Amendement van het lid Boomsma over het schrappen van de meld- en overlegplicht voor zover sprake is van seksuele intimidatie
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Amendement
Nummer: 2026D26562, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-02 10:53, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.T. Boomsma, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van zaak 2026Z11643:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 777 | Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs) | |
| Nr. 22 | AMENDEMENT VAN HET LID Boomsma | |
| Ontvangen 2 juni 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
I
In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 4a als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
II
In artikel I, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 4c1, tweede lid, onderdeel b, āseksuele intimidatie ofā.
III
In artikel II, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
IV
In artikel II, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 6b, tweede lid, onderdeel b, āseksuele intimidatie ofā.
V
In artikel III, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 4a als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
VI
In artikel III, onderdeel D, vervalt in het voorgestelde artikel 5a1, tweede lid, onderdeel b, āseksuele intimidatie ofā.
VII
In artikel IV, onderdeel E, vervalt in voorgestelde artikel 3.39, eerste lid, āof seksuele intimidatieā.
VIII
In artikel IV, onderdeel G, vervalt in het voorgestelde artikel 3.40a, tweede lid, onderdeel b, āseksuele intimidatie ofā.
IX
In artikel VI, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.3.8 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
X
In artikel VII, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.3.5 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
XI
In artikel VIII, onderdeel A, wordt het voorgestelde artikel 1.20 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
2. In het tweede lid vervalt āof seksuele intimidatieā.
Toelichting
Met dit amendement wordt uitbreiding van de meld- en overlegplicht tot situaties waarin er mogelijk sprake is van seksuele intimidatie van een met taken belaste persoon richting een leerling of student uit de wet gehaald. Daarbij blijft de bestaande meld- en overlegplicht voor seksuele misdrijven van kracht, maar wordt deze niet uitgebreid. Bevoegde gezagen houden dan zelf de afwegingsvrijheid om te besluiten of en wanneer incidenten worden gemeld.
De memorie van toelichting geeft een aantal redenen waarom bevoegde gezagen nu bij een beschuldiging soms niet onmiddellijk naar de Inspectie stappen: omdat de beschuldiging grote gevolgen kan hebben voor de beschuldigde, omdat ze willen voorkomen dat de beschuldiging onterecht naar buiten komt; omdat ze ook een verantwoordelijkheid hebben voor het personeel, omdat het tot veel onrust of reputatieschade kan leiden en omdat niet elke aantijging gegrond of terecht is. De regering meent dat meldingen om deze reden mogelijk niet adequaat worden afgehandeld. De indiener is van mening dat de meld- en overlegplicht er in de praktijk mogelijk niet toe zal leiden dat gegronde klachten eerder adequaat worden afgehandeld. Het is volgens de indiener in veel gevallen zeker verstandig om een vertrouwenspersoon en/of de Inspectie te betrekken, die kan adviseren, hulp bieden, handhaven en ondersteunen. Maar de indiener meent dat schoolleidingen doorgaans kunnen beoordelen of en wanneer dat het geval is, en dat dit het uitgangspunt moet blijven. Daarbij kan het zeker van nut zijn, om het gesprek te stimuleren over het herkennen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals de regering ook beoogt. Indiener meent echter dat dit gesprek ook en juist beter kan plaatsvinden zonder een nieuwe wettelijke meldverplichting in te voeren.
Dit ook, omdat in sommige gevallen niet duidelijk is wanneer sprake is van grensoverschrijdend gedrag.
De regeringscommissaris voor grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld wijst op een grijs gebied tussen individuele en wettelijke grenzen: āDaarin vallen allerlei ongewenste, seksueel getinte gedragingen die niet direct strafbaar zijn, maar in een bepaalde context wel door veel mensen als seksueel grensoverschrijdend worden ervaren.ā Weliswaar stelt de memorie van toelichting dat een āonhandige grap tijdens de lesā niet direct onder de wettelijke meld- en overlegplicht valt, als uit de context blijkt dat er geen seksualiserende benadering van een leerling is. De memorie stelt echter dat bij deze verplichting uit wordt gegaan van āalle vormen van mogelijke seksuele intimidatieā waarbij ādeze plichten ook gelden voor incidenten die plaatsvinden buiten de school of onderwijsinstelling.ā
De indiener deelt de zorg van de Raad van State dat dit contraproductief kan werken: āIn de internetconsultatie is gewezen op het risico dat deze uitbreiding van de meld- en overlegplicht met vertrouwensinspecteurs het open gesprek op school kan belemmeren. Als zelfs bij lichte signalen een verplichting bestaat tot melden en overleg, kan de neiging tot wegkijken of verkramping ontstaan die juist in de weg staat aan het doel dat de regering voor ogen heeft.ā
Boomsma