[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Russcher over misstanden op locaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), in het bijzonder het aanmeldcentrum Ter Apel en asielzoekerscentrum (AZC) Budel, op basis van de YouTube documentaire van Dutch Travel Maniac

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D26017, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-01 08:53, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z06612:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2079

2026Z06612

Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 29 mei 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1690

Vraag 1
Bent u bekend met de documentaire van het YouTube-kanaal Dutch Travel Maniac, waarin anonieme beveiligers, (voormalige) bewoners en winkeliers uitgebreid verklaren over structurele misstanden op COA-locaties, waaronder het aanmeldcentrum Ter Apel en AZC Budel?

Antwoord op vraag 1
Ja.

Vraag 2
Kunt u bevestigen dat er op COA-locaties, zoals volgens de documentaire in Ter Apel en Budel het geval is, op structurele basis drugs worden verhandeld, waaronder cocaïne, speed en hasj?

Vraag 3
Indien het antwoord op vraag twee bevestigend luidt, op welke locaties is dit het geval en welke maatregelen zijn er tot dusver genomen om dit te bestrijden?

Vraag 4
Indien het antwoord op vraag twee ontkennend luidt, hoe verklaart u de meerdere onafhankelijke getuigenissen hierover?

Antwoord op vragen 2, 3 en 4
Ik erken dat drugshandel, zoals volgens de documentaire in Ter Apel en Budel het geval is, voorkomt. Dat dit op structurele basis zou gebeuren, kan ik niet op basis van beschikbare cijfers bevestigen.


Vraag 5
Klopt het dat er bij het betreden van AZC-terreinen geen standaard fouillering of controle op contrabande plaatsvindt, met uitzondering van het gebouw van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?

Antwoord op vraag 5
Na eerste binnenkomst van de vreemdeling bij het aanmeldcentrum Ter Apel of Budel vindt er een veiligheidsfouillering aan lichaam, kleding en bagage plaats. Dit om de veiligheid van de (andere) aanvragers en medewerkers te waarborgen. De IND maakt momenteel gebruik van de diensten van de Rijksbeveiligingsdienst (RBO) voor het uitvoeren van deze werkzaamheden.

Zowel het AZC-terrein in Ter Apel als in Budel is extra beveiligd door plaatsing van camera’s en een hekwerk. In Ter Apel is er een extra beveiligingsteam (intern bijstandsteam) van Trigion ingezet. Veiligheid op de locatie borgt het COA dus middels bewaking en toegangscontrole. Het zorgen voor een veilige leefomgeving voor alle bewoners en medewerkers heeft de hoogste prioriteit.

Vraag 6
Indien het antwoord op vraag vijf bevestigend luidt, acht u dit verantwoord gegeven de aanhoudende signalen over wapenbezit en drugshandel op deze locaties en bent u bereid structurele toegangscontroles in te voeren?

Vraag 7
Indien het antwoord op vraag vijf ontkennend luidt, hoe verklaart u de meerdere onafhankelijke getuigenissen hierover?

Antwoord op vragen 6 en 7

Om de veiligheid op locatie te borgen is op de COA-locaties in Ter Apel en Budel bewaking en toezicht aanwezig. Bij vermoedens van strafbare feiten wordt direct opgetreden. Met deze werkwijze zie ik nu geen aanleiding om de bestaande toegangscontrole aan te passen met permanente veiligheidsfouillering.

Vraag 8
Hoe verklaart u dat bewoners van AZC's wapens zoals machetes, keukenmessen en glasscherven in hun bezit kunnen hebben op het terrein?

Antwoord vraag 8
Vooropgesteld: het bezit van wapens op COA-locaties is verboden. Bewoners worden hier bij aankomst expliciet op gewezen in relatie tot de COA-huisregels. Daarin is onder meer opgenomen dat illegale drugs en wapens verboden zijn. Desondanks komt incidenteel wapenbezit voor, wat in de praktijk verband houdt met breder overlastgevend en crimineel gedrag. Het COA doet aangifte van strafbare feiten (zoals wapenbezit) en/of doet melding bij de politie in situaties waarbij de openbare orde en veiligheid in het geding is. In die gevallen worden de wapens in beslag genomen. Aanvullend kan het COA een passende maatregel opleggen en kan de IND het aanvraagproces versnellen.

Vraag 9
Welke maatregelen worden getroffen om wapenbezit op COA-locaties te voorkomen en te bestrijden?

Antwoord op vraag 9
Wapenbezit en illegale drugs zijn volgens de huisregels van het COA verboden. Op basis van de huisregels zijn COA-medewerkers onder voorwaarden bevoegd om de woonruimte te betreden ter verplichte kamercontroles. Er vinden standaard periodieke kamercontroles plaats op COA-locaties. Dit is tevens een contactmoment met de bewoner en dat draagt bij aan signalering en sociale veiligheid. Daarnaast kan COA extra kamercontroles uitvoeren bij signalen van strafbare feiten, zoals wapenbezit. Bij feitelijke signalen van wapenbezit of illegale drugs, wordt er een melding gemaakt en/of aangifte gedaan bij de politie. De politie start dan strafrechtelijk onderzoek. Waar van toepassing legt het COA een maatregel op conform het Maatregelenbeleid van het COA en kan de IND het aanvraagproces versnellen.


Vraag 10
Is het u bekend dat beveiligers op COA-locaties verklaren dat er op wekelijkse basis massale vechtpartijen en steekincidenten plaatsvinden en dat er dagelijks kleinere opstootjes zijn?

Antwoord op vraag 10
Ja, dit signaal is bekend. Trigion noteert in opdracht van COA als beveiligingsbedrijf systematisch alle incidenten die plaatsvinden op iedere opvanglocatie van COA waar zij een toezichthoudende of uitvoerende taak hebben.

Vraag 11
Kunt u een overzicht geven van het aantal geregistreerde geweldsincidenten op COA-locaties over de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar type incident en locatie?

Antwoord op vraag 11
Jaarlijks publiceert het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum een overzicht van incidenten en verdachtenregistraties van misdrijven onder COA-bewoners die betrokken zijn bij overlast of verdacht worden van een misdrijf. De eerstvolgende zogeheten Incidentenmonitor (rapportagejaar 2025) wordt voor het zomerreces met uw Kamer gedeeld.

Parallel publiceert het COA op haar website een overzicht van incidenten per locatie van het voorgaande jaar. De geregistreerde incidenten uitgesplitst naar soort incident en COA-locatie van eerdere jaren is online op de website van het COA te raadplegen.1

Vraag 12
Klopt het dat beveiligers op COA-locaties structureel te maken hebben met fysiek geweld, waaronder bijten, bespugen en bedreigingen met wapens?

Antwoord op vraag 12
De laatste jaren is het aantal incidenten, gerelateerd aan middelengebruik, sterk toegenomen. Dit heeft ook impact op de medewerkers van het COA helemaal als dat gepaard gaat met agressie-incidenten.

Vraag 13
Wat doet u om de veiligheid van COA-medewerkers, daarmee dus ook de beveiligers, te waarborgen?

Antwoord op vraag 13

Die inzet kent meerdere fronten. Primair wordt de veiligheid geborgd met permanent toezicht en beveiliging en het inschakelen van de politie bij strafbare feiten. COA huurt voor de beveiliging professionele beveiligingsbedrijven in. Trigion noteert in opdracht van COA als beveiligingsbedrijf systematisch alle incidenten die plaatsvinden op iedere opvanglocatie van COA waar zij een toezichthoudende of uitvoerende taak hebben.

Daarnaast wordt ingezet op zorg en preventie op het gebied van middelengebruik van bewoners.

Vraag 14
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat het COA verantwoordelijkheid hiervoor afschuift naar de externe inhurende beveiligingsorganisatie?

Antwoord op vraag 14
Ik herken mij niet in dat beeld. Voor een veilige leefomgeving voor bewoners en medewerkers is de inzet van gekwalificeerde externe beveiligers onmisbaar. COA heeft een wettelijke taak voor wat betreft de opvang en begeleiding, maar heeft geen taak of bevoegdheden om strafrechtelijk op te treden. Daarom schakelt COA bij strafbare feiten de politie in.

Op lokaal niveau heeft COA vaak goede samenwerking met politie en gemeente, zodat gezamenlijk op een veilige leefomgeving op en rond de COA locatie wordt ingezet.


Vraag 15
Herkent u het beeld dat beveiligers vrezen voor hun baan indien zij misstanden naar buiten brengen?

Vraag 16
Indien het antwoord op vraag 15 ontkennend luidt, waarom geven anonieme beveiligers dit dan aan?

Antwoord op vragen 15 en 16
Nee, dat beeld herken ik niet. Beveiligingsbedrijf Trigion registreert in opdracht van COA systematisch alle incidenten die plaatsvinden op iedere opvanglocatie van COA waar zij een toezichthoudende of uitvoerende taak hebben.

Medewerkers van Trigion worden aangemoedigd om eventuele misstanden (ook vermeende) te rapporteren. Dit kan en mag ook anoniem. Elke melding, anoniem of niet, wordt serieus opgepakt en geëvalueerd. Voor het melden (ook anoniem) heeft Trigion specifieke procedures.

De mogelijkheid om (anoniem) te melden is zeker bekend bij de medewerkers van Trigion, maar wellicht minder bij tijdelijk of recent in dienst getreden medewerkers. Het COA zal bij Trigion aandacht vragen om de bekendheid van bestaande procedures verder te vergroten.

Ik betreur dat het in deze uitzending gaat om anonieme melding(en) buiten de gangbare procedures om. Deze manier van melden maakt dat gericht optreden niet mogelijk is.

Vraag 17
Bent u bereid een klokkenluidersregeling specifiek voor personeel op COA-locaties in te richten of te versterken, zodat misstanden veilig kunnen worden gemeld?

Antwoord op vraag 17

Het COA besteedt veel aandacht aan veilig werken en integriteit op locaties, zowel schriftelijk, digitaal als via het inrichten van loketten of centrale informatiepunten. Misstanden kunnen nu al veilig worden gemeld. Ik zie daarom geen aanleiding om aanvullend nog een specifieke regeling in te richten.


Vraag 18
Hoe reflecteert u op de stelling dat asielzoekers die daadwerkelijk uit oorlogsgebieden zijn gevlucht, verklaren zich structureel onveilig te voelen op COA-locaties en dat sommigen meubels tegen hun kamerdeur plaatsen om veilig te kunnen slapen?

Antwoord op vraag 18
Ik vind het onaanvaardbaar dat asielzoekers die gevlucht zijn voor oorlog en geweld, zich hier op COA-locaties onveilig voelen. Laat helder zijn: dat bewoners zelf veiligheidsmaatregelen zouden nemen, mag niet de oplossing zijn. COA-medewerkers zijn erop getraind om adequaat te handelen bij signalen van onveiligheid. Indien sprake is van overlast of overtreden huisregels kan het COA conform haar Maatregelenbeleid aan de betreffende bewoner een passende maatregel op te leggen.

Vraag 19
Hoe reflecteert u op het feit dat vrouwen en gezinnen met kinderen in AZC's aangeven zich niet vrij te kunnen bewegen vanwege intimidatie en seksuele intimidatie door medebewoners?

Antwoord op vraag 19
Ik onderstreep op dit punt de norm zoals eerder benoemd in antwoord op vraag 18. Het kabinet zet zich verder in om kwetsbare bewonersgroepen, waaronder kinderen, nog meer te beschermen. Daarom wordt nu de ambitie van het regeerprogramma uitgewerkt om betrokken daders sneller onder verscherpt toezicht te plaatsen en verblijfsrechtelijke consequenties toe te passen.

Het COA spant zich in om alleenstaande vrouwen op kamers te plaatsen waar ze zoveel mogelijk bescherming of veiligheid ervaren. Alleenstaande vrouwen worden nooit in een kamer geplaatst samen met mannen. Op de locaties wordt de fysieke veiligheid zo goed als mogelijk gewaarborgd.

Het COA valt wettelijk verplicht onder de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (net zoals alle beroepssectoren waarin professionals met kinderen en gezinnen werken). Het COA werkt met opgeleide aandachtsfunctionarissen voor de meldcode. Zij zijn getraind om signalen van geweld en onveiligheid (ook buiten het gezin) te herkennen en voeren de regie over de meldcode. Signalen van onveiligheid worden gemeld bij Veilig Thuis.

Indien nodig wordt bij acute dreiging en op advies van de politie of Veilig Thuis beschermde opvang aangeboden buiten het COA (bijvoorbeeld een plaatsing in de vrouwenopvang). Hierbij geldt dat voor vrouwelijke asielzoekers hetzelfde recht op bescherming bestaat als die geldt voor vrouwen in de Nederlandse samenleving. Ook streeft het COA ernaar om op elke opvanglocatie een contactpersoon mensenhandel en mensensmokkel aan te stellen. Deze is kennisdrager op dit gebied en het interne en externe aanspreekpunt bij zorgen over mogelijke uitbuiting van bewoners.

Vraag 20
Kunt u bevestigen dat er gevallen bekend zijn waarin bewoners van AZC's zich schuldig hebben gemaakt aan aanranding en dat de betreffende daders slechts een zogenaamde 'time-out' kregen, bestaande uit een tijdelijke overplaatsing naar een soberere kamer, waarna zij terugkeerden naar dezelfde locatie?

Antwoord op vraag 20
Vooropgesteld: aanranding is een ernstig zedendelict en volstrekt onacceptabel gedrag. Bij (vermoedens van) strafbare feiten doet het COA daarom aangifte en/of melding bij de politie. COA stimuleert ook bewoners aangifte en/of melding te doen van strafbare feiten. Het is vervolgens aan de politie om nader onderzoek te doen. De politie stuurt uiteindelijk het proces-verbaal naar het Openbaar Ministerie (OM). De officier van justitie beoordeelt vervolgens of er voldoende bewijs is en of de verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd.

Ik hecht eraan deze route zo te benoemen, om te verduidelijken dat COA als opvang- en begeleidingsinstantie slechts beperkte middelen en bevoegdheden heeft om bij incidenten op locatie zelf te normeren. Bij strafbare feiten zoals aanranding zijn primair politie en Openbaar Ministerie aan zet. Waar mogelijk legt het COA conform haar Maatregelenbeleid daarnaast ook nog maatregelen op. Deze maatregelen kunnen variëren van een waarschuwing tot intrekking van maximaal alle verstrekkingen inclusief ontzegging van toegang tot de opvanglocatie of een overplaatsing naar de handhaving en toezichtlocatie (htl). De meeste van deze maatregelen worden bij beschikking opgelegd en dienen voldoende te worden gemotiveerd.

Vraag 21
Indien het antwoord op vraag twintig bevestigend luidt, acht u dit een passende sanctie bij zedendelicten?

Vraag 22
Indien het antwoord op vraag twintig ontkennend luidt, waarom geven beveiligers en (oud)bewoners dit dan aan?

Antwoord op vragen 21 en 22
Bij ernstige incidenten, zoals een zedendelict, moet hard worden opgetreden. De primaire route is aangifte bij de politie gevolgd door een strafrechtelijk traject. Daar waar mogelijk legt het COA daarnaast een passende maatregel op kan de IND de aanvraagprocedure versnellen.

Vraag 23
Klopt het dat de zogenaamde Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) op het terrein van Ter Apel zodanig is ingericht dat bewoners eenvoudig over het hek kunnen klimmen en zich weer vrij in het centrum van Ter Apel kunnen begeven?

Vraag 24
Indien het antwoord op vraag 23 bevestigend luidt, welke maatregelen worden getroffen om dit te voorkomen?

Antwoord op vragen 23 en 24
De vbl is de vrijheidsbeperkende locatie voor uitgeprocedeerde asielzoekers2 – mogelijk wordt in de vraagstelling de verscherpte toezichtlocatie bedoeld. De vtl is geen gevangenis, maar een plek met extra begeleiding en toezicht. Mensen kunnen derhalve naar buiten. De verscherpte toezichtlocatie (vtl) en procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) in Ter Apel zijn wel middels een hoog hek gescheiden van de rest van de locatie. In geval van plaatsing in de vtl/pbl krijgen mensen een locatieverbod voor de rest van de locatie. Het komt voor dat mensen die geplaatst zijn op vtl/pbl alsnog proberen om over het hek te klimmen om zodoende toegang te hebben tot de rest van de locatie.

Vraag 25
Kunt u reflecteren op de verklaring van beveiligers dat naar schatting 80% van de incidenten niet wordt gerapporteerd of openbaar gemaakt?

Antwoord op vraag 25
Het COA instrueert eigen medewerkers om incidenten consequent te registeren. Op die manier vindt dossieropbouw plaats en wordt overlastgevend gedrag genormeerd.

Het COA is daarbij mede afhankelijk van bewoners van de locatie voor het rapporteren van incidenten waar COA medewerkers zelf geen getuige van zijn geweest. Tegelijkertijd moet worden erkend dat de situatie in Ter Apel, mede gelet op de hoge bezetting, regelmatig onder druk staat. Dat neemt niet weg dat het uitgangspunt blijft dat incidenten moeten worden gerapporteerd.

Vraag 26
Kunt u uitsluiten dat het COA tijdens inspectiedagen of bezoeken van Tweede Kamerleden bewust bewoners per touringcar laat wegrijden van locaties om de bezettingsgraad en de situatie gunstiger voor te stellen dan deze in werkelijkheid is?

Vraag 27
Indien het antwoord op vraag 26 bevestigend luidt, op basis waarvan kunt u dit uitsluiten?

Vraag 28
Indien het antwoord op vraag 26 ontkennend luidt, bent u bereid hier onafhankelijk onderzoek naar te laten doen?

Antwoord op vragen 26, 27 en 28

Het COA heeft mij verzekerd dat hier geen sprake van is. Het is immers het COA die de afgelopen jaren aandacht heeft gevraagd voor de bezettingsgraden op locaties en daarmee de noodzaak voor uitbreiden van structurele capaciteit.


Vraag 29
Klopt het dat bewoners die bij dergelijke verplaatsingen worden betrokken financiële compensaties ontvangen?

Antwoord op vraag 29
Nee.


Vraag 30
Indien het antwoord op vraag 26 bevestigend luidt, om welke bedragen gaat het en uit welke begrotingspost worden deze gefinancierd?

Antwoord op vraag 30
Zie antwoord 29.

Vraag 31
Bent u bereid structurele, onaangekondigde inspecties op COA-locaties in te voeren, zodat een realistisch beeld van de dagelijkse situatie kan worden verkregen?

Antwoord op vraag 31

De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) houdt toezicht op uitvoeringsorganisaties die werken binnen de domeinen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie JenV voert regelmatig locatiebezoeken op COA-locaties uit, in Ter Apel is zelfs sprake van doorlopend toezicht. De Inspectie JenV opereert onafhankelijk en bepaalt op basis van de informatiebehoefte en risico’s waar zij toezicht uitvoert.

Vraag 32
Klopt het dat de eerste screening door de IND in sommige gevallen bestaat uit slechts een beperkt aantal ja/nee-vragen?

Antwoord op vraag 32

Nee, dat klopt niet. De eerste screening wordt thans uitgevoerd door Dienst Identificatie en Registratie Asielzoekers (DISA). Tijdens dit eerste contactmoment is het doel om een asielzoeker te identificeren en registreren. Hiervoor worden gestandaardiseerde vragen gesteld om feiten te checken, verkennende open vragen ter identificering en biometrie afgenomen. De registratie dient als start voor het vervolgproces bij de IND en toelating tot de opvang.

Vraag 33
Indien het antwoord op vraag 32 bevestigend luidt, acht u dit toereikend om potentiële veiligheidsrisico's te identificeren?

Antwoord op vraag 33
Zoals toegelicht in antwoord 32 zijn er meer mogelijkheden om veiligheidsrisico’s te identificeren, waaronder de afname van biometrie.


Vraag 34
Wordt er bij de aanmelding in Ter Apel gebruikgemaakt van gezichtsherkenning of biometrische verificatie? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit in te voeren?

Antwoord op vraag 34
DISA neemt biometrische gegevens (vingerafdrukken) en gezichtsopnamen (foto’s) af met behulp van de Basis Voorziening Identiteit vaststelling (BVID)-zuil. Deze gegevens worden vergeleken met de bestaande gegevens in de nationale en internationale (politie) informatiesystemen HAVANK, EUVIS, EURODAC en SIS. Bij een ‘hit’ in een van de systemen informeert DISA de Koninklijke Marechaussee (KMar) en/of politie.

Vraag 35
Wat is uw reactie op het signaal dat asielzoekers massaal paspoorten en identiteitsdocumenten weggooien of verscheuren voorafgaand aan hun aanmelding en dat er gehandeld wordt in valse paspoorten via mensensmokkelnetwerken?

Antwoord op vraag 35
Het komt voor dat asielzoekers zich van identiteitsdocumenten ontdoen of valse/vervalste identiteitsdocumenten overleggen. De ervaring is dat slechts een minderheid van de asielzoekers identiteitsdocumenten overlegt waarmee hun identiteit kan worden gestaafd.

Wanneer een persoon asiel heeft aangevraagd, is het OM op dat moment niet-ontvankelijk volgens jurisprudentie van de Hoge Raad. De zaak wordt dan geseponeerd. Vanzelfsprekend blijft de mogelijkheid bestaan om verdachte (ook) te vervolgen voor andere feiten.

Het vervolgingsbeleid van het OM laat onverlet dat de IND in het kader van de asielaanvraag het overleggen van valse identiteitsdocumenten of onjuiste verklaringen over identiteit, nationaliteit en herkomst betrekt in de beoordeling van de asielaanvraag.

Vraag 36
Welke maatregelen worden getroffen om identiteitsfraude tegen te gaan?

Antwoord op vraag 36
Valse of vervalste identiteitsdocumenten die in de asielprocedure zijn overlegd, worden door IND altijd overhandigd aan politie of KMar. Bij een redelijk vermoeden van fraude met identiteits- of brondocumenten wordt aangifte gedaan. Ook wordt deze informatie betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag.

Artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag heeft ten doel echte vluchtelingen die noodgedwongen gebruik hebben moeten maken van valse of vervalste documenten om hun land te verlaten te beschermen tegen strafrechtelijke vervolging mits zij zich onverwijld bij de autoriteiten melden. Het is dan onvermijdelijk dat strafvervolging eerst kan plaatsvinden nadat in de asielprocedure is vastgesteld dat de vreemdeling geen vluchteling is.

Er wordt daarom door het OM navraag gedaan bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst of verdachte asiel heeft aangevraagd en na één week wordt nagegaan of de IND dit heeft bevestigd. Wanneer een verdachte asiel heeft aangevraagd, is het OM op dat moment niet-ontvankelijk volgens jurisprudentie van de Hoge Raad. De zaak wordt dan geseponeerd. Als blijkt dat niet binnen een week asiel is aangevraagd, zal het OM in beginsel overgaan tot strafvervolging. Vanzelfsprekend blijft de mogelijkheid bestaan om verdachte (ook) te vervolgen voor feiten anders dan artikel 231 Sr.

Vraag 37
Kunt u toelichten waarom de politie, zoals door meerdere bronnen uit de documentaire wordt gesteld, beperkt in staat is om op te treden tegen bewoners van AZC's die zich schuldig maken aan strafbare feiten, omdat deze geen Nederlandse identiteit hebben?

Antwoord op vraag 37
De politie is niet beperkt omdat bewoners van een AZC geen Nederlandse identiteit zouden hebben, strafbare feiten zijn voor iedereen strafbaar. De dagelijkse orde en naleving van huisregels liggen bij het COA en de particuliere beveiliging. De politie treedt in de praktijk op zodra er een strafbaar feit is of als het COA/de beveiliging de politie inschakelt, bij spoed komt de politie uiteraard direct.

Vraag 38
Is het u bekend dat winkeliers in de omgeving van AZC's te maken hebben met bedreigingen, bespuging, diefstal en seksuele intimidatie door bewoners?

Antwoord op vraag 38
Het is mij bekend dat ondernemers en omwonenden overlast ondervinden van een groep asielzoekers. Daarom is de inzet vanuit de lokale driehoek, strafrechtketen en vreemdelingenketen erop gericht om de daders snel en effectief aan te pakken om zo het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen, die ook last hebben van het gedrag van sommige medebewoners, te behouden.

Vraag 39
Bent u bereid met de betrokken gemeenten in gesprek te gaan over aanvullende maatregelen ter bescherming van lokale ondernemers?

Antwoord op vraag 39
Overlast wordt op lokaal niveau ervaren. Daarom is naast een nationale aanpak lokaal maatwerk nodig. Om deze lokale aanpak binnen gemeenten te ondersteunen, is ook voor 2026 budget beschikbaar gesteld voor (gedeeltelijke) financiering van lokale maatregelen. Deze regeling geeft gemeenten de mogelijkheid om zelf te bepalen welke maatregelen het beste bij de ervaren problematiek past, zoals inzet van beveiligers of cameratoezicht in winkelgebied.

Vraag 40
Hoe beoordeelt u het feit dat omwonenden van het AZC in Lochem een vergoeding van 1.000 euro van de overheid ontvangen om hun woningen beter te beveiligen? Wat zegt dit volgens u over de veiligheidssituatie rondom AZC's?

Antwoord op vraag 40
In dit verband verwijs ik naar de beantwoording van Kamervragen van 30 maart jl.3

Vraag 41
Deelt u de mening dat het onverantwoord is om nieuwe AZC's te openen zolang de veiligheid op bestaande locaties niet op orde is, zowel voor bewoners als voor omwonenden en personeel?

Vraag 42
Indien het antwoord op vraag 41 ontkennend luidt, waarom niet?

Antwoord op vragen 41 en 42
Het openen van een nieuwe COA-locatie gebeurt altijd met aandacht voor veiligheid, waarbij het COA samenwerkt met gemeenten, politie en andere hulpdiensten. Veiligheid is een integraal onderdeel van de opvangstrategie.

Vraag 43
Bent u bereid een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar de wijze waarop het COA omgaat met veiligheidsincidenten, de registratie daarvan en het functioneren van interne klachtenprocedures?

Antwoord op vraag 43

In dit verband verwijs ik naar de rol van de Inspectie van Justitie en Veiligheid, zie antwoord 31.


  1. COA - Incidentenregistraties | www.coa.nl↩︎

  2. Nadere toelichting: Vreemdelingen verblijven in de VBL op grond van een vrijheidsbeperkende maatregel (op basis van artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000). Deze wordt opgelegd door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV). Vreemdelingen in een VBL mogen de locatie verlaten, maar zijn verplicht binnen de grenzen van de gemeente Westerwolde te blijven.↩︎

  3. Antwoord op vragen van de leden Lammers, Schilder en Ten Hove over het bericht dat omwonenden van het azc in Lochem geld krijgen om hun eigen veiligheid te regelen.↩︎