[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op verzoek commissie over Sociale Media en Inmenging

Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Brief regering

Nummer: 2026D26211, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-01 15:18, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 26643 -1516 Informatie- en communicatietechnologie (ICT).

Onderdeel van zaak 2026Z11506:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Met deze brief bied ik u, samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de appreciatie aan van het rapport ‘Scrollend naar de stembus: De rol van aanbevelingsalgoritmen bij inmenging in verkiezingen’ van het Rathenau Instituut (2026).1 Het Rathenau Instituut heeft dit onderzoek op verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Digitale Zaken (hierna: Kamercommissie) verricht. Wegens de overeenkomst in het onderwerp geven wij in deze brief ook de reactie op het rapport van het Hybrid Election Integrity Observatory (HEIO) ‘Dutch Parliamentary Elections 2025’2 die door de Kamercommissie is gevraagd. Het HEIO heeft gedurende de campagneperiode voor de Tweede Kamerverkiezing van 2025 op eigen initiatief de integriteit van het verkiezingsproces op sociale mediaplatforms gemonitord en doet op basis daarvan aanbevelingen. Ook gaan we op uw verzoek in op het rapport van het Commissariaat voor de Media (CvdM) ‘Naar democratisch gezonde feeds’ dat recent is verschenen.3 Daarnaast betrekken wij in deze brief het in opdracht van het ministerie van BZK uitgevoerde onderzoek ‘Auditing Content Moderation on Social Media Platforms’ van de Digital Methods Initiative van de Universiteit van Amsterdam (hierna: UvA), dat als bijlage bij deze brief aan uw Kamer wordt aangeboden.

Deze brief starten wij met een overzicht van de vier rapporten. Vervolgens zetten wij aan de hand van de ambities uit het coalitieakkoord uiteen welke acties het kabinet neemt om een vrij en gelijkwaardig online publiek debat te borgen: het versterken van de digitale weerbaarheid, het verbeteren van de informatiepositie ten aanzien van online inmenging en effectieve regulering van sociale mediaplatforms. Ook zet het kabinet een stap naar een meer soevereine toekomst met keuzevrijheid voor gebruikers en dat het online publieke debat plaats kan vinden op basis van democratische waarden. Op deze manier wordt vormgegeven aan de ambitie uit het coalitieakkoord om ‘verslavende, polariserende en anti-democratische algoritmes’ aan te pakken.

Overzicht van de rapporten

1.1 Kernboodschap

In de drie onderzoeksrapporten van het Rathenau Instituut, het HEIO en de UvA wordt gezamenlijk een scherp en samenhangend beeld geschetst van de digitale staat van de Nederlandse democratie tijdens de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 (TK25). Hoewel de onderzoeken verschillende methodologische invalshoeken hanteren, komen zij in grote lijnen tot dezelfde bevinding: de TK25 is vrij en eerlijk verlopen. Instituties zoals journalistiek, toezichthouders en politieke partijen waren in staat veel onjuiste of misleidende narratieven te corrigeren of te weerleggen. Tegelijk benadrukken de onderzoekers dat de verkiezing plaatsvond onder hoge digitale druk, waarin gecoördineerd inauthentiek gedrag4 en de werking van platforms elkaar versterkten. Het rapport van het CvdM onderzoekt hoe aanbevelingsalgoritmes van sociale media de democratische meningsvorming beïnvloeden en doet aanbevelingen om feeds transparanter, betrouwbaarder en minder polariserend te maken.

1.2 Drie risicofactoren: platformontwerp, inmenging en AI

De eerste risicofactor die genoemd wordt in de rapporten is de commerciële optimalisatielogica in het ontwerp van de onderzochte socialemediadiensten. Systemen bevelen content aan op basis van engagement (betrokkenheid). Daardoor verspreidt content met sterke emotionele lading sneller, ook als deze polariserend of misleidend is. Zo kan platformontwerp5 bijdragen aan de verspreiding van gecoördineerd inauthentiek gedrag. Als tweede factor beschrijven de rapporten verschillende vormen van gecoördineerd inauthentiek gedrag. Zoals het gebruik van botnetwerken6 of de inzet van Telegram Application Programming Interfaces (API’s)7. De gevonden voorbeelden tonen dat beïnvloeding grensoverschrijdend en gecoördineerd plaatsvindt, waarbij platforms worden ingezet om bestaande narratieven te versterken. De derde factor is generatieve AI. Hoewel AI-content slechts een klein deel was (circa 1,3%), bereikte het een groot publiek en had 23 keer meer interactie dan berichten zonder AI. Daarbij is de verwachting dat de impact van AI groter zal worden. Aan de ene kant omdat synthetische content steeds minder van echt te onderscheiden zal zijn, aan de andere kant vanwege een verschuiving naar beïnvloeding van Large Language Models (LLM’s).

1.3 Structureel obstakel: informatieachterstand

Een probleem dat wordt genoemd in de rapporten is de informatieachterstand waarmee onderzoekers te maken hebben. De Digitaledienstenverordening (Digital Services ACT, hierna: DSA) biedt via artikel 40 mogelijkheden voor datatoegang, maar de technische en procedurele voorwaarden waren nog niet inwerking getreden tijdens de TK25. Dit gebeurde op 29 oktober 2025. De onderzoekers van HEIO, UvA en het Rathenau Instituut geven aan dat de gelimiteerde toegang tot data van de onderzochte sociale media platformen een beperking was voor het onderzoek. Daarnaast is monitoring van systeemrisico’s en gecoördineerd inauthentiek gedrag grotendeels afhankelijk van academische en maatschappelijke organisaties met beperkte middelen. Er vindt door deze partijen geen structurele, permanente monitoring plaats en daardoor is vroegtijdige signalering buiten de campagneperiode van verkiezingen niet mogelijk.

1.4 Aanbevelingen

In de rapporten worden aanbevelingen gedaan die in de kern neerkomen op: een weerbare digitale samenleving, verbeterde informatiepositie, aanpassen van het platformontwerp en keuzevrijheid in de publieke digitale infrastructuur.

Voor een weerbare digitale samenleving beveelt het Rathenau Instituut aan op betere digitale geletterdheid in te zetten, zodat burgers informatie kritischer kunnen beoordelen. Om zicht op online inmenging te verbeteren wordt in de verschillende rapporten gepleit voor een permanent, onafhankelijk nationaal orgaan dat systemische risico’s continu monitort, aangevuld met structurele financiering voor onderzoek en maatschappelijke monitoring buiten verkiezingsperiodes. Ten aanzien van het platformontwerp wordt in de rapporten aanbevolen om minder afhankelijk te worden van engagement-gedreven algoritmen en over te stappen op zogeheten “bridging”-systemen die meer gericht zijn op het verbinden van perspectieven.8 In het verlengde hiervan heeft het CvdM een routekaart ontwikkeld voor toezicht en beleid die moet bijdragen aan democratischere feeds. Tot slot pleiten het Rathenau Instituut en CvdM voor een meer pluriform sociaal media landschap via interoperabiliteit9 en “middlewares” 10, waardoor ook meer digitale autonomie ontstaat. Zo hebben gebruikers keuzevrijheid in filtering en aanbeveling en neemt de afhankelijkheid van dominante technologiebedrijven af.

Appreciatie van de rapporten

Het kabinet waardeert de analyses van het Rathenau Instituut, het HEIO, het CvdM en de UvA. De onderzoeken laten zien dat aanbevelingsalgoritmen, contentmoderatie en andere ontwerpkeuzes van sociale mediaplatforms bijdragen aan vervorming van het online publieke debat en ruimte bieden voor digitale inmenging, waarbij AI deze effecten kan versterken. Tegelijkertijd is dit beeld genuanceerd. Evenals de HEIO-onderzoekers concludeert het kabinet dat de TK25 eerlijk, transparant en controleerbaar is verlopen. Het kabinet baseert zich daarbij onder meer op de resultaten van de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven.11 De HEIO-onderzoekers wijzen erop dat het sterke en transparante optreden van gemeenten en de Kiesraad, de controlerende rol van de journalistiek en de waakzaamheid van burgers hieraan hebben bijgedragen. Dat neemt niet weg dat het kabinet de gesignaleerde risico’s serieus neemt.

Sociale media en inmenging vragen om een brede, samenhangende aanpak. Het kabinet zet in op een weerbare digitale samenleving als fundament van de democratie, versterkt de informatiepositie rond Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) om tijdig te kunnen optreden. Daarnaast is het van belang om bestaande platforms te reguleren en nieuwe platforms te stimuleren. We zetten blijvend in op effectieve regulering van bestaande sociale mediaplatforms waar het publieke debat nu plaatsvindt. Tegelijkertijd kijken we naar de toekomst en werkt het kabinet aan meer grip op de invloed van AI op informatie-integriteit en aan een meer soevereine en diverse online publieke ruimte op basis van democratische waarden.

2.1 Weerbare democratische rechtstaat

Een weerbare democratie bestaat uit processen die onder alle omstandigheden betrouwbaar blijven functioneren en een open (digitaal) publiek debat waarin beweringen publiekelijk kunnen worden getoetst.

Dat begint bij een veilig en betrouwbaar verkiezingsproces. Na iedere verkiezing wordt het verloop van de verkiezing geëvalueerd. In de verkorte evaluatie van de TK25 deelde de minister van BZK zorgen over bedreigingen van politici, deepfakes, desinformatie en online nepaccounts. Om lokale bestuurders weerbaarder te maken ontwikkelde het ministerie van BZK de website www.desinformatieingemeente.nl, waar raadsleden en wethouders laagdrempelig ondersteuning kunnen vinden. Daarnaast is het ministerie van BZK in gesprek met aanbieders als Anthropic en OpenAI over hun verantwoordelijkheid voor zorgvuldige en betrouwbare informatievoorziening rond verkiezingen. Ook heeft het kabinet in de kabinetsreactie op de voorlichting van de Raad van State over geschilbeslechting in het verkiezingsproces de uitgangspunten voor de inrichting van het proces van geschilbeslechting en de hoofdlijnen van een aangepaste procedure uiteengezet. De Kamer wordt over de geschilbeslechting in het verkiezingsproces eind 2026 nader geïnformeerd.

De kracht van een weerbare democratische rechtstaat ligt in het vermogen van de samenleving om samen vorm te geven aan het Nederland dat wij willen zijn. Verschil staat daarin centraal. Een democratische samenleving functioneert niet doordat iedereen hetzelfde denkt, maar doordat verschillen van inzicht vreedzaam en legitiem blijven. Door middel van burgerdialogen versterken we de verbinding tussen mensen, overheid en samenleving. Zo organiseert het ministerie van BZK een burgerdialoog over welke randvoorwaarden nodig zijn voor een vrij en open publieke debat, welke rol burgers zien voor zichzelf en welke rol voor de overheid is weggelegd. Het ministerie van EZK organiseert burgerdialogen via het platform www.praatmeemetdeoverheid.nl, gebaseerd op de deliberatietool Polis. Tussen 2026 en 2028 worden op dit platform dialogen gefaciliteerd over normen online, AI en de inrichting van het online publieke ruimte. Het kabinet verkent ook de oprichting van een reflectieraad: een multidisciplinaire commissie van deskundigen op het gebied van online illegaal en schadelijke inhoud. De raad krijgt een onafhankelijke positie ten opzichte van politiek en beleid, en richt zich op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die bijdragen aan een veilige en vrije online omgeving.

Tot slot zet het kabinet zich in voor digitaal burgerschap: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om actief, kritisch en verantwoordelijk deel te nemen aan de digitale samenleving. Het kabinet volgt de ontwikkeling van digitale competenties in Nederland via de DigiQ2.0-monitor, die deze vaardigheden sinds 2025 in kaart brengt.12 Eind september ontvangt het kabinet de meest recente resultaten. In dezelfde periode wordt ook het onderzoek Grip op digitaal burgerschap van de UvA opgeleverd, waarin wordt onderzocht hoe digitaal burgerschapsbeleid effectief kan worden vormgegeven. Op basis van beide rapporten wordt uw Kamer begin 2027 geïnformeerd over nieuwe beleidsmaatregelen. Bij het vormgeven van deze maatregelen worden ook de bevindingen van het Rathenau Instituut betrokken, waaruit blijkt dat het huidige juridische kader gebruikers wel degelijk mogelijkheden biedt om hun rechten te beschermen, maar dat veel gebruikers hier vaak niet van weten. Er zal in het bijzonder aandacht zijn voor AI vaardigheden voor het herkennen en omgaan met AI gegenereerde content.

2.2 Tegengaan van online inmenging

Elke heimelijke, gecoördineerde buitenlandse campagne die het publieke debat beïnvloed is, ongeacht de omvang van die campagne, volstrekt onwenselijk. Momenteel werkt het kabinet onder aanvoering van de minister van BZK aan wetgeving en de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat structureel kan detecteren. Dit wordt vaak aangeduid als ‘FIMI’. Dat staat voor Foreign Information Manipulation and Interference. De aanbeveling van het Rathenau Instituut en HEIO, om inmenging te kunnen signaleren, sluit hier direct op aan.

Het kabinet vindt het van groot belang dat de overheid zelf kan detecteren welke FIMI-activiteiten plaatsvinden in het Nederlandse informatiedomein en daartoe wordt deze FIMI-detectie-organisatie ingericht. Maar vooruitlopend hierop doet het kabinet wat mogelijk is om tijdig zicht te krijgen op buitenlandse inmenging. Daarom heeft de minister van BZK voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 (GR26) een FIMI-detectie-pilot ingericht waar door wetenschappers en maatschappelijke organisaties onderzoek wordt gedaan naar gecoördineerde buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging. Deze pilot wordt voortgezet tot de FIMI-detectieorganisatie van start is en zal dus onderzoek doen naar FIMI-campagnes rond de verkiezingen voor de waterschappen, provinciale staten en eilandsraden op 17 maart 2027. De lessen uit de pilot FIMI-detectie worden tevens gebruikt voor het inrichten en verbeteren van het zicht van de overheid op de herkomst en verspreiding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging. Daarnaast laat het ministerie van BZK ook onderzoek doen door een consortium van wetenschappers onder leiding van de Wageningen Universiteit naar de impact van desinformatie op de Nederlandse democratische rechtsstaat. De resultaten van dit onderzoek volgen in september van dit jaar en worden meegenomen in de opzet van de detectie-organisatie.

Journalisten, onderzoekers en andere partijen uit het maatschappelijk middenveld hebben een belangrijke rol in de democratie. Ook in het detecteren van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging hebben partijen in het maatschappelijk middenveld een rol. Zo kunnen zij bijvoorbeeld onderzoek doen en informatie publiceren. In opdracht van het ministerie van BZK is een onderzoek van IPSOS/I&O naar de rol van het maatschappelijk middenveld in de detectie van desinformatie afgerond. Het onderzoek van IPSOS/I&O schetst hoe het maatschappelijk middenveld de rol van de overheid ziet en welke rol zij zichzelf toedichten ten aanzien van detectie van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging.

Eind 2026 informeert de minister van BZK uw Kamer over de stand van zaken rond de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging kan detecteren. De vereiste wetgeving zal dan ook in consultatie worden gebracht. Ook zullen dan de resultaten van de FIMI-pilot tijdens de GR26, de onderzoeksresultaten en de appreciatie van het kabinet over de onderzoeken over de rol van het maatschappelijk middenveld in de detectie van desinformatie, en de impact van desinformatie op de democratische rechtsstaat met uw Kamer worden gedeeld.

2.3 Effectieve regulering van platforms

Het online publieke debat vindt op dit moment grotendeels plaats op commerciële sociale mediaplatforms. Het kabinet vindt het belangrijk dat het ontwerp en functioneren van deze platforms het publieke debat en democratische processen niet ondermijnen. Op basis van de onderzoeken ziet het kabinet vijf belangrijke aandachtspunten: consequente en transparante handhaving van platformbeleid tegen onder meer desinformatie en inauthentiek gedrag, onafhankelijke toetsing van platformmaatregelen, versterking van het handelingsperspectief en de regie van gebruikers, aanpassing van platformontwerp om negatieve effecten te beperken en meer transparantie over de herkomst van content.

De DSA is het belangrijkste Europese kader voor de regulering van sociale media platforms. De DSA bevat al verplichtingen op deze punten, zoals regels over contentmoderatie (Artikel 14 en 16), transparantie (artikel 15) en gebruikersrechten (Artikel 17, 20 en 21) en het tegengaan van misleidende interfaces (Artikel 25). Ook voorziet de DSA in datatoegang voor onderzoekers (artikel 40) en verplichtingen voor grote platforms om systeemrisico’s13 zoals een negatieve invloed op grondrechten en het democratisch debat, te beperken (artikel 34 en 35).

De onderzoekers vinden dat de regulering vanuit de DSA op dit moment niet het gewenste effect bereikt en doen verschillende aanbevelingen. Deze, en specifiek de routekaart van het CvdM, worden meegenomen in onderzoek dat het ministerie van EZK laat doen naar de technische haalbaarheid, maatschappelijke wenselijkheid en juridische inbedding van mogelijke maatregelen, zoals bridging-algoritmen.14 De resultaten van dit onderzoek worden, samen met de resultaten van lopende onderzoeken naar interoperabiliteit15, en de herleidbaarheid van content16, gedeeld met onder meer de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Europese Commissie. De uitkomsten worden betrokken bij de Nederlandse inzet voor de evaluatie van de DSA in 2027. Ook andere juridische kaders, zoals de Digital Fairness Act (DFA) en de Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMSD), zullen worden meegenomen. In een non-paper over de aanstaande herziening van de AVMSD van april dit jaar stelde het kabinet al dat de huidige praktijk van gedragscodes voor videoplatformdiensten te licht is, gezien de grote kijktijd die gebruikers besteden aan media-aanbod op de videoplatformdiensten17. Het kabinet zal na de zomer komen met een vervolgreactie op het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) ‘Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies’. Daarvoor bestuderen we ook de aanbevelingen van het CvdM. Tot slot onderschrijft het kabinet de aanbeveling om platforms aan te spreken op hun rol en te vragen welke interventies zij hebben overwogen of getest en welke afwegingen daarbij zijn gemaakt.

Het kabinet hecht belang aan datatoegang voor onderzoekers en volgt de ontwikkelingen hierop. Sinds oktober 2025 kunnen onderzoekers via de ACM toegang aanvragen tot niet-openbare platformdata en heeft de Europese Commissie een Data Access Portal geopend. Het ministerie van EZK blijft onafhankelijk onderzoek steunen naar contentmoderatie en naleving van platformbeleid om hierop onze informatiepositie te verbeteren en onvolkomenheden vroegtijdig te signaleren. Tot slot benadrukt het kabinet dat naast regulering ook handelingsperspectief van gebruikers belangrijk is. Zo ondersteunt het kabinet Offlimits, dat meldingen van illegale en schadelijke online content behandelt, en wil het de bekendheid vergroten van geschilbeslechtingsorganisaties (Artikel 21) waar gebruikers terechtkunnen bij conflicten over moderatiebesluiten van platforms.

2.4 Toekomst van de online publieke ruimte

Regulering van grote platforms blijft noodzakelijk, omdat het online publiek debat grotendeels daar plaatsvindt. Tegelijk werkt het kabinet toe naar een digitale publieke ruimte waarin publieke waarden, gebruikersbelangen, keuzevrijheid en democratische weerbaarheid centraler staan.

Daarom verkent het kabinet welke normen en principes er ten grondslag zouden moeten liggen aan een online publieke ruimte. Het kabinet kijkt nadrukkelijk naar meer keuzevrijheid voor gebruikers: open source alternatieven die de afhankelijkheid van dominante platforms kunnen verminderen, zoals interoperabiliteit, open standaarden, middleware-oplossingen en Nederlandse en Europese publieke of decentrale platforminitiatieven. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is het versterken van Nederlandse en Europese technologische innovatie. Het ministerie van EZK wil daarom bijdragen aan zowel experimenten als opschaling van initiatieven die zorgen voor diversiteit, publieke waarden centraal stellen en de digitale strategische autonomie van Nederland en Europa versterken. De overheid verkent zelf ook het gebruik van alternatieven die minder afhankelijk zijn van de algoritmen en commerciële belangen van grote platforms. Onder meer via het voorgenoemde www.praatmeemetdeoverheid.nl en door te investeren in Mastodon via social.overheid.nl.

Daarnaast ziet het kabinet (generatieve) AI, naast aanbevelingsalgoritmen, als een ontwikkeling die grote invloed heeft op het publieke debat. AI kan risico’s vergroten, bijvoorbeeld door verdere fragmentatie, manipulatie of vervorming van informatie, maar biedt ook kansen voor betere publieke deliberatie, bredere participatie en het inzichtelijk maken van verschillende perspectieven. Daarom wil het ministerie van EZK investeren in onderzoek naar de maatschappelijke effecten van aanbevelingssystemen en AI, en ruimte geven aan publieke en waardengedreven toepassingen van deze technologie.

Tot slot

Het rapport Scrollend naar de stembus van het Rathenau Instituut, de HEIO-bevindingen, het rapport van het CvdM en het UvA-onderzoek laten zien dat desinformatie, informatiemanipulatie, gecoördineerde inmenging en platformontwerp risico’s vormen voor het democratisch proces, waarbij AI deze effecten kan versterken. Hoewel de TK25 vrij en eerlijk is verlopen, vragen de bredere bevindingen om gerichte opvolging.

De DSA vormt het centrale Europese kader voor toezicht en handhaving. Echter, deze rapporten bevestigen ook de ambities in het coalitieakkoord: er is meer nodig. Daarom kiest het kabinet voor aanvullende maatregelen gericht op digitale weerbaarheid, versterking van de informatiepositie en effectieve regulering van platforms. Tegelijk wordt gewerkt aan meer grip op AI en aan een digitale publieke ruimte die beter verankerd is in democratische waarden, zodat het online debat weerbaarder en toekomstbestendiger wordt.

W.J.M. Aerdts

Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit

Pieter Heerma

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties


  1. https://www.rathenau.nl/sites/default/files/2026-03/Scrollend_naar_de_stembus_Rathenau_Instituut.pdf↩︎

  2. https://www.heio.nl/wp-content/uploads/2026/01/260115-HEIO-Final-Report.pdf↩︎

  3. https://www.cvdm.nl/documents/3834/Rapport_naar_democratisch_gezonde_feeds.pdf↩︎

  4. Gecoördineerd inauthentiek gedrag is het samenwerken van groepen echte of nepaccounts op sociale media om gebruikers te misleiden door de aandacht voor specifieke onderwerpen kunstmatig te vergroten of te onderdrukken, vaak door middel van nep-engagement zoals likes en reposts.↩︎

  5. Platformontwerp is het geheel van bewuste keuzes over de inrichting van de gebruikersinterface, contentmoderatie en aanbevelingsalgoritmen, die gezamenlijk bepalen hoe informatie wordt gerangschikt en gemodereerd op basis van de visie en het verdienmodel van een platform.↩︎

  6. Botnetwerken zijn georkestreerde groepen van duizenden geautomatiseerde accounts die worden ingezet om de zichtbaarheid en viraliteit van (politieke) berichten kunstmatig te vergroten en (mis)informatie over sociale mediaplatformen te verspreiden.↩︎

  7. In deze context zijn Telegram API's open technische interfaces die externe systemen vrijwel onbeperkte toegang bieden tot berichten in publieke kanalen, waardoor kwaadwillende actoren propaganda automatisch en op grote schaal kunnen kopiëren en hergebruiken voor netwerken van nep-nieuwswebsites.↩︎

  8. Bridging-algoritmen zijn aanbevelingssystemen die niet gericht zijn op het maximaliseren van engagement, maar op het vergroten van onderling vertrouwen door inhoud aan te bevelen die bruggen slaat tussen groepen met uiteenlopende perspectieven.↩︎

  9. Interoperabiliteit is de technische en juridische mogelijkheid voor verschillende digitale systemen om met elkaar te communiceren en gegevens uit te wisselen, wat burgers in staat stelt om gemakkelijker tussen platformen over te stappen of diensten van externe partijen te gebruiken binnen bestaande online omgevingen.↩︎

  10. Middlewares zijn technologieën van derden die fungeren als tussenpersoon tussen gebruikers en platforms, waardoor gebruikers meer controle over hun eigen feeds krijgen en externe partijen een rol kunnen spelen in de governance en algoritmen van sociale media.↩︎

  11. Kamerstukken II, 2025–2026, 36 165, nr. 102.↩︎

  12. https://www.uva.nl/content/nieuws/persberichten/2025/11/nederlanders-zijn-digitaal-minder-handig-dan-ze-denken.html↩︎

  13. Systeemrisico's zijn grootschalige gevaren die voortvloeien uit het ontwerp en de werking van grote online platforms (zoals hun algoritmen en moderatiesystemen) en die de potentie hebben om de samenleving, grondrechten of democratische processen zoals verkiezingen ernstig te ontregelen.↩︎

  14. https://www.sidnfonds.nl/projecten/interoperable-futures-advancing-algorithmic-pluralism↩︎

  15. https://www.sidnfonds.nl/projecten/c2pa↩︎

  16. Bijlage bij Kamerstukken II, 2025-26, 21501-34, nr. 456↩︎