Besluit- en vertrekmoratorium Libanon
Vreemdelingenbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D26409, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-03 15:08, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 19637 -3563 Vreemdelingenbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11570:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-04 13:00 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat over vreemdelingen- en asielbeleid op 11 juni 2026. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-04 13:00: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-06-11 10:00: Vreemdelingen- en asielbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3563 Brief van de minister van Asiel en Migratie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
Sinds een aantal weken is de oorlog tussen Israël en Hezbollah
geëscaleerd en is ook Libanon betrokken in het regionale conflict tussen
Israël en de Verenigde Staten enerzijds en Iran anderzijds. De situatie
in Libanon ontwikkelt zich snel en er verschijnt geregeld nieuwe
informatie over de aanvallen die Israël in Libanon pleegt, met
grootschalige ontheemding, verwoesting van civiele doelen en burgerdoden
als gevolg. Het is momenteel niet te voorspellen hoe lang deze situatie
zal blijven duren, in hoeverre de escalatie verder doorzet en welk
effect het regionale conflict heeft op de situatie in Libanon. Omdat het
huidige landgebonden asielbeleid voor Libanon gebaseerd is op informatie
die niet meer actueel is en de situatie in Libanon op dit moment te
volatiel is om zorgvuldig te beslissen op asielaanvragen, heb ik
besloten om een besluit- en vertrekmoratorium in te stellen voor
Libanon, in beginsel voor de duur van zes maanden.
Een besluit- en vertrekmoratorium wordt ingesteld in gevallen waarin er naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de algemene veiligheidssituatie in een land waardoor redelijkerwijs niet zorgvuldig op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land kan worden beslist en niet kan worden overgegaan tot gedwongen uitzettingen naar dat land.
Met het instellen van een besluitmoratorium kunnen asielaanvragen tijdelijk worden aangehouden totdat er meer duidelijkheid ontstaat over de situatie in Libanon. Indien er asielaanvragen zijn die ouder zijn dan 21 maanden – en daarmee de maximale termijn van het besluitmoratorium overschrijden – beslist de IND op de individuele merites van de zaak en de dan bekende informatie.
Uitgezonderd van zowel het besluit-, als het vertrekmoratorium zijn onder meer Dublinclaimanten, vreemdelingen ten aanzien van wie een veilig derde land wordt tegengeworpen, vreemdelingen die reeds in het bezit zijn van internationale bescherming in een andere EU-lidstaat of zijn erkend als vluchteling in een derde land dan wel in een derde land anderszins voldoende bescherming genieten, en zogenoemde openbare-orde en 1F-zaken (zie voor het volledige overzicht paragraaf C3/2 van de Vreemdelingencirculaire 2000). Op deze aanvragen kan ondanks het moratorium worden beslist.
In 2025 en 2026 (januari t/m 30 maart) dienden circa 100 mensen uit Libanon een eerste asielaanvraag in, dit vormt dus een relatief kleine groep op het totale aantal (eerste) asielaanvragen. Sinds de opheffing van het vorige BVM (mei 2025) heeft de DT&V geen gedwongen vertrek gerealiseerd naar Libanon. Als gevolg van het vertrekmoratorium is ook in formele zin gedwongen vertrek van afgewezen asielzoekers niet aan de orde en behouden personen onder de werking van het moratorium recht op opvang.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is gevraagd om een algemeen ambtsbericht over de situatie in Libanon opstellen. Momenteel moet nog bezien worden wanneer het ambtsbericht gepubliceerd kan worden. Aan de hand van dit ambtsbericht zal worden bezien welke beleidsmatige stappen aangewezen zijn. De situatie wordt ondertussen nauwlettend gevolgd.
De minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink