, ons Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van uw maidenspeech.
Ik heb het genoegen u als eerste hartelijk te feliciteren. Ik schors een
kort ogenblik. U mag de felicitaties voor het rostrum in ontvangst
nemen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik zie dat mevrouw Van Brenk staat te popelen
om haar bijdrage uit te spreken. Dat doet zij namens de fractie van
50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
"Een eigen huis, een plek onder de zon." Iedereen wil simpelweg gelukkig
zijn in zijn eigen huis en een plek voor zichzelf hebben. Dit geldt
zeker als we lezen over 20 moeders en 40 kinderen die dakloos zijn in
Amsterdam. Zo zijn er in het land nog velen. Onze jongste
fractiemedewerker bijvoorbeeld wil heel graag op zichzelf gaan wonen en
zijn opa wil graag naar een nultredenappartement. Kortom, er is een
wachtrij en er staan velen in de wachtrij. Wat belooft de minister deze
wachtenden?
Voorzitter. Wij vinden dat seniorenwoningen echt prioriteit moeten
krijgen. Als we steeds langer leven en als we weten dat we met meer
zijn, dan weten we ook dat levensloopbestendige woningen en
appartementen noodzakelijk zijn. De hoge huren van die schaarse
seniorenappartementen belemmeren echter de doorstroom. Want waarom zou
je als senior verhuizen als je netto zo veel duurder uit bent voor een
steeds kleinere woning? Graag ook hierop een reactie van de
minister.
Kan de minister ook reageren op het bouwen van hofjes voor ouderen? We
lezen namelijk dat de minister stopt met de subsidieregeling, terwijl we
later lezen dat er 40 miljoen komt voor knarrenhofjes. Hoe zit dit nu?
We willen heel graag duidelijkheid hierover.
Hoe gaan we aan de broodnodige 290.000 seniorenwoningen komen? We willen
toch graag die doorstroming op de woningmarkt? Inmiddels is er uitstel
tot 2036. Komt van uitstel geen afstel? Wat gaat de minister doen zodat
die seniorenwoningen er werkelijk komen?
Voor senioren in koophuizen kan het een probleem zijn als de woning niet
langer aansluit bij de woonbehoefte. We hoorden de collega van het CDA
daar net al over roepen. Verhuizen naar een passende woning of wat
dichter bij de kinderen gaan wonen, is vaak een wens die lastig te
verwezenlijken is. Daarom heeft 50PLUS zich samen met het CDA gebogen
over de mogelijkheden van de doorstroomhypotheek. Daarmee wordt de
mogelijkheid geboden om tijdelijk gebruik te maken van de overwaarde van
de woning om de nieuwe woning passend te maken, zodat je inderdaad die
inloopdouche hebt, helemaal mooi en helemaal fantastisch. Een hypotheek
die eenvoudig is voor de gebruiker en een laag risico kent voor de
banken is in onze ogen een win-winsituatie. Ziet de minister dat
ook?
We hoorden daarstraks al een juichende D66-collega. De ambities van dit
kabinet zijn torenhoog: tien steden erbij. "Het kan wél" klinkt heel
mooi, maar nu de realiteit. De bouwproductie blijft steken op 80.000
woningen. De ambitie is 100.000 woningen. Dat noemde ik net al. De
noodzaak is echter 117.000 woningen per jaar. Waarom houdt deze minister
vast aan die 100.000 woningen, terwijl dat toch echt te weinig is? Wat
gaat de minister doen? We halen immers zelfs die 100.000 niet.
Kan de minister ook reageren op de zorgen van TNO over de
brandveiligheid van nieuwbouwprojecten en de vraag of ouderen met een
beperkte mobiliteit bij brand nog tijdig kunnen vluchten?
Brandvoorschriften zijn sterk verouderd. Wat doet deze minister?
Voorzitter. In de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland zijn de
nodige problemen met netwerkcongestie. Bij de rondetafel kwam al het
verzoek om een crisiswet: doorpakken, nu, niet wachten. Wat gaat de
minister doen om te zorgen dat dat goed gaat?
De laatste risicofactor is de toegang tot drinkwater. Vitens waarschuwde
hier onlangs al voor. Ik denk dat dit een ernstig onderschat probleem
is. Kan de minister hierop reageren?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Dan is het woord aan de heer Nobel als
laatste spreker van de zijde van de Kamer in eerste termijn. Hij spreekt
namens de VVD. Ik stel voor na zijn bijdrage te schorsen voor de
dinerpauze.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter. Iedereen kent wel iemand die op zoek is naar een woning maar
die op dit moment die woning niet kan vinden. Jongeren moeten soms wel
tot hun 30ste gedwongen op zolder wonen en senioren kunnen geen passende
woning vinden, waardoor ze te vaak in een groot huis blijven wonen. De
situatie is zo schrijnend dat er soms wel tot tien jaar moet worden
gewacht. De minister zei onlangs: als we vinden dat er een crisis is,
moeten we daar ook naar handelen. Maar die urgentie lijkt te ontbreken.
"Private huurmarkt blijft krimpen", "Huurmarkt is opgedroogd",
"Woningnood leidt tot frustratie en onzekerheid", "Woningcrisis
verschuift naar de huurmarkt", "Aantal huurwoningen blijft krimpen" en
"Meterslange rij voor huurwoning in Rotterdam wekt verbazing". Dit zijn
geen Netflix-titels, het zijn nieuwskoppen over de dramatische gevolgen
op de woningmarkt in Nederland. Voor de VVD is het helder: we moeten
woningen bouwen om het probleem op te lossen. Om dit voor elkaar te
krijgen, moeten we rigoureus aan twee knoppen draaien: minder regels en
een beter fiscaal klimaat. We moeten stenen stapelen, geen papier.
Om de doorstroming te bevorderen, moeten procedures sneller en moeten we
meer huizen bouwen waar daadwerkelijk vraag naar is. Op dit moment zijn
er 100.000 scheefwoners en daarom vraag ik de minister om in de
grootschalige woningbouwplannen meer woningen te bouwen in het midden-
en vrije segment. Ik vraag om gemeenten die meer dan 30% sociale
huurwoningen realiseren op de vingers te tikken, omdat dit ervoor zorgt
dat de woningbouw vertraagt of uiteindelijk helemaal niet van de grond
komt. Gaat de minister de woningbouwplannen aanpassen om de doorstroming
te bevorderen? Graag een reactie in de tweede termijn. Als we niet naar
de behoefte gaan bouwen, zullen bijvoorbeeld oudere bewoners nooit hun
grote eengezinswoning kunnen verlaten.
Dan kom ik bij de huurmarkt. Verhuurders zijn massaal over één kam
geschoren en geframed als cowboys: van de grote belegger tot de bakker
op de hoek die boven zijn winkel gewoon een kamer verhuurt. Woningen
bouwen is niet gratis en het eerlijke verhaal is dat we 400 miljard
nodig hebben om 1 miljoen woningen te kunnen bouwen. Buitenlandse
pensioenfondsen die vergelijkbaar zijn met de onze moeten een normaal
rendement kunnen maken, anders gaan ze niet in Nederland investeren. Zo
simpel is het. Iedereen in Nederland verwacht een goed pensioen als men
stopt met werken en in het buitenland is dat niet anders. Waarom
schilderen vooral linkse politici dit soort partijen toch af als boeven?
Ziet de minister de buitenlandse pensioenfondsen ook als oplossing voor
het woningtekort?
Voorzitter. Wat de VVD betreft, moeten we nu echt in actie komen en niet
langer wachten tot de volgende krantenkop waarin staat hoeveel
huurwoningen er zijn verdwenen.
De voorzitter:
Volgens mij zijn de heren zelf nog even aan het uitmaken wie het eerst
was. Ik zie dat de heer De Hoop het heeft gewonnen. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Laten we het houden op een fotofinish. De heer Nobel heeft het over
buitenlandse investeerders die rendementen moeten halen. Ik denk dat
niemand ertegen is dat iemand investeert in volkshuisvesting, zorgt voor
betaalbare huizen en daar dan een redelijk rendement op haalt. Het punt
is: wat is zo'n redelijk rendement? Ik zou toch de situatie in Amsterdam
met de heer Nobel willen bespreken. Daar zijn in 2021 betaalbare
huurwoningen opgekocht waarvan de huur €500 was en die nu voor €2.500
worden verhuurd. Wat vindt de heer Nobel daarvan?
De heer Nobel (VVD):
Het is een heel simpel effect dat daar heeft plaatsgevonden. Er zijn
veel te weinig woningen gebouwd waardoor uiteindelijk de woningwaarde
enorm is toegenomen. Tot overmaat van ramp heeft de wethouder in
Amsterdam er ontzettend weinig van begrepen. Zij schroeft het percentage
sociale huur verder omhoog dan wij hier met elkaar wenselijk vinden. Ze
stapelt eis op eis. Daarmee jaagt ze beleggers en investeerders
Amsterdam uit. Daardoor worden er te weinig woningen gebouwd en gaat de
huur omhoog.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vroeg een antwoord op de situatie dat er betaalbare huurwoningen
worden opgekocht. Die worden opgeknapt door een investeerder en voor
drie tot vier keer zoveel geld verhuurd: €2.500 per huurwoning. Dat zijn
toch bedragen waarvan ook de heer Nobel zegt dat de gewone man daar niet
aankomt?
De heer Nobel (VVD):
Op het moment dat die woningen worden opgekocht, is er ook weer geld om
opnieuw in de markt te investeren. Daar gaat het mis, met name ook in
Amsterdam, omdat beleggers, corporaties maar ook bouwers, helemaal niet
meer willen investeren in Nederland. Ik betoogde dat zojuist ook: het
gaat helemaal mis, want als je geen rendement kan behalen, als de
weegschaal te veel naar de ene kant uitslaat, ga je naar een ander land.
Want kapitaal heeft geen paspoort.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, afrondend. Het is tien, vijftien jaar geleden dat Stef Blok
de woningmarkt in Nederland volledig openzette voor buitenlandse
investeerders. Het leidde ertoe dat tienduizenden woningen werden
opgekocht en daarna werden verhuurd voor heel veel geld; de zogenaamde
buy-to-let. Ik merk dat de heer Nobel eigenlijk weer op de weg terug is
daarnaartoe. Ik hoop toch echt dat hij meer is als woordvoerder
volkshuisvesting dan een soort Stef Blok van AliExpress of zo. Ik hoop
dat hij gewoon met nieuwe ideeën komt om aan betaalbare huizen te komen
in plaats van telkens weer met dat heilige geloof in de markt. Is het
meer dan dat, meneer Nobel, of is het weer dat traditionele VVD-verhaal
"als het effe niet meer lukt, dan geven we alle ruimte aan de markt en
kijken we wel wat er gebeurt"?
De heer Nobel (VVD):
Ik heb gelukkig al mijn haren nog. Laat ik daarmee beginnen. Maar even
zonder gekheid, wat de VVD betreft moet er gewoon veel meer worden
gebouwd. GroenLinks-PvdA denkt heel vaak in grote beelden over hoe dat
allemaal moet worden gerealiseerd, maar vergeet daarbij dat de markt
gewoon nodig is om die woningen te bouwen. Ik gaf het al aan: als wij 1
miljoen woningen willen realiseren, 100.000 per jaar de komende tien
jaar, dan hebben we 400 miljard nodig. Dat gaan we never nooit vanuit
onze rijksbegroting kunnen dekken. We hebben die markt dus nodig en dan
moet je de markt ook in staat stellen om rendement te maken. En ja, daar
pleit ik dan als VVD voor, want anders komen die woningen er niet. Ook
uw sociale huurwoningen komen er dan uiteindelijk niet.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter. Wat de VVD betreft moeten we dus nu in actie komen en niet
langer wachten op de volgende krantenkop waarin staat hoeveel
huurwoningen er zijn verdwenen. Zolang marktpartijen geen rendement
kunnen behalen, zullen ze massaal middenhuurwoningen blijven verkopen.
Daardoor nemen de wachtlijsten in de sociale huur alleen maar verder
toe.
Een belangrijke fiscale reden om uit Nederland te vertrekken is de
huidige box 3-wetgeving. Zolang dit niet is opgelost, moeten we kijken
of we lucht kunnen creëren. Dat doe je in de huursector bijvoorbeeld met
tijdelijke contracten en ik ben dan ook heel erg benieuwd hoe de
minister hiernaar kijkt.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik dacht ook al aan Stef Blok toen ik mijn collega Nobel hoorde praten.
Ik wil mijn collega's en dus ook de heer Nobel waarschuwen. Achter wat
hier in de vorm van tijdelijke huurcontracten wordt gepresenteerd als
een heel klein neusje dat even de hoek om komt kijken om tijdelijk een
oplossing te bieden zolang we box 3 nog niet hebben opgelost, komt
namelijk een gigantische kameel aan. Dat is in 2016 gebeurd toen de heer
Blok tijdelijke huurcontracten introduceerde. "Dat is een uitzondering."
"Dat geeft even wat ruimte."
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar binnen de kortste keren was een derde van de private huurcontracten
een tijdelijk contract. In Amsterdam was de helft van de jongeren
afhankelijk van een tijdelijk contract. Bezint eer ge begint! Is de heer
Nobel bereid om op zijn schreden terug te keren en de in het verleden
geleerde lessen ter harte te nemen?
De heer Nobel (VVD):
Voordat de Wet betaalbare huur uiteindelijk werkelijkheid werd, hebben
heel veel partijen gewaarschuwd voor de negatieve effecten. Daaronder
bevond zich de VVD, maar veel belangrijker nog, ook de partijen die het
uiteindelijk moeten doen, namelijk de marktpartijen. En kijk waar we nu
staan. Kijk wat er gebeurt met het middensegment, dat toch al zo klein
was. Al die woningen worden uitgepond. Ik kom nu namens de VVD met een
oplossing. Ik doe dat door in ieder geval tijdelijk wat lucht te
creëren. En dan is dit de reactie. Ja, dat is toch wel
teleurstellend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tijdelijke huurcontracten of vaste huurcontracten waren geen onderdeel
van de Wet betaalbare huur. De heer Nobel komt met een medicijn voor de
problematiek die hij ziet bij de Wet betaalbare huur, maar dat medicijn
helpt niet. Dus ik begrijp werkelijk niet waarom hij met dit voorstel op
de proppen komt.
Bovendien noemde hij net grotere problemen voor de bouw van private
huurwoningen, namelijk dat buitenlandse pensioenfondsen fiscaal niet
meer gelijk aan Nederlandse pensioenfondsen worden behandeld. En dan
komt hij nota bene als een soort van tijdelijk panacee voor de huidige
crisis met tijdelijke huurcontracten. Dat zijn contracten die het leven
van heel veel gewone mensen op de pauzestand zetten. Mensen die een
vaste huurwoning zoeken, stuurt hij daarmee naar een soort
nomadenbestaan. Kom dan met een serieus voorstel, bijvoorbeeld met
betrekking tot die buitenlandse pensioenfondsen, in plaats van met
dit.
De heer Nobel (VVD):
Het is een heel serieus voorstel. Als je tot je 35ste gedwongen bij je
ouders op zolder woont, ben je ontzettend blij als je een tijdelijk
huurcontract aan kunt gaan. Dan ben je ontzettend blij wanneer je je
leven eindelijk kunt starten doordat je je eigen woning kan
betrekken.
Daar komt bij dat er nu ontzettend veel kleine ondernemers zijn die
misschien wel tijdelijk willen verhuren, maar dat gewoon niet doen. Als
die huurder eruit is, weten ze namelijk dat ze een contract voor
onbepaalde tijd moeten aanbieden. En dan denken ze: laat ik mijn woning
maar verkopen. Dan heb je het lot uit de loterij als je als starter op
de woningmarkt toevallig die woning kan kopen, maar het effect daarvan
is wel dat het hele middensegment wordt gekannibaliseerd. Dat kan toch
nooit uw intentie zijn geweest toen u af wilde van de tijdelijke
huurcontracten, meneer Grinwis?
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het is de heer Nobel en zijn VVD die het mogelijk hebben gemaakt dat
buitenlandse pensioenfondsen op achterstand werden gezet ten opzichte
van Nederlandse pensioenfondsen. De VVD stemde vorig jaar ook tegen mijn
amendement om de belastingen in box 3 niet verder te verhogen voor
verhuurders. En dan doet de VVD nu dít over de rug van gewone huurders,
mensen die een dak boven hun hoofd zoeken! Die huurders zoeken namelijk
een woning waar ze niet na twee jaar uit worden getrapt. Maar de VVD
doet dat wel door als een klein kamelenneusje de tijdelijke
huurcontracten te herintroduceren. Nou, u kunt op veel rekenen, meneer
Nobel, maar niet op de steun van de ChristenUnie. Ik denk dat dat geldt
voor heel veel collega's, want wij hebben onze les geleerd. Dan gaat de
VVD over de rug van gewone huurders die een dak boven hun hoofd zoeken
waar ze kunnen blijven wonen zonder er na twee jaar weer uit te worden
getrapt, als een klein kamelenneusje tijdelijke huurcontracten
herintroduceren? Nou, dan kunt u op veel rekenen, meneer Nobel, maar
niet op de steun van de ChristenUnie. En ik denk dat heel veel collega's
dat ook zo zien, want we hebben onze les geleerd.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoop dat er niet dogmatisch gekeken gaat worden naar de voorstellen
die de VVD zal indienen om minder regels te creëren, waardoor
uiteindelijk de woningmarkt weer vlot getrokken kan worden. Er zijn
volgens mij twee grote knoppen. Een is de fiscaliteit; daarin heeft de
heer Grinwis gelijk en daar moeten we ook echt verdere stappen op
zetten. Daar zal ik ook een voorstel voor indienen vandaag. Ik hoop
daarvoor dan wel op uw steun, meneer Grinwis. Maar we moeten ook kijken
naar minder regels. Hoe kunnen we het uiteindelijk weer aantrekkelijker
maken om te verhuren? Die onzekerheid is dodelijk.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, wij kijken inderdaad niet dogmatisch. We kijken wel of tijdelijke
huurcontracten gewerkt hebben. De SP was een van de weinige partijen die
tegen de invoering stemden. Precies de argumenten die de heer Nobel nu
noemt, kwamen toen ook langs, in die Bloktijd. Het zou tot meer
huurwoningen leiden en het zou allemaal prima zijn voor die starters.
Het leidde volgens onderzoekers niet tot meer huurwoningen en het heeft
gezorgd voor heel veel ellende bij heel veel gewone mensen. Waarom leert
de VVD hierin nooit van de eigen fouten?
De heer Nobel (VVD):
Als je kijkt naar wat er de afgelopen periode is gebeurd, hoeveel
woningen in het middensegment er zijn verdwenen, verdampt, volledig
gekannibaliseerd door wetgeving die wij hier in Den Haag hebben bedacht,
dan is het toch niet gek dat ik vanuit de VVD probeer om er voorstellen
voor in te dienen dat we door minder regels uiteindelijk meer woningen
kunnen realiseren?
Mevrouw Beckerman (SP):
Precies dit is het probleem. Elke keer weer zegt de VVD: meer markt,
meer markt, meer markt. Met deze argumenten werden de tijdelijke
huurcontracten ingevoerd, met de belofte dat dit gaat leiden tot meer
huurwoningen. Daar is niks van terechtgekomen. Dus nogmaals mijn vraag:
waarom leert de VVD — ze is nu bijna zestien jaar aan de macht en er is
een enorme wooncrisis — niet van die eerdere fout?
De heer Nobel (VVD):
Als je zestien jaar aan de macht bent, betekent dat niet altijd dat je
je zin krijgt. Dat is ook gebeurd toen de Wet betaalbare huur hier in de
Kamer kwam. Daar heeft de VVD tegengestemd. Wij waren toen ook al bang
dat de effecten die we nu zien, zouden gaan optreden. Dat proberen we nu
te herstellen. Er zijn een aantal kleine stappen gezet, maar er moet
echt veel meer gebeuren. Een van de oplossingen zou kunnen zijn om toch
weer tijdelijke contracten toe te staan, zodat — ik haalde het al aan —
de bakker die misschien boven zijn winkel een kamer heeft, ertoe besluit
om die kamer toch te verhuren. Als hij dat voor onbepaalde tijd moet
doen, dan kan hij niet met pensioen, want dan kan hij daarna zijn
vastgoed niet verkopen als hij eindelijk de bakkerij wil sluiten. Hoe
kijkt u daar dan naar? Hoe kijkt u naar al die kleine ondernemers die u
klemzet met al die regelgeving waar de SP voor is?
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman stelt u de vraag en u beantwoordt de vraag. Mevrouw
Beckerman tot slot.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Nobel zegt: we hebben een paar kleine aanpassingen gedaan. Een
huurverhoging boven op de jaarlijkse huurverhoging van €1.200 en dan ook
nog in een tijdelijke huurwoning wonen! Vorige week — en dat is maar één
voorbeeld — was er een dame, Naomi, in het nieuws. Zij dreigt dakloos te
raken, want zij heeft zo'n tijdelijk huurcontract. Zij staat straks
gewoon op straat, want zij kan niks vinden, door de puinhoop die er is
gemaakt van onze volkshuisvesting. Zij heeft zo'n tijdelijk contract.
Dat heeft enorme gevolgen voor mensen. Zij is in de twintig en wordt
dakloos gemaakt.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Waarom zou de VVD dat nog veel meer mensen willen aandoen, die
onzekerheid, je leven niet kunnen starten, niet mee kunnen doen? En dan
ook nog eens een keer altijd die dreiging van dakloosheid boven je
hoofd.
De heer Nobel (VVD):
Er wordt hier nu één individueel verhaal aangehaald, waarvan ik
natuurlijk niet eens kan nagaan of het klopt. Het is altijd goed als er
verhalen van individuen in de Kamer worden verteld. Daartegenover zou ik
een veel breder verhaal willen zetten, dat volgens mij iedereen hier wel
herkent, namelijk jongeren die tot ver in de dertig bij hun ouders
moeten blijven wonen, die niet kunnen starten met hun eigen leven, die
geen gezin kunnen starten omdat ze nog bij hun ouders wonen. Als je daar
vanaf wilt, dan zul je ook moeten kijken wat je daaraan kunt doen. Dan
zul je ook moeten en durven kijken naar tijdelijke huurcontracten, om
misschien toch van die zolderkamer vandaan te kunnen komen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Nobel (VVD):
Recent heeft de minister in een debat aangegeven dat de stapjes die zij
nu zet om de negatieve effecten van de huurwet te dempen niet voldoende
zijn. De minister gaf aan dat ze de evaluatie wil afwachten. Maar
hoeveel zorgelijke krantenkoppen of rapportages heeft de minister nog
nodig, vraag ik. De minister heeft aangegeven dat zij het fiscale
klimaat wil verbeteren. Wanneer kan zij dit realiseren? We kunnen het
ons niet veroorloven dat investeerders massaal blijven uitponden en geen
geld investeren in het bouwen van woningen in Nederland.
Voorzitter, ik rond af. Aan het begin van mijn bijdrage had ik het over
jongeren die soms gedwongen tot hun 30ste op de zolder van hun ouders
blijven wonen. Een van de oorzaken hiervan is de asielcrisis. Te veel
mensen willen in Nederland wonen.
De voorzitter:
U rondt af.
De heer Nobel (VVD):
We kunnen nog zo veel woningen bouwen, maar zolang die asielcrisis
voortduurt, blijven de tekorten oplopen. Ik heb de minister in ons
allereerste debat gevraagd wanneer de voorrang voor statushouders van
tafel gaat. Kan de minister een tijdpad toezeggen wanneer zij de
doorstroomlocatie heeft gerealiseerd?
Dank u wel.
De heer Schenk (FVD):
Een hele korte vraag, want ik denk dat iedereen honger heeft. Waar staat
de VVD-fractie precies als het gaat om de hypotheekrenteaftrek? We
hebben er veel over gehoord in de media. Mijn partij komt echt op voor
de huizenbezitter, en zo kennen we de VVD in principe ook. Ik hoop dus
dat de inzet van de VVD blijft om de hypotheekrenteaftrek gewoon in de
huidige vorm te behouden.
De heer Nobel (VVD):
De hypotheekrenteaftrek staat als een huis.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde
van de Kamer. Ik schors drie kwartier tot 18.35 uur voor de dinerpauze.
De vergadering is drie kwartier geschorst.
De vergadering wordt van 17.48 uur tot 18.36 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister, maar
voordat ik dat doe, benoem ik even de spelregels. Ik wil de leden
voorstellen, met het oog op de tijd en de wetsbehandeling die vanavond
nog volgt, om interrupties in principe niet te maximeren, maar ze wel in
plaats van in drie keer in twee keer te doen. Ik wil ook voorstellen om
de interrupties te doen steeds nadat de minister een inhoudelijk blok
heeft afgerond. Zo is er ruimte voor een debat, maar houden we wel enige
structuur. Ik zie dat daar steun voor is. Dan wil ik de minister vragen
of zij ons kan meenemen in de blokjes waarmee zij haar beantwoording
inhoudelijk heeft gestructureerd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Jazeker, voorzitter. Ik begin met woningbouw algemeen. Ik vervolg dan
met regelgeving woningbouw, de bestaande voorraad, de Wet betaalbare
huur en daarna overig.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel. Het doet me vooral deugd dat ik vanmiddag, en eigenlijk ook
al vanavond, hoor dat het ons allemaal zo ontzettend aan het hart gaat
en dat iedereen vanuit een eigen invalshoek op zoek is naar oplossingen
voor de enorme woonnood die er is. We kennen allemaal de verhalen. We
spreken allemaal de mensen die ons vertellen hoe urgent het is en hoe
noodzakelijk het is dat er oplossingen komen. Zo was ik vorige week in
gesprek met iemand die de huur niet meer kan betalen en die niet weet
waar hij naartoe moet. Ik sprak met iemand, een gescheiden vader, die op
de bank moet slapen, omdat zijn kinderen anders geen eigen slaapkamer in
het huis hebben. Ik sprak met een jong gezin met twee hele kleine
kindjes, dat één slaapkamer heeft. Als er een wakker is, zijn ze
allemaal wakker. Ik sprak met een vrouw die bang is om weg te gaan bij
haar echtgenoot, omdat ze bang is dat de kinderen bij haar man moeten
achterblijven omdat zij ze geen huis kan bieden. U kent deze verhalen
net zo goed als ik. Met elkaar moeten we op zoek en altijd bezig zijn
met het vinden van oplossingen.
Voorzitter. Wat me enigszins verbaasde in het debat tot op heden, zijn
de opmerkingen bij een deel van de Kamer over: het is niet nieuw, het is
al door iemand anders verzonnen. Ik kan u vertellen dat ik dat in mijn
periode vaker zal doen. Ik ga gewoon door met dingen die bedacht zijn
door iemand anders en die goed zijn, die helpen bij het oplossen van de
woningnood, omdat ik niet op zoek ben naar dingen die per se van mij
moeten zijn of mijn idee moeten zijn. U heeft in de afgelopen jaren
moties ingediend die ik gewoon ga opvolgen. Er liggen goede voorbeelden
en voorstellen van mijn voorgangers, waar ik gewoon mee doorga. Als ik
denk dat ze niet helpend en behulpzaam zijn bij het realiseren van die
100.000 woningen, dan trek ik dingen in, stop ik ermee of zoek ik een
koerswijziging. Maar dat wat gewoon goed is, mag wat mij betreft
opvolging krijgen.
Wat ben ik aan het doen met die 100.000 woningen? Daar communiceer ik
met u over via de taskforce. De taskforce is een goed instrument. Die
staat niet alleen onder leiding van de minister-president, maar er
zitten verschillende bewindspersonen uit de fysieke en de sociale
omgeving bij elkaar om te kijken of we naar integrale oplossingen kunnen
zoeken, zodat we straks niet een oplossing hebben voor het bouwen van
woningen zonder dat we rekening hebben gehouden met stikstof,
netcongestie, drinkwater en al die andere thema's die hier ook aan bod
zijn gekomen. Dat doen we dus samen. De eerste brief heeft u reeds
ontvangen en u heeft van mij de belofte dat u daar in september een
tweede brief met een uitgewerkt actieplan over ontvangt. En inderdaad,
als je iets een crisis of een nood noemt, moet je je er ook naar
gedragen en het ook zo benaderen. Dat vereist dat je een duidelijk en
doordacht plan hebt — dat doen we in de taskforce en dat het integraal
is regelen we daar — en dat je risico's durft te accepteren, maar dat je
dan wel met elkaar in kaart hebt gebracht wat die dan zijn en wat die
acceptatie dan precies betekent. En altijd belangen afwegen. Dat is op
dit onderwerp altijd, elke dag, met elk onderwerp aan de orde.
Wat mijn prioriteit is? Betaalbare woningen, zodat we de mensen op die
eindeloze wachtlijsten perspectief kunnen geven en hun leven van de
pauzestand af kunnen halen. Ik ben dus op zoek naar wat echt helpt, wat
echte oplossingen zijn, wat echt snel tot iets gaat leiden. Of iets wat
op iets langere termijn tot iets gaat leiden, maar dan wel met echte
oplossingen waar ook een bepaalde betaalbaarheid aan vastzit. Daarvoor
moeten we soms wat preciezer het gesprek voeren: welke regel moet er dan
precies opgelost worden om tot die versnelling te komen? Dat zijn de
gesprekken die ik met de sectoren voer en die ik ook met de gemeenten en
de provincies voer. Dat zijn heel goede gesprekken, zoals vorige week in
het Catshuis en ook daarbuiten. Ik probeer het daarin zo precies
mogelijk te maken, zodat wij hier ook het gesprek kunnen hebben over
oplossingen die daadwerkelijk bijdragen aan het realiseren van de
opgave.
Ik begin met het eerste mapje, met de naam "woningbouw". Ik begin met de
vraag van de heer Van Asten over de categorieën, als het gaat over
grootschalig, nationaal, regionaal en de doorbraakaanpak. De nationaal
grootschalige locaties zijn gedefinieerd en die zijn aangewezen in de
Nota Ruimte. Dat gaat over locaties vanaf 3.500 woningen. Daar voeren we
rijksregie op. Regionale grootschalige locaties zijn ook in de Nota
Ruimte gedefinieerd en dat gaat over aantallen tot 400 woningen. En dan
is er nog de doorbraakaanpak, een initiatief van de NEPROM en Aedes om
samen bij kansrijke locaties een doorbraak te krijgen. De selectie van
deze doorbraaklocaties wordt samen met hen gedaan, zodat we zeker weten
dat we dit op plekken doen waar er daadwerkelijk een behoefte en
handelingsperspectieven zijn. Dit kan zowel nationaal als regionaal
worden toegepast. Verder werk ik uit wat de verschillende labels
betekenen voor beschikbaarheid, instrumentarium en de rijksinzet. Dat
doen we ook samen: met de medeoverheden, maar ook met de
samenwerkingspartners. Dat koppel ik u terug via de taskforcebrief en
het actieplan dat in september uw kant op komt.
Dan de vraag van mevrouw Kostić over de woningnood en de hoeveelheid
grond. Waar het gaat over de vraag of we voldoende woningbouwlocaties
hebben om 100.000 woningen te kunnen bouwen, hebben we afspraken gemaakt
met de gemeentes en de provincies. Die afspraken gaan erover dat we 130%
bouwlocaties moeten hebben om ervoor te zorgen dat als de zachte
plancapaciteit harde plancapaciteit wordt, dat daadwerkelijk leidt tot
het bouwen van huizen. Uit de planinventarisatie blijkt dat we voldoende
locaties hebben om 100.000 woningen per jaar te kunnen bouwen. Dus daar
is geen tekort. Wat nu nodig is, is dat deze plannen verder worden
uitgewerkt en dat ze van de status zacht naar hard gaan, zodat we ook
zeker weten dat die woningen worden gebouwd.
Dan de vraag van mevrouw Steen, over het betrekken van mobiliteit. Er
komt een vastgesteld afwegingskader grootschalig en daarin is mobiliteit
een kerncriterium. Dat staat ook in de Kamerbrief over de taskforce. Dat
gaat over de goede ontsluiting van woningbouwlocaties. Dat is hartstikke
belangrijk. Het gaat niet alleen over de ontsluiting. Bij heel grote
locaties gaat het ook over de mobiliteit daarbinnen. Dat is onderdeel
van het afwegingskader om op die manier te komen tot de keuze van waar
dan iets moet gaan plaatsvinden.
De heer Van Asten heeft daar ook een vraag over gesteld, namelijk of ik
wil reflecteren op de grote opgave bij IenW en wat die opgave betekent
voor de grootschalige woningbouwlocaties. De minister van IenW werkt
momenteel aan een afwegingskader. Daar gaat hij de Kamer ook een brief
over sturen als hij dat rond heeft. Uiteraard zit ik met hem aan tafel
en hebben we daar heel goede gesprekken over. Om u een inkijkje te geven
in die gesprekken: ik ben met name op zoek naar waar we kunnen komen tot
grootschalige woningbouwlocaties waar mobiliteit niet gelijk zo'n heel
grote opgave vormt. Zijn er nog plekken in Nederland te vinden waar nog
ruimte op het spoor is, waar nog ruimte op de wegen is en waar ook
ruimte is qua netcongestie en stikstof, en waar je dan ook nog steeds
kan bouwen? Zijn die locaties er, dan zou ik daar prioriteit aan willen
geven, omdat je dan geen locatie hebt uitgekozen waar je vervolgens heel
dure infrastructuur nodig hebt waar gewoon geen geld voor is. Ook de
begroting van de minister van IenW is namelijk niet toereikend om dat
allemaal te kunnen doen. Ik vind dat we die verantwoordelijkheid met
elkaar hebben en ik kan u toezeggen dat we vanuit de verschillende
departementen heel integraal bekijken hoe we gebruik kunnen maken van
plekken waar het mobiliteitsnet nog niet overspannen is en of we dan
logische locaties kunnen vinden.
Mevrouw Steen stelde een vraag over mobiliteitsmiddelen voor
grootschalige woningbouwlocaties. Die besluitvorming hangt samen met het
herprioriteringsproces van de minister van IenW, waar ik het zojuist
over had. In juni wordt de Tweede Kamer hier door de minister van IenW
over geïnformeerd, inclusief het afwegingsproces. De besluitvorming zal
dan in het najaar plaatsvinden, dus daar kan ik nu nog niet op
vooruitlopen.
De heer Nobel vroeg naar het aandeel sociaal in grootschalige gebieden.
Mijn uitgangspunt is dat we de lopende afspraken gewoon gaan realiseren;
daar ga ik niet op interveniëren. We moeten namelijk ook het tempo
behouden en zorgen dat de woningen die gebouwd kunnen worden, ook gewoon
worden gebouwd. Voor nieuwe projecten, voor het bouwen van nieuwe
woningen, is dat het uitgangspunt waaraan ik ga vasthouden als de Wet
regie door de Eerste Kamer komt, hopelijk vóór 1 juli.
Ik ga door met de vraag van de heer Mooiman over de regie op
Zuid-Holland. Daar acteer ik op. Ik hoor dezelfde geluiden die u hoort;
daar hebben we in eerdere debatten ook al over gesproken. Ik ben
daarover in gesprek. We hebben eerder al gezegd: hoelang blijf je nog
praten? Dat loopt dus langzaam op, maar ik hoop dat de provincie en ik
daar in ieder geval samen uit gaan komen.
Ik ga door met de vraag van de heer Grinwis over Almere Pampus. Ik was
vandaag in die regio op werkbezoek. Vanuit Amsterdam kon ik vanaf het
gebouw waar ik op stond, Almere zien. Ik kon dus ook het Pampusgedeelte
zien en ik kijk er enorm naar uit dat daar gebouwd gaat worden en ook
geleverd gaat worden. Er ligt daar namelijk een enorme kans voor
woningbouw en om daar mensen te kunnen gaan laten wonen. We verwachten
dat daar in het komende BO MIRT, in het najaar van 2026, verdere
besluitvorming op gaat plaatsvinden. Daar zijn de eerste 7.500 woningen
mee gemoeid. Voor de ov-ontsluiting van deze woningen is 54 miljoen
gereserveerd. De start van de eerste te bouwen woningen is voorzien in
2030. Dat is nog steeds best ver weg, maar er zit in ieder geval
voortgang in dit proces.
De voorzitter:
We ronden de inhoudelijke blokken af, waarna er ruimte is voor
interrupties. De minister zal denk ik aangegeven wanneer zij het eerste
blokje heeft afgerond.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zeker, voorzitter.
De vraag van de heer Flach over meer inzetten op kleinschalige
bouwlocaties. U heeft een motie ingediend om van 100 naar 200 te gaan.
Mijn voorzichtigheid destijds, de reden ook waarom ik uw motie heb
ontraden, zat hem erin dat er ook gemeentes zijn waar 200 echt heel veel
is en ik niet zeker weet of de voorzieningen daar het zullen aankunnen.
Uw motie is echter met brede steun aangenomen. Ik denk dat het op heel
veel plekken wel kan. Op een aantal plekken zal het wat moeilijker zijn,
maar ik ga hier natuurlijk invulling aan geven. Met het besluit regie
schrap ik de ladder voor duurzame verstedelijking en daarnaast bied ik
met de Ontwerp-Nota Ruimte de mogelijkheid tot een wijk erbij tot 200
woningen. U vroeg mij wat ik eraan ga doen om dit ook aan te moedigen.
Ik moedig dit gewoon aan, want u kunt erop vertrouwen dat als een motie
wordt aangenomen, ik die ook gewoon uitvoer en daar ook enthousiast over
zal zijn. Ik weet niet of ik zo enthousiast kan zijn als sommige
Kamerleden hier, maar ik ga mijn uiterste best doen om dat wel te
zijn.
Dan uw andere vraag over het wijkje erbij en 200 woningen. Volgens mij
heb ik er al best veel over gezegd. Elke woning telt en ik ga hierover
enthousiast in gesprek met de gemeentes en de provincies.
Dan de vraag van de heer Grinwis en mevrouw Kostić over beter
benutten.
De voorzitter:
"Lid Kostić", alstublieft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat zei ik?
De voorzitter:
"Mevrouw Kostić", en de afgevaardigde wenst te worden aangesproken met
"lid Kostić".
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, helemaal terecht. Mijn excuses. Het lid Kostić. Het jaarlijks
realiseren van 100.000 woningen is de kern van mijn opdracht. Daarvoor
stel ik de financiële middelen binnen mijn begroting beschikbaar. Ik
maak woondealafspraken met de gemeentes en de provincies en ik stuur met
de Taskforce Versnelling Woningbouw op deze woningbouw. De taskforce
levert na de zomer een concreet actieplan op. Ik heb u toegezegd dat u
dat in september van mij ontvangt. De knelpunten die we willen
adresseren, komen daar dan ook duidelijk in naar voren. Een onderdeel
van dit actieplan is Beter Benutten. Daarin willen we beter benutten,
waarbinnen we in ieder geval 15.000 woningen kunnen gaan creëren. Dat
moet echt substantieel iets gaan bijdragen. Op 20 april jongstleden heb
ik een Landelijke Aanpak Beter Benutten naar uw Kamer gestuurd. Ik hoop
dat dat voldoende inzicht geeft in hoe ik het transformeren, splitsen en
optoppen zie en hoe we leegstaande ruimtes, zoals die boven winkels,
beter willen gaan benutten. Daar komt wel wat complexiteit bij kijken,
want het gaat dan ook over de vraag of er voldoende parkeergelegenheid
is en hoeveel voordeuren er zijn. Ik denk dat dat de dingen zijn die we
met elkaar moeten oplossen om ervoor te zorgen dat er gewoon gewoond kan
worden; we plaatsen dan later die tweede deur wel. We moeten met elkaar
uitzoeken hoe dat moet. Wat mij betreft gaat dat over die
risicoacceptatie, die je dan bereid bent om te doen.
Dan de vraag van mevrouw … het lid Wiersma over industrieel bouwen.
De voorzitter:
Het lid Kostić wenst te worden aangesproken met "lid". Mevrouw Wiersma
wenst, denk ik, te worden aangesproken met "mevrouw Wiersma". Ja.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik mag "mevrouw Wiersma" zeggen. Ik heb u gehoord. Mevrouw Wiersma vroeg
naar industrieel bouwen met typegoedkeuring. Ik ben voornemens om bij
woningen gebouwd onder een volledig dekkende en erkende
kwaliteitsverklaring de vergunning en meldplicht voor technische
bouwactiviteiten te laten vervallen. U heeft kunnen lezen in de
taskforcebrief dat ik er echt op wil inzetten om minimaal op 50% van de
locaties industrieel te bouwen. Ik ga daar ook over. Met uw oproep sluit
u dus naadloos aan op wat wij een goed idee vinden, of sluit ik op u
aan. We doen een pilot in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen om te
kijken of we hierop kunnen versnellen. Als we door die pilot zijn en we
weten hoe het moet, kunnen we dat ook gaan opschalen.
Dan kom ik bij de vragen van de heer Van Asten en de heer Grinwis over
woningbouw op water. Ik leer een hoop in dit werk. Ik heb ook filmpjes
gekeken hoe dat er allemaal uit zou moeten zien. Ik moet zeggen: het
ziet er inderdaad zeer innovatief en multifunctioneel uit. Er was al een
motie van Wijen-Nass met het verzoek om onderzoek te doen naar de
potentie en de obstakels. Dat doen we dus ook. Ik verwacht u daarover in
de tweede helft van '26 te kunnen informeren.
Dan had het lid Kostić een vraag over gezondheid en de Nota Ruimte. Het
is altijd zoeken naar een balans. Dat staat ook in de Omgevingswet. De
kern van de Omgevingswet is ook een balans tussen het beschermen van
veiligheid, gezondheid en milieu en het benutten van de fysieke
leefomgeving voor wonen, werken en recreatie. Dit geldt ook voor de
ontwikkelingen voor de woningbouwlocaties. Daar kijken we dus
gebiedsgericht naar.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Wiersma over het bouwen van
gemeenschappen. Ik ben een groot voorstander van het bouwen van
gemeenschappen, want met alleen maar huizen hebben we nog geen thuizen;
dan heb je alleen nog maar een dak boven je hoofd. Ik ben dus groot
voorstander van gemeenschappen van complete wijken en om daar ook op een
brede integrale manier naar te kijken. Als er ergens huizen worden
gebouwd waar een school staat, dan moet die natuurlijk gewoon
openblijven. Dat is in Den Haag ook gebeurd.
Dan vroeg de heer Flach naar het sturen op woningvraag. De
bevolkingsgroei en de huishoudensverdunning zijn inderdaad de drijvers
voor de toename van de woningvraag. De bevolkingsgroei komt met name
door migratie en de verdunning komt door de vergrijzing. U heeft denk ik
de afgelopen dagen in verschillende debatten voorbij zien komen dat wij
alles op alles zetten om grip op de migratie te krijgen. Daarover wordt
ook het gesprek gevoerd met de minister van Asiel en Migratie. Als het
over migratie gaat, begint mijn verantwoordelijkheid op het moment dat
mensen in Nederland mogen blijven wonen. Mijn opgave gaat natuurlijk
vooral over mensen die al in Nederland wonen en wordt aangevuld met
mensen die in Nederland mogen blijven wonen. Daar begint mijn opdracht.
Daarvoor hebben we die 100.000 woningen nodig, en daar zal ik me voor
inzetten, zo lang als dat nodig is.
Dan ben ik bij de vraag van de heer Clemminck over de massamigratie. We
zijn zeker bezig met gesprekken voeren over het beperken van de
instroom. Het Europese Asiel- en migratiepact en de uitvoering daarvan
zijn van groot belang. U spreekt hierover met de minister van Asiel en
Migratie. Dit gaat over grip krijgen op migratie. Daarna begint mijn
opdracht en dat is: iedereen die in Nederland mag wonen, heeft recht op
een dak boven zijn of haar hoofd en dat moeten wij accommoderen.
Tot slot, voorzitter. De laatste vraag uit dit mapje is de vraag van de
heer Nobel over het wetsvoorstel voor statushouders. Zoals ik u heb
toegezegd, werk ik aan een convenant. Dat zou ik voor de zomer gereed
hebben. Daarin maak ik afspraken over het afschalen van alternatieve
huisvesting, omdat ik de wet heb ingetrokken vanuit mijn redenatie dat
er een wet lag die niet uitvoerbaar was voor degenen die hem moesten
uitvoeren. Daarnaast lag er een negatief advies van de Raad van State.
Daarachter zit wat mij betreft dat een te grote groep sociale
huurwoningen nodig heeft. Een groep daarvan zijn de statushouders, maar
als we tegen hen zeggen dat ze hun status of hun voorrangspositie
verliezen, blijven ze of in een azc — dat is niet wat we willen — of ze
blijven in een hotel of op een schip — dat is ook niet we willen — of ze
belanden op straat, en dat is ook niet wat we willen. We moeten er dus
ook voor zorgen dat er voor deze statushouders, die in Nederland mogen
blijven wonen, want dat is feitelijk wat er aan de hand is, ook
woonruimte is. Ik kom dus met een convenant dat ik opstel samen met de
gemeentes, de VNG en Aedes, om ervoor te zorgen dat er een oplossing
komt voor wat een oplossing nodig heeft. Met deze tijdelijke woonruimtes
is het ook mogelijk het te combineren met bijvoorbeeld Oekraïners of
andere woningzoekenden. We zien voldoende voorbeelden in Nederland waar
dat hartstikke goed gaat. Ik denk dat we de voorbeelden van waar het zo
goed gaat vooral moeten opschalen.
De voorzitter:
Interrupties in tweeën. Mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Woningbouw en mobiliteit. Ik hoor u zeggen: "Het is afhankelijk van het
afwegingskader. We maken een afwegingskader voor toekomstige projecten."
Ik wacht dat dan af. Mijn vraag ging natuurlijk over die vier nieuwe
verstedelijkingsgebieden. Toen zei u dat dat afhangt van de
herprioritering binnen IenW en dat die besluitvorming in het najaar
valt. Nou is er in januari of februari een motie aangenomen door deze
Kamer die oproept om wanneer die gelden er zijn, deze vier
woningbouwlocaties als eerste in aanmerking te laten komen …
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Steen (CDA):
... voor die gelden. Dus mijn vraag was: wanneer krijgen ze het bericht
dat zij die woningbouwgelden krijgen? Als ze die niet krijgen, bent u
dan bereid om vanuit uw eigen begroting die gelden bereikbaar te maken?
Uiteindelijk is dat natuurlijk wel nodig om die vier woningbouwgebieden
verder te kunnen ontwikkelen.
De voorzitter:
Iets korter en via de voorzitter, mevrouw Steen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp de zorgen en de vraag heel goed. Ik deel die zorgen ook
volmondig met u. Waar dit over gaat, is dat dat geld op de begroting
staat van de minister van IenW. Die heeft een veel grotere opgave dan
waar hij financieel de ruimte voor heeft om dat allemaal te doen. Hij
maakt een afwegingskader; daar is hij met mij over in gesprek. U kunt
erop vertrouwen dat ik vol inzet op eerder gedane afspraken over deze
vier locaties. Ik zeg ook niet dat dat niet gaat gebeuren. Het enige wat
ik tegen u zeg, is: er wordt een afwegingskader gemaakt en er wordt
gekeken naar eerder gedane toezeggingen. Op die manier proberen we daar
daarna zo zorgvuldig mogelijk over te communiceren.
Op uw vraag of het anders uit de VRO-begroting kan komen, zal de
wedervraag, die niet passend in de Kamer is, worden gesteld: ten koste
van wat? Als het namelijk uit de VRO-begroting moet komen en als dat een
nadrukkelijke wens gaat worden, dan moet dat ten koste gaan van iets
anders op de VRO-begroting. Mijn inzet is dus — daar kunt u echt op
rekenen, want ik heb andere plannen met de begroting van VRO — dat ik er
alles aan zal doen om samen met de minister van IenW een goede invulling
te geven aan deze woningbouwlocaties, die ook zijn prioriteit zijn.
De voorzitter:
Ook de minister vraag ik om via de voorzitter te spreken.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter, mijn excuses natuurlijk. Dat is precies mijn punt als het
gaat over integraliteit. Ik hoor namelijk vaak verwijzingen tussen
departementen. We zeggen nu juist: laten we nou zorgen dat we niet
blijven verwijzen naar elkaar, maar gewoon een gezamenlijk pakket
neerleggen. Daar zijn die taskforces natuurlijk ook voor bedoeld. Daarom
heb ik een beetje problemen met het verwijzen naar het ministerie van
IenW. We moeten gewoon zorgen dat de toezeggingen die aan die gemeente
zijn gedaan, gestand worden gedaan. Kijken of het gaat lukken, vind ik
dus echt een beetje te mager. Eigenlijk wil ik gewoon horen wanneer die
vier woningbouwgebieden te horen krijgen dat zij uiteindelijk die gelden
gaan krijgen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat zal onderdeel zijn van de besluitvorming van de minister van IenW.
Dat is niet om mij achter hem te verschuilen, maar ik moet hem wel de
tijd geven om zijn eigen proces te doorlopen. Ik ben onderdeel van zijn
proces, ook via de taskforce. We zitten daar dus gezamenlijk aan tafel,
maar ik kan geen beloftes doen zonder dat hij zijn werk daarin volledig
heeft gedaan. Maar ik kan u toezeggen dat dit een onderwerp is dat hoog
op mijn eigen prioriteitenlijst staat en dat ik hier veelvuldig met hem
over spreek.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
De minister begon haar bijdrage met de opmerking: als ik goede plannen
zie, en die hoorde ik ook van vorige kabinetten, wil ik daar juist mee
aan de slag; dat zie ik ook als mijn taak. Ik denk dat het heel goed is
dat de minister dat zo schetste. Een van die goede plannen, waar ook al
door het vorige kabinet aan gewerkt was, was een planbatenheffing. Maar
we wachten als Kamer nog steeds op dat voorstel. Er liggen al langer
moties en ook notities van het ministerie. Kan de minister schetsen
wanneer zij verwacht dat naar de Kamer te sturen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit zit in een van mijn andere mapjes, met een vrij uitgebreide uitleg.
Als u het goedvindt, kom ik daar straks op terug.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Vanzelfsprekend. Dan heb ik nog wel een vraag — misschien zit die ook in
een ander mapje, maar dat hoor ik dan wel — over de vpb van
woningbouwcorporaties. Zit die ook in een ander mapje?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Oké, dan wacht ik daarop. Excuus.
De heer Flach (SGP):
Ik maak me zorgen om Zuid-Holland, en dat doe ik al langer. Ook bij de
voorganger van deze minister heb ik al verschillende keren erop
aangedrongen om daarbovenop te zitten. Ik hoor dat de minister dat ook
doet en zegt: ik escaleer dat langzamerhand. Het is wel belangrijk: 3
juni staat daar het omgevingsbeleid op de agenda. Dan wordt het de keuze
tussen uitbreiden of beperken van bouwen buiten de kernen. Het is best
een heel belangrijke keuze. Zoals het er nu voor staat, wordt het
inperken. Ziet de minister dat als een aansporing om nog in die periode
voor 3 juni echt dringend in gesprek te gaan met het provinciebestuur om
te zeggen: wat jullie hier aan ideologische dingen extra in een
omgevingsbeleid stoppen, kan echt niet; op deze manier ga je je doelen
ook gewoon niet halen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben mij zeer bewust van die tijdslijn van 3 juni. Mijn eigen acties
en agenda zijn daar ook op gesynchroniseerd, zou mijn antwoord aan de
heer Flach zijn.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Flach (SGP):
Dan rond ik af met: dank u wel en veel succes.
De heer Nobel (VVD):
Ik blijf even bij dit onderwerp, omdat de minister zojuist aangaf dat
zij er niet aan wil tornen als er afspraken zijn, dus ook niet als daar
meer dan bijvoorbeeld 30% sociale huur wordt gevraagd. Als die afspraken
toch op de plank blijven liggen, afspraken die op papier misschien heel
mooi klinken, maar er woningbouwprojecten toch gewoon niet van de grond
komen, is de minister dan toch bereid om daar met gemeenten, maar ook
met provincies die daarop blijven doordrammen, opnieuw naar te
kijken?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik wil vooral werken in de geest van de Wet regie. Ik hoop dat ik voor 1
juli het debat over de Wet regie heb kunnen voeren met de Eerste Kamer;
ik zei dat net ook al. Ik wil er echt op inzetten om in de geest van de
Wet regie te handelen. Daarover hebben we duidelijke afspraken gemaakt.
Er is een aanvullende motie gekomen om daar wat strenger op te zijn,
zodat het geen Poolse landdagen worden. Dat geldt ook voor uw vraag. Ik
kijk naar de principes en zet mij in voor betaalbaar wonen. Dat gaat
over betaalbare koop en betaalbare huur. Dat is mijn inzet. Er mag geen
afname zijn in absolute zin. Als er gebouwd wordt, moeten we bekijken of
we de eisen naar beneden halen. Ik kom ook veel gemeentes tegen waar
toch nog bovenwettelijke eisen gelden. Met de Wet regie is dat straks
verboden. Daar moeten we dan gewoon op handhaven. Het bouwen van huizen
moet nu belangrijker zijn dan het bouwen van hele mooie huizen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Dan zou ik de minister iets willen vragen over een ander onderwerp, als
dat mag, namelijk over de doorstroomlocaties. De minister geeft aan voor
de zomer met een convenant te komen. Inmiddels hebben we allemaal kunnen
genieten van het zomerweer, dus kan de minister een tipje van de sluier
oplichten? Wat de VVD betreft moet de voorrangregel er voor het einde
van het jaar af. Ik ben heel benieuwd hoe het daarmee staat.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik probeerde het net al in mijn antwoord op de vraag van de heer Nobel
te duiden en zal dat nog een keer doen. Ik zie het niet echt als
doorstroomlocaties. Voor mij is het "tijdelijke huisvesting". Ik hecht
aan die term, want het is tijdelijke huisvesting voor verschillende
groepen, waaronder de statushouders die daar leven. Die zijn in
afwachting van doorstroom naar een woning. Wat voor woning dat is, zal
afhangen van hoe snel ze integreren, of ze een baan krijgen, hoeveel
inkomen ze hebben et cetera. Voor mij is het belangrijk dat er een
convenant ligt dat gaat werken. Dat kan ik niet alleen. Daarvoor heb ik
de gemeentes, de VNG, Aedes en allerlei andere partijen nodig. Ik zit
met hen aan tafel. Ik wil heel nadrukkelijk de tijd nemen om met hen te
spreken over op welke manier dit daadwerkelijk tot iets gaat leiden. Ik
wil geen convenant hebben waarvan we later zeggen: dat is ook niks
geworden. Ik wil een convenant hebben waarvan iedereen, alle spelers aan
tafel, zegt: op deze manier kunnen we dit uitvoeren. Ik heb dat
convenant toegezegd voor de zomer, dus dat krijgt u van mij voor de
zomer.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voordat ik interrumpeer, wil ik het volgende zeggen. Dit blokje heet
"woningbouw algemeen". Ik miste antwoord op mijn vragen over de bouw van
sociale huur. Komen die in dit blokje? Die horen namelijk toch wel bij
woningbouw algemeen, denk ik.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, maar die komen straks.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mag ik vragen in welk blokje?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Bij het bestaande voorbehoud en de regelgeving om de woningbouw te
versnellen.
De heer Van Asten (D66):
Dank aan de minister voor de antwoorden met betrekking tot de
verschillende typeringen, zoals regionaal, grootschalig et cetera. Er
wordt nu gezocht naar gebieden waar ruimte op het spoor is, zo hoor ik
de minister zeggen. Dat is heel goed, want daar kunnen we flink
doorbouwen, zonder dat het veel extra geld hoeft te kosten voor de
ontsluiting. Er zijn regio's, zoals Limburg en Zeeland, waar
daadwerkelijk ruimte op het spoor is en waar een verzameling regionale
grootschalige locaties is. Stel dat we dadelijk doorgaan naar een
nationaal grootschalig woningbouwgebied. Wordt er dan slechts een van de
steden langs het spoor uitgekozen? Of kunnen daar de regio's in het
geheel van regionaal grootschalig naar nationaal gaan?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Voor mij is het het belangrijkst dat we de aantallen halen. Ik wil hier
met een brede blik naar kijken. Waar is er ruimte in Nederland als het
gaat over netcongestie? Waar is er ruimte met betrekking tot de
infrastructuur? Waar is er ruimte om huizen te bouwen? Als dat op één
plek of op een verzameling van plekken moet zijn … Ik wil daarnaar
kijken. Ik wil bekijken wat wel kan. Dat wil ik doen vanuit de gedachte
dat het daadwerkelijk tot iets kan leiden. Ik bedoel dat het geen hele
lange vooruitzichten worden. Daar hebben we er ook al een aantal van die
uiteindelijk niet leiden tot extra woningen. Het is voor mij niet
restrictief, zo van: het mag er alleen maar zo uitzien of het mag alleen
maar zo zijn. Ik wil er gewoon voor zorgen dat die woningen gebouwd
worden. Of dat een straatje, een wijk, een stad of een clustering erbij
is, maakt mij heel eerlijk gezegd net iets minder uit, zolang we het met
elkaar planologisch inpasbaar kunnen maken.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil de minister danken voor haar antwoorden over de buitenstedelijke
woningbouw in Zuid-Holland. We hebben er natuurlijk al vaker met elkaar
over gesproken. Het is goed om te horen dat ook de minister een besef
van urgentie heeft wat betreft de vraag of hier wel voldoende wijziging
in beleid plaatsvindt om de nationale woningbouwdoelstellingen te kunnen
halen. Het gaat namelijk inderdaad nogal ergens over: een praktisch
verbod op buitenstedelijk bouwen in Zuid-Holland. Ik denk dat we dat
absoluut niet moeten willen, ook gelet op het aandeel van die provincie
in onze woningbouwopgave. Dit is geen vraag, voorzitter, maar
permitteert u mij dit toch, gelet op de korte tweede termijn. Ik wil
daar in de tweede termijn een voorstel voor indienen. Ik hoop dat de
minister dat ook ziet als een steuntje in de rug om richting te
provincie op te trekken. Inmiddels begint het namelijk wel echt te
dringen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoorde de oproep en de aanmoediging van de heer Mooiman op dit
onderwerp al een aantal keren in de afgelopen debatten. Ik heb u goed
gehoord. Ik ben ook op uw verzoek op verschillende plekken in gesprek
geweest om te zien wat daar dan precies aan de hand is en waar de
behoeftes liggen. Daarover zijn we met de provincie in gesprek.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik onderstreep de oproep van collega Mooiman heel graag. Doe het voor
het platteland van Zuid-Holland; dat verdient beter.
Ik heb een vraag over Almere Pampus. Daarover gaf de minister al een
antwoord. Dank voor haar antwoord dat daar in ieder geval de eerste 54
miljoen naar een ov-verbinding gaat en dat de start van de bouw van
7.500 woningen aanstaande is. Uiteindelijk is daar een potentie van
35.000 woningen. Maar dan, zeggen de gemeente Almere en de gemeenteraad
van Almere terecht, is er eigenlijk een volwaardige verbinding met
IJburg of Amsterdam nodig.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Hoe staat de minister daarin? Hoever is dat? Dit project loopt eigenlijk
al vanaf 2013 en de overeenstemming tussen Rijk en regio. Wanneer kunnen
we die volledige verbinding tegemoetzien, zodat de volledige potentie
van Almere Pampus wordt benut?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
U was volgens mij nog niet binnen toen ik vertelde dat ik vanmiddag op
werkbezoek ben geweest — o, u zag het? — en het dus ook heb gezien. Ik
heb ook gezien waar die verbinding dan tot stand zou moeten komen. Het
lijkt een wandelafstand, maar het is toch wel fijn als daar openbaar
vervoer zou zijn. Of je moet heel goed kunnen zwemmen. Dit is onderdeel
van mijn eerdere antwoord aan mevrouw Steen. Dit is een opgave die we
samen met IenW tot stand moeten brengen, zeker als we niet willen dat
het allemaal uit de VRO-budgettering moet komen. Volgens mij moeten we
dat niet willen. De minister van IenW maakt een afwegingskader. Dat komt
ook naar de Kamer. Op basis daarvan gaan we met elkaar het gesprek aan:
wat kan eerst, wat moet wachten en waar is wel al het een en ander
mogelijk? Ik ken dus de oproep van Almere. Daar zeggen ze: wij willen
eigenlijk pas gaan bouwen als we zeker weten dat de infrastructuur die
erbij hoort ook wordt georganiseerd. Het kan zijn dat dat toch enige
getraptheid nodig heeft. Daar gaan we dan het bestuurlijke gesprek over
voeren.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dit vind ik een beetje een procedureel antwoord. Ik vrees dat het
daardoor op de lange baan wordt geschoven. Ik ben namelijk ook
IenW-woordvoerder en ik weet hoe penibel de situatie bij de
IenW-begroting was. Er moet eerst voor 80 miljard vertimmerd worden aan
beheer, onderhoud en vervanging alvorens we weer wat kunnen gaan
aanleggen; dat wordt wachten tot sint-juttemis. Ik roep de minister dus
op om alles in het werk te stellen voor deze stedenbouwkundige kansen.
Die zijn er niet alleen in Almere Pampus, maar ook tussen IJburg en
Almere Pampus. Daar hebben we eerder over gesproken, bij de Nota Ruimte.
Ik hoop dat de minister daar inmiddels toch wat positiever over denkt.
Er is echt heel veel potentie om dat gebied, waar veel vraag naar wonen
is, te ontwikkelen. Wat is daar de ambitie van de minister? Ik weet
natuurlijk dat de financiële post er nog niet zo lang is, maar als we
dit een beetje laten gaan, dan staan we hier over 40 jaar nog te
praten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik kan u verzekeren dat dit bovenaan mijn lijstje staat en dat ik al
deze grote woningbouwlocaties ... Ik probeer namelijk wel een beetje in
massa te denken. Alhoewel ik de wijkjes en de straatjes belangrijk vind,
hebben we ook de grote aantallen nodig. Natuurlijk kijk ik dus waar heel
veel te bouwen is en wat daar dan aan infrastructuur voor nodig is, maar
het zou echt niet passend zijn als ik nu uitspraken doe die over de
portefeuille van de minister van IenW gaan, terwijl hij heel
nadrukkelijk ook in zijn eigen commissiedebat heeft afgesproken wanneer
hij met iets komt. Ik zou hem daarin dus graag rugdekking geven.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik had het erover dat gemeenten bij woningbouw tegen reële problemen
aanlopen. Er is dan een veehouderij of er wordt aan sierteelt gedaan,
wat de gezondheid bedreigt. Ik vroeg de minister om een reflectie op het
ruimtegebruik. Ongeveer de helft van de ruimte wordt gebruikt voor die
sectoren. De minister zei tegen mij dat die harde en zachte
plancapaciteit betekent dat er eigenlijk al genoeg ruimte is voor
woningen en dat er dus niks aan de hand is. Ik vraag mij dan wel af
waarom de minister het plan voor IJstad in een superkwetsbaar
natuurgebied omarmt als er al voldoende locaties zijn.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begrijp goed wat het lid Kostić mij vraagt, maar ik was helemaal niet
heel enthousiast over IJstad, want ik wilde juist voorzichtig zijn met
zulke grote vergezichten. Er is echter een Kamerbreed aangenomen motie
waarin wordt verzocht om dat wel te doen. Inmiddels ben ik natuurlijk
enthousiastér gemaakt. Ik ga daarnaar kijken omdat ik moties uitvoer,
zoals ik al eerder in dit debat zei, en omdat ik vind dat u daarop moet
kunnen vertrouwen. Hoe richten we in Nederland het land in, hoe gaan we
om met geitenhouderijen en hoe gaan we om met sierteelt? Dat is iets wat
we in balans en in gesprek met elkaar tot stand moeten laten komen. Ben
ik voor een gezonde leefomgeving? Ja, dat ben ik. Vind ik dus dat we
goed moeten kijken naar de normeringen die er zijn? Ja, dat vind ik ook.
Daarover ben ik ook in gesprek met de minister van LVVN en met de
staatssecretaris van LVVN. Ik vind gezondheid heel erg belangrijk.
Tegelijkertijd moeten we dit "in gesprek met" en gebiedsgericht
doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Er wordt de hele tijd "balans" gezegd. Dat hebben we van meerdere
kabinetten gehoord, maar het probleem is dat dit uiteindelijk niets
bleek te zeggen. De problemen lopen alleen maar op. De gemeenten kloppen
aan de deuren van de Tweede Kamer: neem hierop nou landelijk de regie,
want de sierteelt en de veehouderij houden de woningbouw gewoon tegen.
We hadden het over het uitvoeren van moties. De Kamer heeft een motie
aangenomen waarin tegen het kabinet wordt gezegd — dat is dus inclusief
deze minister — dat bij een keuze tussen zulke botsende belangen het
belang van wonen en gezondheid altijd moet gaan boven het belang van de
geitenhouderij. Mijn vraag is dus simpel: gaat deze minister ook díé
motie respecteren en wil zij die dan ook doortrekken naar de giftige
sierteelt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De vraag van het lid Kostić is helder. Ik begrijp ook heel goed waar die
vandaan komt en welke zorgen er zijn. Dit is natuurlijk een onderdeel
van een veel groter pakket dat de minister van LVVN momenteel in
portefeuille heeft. Ik begrijp dat ik coördinerend bewindspersoon ben
bij de Nota Ruimte en dat we er heel goed op moeten letten dat we
hierbij die balans blijven vinden, maar tegelijkertijd weten we door de
verschillende gesprekken ook dat de minister van LVVN voor de zomer met
een pakket komt. Daarover zal gediscussieerd worden. Uiteindelijk gaat
het om het vinden van een balans om ervoor te zorgen dat in Nederland
alle opgaven die er zijn, netjes bij elkaar komen. Dat is altijd al mijn
insteek geweest en dat zal ook hierbij zo zijn. In de Nota Ruimte zult u
dat ook terugzien.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb een vraag aan de minister over de doorstroomlocaties. Die zouden
er eind van dit jaar zijn. Wat mij betreft mogen daar ook containers
staan. Dat hoeft allemaal niet heel ingewikkeld te zijn. Zijn die
doorstroomlocaties eind van dit jaar gereed? Gaat dat lukken, vraag ik
aan de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Eerder heb ik gezegd dat ik voor de zomer met een convenant kom waaruit
blijkt hoe we dit doen met de uitvoerders die dit daadwerkelijk voor
elkaar moeten krijgen. Volgens mij wil eenieders achterban — de uwe, de
mijne, van ons allemaal — echte oplossingen, en "echte oplossingen"
betekent dat uitvoerders het moeten kunnen realiseren. In dat convenant
spreken we af wat de opgave is en hoe die eruitziet. We gaan daar geen
permanente huizen voor bouwen. Dit gaat over tijdelijke huisvesting.
Onder anderen statushouders kunnen daar verblijven in afwachting van
doorstroom naar een reguliere woning.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Mijn lieve hemel! Convenanten, afspraken … Kan de minister mij uitleggen
waarom het zo ingewikkeld is om gewoon ergens een locatie aan te wijzen
en daar containers neer te zetten, een Boels wc-dingetje en misschien
een douche ergens, en dat gewoon te regelen? Nederland zit niet te
wachten op convenanten en allerlei rare afspraken. Regel het gewoon.
Waarom kan dat niet?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Om dat voor elkaar te krijgen, heb je mensen nodig die dat doen. Je hebt
dan ook plekken in Nederland nodig waar het mag staan, en het moet daar
dan ook een hele poos kunnen blijven staan. We hebben dus locaties
nodig. We hebben vervolgens nodig dat het huisvesting is die menswaardig
is en gezond is. Op die manier doen we dat, in samenspraak, omdat het,
als je het in samenspraak doet, ook wat langer kan blijven bestaan. En
dan kan er ook participatie hebben plaatsgevonden, want ook dat vinden
mensen belangrijk.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Wiersma en mevrouw Van Brenk. Ik stel voor dat de
minister daarna continueert met haar beantwoording op het onderdeel
regelgeving. Mevrouw Wiersma.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik had eigenlijk dezelfde vraag als de heer Claassen over die
doorstroomlocaties. Ik ben namelijk wel benieuwd. Over het intrekken van
het verbod op voorrang voor statushouders werd vanmiddag een beetje
sceptisch gedaan. Dat een derde van de vrijgekomen sociale huurwoningen
naar statushouders gaat, klopt wél, want je moet dat natuurlijk met de
starters op de socialehuurwoningmarkt vergelijken. Dus: is de minister
bereid om te kijken, op de kortst mogelijke termijn, naar het areaal
voor doorstroomlocaties? En dan ben ik het eens met de heer Claassen
over waar die aan zouden moeten kunnen voldoen; volgens mij past dat
prima binnen de criteria die de minister noemt. En wil zij daarna bij
ons terugkomen met op welke termijn dat op zijn snelst gerealiseerd zou
kunnen worden?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is geen enkel probleem, want dat heb ik u al toegezegd via het
convenant. Dit is onderdeel van dat convenant. In dat convenant komen
geen vage tekstvoorstellen; daarin schrijven we op hoe we dit met elkaar
gaan organiseren. Maar dat wel heel nadrukkelijk met de gemeentes, met
de provincies, met Aedes, die dit dan ook daadwerkelijk moeten gaan
uitvoeren. Dan is het een échte oplossing.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Nee, dat vind ik te makkelijk. In convenanten worden altijd afspraken
met heel veel partijen vastgelegd. Mijn concrete vraag is: kan deze
minister, gewoon vanuit haar stelselverantwoordelijkheid, nagaan wat de
maximale potentie is om doorstroomlocaties te realiseren? Dat is iets
anders dan dat je tot achter de komma over van alles afspraken maakt met
alles en iedereen. Ik denk dat we, gezien het tijdsbestek, geen tijd te
verliezen hebben om hier echt maximaal op in te zetten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik onderschrijf de haast en de spoed, en ik denk de rest van de
samenleving ook. De gesprekken die we nu aan het voeren zijn, gaan over
de vraag om hoeveel mensen het gaat. Nou, dat weten we inmiddels. En als
we dat weten: waar zijn er dan goede locaties, waar ook de voorzieningen
zijn om deze mensen zo snel mogelijk te kunnen laten integreren en waar
ook andere woningzoekenden een plek kunnen krijgen? Op die manier gaan
we dat organiseren.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik heb nog niets gehoord over mijn vraag ten aanzien van die 290.000
seniorenwoningen en of die er komen, en over mijn vraag over de hofjes
en die 40 miljoen. Misschien kan de minister dat nog toezeggen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Die vragen komen hierna.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we gewoon even de beantwoording afwachten, omdat dit
waarschijnlijk in de volgende blokken van de minister zit.
Ik wou eigenlijk zeggen dat de minister verder moest gaan met het debat.
Meneer Schenk, als u het heel kort houdt, sta ik dit toe. Maar daarna
gaan we wel echt verder, want we zijn pas op een vijfde en we hebben nog
een uur en tien minuten.
De heer Schenk (FVD):
Ik zal mijn best doen, voorzitter, dank. Is de minister ervan op de
hoogte wat het huizentekort in Nederland zo'n vijftien jaar geleden was
en hoeveel huizen er in de tussentijd, dus vanaf 2010, bij zijn
gekomen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat we nodig hebben, zijn 100.000 woningen. Alle mensen die op zoek zijn
naar een huis, hebben recht op een dak boven hun hoofd. We moeten alles
op alles zetten om dat voor elkaar te krijgen. Dat is beter benutten.
Dat is extra bijbouwen. Dat is de opgave waar we voor staan, en dat
moeten we de komende jaren gaan volhouden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Schenk (FVD):
Ik zou bijna willen zeggen "de debattrainingen werken", want dit is
totaal geen antwoord op mijn vraag natuurlijk. Vijftien jaar geleden
hadden wij een woningentekort in Nederland van zo'n 130.000. In de
tussentijd zijn er 1 miljoen woningen bij gekomen. En in 2026, nu,
hebben wij een woningentekort van 400.000, terwijl er dus een miljoen
woningen bij zijn gekomen! Dat is natuurlijk allemaal het gevolg van die
massale immigratie. Ik zou de minister dus echt willen verzoeken,
eigenlijk in navolging van wat de heer Clemminck vroeg, om naar die
ministerraad te gaan en daar met de vuist op tafel te slaan. Er moet
haast worden gemaakt om die immigratie in te perken, want dat is de kern
van het probleem waar we het vandaag over hebben.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoorde geen vraag, enkel een oproep om met mijn vuist op tafel te
slaan.
De voorzitter:
U vervolgt uw beantwoording.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan ga ik door met het mapje regelgeving woningbouw versnellen. De vraag
van mevrouw Van Brenk zit in het mapje daarna, bij bestaande voorraad en
corporaties.
Ik begin met de vraag van de heer Nobel over fiscale maatregelen in dit
investeringsklimaat. We hebben daar in het coalitieakkoord afspraken
over gemaakt. Die zijn u bekend. De overdrachtsbelasting is verlaagd
naar 7%. In de taskforcebrief heeft u kunnen lezen dat we echt proberen
om met het actieplan tot een wat positiever investeringsklimaat te
komen. Ik ben aan verschillende tafels in gesprek om te kijken hoe dat
eruit kan zien. Dat moet wel in balans zijn met alle andere opgaven die
er liggen. Het actieplan wordt met Prinsjesdag gedeeld.
Dan de andere vraag van de heer Nobel over de tijdelijke huurcontracten.
Ik zie dat dilemma ook. We hebben vaste huurcontracten, maar die hebben
we wel voor een hele goede reden. Die reden is de bescherming van de
huurders. Daarnaast hebben we tijdelijke huurcontracten voor bepaalde
groepen. Ik kan niet uitsluiten dat ik misschien bij u langskom, omdat
er nog een groep aan moet worden toegevoegd. Dat kan bijvoorbeeld te
maken hebben met hospiteren, iets met studenten of anderszins. Dit is
een politiek gevoelig onderwerp. Ik hoor uw verschillende zienswijzen
daarover tijdens dit debat, dus ik denk dat het goed is dat ik daar nog
even zorgvuldig naar ga kijken, dat ik misschien eens een kop koffie met
u drink en dat ik dit verder meeneem in de agenda van de
taskforce.
Dan de vraag van de heer Nobel over pensioenfondsen. Het punt van de
buitenlandse pensioenfondsen vind ik ook echt een probleem dat opgelost
moet worden. We moeten wel onderzoeken op welke manier we dat kunnen
doen. Dat kan ik niet alleen. We hebben die investeringen nodig. We
hebben zelfs 45 miljard aan dergelijke investeringen nodig. Daarover
zijn we dus in gesprek. We gaan kijken op welke manier we dit zo snel
mogelijk kunnen organiseren en welke randvoorwaarden daarbij
horen.
Dan de vraag van de heer Clemminck over de pensioenfondsvrijstelling.
Een van de opdrachten van de taskforce is het verbeteren van het
investeringsklimaat, ook voor de buitenlandse investeerders, zoals
zojuist al werd gezegd. De Belastingdienst werkt aan de modernisering
van de voorwaarden waaronder buitenlandse pensioenfondsen aanspraak
kunnen maken op de pensioenfondsvrijstelling. Dat gaat deze
investeerders helpen. Ook hier gaan we in de taskforce naar kijken. Daar
komen we op Prinsjesdag op terug.
Dan de vraag van de heer Flach: wat is de inzet van de minister als het
gaat om het schrappen van woningbouwregels? We zetten ons nadrukkelijk
in voor het vereenvoudigen van wet- en regelgeving. Dat doen we in ieder
geval met de jaarlijkse vereenvoudigingswet. Dat geldt ook voor
woningbouw en de fysieke leefomgeving. Die sluiten daar gewoon bij aan.
Wij zien vereenvoudigen niet alleen als iets simpeler maken, maar ook
als aanpassen, wijzigen en soms ook gewoon beter uitleggen. We zien
namelijk ook dat er regelgeving is die al precies doet wat ons gevraagd
wordt. Maar omdat er soms onvoldoende kennis is over die bepaalde wet-
en regelgeving, wordt er gevraagd om meer regelgeving, terwijl je
eigenlijk al het instrumentarium hebt. We hebben dus ook iets te doen
met het beter uitleggen daarvan. Daarnaast heb ik uw Kamer recent een
brief gestuurd en aangegeven dat ik ga kijken naar het vereenvoudigen
van het Bbl. Ook ga ik door met het programma STOER. Dat programma is
door iemand anders verzonnen, maar daar zitten hartstikke goede dingen
in, dus daar ga ik gewoon mee door.
Dan de vraag van lid Kostić over gezondheid, kwaliteit, veiligheid en
klimaatbestendigheid. De adviescommissie STOER heeft een advies
uitgebracht over het schrappen en vereenvoudigen van regels als het gaat
om de lagere plafondhoogte in woningen. Het vorige kabinet heeft
daarover een besluit genomen, met als randvoorwaarde voldoende kwaliteit
van de leefomgeving, waarbij rekening moet worden gehouden met
klimaatbestendigheid. Wij gaan daarmee door op de manier zoals ik net
zei, namelijk dat het belangrijk is dat de leefbaarheid en de gezondheid
een belangrijke plek blijven krijgen.
Dan de vraag van de heer Flach over een crisiswet bouwregelgeving. Er
was ooit een crisiswet; die is toen opgenomen in de Omgevingswet. Wat
daarin stond, is daarin geborgd. We gaan met STOER aan de gang om
sneller en goedkoper meer woningen te bouwen. Met de vereenvoudigingswet
willen we vooral kijken of we nog meer kunnen vereenvoudigen. Verder
gaan we vooral kijken hoe we de uitvoeringskracht kunnen versterken,
zowel door uit te leggen welke instrumenten er al zijn en welke daarvoor
gebruikt kunnen worden, als door nadrukkelijk te kijken naar het
schrappen van lokale vergunningsplichten. Ik wil me dus eigenlijk hierop
richten, in plaats van op het optuigen van een nieuwe crisiswet, want ik
ben er inmiddels achter hoelang het zou duren voordat die er zou zijn.
Ik zou die tijd liever gebruiken om gewoon aan de slag te gaan met wat
we al hebben.
Dan ben ik door dit mapje heen.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Beckerman de handen in de lucht steken, dus als u een
interruptie wilt plegen, is dit het moment. Niet? Dit was het blokje
regelgeving. Nu gaan we naar de bestaande voorraad.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, en corporaties en de koopsector.
De voorzitter:
En corporaties en de koopsector.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mevrouw Beckerman, als het gaat over de Wet betaalbare huur: daar heb ik
een apart mapje over en die komt ook nog aan bod in het mapje
overig.
De voorzitter:
U heeft zelfs een aparte map, mevrouw Beckerman.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, zeker.
De voorzitter:
Nou, mooier kan het bijna niet worden.
De heer Nobel (VVD):
Ik hoorde de minister zeggen dat ze begrijpt dat er echt wat moet
gebeuren om ervoor te zorgen dat de negatieve effecten van de Wet
betaalbare huur teniet worden gedaan. Als ik echter hoor hoe er wordt
gereageerd op bijvoorbeeld tijdelijke huurcontracten, krijg ik toch een
beetje het gevoel dat de minister een aspirientje wil voorschrijven
terwijl er een wooninfarct is. Daar zit toch wel de pijn voor de VVD. Ik
heb echt meer nodig van de minister dan alleen: we gaan ernaar kijken in
de taskforce. Dit is namelijk juist bedoeld als ventiel, omdat we
bijvoorbeeld de fiscaliteit in box 3 nog niet hebben opgelost. Graag een
reactie van de minister dus.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik hoop dat de heer Nobel begrijpt dat ik niet via dit debat, in vraag
en antwoord, iets kan zeggen over zoiets groots, waarover eerder al zo
veel moties zijn aangenomen, met echt een heel brede Kamermeerderheid,
met de strekking dat het belangrijk is dat we de huurders een bepaalde
mate van bescherming bieden. Ik heb gezegd dat ik het met u eens ben dat
het begint te knellen. Daarover wil ik heel graag het gesprek voeren, om
te kijken of we iets kunnen doen aan waar het knelt.
Ik zie ook dat de shortstayoplossing een soort achterdeur is die wordt
misbruikt. Ik wil dus graag iets doen om dat te voorkomen, maar daarvoor
heb ik een iets breder gesprek nodig, om te kijken hoe we hier invulling
aan kunnen geven. Als ik hier nu heel kort zou zeggen dat ik het een of
het ander vind, zou ik de complexiteit van wat er voorligt echt
tekortdoen. Ik wil de achterdeur van short stay, met al z'n negatieve
effecten, sluiten. Ik snap dat tijdelijke huurcontracten veel
aantrekkelijker zijn voor verhuurders dan voor huurders. In sommige
gevallen maakt het voor huurders niet uit. Als het bijvoorbeeld
studenten zijn en ze iets willen huren in de stad waar ze studeren,
hoeven ze daar niet per se 30 jaar te blijven, maar verhuurders willen
graag de zekerheid dat ze er dan ook daadwerkelijk uit gaan. Dit is een
zodanig complexe materie dat ik het onzorgvuldig zou vinden om daarover
nu in een een-tweetje een standpunt in te nemen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Nobel (VVD):
Wijze woorden van de minister waren: als je in een wooncrisis zit, moet
je daar ook naar handelen. Ik begrijp best dat we hier niet over en weer
pingpongend uitkomen, maar als je op dit moment geen huurwoning hebt, is
voor drie of vijf jaar een contract krijgen nog steeds een hele grote
vooruitgang ten opzichte van gedwongen bij je ouders op zolder blijven
wonen. Ik hoop dus dat de minister hier serieus naar gaat kijken en dat
ze voor de zomer — misschien kan ze die toezegging wel doen — de Kamer
hierover wil informeren.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik vind "voor de zomer" te snel om op een dusdanig complex onderwerp al
deze toezeggingen te doen. Dat doe ik dus niet. Ik zeg u wel toe dat ik
dit heel serieus neem en dat ik goed ga kijken naar wat er wel en niet
mogelijk is. Het is voor mij nu te snel, te kort en te ondoordacht om
hierover dergelijke uitspraken te doen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De minister weet wellicht dat het heel slecht gaat met onze natuur en de
biodiversiteit. Wetenschappers spreken zelfs van een
biodiversiteitscrisis, die onze veiligheid bedreigt. Nu is er in 2024
een motie aangenomen, onder andere door PRO en de Partij voor de Dieren,
maar ook een aantal andere partijen, die de minister opriep om in het
Bbl eisen te stellen voor nestgelegenheden voor vogels als de
gierzwaluw, specifiek voor nieuwe woningen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag is: voert deze minister die motie wel uit? Want de vorige
minister deed dat niet.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar moet ik in de tweede termijn op terugkomen, want ik moet daar even
heel snel iets meer informatie over ophalen.
De voorzitter:
U vervolgt met het onderdeel bestaande voorraad.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Waar ook corporaties en de koopsector bij zitten. Ik begin met een vraag
van de heer De Hoop over wat ik ga doen met de flat in Zeist. Voor mij
is veiligheid het allerbelangrijkste. Op het moment dat ik het antwoord
kreeg dat het daar veilig is, was dat een eerste geruststelling.
Vervolgens gaat het over de vraag: krijgen mensen waar ze huur voor
betalen? Dat is natuurlijk niet helemaal zo, want ze hebben op hun
balkon niet het volledige uitzicht — ik heb het gezien — en verder niet
de volledige faciliteiten waar ze wel huur voor betalen. Dat heeft te
maken met het woongenot en het comfort. In het voorbeeld van de heer De
heer De Hoop gaat het over veiligheid voor mensen met een visuele
beperking. Maar ik kan niet hier vanuit de Kamer of vanuit het
departement zelf gaan handelen met betrekking tot 2,2 miljoen woningen
van de woningcorporaties. Dat is denk ik niet wat u van mij moet
vragen.
Wat voor mogelijkheden hebben deze mensen? Dat weet u ook: er is een
huurcommissie. Ze kunnen naar de gemeente. Ze kunnen uiteindelijk ook in
beroep gaan bij de rechter. De gemeente speelt hier een heel belangrijke
rol in. Ik heb vanavond vaak gehoord hoe blij mensen waren toen ze nog
wethouder waren. Er zit ook een wethouder in Zeist op wonen. Die kan
hier echt invloed op uitoefenen. U kent deze wethouder; die is van uw
eigen partij. Ik zou echt willen voorstellen dat u haar aanmoedigt om
met de bewoners van de flat daarover het gesprek aan te gaan, zodat op
die manier de bewoners gebruikmaken van de mogelijkheden van de
huurcommissie of klachten indienen bij de gemeente, zodat er
daadwerkelijk iets aan gedaan kan worden. Want ik ben met u eens dat er
iets aan gedaan moet worden. Waarschijnlijk is de corporatie er ook druk
mee bezig, maar misschien is dat niet genoeg. Dan moet erop gehandeld
worden en dat kan de gemeente bij uitstek.
Dan de vraag van mevrouw Beckerman en mevrouw Wiersma over onvoldoende
geld bij de corporaties. Het klopt — ik heb dat ook al eerder gezegd —
dat de sector tot 2034 ongeveer 19 miljard nodig heeft. Dat komt op een
totale opgave van 115 miljard. Ik ben het er ook mee eens dat wij daar
iets mee moeten doen. In eerdere debatten hebben wij hierover gesproken.
Ik heb ook in mijn brief nadrukkelijk geschreven dat het theoretisch
dichtgelopen kan worden met het geld dat in het coalitieakkoord is
vrijgemaakt; 325 miljoen. Daar werd ook uit geciteerd en ik herkende het
citaat gelukkig ook. Inderdaad, daar zit een reeks op, maar dat zou in
theorie hiertoe moeten leiden. Maar dat is theorie, dat realiseer ik me
ook. Ik zei eerder in dit debat al: het gaat mij om echte oplossingen.
Een echte oplossing is niet dat ik zeg: het klopt theoretisch en ik kan
het rond rekenen achter mijn bureau, dus het zal wel kloppen. Dat is
niet zo. We kunnen ook niet vragen aan de woningcorporaties of zij een
herverdeling willen doen onderling, want dat vraagt veel te veel van
deze sector. Het is ook praktisch onhaalbaar. Wat ik kan toezeggen is
dat ik u voor de zomer nader ga informeren over de verwachte impact van
het coalitieakkoord op deze financiële situatie. Daarnaast ga ik met de
sector en binnen de Taskforce Versnelling Woningbouw het gesprek aan, en
dat ben ik al aan het doen, over de vraag hoe we hier iets in kunnen
doen en hoe we wel gebruik kunnen maken van enige solidariteit en
herverdeling. Maar dit mag er niet toe leiden dat we dit het probleem
maken van de woningcorporaties, die helemaal geen winstoogmerk hebben en
die gewoon proberen datgene te doen wat ze doen, namelijk zorgen dat er
huizen komen.
Dan de vraag van de heer Grinwis over het aandeel sociale huur. Waar we
samen voor staan, is het zorgen voor voldoende woningen die aansluiten
bij het inkomen en de woonbehoefte van mensen. Ik stuur dus op een netto
toename van het aantal woningen. Voor sociale huurwoningen is mijn doel
30%. Daar zitten dus al de sloop, het uitponden en de demografie in
doorgerekend. Dat meegenomen moet er nog steeds 30% sociale huurwoningen
zijn. Het percentage gaat dus niet naar beneden. Dit zorgt uiteindelijk
voor een netto toename van het aantal sociale huurwoningen.
Dan de vraag van de heer El Abassi over de verhuurderheffing en de
marktwerking. Ik ben het met hem eens. Daarom is die ook
afgeschaft.
Dan de vraag van de heer El Abassi over leegstand. In 2025 stonden er
volgens het CBS 64.000 woningen langdurig leeg. Van 11.000 woningen
hiervan konden we niet vaststellen waarom ze leegstonden, dus ook niet
of dit voor speculatieve doeleinden was. Ik wil het voor de gemeentes
mogelijk maken om echt iets te doen aan deze leegstand. Daarom werken we
aan de wijziging van de Leegstandwet. Die ligt nu bij de Raad van State
en komt daarna naar de Tweede Kamer. Ik onderken en onderschrijf dit
dilemma dus en heb daar ook op geacteerd.
Dan de vraag van de heer El Abassi over woningen als verdienmodel. Ik
ben het ermee eens dat iedereen een thuis verdient. Daarvoor hebben we
voldoende betaalbare woningen nodig. We hebben ook investeerders nodig.
Die mogen gewoon een redelijk rendement verdienen aan de verhuur van
woningen. Dat moet wel binnen de grenzen van de huurbescherming, want
die hebben we tenslotte niet voor niks.
Dan de vraag van de heer Grinwis over dakloze kinderen. Ik wil hier geen
enkel misverstand over laten bestaan: geen enkel kind mag op straat
slapen. Ik zie de ernst van deze problematiek. Die onderschrijf ik, net
als u. Maar er is wel verschil in de situaties en in de individuele
casuïstiek. Ik heb dus niet één boodschap voor de hele groep, anders
dan: geen enkel kind mag op straat slapen. Vanuit mijn portefeuille ga
ik in ieder geval aan de slag met de Wet versterking regie
volkshuisvesting. We hebben die hier al behandeld, dus zoals u weet zou
dat moeten leiden tot meer gezinnen met minderjarige kinderen die onder
de urgentiestatus vallen, waardoor zij sneller aan een woning zouden
moeten komen. In de toelichting van de ontwerpregeling geef ik
handvatten aan de gemeente voor de wijze waarop ze dat moeten
beoordelen. Daar komen ook voorbeelden in te staan van hoe dat
eruitziet. Ik heb eerder het voorbeeld gebruikt van mensen met kinderen
die in het buitenland wonen en die, wanneer ze naar Nederland komen,
niet van tevoren hebben nagedacht over waar ze bij terugkeer in
Nederland gaan wonen. Deze mensen moeten we vertellen dat ze, als ze
terugkomen naar Nederland, wel rekening moeten houden met hoe het op dit
moment in Nederland met de huisvesting gesteld is. Maar ook daar is
natuurlijk weer individuele casuïstiek bij te bedenken waarin dat dan
weer net anders geldt. Daarvoor heeft de gemeente ook gewoon de
ruimte.
Dan de vraag van de heer Clemminck over het percentage koopwoningen. Hij
vroeg of ik zijn zorg deel. Die zorg deel ik niet. Nederland zit met 57%
iets onder het Europees gemiddelde wat betreft eigenwoningbezit. Dat
komt met name omdat het eigenwoningbezit in Oost-Europese landen veel
hoger is en omdat we in Nederland een sterke sociale huursector hebben,
die we eigenlijk nog sterker zouden willen.
Dan zei de heer Clemminck dat het moeilijker is geworden de eigen woning
te financieren. De prijs van een gemiddelde koopwoning is de laatste
jaren harder gestegen dan de gemiddelde leencapaciteit. Hierdoor is een
koopwoning voor starters inderdaad minder bereikbaar geworden. Uit de
cijfers van het Centraal Planbureau blijkt dat vermogen een grotere rol
is gaan spelen. Dan kom ik terug op het versnellen van de woningbouw,
waarvan twee derde betaalbaar.
Mevrouw Van Brenk had een vraag over de wachtende senioren. Voor veel
mensen is het inderdaad niet vanzelfsprekend dat ze toegang hebben tot
een fijne en een betaalbare woning. Juist voor deze mensen zet ik me
elke dag in om dat op te lossen. Maar specifiek voor senioren worden in
de woningbouwplannen geschikte woningen gebouwd. Dat zijn de 290.000 die
zij ook zojuist benoemde in haar bijdrage. Dat levert niet alleen hun
een passende woning op, maar zorgt er ook voor dat er weer nieuwe
woningen vrijkomen die deze mensen achterlaten.
Dan vroeg mevrouw Van Brenk mij of ik meerwaarde zie in de
doorstroomhypotheek. Ik herken dat ouderen financiële belemmeringen
kunnen ervaren. Ik vind het hartstikke goed dat CDA en 50PLUS met een
initiatief en een concreet plan zijn gekomen. Daar ben ik ook net met
hen voor op de foto gegaan. Ik heb het boekje van hen overhandigd
gekregen. Ik ga dat met heel veel plezier en interesse lezen. Ik ga daar
ook graag met hen nog separaat over in gesprek. Daarnaast ben ik met
kredietverstrekkers in gesprek over de doorstroming van ouderen, dit
onder andere in het kader van het Convenant Ouderen en toekomstbestendig
wonen. Het voorstel voor de doorstromingshypotheek zal ik hier onderdeel
van maken.
Dan de vraag van mevrouw Van Brenk over huurlasten voor ouderen bij
doorstroomouderen. We maken in de woondeals afspraken over voldoende
betaalbare woningen voor ouderen. We hebben ook subsidieregelingen om
die betaalbaar te maken. De keuze om te verhuizen is vaak een samenspel
van financiële, praktische en emotionele argumenten. Ik heb u voor de
zomer een brief toegezegd over de voortgang op ouderenhuisvesting,
waarin ik ook zal ingaan op de doorstroming.
Mevrouw Van Brenk had nog een aanvullende vraag over subsidies op
ouderenwoningen. Ik ben onlangs met de minister voor Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport op bezoek geweest in een knarrenhof. Wij hebben
uitgebreid gesproken over de achterblijvende aantallen en wat daarvoor
nodig is. Er is een Stimuleringsregeling Wonen en Zorg. Op 18 mei 2026
is zowel de regeling voor ontmoetingsruimten voor ouderen als de
regeling voor zorggeschikte woningen opengesteld met respectievelijk 40
miljoen en 80 miljoen. Ik snap dat er verwarring is ontstaan, maar het
goede nieuws is dat er 120 miljoen beschikbaar is voor
ouderenhuisvesting.
Ik heb een vraag van de heer Mooiman over de moties van de makelaars.
Hier is inderdaad veel over in het nieuws geweest. U heeft mij hier al
eerder een vraag over gesteld. Ik hecht er waarde aan om het een klein
beetje te duiden. Vanuit de NVM is men zelf met het idee gekomen dat
hier iets mee moet gebeuren. Ik had goede hoop dat ik niet in de positie
gebracht zou worden dat ik vervolgens regelgeving moest gaan maken voor
iets wat ze zelf bedacht hadden, iets wat een goed idee was maar in de
uitwerking iets minder goed lijkt uit te pakken. Ik heb met de NVM
afgesproken om eerst in gesprek te gaan. Ik heb al de voorwaarschuwing
meegegeven dat ik natuurlijk zal nadenken over hoe wet- en regelgeving
eruit ziet, maar dat ik het ook ingewikkeld vind. Ik ben hier regelmatig
met u in debat, waarbij u vraagt om regels op te ruimen, terwijl ik aan
de andere kant ongelofelijk veel berichten krijg of ik regelgeving wil
gaan toevoegen. Wat zou het mooi zijn als ik niet overal regelgeving
voor nodig zou hebben om ervoor te zorgen dat mensen inzicht krijgen in
hoe het koopproces eruit ziet. Ik blijf dus in gesprek. Ik ben voor een
eerlijk koopproces en zal u medio dit jaar informeren hoe dat eruit
ziet.
Tot slot de laatste vraag, van de heer Grinwis over het NFBK.
Afhankelijk van het aantal aanvragen in 2026 zijn er mogelijk nog
middelen beschikbaar in 2027. Ik zou het fonds daarna graag voortzetten.
Daarmee gaan in ieder geval de geholpen starters doorstromen naar een
volgende woning en vloeit er geld terug in het fonds. Dan kunnen weer
nieuwe starters geholpen worden. Het kan wel zijn dat er ergens een gat
is, omdat er niks terugvloeit en er niet voldoende middelen zijn om daar
invulling aan te geven. Dat is ongewenst, want het is een goed
instrument. Het werkt ook en er komt geld terug dat je nog een keer kunt
gebruiken. Maar ik sluit niet uit dat er, als we daar niets aan doen,
mogelijk ergens een periode komt dat er tijdelijk een gat zit.
Mevrouw Beckerman (SP):
We zitten in een wooncrisis en het grootste probleem is het tekort aan
betaalbare woningen. Zo simpel is het. Er is 19 miljard tekort bij
corporaties. Het kabinet heeft over twee jaar 250 miljoen voor hen
gereserveerd. Dat kan niet. Dat geeft de minister eerlijk toe. Je kunt
nog onderling wat vragen, maar het gaat niet werken. Ik heb een hele
simpele vraag. Deze minister is aangesteld om de wooncrisis op te
lossen. Dat gaat niet met de beschikbare budgetten. Mijn simpele vraag
is: komt er geld bij, ja of nee?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het is inderdaad een eenvoudige vraag, als het zo makkelijk was dat ik
die kon beantwoorden met "ja" of "nee" en het geld op mijn begroting
stond om dat te kunnen uitvoeren. Ik onderken het probleem. Ik schrijf
het ook op. Het staat in de Kamerbrief. U heeft het voorgelezen,
tweemaal. Ik heb u gehoord en heb het zelf ook opgeschreven. Het is een
probleem dat niet zomaar verdwijnt. Ik zal mijn uiterste best doen om te
kijken of er iets te doen is in de volgende ronde, waarin we met z'n
allen, met het hele kabinet gaan kijken naar de verdeling van het geld.
Ik zal ook bekijken of er geherprioriteerd kan worden. Ik ben het met u
eens dat ik met een oplossing moet komen, maar daar kom ik niet mee
tijdens dit debat. Het is wel onderdeel van de taskforcebrief. Dat heb
ik ook gezegd. Ik heb u ook gezegd dat u daar in september een volgend
actieplan voor krijgt. Dat is al best snel. Ik weet dat het niet snel
genoeg is. Er zijn een heleboel mensen die wachten op een woning. De
eerste brief lag er binnen drie maanden en de volgende ligt er in
september. Daarmee hebben we een doorkijk naar wat we hiermee moeten
doen. Ik ben het namelijk met u eens; wij staan echt aan dezelfde kant
van het touw te trekken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, maar in zo'n Kamerbrief kan je niet wonen. Het is heel eerlijk dat
de minister het opschrijft. Tegelijkertijd zie je nu al dat er in de
regio Haaglanden, waar we nu zijn, gewoon een streep gaat door heel veel
van die betaalbare woningen. Dat zijn woningen die nodig zijn om de
wooncrisis op te lossen. We kunnen hier debat na debat voeren en brief
na brief krijgen, maar er moet geld bij. De minister zegt nu: we gaan
kijken of we gaan herprioriteren. Er moet toch gewoon een garantie
komen? De prioritering is toch niet op orde? Als je een wooncrisis niet
kunt oplossen zonder die betaalbare huurwoningen, dan wil ik aan de
minister de garantie vragen dat zij bij de begroting komt met de
herprioritering. Als je hier belooft de wooncrisis op te lossen, dan is
het echt bizar dat er een streep gaat door die noodzakelijke betaalbare
woningen en daarmee dus ook nog eens een keer door andere woningen in
zo'n project.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik net tegen u zei, of wat ik net tegen ...
De voorzitter:
Het is mevrouw Beckerman.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik net tegen mevrouw Beckerman zei: wij staan echt aan dezelfde
kant van het touw te trekken, echt waar. Ik vind dit echt net zo
belangrijk en net zo'n grote prioriteit als u dat vindt. Een heleboel
andere Kamerleden hebben vanavond en vanmiddag laten horen dat ook te
vinden. Ik vind dat ook. Wij staan aan dezelfde kant van het touw te
trekken op dit onderwerp. Ik zeg u dus toe dat dit onderdeel is van de
taskforcebrief. Daarmee is het onderdeel van september. Dat is na de
besluitvorming omtrent de financiën, die breed is. Dat is echt waar u
het op dit moment wat betreft mijn antwoord mee moet doen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik wil even met de minister naar Zeist. Ik hoorde haar beantwoording en
die vond ik niet toereikend. Ik kreeg van de minister de vraag: ga in
gesprek met uw eigen wethouder, uw partijgenoot. Daar ben ik drie of
vier keer geweest in de afgelopen maand. Ook als het een partijgenoot is
en ik iets in een gemeente zie gebeuren waarvan ik denk dat het niet
kan, dan mag de minister er echt van uitgaan dat ik met die persoon in
gesprek ga. Toen ik met die wethouder sprak en toen ik met de
woningbouwcorporatie sprak, werd mij verteld dat het kabinet niet één
keer contact met hen heeft opgenomen. Dit is echter de grootste flat van
Nederland en het is een hele schrijnende situatie. Als de minister mij
dat vraagt, gaat de minister dan zelf ook op korte termijn met de
gemeente en met de corporatie in gesprek? Deze situatie is namelijk echt
heel schrijnend.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De heer De Hoop vraagt mij om ergens naartoe te gaan om te gaan kijken
hoe schrijnend de situatie is, wetende dat ik vervolgens geen oplossing
in mijn tas heb zitten. De oplossing betreft dat de bewoners
gebruikmaken van het klachtensysteem bij de gemeente of bij de
Huurcommissie. Dat kunnen ze ook als collectief doen. Ik kan daarheen
gaan en daarmee verwachtingen wekken dat ik kom om iets op te lossen of
iets bij te dragen. Wat er moet gebeuren, is dat deze mensen een klacht
indienen bij de Huurcommissie of de gemeente en dat er daarop geacteerd
wordt. Ik noemde de wethouder niet omdat ik dacht dat u die niet zou
kunnen vinden. Ik bedoelde dat zij ongetwijfeld ook uw gedrevenheid op
dit onderwerp voelt. Dan moet het toch lukken om ervoor te zorgen dat de
bewoners van deze flat een geluid gaan maken dat gehoord wordt door de
gemeente en door de Huurcommissie? Ik weet zeker dat zij dat zullen
horen. Ik heb er moeite mee als ik bij elk individueel project op bezoek
moet als ik geen onderdeel ben van de oplossing.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dat zou de minister wel kunnen zijn. Ik probeer te schetsen waarom. Deze
woningbouwcorporatie heeft ongeveer 12.000 woningen in beheer. Dit
betreft een vijfde van een hele voorraad. Dat betekent dat het
ontzettend veel geld kost als je die werkzaamheden moet doen en je die
huurders amper financieel tegemoet kunt komen. De gemeente heeft ook
financiële krapte. Inderdaad: stap als huurder naar de rechter toe. Maar
de minister weet ook dat heel veel van deze mensen niet uit zichzelf die
weg weten te vinden. Bovendien word je eigenlijk zelden in het gelijk
gesteld, zelfs als schrijnende situaties zich voordoen. Ik hoop dat deze
minister, die van buiten komt, niet alleen als politicus kijkt of iets
direct haar verantwoordelijkheid is, maar dat zij soms ook denkt: hier
gaat misschien iets mis waarbij ik als minister in ieder geval even mijn
oor te luisteren wil leggen. Ik vraag haar dat. Doe dit echt, want dit
is een schrijnende situatie. Als de minister dit ziet, begrijpt ze heel
goed wat ik bedoel, denk ik. Ik ben er zelfs van overtuigd dat dit de
mensen zijn voor wie deze minister misschien wel de politiek is
ingegaan.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat zegt de heer De Hoop heel mooi. Ik ben het met u eens dat ik
hiervoor de politiek ben ingegaan: voor deze mensen die op zoek zijn
naar een woonruimte, naar een fatsoenlijke woonruimte, en in ieder geval
naar betaalbaarheid en dat waar ze voor betalen ook is wat ze krijgen.
Voor mezelf wil ik op bezoek gaan naar plekken waar ik óf informatief
aanwezig ben, en iedereen weet dat ik dat ben, omdat ik iets wil leren
of horen, óf omdat een van de Kamerleden mij vraagt ergens heen te gaan.
Dan doe ik dat met alle plezier. Maar voor mij is het heel belangrijk
dat ik niet vervolgens als "de oplosser" van het probleem wordt gezien.
Wat we dan namelijk krijgen, is dat ik al die verschillende locaties
moet afgaan en dat ik dan degene ben die het systeem frustreert.
We hebben namelijk een systeem. Het systeem is de Huurcommissie. Het
systeem loopt via de gemeente. Ik snap dat ze het moeilijk vinden, maar
dan moeten ze begeleid worden bij het indienen van die klachten. Het is
niet zo dat ik geen interesse heb in deze mensen. Dus als u zegt "wilt u
samen met mij daar op bezoek gaan en interesse tonen in deze mensen" dan
kan dat als ze weten dat ik niet de oplossing ben, maar dat de oplossing
in het systeem zit en dat ik het systeem probeer werkend te maken. Dus
als de gemeente onvoldoende kennis heeft over hoe ze dit moet doen, wil
ik met alle plezier contact opnemen met de gemeente en haar daarbij
helpen. Maar wat ik niet wil, is dat ik ergens op bezoek ga en dan de
verwachting wek dat ik het ga oplossen, terwijl de oplossing in de
structuur zit die we met elkaar hebben gebouwd. Daar moeten we ook op
vertrouwen.
De Huurcommissie is volgens mij ongelofelijk goed bezig. We hebben er
laatst een debat over gehad. Dat was volgens mij een heel goed gesprek
over waar zorgen liggen van de Kamerleden, maar ook over wat er goed
gaat. Dus ik wil de gemeenten helpen als ze niet weten hoe ze dit moeten
doen. Dan ga ik zorgen dat er mensen komen om hen dat uit te leggen. Als
u er met mij er een keer informatief naartoe wil, is dat ook prima, maar
ik kan u garanderen dat de bewoners dan hoop krijgen. Ik wil geen valse
hoop uitdelen.
De heer Mooiman (PVV):
Ik wil kort terugkomen op het antwoord van de minister ten aanzien van
de makelaardij. Misschien is het goed om van mijn kant te verduidelijken
waar ik in mijn termijn in mijn vraagstelling op doelde. Het was de
laatste aangenomen motie waarin werd gevraagd om een inventarisatie van
wet- en regelgeving die nodig zou zijn. Inmiddels zijn we bezig met een
initiatiefwet vanuit de Kamer. Ik vraag de minister dus niet om
wetgeving te maken, maar de vraag was wanneer wij de inventarisatie uit
de laatste motie konden verwachten. Ik begrijp dat het medio dit jaar
zal zijn. Misschien kan de minister nog kort toelichten of het dan
inderdaad dat product is en het een inventarisatie betreft en niet
wetgeving waar we al mee bezig zijn.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik kan de heer Mooiman daarin geruststellen. We zijn inderdaad aan het
kijken naar mogelijke reguleringsopties. Die brengen we in kaart en die
krijgt u dit jaar nog van ons.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter. Staat u mij toe het volgende nog aan de minister
te vragen; de beantwoording kan ook in de tweede termijn. Mijn vraag aan
de minister is of zij een blik kan werpen op de situatie omtrent de
recreatiewoningen. Het is het blokje bestaande voorraad. Het had ook bij
regelgeving gekund. We hebben het in het debat niet zo genoemd, maar er
zijn nog heel veel mensen die erop wachten om permanent te kunnen
verblijven in een recreatiewoning. Het is beleid van het kabinet, maar
die mensen hebben toch met dwangsommen te maken, en noem maar op. Mijn
vraag is of de minister, nu of in de tweede termijn, kan reflecteren op
de stand van zaken en hoe we die mensen snel kunnen helpen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik daarover kan zeggen, is dat in het coalitieakkoord inderdaad
staat dat we iets gaan doen met mensen die daar wonen. Vervolgens heb ik
u daarover een brief toegezegd. Die krijgt u voor de zomer.
De voorzitter:
Ik stel voor dat de minister haar gehele beantwoording eerst afrondt.
Daarna geef ik nog ruimte voor interrupties en dan gaan we door naar de
tweede termijn. Om 20.30 uur staat een wetgevingsdebat gepland. Gaat uw
gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, voorzitter. Als ik, terwijl ik mijn mapje uitpak, tegen lid Kostić
mag zeggen dat de motie over de nestkastjes gewoon gaat worden
uitgevoerd, dan hoeft dat niet naar de tweede termijn.
Dan begin ik met de vraag van mevrouw Beckerman over de aanpassing van
de Wet betaalbare huur. Er is gesproken over de Wet betaalbare huur en
volgende week debatteren we over het voorstel om de Wet betaalbare huur
te optimaliseren. Ik stel voor dat we dit onderwerp daarnaartoe brengen.
Ik hoop dat dat akkoord is.
De heer Nobel stelde ook een vraag over de Wet betaalbare huur. Hiervoor
geldt hetzelfde, namelijk dat we hierover een debat hebben staan en dat
het mijn voorkeur heeft om het dan te bespreken.
Het mapje overig. Ik begin met de vraag van …
De voorzitter:
Ik zou toch ... Ik denk dat er een procesmatig antwoord is gegeven op de
vraag van mevrouw Beckerman over de Wet betaalbare huur, maar ik denk
dat ze behoefte heeft aan een inhoudelijk antwoord. Ik snap dat ook wel
bij het onderwerp van dit debat. Maar misschien kan mevrouw Beckerman
daar nog kort een interruptie op plaatsen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Heel leuk dat de minister zegt: ik wil het verplaatsen naar het debat
van volgende week. Maar ik kijk dan toch maar naar de agenda van vandaag
en daar staat het dus toch ook gewoon op. Het is dan ook heel logisch
dat mijn collega's en ikzelf daarover vragen hebben gesteld en daar wil
ik gewoon antwoord op.
De voorzitter:
Ik neig ertoe het daarmee wel eens te zijn, excellentie.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Geen enkel probleem, voorzitter. Ik ga het er dan nu over hebben en dat
doen we dan volgende week nog veel uitgebreider.
De vraag was hoeveel woningen het oplevert. Ik kan u vertellen hoeveel
woningen er naar verwachting worden geraakt door de maatregelen. Maar de
uitpondbeslissing is ook van andere factoren afhankelijk. Ik kan u wel
verzekeren dat deze maatregelen verlichting bieden op de knelpunten die
zijn opgebracht door de verhuurders. En ook zij zijn belangrijk. Het
speelt met name in de steden, waar veel wordt verkocht en waar het voor
mensen ontzettend lastig is om een betaalbare huurwoning te
vinden.
Het kan verhuurders ertoe aanzetten om betaalbare huurwoningen te
blijven verhuren. En dat is volgens mij de opgave waar we voor staan. De
middenhuur staat namelijk enorm onder de druk. Door al het uitponden
wordt het aanbod kleiner en dat kunnen we ons helemaal niet veroorloven.
Daarom heb ik, zoals ook in het coalitieakkoord staat, een aantal
aanpassingen voorgesteld van de Wet betaalbare huur. Wordt het daardoor
duurder? Ja, het wordt daardoor duurder. Wordt het voor iedereen
duurder? Nee, het wordt voor bepaalde categorieën duurder. Wordt het dan
voor sommige mensen onbetaalbaar? Dat risico is er zeker.
Waar gaat het dan precies om? Naar schatting heeft de WOZ-cap effect op
zo'n 25.000 private huurwoningen. Het zwaartepunt ligt daarbij in de
grote steden. Bij het grootste deel van deze huurwoningen gaat het om
een relatief beperkte huurstijging, tot €15 per maand. De maatregelen om
kleine rijksmonumenten een betere locatiewaardering te geven betreft
naar schatting zo'n 4.000 tot 10.000 woningen in de steden. Het effect
voor deze woningen wordt geschat op een hogere maximale huurprijs van
tussen de €40 en €70 per maand. We kunnen niet eenduidig het effect
aangeven van de maatregel die minpunten afschaft bij het ontbreken van
een buitenruimte. Wel weten we dat waar dit gebeurt, de maximale
huurprijs ongeveer €33 per maand hoger wordt.
Graag benadruk ik dat de huur van de zittende huurders niet direct
omhooggaat door deze maatregelen. Zij zijn beschermd door de maximale
jaarlijkse huurverhoging.
De vraag van de heer Nobel over betaalbare huur zal ik dan ook nu
beantwoorden. We zien dat veel private verhuurders ervoor kiezen om hun
woning te verkopen. Dat komt door meerdere factoren. Er zijn maatregelen
genomen in het huurbeleid en in de fiscaliteit, maar ook de gestegen
rente maakt het steeds onaantrekkelijker. Het optimaliseren van de Wet
betaalbare huur is een deel van de oplossing. Ik ga echter wel kijken
hoe het in het investeringsklimaat zit. De heer Nobel zegt "u vindt dat
er nog meer moet gebeuren" en dat klopt, maar ik heb niet gezegd dat ik
vind dat er meer moet gebeuren in de Wet betaalbare huur. Ik heb gezegd
dat ik vind dat er meer moet gebeuren in het fiscale klimaat en dat is
ook onderdeel van de taskforce.
Tot zover dit mapje. Ik ga gelijk door met de vraag van mevrouw Van
Brenk over drinkwater. Ik deel haar zorgen, al zijn er vooralsnog geen
woningbouwprojecten bekend die vastlopen omdat er geen
drinkwateraansluiting mogelijk is. Om dit voor te zijn — laten we dit
keer niet afwachten — lopen er een aantal trajecten. Een daarvan is het
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen voor het vergroten van
het aantal bronnen. Verder is er het Nationaal Plan van Aanpak
Drinkwaterbesparing, waarmee ingezet wordt op het besparen van
drinkwater. Via het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw
ondersteun ik innovatieve oplossingen uit de markt, onder andere om
drinkwater te besparen. De komende twee jaar worden beheersmaatregelen
getest om te kijken of wij hierop voortgang kunnen krijgen.
Mevrouw Van Brenk had een aanvullende vraag over de 117.000 per jaar.
Daar moest ik me ook even over laten bijpraten. Ik kende dat getal niet,
maar ik kan u inmiddels de volgende uitleg geven. Als je per 2031 het
tekort voldoende teruggebracht wil hebben, dan heb je de 117.000 per
jaar nodig. Als je 2034 aanhoudt om dit te halen, is het 100.000. Het is
allebei heel veel. Voorlopig hebben we de 100.000 nog niet gehaald, dus
ik blijf het streven zetten op het behalen van de 100.000.
Ik heb een vraag van de heer Nobel. Is betaalbaar wonen ook om de
doorstroming te bevorderen? Het is zeker belangrijk dat we voldoende
woningen bouwen, dat deze woningen aansluiten bij wat er nodig is en dat
we daarbij juist rekening houden met doorstromen. Tijdens mijn
werkbezoek vanochtend in Amsterdam was dat ook heel nadrukkelijk
onderwerp van gesprek: hoe zorg je ervoor dat de benodigde
woninggroottes — voor gezinnen of voor een- of tweepersoonshuishoudens —
zo passend mogelijk in de huisvestingsplannen terechtkomen? Dat moet dan
uiteraard op een manier die ze zelf ook willen.
Naast betaalbaar bouwen is het ook belangrijk dat we voldoende woningen
bouwen voor ouderen, voor studenten, eigenlijk voor iedereen. Omdat
ouderen vaak een relatief grote woning achterlaten en er daardoor een
doorstroomketen op gang kan komen, is dat een goed idee. Daarom willen
we ook inzetten op de bouw van 290.000 woningen voor ouderen. We zien
namelijk dat als een oudere wil verhuizen, hij of zij een woning
achterlaat waar vaak zes of zeven verhuisbewegingen achter vandaan
komen, en dat is natuurlijk heel positief voor een grotere keten. We
moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat er dan voldoende woningen zijn
op plekken waar deze oudere mensen ook willen gaan wonen.
Dan de vraag van de heer Flach over de middelen voor de
stimuleringsregeling. De SOO staat sinds 18 mei 2026 — dat is dus nog
maar net — open voor aanvragen. De regeling sluit op 18 december. Het
geld wordt dan in 2027 uitgekeerd, zoals dat ook met de vorige tranches
het geval was. Naast de RVO hebben ook partijen als Aedes, ActiZ en IVBN
en De Seniorencoalitie dit actief naar hun achterban gecommuniceerd. Op
de eerste dag had ik al 50 aanvragen binnen, dus ik maak me weinig
zorgen over de zichtbaarheid en vindbaarheid hiervan. Mocht u daar
andere geluiden over horen, dan hoor ik dat graag van u, want dan kan ik
er nog persoonlijk voor zorgen dat ook diegene dat dan weet.
Dan de vraag van mevrouw Van Brenk over de stand van zaken van het
aantal seniorenwoningen. Hoe gaat dat nu met die aantallen? Die 290.000
is nieuw én bestaand, dus bouw en het geschikt maken van bestaande bouw
voor de categorie seniorenwoningen. Dan gaat het dus over extra woningen
én over de bestaande voorraad beter gebruiken. Dat doen we met
financiële regelingen, dat doen we met de transformatie van de bestaande
voorraad en dat doen we in de woondeals. Voor de zomer informeer ik de
Kamer met een voortgangsrapportage hierover, specifiek op
ouderenhuisvesting. Dan krijgt u een geactualiseerd beeld van de
geplande en gerealiseerde woningen.
Dan de aanvullende vraag over brandveiligheid in ouderenhuisvesting. Het
NIPV doet onderzoek naar de brandveiligheid in nieuwe woonvormen voor
ouderen, samen met een klankbordgroep, zodat de mensen over wie het gaat
ook daadwerkelijk onderdeel van die gesprekken zijn. Er wordt gekeken
hoe de brandveiligheid kan worden verbeterd, zodat mensen met een iets
lagere mobiliteit dezelfde veilige exit hebben als mensen die dat
rennend en springend kunnen doen. De uitkomsten van dat onderzoek
zullen, indien nodig, landen in een aanpassing van het Bbl en dat zal ik
nog dit jaar met uw Kamer delen.
Een aanvullende vraag over netcongestie. Deel ik de zorgen daarover? Ja,
die deel ik zeker. Ik denk ook niet dat zich dit zal beperken tot de
FGU-regio, Flevoland, Gelderland en Utrecht, maar ik zie wel dat de
staatssecretaris van KGG hier bovenop zit. Hij heeft met al die regio's
een Landelijk Actieprogramma Netcongestie in het leven geroepen en is
ook aan het uitzoeken hoe hij dit zo snel mogelijk kan doen. Hij is ook
met de netbedrijven in gesprek. Ik ben zelf ook in gesprek met de
netbedrijven. Ik wil namelijk, als wij praten over nieuwe wijken en
grootschalige woningbouwlocaties, zeker weten dat ik niet in de valkuil
loop als ik hier in de zomer heel enthousiast met vier locaties aankom,
en dan blijkt de dag daarop dat daar helemaal geen aansluitingen zijn.
Ik ben dus met hen in gesprek om zeker te weten of het past qua
mobiliteit en qua netcongestie.
Zet ik in op netbewust bouwen? Ja. Ik ben daar een heel groot
voorstander van. Ik vind dat om meerdere redenen goed om in te
zetten.
Dan de vraag van mevrouw Wiersma hoe ik naar netbewust bouwen kijk. Nou,
ik ben daar dus eigenlijk hartstikke positief over, omdat ik denk dat
het nodig is voor het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Netbewust
bouwen is zo'n maatregel. We werken momenteel aan normen, maar we moeten
ook heel goed kijken wat dit met de betaalbaarheid doet. Dat is een
nadrukkelijk onderdeel van het onderzoek. Het is ook cruciaal voor de
haalbaarheid, want anders is het een goed idee, maar onbetaalbaar.
Dan heb ik nog een aanvullende vraag gekregen over de bouwgrondstoffen.
De staatssecretaris van IenW is verantwoordelijk voor het onderwerp
winning van primaire grondstoffen. Zij gaat voor de zomer of kort na de
zomer uw Kamer een brief sturen met het landelijk beeld, waarin zij ook
de beleidskeuzes kenbaar zal maken. Ik zal de staatssecretaris van IenW
vragen om deze vraag daar ook nadrukkelijk in op te nemen.
Voorzitter. Dan heb ik er nog twee. De eerste is die van de heer Mooiman
over de stand van zaken van de drie aangenomen moties. Ik telde er vijf
in plaats van drie. Ik kan u vertellen dat ik er voortvarend mee aan de
slag ga en dat ik ervoor zorg dat u voor de verstrijking van de
termijnen op alle vijf een reactie krijgt.
Tot slot de vraag van de heer Van Asten over het verkorten van
bezwaarprocedures. Hij vroeg wat ik daar daadwerkelijk aan ga doen. Om
te kunnen verkorten, hoef je niet altijd regels aan te passen. Dat
probeerde ik eerder te zeggen. Er is al heel veel regelgeving, dus we
moeten ook kijken hoe we bestaande regelgeving kunnen gebruiken om die
versnelling te bereiken. Dat betekent het tijdig afhandelen van
bezwaren. Dat duurt vaak veel langer dan de wettelijke beslistermijn.
Daar hebben we dus iets te doen, namelijk ruimte bieden aan het
woningbouwplan binnen het omgevingsplan — dan heb je namelijk geen extra
vergunning meer nodig — en alvast bouwen tijdens de bezwaar- en
beroepsprocedure na een juridische check op dit besluit. Daar heb ik in
mijn opening iets over gezegd. Dit gaat ook over het accepteren van
eventuele risico's. Je doet die juridische check, maar je begint wel met
bouwen. Dat is dan een calculated risk. Daarvoor wil ik vooral kennis en
capaciteit gaan versterken en ervoor zorgen dat we dit regionaal
verspreiden. Dus: we gaan wettelijke beslistermijnen gewoon halen, we
gaan ruimte bieden om dingen te doen waardoor je geen extra vergunningen
meer nodig hebt en we gaan alvast bouwen als de juridische check zegt
dat dat een verantwoorde keuze is.
De voorzitter:
Maximaal twee vragen van mevrouw Beckerman. Daarna gaan we verder met de
tweede termijn van de Kamer. Ik zie dat meneer Nobel ook aanschuift in
de rij.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb een vraag over de Wet betaalbare huur. De minister zegt dat het
heel pijnlijk is, omdat huurders misschien wel fors meer gaan betalen en
het voor sommigen onbetaalbaar wordt. Eigenlijk weet de minister ook
niet hoeveel woningen het oplevert. Heeft de minister er ook over
gedacht om deze woningen op te kopen, zodat het betaalbare woningen
blijven?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Interessante vraag, om ze zelf op te kopen. Nee, daar heb ik niet aan
gedacht. Ik denk dat hier vooral aan de orde moet zijn, om te voorkomen
dat ik straks een eigen corporatie word, dat het belangrijk is dat de
mensen die verhuren en die dat te goeder trouw doen … Ik wil echt
benadrukken dat dat er ook een heleboel zijn, want ik krijg natuurlijk
ook reacties als "we worden allemaal weggezet als pandjesbazen". Ik denk
dat dat in het algemeen niet waar is. Ik denk dat een heleboel
verhuurders te goeder trouw zijn. Die vragen om een stelsel dat ervoor
zorgt dat ze willen blijven verhuren. Ik denk dat de aanpassingen die we
nu voorstellen, ertoe kunnen leiden dat de verhuurders het middensegment
in stand houden. Dat hebben we vreselijk hard nodig, want anders hebben
mensen überhaupt geen woning om naartoe te gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, maar de minister kan nog steeds niet zeggen hoeveel woningen dat
oplevert, terwijl ze wel weet dat het dus huren gaan worden van €16.000
per jaar. Zou de minister erover na willen denken? Ik zeg niet dat ze
zelf een corporatie moet worden, maar ze kan geld vrijmaken om te zorgen
dat deze woningen, die anders verdwijnen, beschikbaar blijven voor een
redelijke huurprijs. Dat kan bijvoorbeeld via de corporaties. Dat zou
een hele mooie oplossing zijn. Heel veel van die woningen waren ooit
corporatiewoningen. Dan heb je betaalbare woningen en dan blijven ze ook
betaalbaar voor huurders die ze zo hard nodig hebben.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik bewonder de creativiteit van mevrouw Beckerman. Op dit moment houd ik
me aan wat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken. Dat waren een
aantal aanpassingen aan de Wet betaalbare huur. Dat doe ik. Ik denk dat
met de aanpassingen die we nu doen de bedragen die ik zojuist heb
genoemd waar zijn, naast de voorbeelden die u geeft, die ook waar zijn.
Dat moet ertoe leiden dat het voor verhuurders aantrekkelijk blijft om
te verhuren.
De heer Nobel (VVD):
Toch even kijken of er niet ineens een draai wordt gemaakt door de
minister, want in een eerder debat gaf ze aan dat ze zelf ook inzag dat
de stappen die zijn gezet om de negatieve effecten van de Wet betaalbare
huur tegen te gaan te weinig waren. Dat wordt ook bevestigd door de
markt. Slechts 6% zegt: hierdoor gaan we de uitpondgolf tegen. Dat zou
impliceren dat de minister nog meer gaat doen, naast dat fiscale
klimaat, op die Wet betaalbare huur, omdat het gewoon veel te weinig is.
Dat heeft ze zelf ook gezegd.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is het antwoord dat ik net ook gaf. Ik heb inderdaad gezegd: het zal
niet genoeg zijn, dus we moeten meer doen aan het fiscale klimaat. Ik
heb alleen niet gezegd dat dat onderdeel is van de Wet betaalbare huur,
maar het fiscale klimaat. Dat is onderdeel van de taskforce en die brief
krijgt u in september. Ik doe wat u vraagt, want dat is iets doen aan
het fiscale klimaat. De heer Nobel zoekt de oplossing in de Wet
betaalbare huur en ik zoek de oplossing in het fiscale klimaat voor de
verhuurders.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Nobel (VVD):
Dit is niet wat de minister in een brief aan de Kamer heeft laten weten.
Daarin heeft ze aangegeven dat dit de eerste stappen zijn in de Wet
betaalbare huur. Dat de minister ook naar het fiscale klimaat gaat
kijken, vind ik heel erg goed. Maar ik ga wel namens de VVD kijken hoe
we hiermee omgaan, want dit is niet wat u eerder in een brief heeft
gemeld aan de Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik in de Kamerbrief heb aangegeven, is dat dit inderdaad de eerste
stappen zijn. Daarna hebben we een evaluatie en uit die evaluatie komt
iets. Als er uit die evaluatie komt dat er meer nodig is, dan gaan we
dat doen. Tegelijkertijd moeten we iets doen aan dat fiscale klimaat.
Dus ik wil heel erg voor ogen houden wat we proberen op te lossen. Wat
we met elkaar proberen op te lossen — daar gaat het het hele debat
volgens mij al over — is het creëren van woonruimte voor al die
woningzoekenden. Dit gaat heel specifiek over de middenhuurgroep. Die
voorraad moet eigenlijk niet verder krimpen dan al gebeurd is. Ik ben
het met u eens dat we op fiscaliteit iets moeten doen. Daarvan zeg ik:
dat vindt u terug. We moeten ook iets doen op de Wet betaalbare huur.
Dat heb ik ook ingezet. En vervolgens heb ik gezegd: en er is een
evaluatie. Die is al naar voren gehaald ten opzichte van wanneer die
eigenlijk plaats zou vinden. Daar wil op wachten om te kijken of daar
verder nog iets nodig is, de ene of de andere kant op.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording in eerste termijn en geef het
woord aan de heer De Hoop voor zijn inbreng in tweede termijn namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Eén minuut twintig voor fracties en één
minuut voor groepen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een planbatenheffing grondprijzen drukt,
grondspeculatie voorkomt en betaalbare woningbouw versnelt;
constaterende dat de Kamer meerdere malen per motie heeft verzocht om
een dergelijke heffing uit te werken, maar deze nog niet is
ontvangen;
verzoekt de regering een voorstel voor een planbatenheffing of een
uitbreiding van kostenverhaal uit te werken en dit voor Prinsjesdag te
delen met de Kamer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.
Zij krijgt nr. 1453 (32847) (#1).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik moest 'm nog even afmaken. Yes.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat corporaties recordaantallen woningen bouwen, maar dit
niet kunnen doen door een groot tekort aan investeringsruimte;
verzoekt de regering bij augustusbesluitvorming de winstbelasting voor
woningbouwcorporaties verder af te bouwen en op termijn af te schaffen,
en hiervoor dekking te zoeken in het fiscale woondomein,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Beckerman, Kostić,
Grinwis, Van Brenk en El Abassi.
Zij krijgt nr. 1454 (32847) (#2).
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Dan nog over Zeist. Ik waardeer de beantwoording van de
minister. Ik heb ook lang getwijfeld of ik daar vandaag al een motie
over zou indienen, maar gezien de beantwoording van de minister ga ik
dat niet doen. Ik merk echt bij haar dat zij toch ook geïnteresseerd is
in het dossier, dat zij geen valse hoop wil geven, maar wel wil kijken
hoe we nou met dit soort situaties omgaan. Ik pak dus graag de
handschoen op om met haar te kijken wat we kunnen doen. De aanleiding
hiervan is dat in 2011 zo'n flat is ingestort in Leeuwarden en dat er
veel onderzoek is gedaan naar dit soort flats. We moeten kijken hoe we
met dit soort situaties omgaan, ook als dat niet binnen de bestaande
kaders past. Ik wil daar graag met deze minister naar kijken.
De voorzitter:
Ik geef ruimte voor één interruptie in tweede termijn. Meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Dat snap ik, voorzitter. Een interessante motie, die over het afschaffen
van de vennootschapsbelasting voor corporaties. Daar is de SGP op zich
ook voorstander van. Dat levert veel meer investeringscapaciteit op. Ik
was met name benieuwd naar het stukje dekking, want dit gaat natuurlijk
een hoop geld kosten en het ging even heel snel. Misschien kan de heer
De Hoop daar nog wat meer tekst op geven.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: ik wil dit voorstel doen, maar wel met een dekking. Wat wij
het kabinet verzocht hebben in de motie, is om dat binnen het fiscale
woondomein te doen. Dat is best breed. Je zou kunnen denken aan de
hypotheekrenteaftrek. Daar heb ik zelf een voorkeur voor, maar er zijn
ook andere fiscale mogelijkheden om dekking te zoeken. Die ruimte wil ik
ook bij het kabinet laten, om te kijken hoe we hier een oplossing voor
kunnen vinden. Ik proef namelijk eigenlijk in de hele Kamer breed dat we
wel iets meer willen doen wat betreft de vpb voor woningbouwcorporaties.
Dus ik dacht: ik kies voor een dekking die ook nog ruimte biedt voor het
kabinet om zelf te kijken wat het voor wil stellen.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP. Ga uw
gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Eerst twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat dit kabinet zegt het woningtekort met spoed aan te
willen pakken en dat de minister van VRO het terugdringen van de
woningnood een topprioriteit noemt;
constaterende dat er in Nederland structureel 17,8 miljoen vierkante
meter aan panden leegstaat, wat gelijk staat aan 200.000
standaardnieuwbouwappartementen;
overwegende dat het transformeren van leegstaand vastgoed naar woningen
een snellere en kostenefficiëntere bijdrage kan leveren aan het
terugdringen van het woningtekort dan nieuwbouw;
verzoekt de regering een taskforce in het leven te roepen die direct aan
de slag gaat om de structurele leegstand van vastgoed terug te dringen
en de transformatie naar woningen te versnellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1455 (32847) (#3).
Mevrouw Beckerman (SP):
De minister is immers fan van taskforces. De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat jongeren met een aflopend jongerenhuurcontract door de
vastgelopen woningmarkt structureel geen vervangende woonruimte kunnen
vinden en daardoor dreigen dakloos te worden;
constaterende dat de omvang van dit probleem landelijk niet in beeld
is;
overwegende dat het onacceptabel is dat een contractvorm die bedoeld was
als opstap naar de woningmarkt, jongeren zonder vangnet in de
dakloosheid duwt;
overwegende dat de regering tegelijkertijd voorstelt het aantal
flexibele huurcontracten verder uit te breiden, zonder dat de gevolgen
hiervan voor kwetsbare jongeren afdoende zijn onderzocht;
verzoekt de regering onderzoek te doen naar de omvang van het probleem
van dakloosheid onder jongeren met aflopende flexibele huurcontracten en
binnen zes maanden een pakket van oplossingen aan de Kamer te
presenteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1456 (32847) (#4).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wiersma namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank. Ik heb twee moties en ik heb even heel goed gekeken naar de motie
die eerder is ingediend. Ze liggen namelijk in het verlengde van elkaar.
Daarom heb ik een motie voorbereid die ik nog wel ga indienen. Die luidt
als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de woningnood vraagt om snellere en efficiëntere
woningbouwprocedures;
constaterende dat industrieel bouwen met gecertificeerde bouwconcepten
en productieprocessen kan bijdragen aan snellere, betaalbare en
kwalitatief hoogwaardige woningbouw;
overwegende dat gemeenten nu vaak afzonderlijk per project opnieuw
uitgebreide toetsing moeten uitvoeren, ook wanneer sprake is van reeds
gecertificeerde bouwconcepten;
overwegende dat landelijke erkenning en certificering van industriële
bouwconcepten en productieprocessen capaciteit kan besparen en
procedures kan verkorten;
verzoekt de regering om te komen tot landelijke erkenning en toepassing
van gecertificeerde industriële bouwconcepten en productieprocessen
binnen vergunningverlening en toetsing, zodat procedures worden verkort,
gemeenten worden ontlast en woningbouw versneld kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1457 (32847) (#5).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dan nog eentje.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland voor een grote woningbouwopgave staat en dat
hiervoor ook grootschalige gebiedsontwikkelingen noodzakelijk
zijn;
constaterende dat projecten in en nabij Natura 2000-gebieden in de
praktijk vaak vastlopen door complexe en beperkende juridische
procedures en regelgeving;
overwegende dat hierdoor belangrijke projecten moeilijk of niet van de
grond komen;
overwegende dat er behoefte is aan meer bestuurlijke en juridische
ruimte om projecten mogelijk te maken;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor het wegnemen van
juridische belemmeringen en het creëren van soepelere en werkbare regels
voor projecten in en nabij Natura 2000-gebieden, zodat projecten in de
toekomst gemakkelijker gerealiseerd kunnen worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1458 (32847) (#6).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dit wou ik eigenlijk mijn "het-kan-wélmotie" noemen en ...
De voorzitter:
Nou, u bent heel ver over uw spreektijd heen. De volgende keer mogen ze
echt korter. U heeft nog een interruptie van mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik ben benieuwd hoe de eerste motie van mevrouw Wiersma nou verschilt
van de al door de Kamer aangenomen motie over de fast-laneprocedures bij
gecertificeerde fabrieksmatige bouw. Ik hoor eigenlijk helemaal niks
nieuws en ik zou willen voorstellen om moties die eigenlijk op hetzelfde
neerkomen, gewoon niet in te dienen, zodat we er ook niet over hoeven te
stemmen op dinsdag.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Zeker. Als ik meer tijd had gehad, had ik 'm graag willen toelichten. De
motie van ... Excuses, nou ben ik de naam van dit Kamerlid even
kwijt.
De voorzitter:
Mevrouw Steen.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Mevrouw Steen, inderdaad. De motie van mevrouw Steen en de heer Nobel
gaat meer over de uitvoering en het beleid richting de gemeenten, maar
mijn motie gaat meer over de beleidsrichting en de certificering van de
industriële productie an sich. Daarmee liggen ze in elkaars verlengde.
De motie die eerder is ingediend, zit eigenlijk aan de uitvoeringskant,
in het verlengde van mijn motie.
De voorzitter:
Het woord is aan het lid Kostić namens de Partij voor de Dieren in
tweede termijn.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er eerder aan de minister van VRO een brede oproep is
gedaan vanuit onder andere gemeenten, maatschappelijke organisaties en
de bouwsector om actief in te zetten op het borgen van meer groen in
combinatie met de woningbouwopgave;
verzoekt de regering om in overleg met verschillende partners te
verkennen op welke manier het ministerie van VRO kan bijdragen aan meer
groen voor burgers in combinatie met de woningbouwopgave, en daarover
dit jaar aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1459 (32847) (#7).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het bij wijziging van beleid en wet- en regelgeving
rondom woningbouw belangrijk is om, naast de bouwsector, ook
medeoverheden en natuur- en milieuorganisaties mee te laten
denken;
verzoekt de regering om bij deze wijzigingen ook met natuur- en
milieuorganisaties en medeoverheden in gesprek te gaan, af te stemmen en
actief aan de Kamer terug te koppelen wat daaruit is opgehaald,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1460 (32847) (#8).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat koplopers in de bouwsector en de Unie van Waterschappen
waarschuwen dat versnellen van woningbouw en schrappen van regels zonder
voldoende zorg voor water, bodem, klimaat en milieu kan leiden tot
woningen die op termijn kwetsbaar en kostbaar worden;
overwegende dat gedegen en onderbouwde wet- en regelgeving belangrijk
is;
verzoekt de regering te borgen dat wijzigingen in beleid en wet- en
regelgeving met betrekking tot wonen niet zullen leiden tot
verslechtering, maar juist tot versterking van toekomstbestendig wonen,
en dus bij zulke voorstellen een vorm van onderbouwing van die borging
mee te sturen, bijvoorbeeld via een aparte brief om schade en extra
kosten op de lange termijn te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1461 (32847) (#9).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Asten, namens D66. Gaat uw gang.
De heer Van Asten (D66):
Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de bouw in nieuwe grootschalige woningbouwlocaties een
enorme bijdrage zal leveren aan het terugdringen van het
woningtekort;
overwegende dat naast de eerder aangewezen nationale en regionale
grootschalige woningbouwlocaties extra woningen moeten worden
gerealiseerd om het woningtekort ook op lange termijn terug te
dringen;
constaterende dat circa vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nog
deze zomer worden aangewezen op grond van het Afweegkader nationaal
grootschalige woningbouwlocaties;
overwegende dat bij de aanwijzing van de daaropvolgende locaties breder
gezocht kan worden naar kansrijke locaties volgens het Afweegkader
nationaal grootschalige woningbouwlocaties;
verzoekt de regering bij het aanwijzen van de overige grootschalige
woningbouwlocaties na de zomer ook nieuwe locaties zoals Veenendaal-De
Klomp, het IJmeer en locaties langs de Nedersaksenlijn of de Lelylijn
mee te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Steen en
Grinwis.
Zij krijgt nr. 1462 (32847) (#10).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat bouw rondom bestaande en nieuwe spoorverbindingen leidt
tot efficiënte ontsluiting van woningbouw door het gebruik van bestaande
of in aanbouw zijnde infrastructuur;
overwegende dat de ontwikkelingen langs de Oude Lijn laten zien dat een
goed functionerende spoorverbinding grootschalige woningbouw mogelijk
maakt;
overwegende dat het hanteren van het principe van Transit Oriented
Development daarmee kan leiden tot een versnelling van de bouw van
nieuwe woningen;
verzoekt de regering het uitgangspunt van Transit Oriented Development
mee te nemen bij de aanwijzing van nieuwe grootschalige
woningbouwgebieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten, Grinwis en De
Hoop.
Zij krijgt nr. 1463 (32847) (#11).
De heer Van Asten (D66):
De Kamer,
gehoord de beraadslaging, …
De voorzitter:
Nee, meneer Van Asten, sorry. U heeft volgende week nog een
commissiedebat. Er komen nog tweeminutendebatten. Wellicht kunt u uw
laatste motie dan indienen. Ik geef het woord aan de heer Claassen. Het
woord is aan de heer Claassen.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
All right, then.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Verdrag van Aarhus leidt tot afwijkende regels
voor inspraak, bezwaar en beroep bij besluiten met milieugevolgen ten
opzichte van het reguliere Nederlandse stelsel van
rechtsbescherming;
constaterende dat langdurige en gestapelde procedures urgente projecten
op het gebied van woningbouw, infrastructuur, verduurzaming en
netverzwaring vertragen en duurder maken;
overwegende dat inspraak het meest effectief is wanneer belangen
vroegtijdig, lokaal en democratisch worden meegewogen;
overwegende dat een apart Aarhusregime afbreuk doet aan één uniform
stelsel van rechtsbescherming en de ruimte beperkt om procedures te
vereenvoudigen en te versnellen;
verzoekt de regering het Verdrag van Aarhus op te zeggen, nationale
bepalingen die een specifiek Aarhusregime creëren af te schaffen en toe
te werken naar één uniform stelsel;
verzoekt de regering zich er in EU-verband voor in te zetten dat de EU
het Verdrag van Aarhus opzegt en Aarhusverplichtingen uit relevante
EU-regelgeving schrapt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 1464 (32847) (#12).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie via zogenoemde Omnibuspakketten
werkt aan vereenvoudiging van Europese wet- en regelgeving;
verzoekt de regering om met concrete voorstellen te komen voor
vereenvoudiging en versoepeling van Europese wet- en regelgeving die
woningbouw en infrastructuur versnellen, waaronder, maar niet beperkt
tot, de MER-richtlijn, de Vogel- en Habitatrichtlijn en de
Natuurherstelverordening;
verzoekt de regering tevens deze voorstellen vooraf aan de Kamer te
sturen en met de Kamer te bespreken voordat deze inzet in Europees
verband wordt ingebracht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 1465 (32847) (#13).
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dan heb ik nog het verzoek aan de bode om iets aan de minister te
geven.
De voorzitter:
Nee, u bent door uw spreektijd heen. Meneer Flach heeft nog wel een
interruptie voor u.
De heer Flach (SGP):
Als de Dienst Verslag en Redactie dit goed in de Handelingen weet op te
schrijven, stel ik een extra gratificatie voor. Dit is niet te
geloven.
De voorzitter:
Daar werken ook Limburgse collega's, meneer Flach. Dat moet
goedkomen.
De heer Flach (SGP):
Ik heb het er in ieder geval … Ik weet niet of de heer Claassen nog
bereid is om een vraag te beantwoorden?
De voorzitter:
Meneer Claassen, kunt u er weer even gezellig bij komen?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik wil iets aanbieden aan de minister. Dat moet officieel, hoor ik net.
Ik moet dat dus bij u melden, want dat moet gedocumenteerd worden.
De voorzitter:
Ja, maar meestal gebeurt dat in de eerste termijn.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Nou, ik doe het in de tweede termijn. Dat gebeurt meestal.
De voorzitter:
Ik vraag de bode om het document dat de heer Claassen aan de minister
wil aanbieden in ontvangst te nemen. Daarmee maakt het formeel deel uit
van de beraadslaging.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Alstublieft. Dat bedoel ik.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Claassen helemaal klaar is om de vraag van de heer
Flach te beantwoorden.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
De moties zijn terug te lezen zo meteen.
De voorzitter:
Zeker. Meneer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ja, voorzitter. Ik had een vraag over de eerste, die over Aàrhus.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Aàrhús.
De heer Flach (SGP):
Ik kon 'm niet helemaal verstaan. Dat vergeeft u me vast wel. Maar er
zijn eerder ook moties over ingediend. Ik heb het zelf gedaan. Mevrouw
Wijen-Nass heeft het ook gedaan. Waarin wijkt deze motie af van de al
eerder aangenomen moties over dit punt?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Deze is nóg strenger. De motie van Wijen-Nass verzocht om te onderzoeken
of het mogelijk was. Daar kwam de reactie van de minister op dat het
allemaal niet kon. Weet u? Dat kan allemaal wel niet kunnen, maar we
willen wel bouwen. Daarom dus de motie. Want regeldruk … Prachtig hoor,
die regeldruk, maar zolang er dwarsliggers bestaan die niet aan de
voorkant iets vinden, maar als één iemand die geen enkel belang heeft
bij een situatie in Nederland kan gaan dwarsliggen en wij het hier debat
na debat hebben over "we moeten bouwen", maar niets aan Aarhús gaan
doen, verandert er helemaal niks.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Grinwis, die spreekt namens de
ChristenUnie in tweede termijn.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie het herziene
DAEB-Vrijstellingbesluit reeds begin januari heeft vastgesteld;
overwegende dat het volledig uitwerken van mogelijk grotere wijzigingen
van wet- en regelgeving een zorgvuldig proces behoeft en meer tijd nodig
heeft;
overwegende dat met een kleine aanpassing in de Woningwet geborgde
financiering van middenhuur door het WSW mogelijk wordt door dit
expliciet als DAEB-activiteit op te nemen;
verzoekt de regering, vooruitlopend op uitgebreidere wijzigingen van
wet- en regelgeving, alvast deze wetswijziging uit te werken en deze zo
mogelijk voor het einde van het jaar naar de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en De Hoop.
Zij krijgt nr. 1466 (32847) (#14).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat dankzij door de Kamer aangenomen amendementen het
Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen jongeren met een inkomen tot
twee keer modaal de kans geeft om toch een betaalbare woning te kunnen
kopen;
overwegende dat het voor marktpartijen die de woningen met koperskorting
willen en kunnen ontwikkelen, niet helder is of ze in 2027 en daarna nog
een beroep kunnen doen op het NFBK, aangezien de bodem van de
incidentele pot van 100 miljoen euro eerder in zicht komt dan dat de
revolverendheid van het fonds gaat werken;
verzoekt de regering zo snel als mogelijk, uiterlijk op Prinsjesdag,
duidelijkheid te verschaffen over de toekomst van het succesvolle
Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, zodat jongeren met een
middeninkomen ook de komende jaren een woning kunnen blijven kopen via
deze KoopStart-regeling, en tevens in overleg met Stichting OpMaat en
SVn te bezien of verbeteringen in de spelregels kunnen worden
doorgevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Nobel.
Zij krijgt nr. 1467 (32487).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
O, ik heb nog ruim tijd over.
De voorzitter:
Ruim binnen de tijd, meneer Grinwis. O, wat fijn! Het woord is aan de
heer Flach, die spreekt namens de SGP in tweede termijn. Zie, het kán
wel.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het programma STOER diverse voorstellen heeft gedaan
voor het schrappen van regelgeving;
overwegende dat dit, gezien de huidige wooncrisis, een voortdurende en
actieve inzet vraagt;
overwegende dat hierbij ook een gepaste interpretatie van regelgeving
van belang is, zodat wet- en regelgeving niet onnodig strikt worden
toegepast;
verzoekt de regering specifiek voor woningbouw meer in te zetten op het
schrappen en verruimen van regelgeving, bijvoorbeeld middels een
crisiswet bouwregelgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Nobel.
Zij krijgt nr. 1468 (32847) (#16).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op grootschalige bouwlocaties, zoals
het aanwijzen van in totaal 30 locaties;
overwegende dat juist ook kleinschalige bouwlocaties aan de randen van
dorpen en kernen snel meer woningen kunnen toevoegen aan de voorraad en
daarnaast voordelen hebben voor de leefbaarheid en vitaliteit van dorpen
en kernen;
overwegende dat als gevolg van een aangenomen motie (29435, nr. 273) de
mogelijkheden hiervoor zijn verruimd;
verzoekt de regering de ruimere mogelijkheden voor het creëren van een
"wijkje erbij" actief onder de aandacht te brengen van provincies en
gemeenten en hen aan te sporen om hiervan gebruik te maken;
verzoekt de regering, naast de inzet op grootschalige
woningbouwlocaties, meer ambitie te tonen als het gaat om kleinschalige
woningbouwlocaties, en de Kamer over deze ambities voor Prinsjesdag 2026
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 1469 (32847) (#17).
De heer Flach (SGP):
Ik sluit aan bij de opmerking die de minister maakte over die 200
woningen. Die aarzeling die ze had, snap ik heel goed. Het gaat er
nadrukkelijk niet om dat gemeenten dat moeten, want zij zijn in staat om
te beoordelen of het past bij de kern. Die vrijheid moeten ze wat ons
betreft ook gewoon houden. Dat wilde ik nog gezegd hebben.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Flach. Het woord is aan mevrouw Steen namens het CDA
in de tweede termijn.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. De doorstroomhypotheek.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel ouderen wonen in een woning die niet langer
aansluit bij hun huidige woonbehoefte;
constaterende dat verhuizen voor ouderen vaak wordt bemoeilijkt door
financiële en praktische obstakels, terwijl het beschikbare woningaanbod
niet altijd passend is;
constaterende dat ouderen met een koopwoning vaak aanzienlijke
overwaarde hebben opgebouwd, maar dat hun toetsinkomen na pensionering
doorgaans lager uitvalt, waardoor het verkrijgen van een passende
hypotheek in de praktijk lastig kan zijn;
overwegende dat bevordering van doorstroming kan bijdragen aan een
efficiënter gebruik van de bestaande woningvoorraad;
overwegende dat het huidige hypotheekaanbod niet altijd voldoende
aansluit bij de financieringsbehoefte van ouderen die willen verhuizen
naar een passende woning;
overwegende dat een doorstroomhypotheek, waarbij de overwaarde van de
huidige woning meer dan nu wordt betrokken bij de financiering van een
nieuwe woning, kan bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen voor
doorstroming en het passend maken van de nieuwe woning;
verzoekt de regering in overleg met financiële instellingen en
toezichthouders de introductie van een doorstroomhypotheek mogelijk te
maken;
verzoekt de regering de benodigde aanpassingen in regelgeving en
toezicht uit te werken;
verzoekt de regering de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,
inclusief een implementatieplan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen, Van Brenk en Inge van
Dijk.
Zij krijgt nr. 1470 (32847) (#18).
Dank u wel. Toch die confessionele discipline, heel goed. Het woord is aan de heer Mooiman namens de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een nieuwe
beschermingscategorie voor onbebouwde ruimte willen invoeren, waardoor
buitenstedelijke woningbouw verder wordt beperkt;
constaterende dat Zuid-Holland tot en met 2030 een aantal van 284.000
woningen moet realiseren, terwijl tot nu toe slechts circa 68.000
woningen zijn gebouwd;
overwegende dat de provincie ondanks herhaalde kritiek onvoldoende
bijstuurt op haar woningbouwbeleid;
overwegende dat nationaal woningbouwbeleid door decentrale overheden
moet worden uitgevoerd;
verzoekt de regering in te grijpen om te voorkomen dat Zuid-Holland
extra generieke beperkingen op buitenstedelijke woningbouw
invoert;
verzoekt de regering ook steviger regie te voeren op de uitvoering van
nationaal woningbouwbeleid door provincies en gemeenten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis, Claassen en
Flach.
Zij krijgt nr. 1471 (32847) (#19).
De heer Mooiman (PVV):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de adviesgroep STOER stelt dat de beschikbaarheid van
primaire bouwgrondstoffen onder druk staat;
constaterende dat de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen stokt en
dat dit problemen oplevert voor de realisatie van nieuwe woningen;
overwegende dat voldoende beschikbaarheid van zand, grind en klei een
belangrijke randvoorwaarde is voor de realisatie van de
woningbouwopgave;
overwegende dat STOER adviseert om actieve rijksregie te voeren op
provinciale vergunningverlening voor bouwgrondstoffen;
verzoekt de regering werk te maken van het advies van de werkgroep STOER
ten aanzien van bouwstoffenwinning en een concreet en tijdig plan op te
stellen voor meer landelijke regie, teneinde de continuïteit van de
winning te kunnen waarborgen;
verzoekt de regering tevens het grote belang van de woningbouwopgave mee
te nemen in de integrale afweging van de oppervlaktedelfstoffenwinning,
en deze spoedig aan de Kamer aan te bieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Van Asten, Nobel,
Claassen, Steen en Grinwis.
Zij krijgt nr. 1472 (32847) (#20).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Schenk namens Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de hypotheekrenteaftrek voor veel Nederlanders van
groot belang is;
overwegende dat stabiliteit en zekerheid op de woningmarkt belangrijk
zijn voor zowel huidige als toekomstige huiseigenaren;
spreekt uit dat er niet getornd mag worden aan de
hypotheekrenteaftrek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1473 (32847) (#21).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de huidige vrijstelling van de overdrachtsbelasting
geldt voor kopers tussen de 18 en 35 jaar;
constaterende dat steeds meer Nederlanders pas op latere leeftijd een
eerste woning kunnen kopen door de hoge huizenprijzen;
overwegende dat de nu geldende leeftijdsgrens voor de vrijstelling
onvoldoende aansluit bij de huidige situatie op de woningmarkt;
overwegende dat een verruiming van de leeftijdsgrens meer Nederlanders
kan helpen bij het kopen van een eigen woning;
verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe de leeftijdsgrens van de
vrijstelling van de overdrachtsbelasting verhoogd kan worden van 35 jaar
naar 40 of 45 jaar, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1474 (32847) (#22).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een studieschuld momenteel meetelt bij het berekenen
van de maximale hypotheek;
overwegende dat een studieschuld is bedoeld als investering in de
toekomst en niet als belemmering voor het kopen van een woning;
overwegende dat veel jongeren en starters door hun studieschuld moeilijk
toegang krijgen tot de woningmarkt;
verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre studieschulden geheel of
gedeeltelijk losgekoppeld kunnen worden van de hypotheekberekening, en
de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1475 (32847) (#23).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland te maken heeft met ernstige netcongestie,
waardoor woningbouwprojecten vertraging oplopen;
constaterende dat gasloze nieuwbouwwoningen extra druk leggen op het
elektriciteitsnet;
constaterende dat de bouw van nieuwe woningen van groot maatschappelijk
belang is;
overwegende dat het opnieuw en ruimer toestaan van gasaansluitingen bij
nieuwbouw de druk op het elektriciteitsnet kan verminderen;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe het opnieuw en ruimer toestaan
van gasaansluitingen bij nieuwbouw geldend beleid kan worden, en de
Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1476 (32847) (#24).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk namens 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Wij zouden de minister willen verzoeken om een schriftelijke
reactie te sturen op het onderzoek van TNO over brandveiligheid, dat
vandaag uitgebracht is. Ik doel met name op de biobased materialen en de
hoge appartementen. Misschien kan de minister dat toezeggen in tweede
instantie.
Ik zou graag van de minister een reactie willen hebben op de manier
waarop België gebruikmaakt van de opvang en het hergebruik van
regenwater bij nieuwbouw, herbouw en ingrijpende verbouwingen. Daar is
een wettelijke plicht. Ik weet niet of de minister hierover overleg
voert met België, maar ik zou daar graag een reactie op willen.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Brenk. Het woord is aan de heer Nobel van de VVD
voor zijn tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Nobel (VVD):
Dank u wel.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regeldruk op de huurmarkt verder is toegenomen en
steeds meer beleggers besluiten huurwoningen uit te ponden;
constaterende dat door de huidige onzekerheid omtrent regels en
fiscaliteit een groot aandeel van de woningvoorraad onnodig
leegstaat;
overwegende dat tijdelijke huurcontracten verhuurders meer zekerheid en
flexibiliteit bieden zolang fiscale regelgeving zoals box 3 het
rendement onder druk zet;
overwegende dat een aantrekkelijk investeringsklimaat noodzakelijk is om
huurwoningen beschikbaar te houden voor middeninkomens;
verzoekt de regering om tijdelijke huurcontracten als tijdelijke
oplossing weer toe te staan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Flach, Clemminck,
Claassen en Wiersma.
Zij krijgt nr. 1477 (32847) (#25).
De heer Nobel (VVD):
Dan een motie over duidelijkheid met betrekking tot vrijstelling voor
buitenlandse pensioenfondsen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor buitenlandse pensioenfondsen nu vooraf
onvoldoende duidelijk is wanneer zij in aanmerking komen voor de
vpb-vrijstelling voor pensioenfondsen;
overwegende dat meer duidelijkheid kan bijdragen aan meer investeringen
van buitenlandse pensioenfondsen in bijvoorbeeld de Nederlandse
woningmarkt;
verzoekt de regering om richting buitenlandse pensioenfondsen
duidelijker te maken wanneer deze onder de vpb-vrijstelling vallen,
zodat investeringen worden gestimuleerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Van Leijen en
Steen.
Zij krijgt nr. 1478 (32847) (#26).
Dank u wel. Alsnog in ons midden is de heer El Abassi, die het woord krijgt voor zijn inbreng in tweede termijn namens DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat betaalbare koop- en huurwoningen steeds vaker worden
opgekocht door beleggers en investeringsfondsen;
overwegende dat hierdoor starters en middeninkomens steeds moeilijker
toegang krijgen tot betaalbare huisvesting;
verzoekt de regering om aanvullende maatregelen uit te werken die
speculatieve opkoop van betaalbare woningen verder beperken en
zelfbewoning beter beschermen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1479 (32847) (#27).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ondanks bestaande maatregelen nog steeds tienduizenden
woningen langdurig leegstaan terwijl honderdduizenden mensen wachten op
een betaalbare woning;
constaterende dat gemeenten aangeven onvoldoende mogelijkheden te hebben
om langdurige leegstand en woningspeculatie effectief aan te
pakken;
verzoekt de regering om met aanvullende landelijke maatregelen te komen
tegen langdurige leegstand en woningspeculatie, waaronder strengere
mogelijkheden voor gemeenten om speculatief leegstaande panden aan te
pakken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1480 (32847) (#28).
De heer El Abassi (DENK):
Dan mijn laatste motie, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat woningcorporaties na jaren van financiële beperkingen
nog steeds onvoldoende ruimte ervaren om het tekort aan betaalbare
huurwoningen snel terug te dringen;
overwegende dat corporaties te maken hebben met hoge grondprijzen,
langdurige vergunningprocedures en oplopende bouwkosten;
verzoekt de regering om aanvullende maatregelen te nemen die
woningcorporaties in staat stellen sneller en grootschaliger sociale
huur- en middenhuurwoningen te realiseren, en de Kamer hierover voor het
einde van het jaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 1481 (32847) (#29).
Dank u wel. Ik schors zes minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 20.38 uur tot 20.46 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister voor de appreciatie van de
moties. Het moge duidelijk zijn: we hebben met elkaar uitvoerig het
debat gevoerd. Er is dus ruimte voor één vervolgvraag en dan wel op de
eigen moties, maar het debat is wel gevoerd. Het woord is aan de
minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een heleboel moties en nog een tweetal
vragen. Ik begin met de moties en eindig met de vragen. Ik zal proberen
dat snel te doen. Ik houd inderdaad van taskforces, maar ik houd ook van
snelheid.
De voorzitter:
Zo is dat.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik begin met de eerste motie, die op stuk nr. 1453, over de
planbatenheffing. Die ga ik ontraden, omdat de Kamer van mijn voorganger
een brief heeft ontvangen over de planbatenheffing of een vergelijkbaar
systeem. Daarover is een debat met uw Kamer gepland op 11 november.
Daarnaast is een concreet voorstel voor een planbatenheffing voor
Prinsjesdag in de tijd onmogelijk.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1453: ontraden. De motie op stuk nr. 1454.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1454: ontraden. We lopen hiermee vooruit op de
augustusbesluitvorming. Dat kan ik niet steunen, omdat er nog geen
dekking is gespecificeerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1454: ontraden. De motie op stuk nr. 1455.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1455, van mevrouw Beckerman, moet ik ontraden. Ik
heb in de eerste termijn de aanpak van leegstand geschetst. Het is aan
de gemeenten om daar nu invulling aan te geven. Ik zie geen heil in een
eigen taskforce hiervoor.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1456.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1456, van mevrouw Beckerman, moet ik ontraden. Het
onderzoek naar de omvang van het probleem is uiteraard prima, maar met
een pakket aan oplossingen komen, is te vroeg. Daar wil ik niet op
vooruitlopen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1457.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1457, van mevrouw Wiersma: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1458.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1458, van mevrouw Wiersma: ontraden. De
stikstofaanpak is nodig om de woningbouw te versnellen. Dat vraagt ook
om natuurherstel. Dat is onderdeel van de aanpak van de Taskforce
Stikstof.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1459
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1459, van het lid Kostić: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1460.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1460, van het lid Kostić: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1461.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1461, van het lid Kostić: ontraden. Het kabinet
heeft reeds als uitgangspunt om binnen de normen van veiligheid,
gezondheid en klimaat te bouwen. Zo werken we sturend binnen de
vastgestelde kaders, zoals water en bodem, en hebben we ons
gecommitteerd aan de klimaatdoelstellingen. De Omgevingswet ziet al toe
op een integrale afweging van de belangen in de fysieke leefomgeving.
Waar het lokale en regionale regelgeving betreft, stem ik nauw af met
het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Vanzelfsprekend informeer
ik de Kamer over beoogde wijzigingen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1462.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1462, van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1463.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1463, van de heer Van Asten: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1464.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1464, van de heer Markuszower ...
De voorzitter:
Die is van de heer Claassen. Bijna hetzelfde.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, inderdaad. Mijn excuses. De motie op stuk nr. 1464, van de heer
Claassen, over Aarhus, ontraad ik. Uit het verdrag stappen heeft geen
effect. Daarover is uw Kamer geïnformeerd in verband met een eerdere
motie. Overigens is de staatssecretaris van IenW de
beleidsverantwoordelijke op dit gebied.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1465.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1465, van de heer Claassen: ontraden. Veel van de
EU-regelgeving die wordt genoemd, is recent van kracht geworden. Bij
nieuwe voorstellen kijkt Nederland altijd of vereenvoudiging nodig is en
deelt het dat met de Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1466.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1466, van de heer Grinwis, moet ik ontraden. Ik
deel echt de wens van de heer Grinwis, maar ik deel niet de analyse dat
het een kleine aanpassing is. Door het toevoegen van de middenhuur als
borgbaar doel geef ik het WSW als borger alleen de mogelijkheid om te
borgen. Dan heb ik echter nog niet de wettelijke DAEB aangepast,
waardoor het ook mogelijk is om staatssteun te geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1467. De interrupties doen we even op het
laatst.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1467, van de heer Grinwis: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1468.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1468, van de heer Flach, is overbodig. Ik ben aan
de slag met de uitvoering van STOER om sneller, goedkoper en meer
woningen te bouwen. Via een vereenvoudigingswet zet ik in op verdere
vereenvoudiging. Daarnaast zet ik bij de versterking van de
uitvoeringskracht ook in op het goed benutten van de bestaande
mogelijkheden voor gemeenten om te vereenvoudigen, bijvoorbeeld het
schrappen van lokale vergunningen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1469.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1469, van de heer Flach: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1470.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1470, van mevrouw Steen, mevrouw Van Brenk en de
heer Van Dijk: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Van "mevrouw Inge van Dijk". Oordeel Kamer. De motie op stuk nr.
1471.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1471, van de heer Mooiman, ontraad ik. Ik ben zoals
gezegd in gesprek met de provincie. Ik kan niet nu al toezeggingen doen,
want dan loop ik op de zaken vooruit. De bestuurlijke oplossing is nog
steeds de snelste slag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1472.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Die motie is van de heer Mooiman. Die ontraad ik. Ik verzoek uw Kamer om
deze motie aan te houden. De staatssecretaris van IenW is
verantwoordelijk voor het onderwerp winning van primaire
bouwgrondstoffen. Zij zal voor de zomer of kort na de zomer uw Kamer een
brief sturen met het landelijk beeld en de beleidskeuzes voor dit
onderwerp.
De voorzitter:
Dan krijgt … Excuus.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
In deze brief zal ook worden beschreven hoe invulling wordt gegeven aan
het advies van de adviesgroep STOER hierover. Het belang van de
woningopgave wordt meegenomen in de integrale afweging. Ik zal de
staatssecretaris vragen dit mee te nemen in haar beantwoording.
De voorzitter:
Het appreciatiekader schrijft ons dan voor de heer Mooiman te vragen of
hij bereid is om de motie aan te houden. Dat is hij niet. Ik had de
interrupties over de moties eigenlijk aan het einde willen doen, maar …
Als de motie op stuk nr. 1472 niet wordt aangehouden, dan is de
appreciatie in principe "ontijdig". Dat zeggen we dan, excellentie. U
zei "ontraden", maar de motie krijgt dan de appreciatie "ontijdig". We
gaan zo dadelijk van de heer Mooiman horen of hij de motie aanhoudt of
toch graag in stemming brengt.
Dan de motie op stuk nr. 1473. Dat is een spreekt-uitmotie.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Deze spreekt-uitmotie is van de heer Schenk. In het coalitieakkoord
is de afspraak gemaakt dat niks aan de hypotheekrenteaftrek wordt
gedaan.
De voorzitter:
Dat is aan de Kamer. De motie op stuk nr. 1474.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is de motie van de heer Schenk. Die ontraad ik. De Kamer is hier
reeds over geïnformeerd naar aanleiding van vragen van het toenmalig lid
Vijlbrief.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1475 …
Minister Boekholt-O'Sullivan:
… is ook van de heer Schenk en gaat over studieschuld. Ontraden.
Studieschuld wordt al beperkt meegewogen. Om verantwoordelijk kredieten
te kunnen verstrekken, is het niet mogelijk om die weg te laten.
De voorzitter:
De motie-Schenk op stuk nr. 1476.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ontraden. Deze motie vraagt mij iets te doen wat praktisch gezien niet
mogelijk is. Tijdelijke contracten mogelijk maken vraagt immers om een
wetswijziging en die duurt zeker twee jaar. Tegen de tijd dat die is
afgerond, is het nieuwe stelsel voor box 3 in werking getreden. Daarom
moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1477.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik herken wel het dilemma. Juist kwetsbare huurders dreigen daarmee
tussen wal en schip te vallen. Ik zie bijvoorbeeld een substantieel en
oneigenlijk gebruik van verhuur voor korte duur zonder enige
huurbescherming. Het kabinet wil deze constructie aanpakken, maar dan
moeten er wel voldoende passende tijdelijke huurcontracten zijn die
voldoende huurbescherming bieden. Kortom: ik kan u wel toezeggen serieus
te gaan kijken naar een samenhangend pakket rond tijdelijke en vaste
contracten.
De voorzitter:
Ging dit over de motie op stuk nr. 1477 of over de motie op stuk nr.
1476?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit had nog steeds betrekking op de motie op stuk nr. 1476,
voorzitter.
De voorzitter:
Dan zijn we nu bij de motie op stuk nr. 1477.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, van de leden Nobel, Van Leijen en Steen. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
Er gaat toch iets mis.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Gaat er wat mis?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1476 is de motie-Schenk over gasaansluitingen bij
nieuwbouw. De motie op stuk nr. 1475 van de heer Schenk gaat over
studieschulden geheel of gedeeltelijk loskoppelen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Even kijken.
De voorzitter:
De motie over de studieschulden is …
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, de motie over de studieschulden is de motie op stuk nr. 1475. De
motie op stuk nr. 1476 gaat over de tijdelijke huurcontracten. Als dat
niet goed gaat …
De voorzitter:
Nee. De motie over de tijdelijke huurcontracten is van de heer Nobel
c.s. Dat is de motie op stuk nr. 1477.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Dan houd ik de appreciatie van de motie op stuk nr. 1476 heel even
aan en dan zorg ik ervoor dat ik zo snel mogelijk de goede motie voor
mijn neus heb. Op de motie op stuk nr. 1476 heb ik nu niet het goede
antwoord.
De voorzitter:
Over de gasaansluitingen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, ik snap 'm.
De voorzitter:
We kunnen ook even doorgaan met de motie op stuk nr. 1477.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dan ga ik heel even door.
De voorzitter:
Ja, hoor. De motie-Nobel c.s. over de tijdelijke huurcontracten gaf u
oordeel Kamer. Voor onze administratie: dat is de motie op stuk nr.
1477. Die motie heeft u ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, die heb ik inderdaad ontraden.
De voorzitter:
De motie over de tijdelijke huurcontracten heeft u ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja.
De voorzitter:
Dan de motie-Nobel c.s. op stuk nr. 1478 over de vpb-vrijstelling voor
buitenlandse pensioenfondsen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Die krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
We gaan naar de motie op stuk nr. 1479.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Dat is de motie van de heer El Abassi over het uitwerken van
aanvullende maatregelen. Die is ontijdig. De evaluatie van de
opkoopbescherming volgt binnenkort.
De voorzitter:
Is de heer El Abassi bereid om de motie aan te houden? Dat is hij niet.
Daarmee krijgt die de appreciatie "ontijdig". De motie op stuk nr. 1480
…
Minister Boekholt-O'Sullivan:
… van de heer El Abassi gaat over aanvullende maatregelen tegen
leegstand. Die is ontijdig. Het voorstel voor de Leegstandswet ligt nu
bij de Raad van State en kan daarna door naar de Tweede Kamer.
De voorzitter:
Houdt de heer El Abassi deze motie aan? Kan de minister nog iets meer
woorden wijden aan deze motie op stuk nr. 1480?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. Dat we hier een voorstel voor hebben ingediend, dat de Raad van
State daar momenteel naar kijkt en met een oordeel zal komen, en dat het
op basis daarvan naar de Tweede Kamer komt. In mijn beleving is die dus
ontijdig, want dit zit ergens in de procedure.
De voorzitter:
De heer El Abassi brengt deze motie toch in stemming. Daarmee krijgt ze
de appreciatie "ontijdig".
De motie op stuk nr. 1481 over maatregelen voor woningcorporaties.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, die ontraad ik. Hier hebben we het over gehad. Ik kom snel met een
brief over de financiën en neem dit ook mee in de taskforce.
De voorzitter:
Dan hebben we alleen nog de motie van de heer Schenk, begrijp ik.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
En die is ontraden.
De voorzitter:
Die over gasaansluitingen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, die moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1476 is ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan heb ik nog twee openstaande vragen, een van mevrouw Van Brenk over
de schriftelijke reactie op het onderzoek van TNO naar brandveiligheid
gefocust op biobased materialen en een over de hoge appartementen. De
antwoorden daarop heb ik nu niet ontvangen, dus er gaat in mijn snelheid
nu toch iets mis. Ik ga beide schriftelijk beantwoorden, en dat doe ik
zo snel mogelijk.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk steekt haar duim omhoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel daarvoor. En dan de motie over de gasaansluitingen: ontraden.
Het is de onafhankelijkheid van de energievoorziening, volop door
netbewust bouwen en doorgang van de energietransitie. Dit als
toelichting op het ontraden.
De voorzitter:
Dat betreft dus de toelichting op de ontraden motie op stuk nr. 1476 van
de heer Schenk.
Zo klopt de administratie van iedereen weer, volgens mij. Ik zie nog
drie vervolgvragen. Mevrouw Beckerman was de eerste.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, voorzitter. Ik wil even onderhandelen met de minister. Die zei bij
de vierde motie, die op stuk nr. 1456, dat ze het eerste deel van het
dictum van de motie heel goed vond, dat "verzoekt de regering onderzoek
te doen naar de omvang van het probleem van dakloosheid onder jongeren
met aflopende flexibele huurcontracten". Vanaf het woordje daarna, "en",
werd ze negatiever. Toen dacht ik: als ik er nou alleen een
onderzoeksmotie van maak ... Ik zal 'm dan gewijzigd indienen. Ik streep
dan alles weg van "binnen zes maanden een pakket van oplossingen aan de
Kamer te presenteren"; dan wordt het echt een onderzoeksmotie. Zou de
minister dan wel een oordeel Kamer kunnen geven?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat kan, als de rest inderdaad weggaat.
De voorzitter:
Dan noteren we dat de motie in haar huidige vorm wordt ontraden en dat
als mevrouw Beckerman het tweede deel van het dictum, "en binnen zes
maanden een pakket van oplossingen aan de Kamer te presenteren",
verwijdert, de motie aan het oordeel van de Kamer wordt gelaten.
Meneer Grinwis.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de appreciatie van de
veertiende motie, die op stuk nr. 1466.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1466.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja. Die ging over het DAEB-vrijstellingbesluit van de Europese Commissie
die moet worden geïmplementeerd in wetgeving. De minister zei dat
daarvoor een groter pakket van wijzigingen nodig is en dat ze niet
vooruitlopend alvast die geborgde financiering mogelijk wil maken. Kan
de minister toelichten waarom dat echt niet kan, waarom die splitsing
echt niet mogelijk is?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik, via de voorzitter, de heer Grinwis als antwoord gaf op het
"ontraden", zit 'm echt in dat ik het heel belangrijk vind dat ik die
DAEB kan aanpassen. Dat is voor mij echt heel belangrijk, en volgens mij
voor u ook. Daarbij ga ik ongetwijfeld allerlei complexe problemen
tegenkomen over de vraag of een sociale huurwoning bij de mutatie een
middenhuurwoning mag worden. Dat zijn we allemaal aan het uitzoeken. Ik
ben daarvoor contouren aan het schetsen. Ik wil daar dan heel graag met
u over praten. Na de zomer kom ik daar via de taskforce bij u op terug.
Dus ik ben voornemens een goed onderzoek te doen, contouren te schetsen
en daar met u over te communiceren via de taskforcebrief.
De voorzitter:
Nee, meneer Grinwis, dit is wat het is. Voor de orde: als u de motie
wilt aanhouden, dan kan dat nu.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het antwoord is mij gewoon niet helder. Ik wil dus de motie aanhouden,
met het verzoek aan de minister of zij misschien een brief aan de Kamer
kan sturen waarin zij uitlegt waarom die splitsing niet mogelijk is.
De voorzitter:
Dan houden we deze motie op stuk nr. 1466 voor nu aan. En de minister
kan het informatieverzoek toezeggen.
Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (32847, nr.
1466) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat doe ik, voorzitter.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ten eerste dank voor de positieve appreciaties van sommige
moties. Ik zie een welwillende minister, maar die negende motie, die op
stuk nr. 1461, is voor ons gewoon heel belangrijk. Die trend van het
schrappen van regels baart ons echt zorgen. We willen echt geloven dat
de minister de beste bedoelingen heeft. Maar als we haar puur vragen om
een onderbouwing te sturen via een aparte brief — dat hoeft niet eens
een impactassessment, een quickscan of wat dan ook te zijn — waarin ze
expliciet ingaat op hoe die toekomstbestendigheid is geborgd, krijgen we
geen positief oordeel. Dat snap ik echt niet. Je kan niet zeggen: we
hebben de Omgevingswet en we hebben ons gebonden aan
klimaatdoelstellingen, dus dan komt het wel goed. Kan de minister met
die ogen naar de motie kijken? Zo staat het er namelijk echt. Ik ben ook
bereid om die eventueel nog verder aan te passen. Het gaat erom dat er
in ieder geval een vorm van onderbouwing komt in een brief.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik het belangrijkste vind, is dat we geen extra belemmeringen
creëren voor de woningbouw. Tegelijkertijd vind ik het hartstikke
belangrijk dat we ervoor zorgen dat we dat op een verantwoorde en goede
manier doen. Dat heb ik ook tijdens het debat gezegd. Ik denk dat we een
bestaand instrumentarium hebben om ervoor te zorgen dat we dat op die
manier doen. Dat zit ook in de Omgevingswet. Dat zit ook in de
gesprekken die we voeren met IPO, VNG en de waterschappen. Ik denk dat
ik de dingen doe die u aan mij vraagt, maar u vraagt vervolgens of ik
dat met een soort toets wil doen; zo lees ik uw motie in ieder geval. Ik
zie dat dan als een extra hobbel die we moeten nemen.
De voorzitter:
Nee, nee, nee, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een kleine verduidelijking.
De voorzitter:
Nee, we hadden één vervolgvraag afgesproken. Dit wordt te
ingewikkeld.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb ook één vraag. Die gaat over de appreciatie van de motie op stuk
nr. 1458, over het wegnemen van juridische belemmeringen voor projecten
rondom Natura 2000-gebieden. Dat zou bijvoorbeeld een project als IJstad
ten goede kunnen komen. De minister antwoordde dat natuurherstel een
onderdeel is van de opdracht van de taskforce stikstof, maar dat was
niet mijn vraag. Het vorige kabinet heeft echt een speerpunt gemaakt van
de stringente uitwerking van de Vogel- en Habitatrichtlijn in een
dichtbevolkt land als Nederland. Het heeft zich ingezet om de
juridificering daarvan in Nederland minder stringent te maken. Deze
motie is eigenlijk een oproep aan het kabinet om ook daarop in te
zetten. De appreciatie was niet in lijn daarmee, dus misschien kan de
minister daar nog even op reflecteren.
De voorzitter:
Het betreft de motie op stuk nr. 1458.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik zie "inzetten om belemmeringen weg te nemen" als een aanmoediging om
dat ook daadwerkelijk te doen. Ik zie wel dat dit zich verhoudt tot waar
de taskforce mee bezig is. Het gedachtegoed dat u uitspreekt, neem ik
mee naar de taskforce stikstof, maar ik vind wel dat het aan elkaar
gekoppeld is. We zitten in die taskforce met de verschillende
disciplines aan tafel. Ik heb u gehoord, maar ik blijf bij het oordeel
ontraden.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde
van het kabinet en daarmee aan het einde van dit debat over de
woningbouwopgave in Nederland. Ik dank de minister zeer voor haar
aanwezigheid in het parlement.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.