Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025 (Kamerstuk 36945-IX-1)
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D26482, datum: 2026-06-01, bijgewerkt: 2026-06-02 14:30, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (PVV)
- Mede ondertekenaar: R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36945 IX-6 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2025 .
Onderdeel van zaak 2026Z11606:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-04 10:00 ⇒ Betrokken bij het op 3 juni 2026 gehouden Verantwoordingsdebat voor het jaar 2025. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-03 13:05: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-04 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Vraag 1
Kunt u in een grafiek weergeven hoe de uitgaven aan (1) zorg en sociale zekerheid en (2) defensie als percentage van het bbp zich sinds het jaar 2000 hebben ontwikkeld?
Antwoord op vraag 1
Hieronder staat de ontwikkeling van deze uitgaven als percentage van het BBP sinds 2000. Dit is op basis van de lange reeksen uit het Centraal Economisch Plan 2026 van het CPB. Deze cijfers kunnen afwijken van de cijfers die het Kabinet hanteert door verschillen in definities. Zo wordt de zorgtoeslag door het CPB meegenomen bij
sociale zekerheid en door het kabinet bij de zorg. Daarnaast zijn de defensie-uitgaven in deze reeks genoteerd op transactiebasis, terwijl het kabinet in de begroting rekent op kasbasis.
Figuur 2
Vraag 2
Vraag 2
Wat zijn de uitgaven aan alle sociale uitkeringen uitgedrukt als percentage van de jaarlijkse opbrengsten van de inkomstenbelasting? Hoe heeft dit cijfer zich sinds het jaar 2000 ontwikkeld?
Antwoord op vraag 2
Onderstaande tabel laat de sociale uitkeringen als percentage van de opbrengst van loon- en inkomstenbelasting zien. Voor de uitgaven aan sociale uitkeringen is uitgegaan van de wettelijke sociale regelingen, deze data is verkregen van het CBS. Omdat het CBS definitieve cijfers beschikbaar heeft tot en met 2023, is tot en met
2023 weergeven.
Jaar |
2002 |
de loon-e
|
|
|
|
|
|
|
|
2011 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Percentage | 248% |
|
|
|
|
|
|
|
|
231% |
| Jaar | 2012 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2021 |
| Percentage | 255% |
|
|
|
|
|
|
|
|
191% |
| Jaar | 2022 |
|
||||||||
| Percentage | 187% |
|
Hoe hebben de rentelasten die Nederland op de staatsschuld betaalt zich ontwikkeld als percentage van het bbp sinds het jaar 2000?
Antwoord op vraag 3
Sinds het jaar 2000 hebben de rentelasten op de staatsschuld zich als volgt ontwikkeld als percentage van het bbp.
Jaar |
entelasten als percentage van he
|
|
|
|---|---|---|---|
| 2000 |
|
|
|
| 2001 |
|
|
|
| 2002 |
|
|
|
| 2003 |
|
|
|
| 2004 |
|
|
|
| 2005 |
|
|
|
| 2006 |
|
|
|
| 2007 |
|
|
|
| 2008 |
|
|
|
| 2009 |
|
|
|
| 2010 |
|
|
|
| 2011 |
|
|
|
| 2012 |
|
|
|
| 2013 |
|
|
|
| 2014 |
|
|
|
| 2015 |
|
|
|
| 2016 |
|
|
|
| 2017 |
|
|
|
| 2018 |
|
|
|
| 2019 |
|
|
|
| 2020 |
|
|
|
| 2021 |
|
|
|
| 2022 |
|
|
|
| 2023 |
|
|
|
| 2024 |
|
|
|
| 2025 |
|
|
|
Vraag 4
Vraag 4
De doelstelling voor het aantal groene transacties bij de EKV-faciliteit is niet gehaald (49 tegenover een doelstelling van tien procent groei ten opzichte van 68); bent u bereid om dergelijke ideologische klimaatdoelen los te laten en uitsluitend te sturen op het economisch belang voor de Nederlandse export?
Antwoord op vraag 4
Met de inzet op groen bij de exportkredietverzekering (ekv) ondersteunen we Nederlandse bedrijven bij de energietransitie en stimuleren we groene export. Dit past bij de inzet van het kabinet om door te werken aan de klimaatdoelen en bedrijven in staat te stellen te investeren in verduurzaming. Tegelijkertijd draagt de inzet op groen binnen de ekv bij aan de Nederlandse economie. Het loslaten van de doelstelling voor groene transacties is dus niet nodig om te sturen op het economisch belang van de Nederlandse export.
In de beantwoording van de vragen bij de Voorjaarsnota 2026 gaf u aan dat de evaluatie van de verhoging van de kansspelbelasting in het tweede kwartaal van dit jaar gedeeld zou worden met de Kamer. Nu wordt in het jaarverslag gesproken over juli dit jaar. Welke datum is nu correct en kunt u garanderen dat er voldoende tijd is om de evaluatie afdoende te kunnen betrekken bij de augustusbesluitvorming over onder meer het Belastingplan 2027?
Antwoord op vraag 5
In Financieel Jaarverslag van het Rijk 2025 is inderdaad per abuis opgenomen dat de monitoring van de verhoging van de kansspelbelasting in juli wordt gedeeld met de Kamer, in plaats van in juni. Dat is onjuist. Zoals ook is aangegeven in de beantwoording van de feitelijke Kamervragen over de Voorjaarsnota 2026 zal de monitoring, conform de toezegging, in het tweede kwartaal worden aangeboden. Dus uiterlijk in juni.
Vraag 6
Vraag 6
In hoeverre dragen de kosten voor het opstellen van de «Factsheets Brede Welvaart» bij aan de kerntaak van het ministerie en bent u bereid deze rapportages te schrappen om de bureaucratie te verminderen?
Antwoord op vraag 6
De Factsheets Brede Welvaart worden sinds 2022 gepubliceerd en zijn een reactie op de motie Hammelburg17. Deze motie vraagt om bredewelvaartsindicatoren een centrale positie te geven in de Miljoenennota, begrotingen en jaarverslagen. Daarnaast is er toenemende aandacht voor niet-financiële informatie in begrotingsstukken.
De komende maanden wordt opnieuw geëvalueerd hoe deze motie ingevuld kan worden, ook in het licht van de uitwerking van motie van der Lee18, over hoofddoelen en resultaten in de begrotingsstukken.
Vraag 7
Vraag 7
Wat zijn de consequenties voor de Nederlandse Staat van de aankondiging dat de Duitse staat slechts een «deel» van TenneT Duitsland zal kopen en welke garanties zijn er dat Nederlands kapitaal niet alsnog weglekt naar de Duitse energietransitie?
Antwoord op vraag 7
Zoals toegelicht in de Kamerbrieven van 24 september 202519 en 3 februari 202620 biedt deze transactie, samen met de transactie met private investeerders, een structurele oplossing voor de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland. Door de combinatie van de drie institutionele private investeerders (APG, NBIM en GCI) en de Duitse staat als aandeelhouders wordt niet alleen de volledige kapitaalbehoefte gedekt, maar is er ook een financiële buffer beschikbaar (circa 3,3 miljard euro). Mocht tegen de verwachting in, de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland toch hoger worden dan het kapitaal dat nu beschikbaar is, dan zal TenneT Duitsland van alle aandeelhouders vragen om kapitaal bij te storten. Geen van de aandeelhouders is hiertoe verplicht. Door deelname van de Duitse staat is er een additionele partij toegetreden die zich verantwoordelijk zal voelen voor de financiële stabiliteit van TenneT Duitsland. Hierdoor wordt de rol van de Nederlandse staat als lender of last resort verkleind.
17 Kamerstuk 35 925, nr. 88
18 Kamerstuk 36 740, nr. 7
19 Kamerstuk 28 165, nr. 466
20 Kamerstuk 28 165, nr. 470
Kunt u nader toelichten waarom er een nieuwe garantie is verleend van 119 miljoen euro aan EFSM?
Antwoord op vraag 8
Het betreft geen verlening van nieuwe garanties, maar reguliere bijstellingen van reeds bestaande garanties voor EFSM, NGEU, BoP en de Oekraïnefaciliteit. Deze worden gegarandeerd door de beschikbare ruimte onder het plafond van het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de headroom.21Het Nederlandse aandeel in de garanties is gebaseerd op het bni-aandeel binnen de EU en een inschatting van de rentekosten. Het Nederlandse bni-aandeel is toegenomen van 6,1% naar 6,4%, waardoor ook het Nederlandse aandeel in de garanties is toegenomen.
Vraag 9
Vraag 9
Kunt u nader toelichten waarom er een nieuwe garantie is verleend van 3,7 miljard euro aan NGEU?
Antwoord op vraag 9
Het betreft geen verlening van nieuwe garanties, maar reguliere bijstellingen van reeds bestaande garanties voor EFSM, NGEU, BoP en de Oekraïnefaciliteit. Deze worden gegarandeerd door de beschikbare ruimte onder het plafond van het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de headroom.21Het Nederlandse aandeel in de garanties is gebaseerd op het bni-aandeel binnen de EU en een inschatting van de rentekosten. Het Nederlandse bni-aandeel is toegenomen van 6,1% naar 6,4%, waardoor ook het Nederlandse aandeel in de garanties is toegenomen.
Vraag 10
Vraag 10
Kunt u nader toelichten waarom er een nieuwe garantie is verleend van 204 miljoen euro aan de BoP-faciliteit?
Antwoord op vraag 10
Het betreft geen verlening van nieuwe garanties, maar reguliere bijstellingen van reeds bestaande garanties voor EFSM, NGEU, BoP en de Oekraïnefaciliteit. Deze worden gegarandeerd door de beschikbare ruimte onder het plafond van het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de headroom.21Het Nederlandse aandeel in de garanties is gebaseerd op het bni-aandeel binnen de EU en een inschatting van de rentekosten. Het Nederlandse bni-aandeel is toegenomen van 6,1% naar 6,4%, waardoor ook het Nederlandse aandeel in de garanties is toegenomen.
Vraag 11
Vraag 11
Kunt u nader toelichten waarom er een nieuwe garantie is verleend van 103 miljoen euro aan de Oekraïne faciliteit?
Antwoord op vraag 11
Het betreft geen verlening van nieuwe garanties, maar reguliere bijstellingen van reeds bestaande garanties voor EFSM, NGEU, BoP en de Oekraïnefaciliteit. Deze worden gegarandeerd door de beschikbare ruimte onder het plafond van het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de headroom.21Het Nederlandse aandeel in de garanties is gebaseerd op het bni-aandeel binnen de EU en een inschatting van de rentekosten. Het Nederlandse bni-aandeel is toegenomen van 6,1% naar 6,4%, waardoor ook het Nederlandse aandeel in de garanties is toegenomen.
21 Dit betreft de budgettaire ruimte tussen het uitgavenplafond van de EU-begroting zoals vastgelegd in het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het Eigenmiddelenplafond zoals vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit (EMB). Dit EMB-plafond maximeert het financiële beroep dat de Unie mag doen op lidstaten en ligt hoger dan het MFK-plafond. Deze marge, oftewel de headroom, dient als zekerheid voor de markt dat de Unie kan voldoen aan de aflossings- en renteverplichtingen op leningen die zij aangaat.
Waarom is er voor 69,9 miljard euro aan nieuwe garanties verleend? Was het niet de bedoeling om de garanties af te bouwen, danwel zo veel mogelijk te beperken?
Antwoord op vraag 12
Paragraaf 1.2.2, en in het bijzonder figuur 1.2.2.2 in het FJR 2025 beschrijft de ontwikkeling van risicoregelingen. Daarbij is aangegeven dat de uitstaande risicoregelingen van het Rijk in het afgelopen jaar zijn gestegen van 582,7 miljard euro in 2024 naar 646,1 miljard euro in 2025; een toename van ruim 60 miljard euro. Deze toename is voornamelijk veroorzaakt door de nieuwe garantie aan TenneT van 51,6 miljard euro22 en de Europese regeling Security Action for Europe (SAFE) voor 15,3 miljard euro. Bijlage 8 bij het FJR toont een uitgebreidere toelichting op de mutaties aan garanties. Verder geldt ten aanzien van risicoregelingen voor het Rijk een ‘nee-tenzijbe-
leid’, en houdt in dat het kabinet terughoudend is met het aangaan van nieuwe risico's en verruimingen van bestaande regelingen.
Vraag 13
Vraag 13
Wat zijn de exacte financiële risico’s voor de Nederlandse staat met betrekking tot de nieuwe garantie van
15,3 miljard euro voor het Europese ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE) en waarom is hiervoor gekozen binnen de bestaande headroom van de Europese begroting?
Antwoord op vraag 13
Het Europese ‘Security Action for Europe’-instrument (SAFE) wordt gegarandeerd door de beschikbare ruimte onder het plafond van het Eigenmiddelenbesluit (EMB), de headroom.23Pas indien een lidstaat niet in staat blijkt te voldoen aan de aflossing van een verstrekte lening, zal de Commissie mogelijk middelen bij de lidstaten moeten ophalen om ervoor te zorgen dat de Unie zelf aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Dit gebeurt pro rata op basis van het bni-aandeel van een lidstaat binnen de EU. Bij het huidige bni-aandeel van Nederland van 6,4% betreft de inschatting van het maximale langjarige risico circa 15,3 miljard euro.
Vraag 14
Vraag 14
Hoe verklaart u de totale onderuitputting van ruim 503 miljoen euro en in hoeverre is de forse onderuitputting bij Toeslagen Herstel (390,6 miljoen euro) een teken dat de ramingen onrealistisch hoog waren of de uitvoering simpelweg te traag verloopt?
Antwoord op vraag 14
Voornaamste reden van onderuitputting houdt verband met het later volledig operationeel krijgen van een nieuw stelstel voor de behandeling van aanvragen aanvullende schade. Zowel het tempo van opschaling van de productie bij Stichting (Gelijk)waardig Herstel als het ontwikkelen en implementeren van de MijnHerstel-route heeft meer tijd gevraagd dan voorzien. Een deel van het voor 2025 geplande werk is hiermee doorgeschoven naar 2026 en daarmee ook de programma- en apparaatsmiddelen die hier aan gerelateerd zijn. Over de voortgang in 2026 zal de Kamer in de volgende voortgangsrapportage geïnformeerd worden.
Daarnaast heeft de voorbereiding van de uitvoering van enkele andere elementen zoals de uitbetaling van wettelijke rente meer tijd gevraagd en is de uitvoering verschoven in de tijd.
22 Voor de garantie aan TenneT is het Rijk in 2025 een voorwaardelijke verplichting aangegaan voor 51,6 miljard euro, gelijk aan het totaalplafond van de garantie. TenneT had ultimo 2025 15 miljard aan schulden uitstaan die onder deze garantie vielen.
23 Dit betreft de budgettaire ruimte tussen het uitgavenplafond van de EU-begroting zoals vastgelegd in het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en het Eigenmiddelenplafond zoals vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit (EMB). Dit EMB-plafond maximeert het financiële beroep dat de Unie mag doen op lidstaten en ligt hoger dan het MFK-plafond. Deze marge, oftewel de headroom, dient als zekerheid voor de markt dat de Unie kan voldoen aan de aflossings- en renteverplichtingen op leningen die zij aangaat.
De herstelkosten voor de Wet tegenbewijsregeling box 3 worden geraamd op 12,4 miljard euro: kunt u garanderen dat deze enorme derving van belastinginkomsten niet wordt afgewenteld op de werkende burger?
Antwoord op vraag 15
Het parlement heeft reeds besloten over de dekking van de derving van de box 3 hersteloperatie die is verwerkt in de Wet tegenbewijsregeling box 3. De budgettaire verwerking is weergegeven in de onderstaande tabel. Het voorgaande kabinet had voorgesteld om de derving van het uitstellen van de invoering van het wetsvoorstel werkelijk rendement naar 2028, te dekken met het verhogen van het forfait voor overige bezittingen en het verlagen van het heffingvrije vermogen. Dit is echter door de Tweede Kamer teruggedraaid met het amendement 38812 nr. 47 (Grinwis, Stoffer en Vermeer). In plaats hiervan wordt de Wet Hillen versneld afgebouwd.
Maatregel |
2024 |
|
|
|
|---|---|---|---|---|
| Derving: Uitspraak Hoge Raad box 3 6 juni 2024 |
|
|
|
|
| Derving: Uitstel WWR box 3 inclusief niet voorinvullen eigen gebruik |
|
|
|
|
| Infaseren koopkrachtenveloppen (maatregel 1 hoofdlijnenakkoord) |
|
|
|
|
| Versnellen verhoging AWf naar 2025 |
|
|
|
|
| Terugdraaien verlaging box 3-tarief |
|
|
|
|
| Verhogen AOF-premie met ca. 0,03%-punt |
|
|
|
|
| Versneld afbouwen Wet Hillen t/m 2041 |
|
|
|
|
Vraag 16
Vraag 16
Kunt u uitleggen waarom Nederland in 2025 een bedrag van 45,7 miljoen euro aan vertragingsrente heeft moeten betalen aan de Europese Commissie vanwege nabetalingen van invoerrechten (Traditionele Eigen Middelen)?
Antwoord op vraag 16
De Douane heft en int voor de Europese Commissie (EC) invoerrechten (traditionele eigen middelen) ter hoogte van ongeveer 4 miljard euro per jaar. Als de Douane op specifieke casussen te weinig invoerrechten heft moet de Douane dit nabetalen aan de EC en hier vertragingsrente over betalen. In 2025 was dit een bedrag van 45 miljoen euro verdeeld over 11 casussen. Dit is een regulier proces met aandacht vanuit de organisatie om de nabetalingen te minimaliseren; gezien het mensenwerk van het beoordelen en controleren van aangiften zijn enige nabetalingen niet te voorkomen.
Hoe verklaart u de forse overschrijding van de tolerantiegrens bij de huurtoeslag (214,6 miljoen euro aan fouten en onzekerheden) en waarom is er nog steeds onvoldoende informatie beschikbaar bij particuliere verhuurders om dit te controleren?
Antwoord op vraag 17
Er is 214,6 miljoen euro aan rechtmatigheidsfouten en onzekerheden bij de huurtoeslag. Een belangrijk deel hiervan wordt veroorzaakt door onvoldoende beschikbare contra-informatie bij particuliere verhuur. Hierdoor kan onvoldoende worden vastgesteld of opgegeven huur- en objectgegevens juist zijn en of de verstrekte huurtoeslag rechtmatig is toegekend. Daarnaast zijn in de reguliere steekproef meer en grotere afwijkingen geconstateerd dan in voorgaande jaren.
Dienst Toeslagen werkt samen met het ministere van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aan een versterking van het M&O-beleid voor de huurtoeslag. Daarbij wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit en omvang van contra-informatie, het uitbreiden van gegevenslevering door particuliere verhuurders, het verbeteren van de objectadministratie en het versterken van risicogericht toezicht en nalevingsacties. Deze maatregelen moeten eraan bijdragen dat de gegevenspositie van dienst toeslagen significant verbeterd zodat het risico op onrechtmatigheden vanaf 2026 wordt teruggedrongen.
Vraag 18
Vraag 18
Waarom is een signaal uit 2020 over het bestaan van een verzendadministratie (KOT-database) destijds niet opgevolgd en in hoeverre heeft dit geleid tot onterechte compensatie-uitkeringen die nu als «onzeker» in de boeken staan?
Antwoord op vraag 18
Het signaal uit 2020 over een verzendbatch is destijds niet opgevolgd omdat deze destijds is beoordeeld binnen de bestaande beleidsuitgangspunten, namelijk dat bij het ontbreken van een brief mogelijk gedupeerdheid werd vastgesteld. Zonder concrete aanwijzingen over het bestaan van een betrouwbare verzend- en ontvangstadmini-stratie hebben signalen – soms in afstemming met de Commissie van Wijzen – steeds geleid tot herbevestiging van het beleid of hoogstens tot beperkte aanpassingen daarvan.
In 2024 is een signaal ontvangen over een KOT-database met vastleggingen van verzonden brieven en reacties. Dit heeft geleid tot een onafhankelijk onderzoek door de Auditdienst Rijk (ADR), waar u reeds over geïnformeerd bent via onder andere de Kamerbrief van 17 maart 2026 24. Als deze informatie eerder was gebruikt, had dit mogelijk invloed kunnen hebben op individuele beoordelingen. Het is niet mogelijk om inzichtelijk te maken in hoeveel gevallen de administratie invloed had kunnen hebben op eerdere conclusies over gedupeerdheid. Dit vergt altijd een individuele herbeoordeling. Daarbij geldt dat ouders op meerdere gronden gedupeerd kunnen zijn. Als een ouder als gedupeerde is aangemerkt als gevolg van een onterechte verlaging of nihilstelling vanwege non-response wordt geen onderzoek gedaan naar andere elementen die duiden op vooringenomenheid en die tot gedupeerdheid kunnen leiden. De aanwezigheid van een registratie in de administratie betekent daarom niet dat een eerdere conclusie over de gedupeerdheid van een ouder onjuist zou zijn.
Dit leidt tot de conclusie dat wel sprake is van een onzekerheid over de rechtmatigheid van deze verantwoorde uitgaven, maar de omvang hiervan is echter, door de individuele afhankelijkheid, niet te kwantificeren is. Voor een nadere toelichting verwijs ik u naar de genoemde kamerbrief.
24 2026-0000093097
De Algemene Rekenkamer waarschuwt opnieuw voor continuïteitsrisico’s door verouderde IT-systemen: kunt u per belastingsoort (Inkomensheffing, Loonheffing, Omzetbelasting) aangeven wat de definitieve deadline is voor het vervangen van deze kwetsbare systemen?
Antwoord op vraag 19
De planning is dat de systemen van Inkomensheffingen, Loonheffingen en Omzetbelasting in 2028 vervangen zijn. Het kabinet geeft prioriteit aan de modernisering van het ICT-landschap binnen de Belastingdienst, zoals het ook heeft bevestigd in het coalitieakkoord, en de voortgang wordt strak gemonitord. Uw Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de modernisering van de ICT-systemen van de Belastingdienst.
Vraag 20
Vraag 20
Hoe beoordeelt u het feit dat het nalevingstekort bij het MKB wordt geschat op 5,18 miljard euro (5,5 procent van het fiscaal belang) en welke extra stappen worden ondernomen om dit miljardengat te dichten zonder de bonafide ondernemer extra te belasten?
Antwoord op vraag 20
Zie het antwoord op vraag 17 over het Verantwoordingsonderzoek bij het jaarverslag Financiën en Nationale Schuld (IX).
Vraag 21
Vraag 21
Hoe reageert u op het afkeurende oordeel van de Auditdienst Rijk over de privacy-audit (Wet politiegegevens) bij de FIOD en welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat strafrechtelijke onderzoeken hierdoor juridisch onder vuur komen te liggen?
Antwoord op vraag 21
Ik heb kennis genomen van het oordeel van de Auditdienst Rijk (ADR). De privacy-audit beslaat de periode
2020-2023. De audit is uitgevoerd in 2024 en de rapportage is in juni 2025 opgeleverd. In de tussenliggende periode is de FIOD gestart met het oppakken en oplossen van de geconstateerde onvolkomenheden. De onvolkomenheden zijn niet van dien aard dat dit strafrechtelijke onderzoeken raakt.
Kunt u toelichten waarom de uitgaven voor externe inhuur in 2025 met 14,8 procent nog steeds fors boven de eigen Roemer-norm van tien procent liggen en waarom specifiek bij de Belastingdienst het maximumtarief opnieuw is overschreden?
Antwoord op vraag 22
De uitgaven aan externe inhuur bij het ministerie van Financiën zijn sinds 2023 gedaald. Het ministerie blijft inzetten op een daling tot onder de Roemernorm. Het ministerie van Financiën kende een daling van 20,3% externe inhuur in 2023 naar 14,8% externe inhuur in 2025, voor de Belastingdienst is dat van 17,5% externe inhuur in 2023 naar 12,4% externe inhuur in 2025. Het overschreden tarief betreft één situatie bij de directie IV op de technische infrastructuur.
Zoals ook in de reactie op de vragen naar aanleiding van ‘de bevindingen van rapporteurs ontwerpbegroting Financiën/Nationale schuld 202625’ is aangegeven, blijft het ministerie van Financiën tijdelijke inzet en specialis-tische kennis nodig hebben om aan de maatschappelijke opgaven te voldoen. Dit betreft inhuur vanwege de modernisering van de ICT bij de Belastingdienst, de blijvende behoefte aan uitzendkrachten voor de Belastingte-lefoon en de herstelopgave bij Toeslagen.
Vraag 23
Vraag 23
Waarom is er in 2025 maar liefst 33,7 miljoen euro aan belastinggeld uitgegeven aan rentecompensatie voor EU-leningen aan Oekraïne en tot welke bedragen loopt deze jaarlijkse verplichting de komende jaren op?
Antwoord op vraag 23
In 2023 is in de Europese Unie (EU) met steun van Nederland afgesproken om Oekraïne middels het instrument Macro-Financiële Bijstand+ (MFB+) begrotingssteun te verlenen ter hoogte van 18,3 miljard euro. Hierbij is ook afgesproken dat de rentekosten middels een rentesubsidie door de EU gedekt worden. De rentesubsidie is nu vastgelegd voor 4 jaar (2023-2027) en het Nederlandse aandeel hierin bedraagt maximaal 165,7 miljoen euro over de gehele periode van 4 jaar, wat jaarlijks maximaal 41,4 miljoen euro is.
25 https://open.overheid.nl/documenten/bdd64bef-28e9-4905-8720-c67b81d1be48/file