Conceptverslag Terrorisme/extremisme
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D26325, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-01 14:26, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-05-27 10:00: Terrorisme/extremisme (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Terrorisme/extremisme
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 27 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over:
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 maart 2025 inzake reactie op verzoek van het lid Vondeling, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 11 maart 2025, over het bericht dat een Syriër is aangehouden op verdenking van terrorisme (29754, nr. 748);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 26 november 2025 inzake WODC-rapport over anti-institutionalisme in Nederland (29754, nr. 770);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 december 2025 inzake rapport Schimmige scheidslijnen (29754, nr. 771);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 december 2025 inzake rapport Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland december 2025 (29754, nr. 772);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2025 inzake voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content (29754, nr. 774);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 17 december 2025 inzake non-paper over onlineradicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme (29754, nr. 773);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 februari 2026 inzake ontwikkelingen in Syrië en Irak in relatie tot uitreizigers met een Nederlandse link (29754, nr. 776);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 16 maart 2026 inzake jaarrapportage 2025 van de functionaris gegevensbescherming van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland (34861, nr. 43);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 maart 2026 inzake mogelijkheden tot het verbieden van organisaties die extremisme en terrorisme bevorderen en tot het tegengaan van ongewenste buitenlandse financiering (29754, nr. 777);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 22 april 2026 inzake coördinatie operationeel contraterrorismebeleid (29754, nr. 778);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 23 april 2026 inzake beleidsreactie op het inspectierapport Toezicht op de coördinatietaak van de NCTV (35958, nr. 22).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en
Veiligheid,
Eerdmans
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid,
Van Tilburg
Voorzitter: Ellian
Griffier: Van Tilburg
Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: El Abassi, Belhirch, Coenradie, Ellian, Markuszower, Martens-America, Mohandis, Van der Plas, Straatman, Struijs en Vondeling,
en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 10.01 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, goedemorgen. Welkom bij deze vergadering van de vaste
commissie voor Justitie en Veiligheid. Ik heet alle aanwezige collega's
van harte welkom. Uiteraard heet ik ook de minister van Justitie en
Veiligheid welkom — fijn dat u er bent — iedereen in de zaal en iedereen
die op andere wijze deze vergadering volgt. We gaan het vandaag in dit
commissiedebat hebben over terrorisme en extremisme. Goedemorgen,
mevrouw Van der Plas. Gaat u zitten. U kunt inderdaad meteen hier
vooraan gaan zitten. Misschien wilde men afstand van mij hebben, dat die
stoelen nog leeg zijn! Haha, nee hoor. Maar het is tóch enigszins
opmerkelijk! Ik zie trouwens dat de andere leden het goed vinden dat u
nu ook als eerste het woord zal voeren. U heeft ieder vier minuten
spreektijd. Ik ga zo meteen mevrouw Van der Plas namens de BBB-fractie
als eerste het woord geven. Ik geef de collega's drie interrupties, maar
een interruptie duurt 45 seconden. Het is goed om ons daar een beetje in
te beperken. Voor de volledigheid meld ik dat de heer Mohandis nog geen
lid is van de commissie, maar uiteraard is hij welkom om de inbreng te
doen namens GroenLinks-PvdA.
Ik stel voor dat we gauw beginnen. Als u zover bent, mevrouw Van der
Plas, is het woord aan u.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Zoals u weet gaat dit debat over terrorisme en
extremisme. Ik vind dat er eindelijk eens eerlijk moet worden gekeken
naar organisaties die zich weliswaar presenteren als actiegroep, maar
ondertussen structureel elke week opnieuw de wet zwaar overtreden. De
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de NCTV,
maakt zelf onderscheid tussen activisme, extremisme en terrorisme.
Activisme blijft binnen de grenzen van de democratische rechtsorde.
Extremisme gaat over activiteiten die de democratische rechtsorde
ondermijnen. Terrorisme gaat over het aanjagen van ernstige vrees of het
veroorzaken van ernstige maatschappij ontwrichtende schade om politieke
besluiten te beïnvloeden.
Leg dat langs het patroon van Extinction Rebellion, oftewel XR. XR richt
zich niet één keer op het ontwrichten van de samenleving. Nee, XR maakt
een strategie van snelwegen blokkeren, treinverkeer ontregelen, winkels
en bedrijven onder druk zetten, politiecapaciteit opslokken en gewone,
hardwerkende Nederlanders raken om politieke besluiten af te dwingen. En
het blijft niet bij blokkades. Er zijn ook acties geweest met boterzuur,
waarbij mensen onwel werden. Dat is gewoon het doelbewust aanjagen van
angst in de samenleving. Dan hebben we het toch niet meer over
actievoering, maar over doelbewuste ontregeling en angst aanjagen? Ik
vraag mij dan echt af hoever een organisatie in Nederland kan en mag
gaan voordat deze minister zegt: dit is geen activisme meer; dit is
extremisme, misschien zelfs wel terrorisme. Daarom de volgende vragen.
Is de minister bereid om Extinction Rebellion niet langer alleen te
beoordelen als actiegroep, maar als organisatie waarvan onderzocht moet
worden of zij extremisme bevordert, maatschappij ontwrichtende schade
veroorzaakt, of de democratische rechtsorde ondermijnt? Is de minister
bereid om expliciet te laten onderzoeken waarom Extinction Rebellion in
Nederland nog niet verboden is en of een verbod mogelijk is via het
strafrecht, het civiel recht of via het bestuurlijk verbod dat het
kabinet nu onderzoekt?
Voorzitter. Dan dierenextremisme. Voor boeren komt dit letterlijk het
erf op. Hun bedrijf is vaak ook hun huis. Het is de plek waar hun
kinderen wonen, waar gezinnen leven en waar mensen keihard werken aan
óns voedsel. Toch krijgen boeren, veehandelaren en transporteurs te
maken met intimidatie, doxing, stal-insluipingen, bekladdingen,
bedreigingen en online haat. Dat wordt soms nog weggezet als
"activisme", maar als je mensen thuis opzoekt, hun gegevens verspreidt
of hun kinderen bang maakt, dan is dat geen activisme. Dat is
rechtsstaat ondermijnend. LTO, POV en Vee&Logistiek hebben niet voor
niets een Meldpunt Agro Intimidatie opgericht. Dat meldpunt is er omdat
de angst in de sector groot is, omdat mensen incidenten niet altijd
melden, omdat ze vrezen dat aangifte doen toch niks oplevert en omdat
losse incidenten misschien klein lijken, maar het patroon groot is.
Daarom vraag ik de minister: overlegt de minister structureel met LTO,
POV, Vee&Logistiek en het Meldpunt Agro Intimidatie? Worden
meldingen bij dat meldpunt actief betrokken bij de informatiepositie van
politie, het Openbaar Ministerie en de NCTV? Op welke manier neemt de
minister dierenextremisme nadrukkelijker mee in de nationale aanpak van
extremisme? Hoe gaat het kabinet boerengezinnen beter beschermen tegen
doxing, erfbetreding, bedreiging en intimidatie?
Voorzitter, tot slot. BBB verdedigt het demonstratierecht, maar
verdedigt ook de mensen die door extremisten tot doelwit worden gemaakt:
reizigers, ondernemers, winkelpersoneel, politieagenten en ook zeker
boerengezinnen. De overheid mag niet wachten tot het misgaat, maar moet
eerder grenzen stellen. Mijn oproep aan de minister is helder: noem
activisme "activisme", maar noem extremisme en terrorisme ook wat het is
en pak het aan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Van der Plas. Als eerste heeft u een interruptie van
mevrouw Straatman. Ik zocht naar een natuurlijk moment, want ik denk dat
deze over Extinction Rebellion gaat, maar u zat zo lekker in uw tekst
dat ik dacht: ik laat u even de tekst afmaken.
Mevrouw Straatman (CDA):
U heeft het goed geraden, voorzitter: mijn vraag gaat inderdaad over
Extinction Rebellion. Als ik mevrouw Van der Plas goed begrijp, vraagt
zij de minister te onderzoeken of het een criminele organisatie is dan
wel om Extinction Rebellion op de terrorismelijst te plaatsen. Ik
begrijp de frustratie van mevrouw Van der Plas heel goed — laat dat
duidelijk zijn — maar erkent zij niet dat dit primair de taak is van het
Openbaar Ministerie dan wel van de AIVD en dat de minister hier in feite
tot nu toe juridisch gezien helemaal geen rol heeft?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb nergens gevraagd om XR op de terroristenlijst te zetten. Ik heb
gevraagd of de minister bereid is om Extinction Rebellion niet langer
alleen te beoordelen als actiegroep, maar als organisatie waarvan
onderzocht moet worden of zij extremisme bevordert, maatschappij
ontwrichtende schade veroorzaakt of de democratische rechtsorde
ondermijnt. Dat lijkt mij een volstrekt heldere vraag aan de minister,
omdat wij zien dat de acties die Extinction Rebellion uitvoert, gewoon
vaak steeds harder en steeds feller worden. Ik kan me nog herinneren dat
ze hier een paar jaar geleden constant op de publieke tribune zaten. Dat
is allemaal prima, maar de Kamer werd toen zó onder druk gezet om
akkoord te gaan met een of andere motie die was ingediend om een einde
te maken aan de fossiele subsidies. Ze zeiden: als de Kamer daarmee
akkoord gaat, dan stoppen wij met onze acties op de A12. Nou, dat hebben
we gezien; dat hebben we gezien. Ze zijn helemaal niet gestopt en ze
lachen ons gewoon keihard uit. Het is gewoon maatschappij ontwrichtend
wat ze doen. Ik wil dat de minister daar straks gewoon klip-en-klaar
antwoord op geeft.
De voorzitter:
Een vervolgvraag, mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik dacht dat dat twee verschillende dingen zijn. De frustraties van
mevrouw Van der Plas en de voorbeelden die zij noemt, begrijp ik heel
erg goed. Maar als er strafrechtelijk onderzoek gedaan moet worden, is
dat aan het Openbaar Ministerie. Als een organisatie verboden verklaard
moet worden, kan dat inderdaad via de civiele route. Maar ook daarbij is
het Openbaar Ministerie nu aan zet. Zo hebben we de bevoegdheden in ons
land toch verdeeld?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wacht af wat de minister hier straks over te zeggen heeft. Nederland
is gewoon helemaal klaar met deze gasten. Er is een klein groepje mensen
die dit allemaal prachtig vindt. Die mensen worden overigens, begrijp
ik, ook betaald om op een snelweg te gaan zitten. Er worden cursussen
gegeven hoe je het de politie zo moeilijk mogelijk kan maken bij het
wegslepen van demonstranten. Op een gegeven moment is daar gewoon een
grens in bereikt. Dit wil niet zeggen dat het demonstreren an sich
verboden moet worden, maar wat er nu gebeurt met het gooien van
boterzuur in winkels, waardoor mensen gewoon onwel worden en door een
arts behandeld moeten worden, vind ik niet normaal. Ik weet niet of het
CDA dat normaal vindt, maar het lijkt mij tijd dat we eens gaan kijken
hoe we dit soort gasten kunnen aanpakken als ze op deze manier
demonstreren.
De voorzitter:
Oké. Ik zag ook een interruptie van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Ik hoorde mevrouw Van der Plas het hebben over de definitie van
terrorisme: het veroorzaken van maatschappij ontwrichtende schade, met
als doel angst aanjagen en politieke besluitvorming beïnvloeden. Die
koppelt zij aan Extinction Rebellion. Zij legt die organisatie langs de
lat, zoals zij dat noemde. Wat ik alleen niet merk bij mevrouw Van der
Plas is dat zij dat ook doet bij de azc-terroristen, namelijk het
veroorzaken van maatschappij ontwrichtende schade, het schieten met
vuurwerk op agenten, het bedreigen van raadsleden, het bedreigen van
burgemeesters, en dan ook nog eens met het doel om politieke
besluitvorming te beïnvloeden bij verschillende azc's. In verschillende
gemeenten zijn die azc's ook niet doorgegaan om die reden. Wil mevrouw
Van der Plas ook in dit geval dit wegzetten als terrorisme of
terroristen, zoals zij dat doet bij Extinction Rebellion?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb vannacht tot 1.00 uur in een debat gezeten waarin het hier van
17.00 uur tot 1.00 uur over is gegaan. De heer El Abassi kan de beelden
daarvan terugzien. Daarin heb ik ook gezegd dat ik het gewoon echt
schandalig vind wat daar door een bepaalde groep gebeurde. Want laten we
dat wel even goed onderscheiden: er zijn daar nu groepen in beeld. Ik
heb de minister volgens mij gisterenavond horen zeggen dat het een
kleine groep mensen is die dat doet en dat een deel van die groep toch
ook een beetje meelopers zijn. De beelden die we hebben gezien van
Loosdrecht, waarin met vuurwerk werd gegooid en een gebouw in de fik
ging terwijl daar mensen in zaten, dat kan gewoon niet, dat mensen dat
doen. Ook bij dat soort groepen — ik heb het net over Extinction
Rebellion gehad — moet gewoon goed onderzocht worden wat voor groepen
dat zijn, wat hun doel is en op welke manier zij maatschappij
ontwrichtend bezig zijn. Natuurlijk, ik kan heel veel groepen noemen
waarvan ik vind dat dat daarbij moet gebeuren. Daarbij wil ik opmerken
dat ik de mensen in Loosdrecht die zich zorgen maken over een azc, die
niet meegenomen zijn in alle besluitvorming — dat geldt ook voor andere
gemeenten — daar niet onder schaar. Die mensen zijn zelf het slachtoffer
van dit soort groepen, want hun verhaal wordt niet meer gehoord, omdat
alle aandacht uitgaat naar de groepen waar we het hier over
hebben.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. We hebben drie interrupties, meneer El Abassi. Dat
weet u? Oké. Meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, graag een vervolgvraag. Ik maak 'm iets concreter. We weten
dat er extremistische groeperingen onder zitten die die boel
aanwakkeren, die dit aansturen en die de boel ophitsen, zoals Defend
Netherlands en een aantal andere extremistische groeperingen. Ik heb het
debat van gisteren ook gevolgd. Ik heb mevrouw Van der Plas niet op deze
manier horen spreken over die demonstranten. Vandaar dat ik die vraag
ook stelde. Ze heeft ze niet terroristen genoemd. Ze is niet met die
definitie gekomen en ze heeft ze ook niet daartoe gecategoriseerd.
Daarom vraag ik of mevrouw Van der Plas, als ik hier een motie over
indien, bereid is deze groep — er zijn ook groepen die geen geweld
hebben gepleegd, waar geen sprake was van intimidatie, bedreiging et
cetera — die eronder ligt, weg te zetten als terroristen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik kan pas beslissen over een motie en of ik die steun als ik die heb
gezien. Die heb ik niet gezien. De heer El Abassi geeft een korte
samenvatting van de motie. Ik kijk altijd serieus naar moties en deze
zal ik ook heel serieus beoordelen, natuurlijk. Onze maatschappij is
niet gebaat bij al dit soort protesten en acties van mensen die op een
kwaadwillende manier hun zin willen krijgen. Dat is niet hoe de
democratie in Nederland werkt. Een democratie kent een demonstratierecht
en dat moeten we ook zo veel mogelijk beschermen. Groepen die over de
schreef gaan, die die grens over gaan en letterlijk levensgevaarlijke
acties uitvoeren om te krijgen wat zij willen, daar moeten we inderdaad
goed naar kijken. We moeten goed onderzoeken in hoeverre dat soort
groepen misschien ook wel verboden moet worden. Maar nogmaals, als de
heer El Abassi daar een motie voor indient, dan ga ik daar serieus naar
kijken.
De voorzitter:
Meneer El Abassi, tot slot.
De heer El Abassi (DENK):
Dan schiet mij toch een motie te binnen die mevrouw Van der Plas eerder
heeft gesteund, namelijk de Antifa-motie, de motie om Antifa te
verbieden als organisatie. Stel dat ik dezelfde bewoordingen gebruik,
maar dat dan vervang door "Defend Netherlands" en "anti-azc-groeperingen
die geweld toepassen", zoals ik al eerder heb genoemd, is mevrouw Van
der Plas dan bereid om zo'n identieke motie te steunen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is een beetje zonde van de interruptie van de heer El Abassi, want
ik heb net antwoord gegeven op de vraag. Ik moest eerst zien wat er
precies in een tekst staat. We kijken naar de overwegingen, we kijken
naar het verzoek. En nogmaals — ik kan het hier nog een keer herhalen —
op een ondermijnende, gewelddadige manier je zin proberen te krijgen en
politieke besluitvorming proberen te beïnvloeden, dat is niet hoe de
democratie werkt in Nederland. Nogmaals, ik ga er serieus naar
kijken.
De voorzitter:
Oké. Laten we even een halve minuut wachten tot de bel voorbij is.
Daarna gaan we verder met meneer Struijs.
Meneer Struijs, aan u het woord voor uw eerste termijn namens
50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ook wij van 50PLUS zien zorgwekkende ontwikkelingen,
maar wij roepen wel op, als het gaat om activisme, extremisme en
terrorisme, om balans te brengen in de onderzoeken en de discussies die
wij voeren. Het gaat namelijk om gedrag en of je nou in de linker- of de
rechterhoek zit: terrorisme is terrorisme, extremisme is extremisme. Ik
heb eerder in de informele gesprekken met de NCTV en allerlei
wetenschappelijke onderzoeksbureaus gezegd: neem wel het geheel mee en
rapporteer over het geheel, volgens de wetenschappelijke standaard en
ook volgens de spelregels. Ik heb toch wel een beetje het idee dat we
heel veel praten over rechts-extremisme en dat is terecht, maar laten we
het geheel bekijken. Is de minister het ermee eens dat we constant het
geheel moeten blijven zien?
Een andere zeer zorgwekkende ontwikkeling — ik ga niet in op
operationele zaken — is wat er nu gebeurt op Snapchat. Wat wij zien is
dat vele, vele jongeren worden benaderd voor activiteiten als het
neerleggen van een bom bij bijvoorbeeld een Joodse instelling of elders.
De politie mag alleen deelnemen aan deze groepen op het moment dat ze
zichzelf bekendmaken. Ik weet dat er een wet in voorbereiding is om dat
geanonimiseerd te kunnen doen vanuit politiezijde en ik wil echt dat die
wet er versneld komt. Waarom wil ik dat? Omdat je een hele grote groep —
dat vertellen politiemensen mij die dit onderzoek doen — Barts
tegenkomt. Bart is 17 jaar en is op Snapchat al zeven keer benaderd. Hij
komt uit een keurig gezin. Op een gegeven moment heeft de politie
besloten om zijn ouders te informeren. Bart heeft dit niet aan de
keukentafel verteld, omdat hij met een vriendje zei: nou ja, voor die
€8.000 moeten we het misschien toch maar eens een keer doen. Bart heeft
geen flauw idee dat hij onderdeel is van een lange arm uit in dit geval
Iran. Dit is zorgwekkend, dus ik probeer samen met de minister een
versnelling te vinden om meer aan die voorkant te komen om dit te
bestrijden met z'n allen. Ik weet dat de wet eraan komt, maar kunnen we
daar niet een versnelling aan geven zodat we een nog breder palet
krijgen hiervoor?
Een ander onderdeel dat ik hier heel graag even ter sprake wil brengen,
is de beïnvloeding van de zogenaamde "lone wolves". Binnenkort zal
bekend worden dat wederom een crimineel is benaderd. Die crimineel
pleegt een terroristische daad, maar zit niet in een terroristische
groepering. Deels is het het geld en deels is het de beïnvloeding via
sociale media. Deze crimineel heeft heel lang naar sociale media zitten
kijken, heeft zich een mening gevormd en die is geëscaleerd. Dit hele
fenomeen van de lone wolf, daar maken de NCTV, de AIVD en politie zich
het meest zorgen om, omdat er heel veel beïnvloedbare mensen zijn die
doorlopend worden beïnvloed door sociale media en ook eerder door geld.
Kan de minister eens een toelichting geven op hoe hij denkt dat we beter
met dit fenomeen kunnen omgaan, zowel repressief als preventief?
Iets anders is — dat was ook binnen de politiek — dat wij echt moeten
gaan waken voor de lange arm en daar niet te naïef over moeten zijn. Ik
zal Iran als voorbeeld nu geven. Ik denk dat dat erg wordt onderschat.
Ik snap dat de AIVD niet alles kan vertellen, maar er leeft brede
consensus dat we hier veel meer effort op moeten zetten, zowel vanuit de
politiek als in de informatiehuishouding. Dit is een zorgwekkende
ontwikkeling. Er is een motie van 50PLUS aangenomen toen de oorlog in
Iran begon, om hier direct actie op te ondernemen. Kan de minister
misschien toch, zonder al te veel prijs te geven, aangeven of hier volop
op gewerkt wordt? De activiteiten nemen namelijk alleen maar toe in
Europa, is mij verteld.
Voorts hoop ik dat de minister wil kijken naar het volgende. Wij hebben
de trapsgewijze definitie, zoals de minister weet, van activisme,
extremisme, terrorisme. Mevrouw Van der Plas verwees er al naar. Dat
zijn hele goede spelregels, maar die spelregels gelden niet voor
Amerika. Amerika is nu volgens hun spelregels onze activisten en soms
extremisten al gelijk in een hoek aan het drukken en dat heeft echt
consequenties als je naar Amerika gaat. De kans dat je daar wordt
aangehouden of terug wordt gestuurd is steeds groter. Is de minister in
gesprek met de Amerikaanse regering over dit fenomeen, over dat er met
twee maten wordt gemeten? Als dat zo is, moeten we dan mensen hier niet
voor gaan waarschuwen als ze toch voornemens zijn om naar Amerika te
gaan? Graag een visie van de minister hierop.
Ik laat het hierbij. Dank u wel.
De voorzitter:
Perfect. Dank u wel, meneer Struijs. Ik kijk nog even rond. We gaan naar
mevrouw Straatman voor haar eerste termijn namens het CDA.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Een debat over terrorisme en extremisme stemt
zelden optimistisch. Toch begin ik vandaag met een klein lichtpuntje,
want op 1 januari is na een motie van het CDA de Redirect Methode in
pilot gegaan bij Meta. Dat is een preventieve methode waarbij gebruikers
die zoeken naar terroristisch materiaal automatisch worden doorgeleid
naar hulpverleningsinstanties, zoals het Landelijk Steunpunt Extremisme.
Vanuit het veld krijgen we signalen dat de pilot als effectief wordt
gezien. Kan de minister dit bevestigen? Tot wanneer loopt deze pilot en
wat is nodig om deze pilot verder uit te rollen?
De Redirect Methode is een positieve uitzondering die blootlegt dat we
als overheid nog enorm worstelen met een effectieve aanpak van opkomend
online extremisme en terrorisme, want voor de giftige cocktail van jong,
radicaal, digitaal behendig en gefascineerd door geweld hebben we
eigenlijk nog geen echte effectieve aanpak. Maar hoe moeilijk ook, de
aanpak van online radicalisering en extremisme moet wat het CDA betreft
topprioriteit worden. Het rapport van de NCTV onderstreept dit belang,
want online extremisme is in beweging. Experts omschrijven online
extremisme inmiddels als een soort saladebar: ideologieën, subculturen
en geweldsfantasieën lopen voortdurend door elkaar heen. De motieven
zijn fluïde, maar ze vinden elkaar in één gemeenschappelijkheid: de
fascinatie voor geweld, verpakt in een vorm van gamification waarin
geweld ook status oplevert. Is bekend wat de rol van geweld in
radicalisering is en is onze aanpak hierop op dit moment voldoende
toegerust?
Voorzitter. We discussiëren al een tijdje over de definitie van
extremisme. De minister geeft in verschillende Kamerbrieven ook aan dat
deze zoektocht verdergaat, maar het WODC-rapport Schimmige scheidslijnen
laat zien hoe lastig die zoektocht is. Online extremisme verandert
voortdurend van vorm en onttrekt zich vaak aan strakke definities. Wat
het CDA betreft wachten we niet op die perfecte definitie terwijl het
probleem ondertussen verder groeit. Laten we daarom beginnen bij wat
evident schadelijk is. Noem bijvoorbeeld die gore content, zoals
zelfverminkingen, mishandelingen en extreem geweld, die ronddwaalt
binnen bijvoorbeeld die Com-netwerken. Of neem de manifesten van
veroordeelde terroristen of extremisten als Breivik en Tarrant. Bevoegde
autoriteiten als de ATKM hebben nu niet de bevoegdheid om te verzoeken
deze content te verwijderen, terwijl we nu allang weten hoe schadelijk
deze content is. De minister geeft aan juridisch te onderzoeken welke
aanvullende bevoegdheden de ATKM kan krijgen. Over welke aanvullende
bevoegdheden heeft de minister het en tegen welke knelpunten loopt hij
aan? Wat het CDA betreft stellen we de verspreiding van bijvoorbeeld
deze gore content en de manifesten van terroristen en extremisten nu al
strafbaar. Dit heeft een normerende en beschermende functie, maar geeft
bijvoorbeeld ook de ATKM een haakje om deze verschrikkelijke content nu
al offline te halen. Hoe ziet de minister dit?
De focus op online extremisme mag niet doen vergeten dat de dreiging van
jihadistisch terrorisme in Nederland onverminderd hoog blijft. In 2025
zijn enkele jihadistische terrorismeveroordeelden vrijgekomen die hun
straf hebben uitgezeten, maar wel nog een hoog dreigingsprofiel hebben.
In het dreigingsbeeld staat dat niet uit te sluiten is dat een of
meerdere van deze personen overgaan tot geweld. In 2027 komen nog meer
van deze veroordeelden vrij. Daarom mijn vraag aan de minister over
hoeveel personen het precies gaat, wat hij gaat doen om deze groep in
beeld te houden, hoeveel van deze personen in vreemdelingenbewaring
zitten en aan hoevelen vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd. Om
Nederland veilig te houden, moeten deze veroordeelde terroristen zo snel
mogelijk terug naar hun land van herkomst. Welke stappen zet de minister
in gesprekken met landen van herkomst om hen ertoe aan te zetten hun
eigen onderdanen terug te nemen, en ziet hij ook informele routes om
vertrek mogelijk te maken?
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Okido. Ik kijk weer even rond. We gaan verder met GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Straatman, wilt u nog even op het knopje drukken? Momentje,
mevrouw Straatman zet haar microfoon uit. Meneer Mohandis, namens
GroenLinks-PvdA.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. We hebben allemaal weer het nieuwe
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland kunnen lezen. Het is een enorm
zorgelijke ontwikkeling als het gaat om het algehele dreigingsbeeld,
maar we zien ook weer een verdere geweldsbereidheid onder extreemrechts.
Het gaat dan met name om de onlinekant, maar daar zal ik straks iets
meer over vertellen. We zien dat extreemrechtse groepen steeds
succesvoller worden in hun framing om haat te normaliseren, bijvoorbeeld
door termen als "remigratie" of "omvolking", die daar enorm worden
gebezigd. De term "remigratie" wordt in deze groepen vaak gebruikt als
eufemisme voor deportatie. Die extreemrechtse uitingen zijn geen mening,
maar gewoon strafbaar. Deelt de minister onze zorgen? Ik ben ook
benieuwd hoe dit doorwerkt in de lokale aanpak. Ik kan mij nog goed
herinneren hoe de aanpak van ISIS-jihadisten, heel terecht, lokaal werd
ingebed als het gaat om casussenoverleg wat betreft de haarvaten van de
samenleving, om een goed beeld te hebben van deze netwerken en om
gericht te kunnen ingrijpen. Welke ervaringen zijn er met dezelfde
lokale aanpak van rechtsextremisten? Hebben we ze in beeld? Hebben we de
netwerken in beeld? Doen sociale netwerken hun werk? Ik ben heel erg
benieuwd hoe het kabinet hiernaar kijkt. Het rapport laat duidelijk zien
dat het aantal bewegingen in beweging is — om het maar even zo te zeggen
— en dat activisme doorgezet wordt naar terrorisme. Dat laat zich ook
gelden in uitingen die we online en op televisie zien.
Voorzitter. Sommige collega's hebben terecht aandacht besteed aan de
onlinekant. Daarover zijn heel veel zorgen, maar er lijkt minder grip op
te zijn. Ik ben ook heel erg benieuwd hoe het nu gaat op die besloten
platformen. Wat kan het kabinet nou echt doen? Ik lees in de brieven
vooral over samenwerkingen met socialmediabedrijven of onlinebedrijven.
Ik ben benieuwd wat dat nou concreet oplevert. De minister schrijft het
een en ander over borderline content. Dat is zeer zorgelijk, maar wat
kan de minister doen om dit aan te pakken?
De voorzitter:
Een momentje. U heeft een interruptie van mevrouw Martens-America.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Het is fijn om te horen dat mijn collega van GroenLinks-PvdA zich ook
zorgen maakt over de toenemende dreiging en het ophitsen dat online
gebeurt. We kunnen onze ogen niet sluiten voor het feit dat we hier ook
best vaak debatten voeren over privacy versus ingrijpen, waarbij
GroenLinks-PvdA toch wel vaak voor de privacykant kiest. Dat is
weloverwogen, maar dat is wel vaak de doorslaggevende factor. Zijn we
dan niet toch op het punt gekomen dat we de minister moeten gaan
oproepen om wetten te schrijven, of dat we die zelf moeten gaan
schrijven, om mee te kunnen kijken in appgroepen en Telegramgroepen?
Denk aan het voorstel dat mijn collega Michon afgelopen week heeft
ingediend om berichten die online worden geplaatst en waarin wordt
opgeruid, weg te kunnen halen. We zijn best wel voorzichtig als het gaat
over privacy. Zijn we nu niet met z'n allen de drempel over om te zeggen
dat we de privacy misschien wat minder zwaar moeten laten wegen en de
veiligheid zwaarder moeten laten wegen?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ja, in de zin dat wij altijd bereid zijn om serieus naar voorstellen te
kijken, ook van uw fractie. Dat voorstel zien wij dus serieus tegemoet.
Het is wel zo dat je met elk deurtje dat je met goede bedoelingen
creëert om dingen te bestrijden ook weer een fout publiek trekt; dat
weet ik van degene die veel meer over de onlineaanpak en cyberveiligheid
weet dan ik. Je moet dat dus wel zorgvuldig en effectief doen.
Ik wilde eigenlijk een bruggetje maken naar mijn oproep aan het kabinet
als het gaat om de verwijderbevelen. We zien dat de ATKM — sorry voor de
afkorting, voorzitter — zegt daar goede ervaringen mee te hebben, maar
uit onderzoek van de Volkskrant blijkt toch dat 95% van de strafbare
berichten die in het onderzoek voorkomen gewoon online blijven. Die
worden niet verwijderd. Je kunt een hele boom opzetten over de discussie
of iets vrijheid van meningsuiting is of niet, maar bij verwijderbevelen
van haatcontent heb ik het over strafbare content. Als het echt gaat om
strafbare content, dan vind ik dat we veel verder moeten gaan om
socialmediaplatformen te verschonen van deze haat. Ik denk dat dat het
is. Ik kan nu niet zeggen of wij dat voorstel steunen of niet, want dat
moet ik serieus beoordelen. We moeten sowieso niet naïef zijn over wat
er online allemaal gebeurt waar we geen zicht en geen grip op hebben,
maar wat wel heel erg schadelijk is voor onze samenleving, de sociale
stabiliteit, hoe we met elkaar omgaan en het politieke debat in dit
huis. We zijn dus ook altijd bereid om daar serieus naar te kijken. Maar
ik wilde eigenlijk een brug maken naar de voorstellen die wij wilden
doen.
De voorzitter:
Ik kijk even of mevrouw Martens een vervolginterruptie gaat doen
plaatsvinden. Nee. En "ATKM" staat volgens mij voor "Autoriteit online
Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal", zeg ik als
invalvoorzitter.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, het zit in mijn spreekbeurt, dus ik wilde eigenlijk de
afkorting niet noemen. Maar inderdaad: de Autoriteit online
Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, dank u wel. Maar ik ga
even terug naar waar ik was gebleven. Het gaat me namelijk om die
effectieve onlineaanpak. Online is natuurlijk enorm. De collega had het
over Snapchat, maar laten we gewoon ook kijken naar
socialmediaplatforms, waarbij ik me steeds meer afvraag of het kabinet
wel werkelijk grip heeft. Er wordt wel gezegd "we proberen van alles",
maar wat is er daadwerkelijk in beweging en waar biedt dit kabinet
daadwerkelijk landelijke wetgeving? Ik kijk nu niet alleen naar deze
minister, maar ook naar zijn collega-ministers onder wie de ACM, de
Autoriteit Consument & Markt, en het Commissariaat voor de Media
vallen. Dus kun je niet alleen Europees overgaan tot daadwerkelijk
handelen, als het gaat om de Digital Services Act? Er is namelijk een
X-platform, dat wordt gebruikt als een enorme afvoerput van
scheldpartijen, haat, nepnieuws en bedreigingen. We zien in onderzoek
dat 95% van de content die als strafbaar is aangemerkt, daar gewoon
blijft staan. Dat blijft dus gewoon staan. Wat doet het kabinet om X aan
te pakken via de Digital Services Act? Welke mogelijkheden heeft de
minister überhaupt om nationale wetgeving in te zetten? Welke
mogelijkheden heeft u om die verwijderbevelen, zoals die Autoriteit
Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal ze zegt te hebben,
door te kunnen zetten naar andere platforms, zodat dat ook daadwerkelijk
succesvol is? Welke ervaringen en verwijderbevelen heeft u überhaupt met
een platform als X?
Voorzitter. In ieder geval zijn er voor nu genoeg vragen om met elkaar
het gesprek te kunnen voeren. Want anders is het "online gebeurt er van
alles, maar ja, we proberen het" en schiet het eigenlijk niet op. Dat
zou dan erg zonde zijn. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk rond. Een interruptie van de heer Markuszower, die geen lid
is van de commissie ...
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Nóg niet lid.
De voorzitter:
... maar ik neem aan dat we hem welkom kunnen heten. Meneer
Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel. En dank voor de toestemming, collega's. Ja, extremisme en
terrorisme, dat zijn natuurlijk allemaal verschrikkelijke dingen, waar
we ons met z'n allen tegen moeten weren, en ik hoop ook dat de minister
dat allemaal voor ons goed doet in Nederland. Maar ik maak me een beetje
zorgen over een partijgenoot van de heer Mohandis, en vraag me af wat
hij daar zelf van vindt. Het gaat dan bijvoorbeeld over de burgemeester
van Utrecht, wier raadsvergadering vorig jaar werd bestormd en
verstoord. Daarbij is ook geweld gebruikt. De bestormers worden ook
vervolgd voor geweld. Maar een jaartje later gaat die burgemeester met
diezelfde extremisten die die vergadering hebben verstoord, een
herdenking organiseren. Ik vraag dan aan de heer Mohandis: vindt de heer
Mohandis dat nou eigenlijk een goed signaal, als burgemeesters samen met
ordeverstoorders, met extremisten, optrekken?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
In de vraag zitten heel veel insinuaties, die in mijn optiek gekoppeld
zijn aan onwaarheden. Nee, dat zijn geen feiten, meneer Markuszower, dat
weet u donders goed. Er is volgens mij gewoon ingegrepen door de
burgemeester zelf bij die verstoring in de raadszaal. Dus dat is één. En
dat is volgens mij ook goed; dat hoort ook zo te gaan. Dat u dat koppelt
aan een herdenking later, werp ik verre van me. Volgens mij klopt die
koppeling voor geen millimeter. En volgens mij is dit ook een omdraaiing
van de feiten. Volgens mij had u gisteren niet zo'n lekker debat, zo
wilde ik nog even constateren. Volgens mij is het dan ook iets te
makkelijk om allerlei etiketten op anderen te gaan plakken. Maar het is
nu heel erg belangrijk om af te gaan — en dat doe ik hier in dit debat,
voorzitter — op het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland en om echt te
kijken of we op basis van dat rapport feitelijke volgende stappen kunnen
zetten met elkaar. Dat omdat er genoeg te doen is aan wat hier heel
concreet op tafel ligt. Dáár moet dit debat over gaan. En ik ga het
debat van gisteren niet herhalen.
De voorzitter:
De heer Markuszower voor een vervolg.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik ga het debat van gisteren ook niet herhalen. En of dat voor mij
lekker was of niet, is totaal niet ter zake. Ik stel gewoon een hele
zakelijke vraag, en die is heel feitelijk: is het nou verstandig als
onze bestuurders, of hier politici, of burgemeesters in het land, samen
optrekken met mensen die nog geen jaar geleden een raadsvergadering
hebben verstoord? Hun mensen worden vervolgd voor geweld. Dat zijn geen
insinuaties; dat is gewoon een feit. Een jaar later heeft de
burgemeester van Utrecht, toevallig een lid van de partij van de heer
Mohandis, een herdenking georganiseerd met precies dezelfde persoon die
een jaar eerder de raadsvergadering heeft verstoord. Dat is een feit.
Dat is geen insinuatie. Ik vraag me gewoon af: vindt de heer Mohandis
dat nou verstandig in het kader van dat we toch met z'n allen onze
democratie, onze rechtsstaat, willen versterken, en ordeverstoorders,
extremisten, misschien zelfs terroristen of mensen die banden daarmee
hebben, ver van ons af willen duwen?
De voorzitter:
De vraag is duidelijk.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik ga in herhaling vallen. Ik heb eerder gezegd dat er destijds door
deze zelfde burgemeester is ingegrepen. Ook als ze van een andere partij
zouden zijn, heb ik er altijd vertrouwen in dat burgemeesters ingrijpen.
Daar ligt het mandaat. Daar zit het vertrouwen ook. Zij zijn wijs genoeg
om te doen wat nodig is. Zij beschermen onze rechtsstaat, elke dag,
omdat zij in de vuurlinie staan om dat wat wij hier bespreken zo goed
mogelijk aan te pakken. U maakt een koppeling. Ik heb die mensen niet
gesproken, u kennelijk wel. U kent ze allemaal. U heeft ze allemaal
gescreend. U weet dat ze strafbare feiten hebben begaan. Dat is in ieder
geval wat u hier insinueert. Dat werp ik verre van mij. Daar ga ik niet
in mee. Dat beeld is gewoon niet terecht, dus daar hou ik het bij.
De voorzitter:
Dan kijk ik even. Mevrouw Straatman, dat is dan uw laatste.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik zou terug willen naar het punt over online, want mijn collega maakte
hele mooie punten, denk ik. Hij merkte terecht op dat een groot deel van
de strafbare content nu nog ronddwaalt op internet, terwijl die heel
snel offline moet. Maar we hebben ook nog de categorie die wel "awful
but lawful" wordt genoemd. Nu we weten hoe gevaarlijk geweldsfragmenten,
van zelfverminkingen, zijn, zou ik die het liefst ook offline willen
halen. Is mijn collega het met me eens dat we moeten kijken hoe we de
reikwijdte van de verwijderingsverzoeken kunnen uitbreiden, zodat de
ATKM instrumenten in handen krijgt om dat materiaal offline te
halen?
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wil een heel eind meegaan in dat denken. Ik stuitte wel op een
kabinetsbrief die zegt dat borderline content allemaal vreselijk is,
maar dat het moeilijk is om die preventief aan te pakken, te verbieden
et cetera, zoals u wilt. Daar zit het dilemma. Ik heb zelf nog eens even
gekeken: wanneer is er nou sprake van borderline content? Ik ben op
Facebook gaan zoeken en ik kwam op een Defendgroep. Dan zie je een post:
"Kom in verzet". Dat lijkt op zichzelf nog … Want ja, wat is dan
"verzet"? Dan zie je dat dat heel veel reacties oproept die gewoon
strafbaar zijn. Facebook heeft nog een moderatiebutton, dus daar zit nog
iets van een mogelijkheid voor burgers om in te grijpen. Op X kan dat
bijvoorbeeld niet. Ik ben heel erg bereid mee te denken om te zien of de
ATKM verwijderbevelen kan geven, maar het moet wel kunnen. Er moet wel
sprake zijn van oproepen tot geweld; het moet strafbaar zijn. Ik vind
heel veel teksten ook verwerpelijk. Het zou van mij allemaal moeten
worden verwijderd, want er is geen kind op school dat hier slimmer,
wijzer of beter van wordt. Ik geloof ook niet dat de samenleving er
beter van wordt. Maar het moet wel kunnen. In dat rechtsstatelijke kader
opereert mijn partij. Daarin trek ik graag samen met u op.
De voorzitter:
Oké. Dan gaan we door naar de eerste termijn van JA21, die uitgesproken
wordt door mevrouw Coenradie.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Voordat ik die uitspreek, wil ik even genoemd hebben dat
normaal gesproken mijn collega Joost Eerdmans dit debat zou doen, maar
ik hem vandaag vervang.
Voorzitter. Het Dreigingsbeeld is glashelder. Jihadistisch terrorisme
vormt nog altijd de grootste terroristische dreiging voor Europa.
Driekwart van de geregistreerde aanslagen en verijdelde plannen in
Europa komt nog steeds uit jihadistische hoek. Daarom mijn eerste vraag:
gaat deze Europese tendens ook op voor Nederland of wijkt Nederland
hierin af? Wie het Dreigingsbeeld leest, ziet bovendien een zorgwekkend
patroon. Nederlandse uitreizigers vormen nog steeds een gevaar. Online
jihadistische netwerken kunnen opnieuw ontstaan. Jongeren radicaliseren
sneller via sociale media. Ondertussen heeft de overheid nog altijd
onvoldoende grip op personen die daadwerkelijk een risico vormen.
Voorzitter. Zelfs wanneer mensen met een terroristisch profiel worden
afgewezen of hun verblijfsrecht verliezen, blijven ze hier vaak hangen.
Landen van herkomst werken niet mee, procedures slepen zich voort en
vervolgens grijpt het EVRM weer in. Het resultaat is dat illegale,
potentiële terroristen vrij rondlopen in Nederland. Een land dat de
veiligheid van zijn inwoners echt serieus neemt en de mond vol heeft van
preventie, zou hier veel kordater op moeten handelen. Juist daarom
moeten we veel harder inzetten op controle en beheersing. Het nieuwe
beheersregime biedt daar eindelijk mogelijkheden voor. Mijn vraag aan de
minister: krijgen personen met een jihadistisch of terroristisch
risicoprofiel hierin prioriteit?
Voorzitter. In juli 2025 werd een Tadzjiek in Nederland veroordeeld tot
vijfenhalf jaar cel voor het ronselen van IS-leden. Een beschamend lage
straf voor iemand die actief mensen werft voor massamoord. Hoe kijkt de
minister aan tegen minimumstraffen voor dit soort
terrorismefeiten?
Het vorige kabinet schreef in februari: "Het kabinet hanteert als
uitgangspunt nadrukkelijk dat berechting van uitreizigers en de
tenuitvoerlegging van gevangenisstraf in de regio moet plaatsvinden."
Inmiddels hebben we een kabinet van een andere signatuur. Daarom de
vraag: is dit nog altijd de lijn die het kabinet hanteert en sluit u uit
dat er nog een IS-man, -vrouw of -kind wordt teruggehaald in de
toekomst? Waarom blijft Nederland worstelen met een terughaalbeleid
waarvan de veiligheidsconsequenties nog jarenlang voelbaar kunnen
zijn?
Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat asielzoekers gemiddeld pas na
twee jaar worden onderzocht op mogelijke banden met terrorisme, terwijl
dat binnen twee weken zou moeten gebeuren. Dat is geen administratieve
fout. Dat is een direct veiligheidsrisico. Schandalig! Hoe kan het
kabinet uitleggen dat de basiscontrole op terrorisme zo structureel
faalt? Is de minister bereid om een verplichte versnelde
veiligheidscontrole in te voeren voordat iemand toegang krijgt tot
Nederland?
Voorzitter. Een tweede punt betreft online radicalisering van jongeren.
Het dreigingsbeeld laat zien dat minderjarigen steeds sneller
radicaliseren via algoritmes, propaganda en online netwerken. Dat
gebeurt soms niet meer in jaren, maar in weken. De NCTV zegt dat er geen
directe aanwijzingen zijn voor nieuwe jihadistische aanslagplannen door
het conflict in Gaza, maar ondertussen zien we wel aanslagen op Joodse
instellingen in Europa, intimidatie van Joodse Nederlanders,
bekladdingen van monumenten en een explosie van antisemitische
incidenten. Hoe kan de minister dan volhouden dat deze ontwikkeling geen
radicaliserende impact heeft?
In Europa lopen gesprekken met platforms over extremistische content,
platformmigratie en online radicalisering. Dat klinkt goed, maar leveren
die gesprekken ook daadwerkelijk iets op? Kan de minister concreet
aangeven hoe die onderhandelingen, waar platforms zich tegen verzetten,
verlopen en wanneer de Kamer harde resultaten kan verwachten?
Voorzitter. Dan het derde punt: extremistische organisaties en
netwerken. De Kamer spreekt al langer haar zorgen uit over organisaties
die extremisme verheerlijken, antisemitisme verspreiden of sympathiseren
met terroristisch geweld. Toch is Nederland voor de zoveelste keer het
land dat niet daadkrachtig kan of wil ingrijpen. Samidoun is daar een
voorbeeld van. Het kabinet schrijft zelf dat landen als Frankrijk en
Duitsland sneller optreden via bestuursrechtelijke maatregelen. JA21
vindt het daarom positief dat het kabinet er serieus naar kijkt om dit
pad ook te gaan volgen.
Voorzitter. De rode draad is duidelijk: de dreiging ontwikkelt zich
sneller dan de overheid handelt. Nederland reageert te vaak met trage
procedures en juridische terughoudendheid en dan roepen we vervolgens
allemaal in koor: onze democratische rechtsorde wordt bedreigd!
Tja.
De voorzitter:
Oké. Ik kijk even rond. We gaan naar mevrouw Belhirch voor de eerste
termijn van D66.
Mevrouw Belhirch (D66):
Dank u wel, voorzitter. De beelden uit Loosdrecht blijven bij velen op
het netvlies staan: mensen die hier veiligheid zochten en werden
opgeschrikt door vuur en geweld, hulpverleners die werden belaagd
terwijl ze kwamen helpen. En de jongeren van de Jonge Democraten: zij
zaten in ons partijkantoor toen er een vuurwerkbom door de brievenbus
werd gegooid. Dit had veel slechter kunnen aflopen. In mijn maidenspeech
zei ik dat ik trots ben op Nederland, op onze vrijheid, op onze
democratische rechtsstaat, op een land waarin we verschillen van mening
met woorden uitvechten en niet met intimidatie of geweld. Dat is het
Nederland dat we willen beschermen. Wanneer intimidatie en georganiseerd
geweld worden ingezet, is er geen sprake meer van protest, maar van
ondermijning van een democratische rechtsstaat. Daarom moeten we
extremisme in welke vorm dan ook normeren en hard aanpakken, of het nou
jihadisme, rechts-extremisme of anti-institutioneel extremisme is. De
NCTV waarschuwt bovendien dat we waakzaam moeten zijn voor het
normaliseren van rechts-extremistisch gedachtegoed, omdat daar bewust
een strategie achter zit.
Het is goed dat de minister onderzoek heeft laten doen naar de groepen
achter de gebeurtenissen in Loosdrecht. Wanneer kan de Kamer daar meer
informatie over verwachten? Daarnaast hoor ik graag welke lessen wij
kunnen trekken uit Duitsland, waar men werkt met gespecialiseerde
eenheden voor de aanpak van rechtsextremisme.
De diensten waarschuwen voor de snelle groei van radicalisering onder
tieners en jongvolwassenen. Repressie, opsporing en veroordeling zijn
essentieel, maar als we pas ingrijpen wanneer jongeren zijn
geradicaliseerd, zijn we te laat. Juist daarom moet onze aanpak ook meer
gericht zijn op voorkomen in plaats van genezen. De diensten waarschuwen
dat radicalisering, die vroeger maanden duurde, nu soms in dagen
verloopt, online en op steeds jongere leeftijd. Daarnaast zien we nieuwe
onlinenetwerken, zoals de Com-netwerken: onlinenetwerken waar jonge
kinderen worden meegezogen in een cultuur van geweld, haat en
zelfbeschadiging. Het WODC zegt iets wat we te weinig bespreken:
jongeren radicaliseren vaak niet alleen vanwege ideologie, maar vanuit
een zoektocht naar identiteit, zingeving en verbondenheid en door
psychosociale factoren. Daarom vraag ik de minister hoe we eerder kunnen
investeren in preventie en het wegnemen van een voedingsbodem voor
radicalisering. Daarnaast hoor ik graag hoe de minister vroegsignalering
wil versterken samen met scholen, gemeenten, jongerenwerkers en
maatschappelijke organisaties, en hoe daarbij professionals en ouders
beter kunnen worden ondersteund in de gesprekken met jongeren die
dreigen af te glijden richting extremisme. Hoe zorgen we ervoor dat
online weerbaarheid van jongeren structureel onderdeel wordt van de
aanpak, juist nu radicalisering zich steeds sneller online verspreidt,
bijvoorbeeld door gamification?
De voorzitter:
Momentje. U heeft een interruptie van de heer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dit is mijn laatste ook gelijk, hè?
De voorzitter:
Ja.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Mevrouw Belhirch … Spreek ik uw naam zo goed uit?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ja, hoor.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
… heeft een heel lijstje van dingen waarvan zij zegt dat dat redenen
kunnen zijn voor radicalisering, als ik het goed heb. Maar als ik het
goed heb beluisterd, ontbrak daar misschien wel het woordje "culturele
achtergrond". Ik weet niet zo goed hoe je dat noemt. Zou het ook kunnen
zijn dat religie een factor is, bijvoorbeeld de islam? Kan dat een van
de factoren zijn, anders dan sociaaleconomische redenen of al die andere
redenen die mevrouw Belhirch net noemde?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik geef hier een opsomming vanuit het WODC-rapport en dat benadrukt —
dat vind ik belangrijk om te noemen, want we hebben het er vaak over dat
de voornaamste reden voor radicalisering ideologie is — dat er veel meer
elementen zijn waardoor het komt, en we ons blindstaren op
ideologie.
De voorzitter:
U gaat verder.
Mevrouw Belhirch (D66):
Welke verantwoordelijkheid verwacht de minister daarin van grote
platforms? Want beleid kost tijd, maar de jongeren zijn er nu.
Voorzitter. Ik zie veel potentie in de pilot met de Redirect Methode,
net als mijn collega Straatman. Maar juist omdat online radicalisering
zich razendsnel tussen platforms verspreidt, zou deze aanpak niet bij
één pilot moeten blijven. Is de minister bereid te kijken naar een
snelle uitbreiding naar andere grote platforms en naar het structureel
maken van deze aanpak?
Ten slotte, voorzitter. We zien ook steeds vaker dat extremistische
groepen online vrouwenhaat en lhbtiq+-haat inzetten. In onlinewerelden
zoals de zogenaamde "manosfeer" worden haat en giftige ideeën over echte
mannelijkheid genormaliseerd. Dat is niet alleen een maatschappelijk
probleem, maar ook een veiligheidsvraagstuk. Daarom vraag ik de minister
of gender indicators voor gewelddadig extremisme structureel worden
meegenomen in onze nationale en internationale dreigingsanalyses. We
hebben eerder gesproken over het mogelijk aanmerken van vrouwenhaat als
extremistisch gedachtegoed. Hoe kijkt de minister daar op dit moment
naar?
Dank u wel.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas voor een interruptie.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Belhirch begon met Loosdrecht. Ik was eigenlijk benieuwd wat D66
of D66 vindt van de zorgen die bewoners hebben over de komst van een azc
met alleenstaande jonge mannen, waarin de bevolking eigenlijk niet is
meegenomen. Eigenlijk was er geen draagvlak voor. Ze zijn eigenlijk een
beetje in de steek gelaten door de gemeente. Dat zeggen ze zelf ook. Wat
vindt mevrouw Belhirch van die zorgen over de komst van een azc?
Mevrouw Belhirch (D66):
Ik wil hier wel even twee dingen scheiden. Ik verwijs hier naar de
gewelddadigheden van die andere groepen. Uw vraag gaat over mensen die
zich zorgen maken. Het is wel duidelijk om die even apart te zetten. Als
mensen zich zorgen maken over de komst van een azc, is het belangrijk om
ze die ruimte te geven en ook daadwerkelijk te luisteren naar de zorgen
die die mensen hebben en het gesprek met ze aan te gaan. Die zorgen neem
ik serieus. Dat is iets anders dan waar ik naar verwijs.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, ik wil dat ook helemaal niet aan elkaar koppelen. Juist niet. Ik
heb zelf in mijn inbreng ook al gesteld dat die zorgen eigenlijk gewoon
helemaal ondergesneeuwd raken en dat die mensen zich gewoon niet gehoord
en gezien voelen en zich ook niet erkend voelen in de zorgen die zij
hebben. Mijn concrete vraag was: wat vindt u van die zorgen? Kunt u zich
voorstellen dat in zo'n relatief kleine gemeenschap mensen zo'n opvang
gewoon eigenlijk niet willen, met name omdat het om alleenstaande jonge
mannen gaat? Mevrouw Belhirch zegt "we moeten naar ze luisteren en hun
zorgen meenemen", maar dat vind ik wel een beetje vaag. Stel dat de
bewoners en de omwonenden in meerderheid zeggen: we willen dit gewoon
echt niet. Vindt mevrouw Belhirch dan ook dat daar zodanig naar
geluisterd moet worden dat naar een andere locatie gekeken moet worden,
buiten Loosdrecht of in ieder geval elders?
Mevrouw Belhirch (D66):
Allereerst zitten we hier niet bij het asieldebat; dat vindt op een
andere plek plaats. Ik ga hier geen asieldebat voeren, maar ik vind het
vooral belangrijk dat we naar mensen luisteren en dat we hun zorgen
serieus nemen. Informatievoorziening aan de voorkant is belangrijk.
Verder verwijs ik naar het debat hierover in de Kamer.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind dat wel een beetje duiken, eerlijk gezegd. Alles wat in
Loosdrecht is gebeurd, is natuurlijk begonnen met de zorgen van de
omwonenden en de bewoners. Ik vind "ik ga hier geen asieldebat van
maken" een beetje een vreemd antwoord, maar goed, mevrouw Belhirch gaat
over haar eigen antwoorden.
Ik heb wel nog een andere, aanvullende vraag. Wat vindt D66 eigenlijk
van de maatschappij ontwrichtende acties van Extinction Rebellion, dat
op snelwegen gaat zitten, boterzuur gooit in winkels en allerlei acties
uitvoert waardoor mensen niet kunnen reizen en de politie wordt
overbelast? Wat vindt mevrouw Belhirch daar eigenlijk van?
Mevrouw Belhirch (D66):
Het staat mensen vrij om te demonstreren, maar maatschappij
ontwrichtende acties veroordeel ik ook. Dat staat buiten kijf.
De voorzitter:
Oké, helder. Ik heb ook even getwijfeld over of een vraag over een azc
hier past, maar ik zie dat de collega groot genoeg is om zelf te
beslissen om wel of geen antwoord te geven. Ik dacht: dan laten we dat
gewoon; dat komt allemaal prima in orde. Ik kijk even rond. Zijn er
andere interrupties voor mevrouw Belhirch? Volgens mij niet. Dan gaan we
naar mevrouw Vondeling, die spreekt namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De terreurdreiging is al jaren substantieel.
Antisemitisme, haat tegen Israël en tegen Joden, is aan de orde van de
dag. De afgelopen maanden zijn er opnieuw laffe aanslagen gepleegd op
Joodse instellingen in Amsterdam en Rotterdam, met brandbommen bij een
synagoge en een Joodse school. Vorige week werd een Irakese commandant
van een pro-Iraanse terreurmilitie aangehouden, verdacht van
betrokkenheid bij de aanslagen op Joodse doelen in Nederland. De
hoofdoorzaak van deze ellende is glashelder: de islam, een kwaadaardige
ideologie die we met onze open grenzen massaal hebben
geïmporteerd.
De afgelopen vijftien jaar hebben we ruim 500.000 asielzoekers
binnengelaten, onder wie talloze radicalen en terroristen. Er worden
continu Syriërs opgepakt op verdenking van terroristische misdrijven.
Dit jaar nog werd een groep van dertien Syriërs aangehouden voor
IS-propaganda op TikTok, waarin ze opriepen tot aanslagen en het
martelaarschap verheerlijkten. Het is dan ook volstrekt onacceptabel dat
de screening van asielzoekers soms wel twee jaar in beslag neemt,
terwijl iedere week hordes nieuwe asielzoekers ons land binnenstromen.
De praktijk laat zien hoe levensgevaarlijk dat is. Zo werd recent nog
een Syrische asielzoeker in het azc in Dronten aangehouden, omdat hij
vanuit de opvang concrete voorbereidingen trof voor een aanslag in
Nederland. Waarom is er nog geen asielstop ingevoerd? Waarom zijn al die
Syriërs nog niet teruggestuurd? Gelet op de terreurdreiging is het
onbegrijpelijk dat we nog steeds geen administratieve detentie hebben
ingevoerd. Terreurverdachten en potentiële jihadisten moeten direct
worden opgesloten, in plaats van dat zij vrij rond kunnen lopen in
Nederland.
Dit jaar komen er ook verschillende terroristen vrij. Het is natuurlijk
levensgevaarlijk dat ze niet levenslang achter slot en grendel worden
gezet. Hoeveel van deze terroristen komen vrij, zo vraag ik de minister.
Zijn er al terroristen vrijgelaten? Waar zijn die nu? Zijn ze ons land
uitgezet of lopen ze hier nog vrij rond? Hoe gaat de minister onze
samenleving beschermen tegen deze terroristen? Worden ze 24 uur per dag
gevolgd?
Dan hebben we het nog niet eens over de Syriëgangers. De PVV is fel
tegen het terughalen van Nederlandse Syriëgangers, zowel mannen als
vrouwen, en hun kinderen uit kampen in Syrië en Irak. Zij moeten in de
regio worden berecht en mogen geen voet aan de grond krijgen in
Nederland. In de brief lees ik dat het kabinet ook wil dat ze in de
regio worden berecht. Tegelijkertijd lees ik dat het kabinet zegt dat
ten aanzien van verzoeken tot repatriëring van uitreizigers de risico's
voor de nationale veiligheid, de internationale betrekkingen, de
veiligheidssituatie in het gebied en de veiligheid van de personen bij
eventuele repatriëring worden betrokken. Ik lees ook dat mannelijke
uitreizigers ten opzichte van vrouwelijke uitreizigers potentieel een
hogere geweldsdreiging vormen vanwege hun grotere rol in de strijd en
hun gevechtstraining en ervaring. Betekent dit dat het kabinet de
mogelijkheid openhoudt om vrouwelijke uitreizigers en hun kinderen naar
Nederland te halen? Hoe is het mogelijk dat een vrouw uit Zevenaar die
twaalf jaar geleden naar IS-gebied vertrok, gewoon op Schiphol kon
landen? Waarom was haar paspoort niet ingetrokken?
Tot slot, voorzitter. Naast jihadisme vormt ook extreemlinks een groot
gevaar voor onze samenleving. Uit het Europol-jaarverslag van 2024
blijkt dat de overgrote meerderheid van de terreurdaden op Europese
bodem jihadistisch of extreemlinks is geïnspireerd. Toch heeft onze
eigen NCTV oogkleppen op. In het laatste dreigingsbeeld wordt
links-extremisme amper als terroristische dreiging genoemd. Waarom wordt
dit gevaar door de NCTV stelselmatig geminimaliseerd?
Dank u wel.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Begrijp ik goed dat de PVV van mening is dat de NCTV politiek gekleurd
is en daar zijn dreigingsbeeld op aanpast, dus dat het dreigingsbeeld
dat wij van onze diensten ontvangen, niet juist is?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dat zeg ik niet. Ik constateer alleen dat er een rapport van Europol is
waarin de nadruk meer op extreemlinks wordt gelegd, terwijl onze
diensten dat minder doen.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wil collega Martens bijvallen op dit punt. Het viel mij ook op. Het
werd gisteren ook gedaan. Dat gebeurde niet door uw partij — u was
namelijk niet bij het debat — maar door een andere partij. Die
insinueerde ook dat het rapport Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland een
rapport is dat je maar met een korreltje zout moet nemen. Ik vraag mij
het volgende af. Er wordt in het rapport wel degelijk ingegaan op
extreemlinks. Er wordt gewoon beschreven wat dat betekent. We zien dat
extreemrechts heel duidelijk gewelddadig is. Dat is toch wat er staat?
Dan kun je toch niet zeggen: het staat niet in het rapport; ik lees iets
in een ander rapport? Dan insinueert u gewoon dat de
inlichtingendiensten politiek gekleurd zijn. Is dat iets wat de PVV voor
haar rekening neemt?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik citeer gewoon wat er in een rapport van Europol staat. Dat is een
toonaangevende organisatie, zou ik zeggen. Daarin staat dat de dreiging
groot is en dat er meer aanslagen worden gepleegd vanuit extreemlinks.
Dat is wat ik constateer. Dat breng ik over aan de minister. Ik vraag
een verklaring voor het gegeven dat het minder door de NCTV wordt
geconstateerd. Ik vraag gewoon naar de feiten en vraag de minister om
daarop te reageren.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Dan gaan we naar de eerste termijn van de VVD, die
uitgesproken wordt door mevrouw Martens.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter. We voeren vandaag het debat over terrorisme en
extremisme, een onderwerp dat steeds vaker en terecht hoog op de
politieke agenda staat. Het jaarverslag van de AIVD laat opnieuw zien
hoe ernstig de terroristische dreiging in Nederland op dit moment nog
altijd is, namelijk niveau vier. Dat betekent dat de kans op een aanslag
in Nederland reëel is. Wat de VVD betreft is dat zorgwekkend. Het is ook
een dreiging die zich steeds vaker verplaatst naar de onlinewereld, een
wereld waarin mensen anoniem kunnen blijven, waarin extremistische
propaganda razendsnel verspreid wordt en waarin jongeren steeds
makkelijker in aanraking komen met radicale ideeën. Ook zien we in de
samenleving de verheerlijking van terrorisme, wat een zorgwekkend punt
is.
Voorzitter. Ik zou graag drie punten willen maken, gezien de beperkte
spreektijd vandaag en het feit dat ik vannacht tot 1.00 uur bij het
debat heb gezeten, waar we al een hele hoop hebben besproken. Ik begin
bij rechts-extremisme. Gisteren hebben we hier het debat over gevoerd.
Wij hebben verschrikkelijke rellen gezien waarbij rechts-extremistische
groepen op de voorgrond traden. De AIVD gaf vorig jaar al aan dat bekend
is dat er rechts-extremistische groepen in Nederland zijn die zich
willen mengen in geaccepteerde demonstraties, om mensen mee te slepen.
Wat de VVD betreft is dat zorgwekkend. Een van de groepen die zich hier
actief mee bezighouden, is Defend NL. De minister gaf gisteren al aan
dat het lastig is om Defend NL als één groep aan te merken. Maar ik ben
wel benieuwd welke handvatten de minister nodig heeft om te voorkomen
dat deze individuele mensen zich wel als groep gaan organiseren.
Verder zou ik de minister willen vragen of het mogelijk is om naast de
veiligheidsdiensten ook de politie mee te laten kijken in bijvoorbeeld
de besloten whatsappgroepen, zodat die bij eventuele gewelddadige acties
voortijdig kan ingrijpen.
Ik zou ook een punt willen maken over de gezichtsbedekkende kleding. Hoe
kijkt de minister daarnaar? Is hij het eens met de VVD dat het steeds
lastiger wordt om mensen achteraf op te sporen als zij hun gezicht
hadden bedekt?
Voorzitter. Dan een tweede punt. De blijvende propaganda van de
jihadistische groeperingen in Europa, ook in Nederland, is nog steeds
zeer zorgwekkend. De AIVD en de NCTV maken duidelijk dat de dreiging
vanuit de jihadistische hoek zeer groot is. Dan heb ik het nog niet eens
over de zorgwekkende aanwezige lange arm vanuit Iran. Bovendien richt
onlinepropaganda zich steeds vaker op jongeren. Dat baart de VVD zorgen.
We zien hoe extremistische boodschappen online verder worden verspreid
en hoe we steeds minder zicht hebben op hoe vatbaar jongeren zijn en
verder radicaliseren. Er ligt dan ook een aangenomen motie voor het
strafbaar stellen van verheerlijking van terrorisme. Hoe staat het
hiermee? Kan de minister daar al een update over geven? Kan de minister
ook aangeven wat nodig is om online beeldmateriaal sneller offline te
halen? Kan de minister in dat kader ook de reactie op het HCSS-rapport
over de Com-netwerken nader toelichten? Welke stappen zet hij nu heel
concreet naar aanleiding van de kabinetsreactie op dit rapport?
Voorzitter, mijn laatste punt: online radicalisering van jongeren. Ik
ben erg geschrokken van de berichten over wat er de afgelopen jaren
allemaal is ontwikkeld op het internet. De berichten over jongeren die
elkaar online oproepen tot geweld, een seksueel misdrijf of
zelfbeschadiging, zijn schokkend, zeker als we stilstaan bij de leeftijd
van deze jongeren. Ik wil de minister daarom vragen of er op dit vlak
voldoende is ingezet om deze ontwikkeling tegen te gaan. Heeft de pilot
met de Redirect Methode, waar we het vandaag al vaker over hebben gehad,
al uitgewezen dat dit een effectieve manier is om jongeren tegen te
houden? Mijn afsluitende vraag aan de minister is: doen we
voldoende?
Dank u wel.
De voorzitter:
U bedankt. Dan gaan we naar meneer Markuszower voor zijn eerste termijn
namens de Groep Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Het debat van vandaag gaat over
extremisme en terrorisme. Essentieel is dat de overheid ervoor zorgt dat
extremisten en terroristen geen aanslagen in Nederland kunnen plegen. We
weten dat de IND de screening niet op orde heeft en dat het twee jaar
duurt om mensen die binnenkomen, te screenen. Hoe kan de overheid de
veiligheid van Nederlanders waarborgen zolang we mensen in de
asielprocedure toelaten? Graag een antwoord van de minister. Hoe kan het
dat de screening van nieuwkomers pas na gemiddeld twee jaar wordt
afgerond? Welke verklaring geeft de minister hiervoor? En is dit op
zichzelf niet al voldoende reden voor de minister om een asielstop in te
voeren?
Dan hebben we een tweede probleem. Inmiddels is bekend dat
terroristische organisaties, zoals Hamas, geïnfiltreerd zijn in
Nederlandse organisaties. Ook zien we dat sommige
hoogwaardigheidsbekleders, burgemeesters en politici, soms openlijk
optrekken met personen of organisaties die in verband worden gebracht
met terroristische netwerken. Onze fractie vindt dat dit onderzocht moet
worden. Na 9/11 zei George W. Bush: "Either you are with us, or you are
with the terrorists." Kan de minister van Justitie en Veiligheid een
grootschalig onderzoek starten naar de infiltratie van Hamas en
soortgelijke organisaties in Nederland, dit netwerk volledig blootleggen
en samenwerking met organisaties die sympathiseren met terrorisme,
strafbaar stellen?
Ten slotte. Vorig jaar is een raadsvergadering in Utrecht gewelddadig
verstoord. Mensen worden daar inmiddels voor vervolgd. Hoe kan het dat
vervolgens een jaartje later met diezelfde organisatie, soms zelfs
dezelfde mensen, een herdenking wordt georganiseerd waarbij dezelfde
burgemeester, dezelfde leden van het college en dezelfde gemeenteraad
aanwezig zijn? Welk signaal vindt de minister dat daarmee wordt
afgegeven? Hoe beschermen wij onze rechtsstaat als bestuurders en
organisaties samenwerken met extremisten?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dan gaan we tot slot over naar de heer El Abassi, die spreekt namens de
DENK-fractie.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Peter R. de Vries zei ooit: "Als iets één keer
gebeurt, is het een incident. Als het in korte tijd twee keer
plaatsvindt, is het toevallig. Als het drie keer gebeurt, is er sprake
van een patroon. Als het een vierde keer gebeurt en het is ook nog eens
bijna identiek, is dat ronduit verdacht." Wij zijn allang voorbij dat
laatste stadium. Wat we bijna elke dag zien rond azc's, moskeeën en
minderheden zijn geen incidenten. Het is structureel en georganiseerd en
het escaleert steeds verder. Zie Apeldoorn, Loosdrecht, IJsselstein,
Berlicum, Best, Uden, Noordwijk, Doetinchem, Houten, Uithoorn, het
Malieveld in Den Haag, Beuningen, Uitgeest, Bleskensgraaf en ga zo maar
door. Elke keer gaat dit extreemrechtse tuig tekeer. Gemeentehuizen
worden vernield met stenen en zwaar illegaal vuurwerk, burgemeesters en
raadsleden worden bedreigd en politieagenten worden aangevallen. Ze doen
ook niet geheimzinnig over het feit dat ze nazi's zijn. Ze lopen met
NSB-vlaggen siegheilend en schreeuwend door onze straten, waarbij ze
hakenkruizen kladden en asielzoekers levend in brand willen steken. Dit
is azc-terrorisme. Ik ken geen groep die zich zo terroristisch gedraagt
en ook nog zo vaak. Ook de straffen verschillen. Ze komen er gewoon mee
weg.
Voorzitter. Daarmee komen we ook bij de kern. Dit extremistische geweld
is niet zomaar ontstaan. Het wordt opgehitst door bepaalde politici in
deze Kamer. Ook mijn buurman, de heer Markuszower, zegt tegen mensen dat
ze niet extreemrechts zijn, maar spreekt tegelijk over omvolking.
Fractievoorzitters van partijen riepen anti-azc-demonstranten in
Loosdrecht op om nog door te gaan. Kan de minister toezeggen dat hij
zich inzet voor een integrale en daadkrachtige aanpak van
anti-azc-terroristen en andere rechts-extremistische groeperingen die
onze samenleving vergiftigen met haat en geweld? Ziet hij ook verbanden
met anti-islamgeweld, bijvoorbeeld met de aanvallen op moskeeën en de
haat richting moslimgemeenschappen? Moskeeën worden immers aangevallen
en beklad met racistische leuzen. Ruiten worden ingegooid met stenen. Er
zijn brandstichtingen, bedreigingen en intimidaties van imams. Korans
worden vernield. Dode dieren worden achtergelaten bij islamitische
instellingen. Haatbrieven worden verstuurd. Ook worden gebedshuizen
bekogeld met stenen, eieren en zelfs molotovcocktails. Is de minister
bereid om te onderzoeken welke verbanden er zijn met
anti-azc-terroristen en de daders van anti-islamgeweld?
De voorzitter:
Momentje, meneer El Abassi. De heer Markuszower wil een persoonlijk feit
maken. Daarbij merk ik op dat ik graag wil voorkomen dat we in een
situatie belanden als gisteren. Meneer Markuszower werd geadresseerd,
dus kort alstublieft.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik wil alleen maar zeggen dat ik mensen die extreemrechts zijn nooit
"niet-extreemrechts" heb genoemd. Mensen die dat naar mijn beste eer en
geweten niet zijn, heb ik niet "extreemrechts" genoemd. Ik heb helemaal
niks met extreemlinks en ook niks met extreemrechts. Als mensen dat niet
zijn, heb ik gezegd: jullie zijn dat niet. Als mensen dat wel zijn, heb
ik van hen natuurlijk niet gezegd dat ze dat niet zijn. Ik ben niet
helemaal gek.
De voorzitter:
Oké. Uw punt is gemaakt. Ik denk dat dit goed is.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Ik ga weer verder. De heer Markuszower zou het woord
"omvolking" niet gebezigd hebben, maar het is toch op camera
vastgelegd.
De voorzitter:
Heeft u een momentje, meneer El Abassi, want u heeft een interruptie van
collega Martens.
Mevrouw Martens-America (VVD):
De heer El Abassi is helaas in dezen de laatste in het rijtje. Ik wil
deze interruptie toch plegen, want wat mij opvalt, is dat best wel veel
collega's één groepering uitkiezen om hun punt hier daadwerkelijk meer
kracht bij te zetten. Volgens mij hebben wij niet het debat over
Loosdrecht van gister, maar hebben wij vandaag een debat over
verschillende zorgwekkende rapporten die hieraan ten grondslag liggen.
Daarbij heb ik gepoogd om aan te kaarten dat de infiltratie van Hamas op
straat bij ogenschijnlijk veilige demo's heel zorgwekkend is, net als
dat groeperingen van activistisch rechts, zoals Defend NL, steeds verder
op de voorgrond treden. De heer El Abassi zegt: ik ken geen
extremistischere groep dan de anti-azc-demo's. Ik citeer hem letterlijk.
Is de heer El Abassi het dan niet met mij eens dat het verstandig is om,
als wij een inhoudelijk debat voeren, daadwerkelijk de adviezen van de
diensten mee te nemen en het hele palet aan dreigingen te schetsen? Hoe
komt hij erbij om hier slechts één groepering uit te kiezen?
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou er heel graag een debat over willen voeren. Sterker nog, ik heb
week op week debatten aangevraagd, maar ik werd niet gesteund door de
VVD als het gaat om azc-terrorisme. De reden dat ik deze groep benoem is
dat ik week in, week uit debatten aanvraag. Kijk naar de handelingen die
daar verricht zijn, zoals het aanvallen van bewindslieden,
burgemeesters, raadsleden, agenten. Kijk naar de bedreigingen. Een
burgemeester moest zich achter hekken verstoppen. Debatten worden niet
gesteund in de Kamer. Kijk ook naar de frequentie: week in, week uit,
gemeente na gemeente. Ik ken dat niet. Als de VVD voorbeelden kent van
vormen van terreur die zo vaak voorkomen op deze manier, waarbij echt
bewindspersonen, raadsleden en burgemeesters bedreigd worden, en ook nog
eens mensen levend in de fik gestoken worden in een gebouw, dan mag de
VVD die benoemen. Maar ik ken die niet. Ik hoor het graag van de VVD en
ik wil er ook graag een debat over. Volgende week zal ik weer een debat
aanvragen en ik hoop dat de VVD mij steunt.
De voorzitter:
Mevrouw Martens heeft geen interrupties meer. De heer El Abassi gaat
verder.
De heer El Abassi (DENK):
Hoe zit het met de onrechtplegers die zich daadwerkelijk hebben
aangesloten bij de terroristische organisatie IDF? Ik haal de cijfers er
even bij. Volgens recent onderzoek zijn namelijk 645 Nederlanders naar
Israël gereisd om bij te dragen aan de genocide die Israël pleegt.
Vergeleken met Syriëgangers, waarover we een brief hebben ontvangen, is
dat meer dan een verdubbeling. Het aantal Syriëgangers bedroeg namelijk
ongeveer 300 uitreizigers. Worden Israëlgangers actief bijgehouden door
de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, waarom niet? Wat gaat deze regering
doen met Nederlanders die mogelijk betrokken zijn bij oorlogsmisdaden
jegens kinderen, vrouwen en alle andere onschuldige Palestijnen? Wanneer
komt er een keer een brief waarin we een update krijgen over deze
Israëlgangers? Graag een antwoord van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van de Kamer. De minister vroeg mij 25 minuten te schorsen.
Die ga ik hem geven, want er zijn aardig wat vragen gesteld. We schorsen
dus tot 11.35 uur. Ik verzoek iedereen dan ook echt in de zaal te zijn.
Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 11.10 uur tot 11.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Dames en heren, ik heropen deze vergadering van de vaste commissie voor
Justitie en Veiligheid. We zijn nog steeds bij het commissiedebat
Terrorisme/extremisme. We gaan luisteren naar de eerste termijn van de
minister. Minister, kunt u ons meenemen: in welke blokken gaat u de
beantwoording doen? Ik stel weer drie interrupties voor. Ik ga strak
handhaven op de 45 seconderegel. Een interruptie duurt dus niet langer
dan 45 seconden. Ik meld voor de volledigheid dat de heer El Abassi zich
laat verontschuldigen vanwege het Offerfeest. De DENK-fractie volgt dit
debat op andere wijze.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Dank ook aan de leden voor hun inbreng in de eerste
termijn op dit belangrijke onderwerp. Ik zal beginnen met een korte
inleidende spreektekst. Dan heb ik een wat langer blokje, waarin alle
verschillende verschijningsvormen van terrorisme, extremisme en
activisme aan de orde komen. Dan ga ik in op de vraag hoe we omgaan met
vrijkomende terrorismeveroordeelden, uitreizigers et cetera. Vervolgens
heb ik een kopje online. Daar heb ik natuurlijk ook een hoop vragen van
u over gekregen. Tot slot heb ik een blokje overig. Als u uw onderwerp
nog niet gehoord heeft, dan zit het in het blokje overig.
Voorzitter. We leven in een tijd waarin internationale instabiliteit
direct doorwerkt in onze nationale veiligheid en de dreiging steeds
diffuser wordt, bijvoorbeeld door het online domein. Radicalisering op
jonge leeftijd is een groeiende zorg die ons allemaal aangaat. Het
recente jaarverslag van de AIVD onderstreept deze dreiging. Veel van
deze onderwerpen zijn zojuist, in uw termijn, ook aan bod gekomen.
Daarom investeren we de aankomende jaren in onze inlichtingen- en
veiligheidsdiensten en in een sterke NCTV en versterken we de aanpak van
terrorisme in bredere zin.
De ontwikkelingen in Iran en de bredere regionale spanningen volgen
elkaar in een hoog tempo op en vragen onverminderd onze aandacht,
waaronder voor de gevolgen voor Nederland. Tegelijkertijd houden we
doorlopend aandacht voor de situatie in Syrië en Irak. De ontwikkelingen
in Syrië hebben impact op de opvang- en detentiekampen, waar ook vrouwen
en kinderen met een Nederlandse link verblijven. Desalniettemin staan de
betrokken nationale en internationale partners goed met elkaar in
contact.
Vandaag hebben we het over de dreiging die zich hier, in eigen land,
voordoet. Het relatieve gemak en de snelheid waarmee jongeren online
radicaliseren, is een harde realiteit. Dat blijkt onder andere uit de
zestien aanhoudingen op verdenking van terroristische misdrijven van
begin dit jaar, waarbij vier verdachten minderjarig zijn. Veel van de
jongeren blijken makkelijker beïnvloedbaar en vatbaar voor geweld en
extremisme. De dynamiek die het online domein met zich meebrengt, speelt
hierbij een grote rol. Het online domein mist een corrigerend geluid.
Het wordt door extremisten en terroristen benut om hun ideologieën,
desinformatie en netwerk te verspreiden en te onderhouden. Dat gebeurt
via social media, maar ook via andere platforms.
Radicalisering blijft hierdoor in eerste instantie vaak onopgemerkt door
de directe omgeving. Dat benadrukt de urgentie en de noodzaak om
radicalisering van jongeren actief tegen te gaan. Zo blijven we inzetten
op preventie en vroegsignalering, door onder meer kennis en kunde bij
professionals en ouders te vergroten. Ook willen we zorgen dat
terroristische content binnen een uur van het internet wordt verwijderd
en dat platforms in brede zin verantwoordelijkheid nemen. Op beide
thema's, preventie en online, kom ik nog nader terug.
Daarbij gaat dit kabinet het juridische instrumentarium uitbreiden. Met
het wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme wordt de
bestraffing van verwerpelijke uitingen na vreselijke aanslagen mogelijk.
Het draagt ook bij aan het de kop indrukken van de aanjagende effecten
van verheerlijkende of steunbetuigende uitingen. Op korte termijn zal ik
het wetsvoorstel aan uw Kamer aanbieden. Ik kijk ernaar uit om daarover
het gesprek met u aan te gaan.
Daarnaast creëert dit kabinet meer mogelijkheden voor toezicht op
vrijgekomen terrorismeveroordeelden van wie het Nederlanderschap is
ingetrokken, maar die nog niet kunnen worden uitgezet. Conform het
coalitieakkoord zetten we belangrijke stappen om onze aanpak structureel
te verankeren. Zo werkt het kabinet aan de permanentmaking van de
Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en wordt
er ingezet op de mogelijkheid tot elektronische monitoring en
gebiedsgebonden maatregelen. Ook daar kom ik later nog op terug.
Voorzitter. Het is goed dat wij vandaag een debat voeren over dit
onderwerp. De vele vragen uit uw Kamer, maar ook de diversiteit van die
vragen, laten zien hoe breed het palet aan dreiging is, maar ook hoe
belangrijk het is dat we daar een integrale aanpak voor zien.
Dat was mijn inleiding, voorzitter. Dan kom ik nu op de diverse
dreigingen.
Ik begin met jihadisme. Een vraag van mevrouw Coenradie was of jihadisme
nog steeds de grootste dreiging is voor onze nationale veiligheid. Het
antwoord daarop is ja. De dreiging van jihadistische aanslagen, zowel in
Nederland als Europa, blijft op dit moment de grootste dreiging. Door de
aanhoudende contraterrorismeoperaties verzwakken we internationale
organisaties als ISIS en Al Qaida wel, maar we zien ook hoe ze op
verscheidende plekken toch weer de kop opsteken, zoals onder andere
recentelijk in de Sahel. Daarnaast is de radicalisering van een nieuwe
generatie jongeren die actief zijn binnen het jihadistische
onlinemilieu, een zorgelijke ontwikkeling, die wij zien gebeuren. Uit
online contacten kunnen namelijk op termijn nieuwe jihadistische
netwerken ontstaan, die uiteindelijk ook weer een terroristische
dreiging voor ons land kunnen vormen.
Is er invloed van het conflict in Gaza op radicalisering? Dat was ook
een vraag van mevrouw Coenradie. Ja, we zien gewoon dat internationale
ontwikkelingen doorwerken op onze nationale veiligheid. We zien dat
recruiters bij het ronselen en werven van jongeren, dat online gebeurt,
gebruikmaken van internationale ontwikkelingen, zoals het conflict in
Gaza, om jongeren op te ruien om zich aan te sluiten en om te pogen hen
te doen radicaliseren. Dat vertaalt zich niet altijd in de bereidheid om
geweld te gebruiken, maar de propaganda werkt wel. Natuurlijk volgen we
die ontwikkeling nadrukkelijk. We hebben geen aanwijzingen dat dit in
Nederland al heeft geleid tot hele concrete aanslagplannen. We zien ook
dat er bij aanslagplannen altijd sprake is van een veelheid aan
factoren, waaronder persoonlijke drijfveren, die uiteindelijk een rol
kunnen spelen.
Daaraan gerelateerd was er een vraag van de heer Struijs: zien we nu dat
vreemde mogendheden via Snapchat onze jongeren ronselen om aanslagen te
plegen? Ja, dat zien we. Het zogeheten "crime as a service" is een heel
groot aandachtspunt. Het hangt samen met een breder probleem, dat ik wil
duiden in het licht van ondermijning zoals we die in Nederland zien
gebeuren. Daarbij zien we gewoon dat er een parallelle samenleving
ontstaat, waarbij je eerste baantje niet werken bij de Jumbo is, maar
het aannemen van een klus op Snapchat en een explosief aan iemands deur
hangen. Dit is een zeer zorgelijke ontwikkeling. We zien dat dit bij
steeds jongere jongeren gebeurt. We zien ook dat het besef van waar men
zich in begeeft, heel laag is. Dat betekent dat op het moment dat men
dat pad inslaat, het heel moeilijk is om daar weer van terug te
komen.
In het vragenuur zei ik gister dat ik zelf thuis ben geweest bij een
jongen van 13. Hij had twee jaar geen scholing meer. Er was sprake van
meerdere geweldsincidenten, ook met wapens, en intimidatie. Hij zit
thuis met een enkelband. Ik zou niet weten hoe we dat tij moeten keren.
Dit is echt zorgelijk, ook omdat dit zorgt voor een enorme poel aan
handjes, om het zo maar te zeggen, om het vuile werk in ons land te
doen, tegen een hele lage kostprijs. Dat gaat om werk voor wie dan ook,
of dat nu criminele netwerken zijn of buitenlandse mogendheden.
Zeer concreet kan ik zeggen dat wij de betrokkenheid van Iran bij de
aanslagen die we hebben gezien op Joodse instellingen, mogelijk achten.
We onderzoeken nu ook de Amerikaanse claims dat er met het oppakken van
een Irakees een deel van het netwerk zou zijn ontmanteld, in ieder geval
wat betreft het opdrachtgeverschap. We weten in ieder geval vrijwel
zeker dat de uitvoerders hier, aan Nederlandse zijde, geen ideologisch
gedreven motieven hadden en dit gewoon puur voor het geld hebben
gedaan.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
De minister schetst een zorgwekkend beeld. Misschien heb ik het verkeerd
gehoord, maar zei de minister nou: "Ik weet niet hoe we het tij kunnen
keren"? Als ik dat goed heb gehoord, denk ik dat we moeten vaststellen
dat dat een zorgwekkende mededeling van de minister is. Kan de minister
daar nog even op voortborduren? Wat bedoelt hij daar precies mee, heb ik
dat goed begrepen en hoe moeten we dat als Kamer en maatschappij
allemaal duiden?
Minister Van Weel:
Dat ging specifiek over die 13-jarige. Op het moment dat een 13-jarige
al zo'n strafblad heeft, geen perspectief op scholing heeft, buiten alle
sociale netwerken valt en de hele tijd in zijn eentje thuis zit te
gamen, vraag ik me af hoe we deze jongen nog op een pad krijgen dat hem
tot een zinvol burgerleven leidt. Dat is wat ik bedoel. Dat maakt het
juist zo belangrijk om nog veel eerder in te zetten op de preventieve
kant en al op veel jongere leeftijd in te zetten op de weerbaarheid van
jongeren tegen dit soort netwerken. Die netwerken zitten namelijk
overal. We komen nog uitgebreid te spreken over het onlinedomein, maar
social media verlagen de drempel enorm. Vroeger moest er op straat
worden geronseld bij groepen in de buurt, waarbij oudere jongens jongere
jongens meetrokken. Dat gebeurt ook nog, maar dat hoeft niet eens meer.
Dit kan zich compleet buiten het zicht van ouders of wie dan ook
afspelen. Dit kan geheel online gebeuren, via apps die kinderen van 10
op hun telefoon hebben staan. Ik denk dat dat het zorgelijke is,
waarvoor we de onlinecomponent echt zullen moeten aanpakken om dit
probleem goed te kunnen tackelen.
De heer Struijs (50PLUS):
Hoe wrang het ook klinkt: ik ben blij dat wij dezelfde diagnose delen.
De mensen in het veld, van de diensten, zeggen: wij zouden aan de
preventiekant … Ik heb bewust "Bart" genoemd; hij heeft een andere naam.
Hij was al vijf of zes keer benaderd en is daar niet op ingegaan, maar
zijn ouders wisten dat niet. De politie heeft deze toenadering bij
toeval gezien. Is de minister het met mij eens dat als wij met die
nieuwe wet een manier vinden waarmee de politie wat breder kan
meekijken, zij deze preventieve gesprekken eerder kan aangaan? Dan
kunnen zij zeggen: Bart is nu vijf of zes keer benaderd; ga het er eens
met hem over hebben. Ik maak het heel simpel. Ik weet dat er een hele
complexe wereld achter zit, maar ik kijk niet alleen naar degenen die
een eerste bommetje aan een deur hebben gehangen. Ik ben echt
geschrokken van de breedte waarin jongeren worden benaderd. Op die
manier wil ik als Kamerlid alle medewerking toezeggen om daar dichter op
te komen.
Minister Van Weel:
Zeker. Dat zal een veelheid aan maatregelen vereisen. Ik noem een aantal
voorbeelden. Ten eerste de campagne die nu loopt: Houd misdaad uit je
buurt. U kent deze waarschijnlijk van het motto "vreemd of verdacht". In
een van de spots heeft een van de jongens die figureren duidelijk een
dubbelleven: hij heeft twee telefoons, dure spullen en verdwijnt op
bepaalde momenten. Die spot hebben we gemaakt om te laten zien: is dit
gewoon vreemd gedrag van een jongen of een leerling in de klas, of zit
er meer achter; is dit verdacht gedrag, en wat kan ik hiermee doen? We
geven ook tips over het aanspreken van zo'n jongen, tot en met het
uiteindelijk melden bij Meld Misdaad Anoniem, en over hoe mensen daar
perspectief uit kunnen halen.
Er zit ook een spot bij van ouders waarvan de oudste zoon met een duur
horloge loopt en heel dure sportschoenen aan zijn kleine broertje geeft.
Achteraf gezien zijn dit soort signalen er heel vaak wel, en zeggen
mensen: had ik het maar eerder geweten, dan had ik nog kunnen ingrijpen.
Die handvatten proberen we te geven. Die proberen we ook te bieden via
een lokale aanpak. Preventie met Gezag is een van de programma's die
voor mij heel waardevol is. Ik heb dat gisteren ook al gezegd in het
vragenuurtje. In 27 gemeenten zitten we diep in die buurten en proberen
we contact te leggen met jongeren om te voorkomen dat zij afglijden. Ik
zei het al: dit is echt een postcode gerelateerd probleem. Uiteindelijk
eindigen deze verhalen nooit goed. Ze eindigen ofwel in de gevangenis,
ofwel op ergere manieren. Als we dit kunnen voorkomen, scheelt dat ons
allemaal een heleboel kosten.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Daarop voortbordurend: Preventie met Gezag wordt nu uitgevoerd in 27
gemeenten. Ik weet van gemeenten rondom Rotterdam dat zij te maken
hebben met veel problematiek die ook in de stad bekend is. Dat heeft
alles te maken met het feit dat er metroverbindingen zijn en dat
kinderen uit de grote stad in het dorp of het kleine stadje ernaast naar
school gaan. Daarmee zie je dus ook dat diezelfde problematiek, met name
bij de jeugd, ook in deze kleine plaatsen zichtbaar is. Hoe kunnen we
ervoor zorgen dat ook deze kleine plaatsen toch veel meer in aanmerking
zouden kunnen komen voor Preventie met Gezag? Ik denk namelijk dat we
met die 27 gemeentes op dit moment niet voldoende aan de behoefte
voldoen. Die signalen krijg ik van burgemeesters, waar ik op dit moment
mee spreek. Een voorbeeld daarvan is de gemeente Capelle, die echt
aangeeft: "wij hebben dezelfde problemen als in Rotterdam. Wij willen
daar eigenlijk ook voor in aanmerking komen. Hoe kunnen we dat voor
elkaar krijgen? We hebben die hulp hard nodig en willen hier graag
diezelfde aanpak kunnen hanteren."
Minister Van Weel:
Het mooie van Preventie met Gezag, vind ik, is dat het geen vastomlijnd
kader betreft. We leggen niet landelijk alles op waarvan wij denken dat
het lokaal gebeurt. Nogmaals, er komt ook vaak commentaar op van
wetenschappers die zeggen dat we nog helemaal niet weten of dit wel een
effect heeft. Ik vind het probleem dusdanig groot dat we het gaan
proberen. We gaan achteraf kijken wat er wel en niet werkte. Al die
gemeentes, ook de gemeentes die niet binnen het programma vallen, kunnen
wel gebruikmaken van de lessen die geleerd worden uit het programma dat
in die 27 gemeentes loopt. Dat helpt dus wel degelijk, ook zonder die
financiële middelen die in eerste instantie vanuit het Rijk kunnen
worden gegeven. Dat kan wel degelijk helpen bij de vraag hoe je het kan
aanpakken. Sommige dingen zijn echt heel laagdrempelig, bijvoorbeeld het
inrichten van een buurthuisje. De politie krijgt een loket in dat
huisje, waar één uur per dag iemand zit en kijkt wat de aanloop is. Daar
krijgen we hele bemoedigende signalen van. Gemeentes als Capelle kunnen
dat ook doen. We hebben voor twintig aanvullende gemeentes tot en met
dit jaar nog geld beschikbaar gesteld, maar voor daarna is dat op dit
moment nog niet voorzien. Overigens komen we daar bij het
ondermijningskader ook nog over te spreken, want die twee dingen
schurken natuurlijk dicht tegen elkaar aan.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Van Weel:
Dan kom ik op rechts-extremisme. Ik wil daar vandaag eigenlijk wat
sneller doorheen gaan, ook omdat we daar gisteravond in het debat, denk
ik, vrij uitgebreid bij hebben stilgestaan. Ja, zeg ik ook tegen de heer
Mohandis, rechts-extremisme wordt steeds beter in de framing. De NCTV
waarschuwt er ook voor dat de normalisering van het rechts-extremistisch
gedachtegoed uiteindelijk kan leiden tot rechts-extremistisch geweld. Ik
denk dat dat de scheidslijn is die we met z'n allen moeten bewaken. Een
groot deel van het debat gisteravond ging daarover, en ook in het DTN
wordt daar aandacht aan besteed. Ik denk dat het nog te vroeg is om te
spreken van een "massale organisatie" achter de azc-protesten die we
hebben gezien. Het is ook nog te vroeg om Defend te duiden als een
vastomlijnde organisatie die uit is op het uitoefenen van geweld. We
hebben wel gezien dat er rechts-extremistische elementen en personen
aanwezig zijn geweest bij de demonstraties die gekaapt zijn door
gewelddadig tuig. Dat heb ik gisteravond ook genoemd.
Onze aanpak van extremisme is ideologieneutraal, zo wil ik het maar even
noemen. In die zin hebben wij dus geen aparte aanpak voor
rechts-extremisme, links-extremisme of jihadistisch geïnspireerd
terrorisme. Wij geloven dat dit allemaal volgens dezelfde lijnen
verloopt. Het kan dus ook binnen dezelfde lokale aanpak en hetzelfde
lokale casusoverleg worden besproken. We proberen natuurlijk ook door
een bredere preventieve inzet vanuit gemeenten de voedingsbodems voor
extremisme weg te nemen. Lokale professionals kunnen worden getraind
door het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering, dat
trainingen in alle verschillende richtingen heeft om de signalen te
herkennen. Denk daarbij dus zowel aan extremisme als aan terrorisme,
waaronder dus ook rechts-extremisme en rechts-terrorisme. Ik heb
gisteravond ook al gezegd dat er sinds 2023 een onlinesymbolenbank
beschikbaar is, die professionals kunnen gebruiken om
rechts-extremistische en rechts-terroristische verschijningsvormen te
herkennen.
Tot slot biedt het Landelijk Steunpunt Extremisme hulp en advies wat
betreft alle vormen van extremisme en terrorisme aan professionals en
burgers in de omgang met radicalisering. Ook daar kunnen gemeenten
terecht met vragen. Laat ik ook hier weer de Wet strafbaarstelling
verheerlijken van terrorisme noemen, omdat ik denk dat die hier, daar
waar het gaat om het tonen van symbolen die gelieerd zijn aan
terroristische organisaties, kan helpen. Dat gaat alle kanten op, zeg ik
dan maar even. Het geldt bijvoorbeeld voor het rondzwaaien met vlaggen
van ISIS of Hamas. Dat laatste zien we regelmatig gebeuren bij verder
vreedzaam verlopende demonstraties. Daar kan nu nog moeilijk tegen
worden opgetreden. Ja, dan biedt dat meer handvatten. Maar dat geldt ook
voor rechts-terroristische symbolen die worden meegezeuld, want symbolen
doen ertoe. We hebben dat in de Tweede Wereldoorlog allemaal kunnen
zien. Het is een integraal onderdeel van een ideologie en een beweging.
Ik vind dat we ook daartegen moeten kunnen optreden.
De voorzitter:
Ik zie wat handen omhooggaan. Mevrouw Martens was eerst.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank aan de minister voor deze beantwoording. Ik denk dat het heel fijn
is om te horen, omdat het soms best ... Ik denk dat mensen wanhopig de
beelden op tv zien en niet altijd begrijpen waarom het niet lukt om een
ogenschijnlijk georganiseerde organisatie aan te pakken. Ik maak me heel
erg veel zorgen over bijvoorbeeld de Hamasvlaggen, maar ook over de
prinsenvlaggen die we afgelopen tijd hebben gezien. De minister gaf ook
aan dat Defend NL in Nederland nog niet echt een organisatie is, hoewel
ze in Frankrijk volgens mij inmiddels anders hebben geoordeeld. Zou de
Wet strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme het dan ook mogelijk
maken om in te grijpen waar het nog los zand is?
Minister Van Weel:
Wel daar waar het gaat over het verheerlijken van terroristisch geweld.
Stel dat er een grote aanslag is op een azc in Frankrijk en dat dit
wordt gebruikt om hier in Nederland mensen op te ruien om zoiets
dergelijks ook te doen, of dat er wordt gezegd "kijk eens wat
fantastisch wat er in Frankrijk is gedaan". Dat zou vallen binnen de
reikwijdte van deze wet; daarbij helpt die. Als het gaat om meer zicht
hebben op zo'n organisatie en op het extremistische karakter daarvan, en
de vraag of je die dan ook kunt verbieden, dan ga je meer in de richting
van het bestuurlijk verbieden van organisaties. Dat werd al genoemd in
relatie tot Samidoun. Dat is voor mij ook de aanleiding geweest,
inclusief een oproep van uw Kamer, om te bekijken hoe dat gebeurt in
landen om ons heen. In Nederland hebben we één mogelijkheid om
organisaties te verbieden, door het OM, bij de rechter, op basis van
artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek. De lat om dat te doen is vrij
hoog. Het is eigenlijk het sluitstuk als een organisatie strafrechtelijk
al behoorlijk is aangepakt. Toegespitst op de Hells Angels gaat het dan
om de 1% motorcycle gangs. Daarbij is er sprake van een aaneenschakeling
van criminele activiteiten, veroordelingen et cetera en zeg je op een
gegeven moment: nu wil ik de organisatie als geheel kunnen verbieden,
want die is de voedingsbodem van het geweld. Bij dit soort organisaties
is het andersom. Hier zien we een bedreiging van de nationale veiligheid
op grond van de intenties en het karakter van een organisatie, zonder
dat er in alle gevallen al sprake is van een lang trackrecord van
veroordeling voor individuele strafbare feiten. Dan nog vind ik — dat
gebeurt in de meeste landen om ons heen — dat je als bestuur iets moet
kunnen doen om bij onwenselijke beïnvloeding iets van een
handelingsperspectief te hebben, zodat je iets kunt doen tegen een
organisatie met een opruiend karakter die de nationale veiligheid
ondermijnt, of dat nou Defend of Samidoun is. Nogmaals, ik noem ze hier
als voorbeelden, want voor beide gevallen heb ik die lat nog helemaal
niet ontwikkeld en zou ik dus ook niet weten hoe ze daarlangs komen te
liggen. De landsadvocaat helpt ons op dit moment om in kaart te brengen
wat de criteria zijn waarlangs je zo'n organisatie zou moeten willen
houden als je zo'n model zou willen. Uiteindelijk wil je dat natuurlijk
op een fatsoenlijke en goed onderbouwde manier doen. Uiteraard staat dan
nog altijd open dat de rechter een toets doet, want we leven in een
rechtsstaat. Nogmaals, ik hoop daar later dit jaar in iets meer detail
bij uw Kamer mee terug te kunnen komen.
Mevrouw Belhirch vroeg nog: kijken we ook naar Duitsland om daar lessen
uit te leren? Jazeker, maar wat wij niet doen, is een nadrukkelijk
onderscheid maken tussen de aanpak van rechts extremisme, links
extremisme en jihadistisch terrorisme. Ik denk dat de kracht bij ons nou
juist zit in de integrale lokale aanpak, waarbij er echt wordt bekeken
welke aanpak de mensen in een bepaalde omgeving vereisen. Dat gebeurt
zowel uit zorgperspectief als uit veiligheidsperspectief. Is er meer
repressie of meer preventie nodig, of juist meer zorg? Via de EU
Knowledge Hub worden met andere lidstaten expertise en informatie
uitgewisseld over radicalisering en extremisme. Ook daarin zijn wij
behoorlijk actief. We hebben ook een bilaterale uitwisseling tussen
Nederland en Duitsland op de planning voor juni dit jaar om dit
onderwerp verder uit te diepen en van elkaar te kunnen leren.
Mevrouw Belhirch vroeg nog of gender indicators structureel worden
meegenomen. Ja. In het verleden heeft de NCTV onderzoek laten doen naar
de radicaliseringsprocessen van vrouwen en de rol van vrouwen binnen
terroristische groeperingen, maar ook wat betreft vrouwenhaat kijken we
nu naar de trends en naar waar de lat van gewelddadig extremisme of
terrorisme wordt gehaald, ook bij lhbtiq+-haat. In het DTN is ook
vermeld dat bepaalde thema's, zoals vrouwenhaat of haat tegen die
gemeenschappen, een verbindende invloed kunnen hebben op extremisme, dus
ook daar kijken we naar.
Negeren we dan links extremisme, vroeg mevrouw Vondeling. Zij vroeg ook:
waarom wordt dit gevaar geminimaliseerd? Zij refereerde daarbij aan een
rapport van Europol. Het klopt dat er grote verschillen zijn tussen de
manifestatie van links extremisme in verschillende Europese landen. In
een land als Duitsland heb je het bijvoorbeeld over 11.000 personen die
bereid zijn om geweld te gebruiken vanuit een links-extremistische
inslag. Het gaat in Nederland — gelukkig, zeg ik daarbij — om maximaal
enkele tientallen die daartoe bereid zouden zijn. De omvang van het
fenomeen is in Nederland dus gelukkig van een andere aard dan in een
aantal landen om ons heen. Ik noemde Duitsland al, maar ook Frankrijk en
Italië hebben te maken met veel meer dreiging uit deze hoek dan wij
hebben gehad.
We hebben het gisteravond in het debat uitgebreid gehad over een
daadkrachtigere aanpak van azc-terrorisme, maar laat me tegen de heer El
Abassi zeggen dat tegen elke uiting van geweld wordt opgetreden. We
kijken natuurlijk naar de patronen die achter dat geweld hebben gezeten
en of er een link is met anti-islamitische incidenten en de rellen, maar
daar kan ik niet op vooruitlopen.
Dan kom ik bij de vragen van mevrouw Van der Plas over XR en over hoe we
deze organisatie duiden. Wij kennen op basis van de definities die de
NCTV hanteert een schakering van activisme naar extremisme naar
terrorisme, die u niet onbekend zal voorkomen. Daarbij is terrorisme
uiteraard het hoogste op de schaal. Als je kijkt naar de acties van
Extinction Rebellion, zie je dat die geen geweld omvatten op dit moment.
De lat van terrorisme wordt dus sowieso niet gehaald. Dan kun je nog
discussiëren over de vraag of een aantal van die acties mogelijk
extremistisch van aard zijn of dat ze activistisch van aard zijn. Ik
denk dat het overgrote deel van de acties echt als activistisch kan
worden aangeduid. Mogelijk schuurt het in een enkel geval aan tegen
extremisme als het een groter ontwrichtend karakter heeft.
Ik wil wel weer even een onderscheid maken tussen het categoriseren in
het kader van terrorisme versus wat we wenselijk gedrag vinden in het
kader van demonstraties. Die twee moeten wat mij betreft niet een-op-een
over elkaar worden gelegd. Als u mij vraagt wat ik wenselijk gedrag vind
in het kader van demonstraties en wat er moet gebeuren, dan zeg ik dat
ik mij samen met de minister van Binnenlandse Zaken wil inzetten om
uitwassen tegen te gaan, waarbij mensen de wet bewust overtreden in het
kader van een demonstratie; helaas behoort XR daar vaak toe. Dat willen
we juist doen om het demonstratierecht te bewaren en het draagvlak groot
te houden voor de 97% van de demonstraties die gewoon vlekkeloos
verlopen in ons land. Denk aan de Rode Lijndemonstratie van vorig jaar,
waar 150.000 mensen aan deelnamen en er nul geweldsincidenten waren. Het
ligt niet aan de omvang, massaliteit of boodschap. Het ligt aan de vorm
die mensen kiezen om hun boodschap te brengen. Daarbij moet wat ons
betreft altijd worden opgetreden tegen strafbare feiten. We denken dat
daar ook meer mogelijkheden voor zijn dan wat op dit moment gebeurt. Het
WODC zegt ons dat ook. Wij gaan dus werken aan een strafbepaling,
waarmee we helderheid willen creëren, zodat OM en de rechterlijke macht
meer handvatten hebben om daadwerkelijk tot veroordeling over te gaan.
We willen organisaties gaan helpen bij het verhalen van schade, want
uiteindelijk is een rekening achter je naam van zo'n €150.000 per uur
als je de Betuwelijn platlegt ook een advies, denken wij, om je gewoon
aan het demonstratierecht binnen de wet te houden. We kijken nog hoe we
omgaan met vitale infrastructuur, omdat dat eerder ook een wens van uw
Kamer was. Ook daar zijn er ontzettend veel bepalingen van dingen die al
niet mogen. Je mag al niet op het spoor gaan liggen. Je mag dat al niet
vernielen. In de opvolging daarvan kan er echter nog wel verbetering
komen, denken wij.
Ik zeg dus twee dingen tegen mevrouw Van der Plas. Vind ik bepaalde
vormen van demonstratie onwenselijk? Ja. Moeten we daar wat aan doen?
Ja. Daar vallen wat mij betreft ook een aantal uitingsvormen van
Extinction Rebellion onder. Betreft het hier terrorisme of een
organisatie die verboden zou moeten worden? Dan zeg ik: die lat wordt
hier niet gehaald.
De voorzitter:
Mevrouw Coenradie was eerst.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik vind het in ieder geval heel erg positief dat er gekeken wordt naar
de strafbepaling, want het is echt een doorn in het oog van heel veel
mensen die ergens op de snelweg staan en niet door kunnen omdat er
simpelweg weer een demonstratie is. Waar ik dan wel weer moeite mee heb,
is het woord "demonstratie" en de woorden die deze minister gebruikt als
het gaat om de vraag: hoe gaan we hier dan precies tegen optreden? Veel
van deze demonstraties zien we namelijk al van een kilometer afstand
aankomen. We weten dat dan snelwegen worden geblokkeerd. Toch laten we
het gebeuren. De politie mag het dan vervolgens opknappen om deze mensen
te verplaatsen en te zeggen: nou, goed, gaat u dan maar weer verder met
uw dag. Dat er gekeken wordt naar de strafbepaling is fijn, want we
willen ook niet dat deze mensen wegkomen met een waarschuwing of enige
reprimande. We willen dat mensen vervolgd of aangepakt worden. Maar het
is nog belangrijker dat we zien dat als deze demonstraties zich
aandienen, die voorkomen kunnen worden. Wat gaat de minister daaraan
doen?
Minister Van Weel:
Ook hier gaan we nog een uitgebreid debat over hebben, maar dat gaat
meer dan over het demonstratierecht. Maar heel kort kan ik daarover
zeggen dat daar ook hele succesvolle voorbeelden van zijn. Ook hier in
Den Haag is een blokkade van de A12 vorig jaar een aantal keer
voorkomen. Ik ben zelf aanwezig geweest op de Ring Amsterdam op een dag
dat XR daar probeerde om de snelweg te bezetten. Ook dat is voorkomen
door politie-inzet. Ik denk dus dat er wel degelijk gekeken wordt naar
voorkomen dan wel heel snel handelen op het moment dat er iets gebeurt,
en dat de meeste driehoeken daar ook op uit zijn. Dat wil niet zeggen
dat dat altijd lukt.
In algemene zin wil ik dat we weer teruggaan naar een normaal
demonstratierecht, waarbij het idee van demonstreren niet is "ik ga de
wet overtreden en ik kom ermee weg". Ik denk dat eigenlijk iedereen in
Nederland, de meeste mensen, het daarmee eens zal zijn. Je hoeft in
Nederland ook niet de wet te overtreden om te kunnen demonstreren. We
hebben hele succesvolle, massale demonstraties gehad — ik noemde de Rode
Lijn al — waar de boodschap echt overkomt zonder dat je daarvoor de wet
hoeft te overtreden. Die norm wil ik meer terugbrengen in het beeld. Dan
zullen er altijd enkelingen zijn die doelbewust proberen om continu op
die grens te wandelen tussen … Niet geweldgebruik, want daarbij weet men
dat de grens meteen is overschreden, maar wel daartegen aanschurkend, om
het de autoriteiten zo moeilijk mogelijk te maken en er toch mee weg te
komen. Nou, daarin zullen wij net zo inventief moeten zijn als die
organisaties.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik hoorde de minister zeggen dat Extinction Rebellion geen geweld
gebruikt, maar Extinction Rebellion gebruikt natuurlijk wel geweld. Dat
is het gooien met boterzuur, waardoor mensen onwel worden en onder
behandeling moeten komen, al dan niet op een eerstehulppost of bij de
huisarts. Dat is gewoon het gebruik van geweld. Ziet de minister dat ook
zo? Het bekladden van allerlei objecten is ook geweld; dat is een vorm
van geweld. Kan de minister mij uitleggen wat hij dan bedoelt met
"Extinction Rebellion gebruikt geen geweld", want ik zie dat toch echt
wel anders, en volgens mij een groot deel van de mensen in Nederland
ook.
Minister Van Weel:
Ik denk dat een groot deel van de mensen in Nederland klaar is met een
vorm van demonstreren waarbij alles erop is gericht om andere mensen
overlast te bezorgen en daarmee een mening af te dwingen. Ik denk dat
mensen daar klaar mee zijn, ongeacht het doel van die demonstratie. Dat
is nog wat anders dan dat allemaal kwalificeren als geweld. Het
bekladden van een gebouw is geen geweld; dat is vernieling van eigendom.
Dan moet je wel in de mogelijkheid worden gesteld om die schade te
verhalen. Daar kan tegen worden opgetreden, want het is gewoon een
strafbaar feit. Hetzelfde geldt voor het gooien met boterzuur. Het OM
treedt dan ook op in die gevallen, maar tot nu toe hebben we gezien dat
de rechter in een heleboel gevallen zegt: het demonstratierecht weegt
zodanig zwaar dat het beëindigen van de demonstratie afgewogen wordt
tegen het strafbaar feit dat mensen hebben gepleegd. Wij denken dat daar
meer ruimte is. Daar moeten we tegen optreden. Maar nogmaals, dat is
echt wat anders dan die hele organisatie wegzetten als
terroristisch.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb de organisatie niet weggezet als terroristisch. Dat is een
verkeerde voorstelling van de vragen die ik heb gesteld. Wat betreft dat
boterzuur: ik ben eerlijk gezegd wel een beetje klaar met de selectieve
verontwaardiging over demonstraties, want als dit door bijvoorbeeld
boeren zou zijn gedaan, dan hadden de talkshows seizoenen gevuld met hoe
erg dat allemaal wel niet zou zijn. De Kamer zou hier een debat gaan
voeren over wat er gebeurd zou zijn. In de tijd dat er
boerendemonstraties waren, hoefde er maar een pink opgericht te worden
of er werd hier al geroepen dat het terroristen waren en noem alles maar
op. Niet door de minister, maar dat is hier wel gebeurd. In bijna elk
debat over een boerenprotest of bij een regeling van werkzaamheden moest
ik van andere partijen op het matje komen en moest ik afstand nemen van
dit geweld. Echt waar, we zijn zo ongelofelijk hypocriet in onze
oordelen, want als het over linkse acties gaat, dan is het allemaal van
"ja, maar het demonstratierecht ...", en dan moeten we het maar
bekijken. Je zal maar iemand zijn die boterzuur over zijn hoofd heen
krijgt of daardoor geraakt wordt en naar de arts moet. Terwijl je gewoon
als brave burger loopt te winkelen in de stad en met je zuurverdiende
geld wat kleding gaat kopen, komen dit soort gasten erbij staan. Daar
moeten we toch mee ophouden? We moeten dat dan toch onder hetzelfde
scharen als bij andere acties? Waarom gebeurt dit steeds? Het wordt
allemaal met de mantel der liefde bedekt. Nou, ik vind het niet normaal,
hoor, dat als ik zaterdagmiddag in de stad loop om kleding te kopen of
iets anders te doen, er dit soort gasten komen die smijten met
boterzuur. Je bent gewoon gek in je hoofd als je dat doet.
De voorzitter:
Ik weet dat dit u veel doet; dat zie ik ook. Dit was twee minuten. Dat
is een halve inbreng. Ik heb het gelaten, omdat ik weet dat het … Maar
ik hoop dat de rest dan kort kan.
Minister Van Weel:
Ik normaliseer dat helemaal niet; dat legt mevrouw Van der Plas mij in
de mond. Ik veroordeel dit soort acties altijd. Ik heb dat ook gedaan
over de blokkade van het spoor afgelopen weekend. Ik vind het
tenenkrommend dat volwassen mensen zich als een zoutzak laten wegsjouwen
door agenten van in de 20 en denken dat dat een normale manier van
optreden is. Ik vind het belachelijk. Maar dat is nog wat anders dan:
hoe kwalificeren we dit nu? U vroeg mij letterlijk of ik niet kan
onderzoeken of XR verboden kan worden. Organisaties kunnen verboden
worden op het moment dat ze een bedreiging zijn van de nationale
veiligheid of als ze aangemerkt zijn als een terroristische organisatie.
Vandaar mijn afleiding daarvan: ik kan XR niet kwalificeren als een
terroristische organisatie, en dat kunt u ook niet, hoe vervelend de
dingen ook zijn die ze doen. Nogmaals, normerend ben ik het helemaal met
u eens, maar op het moment dat we het juridisch gaan beschouwen, moeten
we wel even zuiver zijn. Weet u, over het geweld dat bij de
azc-protesten is gebruikt, waar de brandweer is tegengehouden om zijn
werk te doen en brand te blussen, zou mevrouw Van der Plas het ook met
mij eens zijn. Dat was gewoon rechtstreeks geweld tegen hulpverleners.
Dat is echt … Dat kunnen we nooit tolereren. Het zijn voor mij absoluut
geen dubbele standaarden, maar we moeten wel elke keer kijken naar de
individuele gedraging.
De voorzitter:
U gaat verder, minister.
Minister Van Weel:
Dan kom ik op dierenextremisme. Dat is natuurlijk een onderwerp waar
mevrouw Van der Plas ook vaak aandacht voor heeft gevraagd. Ook hier
geldt dat ik elke vorm van geweld afkeur, zeker als het op iemands eigen
erf is. Elke vorm van geweld is onacceptabel en daar moet tegen worden
opgetreden. Vorig jaar heeft er op 16 oktober een gesprek plaatsgevonden
tussen de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid, de toenmalige
minister van LVVN, de NCTV en vertegenwoordigers uit de agrarische
sector. Toen zijn de lijnen geopend. Daarbij hebben we gezegd: geef de
meldingen die binnenkomen bij het Meldpunt Agro Intimidatie aan ons door
en zorg ervoor dat wij die kunnen meenemen in het dreigingsbeeld.
Daarbij is ook gezegd: doe in ieder geval altijd aangifte van de
incidenten die er zijn. Dat nemen we nu ook twee keer per jaar mee in
het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Daar kan ruimte gemaakt worden
voor het rapporteren van agressie tegen agrariërs. Het WODC gaat er ook
onderzoek naar doen. Dat onderzoek wordt dit jaar nog aanbesteed. Het is
een specifiek onderzoek naar de achtergrond, de aard en de omvang van
agressie tegen agrariërs. Het staat dus op het netvlies en we nemen het
mee in de aanpak van extremisme.
Er zijn in 2025 natuurlijk een aantal individuele incidenten geweest.
Daar hebben we ook regelmatig het debat over gevoerd, al dan niet in het
kader van het vragenuurtje. Daar zijn het OM en de politie aan zet om de
daders te vinden.
Dat was het einde van dit blokje, voorzitter.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
De acties die gebeuren, gebeuren door individuen, maar het is geen
individueel iets. Vaak zijn dit netwerken van extreme dierenactivisten,
ook wel "dierenextremisten" genoemd — en dat zijn ze ook gewoon. Het
zijn dus netwerken. Het is mij niet duidelijk of daar een structureel
overleg over is met de organisaties. Ik noemde al de LTO, de POV — dat
is de Producentenorganisatie Varkenshouderij — en Vee&Logistiek. De
signalen die ik namelijk krijg, zeggen dat er geen structureel overleg
met ze is. Is de minister bereid om, misschien twee keer per jaar, een
structureel overleg met deze organisaties te hebben over wat er nou
werkelijk speelt aan intimidatie, bedreiging, doxing, stal-inbraken en
stal-insluipingen? Is de minister daartoe bereid?
Minister Van Weel:
Het laatste overleg was op 16 oktober. Dat is alweer even geleden. Ik
ben dus best bereid om nog een keer zo'n overleg te initiëren en daar de
klokken gelijk te zetten en te kijken of we inderdaad nog de actuele
signalen hebben. Zoals ik al zei, doet het WODC dus onderzoek naar de
bredere aard en omvang. Daaruit komt dat patroon dan hopelijk ook naar
voren, zoals mevrouw Van der Plas schetst. Ik hoor haar vragen wanneer
ik dat overleg zal initiëren. Dat zal op korte termijn zijn. Het is een
gesprek, dus dat zal voor de zomer wel lukken.
De voorzitter:
De minister gaat verder.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Dan kom ik op alle terrorismeveroordeelden. Dat zijn
diegenen die hun straf hebben uitgezeten, diegenen die zich nog elders
bevinden, diegenen die hun Nederlanderschap zijn kwijtgeraakt en
diegenen die dat niet zijn kwijtgeraakt. We hebben dus alle schakeringen
hier wel bij elkaar.
Laat ik beginnen bij de terrorismeveroordeelden na detentie. Ik heb daar
een korte inleiding voor. Het Nederlanderschap kan worden ingetrokken
van personen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een terroristisch
misdrijf. Dat gaat vaak samen met het opleggen van een terugkeerbesluit
en een inreisverbod. Daarna wordt er ingezet op vertrek naar het land
van de overgebleven nationaliteit. Maar zoals u weet, kan dit vertrek in
een hoop gevallen niet worden gerealiseerd. Dat leidt er dan toe dat
deze personen na het einde van hun detentie onrechtmatig in Nederland
verblijven. Natuurlijk doen we er alles aan om het vertrek van deze
personen uiteindelijk toch mogelijk te maken. Ik heb daar zelf
bijvoorbeeld veel effort in gestopt binnen de relatie met Marokko.
Maar tot die tijd moeten we ook iets. We proberen dan met het bestaande
toezichtinstrumentarium in ieder geval zicht te houden op deze mensen.
Denk aan gebiedsgebonden maatregelen of een meldplicht op grond van de
Vreemdelingenwet. In sommige gevallen zetten we ook bevoegdheden in uit
de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. In
aanvulling daarop heb ik samen met de minister van Asiel en Migratie
gekeken wat we nog meer kunnen doen om het zicht op deze doelgroep te
versterken en om risico's verder te beperken. Dat betekent dat we het
maatwerk intensiveren om vertrek mogelijk te maken. De NCTV speelt bij
de hoogrisicocasuïstiek een coördinerende rol. We hebben ook gekeken
naar uniforme risicotaxatie, want niet al deze mensen zijn 24/7 een
bedreiging voor de nationale veiligheid en vereisen dus 24/7 monitoring.
We bekijken dus wat voor contactmomenten er met bepaalde personen
gecreëerd kunnen worden om in ieder geval zicht te houden op hoe het met
die personen gaat en om ervoor te zorgen dat we weten waar ze mee bezig
zijn.
We hebben ook gesproken met andere internationale partners over de
risicobeperkende maatregelen die zij nemen. Denk bijvoorbeeld aan een
gebiedsgebod. We kennen binnen de tijdelijke wet nu wel het
gebiedsverbod, maar je zou het liefste willen dat iemand zich op een
bepaalde plek ophoudt, want dat maakt het natuurlijk makkelijker om het
zicht te vergroten. Dan weet je dat dat een plek is waar je er zicht op
kunt houden. De Britten hebben bijvoorbeeld zoiets. We willen voorkomen
dat we deze mensen meer rechten geven dan anderen zonder recht op
verblijf. Met andere woorden, we willen niet die mensen belonen die
uiteindelijk het grootste risico voor onze maatschappij vormen door hen
een bepaalde status toe te kennen. Tegelijkertijd willen we wel de
mogelijkheid houden om het zicht te behouden.
Mevrouw Straatman vroeg of het inderdaad klopt dat er in 2027 nog een
aantal mensen met een hoog dreigingsprofiel vrijkomen. Dat klopt. Het
precieze aantal kan ik niet noemen, want dat hangt af van hoe de
processen verlopen en of iedereen zich houdt aan de voorwaarden. Om
zicht te houden op die bredere groep komen er diverse zorg- en
veiligheidspartners bijeen in het lokale casusoverleg. Als zij denken
dat er in individuele gevallen noodzaak is voor de inzet van bijzondere
bevoegdheden, dan kan ik die maatregel dus nemen. Dat is ook echt in
nauw overleg met het lokaal gezag. De burgemeesters weten dus wie er in
hun verantwoordelijkheidsgebied met een profiel vrijkomt en kunnen daar
dan ook actie op ondernemen. De rechter kan ook maatregelen opleggen op
grond van de Wet langdurig toezicht. Zo hopen we tijdig te kunnen
ingrijpen op het moment dat we signalen hebben van recidive bij deze
groep.
Ja, je kunt dus het Nederlanderschap intrekken, maar wel alleen bij een
onherroepelijke veroordeling en natuurlijk als iemand een dubbele
nationaliteit heeft. Ik zei al: dan nog is dat geen garantie op vertrek,
maar dit kabinet heeft in ieder geval de inzet om de tijdelijke Wet
intrekken Nederlanderschap permanent te maken. U weet dat de Raad van
State daar onlangs een advies over heeft uitgebracht. Daar zal ik op
korte termijn op reageren.
Is in dit kader de vreemdelingenbewaring een mogelijkheid? Dat was een
vraag van mevrouw Coenradie. Met het voorstel van de
terugkeerverordening krijgen we wel meer mogelijkheden, want je krijgt
de terugkeerhub en de transithub. Ja, het zou best kunnen dat je daarmee
mogelijkheden hebt om in ieder geval mensen uit Nederland te kunnen
verwijderen op het moment dat ze geen verblijfstitel hebben. Hopelijk
leidt dat dan vanzelf tot doorreizen van de desbetreffende persoon naar
het eigen land of tot het daar blijven; dat is het idee van de
transithub. Daarnaast krijg je met de Wet terugkeer en
vreemdelingenbewaring, die onlangs in de Tweede Kamer is aangeboden, een
eigen juridisch kader voor vreemdelingenbewaring, omdat
vreemdelingenbewaring nu eenmaal niet te veel mag lijken op een
penitentiair regime.
Dan de vraag of ons uitgangspunt ten opzichte van het vorige kabinet
veranderd is, daar waar het gaat om uitreizigers en de berechting in de
regio. Nee, die uitgangspunten gelden ook voor dit kabinet onverkort.
Onze inzet is primair gericht op berechting in de regio. Daarnaast vroeg
u of ik kan garanderen dat er geen enkele uitreiziger wordt
teruggehaald. Nee, maar dat deden vorige kabinetten ook niet. Het is
altijd een individuele casusbenadering waarbij de nationale veiligheid
nadrukkelijk wordt meegewogen in de besluiten die we uiteindelijk nemen
op verzoeken voor repatriëring die we van advocaten krijgen. Dat wil
niet zeggen dat niemand zich kan melden. Het betreft de mevrouw uit
Zevenaar waaraan gerefereerd werd. Iemand die niet in detentie zit en
die zich in een derde land bij een Nederlands consulaat meldt, die nog
de Nederlandse nationaliteit heeft omdat die om wat voor redenen dan ook
nog niet is afgepakt, zullen we gewoon moeten repatriëren. Die komt
daarna gewoon vast te zitten en gaat daarna gewoon het strafrechtelijk
traject in; juridisch gezien is er geen mogelijkheid om dat te
voorkomen. We kunnen wel zorgen voor een adequate opvolging bij
aankomst. Er zijn overigens ook in het verleden wel vrouwelijke
uitreizigers gerepatrieerd, ook met hun kinderen. Dat is voor het laatst
geweest in mei 2024. We hebben een staande afspraak met uw Kamer dat u
onverwijld zal worden geïnformeerd op het moment dat we dat doen. Die
afspraak staat. Kort en goed: het beleid van het vorige kabinet geldt nu
ook onverkort.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik vind het eigenlijk wel zorgelijk om te horen dat deze minister niet
uitsluit dat dit kabinet vrouwen en kinderen van uitreizigers naar
Nederland gaat halen. Waarom zouden we dat überhaupt doen? Het is een
enorm veiligheidsrisico. Wat heeft het voor toegevoegde waarde om ze
hiernaartoe te halen? Laat ze gewoon daar, zodat ze hier geen gekke
dingen kunnen gaan doen.
Minister Van Weel:
Dat is voor het laatst gebeurd in mei 2024. Ook het vorige kabinet, met
de PVV, sloot dat niet categorisch uit. Het gebeurt altijd op
case-by-casebasis. We zijn ook gehouden om elk verzoek om repatriëring
dat er wordt gedaan te beoordelen. Ik heb al gezegd: de lat van
nationale veiligheid is voor dit kabinet zwaarwegend in de besluiten om
al dan niet mensen te repatriëren. Daarmee wijken we dus niet af van de
eerdere kabinetten.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is heel makkelijk om te gaan vingerwijzen, maar het gaat mij nu om
dit kabinet. Ik vraag dus aan de minister waarom hij de mogelijkheid om
ze hiernaartoe te halen openhoudt. Wat heeft dat voor voordeel? Ziet hij
niet in dat het altijd een risico is voor onze nationale veiligheid als
we dat doen?
Minister Van Weel:
Zeker, maar in een rechtsstaat zijn wij gebonden om elk individueel
verzoek dat wordt gedaan individueel te beoordelen. Wij kunnen dus niet
op voorhand zeggen dat alle verzoeken die worden gedaan automatisch met
nee worden beantwoord. Ik kan wel zeggen dat voor mij de nationale
veiligheid een hele belangrijke rol speelt bij die individuele afweging
die ik moet maken. Dat is echt geen vingerwijzen; dat is het gewoon
staand beleid zoals dat er tot nu toe is geweest. Zoals u weet is
Nederland een van de zeer terughoudende landen in Europa waar het gaat
om het terughalen van uitreizigers.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ik had het idee dat de minister het blokje over de veroordeelde
terroristen uit detentie had afgerond. Ik had nog één openstaande vraag
over de informele routes. Misschien dat de minister daar nog op in zou
kunnen gaan. We formaliseren nu het proces natuurlijk heel erg. Heel
veel landen nemen natuurlijk niet hun eigen onderdanen terug. Zijn er
ook nog informele routes? Je hoort ook wel signalen dat mensen
bijvoorbeeld wel informeel op vakantie gaan in het land van herkomst,
maar vervolgens niet naar dat land uitgezet kunnen worden. Dat is de
vraag die ik al had gesteld. Een aanvullende vraag is nog de volgende.
We krijgen nu met de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring inderdaad
die uitbreiding van de ongewenstverklaring. De minister van Asiel en
Migratie heeft echter ook gezegd: ik maak op korte termijn werk van de
strafbaarstelling van de terugkeerfrustreerders. Kan de minister ook
iets meer een inkijkje geven over wat dat betekent voor deze categorie
van terroristen of terroristisch veroordeelden die ook geen
verblijfsvergunning in Nederland meer hebben? Kunnen die dan met
prioriteit onder die categorie vallen, zodat zij dan in detentie kunnen
wachten tot zij wel kunnen terugkeren naar het land van herkomst?
Minister Van Weel:
Die hebben voor ons al prioriteit. Ik moet wel eerlijk zeggen dat het in
dit geval niet altijd de mensen zijn die niet willen meewerken. Er zijn
dus ook echt gevallen waarin mensen wel degelijk willen terugkeren of
uitreizen naar het land van de nationaliteit die ze nog wel hebben, maar
waarin de autoriteiten zeer terughoudend zijn. Ook daarin is, indachtig
de interventie van mevrouw Vondeling, natuurlijk enige logica te
ontdekken. Dit zijn niet de mensen die je heel graag wilt binnenhalen
als daar een hoog risicoprofiel op zit. Desondanks is dat wel hoe
internationale afspraken werken. Daarom zetten wij er dus op in, ook via
de informele kanalen, om deze mensen hopelijk uiteindelijk met
prioriteit te kunnen uitzetten naar het land van de nationaliteit die ze
wel hebben. Deze mensen gaan dus ook niet op vakantie. Als ze op
vakantie zouden gaan, kwamen ze ook niet meer terug. Ze staan namelijk
gewoon gesignaleerd en hebben een inreisverbod. Ze komen gewoon niet
weg.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Ik weet niet of de vraag nog beantwoord gaat worden, maar volgens mij is
hij nog niet beantwoord. Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat
asielzoekers gemiddeld pas na twee jaar worden onderzocht op mogelijke
banden met terrorisme. Dat zou eigenlijk na twee weken moeten. Komt die
beantwoording nog of heb ik iets gemist?
Minister Van Weel:
Die komt nog, maar ik kan 'm ook nu wel doen. Er zijn verschillende
manieren waarop asielzoekers die binnenkomen, gescreend worden. Dat
gebeurt met behulp van de diensten, met signalen die de IND krijgt en
met signalen uit de gemeenschap. Het gebeurt ook door online of in de
telefoons van mensen te kijken. Door de Algemene Rekenkamer werd het
volgende bedoeld. Er zou überhaupt niet gescreend worden. Dat betreft
één stap in het proces. Daarbij zouden de socialmedia-activiteiten, voor
zover wij begrijpen, pas na twee jaar zijn gescreend. Dat wil niet
zeggen dat er niks van screening plaatsvindt op asielzoekers die
binnenkomen. Desondanks is ook dit een formele stap in het proces. Er
wordt dus door de minister van Asiel en Migratie aan gewerkt om ook bij
die stap het been bij te trekken. De hoop is wel dat de screening met de
invoering van het Migratiepact überhaupt veel meer aan de buitengrenzen
zou komen te liggen. Het idee van het Migratiepact is namelijk dat het
uiteindelijk daar gebeurt, op een uniforme manier. We hebben eerder
gezegd dat we bereid zijn om landen als Griekenland te helpen om dat op
een goede manier in te richten.
De voorzitter:
De minister gaat verder, want u bent door uw interrupties heen, mevrouw
Coenradie. U heeft er drie gehad. Hoeveel moeten we nog, meneer de
minister? Dat bedoel ik niet oneerbiedig voor alle andere onderwerpen,
maar ...
Minister Van Weel:
Online en overig zijn de twee blokken. Ik zal kijken hoe snel ik
daardoorheen kom, voorzitter.
De voorzitter:
We vertrouwen het u toe, minister.
Minister Van Weel:
Dan sla ik mijn spreektekst over. Die komt er kort en goed op neer dat
online een enorme uitdaging is in deze tijd. We willen daar echt een
voortrekkersrol in vervullen in Europa. De vraag is elke keer: waarom in
Europa en waarom niet nationaal? Juist omdat je impact wil hebben op dit
soort enorme platformen en de macht die ze hebben. De Digital Services
Act heeft echt wat verlichting gebracht in dit speelveld. We zien echt
verbeteringen — van de meeste platforms, moet ik zeggen — in het
meewerken aan het verwijderen van illegale content, maar het is zeker
nog niet genoeg. Omdat de DSA een maximumharmonisatiewet is, zijn we
eraan gebonden en kunnen we er niet heel veel bovenop zetten. Bovendien
zou het niet heel veel impact maken op deze grote platforms. Maximale
druk in Europees verband is dus het zinvolste, denk ik.
Overigens zet het kabinet ook in op een socialmediaverbod in Europees
verband voor kinderen tot 15 jaar. Vanuit veiligheidsoptiek gebeurt dat
liever vandaag dan morgen. Ik snap alle nadelen voor kinderen, met het
niet meer kunnen gebruikmaken van de positieve effecten, maar het is te
moeilijk van elkaar te scheiden. Waar we onze kinderen in de echte
wereld kunnen limiteren — "je mag alleen overdag buitenspelen", "je mag
die straat niet in", "je mag hier 's nachts niet rondhangen" — is dat
online niet te doen. Vanuit mijn portefeuille gebeurt het dus liever
vandaag dan morgen.
We hebben een aantal concrete dingen ingezet. Er werd iets opgemerkt
over de Redirectpilot. Die wordt uitgebreid. Nu werkt hij alleen bij
Meta, maar hij wordt in de zomer van dit jaar uitgebreid naar Threads en
Facebook. Er zijn inderdaad eerste positieve signalen, maar de pilot
moet echt even aflopen. In het najaar kom ik met een brief waarin ik zeg
wat de resultaten zijn geweest en hoe we daarmee omgaan.
Dan de ATKM. Kunnen we daar meer doen? Ja, daar kijken we op dit moment
naar. Ik ben er zelf twee weken geleden geweest. Het is indrukwekkend
wat ze daar überhaupt al doen. Worden de bevelen opgevolgd? Ja. Ook door
X, zeg ik daarbij, wordt in het overgrote deel van de gevallen gewoon
meteen gehoor gegeven aan bevelen van de ATKM om bepaalde content te
verwijderen. Is content daarmee weg? Nee. Dat is ook een beetje de
hopeloosheid hiervan. Deze mensen zien dezelfde filmpjes natuurlijk elke
keer weer terugkomen, maar dan net op andere plekken, op andere kanalen.
Wel wordt het steeds makkelijker om het aan te pakken. Maar uiteindelijk
heb je natuurlijk nodig dat platforms zelf, op basis van een bevel, een
filter instellen om het tegen te houden. Een grote lacune, die zij ook
zien, is de legal but harmful content, dus content die aanschuurt tegen
het illegale, maar dat net niet is. Daar doet het WODC op dit moment een
onderzoek naar in het kader van de evaluatie van de Verordening
terroristische online-inhoud. Zo kan er gekeken worden of er meer ruimte
zit om daarop te kunnen ingrijpen.
Dat geldt ook voor andere illegale content. Steeds vaker ziet men dit
ook samenkomen, dus dierenmisbruik of überhaupt misbruik gecombineerd
met terroristische content. Wat dat betreft schrik je je een ongeluk als
je ziet waar jongeren en kinderen aan worden blootgesteld.
De voorzitter:
Wie was eerst? Meneer Mohandis laat mevrouw Straatman eerst, zie
ik.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank je wel, meneer Mohandis. Ik heb ook met de ATKM gesproken. Ik
herken het beeld van de minister heel erg, inderdaad. Ik begreep van hen
echter ook dat de verordening nu al ruimte biedt om bijvoorbeeld een
vragende bevoegdheid te hebben en om die platforms een vragende
instructie te geven voor de categorie "awful but lawful", de hele
extremistische en gewelddadige content. Nederland heeft echter besloten
om de vragende instructie niet vast te leggen. Andere landen hebben dat
wél. Kunnen we daar dan niet op dit moment al iets aan doen? Kunnen we
de ATKM niet veel meer juridische ruimte geven om de platforms in ieder
geval te vragen om dit soort superschadelijk beeldmateriaal offline te
halen?
Minister Van Weel:
Dat nemen we mee in de beleidsmatige verkenning die we op dit moment
doen. Naast het WODC-onderzoek kijken we ook zelf wat de eerste
ervaringen met de ATKM zijn en wat er nog meer zou kunnen gebeuren. Ik
moet eerlijk zeggen dat ikzelf hoge verwachtingen heb van AI-gedreven
processen. Gelet op de omvang hiervan, op de manier waarop dit overal
weer oppopt en op het feit dat het toch vaak hetzelfde materiaal is, zul
je, om de enorme vloedgolf te kunnen keren, uiteindelijk ook op de een
of andere manier ... Nu gaat het allemaal individueel. Individuele
mensen zitten online te zoeken naar individuele websites, terwijl het
aanbod huge is. Waar je het weghaalt, verschijnt het elders weer snel.
Dit geeft ook aan dat die platforms het zelf kunnen. Ze moeten dit ook
gewoon willen en het zelf aanpakken.
Mevrouw Straatman (CDA):
Laatste punt dan. Ik begrijp wat de minister zegt. Tegelijkertijd tikt
de tijd. Ik hoorde de minister in het kader van Preventie met Gezag net
heel terecht zeggen: het probleem is dusdanig groot dat we het gewoon
gaan proberen. Op dit punt zijn we al heel lang aan het zoeken naar de
definitie van "extremisme" en hopen we dat platforms het uit zichzelf
doen. We weten dat er een businessmodel achter zit dat ze het niet doen.
Andere landen geven de vragende instructiebevoegdheid aan een soort
autoriteit als die wij de ATKM noemen. Waarom doen wij dit nu niet ook
al? Zij zeggen dat wij ondermodereren. We zien het, maar durven niet in
te grijpen. Waarom geven we ze niet gewoon de rugdekking om dit soort
schadelijk materiaal nu, vandaag al, offline te halen?
Minister Van Weel:
Dit is een hele jonge organisatie. U bent er ook geweest, mevrouw
Straatman. Het is indrukwekkend wat ze in een jaar tijd van de grond
hebben gekregen en hoe ze nu langzaam naar de volheid van hun mandaat
toewerken. In de beleidsmatige evaluatie die we nu doen, neem ik dit
aspect mee. Tegelijkertijd hebben we ze niet vanaf het begin willen
overvragen. Maar ja, ze lopen nu inderdaad aan tegen dingen waarvan ze
zeggen "dat hadden we nog niet in ons mandaat" of "we lopen hier nu
tegenaan en we voelen dat we er niks tegen kunnen doen". Dus de signalen
herken ik zeker en die nemen we mee.
Dat geldt ook voor de signalen over nieuwe vormen van extremisme, zoals
Com-netwerken en gamification. Dat is overigens niet per se iets van
terrorisme. Dit is meer een soort nihilistische extremistische beweging
— misantropie, tegen de menselijkheid, zou je bijna kunnen zeggen — waar
alle vormen van deze gruwelijke content samenkomen. Ook hier geldt: daar
waar het extremistisch is, kan de ATKM daarop acteren en op de rest
niet. Dat is dus onderdeel van het vervolg.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik wil nog even terug naar een eerder stukje, waar het gaat om de
Digital Services Act en dat er in Europees verband van alles wordt
geprobeerd. We zien gewoon dat niet alle grote platforms bereid zijn om
überhaupt het gesprek aan te gaan over moderatie. Ik was gewoon benieuwd
of de minister dat voldoende vindt. Met die Europese aanpak lijkt het er
toch niet op dat strafbare content en haatcontent echt worden verwijderd
van bijvoorbeeld een platform als X. Er is onderzoek gedaan naar
allerlei soorten social media. Die andere zijn ook niet perfect, maar
die zijn in ieder geval bereid om het gesprek aan te gaan. Die hebben
een button om de burger in ieder geval de mogelijkheid te geven om te
rapporteren enzovoort, enzovoort. Ik was gewoon benieuwd of de minister
nou heel veel hoop put uit de voortgang die nu wordt geboekt. Moeten we
ook niet nationaal kijken, via het Commissariaat voor de Media — ik weet
dat dat een ander ministerie is — of de Autoriteit Consument &
Markt, of we niet meer kunnen doen om haat en geweld online tot een
einde te brengen?
Minister Van Weel:
De DSA is ook een jonge wet. We moeten daar dus de gelegenheid geven,
aan de platforms — die gelegenheid hebben ze hier wel gehad, denk ik —
en daaropvolgend aan de handhaving, om ook druk uit te gaan oefenen op
deze platforms. Dat heeft natuurlijk in Europees verband altijd veel
meer impact dan als we dat nationaal zouden doen via bijvoorbeeld de
Autoriteit Consument & Markt of anderszins. Ik denk dat ook
platforms als X, die gebaat zijn bij de honderden miljoenen gebruikers
die ze hier in Europa hebben, uiteindelijk die druk zullen voelen om dat
anders te gaan doen. Bij Telegram maak ik me daar nog meer zorgen over
dan bij X, moet ik eerlijk zeggen. Zoals ik zei, worden de bevelen van
de ATKM door X in het overgrote deel van de gevallen gewoon netjes
binnen een uur opgevolgd.
Dan wel online, maar toch even een ander onderwerp. De heer Struijs
vroeg hoe het gaat met toegang tot dit soort platforms, voor de politie
ook.
De voorzitter:
Ik keek naar u, naar wat u ging doen. Er is nog een interruptie.
De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):
Ik dacht: er komt nog een tweede deel van het antwoord. Ik wil nog even
doorgaan, voordat u antwoord geeft op een vraag van een
collega-Kamerlid, over de ATKM. Het viel mij inderdaad ook op. Ik kwam
eigenlijk voor het eerst tegen dat X bevelen opvolgt en uitvoert. Ik ben
benieuwd hoe dat doorwerkt, want het rijmt niet helemaal met dat ze de
content er niet vanaf krijgen en dat X vanuit Nederlands perspectief
geen serieuze moderatie heeft. Wat houdt dat dan in? Is dat minimaal en
kunnen we ze, zoals de collega van het CDA vroeg, meer bevoegdheden
geven? Waar zit dat 'm in? Ik snap ook wel dat we een jonge organisatie
niet extreem moeten belasten met allerlei nieuwe bevoegdheden, maar aan
de andere kant zie ik hier wel een kans om hierop door te gaan. Ik ben
benieuwd hoe u dat ziet. Wij zouden die verwijderbevelen wel willen
versterken.
Minister Van Weel:
Zeker. Nogmaals, ik zei al dat ik denk dat we nieuwe technologieën nodig
hebben om uiteindelijk hier echt een deuk in een pakje boter te kunnen
slaan. Ik zei al dat ik geen X-expert ben in brede zin, maar daar waar
het gaat om de ATKM en de verwijderbevelen werkt X gewoon mee. In die
zin voldoen ze dus grotendeels aan de verwijderbevelen die worden
gestuurd — en ook beter dan sommige andere platforms, zeg ik er maar
bij.
De voorzitter:
U gaat verder, minister. Hoeveel heeft u nog?
Minister Van Weel:
De interrupties heb ik niet in de hand, voorzitter. De vragen overigens
ook niet. Ik probeer zo snel mogelijk door de antwoorden heen te
gaan.
De voorzitter:
Dat weet ik, maar hoeveel heeft u nog?
Minister Van Weel:
Ik zal snel door het kopje online heen gaan en dan heb ik nog wat losse
vragen.
De voorzitter:
Iedereen kan klokkijken hier. Het wordt dan best ingewikkeld om voor
13.00 uur dit debat af te ronden. Ik wil in ieder geval de minister zijn
beantwoording laten afmaken en dat iedereen zijn vragen heeft kunnen
stellen. Ik denk dat dat het beste is. Een tweede termijn wordt
ingewikkeld, maar ik denk dat er toch een tweeminutendebat komt. We gaan
snel verder.
Minister Van Weel:
Toegang tot onlineplatforms voor de politie. Ja, die willen wij
vergroten, zeker daar waar het gaat om het voorkomen van verstoringen
van de openbare orde. Het wetsvoorstel voor openbare kanalen ligt nu bij
de Raad van State en voor het einde van het jaar wil ik ook voor de
besloten groepen een wetsvoorstel in consultatie doen gaan.
Ik doe ook maar mijn best, dus ik kijk wat ik kan overslaan. Dit zijn
een heleboel vragen over de platformen en Redirect, maar die hebben we
natuurlijk in verschillende vormen gehad.
Mevrouw Martens vroeg nog naar de reactie op het HCSS-rapport over de
Com-netwerken. Ja, wij willen dit soort gewelddadige onlinenetwerken
aanpakken. Dat stond ook in die kabinetsreactie. Belangrijk hierbij is —
dat zei ik net al tegen mevrouw Straatman — dat die Com-netwerken niet
alleen maar extremisme en terrorisme zijn. Dit is gewoon nihilistisch en
de vraag is hoe je dat net breder kunt uitleggen, zodat je verschillende
professionals uit verschillende domeinen tegenkomt. Dit is gewoon een
soort vergaarpot van alles wat niet klopt. Dat vereist een aanpak die
veel breder gaat dan puur een antiterrorismeaanpak en dus een lokale
aanpak waarbij gemeenten de mogelijkheid moeten hebben om dat op
casusniveau aan te pakken.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik heb een vraag over online. We hebben het natuurlijk over meekijken in
verschillende groepen gehad. Wat we natuurlijk ook hebben, is dat het
online heel makkelijk is om mensen dingen te vragen, of het nou gaat om
het ophangen van een explosief aan een deur of de relatie naar mensen
die heel strikt beveiligd worden. Dan wil ik eigenlijk graag een haakje
maken naar bewaken en beveiligen. Is het mogelijk om de analyse die we
hebben van het oproepen en het uitzetten van hulpvragen voor aanslagen
ook mee te nemen als het gaat om bewaken en beveiligen?
Minister Van Weel:
Ik weet niet of ik 'm helemaal begrijp.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dat snap ik. Heel concreet. We kijken naar onlineplatformen als het gaat
over terrorisme, als het gaat over extremisme, maar als het gaat over
kleinere groepen, dus als het gaat over bedreigingen richting één
individu in plaats van tegen de hele samenleving, wordt dan die online
dreiging of worden de opties die er online bestaan ook meegenomen?
Minister Van Weel:
Ja. Ik moet wel zeggen dat het voorstel dat nu voorligt bij de Raad van
State over openbare orde gaat. Daar waar er sprake is van verdenking van
strafbare feiten heb je een andere titel om al meer te kunnen doen. Wat
het probleem nu is, is dat meestal the shit has to hit the fan voordat
de politie bijvoorbeeld bij zo'n azc-protest eindelijk eens kan gaan
kijken wat er is gebeurd. Dan kom je er eigenlijk achter dat het een dag
eerder allemaal al was bekokstoofd, maar toen kon je er niet bij zijn.
Dat is het voornaamste gebrek dat men nu heeft. Voor doeleinden als
bewaken en beveiligen of inlichtingen in bredere zin zijn er al bredere
bevoegdheden.
Dan ga ik naar investeren in preventie, een vraag van mevrouw Belhirch.
Ja, daar doen we ontzettend veel aan, onder andere bij de Expertise-unit
Sociale Stabiliteit, de ESS, van mijn collega van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. Die kijkt echt naar de sociale stabiliteit en
veerkracht in de samenleving. Ik noemde het al eerder: dit is ook een
postcodeprobleem. Daar ligt gewoon een link tussen het sociaal domein en
het veiligheidsdomein en die zullen elkaar op dit soort plekken moeten
vinden om ook in preventieve zin wat te kunnen betekenen. Daarnaast is
de digitale weerbaarheid van jongeren online absoluut een speerpunt. Hoe
voorkomen we dat mensen vallen voor desinformatie, dat mensen vallen
voor de bubbel waar ze in worden gezogen en die kan leiden tot
radicalisering, soms binnen enkele dagen? Daar zijn schoolprogramma's
voor en daar is lokale alertheid voor nodig, maar ik denk dat we daar
collectief echt meer aan kunnen doen. Daar zal ik ook aandacht voor
vragen in het kabinet.
U vroeg ook naar het versterken van de vroegsignalering door onderwijs
en jongerenwerkers. Ja, de lokale aanpak en de vroegsignalering worden
versterkt, onder meer door lokale zorg-, onderwijs-, veiligheids- en
andere betrokken professionals te trainen in het tijdig herkennen van
signalen van radicalisering en in hoe ze daarmee om moeten gaan.
Daarnaast worden gemeenten ook ondersteund in het opzetten en
onderhouden van meld- en adviespunten voor radicalisering. Dat is
onderdeel van de uitrol van het kabinet.
De heer Markuszower vroeg: Hamas is geïnfiltreerd in vele organisaties
in Nederland, kunt u een grootschalig onderzoek starten? Er wordt
onderzoek gedaan en u heeft recent ook gehoord dat de AIVD in zijn
rapport heeft bekendgemaakt dat er een link is gelegd tussen Hamas en
organisaties in Nederland. Zij zijn ook betrokken geweest bij het
proces. Daar waar sprake is van strafbare feiten, is het OM aan zet.
Zoals u weet wordt vandaag de uitspraak verwacht tegen één persoon die
verdacht wordt van het financieren van Hamas. Daar moet het strafrecht
ook gewoon zijn beloop krijgen.
De heer El Abassi vroeg naar uitreizigers naar Israël. Het is niet
strafbaar om je aan te sluiten bij de Israëlische strijdkrachten, net
zomin als dat het geval is bij het zich aansluiten bij de Oekraïense
strijdkrachten. Daar waar mensen zich in andere krijgsdienst schuldig
maken aan een misdrijf, kunnen zij als Nederlander gewoon worden
vervolgd door ons eigen OM.
De heer Struijs vroeg nog naar de Amerikaanse spelregels. Daar gaan de
Amerikanen over, helaas. Er zijn een hoop dingen waarover we het eens
zijn met de Amerikanen en er zijn op het moment ook een hoop dingen
waarover we het niet eens zijn met de Amerikanen. Ik denk dat dit
daaronder valt. Wij raden mensen aan om vooral goed te kijken naar de
toelatingseisen van elk land waar ze heen gaan, omdat ze zelf de
verantwoordelijkheid dragen om een risicoschatting te maken en te kijken
of dat voor hen al dan niet een consequentie kan hebben.
De heer Struijs (50PLUS):
Wij krijgen nu echt de eerste signalen dat mensen geweigerd worden die
hier nog onder het activisme vallen en daar echt onder een andere
categorie. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid, maar ik vind het ook
wel onze verantwoordelijkheid om die mensen waar dat kan hier tijdig
voor te waarschuwen. Anders komen ze namelijk echt in de problemen. Het
hoeft voor mij niet gelijk met een Postbus 51-campagne, want dat is ook
onzin, maar er moet toch ergens een loket voor die mensen zijn dat ze er
even op wijst wat de spelregels zijn.
Minister Van Weel:
Dat is niet mijn taak meer, want dit valt onder consulair beleid en dus
onder het ministerie van Buitenlandse Zaken. U kunt zich wel voorstellen
dat er 192 landen zijn die allemaal hun eigen eisen hebben die mogelijke
implicaties hebben voor Nederlandse staatsburgers die daarheen willen
reizen. Als wij de verplichting op ons nemen om mensen in al die
gevallen te waarschuwen voor mogelijke gevolgen, strekt dat te ver. Ik
zou mensen wel willen doorverwijzen naar de website waarop je de
Amerikaanse eisen kunt zien. Dan kunnen mensen zich daar zelf op
voorbereiden.
Dan minimumstraffen, een vraag van mevrouw Coenradie. Daar speelt een
breder WODC-onderzoek waar nog een reactie op moet komen. De uitkomst
van dat WODC-onderzoek is in elk geval dat je minimumstraffen niet moet
doen, omdat het bij de rechterlijke macht de vrijheid weghaalt om in een
individuele casus te bepalen wat passend is. Ik kom nog met een bredere
kabinetsreactie, niet alleen toegespitst op terrorisme maar in bredere
zin op het fenomeen van minimumstraffen.
Doen we voldoende? Wellicht is dat een mooie eindvraag.
Laat ik dan nog even eerst naar burgemeester Dijksma gaan. Ik treed niet
in haar overwegingen hier. Ik heb u net uitgelegd wat het speelveld is
met betrekking tot de stand van zaken van het onderzoek van de AIVD, dan
wel een individuele rechtszaak tegen één persoon. Ik denk in ieder geval
dat dat voor mij onvoldoende aanknopingspunten biedt om een oordeel te
vellen over de afweging die zij daar zelf in heeft gemaakt.
De voorzitter:
Momentje. Dat roept natuurlijk een vraag op bij meneer
Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Ik begrijp best dat de minister daar wat distantie van wil nemen en dat
dat netjes is binnen de bestuurlijke lagen. Ik weet alleen niet of dat
voldoende is. De minister heeft net iets gezegd over dat Hamas
infiltreert. Nou is er vorig jaar een raadsvergadering verstoord. Een
ergere vorm van aantasting of bedreiging van onze rechtsstaat ken ik
eigenlijk niet; een recenter, erger voorbeeld ken ik eigenlijk niet. Dan
kunnen we hier met z'n allen, maar zeker de minister van Justitie en
Veiligheid, toch best zeggen dat het misschien niet zo verstandig is
dat, binnen een jaar nadat dat is gebeurd, een burgemeester samen
optrekt met diezelfde organisatie die die raadsvergadering heeft
verstoord en er een evenement mee organiseert? Los van welk evenement
dat was, kunnen we toch met z'n allen zeggen dat, wanneer
raadsvergaderingen worden verstoord en de mensen die dat doen nu zelfs
voor het gerecht komen en we ook nog eens weten dat de organisatie
geïnfiltreerd is door Hamas, het verstandig is dat onze burgemeesters,
onze ministers, onze Kamerleden van dat soort elementen afstand nemen en
er geen evenementen mee gaan organiseren?
Minister Van Weel:
Het verstoren van een raadsvergadering is onacceptabel. Dat moeten we
niet hebben. Then again, dat staat nog niet gelijk aan het uiten van
extremistisch gedachtegoed. Dat zijn wel echt twee verschillende dingen.
Bovendien is de organisatie waar u op doelt geen verboden organisatie.
In die zin staat het de burgemeester vrij om daarmee in dit geval een
herdenking te vieren. Dus nee, binnen de kaders zoals we die in de
rechtsstaat hebben afgesproken, past het mij niet om daar een normerende
of oordelende uitspraak over te doen.
De voorzitter:
Kort, meneer Markuszower.
De heer Markuszower (Groep Markuszower):
Wat zou de minister ervan vinden als morgen een van onze Kamerleden met
Defend Netherlands of zo samen naar een van die azc-protesten gaat en
daar niet per se iets verkeerds doet, maar gewoon naast iemand met een
prinsenvlag gaat staan? Dan zegt de minister toch — en volgens mij heeft
hij zoiets ook gezegd — dat dat niet echt iets is wat we van elkaar
prettig moeten vinden? Met andere woorden: we kunnen toch met elkaar
afspreken dat wij hier als Kamerleden een taak hebben om die rechtsstaat
te beschermen, dat de minister een taak heeft om die rechtsstaat te
beschermen, maar dat burgemeesters óók een taak hebben, dezélfde taak
hebben om die rechtsstaat te beschermen en moeten proberen om afstand te
nemen van elementen die onze rechtsstaat bedreigen, zoals groepen die ik
net als voorbeeld noemde, maar ook groepen in Utrecht? De minister kan
toch zeggen: dat is een logische gedachtegang, meneer Markuszower?
Minister Van Weel:
Dat waren te veel zinnen om een kort ja of nee op te zeggen. Het ligt
echt ietsje complexer dan dat. Ik hou het dus bij mijn vorige
antwoord.
Doen we voldoende? We kunnen niet genoeg doen. Dit probleem is niet weg,
gaat niet weg. Wat dat betreft is het goed dat we erover spreken. Het
neemt ook elke keer nieuwe vormen aan. De onlinekant, de verjonging van
de daders, crime as a service, het postcode gerelateerde van dit
fenomeen zijn allemaal zaken die we extreem serieus nemen. Daarom zijn
we nooit klaar, maar de motivatie is er om dat te doen.
De voorzitter:
Dan ga ik even de toezeggingen doornemen, tenzij iemand zegt dat er een
vraag onbeantwoord is gebleven. Er komen dus geen nieuwe vragen en geen
nieuwe betogen, maar volgens mij is er veel aan bod gekomen. Uiteraard
dank ik de minister voor zijn termijn.
Er waren twee toezeggingen, die ik even check.
De eerste is richting mevrouw Van der Plas. De minister voert voor de zomer een gesprek met LTO, Producentenorganisatie Varkenshouderij en Vee&Logistiek en informeert de Kamer hierover.
Minister Van Weel:
Het ministerie voert dat gesprek.
De voorzitter:
Het ministerie, excuus. Het ministerie voert een gesprek. Dat zal voor
de zomer plaatsvinden, hoor ik u buiten de microfoon zeggen. Krijgen wij
de terugkoppeling daarvan dan ook voor de zomer, of daarna?
Minister Van Weel:
We nemen dat mee in het volgende halfjaarbericht terrorisme, voorzitter.
Ik denk dat dat makkelijker is.
De voorzitter:
Het gesprek komt voor de zomer. De uitkomst van dat gesprek krijgen we
mee in het volgende halfjaarbericht terrorisme. Okido.
Verder hoorde ik de minister zeggen dat de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek over minimumstraffen eraan komt.
Dat is uiteraard logisch, maar wanneer komt die?
Minister Van Weel:
Dat antwoord moet ik u even schuldig blijven. Daar volg ik gewoon de
wettelijke termijnen van WODC. Het heeft ook niet een directe link met
het onderwerp van dit debat. Ik zou die dus eigenlijk naar het
commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpen in half juni willen
verzetten. Als we dit daarin meenemen, dan heb ik ook een
antwoord.
De voorzitter:
Dan doen we dat zo. Ik kijk even rond. Ik denk dat we het commissiedebat
kunnen afronden. Ik neem aan dat iemand een tweeminutendebat gaat
aanvragen. Gaat mevrouw Van der Plas dat nu doen?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ik wil in ieder geval een tweeminutendebat aanvragen.
De voorzitter:
Helder. Dan is er een tweeminutendebat aangevraagd met als eerste
spreker het lid Van der Plas. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid
vandaag. Uiteraard dank ik zijn ondersteuning, onze eigen ondersteuning,
alle geïnteresseerden in de zaal en de aanwezige Kamerleden. Dan sluit
ik de vergadering.
Sluiting 12.59 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|