Reactie op de tussenrapportage van de rapporteur 'Herziening Kaderrichtlijn Water in verband met het RESourceEU actieplan' en inzet met betrekking tot de herziening van de Kaderrichtlijn Water
Waterbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D26166, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-02 14:55, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 27625 -740 Waterbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11482:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-03 10:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Water op donderdag 25 juni 2026. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-03 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-06-25 09:30: Water (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
27 625 Waterbeleid
Nr. 740 Brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft mij verzocht te reageren op de tussenrapportage van de rapporteur Herziening Kaderrichtlijn Water (KRW) in verband met het RESourceEU actieplan, en tevens aan te geven wat mijn inzet is met betrekking tot de herziening van de KRW.
Dit sluit aan bij de opdracht uit het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36848, nr. 31) om bij de herziening van de KRW in te zetten op simplificatie en bij de motie van de leden Heutink en Stoffer die verzoekt om normen van de KRW te versimpelen.1
Ik zal achtereenvolgens ingaan op de tussenrapportage, op de overige Europese trajecten die raken aan herziening van de KRW en de vereenvoudigingen die ik nationaal wil gaan doorvoeren.
Tussenrapportage van de rapporteur Herziening Kaderrichtlijn Water in verband met het RESourceEU actieplan
Met het RESourceEU-actieplan2 zet de Europese Commissie (EC) in op het veiligstellen van de voorziening in kritieke grondstoffen, het verminderen van afhankelijkheden en versterken van het concurrentievermogen. Als uitwerking hiervan heeft de EC:
Op 22 mei een handreiking gepubliceerd3 met uitleg over de bestaande regelgeving en een toelichting dat de KRW geen belemmering hoeft te zijn voor activiteiten, zoals mijnbouw, en;
Een verzoek om input (call for evidence4) gepubliceerd om te onderzoeken hoe de waterwetgeving kan worden vereenvoudigd om de toegang tot kritieke grondstoffen te verbeteren, zonder de bescherming van waterkwaliteit en volksgezondheid in gevaar te brengen.
De kern van de reactie van Nederland op de call for evidence in relatie tot kritieke grondstoffen5 was dat Nederland:
Veel belang hecht aan het effectiever maken van EU-wetgeving en regelgeving waarin bedrijven kunnen floreren, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen van de EU-wetgeving;
Geen knelpunten ervaart bij projecten met kritieke grondstoffen in relatie tot de KRW;
Risico’s ziet bij eventuele versoepeling van de KRW-doelen, omdat dit negatieve gevolgen kan hebben voor Nederland als benedenstrooms land en
Een volledige effectenbeoordeling (impact assessment) van een eventuele KRW-wijziging essentieel is.
Deze lijn is vergelijkbaar met de conclusie uit de tussenrapportage van de rapporteur van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat.
Met het laatste punt wordt ook invulling gegeven aan de motie-Vellinga-Beemsterboer6 die het kabinet oproept te pleiten voor een effectenbeoordeling.
De rapporteur van de Kamer geeft aan dat de EC op 16 april jl. de eerste resultaten van de call for evidence heeft gepresenteerd. In dit overleg gaf de EC aan dat er 3113 reacties zijn ontvangen, waarvan ongeveer 2/3 uit Duitsland. De meeste reacties kwamen van burgers die zich zorgen maken over de bescherming van de leefomgeving. De EC gaf aan dat er na een eerste analyse geen duidelijk bewijs is geleverd voor een probleem met winning van delfstoffen door de EU-regelgeving, maar benoemde wel dat er knelpunten kunnen zijn in nationale regelgeving en administratieve procedures met betrekking tot vergunningverlening.
In de daaropvolgende tafelronde gaven verschillende lidstaten aan, waaronder lidstaten met diverse mijnbouwprojecten, tegen versoepeling van de KRW te zijn. Aangegeven werd dat er met huidige KRW voldoende instrumenten zijn om de lozingen te beoordelen. Ook werd benoemd dat versoepeling van de KRW een verschuiving van lasten naar publiek zal betekenen, bijvoorbeeld omdat de kosten voor drinkwater zullen stijgen. Eén lidstaat gaf aan dat zij graag meer tijd krijgt om aan de doelen van de KRW te voldoen.
Tot slot gaf de EC in dit overleg aan dat zij een eventuele wijziging van de KRW beperkt wil houden tot de Europese projecten voor kritieke grondstoffen. Ook heeft de EC toegezegd dat voor deze eventuele wijziging een effectenbeoordeling zal worden uitgevoerd, waarbij is toegelicht uit welke onderdelen die zal bestaan.7 Het is positief dat de EC meldt dat deze effectenbeoordeling gaat plaatsvinden en dat daarin ook aandacht zal zijn voor de buitenlandse belasting. Als de EC met een nieuw voorstel komt, zal ik de Kamer daarover informeren. De verwachting is dat eventuele voorstellen voor aanpassing van de KRW niet eerder dan in het najaar zullen worden gepubliceerd. Dat betekent dat de doorwerking daarvan ook pas na 2027 merkbaar zal zijn. De motie van het lid Vellinga-Beemsterboer beschouw ik hiermee als afgedaan.
Overige Europese trajecten die raken aan herziening van de Kaderrichtlijn Water
Wijzigingsrichtlijn 2026/805
Momenteel werkt Nederland aan de implementatie van de herziening van de KRW, de Richtlijn Prioritaire stoffen en de Grondwaterrichtlijn.8 In deze herziening worden onder andere de lijsten met stoffen en normen geactualiseerd.
De Kamer is afgelopen januari geïnformeerd over een tweetal nieuwe uitzonderingen op de KRW-doelstelling ‘geen achteruitgang’ die met deze wijziging aan de KRW zijn toegevoegd.9 Door deze nieuwe uitzonderingen, die mede dankzij de inzet van Nederland zijn gerealiseerd, ontstaat meer ruimte voor een aantal gangbare praktijken. De aanpassingen treden in werking nadat de richtlijn in Nederlandse regelgeving is geïmplementeerd. De deadline hiervoor is 21 december 2027.
Milieuomnibus
De Europese Commissie heeft sinds het voorjaar van 2025 in totaal 10 vereenvoudigingspakketten, de zogenaamde ‘omnibussen’, gepresenteerd. Op 10 december 2025 heeft de EC het Milieuomnibuspakket10 gepubliceerd, met daarin voorstellen voor het vereenvoudigen van milieuwetgeving. Met de Milieuomnibus beoogt de EC de implementatie van bestaande milieuwetgeving te faciliteren, alsook de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen. De Kamer heeft een BNC-fiche ontvangen11 en is ook over dit traject geïnformeerd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.12
In de mededeling bij de Milieuomnibus is de KRW is genoemd als één van de richtlijnen waarvoor milieubeoordelingen gestroomlijnd zouden kunnen worden. In de komende tijd worden stresstesten uitgevoerd voor onder meer de KRW en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Het gaat daarbij niet om de doelen van de KRW, maar om de beoordeling of de wetgeving nog steeds geschikt is om de doelen op een kostenefficiënte manier te verwezenlijken, onder meer door mogelijkheden te identificeren om de onnodige administratieve lasten bij de uitvoering ervan te verminderen. Er wordt toegewerkt naar een stemming over de Raadspositie in het najaar van 2026 onder het Iers Voorzitterschap van de Raad van de EU.
Grids Package
Daarnaast heeft de EC op 10 december 2025 het European Grids Package13 gepubliceerd. Het pakket is gericht op het versnellen van de ontwikkeling van een goed geïntegreerde Europese energie-infrastructuur en het efficiënter benutten van bestaande netten. In het BNC-fiche14 is aangegeven dat met de recente aanpassingen van de KRW het kabinet van mening is dat de KRW voldoende balans biedt tussen bescherming van de milieukwaliteit en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen zoals de aanleg van elektriciteitsnetten en energieprojecten. Het streven van het EU-voorzitterschap is om tot algemene oriëntatie te komen op de Energieraad van 26 juni a.s.
Structured dialogues
De rapporteur verwijst in haar tussenrapportage naar de ‘structured dialogues’. Dit zijn gesprekken die de EC voert met alle lidstaten, gericht op het verbeteren van de uitvoering van de KRW. Dit gaat dus niet over de herziening van de KRW.
Op 13 en 14 april heeft de tweede ronde ambtelijke gesprekken met Nederland plaatsgevonden. Dit zal resulteren in een gesprek tussen Eurocommissaris Roswall en mij, daarbij zal naar verwachting ook de minister van LVVN aanwezig zijn. De EC heeft als doel om vervolgens de gezamenlijke afspraken die in dat overleg worden gemaakt, te publiceren. Het gesprek wordt naar verwachting na de zomer ingepland.
Nationale versimpeling van de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water
De Kamer heeft een motie van de leden Heutink en Stoffer aangenomen die verzoekt om “direct te starten met het versimpelen van de nationaal vastgestelde normen van de Kaderrichtlijn Water”15.
Opgemerkt wordt dat Nederland sinds de inwerkingtreding van de KRW maximaal gebruik heeft gemaakt van de flexibiliteit die de richtlijn biedt. Onder meer door het overgrote deel van de waterlichamen aan te wijzen als sterk veranderd of kunstmatig en door te werken met een fijnmazige typering van waterlichamen met bijbehorende maatwerknormen. Deze systematiek is juist gekozen om te voorkomen dat normen onnodig streng uitpakken voor specifieke waterlichamen. Dit verklaart mede de huidige complexiteit. Daarnaast heeft Nederland al maximaal gebruik gemaakt van de KRW-uitzondering om het bereiken van de KRW-normen in de tijd te faseren.
In deze context is verkend hoe “versimpelen van de nationaal vastgestelde normen” kan worden geïnterpreteerd en uitgewerkt. Hierbij is uitgegaan van het vereenvoudigen van de systematiek, structuur of toepassing van de nationaal vastgestelde KRW‑normen, met als doel deze begrijpelijker, consistenter of beter uitvoerbaar te maken, zonder afbreuk te doen aan de wetenschappelijke onderbouwing. Een versimpeling kan in de praktijk drie verschillende effecten hebben op de uitkomst van de toepassing van de norm, namelijk een versoepeling van de eisen, geen effect of strengere eisen.
Het blijkt dat bepaalde inhoudelijke versimpelingen, met name harmonisatie tussen richtlijnen, in de praktijk zouden leiden tot strengere eisen. Dit komt doordat vereenvoudiging kan betekenen dat:
de strengste norm leidend wordt;
Europese minimumlijsten volledig worden overgenomen zonder nationale differentiatie voor gebiedsgerichte situaties;
minder uitzonderingen of verfijningen mogelijk zijn.
Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen het gehanteerde begrip ‘versimpelen’ en het feitelijke verzwarende effect op de doelen. Het risico bestaat dat een ogenschijnlijke vereenvoudiging materieel resulteert in zwaardere eisen voor sectoren zoals landbouw en industrie.
Met het uitgangspunt dat versimpeling niet mag leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit en vermoedelijk ook niet tot substantiële verzwaring van de eisen (dat hebben de indieners, zo blijkt uit de motivering bij de motie, niet beoogd), overweeg ik de volgende concrete aanpassingen:
Schrappen van nationale normen voor stroomgebiedspecifieke stoffen als deze een (nieuwe) Europese norm krijgen;
Nationale stroomgebiedspecifieke stoffen schrappen als die langjarig geen normen meer overschrijden. Hiermee neemt de monitorings- en rapportageinspanning af;
Verminderen van het aantal biologische parameters in de rapportage aan de EC.
Deze aanpassingen zal ik met de bestuurlijke partners bespreken in het Bestuurlijk Overleg KRW en daarna zal ik de Kamer informeren over de aanpassingen die daadwerkelijk doorgevoerd kunnen worden.
Daarnaast zet ik samen met provincies (verantwoordelijk voor de KRW-doelen van regionale wateren) de bilaterale afstemming voort met de buurlanden over normen van met name nutriënten in grenswateren, zodat die waar mogelijk meer gelijk worden gesteld. Ik beschouw de motie hiermee als afgedaan.
Tot slot
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de waterkwaliteit structureel wordt verbeterd. In dat kader zet Nederland bij de herziening van de KRW in op simplificatie, met als doel te komen tot een ambitieuze en realistische richtlijn, die ruimte biedt om samen met relevante waterpartners concrete verbeterplannen uit te werken en de risico’s van watervervuiling te verkleinen.
Er is veel in beweging binnen Europa dat kan leiden tot herziening van de KRW. De rapporteur van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat doet goede aanbevelingen voor de tweede fase van haar onderzoek. Daarbij zoekt zij de inbreng van kennisinstellingen en verbreding naar departementen die raken aan het belang van waterkwaliteit. Ik blijf in het vervolg van dit proces graag optrekken met de Kamer en zal u op de hoogte houden van nieuwe Europese ontwikkelingen.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Kamerstukken 36 800-J, nr. 23↩︎
https://commission.europa.eu/news-and-media/news/new-measures-secure-raw-materials-and-strengthen-eus-economic-security-2025-12-03_en↩︎
https://environment.ec.europa.eu/document/download/938dd856-abc1-438a-bd08-d225803f9d46_en?filename=C_2026_3216_1_EN_ACT_part1_v7.pdf↩︎
https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/17034-Waterbeleid-van-de-EU-gerichte-herziening-van-de-kaderrichtlijn-water_nl↩︎
https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/17034-EU-water-policy-targeted-revision-of-the-Water-Framework-Directive/F33391943_en↩︎
Kamerstukken 27 625, nr. 724↩︎
https://circabc.europa.eu/ui/group/9ab5926d-bed4-4322-9aa7-9964bbe8312d/library/92a7284d-9305-498b-b6cf-73e1e1a885b5/details↩︎
Richtlijn (EU) 2026/805, PbEU L 805, 20 april 2026↩︎
Kamerstukken 27 625, nr. 735↩︎
https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_2997↩︎
Kamerstukken 22 112, nr. 4278↩︎
Brief van 29 mei 2026, Kamerstuk 22112, nr. 4362↩︎
https://energy.ec.europa.eu/topics/infrastructure/european-grids_en↩︎
Kamerstukken 22 112, nr. 4260↩︎
Kamerstukken 36 800-J, nr. 23↩︎