[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld (Kamerstuk 36945-IX-2)

Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025

Lijst van vragen en antwoorden

Nummer: 2026D26480, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-10 16:26, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36945 IX-5 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025 .

Onderdeel van zaak 2026Z11604:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 945 IX Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025

Nr. 5 Lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld 1 juni 2026

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Financiën over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld (Kamerstuk 36945 IX, nr. 2). De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 1 juni 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Jansen

Adjunct-griffier van de commissie,

Van der Steur

Vraag 1

Waarom is het IT-legacy-beheer voor de drie grote belastingmiddelen al vier jaar op rij een onvolkomenheid en wanneer wordt dit eindelijk opgelost?

Antwoord op vraag 1

De Belastingdienst onderkent de urgentie om de IT-legacy voor de drie grote belastingmiddelen te reduceren. Om die reden geeft de Belastingdienst in haar Meerjarenportfolio onverminderd het moderniseren van de ICT de hoogste prioriteit. De Belastingdienst heeft daarbij een prioriteringskader geïmplementeerd om de sturing op

mogelijke knelpunten te verbeteren. Niettemin blijft het tijdig oplossen van de IT-legacy uitdagend en zijn er factoren die hier een temporiserende invloed op hebben. Het gaat hierbij onder meer om, zoals eerder aan uw Kamer gemeld, het prioriteit moeten geven aan het doorvoeren van (spoed)wetgeving. Dit vraagt om een evenwichtige balans tussen politieke ambities en de realisatiekracht van de Belastingdienst. Bij nieuwe beleidsvoorstellen wordt via uitvoeringstoetsen inzichtelijk gemaakt waar potentieel sprake is van impact op de modernisering van de

ICT. Daarnaast is de specifieke ICT-kennis van de IT-legacy schaars binnen de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft hiertoe gerichte maatregelen genomen om de overdracht van legacy-kennis te bewerkstelligen. De Belastingdienst informeert uw Kamer periodiek over de voortgang van het oplossen van de IT-legacy bij de drie grote belastingmiddelen. De planning is dat de systemen van loonheffing, inkomstenbelasting en omzetbelasting in 2028 vervangen zijn.

Vraag 2

Waarom is de weerbaarheid van de IT bij de Douane in 2025 een nieuwe onvolkomenheid geworden?

Antwoord op vraag 2

De Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat de Douane beter inzicht dient te hebben in de status van haar digitale weerbaarheid en risico’s en verantwoordelijk is voor het op orde brengen hiervan. De Douane is voor haar IT-processen voor een groot deel afhankelijk van de diensten van de Belastingdienst en overige ketenpartners en scherpt haar opdrachtgeversrol verder aan. Tegelijk heeft de Douane geen indicatie dat de dienstverlening van de Belastingdienst op het gebied van IT-weerbaarheid onvoldoende is. De Douane zal strakker regie voeren op de IT‑dienstverlening door het verder actualiseren van afspraken, het inrichten van rapportages en monitoring en het actiever aansturen van uitbestede securityactiviteiten.

Vraag 3

Waarom is het softwarewijzigingsbeheer bij de Belastingdienst in 2025 een nieuwe onvolkomenheid geworden?

Antwoord op vraag 3

De Algemene Rekenkamer constateert over 2025 dat het softwarewijzigingsbeheer in opzet en werking tekortschiet. De Belastingdienst erkent het belang hiervan en geeft prioriteit aan verbetering. Doel is dat wijzigingen gecontroleerd, veilig en met name aantoonbaar als het gaat om testen, worden doorgevoerd, zodat de werking, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en veiligheid van applicaties gewaarborgd blijven en verstoringen worden voorkomen. Hiervoor is een verbeterplan opgesteld en de implementatie hiervan is gestart.

Vraag 4

Waarom is het M&O-beleid van de Belastingdienst voor MKB en UHB al vier jaar op rij een onvolkomenheid?

Antwoord op vraag 4

De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om het handhavingsbeleid (waarvan het M&O-beleid onderdeel is) te verbeteren. De doelgroep MKB kenmerkt zich door een grote diversiteit. Van

zzp’s en kleine ondernemers tot middelgrote ondernemingen met meer dan honderd medewerkers waarbij veel verschillende belastingwetten van toepassing zijn. Het vertalen van de centrale kaders naar de praktijk is complex en vraagt tijd. Bovendien moet dit zorgvuldig gebeuren om recht te doen aan de verschillen binnen de doelgroep MKB. In het Verantwoordingsonderzoek 2025 constateert de Algemene Rekenkamer dat er verbeteringen zijn doorgevoerd wat betreft het M&O-beleid bij de directies MKB en Uitvoerings- en Handhavingsbeleid (UHB), maar dat de werking nog moet worden aangetoond. Voor de verdere doorontwikkeling van de handhaving voor de doelgroep «midden- en kleinbedrijf» heeft de Belastingdienst een verbeteragenda opgesteld. Deze wordt in 2026 en daarna uitgevoerd.

Vraag 5

Waarom is het beheer van grote geldstromen bij de Douane al vier jaar op rij een onvolkomenheid?

Antwoord op vraag 5

De afgelopen 3 jaar is door de Douane gewerkt aan het verbeteren van het financieel beheer van de grote geldstromen, maar het is nog niet gelukt om de onvolkomenheid op te lossen. Er zijn processen beschreven, risico-registers opgesteld en interne beheersingsmaatregelen geformuleerd. Daarnaast zijn fouten opgelost waardoor er geen rechtmatigheidsfouten zijn, die de tolerantiegrenzen overschrijden. Implementatie in de organisatie bleek complexer dan gedacht. Om die reden is een herijkt verbeterplan opgesteld conform de eisen die de Algemene Rekenkamer daaraan stelt.

Voor de komende periode is de inzet erop gericht om dit herijkte verbeterplan voortvarend uit te voeren en noodzakelijke randvoorwaarden waar mogelijk in te vullen. De Douane is zich ervan bewust dat de planning ambitieus is en dat afronding in 2027 inspanning en blijvende urgentie vergt. Juist daarom wordt scherp gestuurd op prioriteiten en realistische fasering.

Vraag 6

Waarom is het M&O-beleid EU-btw e-commerce in 2025 een nieuwe onvolkomenheid geworden?

Antwoord op vraag 6

De Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat er over 2025 geen sprake was van een toereikend M&O-beleid inzake EU btw e-commerce, doordat de beheersing van M&O-risico's in 2025 nog in een beginfase verkeerde. Daarnaast constateert de AR dat het inzicht nog beperkt is en het toezicht nauwelijks vorm heeft gekregen, mede door het ontbreken van ondersteunende functionaliteit in de geautomatiseerde informatiesystemen voor One Stop Shop (OSS) tot medio 2025. Inmiddels is er een signaalmodel beschikbaar gekomen en er is een operationeel handhavingsplan opgesteld, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de aangiften over 2021. De Belastingdienst werkt verder om de handhaving (waaronder toezicht) op dit gebied verder te ontwikkelen en te versterken.

Vraag 7

Waarom is de uitvoering van de aangepaste Leidraad Invordering 2008 bij betalingsregelingen nog steeds een onvolkomenheid, terwijl de Belastingdienst de leidraad in 2024 heeft aangepast?

Antwoord op vraag 7

De Belastingdienst heeft de Leidraad Invordering (hierna: de Leidraad) met ingang van 1 juli 2025 aangepast. De Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat door de aanpassingen van de Leidraad en de werkinstructies in ieder geval op papier de juiste stappen zijn gezet om het bestaansminimum van burgers beter te beschermen.

Aan de hand van eigen onderzoek en interne controles die door de Belastingdienst worden uitgevoerd, toetst de Algemene Rekenkamer in hoeverre de gewijzigde leidraadbepaling ook in de praktijk door de Belastingdienst

wordt toegepast als burgers voor hun belastingschuld om een betalingsregeling vragen. De meest recente interne controle heeft in september 2025 plaatsgevonden. Na analyse van de uitkomsten van de interne controle zijn vervolgens de werkinstructies nog verder verduidelijkt. Omdat dit in december 2025 is gebeurd, heeft de Algemene Rekenkamer niet in 2025 kunnen constateren of de leidraadaanpassing in de praktijk tot het beoogde resultaat leidt. De onvolkomenheid is daarom nog niet opgeheven, maar de Algemene Rekenkamer merkt wel op dat de Belastingdienst voortvarend heeft gehandeld in 2025. Met de aanpassing van de werkinstructie en voorlichting op de werkvloer wordt gewerkt aan een goede implementatie en juiste toepassing van de nieuwe leidraadbepaling.

Vraag 8

Waarom zijn voor artikelen 8 en 13 van het ministerie van Financiën de oordelen negatief en wat betekent dit voor de rechtmatigheid van de uitgaven?

Antwoord op vraag 8

De oordelen over artikelen 8 en 13 van het ministerie van Financiën zijn negatief, omdat de tolerantiegrenzen zijn overschreden door onrechtmatigheden in het inkoopbeheer en bij de uitvoering van toeslagen. Voor artikel 8 (Apparaat) zijn er fouten en onzekerheden bij het afhandelen van facturen en het afwijken van contractvoorwaarden, deels door afname onder rijksbrede contracten. Hier wordt aan gewerkt via verbetermaatregelen die

naar verwachting pas in 2026 volledig effect hebben. Bij artikel 13 (Toeslagen) is de tolerantiegrens overschreden door problemen in het inkoopbeheer bij Toeslagen én doordat bij de hersteloperatie niet altijd voldoende bewijs of verantwoording kon worden geleverd vanwege de snelheid en ruimhartigheid van de compensatie-uitkeringen. Door deze overschrijdingen voldoen deze uitgaven deels niet aan de wettelijke eisen van rechtmatigheid.

Vraag 9

Waarom is er aanvullende onzekerheid over de volledigheid van de belastingontvangsten (artikel 1) en is dit groter dan wat op grond van de rechtmatigheidsnormen acceptabel is?

Antwoord op vraag 9

Het beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving te voorkomen is bij de directie MKB en voor EU btw e-commerce als nog niet toereikend aangemerkt, zie ook de onvolkomenheid hiervoor. Dit leidt voor de Algemene Rekenkamer tot een aanvullende onzekerheid over de volledigheid van de belastingontvangsten die niet in geld is uit te drukken. De Rekenkamer merkt overigens ook op dat de totale premie- en belastinginkomsten zijn blijven stijgen.

Vraag 10

Hoeveel belastingontvangsten worden er jaarlijks gemist door misbruik, oneigenlijk gebruik,

uitvoeringsdruk, capaciteitstekorten en ingewikkelde regelgeving en waarom is dit onvoldoende in beeld?

Antwoord op vraag 10

De handhavingsaanpak van de Belastingdienst is erop gericht de vrijwillige naleving door burgers en bedrijven (compliance) te bevorderen met dienstverlening en preventie. Zoals de Strategische Evaluatie Toezicht in 2024 heeft laten zien werkt deze aanpak.1

Bij de belastingontvangsten is er een inherente onzekerheid over de volledigheid van de belastingontvangsten. De reden hiervoor is dat de Belastingdienst deels afhankelijk is van gegevens die burgers en bedrijven zelf aanleveren. Deze gegevens zijn niet altijd volledig of goed controleerbaar. Het is daarom niet mogelijk om met zekerheid aan te geven hoeveel belastingontvangsten in totaal worden gemist.

Gegeven deze beperking maakt de Belastingdienst, zoals in het jaarverslag van Financiën valt terug te lezen, met behulp van periodieke steekproeven wel inzichtelijk hoe groot de nalevingstekorten zijn bij de doelgroepen MKB en Particulieren. Het nalevingstekort wordt bepaald door het controleren van aangiftes op de juistheid en volledigheid bij een representatieve steekproef-populatie. De bevindingen uit de controles binnen de steekproef wordt vervolgens geëxtrapoleerd naar de hele populatie. Voor de doelgroep MKB lag het laatst gemeten nalevingstekort op 5.186 miljoen euro en bij de doelgroep Particulieren op159 miljoen euro. In percentages komt dit neer op een nalevingstekort van 5,5% bij de doelgroep MKB en 0,2% bij de doelgroep particulieren.

We weten dat de complexiteit van wet- en regelgeving een rol speelt bij niet-naleving en druk legt op de uitvoering. Dit kunnen we echter niet nader kwantificeren. We achten het ook niet mogelijk om de gemiste belastingontvangsten die door uitvoeringsdruk en capaciteitstekorten zouden worden veroorzaakt, betrouwbaar te schatten.

Vraag 11

De Algemene Rekenkamer refereert aan het geconstateerde nalevingstekort bij de Belastingdienst, dat bijvoorbeeld alleen al met het mkb oploopt tot 5,2 miljard euro. Hoe zit dit nalevingstekort verwerkt in de ramingen, bijvoorbeeld van de belastingopbrengsten en het saldo?

Antwoord op vraag 11

De ramingen van de belastingontvangsten komen primair tot stand op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde kasontvangsten. Deze basis wordt vervolgens geëxtrapoleerd aan de hand van macro-economische ramingen van het CPB en gecorrigeerd voor beleidswijzigingen.

Omdat deze gerealiseerde inkomsten het vertrekpunt vormen, is het huidige niveau van fiscale naleving – en daarmee het genoemde nalevingstekort – impliciet al in deze basis verwerkt. Minder inkomsten verlagen immers automatisch de uitgangspositie voor de ramingen van komende jaren.

Vraag 12

Kunt u aangeven op welke wijze de financiële ruimte voor toekomstige loonontwikkeling van rijksambtenaren momenteel binnen de rijksbegroting is gedekt?

Antwoord op vraag 12

De ruimte voor loonontwikkeling van ambtenaren wordt geraamd met het referentiemodel. Dit model bestaat uit een technisch deel en een beleidsmatig deel. In het technische deel worden de contractloonstijging, sociale lastenontwikkeling en incidentele loonontwikkeling berekend op basis van de ontwikkelingen in de markt. Het

beleidsmatige deel is het kabinetsbesluit om het technische deel al dan niet te volgen. Voor meer informatie over het referentiemodel verwijs ik u naar de evaluatie.2

Met de uitkomsten van het referentiemodel wordt als onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming het uitgavenkader aangepast. De uitgekeerde loonbijstelling valt daarmee binnen het uitgavenkader.

Vraag 13

Het aantal rijksambtenaren is gestegen van 157.015 naar 160.016 fte. Kunt u per ministerie aangeven waar deze stijging heeft plaatsgevonden en welke taken of beleidsintensiveringen hieraan ten grondslag liggen?

Antwoord op vraag 13

De grootste stijging in FTE is te zien bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, de grootste relatieve stijging bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Centraal wordt verder geen informatie over FTE-ontwikkelingen bijgehouden. De stijging van apparaatsuitgaven in de begroting is voornamelijk toe te rekenen aan uitvoeringsorganisaties, zoals de NVWA, DJI en de Belastingdienst.

Tabel 10 Stijging fte's in 2025 t.o.v. 2024 per dep

Departement

artement

Extra FTE

Relatieve stijging
AZ 16 3,1%
BZ 5 0,1%
BZK ‒ 907 ‒ 6,1%
EZK ‒ 156 ‒ 1,4%
Fin 1094 2,8%
IenW 8 0,0%
LVVN 503 11,6%
OCW 106 1,6%
SZW 49 1,0%
JenV 1858 5,0%
VWS 32 0,5%
Hoge Colleges 62 3,2%
Rechtspraak 326 3,5%
Totaal 2997 1,9%

Bron: Jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk 2025.

Vraag 14

Hoeveel dienstauto’s van het Rijk zijn sinds het aantreden van het kabinet afgestoten of buiten gebruik gesteld, uitgesplitst naar ministerie? Wat is de besparing die hiermee wordt gerealiseerd?

Antwoord op vraag 14

Zover bekend zijn er sinds het aantreden van het kabinet geen dienstauto’s afgestoten of buiten gebruik gesteld.

Vraag 15

Hoeveel dienstauto’s zijn momenteel beschikbaar voor bewindspersonen en voor de ambtelijke top?

Antwoord op vraag 15

FMHaaglanden levert dienstauto’s voor bewindspersonen en topambtenaren van 8 ministeries. Voor deze bewindspersonen zijn er 21 auto’s beschikbaar, voor de topambtenaren van deze ministeries zijn dat er 101. De ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie, Infrastructuur en Waterstaat en Volksgezondheid, Welzijn en Sport regelen hun dienstauto’s zelf. Hiervan zijn de cijfers op dit moment niet paraat. Op een volgend geëigend moment wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.

Vraag 16

Welke concrete vereenvoudigingen voor burgers zijn in 2025 gerealiseerd en op welke wijze meet het kabinet de effecten hiervan op regeldruk en uitvoerbaarheid?

Antwoord op vraag 16

In 2025 is er gewerkt aan verschillende vereenvoudigingen voor burgers. Zo liep in 2025 het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM), een samenwerking tussen ministeries en publieke dienstverleners om het stelsel van inkomensondersteuning eenvoudiger te maken. Vanuit dit programma is

in 2025 onder andere een oplossing gepresenteerd voor keteneffecten die ontstaan door nabetalingen. Verder is in 2025 de Hervormingsagenda inkomensondersteuning aan de Kamers aangeboden: een werkagenda ter

vereenvoudiging en hervorming van de sociale zekerheid richting 2035 aan de hand van zeven inhoudelijke sporen met 35 trajecten waarop in 2025 voortgang is geboekt. Zo is het wetsvoorstel voor het nieuwe financieringsstelsel van kinderopvang in internetconsultatie gegaan. Bij de Participatiewet is het wetsvoorstel Participatiewet in balans spoor 1 aangenomen en is de bundel met beleidsopties van spoor 2 aan de Kamer aangeboden. Daarnaast

is het wetsvoorstel proactieve dienstverlening aan de Kamer aangeboden en is de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om het AOW-partnerbegrip te vereenvoudigen. Aspecten als regeldruk, uitvoerbaarheid en gevolgen voor burgers worden door het kabinet meegenomen bij ieder wetgevingsproces.

Vraag 17

Wat betreft het geconstateerde nalevingstekort van alleen al 5,2 miljard euro bij het mkb: kunt u inzichtelijk maken in hoeverre investeringen in betere handhaving kunnen lonen door het nalevingstekort te verkleinen? Hoe veel extra investeringen zijn nodig om het tekort te verkleinen?

Antwoord op vraag 17

Het nalevingstekort wordt door veel verschillende factoren beïnvloed die gedeeltelijk los staan van de handhaving door de Belastingdienst. Het nalevingstekort wordt bijvoorbeeld ook beïnvloed door economische en maatschappelijke ontwikkelingen en de complexiteit van wet- en regelgeving.

Uit onderzoek blijkt dat het grootste deel van het nalevingstekort bij het MKB wordt veroorzaakt door onbedoelde fouten van ondernemers. De Belastingdienst onderkent dit en werkt om die reden samen met fiscaal dienstverleners om die onbedoelde fouten te voorkomen en te steunen op de kwaliteit die fiscale dienstverleners en softwareontwikkelaars aan de aangifte kunnen toevoegen. Voor ondernemers zonder fiscaal dienstverlener of met een onvoldoende kwalificerende fiscaal dienstverlener wil de Belastingdienst de dienstverlening gerichter

en duidelijker aanbieden. De Belastingdienst analyseert daartoe welke MKB-ondernemingen, in welke omstandigheden welke informatie nodig hebben om de aangifte goed te doen. Het nalevingstekort bestaat voor een kleiner deel ook uit bewust gemaakte fouten of fraude. Via vormen van intensief toezicht en samenwerkingsverbanden met andere overheidsorganisaties worden deze vormen van non-compliance aangepakt, in geval van omvangrijke fraude ook via opsporing door de FIOD.

Een extra investering - bijvoorbeeld in meer controles bij ondernemers – vertaalt zich niet rechtstreeks in hogere opbrengsten. De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst is gericht op het bevorderen van compliance. De focus ligt hierbij op het stimuleren van vrijwillige naleving zonder dwingende en kostbare acties van de zijde van de Belastingdienst. Om dit te bewerkstellingen is dienstverlening en preventie essentieel. Daarnaast is heldere en goed handhaafbare wetgeving een belangrijke randvoorwaarde.


Vraag 18

Waarom blijft de gerealiseerde nieuwbouwproductie in 2025 achter bij de door het kabinet gestelde doelen en welke factoren verklaren dit verschil?

Antwoord op vraag 18

In 2025 zijn 86.269 nieuwbouwwoningen vergund en 70.392 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad (bron: CBS). Afgelopen jaren schommelt dit aantal rond 80.000 woningen. Het is niet mogelijk om voor een jaar specifieke factoren die invloed hebben op het gerealiseerde aantal woningen te isoleren. Meerdere factoren dragen bij aan het niet behalen van de 100.000 woningen per jaar.

Zo was er in de jaren 2022 en 2023 een vergunningsdip, die nu mogelijk resulteert in minder nieuwbouw. Ook spelen lange procedures, bijvoorbeeld bij de Raad van State, een rol in de langere bouwtijd. Daarnaast zijn grondprijzen en woningprijzen gestegen die de grondexploitatie (GREX) onder druk kan hebben gezet. Dit veroorzaakt langere onderhandelingen en uitstel. Tot slot hebben de oplopende inflatie en rente invloed omdat dit de businesscase voor investeerders negatief beïnvloedt en de leenruimte voor kopers beperkt. Dit heeft tot gevolg dat de vraag naar nieuwbouw afneemt en dus de verkooptijd van nieuwbouw oploopt. Dit heeft ook effect op de gehele bouwkolom.

Vraag 19

Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland, evenals Duitsland, nog primair werkt met een kasstelsel binnen de rijksbegroting en welke voor- en nadelen ziet u hiervan ten opzichte van een baten-lastenstelsel?

Antwoord op vraag 19

In de Kamerbrief ‘toepassing baten-lastenstel3’ is aangegeven dat Nederland een hybride stelsel hanteert: het kas-verplichtingenstelsel is leidend om het budgetrecht van uw Kamer zo goed mogelijk te faciliteren. Het

baten-lastenstelsel (BLS) wordt alleen toegepast waar dit aantoonbare meerwaarde heeft, zoals bij agentschappen en decentrale overheden. Internationaal gezien is zo’n hybride benadering gebruikelijk (zie tabel 11).

De voordelen van het huidige stelsel ten opzichte van een integraal BLS zijn:

BLS wordt efficiënt ingezet waar het zinvol is zoals bij agentschappen en decentrale overheden. De budgetten van kerndepartementen bestaan primair uit lopende uitgaven (salarissen, uitkeringen, subsidies). Voor departementen met grote investeringsopgaven bieden bestaande instrumenten, zoals begrotingsfondsen en de 100% eindejaarsmarge, al de nodige flexibiliteit en meerjarige sturingsinformatie.

Een omslag naar integraal BLS vraagt veel capaciteit en administratieve lasten van departementen (complexe waardering van activa, systeemwijzigingen) terwijl de baten naar verwachting zeer gering zijn.

Het kas-verplichtingenstelsel waarborgt dat de Kamer alle meerjarige financiële verplichtingen vooraf autoriseert.

Tot slot merkt het kabinet op dat het gebruik van een baten-lastenstelsel in de begroting niet leidt tot meer budgettaire ruimte voor investeringen; elke euro kan slechts eenmaal worden ingezet, ongeacht of deze wordt aangewend voor investeringen of voor lopende uitgaven.

Tabel 11 ove

rzicht financiële stelsels OESO-la

Kasstelsel

nden

Tussenvorm*

Baten-lastenstel
Begroting België, Canada, Colombia, Costa Rica, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Israël, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Noorwegen, Polen, Portugal, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, Verenigde Staten, Zuid-Korea Chili, Denemarken, Griekenland, Ijsland, Japan, Mexico, Nederland, Oostenrijk, Slovenië, Zweden, Zwitserland Australië, Estland, Nieuw-Zeeland, Verenigd Koninkrijk
Verantwoording Duitsland, Hongarije Colombia, Denemarken, Ierland, Ijsland, Israël, Italië, Japan, Mexico, Nederland, Noorwegen, Polen, Tsjechië, Verenigde Staten, Zweden Australië, België, Canada, Chili, Costa-Rica, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakijke, Spanje, Turkije, Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea, Zwitserland

*Gedeeltelijk kasstelsel, gedeeltelijk BLS. Landen in deze mengvorm gebruiken bijvoorbeeld het baten-lastenstelsel binnen een deel van de overheid (niet op alle niveaus), of voor sommige inkomsten- /uitgavencategorieën.

Vraag 20

De Algemene Rekenkamer refereert aan het geconstateerde nalevingstekort bij de Belastingdienst, dat bijvoorbeeld alleen al met het mkb oploopt tot 5,2 miljard euro. Kunt u het totaal van alle nalevingstekorten inzichtelijk maken (uitgesplitst) en daarbij ook inzichtelijk maken wat de onderliggende oorzaken zijn?

Antwoord op vraag 20

Voor het inzicht in de nalevingstekorten verwijs ik naar het antwoord op vraag 10. Tevens wil ik attenderen op de website open.overheid.nl waar de analyserapporten van de steekproefonderzoeken worden gepubliceerd. Recent is daar de geactualiseerde analyserapport 2024, Steekproef Ondernemingen 2022-2023, gepubliceerd. Binnenkort wordt daar ook het rapport over de steekproef erfbelasting geplaats met daarin het nalevingstekort voor de erfbelasting. Tot slot wordt voor Inkomensheffing Buitenland bezien of het aan de hand van een nog te ontwikkelen steekproef mogelijk is om het nalevingstekort te bepalen.

De controlemedewerkers van de Belastingdienst worden, in het geval van een correctie bij ondernemingen, gevraagd naar de oorzaak van onjuistheden in de aangifte. Een aantal zaken komen hieruit naar voren:

  • Onbewuste fout of vergissing wordt het vaakst aangegeven als mogelijke oorzaak van de onjuistheid, bij alle middelen;

  • Concurrentiepositie, financiële problemen, problemen in de privésfeer en pleitbaar standpunt worden voor alle middelen in minder dan 10% van de gevallen genoemd als mogelijke oorzaak;

  • Voor alle middelen ligt de mogelijke oorzaak achter de onjuistheid vaker aan de deskundigheid van ondernemer dan aan de deskundigheid van de Fiscaal Dienstverlener;

  • «Administratie slecht op orde» speelt als oorzaak het minst een rol bij de loonheffing, terwijl bij de loonheffing juist gebrek aan deskundigheid van de Fiscaal Dienstverlener wat hoger scoort dan bij de andere middelen;

  • En «Grenzen van de wet opzoeken» wordt vaker als mogelijke oorzaak genoemd bij een correctie op de Vennootschapsbelasting dan bij de correcties op de andere middelen.

Bij de steekproef van de doelgroep «particulieren» wordt de behandelaars van de Belastingdienst eveneens gevraagd naar de vermoedelijke oorzaak van de onjuistheden in de aangifte. Een aantal zaken komen hieruit naar voren:

  • Bij 32% van de onjuistheden wordt aangegeven dat gebrek aan kennis de vermoedelijke oorzaak is;

  • Slordigheid als vermoedelijke oorzaak wordt genoemd voor 21% van de onjuistheden;

  • Slechts bij 2% van de onjuistheden de behandelaar doelbewustheid vermoedt;

  • En voor de overige 45% van de onjuistheden geen voldoende beeld van de oorzaak kan worden verkregen.

Vraag 21

Kunt u per onvolkomenheid aangeven welke maatregelen het kabinet zal treffen om deze op te lossen?

Antwoord op vraag 21

Hieronder wordt een korte toelichting gegeven van de maatregelen die worden genomen per onvolkomenheid op deze op te lossen. Voor een nadere toelichting verwijs ik naar de bestuurlijke reactie op het Verantwoordingsrapport AR 2025 en naar de beantwoording van de Kamervragen bij de betreffende onvolkomenheden.

Betalingsregelingen Belastingdienst

Er is versterkte aandacht voor de toepassing van de reeds aangepaste werkinstructies, om het bestaansminimum van burgers met aflossingen aan meerdere schuldeisers te beschermen.

M&O Belastingdienst: MKB en UHB en btw-e-commerce

De focus ligt op verbetering van het M&O-beleid MKB en UHB met een verbeteragenda en verbeterde monitoring. Voor btw e-commerce is er inmiddels een signaalmodel beschikbaar gekomen en een handhavingsplan opgesteld om naleving en toezicht te versterken.

IT-legacy grote belastingmiddelen

Modernisering van systemen blijft de hoogste prioriteit, ook bij druk voor snelle beleidswijzigingen. Nieuwe beleidsvoorstellen worden structureel getoetst op hun impact op deze modernisering.

Softwarewijzigingsbeheer Belastingdienst

Het softwarewijzigingsbeheer wordt versterkt met een verbeterplan, gericht op gecontroleerde, aantoonbaar geteste en veilige doorvoering van wijzigingen.

Beheer grote Geldstromen Douane

Voor de beheersing van grote geldstromen is een herijkt verbeterplan opgesteld, wat de komende periode met prioriteit en realistische fasering wordt uitgevoerd.

Weerbaarheid IT Douane

Er wordt gewerkt aan beter digitaal weerbaar zijn door aanscherping van de opdrachtgeversrol van de Douane en intensievere regie van de Douane op de IT-dienstverlening.

Inkoopbeheer beleidsdepartement

Het inkoop- en financieel beheer wordt versterkt met een meerjarig verbeterplan, waaronder scherp toezicht op prestatieverklaringen, waivers en spendanalyses.

Vraag 22

Hoe is het mogelijk dat er drie nieuwe onvolkomenheden zijn bijgekomen?

Antwoord op vraag 22

De toename van het aantal onvolkomenheden bij het Ministerie van Financiën is vooral te verklaren door de omvang en complexiteit van de grote uitvoeringsorganisaties. Door strikte en onafhankelijke controles, onder meer door de Algemene Rekenkamer, worden belangrijke verbeterpunten zichtbaar gemaakt. Daarnaast is het belangrijk om te benadrukken dat, naast de drie nieuwe onvolkomenheden, ook twee bestaande onvolkomenheden met succes zijn opgelost ten opzichte van vorig jaar. Dit laat zien dat het ministerie voortgang boekt in het aanpakken van knelpunten en het verbeteren van processen.

Voor een nadere toelichting op de drie nieuwe onvolkomenheden en de achterliggende redenen waarom deze zijn ontstaan zie ook de antwoorden op Kamervragen 2, 3 en 6.

Vraag 23

De budgettaire omvang van negatief geëvalueerde fiscale regelingen bedraagt 89,4 miljard euro. Mag de Kamer hiervan een overzicht ontvangen, inclusief het budgettair belang?

Antwoord op vraag 23

In de onderstaande tabel is het budgettaire belang van de regelingen weergegeven en ook op welke punten deze negatief zijn geëvalueerd. Het meest actuele overzicht van het budgettaire belang van alle fiscale regelingen (dus niet alleen de negatief geëvalueerde) is te vinden op rijksfinancien.nl4. In de Miljoenennota 2027 zullen deze inschattingen van de budgettaire belangen worden geactualiseerd.

Kleurentabel fiscale regelingen

Vraag 24

De herstelkosten van de Wet tegenbewijsregeling box 3 leiden naar verwachting tot een derving van circa 12,4 miljard euro aan belastinginkomsten over 2017-2027. Hoe gaat het kabinet dit oplossen, met andere woorden hoe wordt dit gat in de begroting gedicht?

Antwoord op vraag 24

Zie antwoord op vraag 15 over het jaarverslag IX Financiën en Nationale Schuld 2025.

Vraag 25

Hoe is het mogelijk dat de verplichtingen in 2025 bijna zijn verdubbeld ten opzichte van 2024? Kunt u nader ingaan op de verstrekte garantie aan Tennet? Met hoeveel nemen de verplichtingen toe in 2026?

Antwoord op vraag 25

De toename van de verplichtingen in 2025 ten opzichte van 2024 komt grotendeels door de verstrekte garantie aan TenneT Nederland van 51,6 miljard euro in 2025.

Het kabinet heeft besloten een garantie van 51,6 miljard euro aan TenneT Nederland te verstrekken vanwege de grote investeringsagenda en de daardoor toegenomen financieringsbehoefte van TenneT Nederland. De garantie helpt TenneT Nederland om deze investeringsopgave te financieren en maakt het mogelijk dat TenneT Nederland meer en goedkoper schuld op kan halen op de kapitaalmarkt. Zie voor meer informatie ook het toetsingskader instellingsgarantie TenneT Nederland van 17 april 20255.

In 2026 betreft de meest actuele verplichtingenstand bij de eerste suppletoire begroting 2026 circa 39,7 miljard euro. In 2025 waren de verplichtingen bij het ministerie van Financiën 94,5 miljard euro en in 2024 waren de verplichtingen 50,1 miljard euro. De verplichtingenstand voor 2026 is lager dan in 2024 en 2025.

Vraag 26

Kunt u nader ingaan op het verschil begroting en realisatie van 644 miljoen euro wat betreft het btw-compensatie-fonds?

Antwoord op vraag 26

De aan gemeenten en provincies uitbetaalde declaraties zijn per saldo 644 miljoen euro hoger uitgevallen dan geraamd bij de Miljoenennota 2025. Deze afwijking dient bezien te worden in de context van de systematiek van het Btw-compensatiefonds (BCF): Het BCF is een declaratie gedreven regeling: gemeenten en provincies kunnen betaalde btw op niet-ondernemersactiviteiten declareren, waardoor de feitelijke uitgaven van het fonds rechtstreeks samenhangen met de ingediende declaraties.

De hoogte van deze declaraties hangt samen met de daadwerkelijke investeringen en uitgaven van medeoverheden gedurende het jaar. In de praktijk blijkt dit lastig exact te ramen, omdat onder andere prijsontwikkelingen, taakmutaties, investeringsritmes en de mate van uitbesteding van invloed zijn op de hoogte van de compensabele btw van medeoverheden.

Het BCF kent een vooraf vastgesteld plafond. Afwijkingen tussen de gerealiseerde uitgaven en dit plafond worden verrekend met het Gemeentefonds (GF) en Provinciefonds (PF). Hogere dan geraamde declaraties binnen het BCF leiden daardoor per saldo niet tot hogere uitgaven op de Rijksbegroting, maar werken door via een lagere afdracht aan dan wel hogere onttrekking uit het GF en PF. Het plafond is in 2025 niet overschreden.

Vraag 27

Op welke wijze zal het M&O beleid bij de Belastingdienst worden verbeterd, zodat er geen sprake meer is van een onvolkomenheid?

Antwoord op vraag 27

De onvolkomenheid is opgelost als de Belastingdienst voor de doelgroep «midden- en kleinbedrijf» werkt binnen de centrale kaders. Om dit te realiseren heeft de directie MKB een verbeteragenda opgesteld die in 2026 en daarna wordt uitgevoerd. Daarnaast gaat de Belastingdienst in 2026 de monitoring van de centrale kaders verder doorontwikkelen. Hierbij nemen we de aandachtspunten van de Algemene Rekenkamer mee.

Vraag 28

Op welke wijze zal het beheer van grote stromen bij de Douane op orde worden gesteld (18,1 miljard euro)? Wat hebben de verschillende verbeterplannen tot nu toe opgeleverd?

Antwoord op vraag 28

Zie het antwoord op vraag 5.

Vraag 29

Hoe is het mogelijk dat er beperkte voortgang is bij de modernisering van IT-systemen bij de Belastingdienst en hoe zal dit in de toekomst worden verbeterd?

Antwoord op vraag 29

Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 30

Op welke wijze zal de Douane de genoemde risico’s die als «hoog» zijn gemarkeerd aanpakken?

Antwoord op vraag 30

Een goede beheersing van risico’s die samenhangen met het gebruik van algoritmes is noodzakelijk en daarom worden de verschillende onderdelen van het beheer van het algoritme, die als hoog staan gemarkeerd, verbeterd.

Met betrekking tot de onduidelijkheid van de effectiviteit van risicoprofielen van strategische goederen, wordt de komende periode gestart met het opstellen van kwaliteitsdoelstellingen voor profielen, het verbeteren en

verstevigen van de bijbehorende werkprocessen tussen de verschillende onderdelen van Douane en het strakker sturen op het uitvoeren van evaluaties. Beoogt wordt om de effectiviteit van de risicoprofielen van strategische goederen te verduidelijken.

Met betrekking tot het IT-beheer van het algoritme wordt gebruik gemaakt van dienstverlening van de Belastingdienst. De Douane heeft momenteel onvoldoende zicht op de IT-risico’s in deze werkprocessen. Strakkere regie op deze processen en aantoonbaar maken dat de risico’s worden beheerst is noodzakelijk. Daarnaast worden service level agreements en samenwerkingsafspraken geactualiseerd. Douane zet hier de komende periode op in.


  1. Kamerstukken II 2024/25, 31 066, nr. 1464↩︎

  2. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/2017/07/01/evaluatie-referentiemodel↩︎

  3. Kamerstuk 31 865, nr. 288↩︎

  4. Fiscale regelingen | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid↩︎

  5. Toetsingskader instellingsgarantie TenneT Nederland | Publicatie | Rijksoverheid.nl↩︎