[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voortgang modernisering staatsnoodrecht

Beleidsplan Crisisbeheersing

Brief regering

Nummer: 2026D26094, datum: 2026-05-29, bijgewerkt: 2026-06-03 16:49, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29668 -74 Beleidsplan Crisisbeheersing .

Onderdeel van zaak 2026Z11453:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29668 Beleidsplan Crisisbeheersing

26956 Beleidsnota Rampenbestrijding

Nr. 74 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2026

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van het traject modernisering staatsnoodrecht, zoals ook toegezegd door de voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens de toenmalig minister van Justitie en Veiligheid, tijdens het commissiedebat Staats- en bestuursrecht van 11 december 2025. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft daarbij toegezegd dat in deze brief wordt meegenomen welke stappen al gezet zijn en welke stappen nog genomen moeten worden, de prioriteiten wat betreft het dreigingsniveau daarbij en de in het verleden voorgenomen inzet van noodbevoegdheden uit de Vreemdelingenwet 2000. Met deze brief doe ik deze toezeggingen gestand.

In deze brief worden de waarborgen tegen oneigenlijk gebruik van staatsnoodrecht uiteengezet. Vervolgens wordt ingegaan op de toezegging om in te gaan op de in het verleden voorgenomen inzet van noodbevoegdheden uit de Vreemdelingenwet 2000. Daarna wordt per departement ingegaan op de voortgang van de modernisering van het staatsnoodrecht in het afgelopen jaar en de beoogde planning voor komend jaar waarbij alle departementen rekening houden met de Rijksbrede Risicoanalyse (RbRa).

Tot slot heeft de staatssecretaris tijdens het commissiedebat in december toegezegd de Raad van State om advies te vragen over de invulling van het begrip “buitengewone omstandigheden” in het kader van waarborgen rondom het inzetten van het staatsnoodrecht. Dit verzoek heb ik inmiddels aan de Afdeling advisering van de Raad van State gedaan. Een afschrift van het verzoek daartoe treft u aan als bijlage bij deze brief.

Waarborgen staatsnoodrecht

Bij brief van 6 december 2022 is het stelsel van staatsnoodrecht eerder aan de Tweede Kamer uiteengezet.1 Tijdens het commissiedebat over staats- en bestuursrecht van 11 december 2025 bleek dat in uw Kamer met name zorgen bestaan of er wel voldoende waarborgen bestaan tegen oneigenlijk gebruik van de zogenaamde separate toepassing van één of meerdere bepalingen van staatsnoodrecht, buiten een noodtoestand.

Systematiek

In de Nota naar aanleiding van het verslag bij de Cwu werd over separate toepassing ook gezegd: “Hierbij moet worden bedacht dat de buitengewone omstandigheden waarin sprake kan zijn van separate toepassing van enkele noodwetten nog zodanig «licht» zijn dat alle organen van de staat, waaronder niet in de laatste plaats het parlement, hun gewone werk voortzetten. Ook de schrijvende pers, radio en televisie – om enkele andere voorbeelden te noemen – functioneren normaal”. Zie Kamerstukken II 1994-1995, 23790, nr. 5. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de noodzaak om niet elke buitengewone bevoegdheid pas in werking te kunnen stellen na het uitroepen van een noodtoestand, heeft geleid tot de keuze separate toepassing mogelijk te maken. Dat betekent dat één of meerdere bepalingen uit het staatsnoodrecht in werking kunnen worden gesteld zonder eerst een noodtoestand uit te roepen. Deze mogelijkheid is bedoeld voor situaties waarin zich buitengewone omstandigheden voordoen die niet zo ernstig zijn dat zij tot afkondiging van een noodtoestand hoeven te leiden, maar die wel van dien aard zijn dat over één of meerdere noodbepalingen moet worden beschikt.2

Bij de invoering van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden is daarom met een separate invoeringswet in tientallen wetten3 een standaardbepaling opgenomen waarin de zogenaamde separate toepassing is geregeld.4 Deze standaardbepaling bevat procedurele en materiële waarborgen tegen oneigenlijk gebruik.

Procedurele waarborgen zijn dat deze noodbevoegdheden pas in werking kunnen worden gesteld na een koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president. Vervolgens moet de regering onverwijld een voorstel voor een voortduringswet indienen bij de Tweede Kamer, zodat het parlement in de gelegenheid wordt gesteld zich uit te spreken over de inwerkingstelling. Verwerpen de Staten-Generaal het voorstel, dan wordt de inwerkingstelling onverwijld bij koninklijk besluit, op voordracht van de minister-president beëindigd.

Naast deze procedurele waarborgen, gelden ook materiële waarborgen. De aanwezigheid van buitengewone omstandigheden moet worden onderbouwd. Daarbij moet gemotiveerd worden dat sprake is van een toestand waarin vitale belangen van de staat worden bedreigd en normale bevoegdheden niet volstaan om deze bedreiging tegen te gaan.

De maatregelen moeten voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat betekent dat de getroffen maatregelen noodzakelijk moeten zijn om die buitengewone omstandigheden het hoofd te bieden. De maatregelen moeten geschikt zijn om hun doel te bereiken, niet verder gaan dan nodig, en er moeten geen minder vergaande maatregelen zijn om dat doel te bereiken. De maatregelen moeten bovendien in overeenstemming zijn met het recht van de Europese Unie en het internationale recht. Op alle beleidsterreinen is dit een belangrijke factor.

Naast de specifiek voor het staatsnoodrecht geldende waarborgen zijn er ook elementen van de democratische rechtsstaat die van belang zijn om oneigenlijk gebruik van staatsnoodrecht te voorkomen.

Zo vormt ambtelijke advisering een drempel tegen oneigenlijk gebruik van staatsnoodrecht.5 Bij die ambtelijke advisering zal, naast het bovenstaande, ook rekening worden gehouden met de (internationale) rechtspraak, wetenschappelijke inzichten en beschikbare feiten.

In dit verband kan vanzelfsprekend ook de rechterlijke macht niet ongenoemd blijven.6

Tot slot zijn er binnen een democratische samenleving voorts tal van actoren die besluitvorming beïnvloeden zoals organen van internationale organisaties, de media, de wetenschap, belangenorganisaties en het overige maatschappelijke veld. Ook daar liggen waarborgen in besloten.

Toepassing

Waar mogelijk zal het kabinet altijd het parlement vooraf informeren7 als wordt gemeend dat inzet van staatsnoodrecht noodzakelijk is, in aanvulling op de wettelijke verplichting om onverwijld een voortduringswet in te dienen. Het zal echter niet altijd mogelijk zijn om het parlement vooraf over de inzet van staatsnoodrecht te informeren, omdat het staatsnoodrecht nu juist is ingericht op snel en adequaat handelen. Daarom is voorzien in verantwoording achteraf. De verplichting om uit eigen beweging het parlement gegevens te verstrekken, blijft natuurlijk ook voor bewindspersonen bestaan nadat staatsnoodrecht is geactiveerd.8 Daarbij staan het parlement ook alle middelen die het normaliter heeft ter beschikking, in aanvulling op de specifieke waarborgen voor het staatsnoodrecht. Als de situatie zodanig is dat het parlement niet vooraf kan worden geïnformeerd, dan zal dat onverwijld daarna gebeuren. Het kabinet heeft voorts, in lijn met de motie van het lid Stoffer (SGP)9, aangegeven uiterst terughoudend om te gaan met de inzet van het staatsnoodrecht en bijbehorende bevoegdheden.10

In het licht van het voorgaande is er daarom vooralsnog geen noodzaak om de bestaande waarborgen aan te passen. De beste waarborgen tegen oneigenlijk gebruik van staatsnoodrecht zijn het koesteren van de democratische rechtsstaat, de grondrechten en de parlementaire democratie. Mocht de het eerder gevraagde voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State andere inzichten komen, dan zal het kabinet dit standpunt uiteraard heroverwegen.

Gang van zaken noodmaatregelen op asielterrein

In het debat van 30 juni 2022 is door de toenmalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toegezegd nader in te gaan op de gang van zaken rond de voorgenomen inwerkingstelling van artikel 111 van de Vreemdelingenwet 2000.11

Op 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer een juridische verkenning toegezonden naar de mogelijkheden van een asielbeslisstop en enkele andere maatregelen, onder andere op de voet van artikel 111 van de Vreemdelingenwet 2000.12 Het kabinet heeft in deze brief toen toegelicht dat het de inwerkingstelling van artikel 111 op dat moment niet gerechtvaardigd achtte.

In het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 van PVV, VVD, NSC en BBB13 kondigden deze partijen aan dat het voornemen bestond artikel 111 van de Vreemdelingenwet 2000 in werking te stellen op grond van artikel 110 van die wet om daarmee bij algemene maatregel van bestuur, mits dragend gemotiveerd, bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 buiten werking te stellen.

In het regeerprogramma van september 202414 heeft het toenmalige kabinet Schoof dit voornemen nader uitgewerkt. Over dit onderwerp is vervolgens uitgebreid gedebatteerd in de Tweede Kamer.15 Tijdens de debatten die hierover werden gevoerd, uitten diverse Kamerleden hun zorg over deze voorgenomen inwerkingstelling.

Na deze debatten heeft het kabinet het voornemen niet doorgezet. In de brief van 25 oktober 202416 meldde het toenmalige kabinet daarover dat er voor is gekozen om te komen met een asielnoodmaatregelenwet via een regulier wetgevingstraject, en een aantal belangrijke aanvullende maatregelen. In deze brief werd de inwerkingstelling van artikel 111 van de Vreemdelingenwet 2000 niet meer genoemd. Dit artikel is dan ook nooit in werking gesteld.

Voortgang departementen

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het afgelopen jaar een fundament gelegd voor de brede (interdepartementale) moderniseringsopgave. Hierbij is een nauwe samenwerking ontstaan met alle betrokken departementen en stakeholders. De voorgenomen planning uit de routekaart blijkt echter niet haalbaar door de complexiteit, samenhang met andere wetten en de zorgvuldige afweging van vergaande bevoegdheden die het staatsnoodrecht kent.

Gelet op de huidige stand van zaken, de toenemende geopolitieke spanningen, hybride dreigingen en de aandacht voor (maatschappelijke) weerbaarheid en de beschikbare capaciteit, is ervoor gekozen om de volgende planning en prioritering aan te houden.

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt naar verwachting rond de zomer van 2026 bij uw Kamer ingediend. Er wordt naar gestreefd om de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag in 2027 in consultatie te brengen waarin de herziening van de staatsnoodrechtbepalingen uit de Wet veiligheidsregio's en de Veiligheidswet BES worden meegenomen. Met deze herziening vindt een noodzakelijke modernisering plaats van huidige bevoegdheden op het domein van openbare orde en veiligheid tegen allerhande huidige en toekomstige dreigingen. Regels die zien op rijksheren zullen worden geharmoniseerd. De Wet verplaatsing bevolking zal daarna worden opgepakt naarmate het wetsvoorstel met betrekking tot de herziening van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag verder gevorderd is.

De Noodwet rechtspleging, de onteigeningswet, de Onteigeningswet BES worden zo spoedig mogelijk naar gelang prioritering in behandeling genomen. Ook wordt bezien of de verschillende wetten op het terrein van rechtsbescherming en schadeloosstelling moeten worden geharmoniseerd.

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt aan de modernisering van de economische staatsnoodwetgeving. Dit doet het in nauwe samenwerking met de ministers van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), gelet op de bevoegdheden van deze bewindspersonen in de economische staatsnoodwetgeving. In de Kamerbrief van 13 februari 2025 staat aangegeven dat bij de modernisering wordt gewerkt aan een wetsvoorstel ter vervanging van de Distributiewet, de Hamsterwet en de Vorderingswet.

Het afgelopen jaar is, in aanvulling op de eerdere inventarisatie, de economische staatsnoodwetgeving in haar geheel tegen het licht gehouden met het oog op de benodigde modernisering. Hieruit komt de conclusie voort dat het, gelet op de inhoudelijke samenhang van de onderlinge wetten, wenselijk is om naast de Vorderingswet, Distributiewet en Hamsterwet ook de bevoegdheden uit andere wetten in het wetsvoorstel op te nemen en tot een integraal wetsvoorstel te komen. Daarbij komen de huidige verschillende economische (staatsnood)wetten komen te vervallen. Dit betreft de bevoegdheden uit Prijzennoodwet, de Bodemproductiewet 1939, de Noodwet voedselvoorziening en waarschijnlijk ook de Wet beschikbaarheid goederen en de Wet medewerking verdedigingsvoorbereiding.

Bij de modernisering wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden tot harmonisatie tussen de afzonderlijke wetten en worden de bevoegdheden in het licht van de huidige tijdsgeest en het door het kabinet geschetste kader van het staatsnoodrecht bekeken. Het streven is om het wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2026 gereed te hebben voor publieke consultatie. Tevens is EZK begonnen aan het traject om het nooddistributiesysteem te vernieuwen in afstemming met betrokken departementen en stakeholders.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ten aanzien van de modernisering van de Noodwet Arbeidsvoorziening heeft het afgelopen jaar veel voorbereidend werk plaatsgevonden. Op dit moment wordt gewerkt aan het wetsvoorstel waarmee enkele wijzigingen zullen worden doorgevoerd. De planning is er op gericht om het wetsvoorstel eind van dit jaar te kunnen uitsturen voor internetconsultatie en andere toetsen. Inwerkingtreding is vooralsnog voorzien per 1 januari 2028.

Het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc) is op 6 mei ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel heeft als doel om levensvatbare bedrijven tijdens een crisis buiten het ondernemersrisico te ondersteunen bij het behouden van zoveel mogelijk werknemers. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2029. Voor de noodbevoegdheden die zijn opgenomen in het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis is geen inwerkingstelling nodig omdat ze zijn toegespitst op specifieke en begrensde situaties met een beperkte impact op werknemers. Dit wordt nader toegelicht in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel.

Ministerie van Financiën

Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 13 februari 2025, is het ministerie van Financiën in 2025 begonnen met een verkenning ten behoeve van de herziening van de Noodwet financieel verkeer. Deze verkenning loopt door in 2026. Er vinden gesprekken plaats met de relevante toezichthouders de Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), zodat hun inzichten en aandachtspunten kunnen worden meegenomen in de beoordeling in hoeverre aanpassingen aan de Noodwet financieel verkeer opportuun zijn. De verwachting is dat de minister van Financiën rond de zomer een besluit neemt over de uitkomsten van de verkenning en over de noodzaak en mate van herziening. Afhankelijk daarvan zal mogelijk vanaf de tweede helft van 2026 een voorstel voor een wijzigingswet worden opgesteld.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Zoals in de Kamerbrief van 13 februari 2025 aangegeven, is eind 2025 een start gemaakt met de voorbereiding van een wetsvoorstel ter modernisering van de Noodwet Geneeskundigen. Op basis van een eerste doorlichting zijn in genoemde brief twee inhoudelijke maatregelen aangekondigd. De eerste is de toevoeging van de mogelijkheid om de verplichting tot periodieke registratie in een register als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) op te schorten in buitengewone omstandigheden. De tweede is de mogelijkheid voormalig zorgmedewerkers zonder registratie in te zetten tijdens buitengewone omstandigheden. Inmiddels is geconcludeerd dat de Noodwet Geneeskundigen al in die mogelijkheid voorziet. Deze tweede maatregel hoeft daarom niet toegevoegd te worden. In het kader van de voorbereiding van het wetsvoorstel wordt voorts bezien of – behalve de eerstgenoemde maatregel – nog andere wijzigingen van de Noodwet Geneeskundigen nodig zijn. Onder meer de bepalingen omtrent de toedeling en uitoefening van bevoegdheden worden tegen het licht gehouden. Naast dergelijke meer inhoudelijke onderwerpen, gaat de aandacht ook uit naar een aantal juridisch-technische verbeteringen en wijzigingen van beperkte aard, De verwachting is dat het wetsvoorstel in de loop van 2026 nader vorm gaat krijgen en daarna gereed zal zijn voor consultatie.

Voor wat betreft de herziening van de Wet publieke gezondheid gelden de uitgangspunten zoals met uw Kamer gedeeld in de routekaart van 10 oktober 202317 onverkort. Nadat de aanpassingen van het bredere (staats)nood- en crisisrecht zijn afgerond, zal worden bezien of en, zo ja, welke aanpassingen van de Wet publieke gezondheid nodig zijn om de consistentie te bewaken.

Ministerie van Defensie

In de brief van 13 februari 2025 staat dat de Minister van Defensie in het kader van de modernisering van het (staats)nood- en crisisrecht, werkt aan een herziening van de Oorlogswet voor Nederland (OWN) en ernaar wordt gestreefd om uiterlijk eind 2025 een voorstel voor een herziene OWN gereed te hebben voor consultatie. Deze planning moet worden bijgesteld.

Zoals in de beleidsbrief van de Minister van Defensie van 12 mei 2026 is beschreven, maakt de herziening van de OWN onderdeel uit van een breder pakket aan wetgeving waar Defensie aan werkt, waaronder ook de Wet op de defensiegereedheid en de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017).18 Het is niet mogelijk gebleken om eind 2025 een voorstel voor een herziene OWN gereed te hebben voor consultatie.

Op dit moment wordt door de verschillende defensieonderdelen bezien welke aanpassingen van de OWN nodig zijn om de OWN aan te laten sluiten bij de dreigingen die er vandaag de dag zijn dan wel in de nabije toekomst kunnen ontstaan. Dit proces dient zorgvuldig te worden doorlopen. Gezien de stand van zaken op dit moment acht de Minister van Defensie het reëel dat er in de tweede helft van dit jaar een voorstel tot herziening van de OWN gereed is voor consulatie.

De Minister van Defensie is gelijktijdig doorlopend aan het inventariseren welke overige noodwetgeving mogelijk herzien moet worden waar Defensie verantwoordelijk voor is, zoals aangekondigd in de brief van 13 februari 2025. Na het gereed komen van een voorstel tot herziening van de OWN zal de Minister van Defensie deze inventarisatie afronden.

Ten slotte werkt het ministerie van Defensie met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in gezamenlijkheid met de ministeries van Algemene Zaken en van Justitie en Veiligheid, aan de hierboven genoemde grondige herziening van de Wiv 2017. Vanwege de toenemende militaire en hybride dreigingen wereldwijd en het cruciale werk van de diensten ingeval van oplopende (geopolitieke) spanningen, wordt voorgesteld om in de nieuwe Wiv enkele bepalingen van staatsnoodrecht op te nemen. Het uitgangspunt is om het reguliere stelsel van de wet toe te rusten op de taakuitvoering van de diensten in de huidige en voorzienbare oplopende spanningen en dreiging. Zo wordt de wet in de basis al zo crisisbestendig als mogelijk. Ingeval van buitengewone omstandigheden kan het echter aangewezen zijn om door middel van (separate toepassing van) staatsnoodrecht de diensten in staat te blijven stellen hun werkzaamheden onverminderd voort te zetten en de nationale veiligheid te kunnen blijven beschermen. Het streven is om het concept-wetsvoorstel voor een herziene Wiv medio 2026 in consultatie te geven.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

In 2025 is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) gestart met de inventarisatie naar mogelijke lacunes en knelpunten in het nood- en crisisrecht. Hierbij wordt ook bezien of bestaande noodregels nog actueel zijn of eventueel toe zijn aan modernisering. De inventarisatie concentreert zich op de vitale beleidsdomeinen van het ministerie van IenW, zoals: transport (wegen/spoor/lucht/vaarwegen), keren en beheren, afvalwater, meteorologie, nucleair, plaats en tijdbepaling, drink- en afvalwater, chemie en afval. Naar verwachting wordt deze inventarisatie halverwege 2026 afgerond, waarna men aan de slag gaat met de noodzakelijke aanpassingen.

In de Kamerbrief van 2025 is aangegeven dat er al concreet zou worden gekeken naar een mogelijke wettelijke basis voor drinkwaterrestricties. Hiervoor heeft het ministerie van IenW overleg gehad met de crisispartners (het Ministerie van JenV, de Nationale Politie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de veiligheidsregio’s). De crisispartners hebben daarbij geconcludeerd dat het opleggen van drinkwaterrestricties, bijvoorbeeld in situaties van langdurige droogte, niet uitvoerbaar en handhaafbaar is. Daarom is besloten hiervoor geen wijziging van de Drinkwaterwet in gang te zetten. Er zal vooral worden ingezet op communicatie en het bevorderen van drinkwaterbewustzijn om crisissituaties zoveel mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld als onderdeel van campagnes onder de brede communicatiekoepel ‘Leven met water’. In het kader van het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid zal nog worden bezien of er andere maatregelen voor drinkwater bij rampen en noodsituaties nodig zijn.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een wetsvoorstel in voorbereiding dat strekt tot modernisering van het noodrecht op de terreinen van onderwijs en cultuur. Hierin worden de bestaande noodbepalingen in de Mediawet 2008 en de Archiefwet 1995 geactualiseerd. Het wetsvoorstel zal daarnaast noodbepalingen introduceren in de sectorale onderwijswetten, de Leerplichtwet 1969, de Wet medezeggenschap op scholen en de Erfgoedwet om (de gevolgen van) nood- en crisissituaties het hoofd te bieden. Omdat het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel raakvlakken heeft met het thema maatschappelijke weerbaarheid, vindt de ontwikkeling in nauwe samenhang daarmee plaats. De planning is om het voorstel in 2026 in internetconsultatie te brengen.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Epidemieafdeling Kieswet

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de wet Epidemieafdeling Kieswet. Met deze wet beoogt de regering een permanente wettelijke grondslag te creëren voor organisatorische maatregelen die noodzakelijk zijn om verkiezingen veilig te organiseren tijdens een epidemie. Deze wet is op 1 januari 2026 in werking getreden en introduceert een nieuwe afdeling in de Kieswet die kan worden ingezet wanneer in de publieke ruimte een of meer maatregelen op grond van de Wet publieke gezondheid gelden.19 In dat geval is het logisch en noodzakelijk dat ook de organisatie van het verkiezingsproces als publieke aangelegenheid daarop aansluit.

Wet bestemming lichamen overledenen

In de Kamerbrief van 10 oktober 202320 is de voorbereiding van een wijziging van het noodrecht in de Wet op de lijkbezorging (Wlb) aangekondigd. Artikel 22a van die wet regelt reeds dat maatregelen kunnen worden getroffen in het geval van infectueuze lichamen.

De voorgenomen modernisering van de Wlb zal hierop voortbouwen en aanvullende bepalingen introduceren voor buitengewone omstandigheden, zoals situaties met een uitzonderlijk hoog aantal overledenen of situaties waarin naleving van de reguliere wettelijke voorschriften niet of nauwelijks meer mogelijk is. Ook in dergelijke omstandigheden is het van belang dat zoveel mogelijk invulling kan worden gegeven aan een goede en respectvolle bestemming van lichamen van overledenen.

Een aanvulling van het noodrecht op dit punt, in lijn met de algemene uitgangspunten voor de modernisering van het (staats)nood- en crisisrecht, maakt deel uit van het voorstel voor de Wet bestemming lichamen overledenen. Dit wetsvoorstel is eind 2024 in openbare consultatie gegeven door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport. Voor de planning van dit wetsvoorstel wordt verwezen naar de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Huizenga (D66) over de stand van zaken van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging.21

Wet digitale overheid

In een digitaliserende samenleving is het van belang dat overheidssystemen en -processen bereikbaar, betrouwbaar en integer zijn en dat de toegang tot elektronische dienstverlening is gewaarborgd. De Wet digitale overheid (Wdo) bevat een bijzondere bevoegdheid voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om in noodsituaties de toegang tot elektronische dienstverlening van een organisatie te onderbreken of te doen onderbreken (bij een ernstige storing of een ernstige aantasting van de werking, beveiliging of betrouwbaarheid van de elektronische dienstverlening, of bij de dreiging daarvan, dan wel bij misbruik of oneigenlijk gebruik, of de dreiging daarvan).

Met de inwerkingtreding van de Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES is deze bevoegdheid sinds november 2025 mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Met het oog op de versterking van de digitale bereikbaarheid van de overheid in situaties waarin systemen gedurende langere tijd niet beschikbaar zijn, wordt de mogelijkheid verkend om een wettelijke bepaling aan de Wdo toe te voegen die betrekking heeft op (staats)nood- en crisissituaties.

Slot

De omvang van de moderniseringsopgave blijft groot en de vraag om verandering hoog. Gelet op de ingrijpende bevoegdheden die het staatsnoodrecht met zich meeneemt enerzijds en de toenemende geopolitieke spanningen en militaire en hybride dreigingen anderzijds is een zorgvuldige belangenafweging en nauwe samenwerking belangrijker dan ooit. Samen met alle betrokken bewindspersonen en andere actoren blijf ik me daarom inspannen om te komen tot een robuust, coherent en consistent stelsel van staatsnoodrecht.

De minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel


  1. Kamerstukken II 2022-2023, 29 668 en 26 956, nr. 69↩︎

  2. Zie voor een overzicht van de wetten de bijlagen bij de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. Deze wet regelt overigens de beperkte en algemene noodtoestand. De standaardbepaling ziet op staatsnoodrecht buiten de noodtoestand, ook wel ‘separate toepassing’ genoemd. De standaardbepaling is opgenomen in sectorale wetten en geldt niet voor elke bepaling die onder de bijlagen van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden valt, maar enkel voor in die standaardbepaling genoemde bepalingen.↩︎

  3. Zie bijvoorbeeld artikel 2 van de Wet verplaatsing bevolking, artikel 52 van de Wet veiligheidsregio’s, artikel 2 van de Warenwet, artikel 110 van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 14.2 van de Telecommunicatiewet.↩︎

  4. Zie bijvoorbeeld de bijlage bij Kamerstuk 19637, nr. 3277 en

    “Documentenset bij besluit op Woo-verzoek over dragende motivering nood- en of crisiswet” op open.overheid.nl, 13 mei 2026.↩︎

  5. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad in de zogenaamde Avondklok-zaak van 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:380↩︎

  6. Zie ook de brief van het kabinet van 8 maart 2022 naar aanleiding van de toestroom van Oekraïners waarin de mogelijke inzet van staatsnoodrecht werd aangekondigd, Kamerstukken II 2021-22, 19 637, nr. 2829.↩︎

  7. Uit ons democratisch stelsel vloeit de algemeen geldende waarborg voort “dat bewindspersonen de plicht hebben uit eigen beweging gegevens aan het parlement te verstrekken, wanneer dat in het belang van een goede en democratische bestuursvoering wenselijk is”. Kamerstukken II 1985-1986, 19014, nr. 5, blz. 6. Zie ook artikel 68 van de Grondwet.↩︎

  8. Kamerstukken II 2021-2022, 36 081, nr. 11.↩︎

  9. Kamerstukken II 2022-2023, 29 668, nr. 69.↩︎

  10. Kamerstukken II 2021-2022, 19 637, nr. 2949.↩︎

  11. Meer hierover in Kamerstukken II 2022-2023, 19 637, nr. 3002.↩︎

  12. Bijlage bij de brief van de informateurs van 16 mei 2024. Kamerstukken II 2023-2024, 36 471, nr. 37.↩︎

  13. Bijlage bij de brief van de Minister-President van 13 september 2024, hoofdstuk 2 Grip op asiel en migratie. Kamerstukken II 2024-2025, 36 471, nr. 96.↩︎

  14. In de vaste Commissie voor Asiel en Migratie en plenair o.a. tijdens de Algemene politieke beschouwingen.↩︎

  15. Kamerstukken II 2024-2025, 19 637, nr. 3304.↩︎

  16. Kamerstukken II 2023-2024, 29 668, nr. 70.↩︎

  17. Kamerstukken II 2025-2026, 36800-X, nr. 78.↩︎

  18. Staatsblad 2020, 441.↩︎

  19. Kamerstukken II 2023-2024, 29668, nr. 70.↩︎

  20. Kenmerk 2026Z03787, ingezonden 26 februari 2026; Aanhangsel Handelingen II, 2025/26, nr. 1590.↩︎