Antwoord op vragen van de leden Vliegenthart en Mohandis over de collectieve erkenning en het cultureel erfgoed van de Molukse gemeenschap
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D26049, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-01 08:55, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z08714:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2080
Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 29 mei 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de evaluatie van het beleid rond collectieve
erkenning, waarin wordt vastgesteld dat het Moluks Historisch Museum
geen structurele financiering kent, in tegenstelling tot andere partners
binnen Sophiahof?
Antwoord op vraag 1
Ja, dat ben ik.
Vraag 2
Hoe verklaart u dit verschil in de toekenning van structurele
financiering, ondanks expliciete constatering in de evaluatie die op uw
verzoek is uitgevoerd door Panteia, tot op heden niet is gecorrigeerd?
Kunt u toelichten waarom voor het Moluks Historisch Museum, in
tegenstelling tot andere partners binnen Sophiahof, na 2026 geen
structurele borging van financiering en huisvesting is gerealiseerd?
Vraag 3
Vindt u dat hiermee sprake is van systematische ongelijke behandeling
binnen het beleid voor oorlogsgetroffenen en meer specifiek de
uitvoering van de regeling collectieve erkenning van Indisch Moluks
Nederland? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit tegen
te gaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord op vraag 2 en 3
Het beleid van de collectieve erkenning richt zich op alle gemeenschappen in Nederland, waaronder de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen. Om een pleisterplaats te bieden aan al deze gemeenschappen is in 2019 Museum Sophiahof van Indië tot nu (hierna: Sophiahof) opgericht.
Het Moluks Historisch Museum (MHM) te Utrecht moest in 2012 noodgedwongen sluiten vanwege onvoldoende structurele inkomsten. Vervolgens is MHM een aantal jaar als kenniscentrum gehuisvest geweest in het Moluks Kerkelijk Centrum te Houten, waar de toekomst van de organisatie ook onzeker was. Omdat de geschiedenis van de Molukse gemeenschap nadrukkelijk onderdeel vormt van de collectieve erkenning en om deze geschiedenis toch te borgen, ontvangt MHM subsidie om deze rol te kunnen vervullen. Deze subsidie ontvangt MHM niet zozeer als apart museum, maar als onderdeel van de Sophiahof. Daarbij staat VWS garant voor de huisvestingskosten van de Sophiahof.
In de Sophiahof is, naast MHM, een aantal andere organisaties gehuisvest die verschillende rollen vervullen.1 Met deze partners ben ik een traject gestart hoe gezamenlijk de samenwerking, visieontwikkeling en strategische richting van de Sophiahof verder uit te werken, om daarmee de Sophiahof dé nationale plek te maken voor alle gemeenschappen van de collectieve erkenning. Ik wil graag dit traject dat naar verwachting tot eind 2027 loopt (met mogelijke uitloop tot 2028), afwachten. Om ervoor te zorgen dat de Molukse geschiedenis een goede plek in dit traject krijgt, is aan MHM toegezegd de projectsubsidie voor de komende jaren voort te zetten.
Vraag 4
Hoe reflecteert u op het feit dat Sophiahof geen depotruimte heeft
waardoor het Moluks Historisch Museum is aangewezen op tijdelijke
opslagruimten, met als gevolg dat de collectie en het archief van het
museum, die grotendeels tot stand zijn gekomen door schenkingen vanuit
de Molukse gemeenschap, geen vaste thuis hebben en dus niet
toekomstbestendig geborgd zijn?
Vraag 5
Deelt u de mening dat het behouden en bewaren van erfgoed van Molukse
gemeenschappen uit de koloniale diaspora onderdeel is van onze
herinneringscultuur en bijdraagt aan de erkenning, herstel en zorg
waarin het beleid oorlogsgetroffenen ook voorziet? Zo ja, welke concrete
maatregelen wilt u nemen om dit te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u van mening dat het Rijk de verantwoordelijkheid draagt om de
collectie van het Moluks Historisch Museum een vast thuis te geven, met
de garantie dat de collectie in Molukse handen blijft? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 7
Bent u bereid om, in overleg met de Molukse gemeenschap, te komen tot
een structurele en toekomstbestendige huisvesting van de collectie op
een plek die betekenisvol is voor de Molukse gemeenschappen?
Antwoord op vraag 4 tot en met 7
Het beleid van collectieve erkenning is ontstaan als brede erkenning van de gebeurtenissen en het leed dat mensen in Nederlands-Indië/Indonesië hebben doorstaan gedurende de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en datgene dat zij na aankomst in Nederland hebben meegemaakt.2 De ambities van dit beleid zijn het zichtbaarder maken van het erfgoed van de gemeenschappen met binding tot Nederlands-Indië/Indonesië en het vergroten van de kennis van deze geschiedenis. De aankomende jaren zet VWS daarbij vooral in op het bestendigen van de belangrijkste resultaten, te weten: pleisterplaats Sophiahof en de digitale ontmoetingsplek ‘Ons Land’.3
De collectie van het MHM is onderdeel van dit omvangrijke erfgoed. Daarom is door VWS afgelopen jaren extra geïnvesteerd om deze collectie ‘uit te pakken’ en op te schonen, zodat deze kan worden tentoongesteld in onder meer de Sophiahof. De borging van de collectie brengt veel kosten met zich mee, die niet allemaal voorzien waren. Dit vormt een knelpunt. Voor deze specifieke collectie draagt het Rijk geen bijzondere verantwoordelijkheid, maar ik vind het wel van belang dat de collectie in het kader van de collectieve erkenning toegankelijk en zichtbaar blijft, in de eerste plaats voor de Molukse gemeenschappen, maar ook voor de bredere Nederlandse samenleving. Daarom denkt mijn ministerie met MHM mee over het vinden van een oplossing voor de borging van deze collectie.
Het Indisch Herinneringscentrum (IHC) is een van de vijf nationale herinneringscentra in Nederland, Stichting Beheer Sophiahof (SBS) is opgericht met als doel het beheer en behoud van de Sophiahof, Stichting Pelita houdt kantoor in de Sophiahof, maar is ook verbonden met ARQ i.v.m. de zorg voor de eerste generatie oorlogsgetroffenen, Stichting Nationale Herdenking 15 augustus ‘45 verzorgt de nationale herdenking en het Indisch Platform is een vrijwilligersorganisatie die de belangen van de Indische gemeenschap behartigt.↩︎
Kamerstukken II 2016/2017, 20 454, nr. 126↩︎
Kamerstukken II 2024/2025, 20 454, nr. 209↩︎