[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Uitvoeringsagenda 2026-2027 Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)

Schoon en zuinig

Brief regering

Nummer: 2026D26444, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-04 12:36, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 31209 -267 Schoon en zuinig.

Onderdeel van zaak 2026Z11593:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


31 209 Schoon en zuinig

Nr. 267 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juni 2026

Op 8 december 2025 heeft mijn voorganger u een brief gestuurd over de evaluatie van o.a. het Convenant en de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB), inclusief twee evaluatierapporten1. Daarin is aan u de toezegging gedaan om Q2 2026 de SEB Uitvoeringsagenda 2026-2027 aan de Kamer te sturen. Bij deze geef ik invulling aan de toezegging.

SEB Uitvoeringsagenda 2026-2027

Zowel voor de natuur, het klimaat en de gezondheid, als voor de voortgang van bouwprojecten is het van belang om de bouw te verduurzamen. Met het programma Schoon en Emissieloos Bouwen werken we samen aan één aanpak om bouw-, onderhouds- en sloopprojecten schoner uit te voeren. Via het convenant SEB zijn ruim 160 partners (Rijk, medeoverheden, semi-publieke organisaties en brancheverenigingen) verbonden aan deze opgave.

Zoals afgesproken in het convenant SEB heeft in 2025 een evaluatie plaatsgevonden:

  • Berenschot heeft een kwalitatieve evaluatie gedaan van het Convenant SEB en de Routekaart SEB. Deze evaluatie is bedoeld om inzicht te geven in de voortgang, te zien wat er goed gaat en om knelpunten te identificeren. Uit de evaluatie bleek dat met SEB de transitie naar emissieloos bouwen van de grond is gekomen. Er zijn ook aandachtspunten, zoals bevorderen dat steeds meer projecten deels emissieloos worden uitgevraagd, laadinfrastructuur en controle op de naleving.

  • TNO heeft een kwantitatieve evaluatie gedaan. De evaluatie laat zien dat er goede stappen gezet worden t.a.v. emissiereductie door opdrachtgevers en de markpartijen. De doelen voor klimaat en gezondheid worden gehaald, maar voor stikstof zijn nog stappen nodig. Daarin geeft TNO onder andere aan dat de naleving van het bouwbesluit artikel 7.19a middels het minimumniveau van SEB een belangrijke rol kan spelen in het halen van deze ambitie.

Mede op basis van de input van deze rapporten is er gewerkt aan een SEB Uitvoeringsagenda voor 2026 en 2027.

De kern van de SEB Uitvoeringsagenda 2026-2027 is gericht op het vergroten van het investeringsperspectief. Hierin is het cruciaal om de uitvraag van toenemende percentages emissieloos materieel verder te vergroten in zoveel mogelijk projecten in Nederland, zowel op land als op het water. De uitvoeringsagenda geeft 12 prioritaire acties die de komende jaren in het programma SEB opgepakt of verstevigd worden, zoals het gebruik van regionale koplopers die partners in de regio kunnen ondersteunen bij de implementatie van SEB en de inzet van communicatie voor ons doel van 2028, wanneer convenantpartners lichte machines standaard emissieloos gaan uitvragen in hun projecten. Deze acties dragen onder andere bij aan het behalen van de stikstofambitie die bij het programma SEB is vastgesteld (60% reductie in 2030 t.o.v. 2018). Op dit moment haalt SEB met de huidige koers een stikstofreductie van 48% - 54%. Een van de belangrijke randvoorwaarden hierbij is het op orde hebben van laadinfrastructuur om de emissieloze bouwplaats mogelijk te maken. Samen met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) zet ik mij hiervoor in.

Gezien de lange afschrijftermijn en investeringskosten van (emissieloze) machines en het feit dat de sector gebaat is bij duidelijkheid, zie ik ook de noodzaak om te verkennen of en in welke vorm SEB vanaf 2030 voortgezet wordt. Het convenant loopt nu namelijk 31 december 2030 af. Daarbij speelt ook de vraag hoe de kosten van de transitie na 2030 verdeeld gaan worden. Ik start dit jaar een traject om deze vragen te verkennen. Tot slot is er een breed besef bij de convenantpartners dat, hoewel we in Nederland grote stappen zetten, de Europese schaal nodig is om de transitie te laten slagen. Daarom wordt er door IenW en betrokken convenantpartners nog actiever op ingezet om schoon en emissieloos bouwen ook internationaal de norm te maken door in te zetten op internationale normering en regulering en het uitbreiden van het internationale netwerk met landen, steden en andere organisaties die ook inzetten op verduurzaming van mobiele machines.

De SEB Uitvoeringsagenda is opgesteld in samenwerking met de convenantpartners. Deze hebben in verschillende werkgroepen mee kunnen denken over wat er voor het programma belangrijk is en feedback gegeven op de opgestelde agenda. Het is gelukt om een breed gedragen stuk te creëren, waarmee alle partners aan de slag kunnen en waarvoor iedereen verantwoordelijkheid draagt.

Alleen samen kunnen we de transitie een stap verder brengen. Over de voortgang van de SEB Uitvoeringsagenda 2026-2027 informeer ik u via de voortgangsbrieven duurzaam vervoer.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

A.W.H. Bertram


  1. Kamerstuk 31305, nr. 527↩︎