Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Fiche: Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – ‘EU Inc.’ (Kamerstuk 22112-4320)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D25785, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-02 14:55, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: H.W. Krijger, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z09000:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-05-28 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-05-26 16:45 ⇒ Reeds geagendeerd voor een schriftelijke overleg op 28 mei 2026. (Besluit)
- 2026-05-21 11:30 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-05-12 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-05-21 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-05-26 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-05-28 14:00: Fiche: Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – ‘EU Inc.’ (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Economische Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Inbreng Verslag van een schriftelijk overleg
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan het kabinet over de brief ‘BNC-fiche: Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – ‘EU Inc.’’ (Kamerstuk 22112, nr. 4320).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
II Antwoord / Reactie van het kabinet
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het BNC-fiche: ‘Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – ‘EU Inc.’. Zij steunen de doelstelling van het 28e regime onverkort: het voltooien van de interne markt is voor het Europese verdienvermogen onontbeerlijk, en de rapporten Draghi, Letta en Wennink hebben de urgentie inmiddels meerdere malen onderstreept. Voor een Europese startup die in meerdere lidstaten klanten wil bedienen, betekenen 27 bouwstenen in de praktijk vandaag al tienduizenden euro's aan oprichtings- en nalevingskosten voordat de eerste klant heeft getekend; voor Amerikaanse of Chinese concurrenten volstaat één entiteit. Dat moet anders. Deze leden lezen het fiche dan ook nadrukkelijk als de start van een proces, niet als sluitstuk, en hebben in die geest de volgende vragen.
Tempo en vervolgharmonisatie
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet het 28e regime kwalificeert als een eerste stap voor verdere harmonisatie. Welke concrete vervolgstappen ziet het kabinet de komende twee jaar voor materiële harmonisatie van het vennootschaps-, insolventie- en arbeidsrecht voor vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid? Is het kabinet bereid om met een coalition of the willing een formeel voortrekkersinitiatief te starten als geen consensus kan worden bereikt op EU-niveau? Is het kabinet bijvoorbeeld bereid om dit op te brengen tijdens de E6 overleggen om te kijken of de E6 hierin een voortrekkersrol kan spelen?
Eén regime of zevenentwintig?
De leden van de D66-fractie lezen dat op kernonderwerpen zoals bestuurdersaansprakelijkheid, vergunningen, rectificatie van fouten in het aandelenregister, en alle onderwerpen die de verordening of de statuten niet regelen, het voorstel terugverwijst naar nationaal recht. Geharmoniseerde rechtspraak ontbreekt; geschillen worden door 27 nationale rechters uitgelegd. Hoe groot acht het kabinet het risico dat hiermee in de praktijk 27 verschillende EU Inc.'s ontstaan, en hoe wil het kabinet dit in de onderhandelingen ondervangen? Hoe beoordeelt het kabinet in dit licht de wachttermijn van twee jaar voor omzetting van een EU Inc. binnen dezelfde lidstaat? Staat die niet haaks op de ambitie van vereenvoudiging en versnelling?
Bestuurderseisen
De leden van de D66-fractie lezen dat het voorstel het bestuurderschap van een EU Inc. beperkt tot natuurlijke personen en verplicht dat ten minste één bestuurder in de EU woont. Voor de Nederlandse bv gelden deze beperkingen niet; deze regels staan op gespannen voet met de internationale aantrekkingskracht die de EU Inc. juist zou moeten bieden. Acht het kabinet deze beperkingen werkbaar voor internationaal opererende start- en scale-ups, en zet het kabinet zich actief in voor het schrappen ervan?
Definitie startup en scale-up
Het kabinet noemt de aanbevolen Europese definities terecht te rigide kwantitatief begrensd. Tegelijkertijd werkt datzelfde kabinet aan een nationale fiscale regeling (Wet fiscale stimulering startups en scale-ups, internetconsultatie recent gesloten) 1 met een kwalitatieve definitie die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wordt beoordeeld op innovatie, schaalbaarheid en groeipotentieel, met een toepassingsduur tot 23 jaar. De leden van de D66-fractie vragen hoe beide definities zich tot elkaar verhouden. Welke lidstaten zoekt Nederland als bondgenoot voor een meer kwalitatieve en flexibele Europese definitie, en hoe voorkomt het kabinet dat innovatieve Nederlandse bedrijven door een rigide EU-definitie onbedoeld buiten staatssteunkaders of Europese Investeringsbank (EIB) en/of Europese Investeringsfondsen (EIF)-instrumenten vallen?
Waarborgen tegen witwassen en misbruik
De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet de waarborgen tegen fraude, witwassen en misbruik in het huidige voorstel onvoldoende acht en dat hij wijst op de spanning met de Europese anti-witwasverordening per juli 2027. Welke concrete tekstvoorstellen wil het kabinet in de onderhandelingen inbrengen om de poortwachtersfunctie van notariaat, Kamer van Koophandel (KvK) en Belastingdienst volwaardig te borgen?
Beursnotering en governance-arbitrage
De leden van de D66-fractie zien het belang van goed bestuur, en zien tegelijk dat langetermijn-zeggenschapsstructuren zoals rentmeestervennootschappen, bedrijven juist helpen om groei en missie te combineren. Hoe waarborgt het kabinet dat bestaande beursgenoteerde ondernemingen het 28e regime niet als instrument gebruiken om aandeelhoudersbescherming en transparantiewaarborgen terzijde te schuiven, zonder daarmee de ruimte weg te nemen die innovatieve groeibedrijven nodig hebben voor weloverwogen langetermijn-zeggenschapsstructuren?
Verbieden van ondermijnende rechtspersonen
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het kabinet er terecht op wijst dat het Openbaar Ministerie (OM) bij een ondermijnende EU Inc. aanzienlijk minder bevoegdheden krijgt dan bij een bv onder artikel 2:20 BW. Hoe groot acht het kabinet de slagingskans dit in de onderhandelingen volledig te repareren? Blijft artikel 2:20 BW naar het oordeel van het kabinet als nationale openbare-orde-regel hoe dan ook van toepassing op een in Nederland gevestigde EU Inc.?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over het voorstel voor een 28ste regime voor ondernemingen, ook wel ‘EU Inc.’ genoemd. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie onderschrijven de doelstelling van het 28ste regime, namelijk het vergroten van de Europese en Nederlandse concurrentiekracht. Zij vinden tegelijkertijd het afwegen van verschillende maatregelen om dat doel te bereiken essentieel. In de ogen van deze leden vergt het vergroten van de Europese en Nederlandse concurrentiekracht gedegen en zorgvuldige besluitvorming. Dat geldt temeer als het gaat om besluitvorming met een te verwachten grote impact.
De leden van de VVD-fractie lezen in het fiche dat de Europese Commissie (EC) vertrekt vanuit het startpunt dat er een 28ste regime, dat wil zeggen een optioneel gemeenschappelijk vennootschapsrechtelijk kader, waarbij een nieuwe rechtsvorm wordt geïntroduceerd, moet komen. Andere opties om de obstakels als gevolg van fragmentatie van regelgeving voor ondernemingen weg te nemen, en zo de Europese en Nederlandse concurrentiekracht te vergroten, worden in het impact assessment niet benoemd, stelt het kabinet. Denk dan aan het verder harmoniseren van het nationale vennootschapsrecht of het vereenvoudigen van reeds bestaand Europees vennootschapsrecht, waaronder het verbeteren van bestaande Europese rechtsvormen, zoals de Societas Europaea (SE), de Europese naamloze vennootschap. In het BNC-fiche staat niet of het kabinet tijdens de gesprekken in de Raad dientengevolge ook een punt van deze constatering gaat maken. Graag ontvangen deze leden hier een toelichting op. Daarbij vragen zij ook hoe de inzet van het kabinet ten aanzien van het voorstel voor een 28ste regime zich verhoudt tot de uitvoering van het coalitieakkoord waarin is afgesproken dat het kabinet zoveel mogelijk wetgeving die relevant is voor ondernemers harmoniseert, zoals het vennootschapsrecht en de arbeidswetgeving, en inzet op het voltooien van de interne markt. Graag ontvangen de leden van de VVD-fractie hier een gedegen kabinetsreactie op.
De leden van de VVD-fractie lezen voorts dat het kabinet van mening is dat de EC met dit voorstel buiten haar bevoegdheden treedt indien het gaat om bepalingen in het voorstel inzake fiscaliteit. Deze leden steunen deze opvatting van het kabinet. Deze leden onderstrepen het feit dat het voorstel voor een 28ste regime ook niet op termijn mag leiden tot (vennootschaps-)belastingheffing op Europees niveau.
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat het kabinet meent dat een zorgvuldig vormgegeven 28ste regime een eerste stap kan zijn voor ‘verdere integratie’. Op welke vorm van integratie doelt het kabinet hier?
De leden van de VVD-fractie lezen dat de EC voorstelt dat de lidstaten preventieve controles uitvoeren op de (wijziging van) statuten van EU Inc.-ondernemingen. Deze preventieve controles zouden binnen 48 uur gereed moeten zijn in het geval van ‘versnelde oprichting’ en binnen vijf dagen in het geval er gebruik wordt gemaakt van maatwerkstatuten. Het kabinet is hier kritisch over omdat dit volgens hem poortwachters onvoldoende in staat stelt hun rol goed te vervullen. Daardoor kan dit leiden tot een toename van financieel-economische criminaliteit, zo stelt het kabinet. Hoe wil de EC deze termijnen van 48 uur en vijf dagen in het voorstel handhaven?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet om bovengenoemde reden in de verordening wil inzetten op versterking van de bevoegdheden voor relevante poortwachters en voor heldere bevoegdheden voor nationale autoriteiten. Hoe wil het kabinet tegelijkertijd snelheid behouden in de termijnen voor oprichting van een EU Inc.-onderneming en de regeldrukkosten voor ondernemers laag houden, zoals de EC lijkt te beogen? Graag ontvangen deze leden een toelichting op de visie van het kabinet op dit spanningsveld.
De leden van de VVD-fractie lezen dat volgens het kabinet de verwachting van de EC is dat binnen tien jaar in totaal 308.000 28ste-regime-ondernemingen zullen worden gecreëerd. Kan het kabinet aangeven welke aannames ten grondslag liggen aan deze verwachting en indien dit niet bekend is, dit navragen bij de EC? Welk aandeel zal Nederland hierin naar verwachting hebben?
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet van mening is dat de door de EC aanbevolen definities voor start- en scale-ups te rigide zijn begrensd (waardoor naar de opvatting van het kabinet te veel ondernemingen er ten onrechte buiten zouden vallen) en dat de definities complex zijn. Is het kabinet bereid tijdens de onderhandelingen in te zetten op verruiming en vereenvoudiging van de definities, zodat Nederland in nationaal beleid eventueel kan aansluiten bij deze definitie?
Tenslotte lezen de leden van de VVD-fractie dat het kabinet zich afvraagt of het voorgestelde bedrag van €100 voor de registratiekosten van een EU Inc.-onderneming realistisch is. Het kabinet wil hier tijdens de onderhandelingen aandacht voor vragen, door met een passend alternatief voorstel te komen. Aan welk passend alternatief voorstel denkt het kabinet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de voorgestelde Europese rechtsvorm “EU Inc.”. Deze leden erkennen het belang van grensoverschrijdend ondernemen en van het volmaken van de Europese interne markt, maar maken zich zorgen over de ruimte die dit voorstel biedt voor verzwakking van werknemersrechten en gebrekkige handhaving. Deze leden kunnen zich daarom vinden in de inzet van het kabinet wat betreft het versterken van bevoegdheden voor de relevante poortwachters voor een volwaardige controle op een EU Inc., heldere bevoegdheden voor nationale autoriteiten en andere elementen zoals ten aanzien van het bestuursverbod.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat medezeggenschap en andere niet in de verordening geregelde onderwerpen, worden gekoppeld aan de statutaire zetelleer. Kan het kabinet bevestigen dat Nederlandse werknemers niet te maken kunnen krijgen met governance- en medezeggenschapsregels uit bijvoorbeeld Bulgarije of Estland, enkel omdat een onderneming daar statutair gevestigd is? Waarom wordt niet aangesloten bij de plaats waar werknemers daadwerkelijk werkzaam zijn? Ook vragen deze leden welke andere rechtsgebieden hierdoor geraakt kunnen worden. Kan dit in de praktijk leiden tot toepassing van buitenlandse ondernemings- of arbeidsrechtelijke constructies op ondernemingen die feitelijk volledig in Nederland opereren?
Verder constateren de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat bestaande ondernemingen zonder veel aanvullende eisen snel een EU Inc.-dochter in een andere lidstaat kunnen oprichten. In combinatie met de versnelde digitale oprichting ontstaat volgens deze leden een reëel risico op forum winkelen en ontwijking van nationale regels. Welke harde anti-misbruikmaatregelen zijn noodzakelijk om te voorkomen dat ondernemingen zich uitsluitend vestigen in lidstaten met de zwakste toezicht- of governance-eisen? Is er een risico dat ondernemingen enkel kiezen voor EU inc. in plaats van een Nederlandse bv of nv omdat deze aan minder stringente eisen moet voldoen?
Daarnaast maken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich zorgen over de voorgestelde vereenvoudigde insolventieprocedure. Het kabinet wijst zelf op de risico’s van fraude en beperkt toezicht, maar ook missen er expliciete waarborgen voor werknemers. Welke garanties bestaan er dat achterstallige lonen, pensioenpremies en andere werknemersvorderingen daadwerkelijk betaald worden wanneer een EU Inc. failliet gaat terwijl werknemers in Nederland werkzaam zijn, maar de statutaire zetel elders ligt? Welke instantie is in zo’n geval verantwoordelijk voor handhaving en verhaal?
Tot slot maken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich zorgen over het betalen van eerlijke belastingen door bedrijven en via de Nederlandse belastinginkomsten. Op welke wijze verwacht het kabinet dat ondernemingen gebruik zullen maken van de EU Inc.-structuur in relatie tot fiscale vestigingsplaatskeuzes binnen de Europese Unie? Hoe voorkomt het kabinet dat ondernemingen via een EU Inc. gebruikmaken van de meest gunstige combinatie van nationale fiscale regimes, zonder dat daar reële economische activiteiten tegenover staan? Welke gevolgen heeft het voorstel voor de Nederlandse vennootschapsbelastingopbrengsten indien ondernemingen eenvoudiger kunnen shoppen tussen rechtsstelsels binnen de EU? Hoe beoordeelt het kabinet de handhaafbaarheid van belastinginning bij ondernemingen die wel een statutaire zetel in één lidstaat hebben, maar feitelijke activiteiten in meerdere andere lidstaten verrichten? Acht het kabinet het risico aanwezig dat de EU Inc. kan leiden tot een neerwaartse concurrentie tussen lidstaten op het terrein van fiscale regimes en toezichtnormen? Gaat het kabinet voorafgaand aan verdere besluitvorming, de fiscale gevolgen van de effecten van de EU Inc. op belastinginning, toezichtlasten en uitvoeringskosten voor de Belastingdienst onderzoeken? Kan het kabinet een indicatie geven van de potentiële budgettaire derving die kan ontstaan indien Nederlandse startups en scale-ups massaal gebruik gaan maken van de EU-ESO-regeling?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Harmoniseren Europese markt
De leden van de CDA-fractie zien veel voordelen in het verder harmoniseren en integreren van de Europese markt, zoals ook wordt geconstateerd door Mario Draghi en Enrico Letta. Een belangrijk onderdeel hiervan is het verder integreren van het vennootschapsrecht, aangezien verschillen tussen nationale stelsels een belangrijke barrière vormen voor het oprichten, opereren en ontbinden van ondernemingen. Uiteenlopende regelgeving tussen lidstaten bemoeilijkt grensoverschrijdende activiteiten, leidt tot versnippering en belemmert de opschaling van ondernemingen.
Het voorgestelde 28ste regime kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van belemmeringen binnen de interne markt, maar dat laat onverlet dat verdere harmonisatie van het vennootschapsrechtelijk kader noodzakelijk blijft. De leden van de CDA-fractie vinden het daarom goed te vernemen dat dit eveneens de inzet van het kabinet is en dat Nederland hierin samen met gelijkgestemde lidstaten een kopgroep op vormt. Zij vragen daarbij naar de stand van zaken van de motie van Lanschot en Dassen2 om de Benelux hierin een voortrekkersrol te laten vervullen.
28ste regime
De leden van de CDA-fractie delen de opvatting van het kabinet dat het 28ste regime kansen biedt, doordat hiermee één duidelijk Europees kader voor ondernemingen kan ontstaan. De voordelen van dit regime zijn echter mede afhankelijk van de vraag of daadwerkelijk voldoende uniformiteit wordt bereikt en of de EU Inc. ook breed gebruikt zal worden. Deze leden delen de zorg van het kabinet dat het voorgestelde 28ste regime in de praktijk alsnog kan leiden tot aanzienlijke verschillen tussen lidstaten in toezicht, handhaving en uitvoeringspraktijk. Zij vrezen dat hierdoor feitelijk “27 verschillende 28ste regimes” ontstaan, hetgeen afbreuk doet aan de beoogde rechtszekerheid, herkenbaarheid en uniformiteit van de EU Inc. Kan het kabinet nader uiteenzetten op welke wijze wordt voorkomen dat lidstaten via uiteenlopende uitvoeringspraktijken, aanvullende nationale vereisten of verschillen in toezicht alsnog substantiële verschillen laten ontstaan tussen EU Inc.-vennootschappen?
In aanvulling hierop vragen de leden van de CDA-fractie, conform eerdere vragen bij het schriftelijk overleg Raad voor Concurrentievermogen, welke lessen het kabinet trekt uit het eerdere initiatief rondom de Societas Europaea (SE), mede gelet op het relatief beperkte gebruik van deze rechtsvorm in de praktijk. 3 Op welke wijze zijn deze lessen volgens het kabinet meegenomen in de vormgeving van het voorgestelde 28ste regime? In hoeverre biedt het voorstel van EU inc. meer flexibiliteit dan Societas Europaea (SE)?
Deze leden vragen tevens of de Societas Europeae operationeel blijft als het voorstel van EU inc wordt aangenomen.
Dat gezegd hebbende, delen de leden van de CDA-fractie de opvatting van het kabinet dat de huidige vormgeving van het 28ste regime nog veel vragen oproept met betrekking tot misbruik, fraudebestrijding en witwassen. Eventuele lacunes of geitenpaadjes binnen de EU Inc. zouden gemakkelijk misbruikt kunnen worden, zeker wanneer toezicht en handhaving tussen lidstaten onvoldoende uniform zijn ingericht. Deze leden steunen de inzet van het kabinet om in de onderhandelingen nadrukkelijk aan te sturen op sterkere waarborgen tegen misbruik dan ook van harte. De leden van de CDA-fractie vragen wel hoe het kabinet zich ervoor zal inzetten dat de gesignaleerde lacunes binnen het voorstel worden gedicht, zonder dat lidstaten vervolgens genoodzaakt zijn aanvullende nationale waarborgen of uitvoeringsvereisten te introduceren, hetgeen de uniformiteit van het 28ste regime zou kunnen ondermijnen. Kan het kabinet nader toelichten welke voorstellen het overweegt om de waarborgen tegen fraude, witwassen en misbruik te versterken? Aan welke maatregelen denkt het kabinet daarbij concreet?
Met betrekking tot de kapitaalvereiste begrijpen de leden van de CDA-fractie de keuze voor een flexibel kapitaalregime zonder minimumkapitaalvereiste, mede gezien de ervaringen met het Nederlandse bv recht. Tegelijkertijd vragen deze leden hoe wordt gewaarborgd dat de combinatie van lage toetredingsdrempels, snelle digitale oprichting en beperkte preventieve controle niet leidt tot grotere risico’s op misbruik of onvoldoende bescherming van schuldeisers. Kan het kabinet daar meer duiding over geven?
De leden van de CDA-fractie merken voorts op dat bij het aantrekken van internationale kredieten of investeringen de rechtsvorm slechts één van de relevante factoren is in de krediet- en risicoanalyse van investeerders en kredietverstrekkers. Ook nationale verschillen in onder meer boekhoudregelgeving, eigendomsrecht, zekerhedenrecht en het goederenrecht spelen hierbij een belangrijke rol. Is dit volgens het kabinet voldoende in beeld bij de EC? Worden deze verschillen momenteel in kaart gebracht en voorziet het kabinet op deze terreinen eveneens een pad richting verdere harmonisatie?
De leden van de CDA-fractie wijzen er daarnaast op dat het huidige Nederlandse stelsel niet alleen voorziet in registratie van ondernemingen, maar ook in een belangrijke poortwachters- en adviesfunctie van onder meer het notariaat en de Kamer van Koophandel. Deze functies dragen niet alleen bij aan fraudepreventie en het tegengaan van witwassen, maar helpen ondernemers ook om ondernemingen zorgvuldig en toekomstbestendig op te zetten. Deze leden zien het risico dat bij een sterk vereenvoudigde en versnelde oprichting van een EU Inc. deze waarborgen onder druk komen te staan. Hoe beoordeelt het kabinet dit risico en op welke wijze wordt binnen het voorgestelde 28ste regime geborgd dat voldoende controle, verificatie en poortwachtersfunctie behouden blijven?
Daarbij wijzen de leden van de CDA-fractie erop dat de Kamer van Koophandel momenteel reeds veel signalen ontvangt van verdachte of mogelijk frauduleuze inschrijvingen, terwijl de mogelijkheden om hiertegen op te treden beperkt zijn. 4 Hoe voorkomt het kabinet dat de introductie van de EU Inc. deze problematiek verder vergroot, mede gelet op de mogelijkheid van versnelde oprichting via de fast-trackprocedure binnen 48 uur?
De leden van de CDA-fractie merken op dat Europese vennootschappen hun administratie, verslaglegging en een belangrijk deel van hun rechtsverhoudingen blijven voeren naar nationaal recht. Dit stelt crediteuren, investeerders en andere zakenpartners momenteel in staat om risico’s en rechtsbescherming te beoordelen aan de hand van de in die lidstaat geldende regels, bijvoorbeeld op het gebied van insolventie, non-betaling, zekerhedenrecht en rechtsbescherming van schuldeisers. Hoe wordt deze beoordeling binnen het voorgestelde 28ste regime voorzien? Indien nationale regels van toepassing blijven, hoe wordt voor crediteuren, investeerders en andere belanghebbenden voldoende inzichtelijk gemaakt welk nationaal recht van toepassing is? Hoe verhoudt zich dit bovendien tot de mogelijkheid voor een EU Inc. om zich relatief eenvoudig naar een andere lidstaat te verplaatsen?
De leden van de CDA-fractie merken op dat het voorstel beoogt het aantrekken van talent te vergemakkelijken, onder meer door ruimte te bieden voor werknemersparticipatie en aandelenopties. Tegelijkertijd blijven arbeidsrecht, sociale zekerheid en veel fiscale regelingen nationaal georganiseerd. Deze leden vragen in hoeverre verschillen tussen lidstaten op deze terreinen volgens het kabinet gevolgen kunnen hebben voor de effectiviteit en aantrekkelijkheid van het voorgestelde Europese werknemersoptieregime.
Definitie van startups en scale-ups
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast vragen over de aanbeveling van de EC voor een geharmoniseerde Europese definitie van startups en scale-ups. Hoewel deze leden de voordelen zien van verdere harmonisatie van definities binnen de Europese Unie, delen zij de zorgen van het kabinet over de uitvoerbaarheid en de rigide kwantitatieve afbakening van de voorgestelde definities. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om deze definities werkbaarder en beter toepasbaar te maken in de praktijk?
Daarbij vragen de leden van de CDA-fractie in het bijzonder hoe wordt voorkomen dat innovatieve ondernemingen die zich in een overgangsfase bevinden tussen startup en scale-up, en zich daarmee juist in een cruciale groeifase bevinden, buiten de definities vallen.
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie in hoeverre de voorgestelde definitie van de EC van startups overeenkomt of afwijkt van de RVO definitie(s) en de voorgenomen definitie in het voorgestelde belastingstelsel Box 3. Hoe wordt gewaarborgd dat deze definities op elkaar blijven aansluiten?
II Antwoord / Reactie van het kabinet
Overheid.nl | Consultatie Wet fiscale stimulering startups en scale-ups.↩︎
Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 30.↩︎
Kamerstuk 21501-30, nr. 697.↩︎
Trouw, 3 maart 2026, ‘Criminelen schrijven honderden bv’s in op één adres, KVK staat machteloos’
Criminelen schrijven honderden bv’s in op één adres, KVK staat machteloos | Trouw↩︎