Conceptverslag JBZ Raad (Luxemburg)
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D26604, datum: 2026-05-27, bijgewerkt: 2026-06-02 12:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-05-27 14:00: JBZ Raad (Luxemburg) (Commissiedebat), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, JBZ-Raad (Luxemburg)
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 27 mei 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over:
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 22 mei 2026 inzake geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 4-5 juni 2026 (32317, nr. 1003);
de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 mei 2026 inzake eerste kwartaaloverzicht 2026 EU-wetsvoorstellen JBZ (32317, nr. 1002);
de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 11 mei 2026 inzake stand van zaken onderhandelingen van de Terugkeerverordening (22112, nr. 4327);
de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 19 mei 2026 inzake voortgangsrapportage EU-Asiel- en migratiepact (19637, nr. 3557).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,
Peter de Groot
De griffier van de vaste commissie voor Asiel en Migratie,
Nouse
Voorzitter: Peter de Groot
Griffier: Burger
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Van Asten, Boomsma, Ellian, Peter de Groot, Kröger, Schenk, Straatman, Vondeling en Westerveld,
en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president.
Aanvang 14.00 uur.
De voorzitter:
Dames en heren, hartelijk welkom bij dit commissiedebat over de
JBZ-Raad. Welkom aan de mensen die het volgen op de publieke tribune of
op afstand. Welkom aan de leden, de minister en de staf. We gaan
beginnen met dit commissiedebat. We hebben een spreektijd van vijf
minuten. O, ik hoor dat het vier minuten is. Dat had ik even na moeten
kijken. Op de agenda is het vier minuten. Meneer Boomsma, wilt u iets
inbrengen?
De heer Boomsma (JA21):
Aangezien we met zeer weinig leden zijn, dacht ik: misschien kunnen we
onszelf de rijkdom gunnen om naar vijf minuten te gaan.
De voorzitter:
Hebben de andere leden daar bezwaar tegen? De heer Ellian is groot
medestander, zie ik. Dan doen we het wel met vijf minuten; laten we dat
afspreken. Laten we gewoon beginnen met de eerste termijn van de zijde
van de Kamer. Ik stel voor dat we maximaal vier interrupties doen.
Mevrouw Straatman namens het CDA, gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik moet me tegelijkertijd excuseren. Om 14.15
uur moet ik weg naar een plenair debat. Ik zal de antwoorden van de
minister dus ook zeker online terugkijken. Maar het is goed om dat wel
te melden.
Voorzitter. Deze week heeft de Eerste Kamer de uitvoeringswet van het
Asiel- en migratiepact aangenomen. Het is goed om daags na het aannemen
van de grootste Europese migratiehervorming in jaren opnieuw over Europa
te spreken. Het Migratiepact heeft namelijk laten zien dat Europa dé
plek is om de juridische kaders te scheppen om daadwerkelijk werk te
maken van een strenger en effectiever asielbeleid. Het pact, dat over
twee weken in werking treedt, heeft de potentie om in Europa meer grip
op migratie te geven, maar uiteindelijk valt of staat het met de
uitvoering. Het eerlijke verhaal is ook dat zonder medewerking van
andere lidstaten, het Europese migratiebeleid papier blijft. Goede
monitoring van de Europese Commissie is daarom essentieel. Daarom ook
mijn eerste vraag aan de minister. Nederland ligt grotendeels op schema
bij de implementatie van het pact, maar dat geldt zeker niet voor alle
andere lidstaten. Wat gaat de minister inbrengen tijdens de JBZ-Raad,
wanneer er wordt gesproken over de implementatie door andere
lidstaten?
Voorzitter. Wat Nederland betreft zijn er nog problemen rondom het
Eurodac-systeem, dat mogelijk niet tijdig ingevoerd kan worden. Wat is
de actuele stand van zaken op dit punt? Wat betekent het concreet als
Eurodac niet tijdig kan worden ingevoerd?
Voorzitter. Het CDA heeft het vaak gezegd en blijft ook herhalen:
terugkeer is een kernonderdeel van een geloofwaardig asielsysteem. Het
is mooi dat het erop lijkt dat er inhoudelijk overeenstemming is
gevonden over de Terugkeerverordening, maar we begrijpen dat er nog
discussie is over de implementatietermijn. Kan de minister hier een
toelichting op geven? Voor het CDA is namelijk helder: zonder terugkeer
geen geloofwaardig beleid. Daarom zien wij deze instrumenten liever
gisteren dan vandaag ingevoerd worden.
De Terugkeerverordening geeft ook meer mogelijkheden voor de zogenoemde
innovatieve oplossingen, zoals de terugkeerhubs, maar ook de veilige
derde landen. Die twee begrippen worden ook heel vaak door elkaar
gebruikt, maar zien op twee totaal verschillende fasen in de
asielprocedure. We spreken vaker over die terugkeerhubs, maar welke
stappen zet het kabinet om asielverzoeken in veilige derde landen te
laten plaatsvinden? Kan de minister daar een doorkijkje van geven?
Voorzitter. De minister stuurde deze week een uitgebreide brief over de
juridische knelpunten uit het EVRM, het Unierecht en het nationaal
recht. De ongemakkelijke conclusie is dat veel knelpunten niet alleen in
het EVRM zitten, maar juist ook diep in het Unierecht verankerd zijn.
Ook dat onderstreept weer het belang van het pact en de
Terugkeerverordening. Tegelijkertijd moeten we niet doen alsof alle
problemen met het pact zijn opgelost, want de impliciete boodschap van
de brief is ook dat met de nieuwe verordening uit het pact en de
Terugkeerverordening, de complexiteit niet volledig tot het verleden
behoort. Hoe ziet de minister dit?
Ik pak er bijvoorbeeld een concreet punt uit: de opvangstandaarden. Het
Hof van Justitie van de EU stelt daar hele hoge eisen aan. Hoe weegt de
minister het risico dat deze hoge opvangstandaarden tot problemen gaan
leiden bij de uitvoering van de nieuwe asiel- en
migratiebeheerverordening? Dat zijn precies dezelfde problemen die we nu
ook zien rondom Dublin.
Voorzitter. Mijn laatste punt gaat specifiek over Griekenland. De
minister gaf eerder aan dat er bilaterale afspraken zijn gemaakt over de
Dublinclaims, maar dat die nog niet gemaakt zijn over de statushouders.
Wat is hiervan de stand van zaken?
Tot slot. Die interpretatieve verklaring van het EVRM is, denk ik, een
heel goede stap om het verdrag te moderniseren en die knelpunten weg te
nemen, maar welke ruimte is er om dit op Unieniveau te doen, nu we zien
dat ook daar grote knelpunten zitten?
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Straatman, voor uw inbreng. Hartelijk welkom aan de
heer Van Asten namens D66, die nu ook aanwezig is. We hebben net aan het
begin van de vergadering op verzoek van de heer Boomsma met elkaar
besloten dat de spreektijd van vier naar vijf minuten gaat. U hoeft die
extra minuut niet per se te gebruiken, geef ik aan. Ik zie u al druk
schrijven, maar dan bent u daarvan op de hoogte. Het woord is aan de
heer Boomsma voor zijn inbreng namens JA21. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Asiel in Nederland moet geen recht zijn, maar
een gunst. We moeten van het recht op opvang hier naar hulp buiten de
EU. Dat is de enige manier waarop wij zelf weer kunnen gaan bepalen wie
zich in ons land vestigt, zoals het hoort in een democratie. Dat is ook
de enige echte oplossing voor het falende asielbeleid en de bijbehorende
onvrede. De vraag is nu: hoe komen we daar?
Dank aan Instituut Clingendael voor het rapport en dank aan de minister
voor de uitgebreide brief over de juridische moerassen waarin we zitten.
Clingendael stelt dat internationale verdragen het verplaatsen van asiel
naar buiten Europa op dit moment in principe niet in de weg staan, maar
ziet ook veel beren op de weg. Dus kabinet, schuif die beren aan de kant
en ga volle kracht vooruit.
Ik vind dat de minister in de brief wel erg benadrukt dat het allemaal
heel ingewikkeld is: met stippen op de horizon en lange termijnen; het
is moeilijk, moeilijk, en het gaat lang duren. Nee, dit is extreem
urgent. Wij willen echt maximale daadkracht. Het bandencriterium wordt
over twee weken afgeschaft. Wat is er tot nu toe gedaan, ook naar
aanleiding van onze eerdere motie, om een plan te maken en om daarop
voorbereid te zijn? Welke gesprekken lopen er nu, met welke landen,
voorwaarden en kaders? Er komt dit jaar dus nog een concreet plan. Komt
daar ook een stappenplan voor, met een budget en een tijdlijn? Kunnen we
ruim daarvoor, desnoods vertrouwelijk, worden bijgepraat over hoe het
gaat met zowel de returnhubs als het verplaatsen van de hele procedure?
Wat wordt de inzet van het kabinet voor de ontschepingsplatforms?
Er wordt gewezen op het belang van secundaire wetgeving. Het kabinet
blijft zich richten op het hervormen van EU-regelgeving, met de
Opvangrichtlijn, de procedure, de Kwalificatieverordening et cetera, om
de complexiteit te verminderen. Dat lijkt ons heel erg goed, maar
wanneer volgen er concrete voorstellen en met welke tijdlijn? Het idee
dat mijn collega net heeft geopperd, namelijk dat er daarvoor ook een
soort verklaring voor het Hof in Luxemburg moet worden gevonden, lijkt
mij ook een heel goed idee.
Voorzitter. Het plan van de coalitie is om uiteindelijk alleen nog
asielaanvragen buiten de EU te behandelen, maar de opvang gebeurt dan
nog steeds binnen de EU. We hebben al eerder aangegeven dat het dan veel
makkelijker wordt om asiel aan te vragen en dat je daardoor dus ook veel
meer aanvragen krijgt. Je kunt de aanvraag alleen elders doen als de
opvang ook elders plaatsvindt, en dat is geen afdwingbaar recht. Graag
dus een reactie van de minister. En wat doet het kabinet om die
zogenaamde stip op de horizon te realiseren? Vergt dat volgens de
minister nog wijzigingen van het internationaal recht en, zo ja, welke?
Wil hij dat ook voorleggen aan Clingendael? Onderzoeken hoe meer buiten
de EU kan, is natuurlijk wat anders dan alles alleen nog maar buiten de
EU organiseren.
Hoe dan ook, volgens JA21 blijft hervorming van internationale verdragen
nodig. Je moet doorgaan met de fundamentele herziening van het hele
stelsel. De brief toont juist ook hoe het juridische moeras grip op
migratie frustreert. De complexiteit is enorm toegenomen. Je moet het
primaat van de politiek gaan herstellen. Je moet de politieke ruimte
terugpakken. Als je dat niet doet, zullen alle pogingen tot
externalisering veel te kwetsbaar blijven voor activistische juristen en
ngo's. Bovendien maak je je daarmee volledig afhankelijk van derde
landen en word je chantabel, zoals nu bij de migratiedeals.
Dan het EVRM. De EU moet zich als instituut in ieder geval niet
aansluiten bij het EVRM. Kan de minister dat in Europa overbrengen? De
politieke verklaring van Moldavië lijkt een stap de goede kant op, maar
is echt volstrekt onvoldoende. Het is ook geen antwoord op de zorg over
doorgeschoten jurisprudentie, want die wordt in de verklaring juist
bevestigd. Het kabinet zegt dat het EVRM voor Nederland geen belemmering
vormt, maar dat is het natuurlijk wel. Dat ook andere wetgeving, zoals
het Handvest, in de weg zit, is natuurlijk geen argument dat het EVRM
niet óók een probleem is. Als de rechter terugsturen naar België al kan
verhinderen op grond van artikel 3 EVRM, dan is het natuurlijk ook op
allerlei andere manieren een obstakel. Ik ben het dus niet eens met het
kabinet, dat zegt dat dat niet nodig is. Er moet juist een
interpretatieprotocol komen. De uitdagingen zitten niet alleen in de
casuïstiek. Het zit juist in fundamentele wijzigingen in jurisprudentie
door al die uitspraken van de afgelopen twintig jaar: Chahal, Saadi,
Hirsi Jamaa enzovoort. Juist omdat het brede normen zijn, moet je die
interpretatie beter kunnen inkaderen. We moeten daar nu mee doorpakken.
Die verklaring is anders ook niet bindend. Heeft de minister gezien dat
de Nederlandse rechter van het Hof zelf in een interview al letterlijk
heeft gezegd: "Ik denk niet dat rechters anders gaan rechtspreken; we
moeten het alleen beter gaan uitleggen"? Dat zegt toch al genoeg?
Dat is ook het meest urgent ten aanzien van de Dublinoverdrachten. De
hele werking van het Migratiepact hangt daarvan af. Ik sluit mij ook aan
bij de vragen van mijn collega. Hoe schat de minister de kans in dat die
overdrachten naar Griekenland, Italië en dergelijke op tijd kunnen
worden hervat?
Dan de herbeoordeling van Syriërs. Dank voor de uiteenzetting van de
juridische analyse van hoe dat nu zit. Maar de jurisprudentie voor het
begrip "voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand" is niet
uitgekristalliseerd. Dus we moeten het nu gewoon gaan doen. We moeten
echt daadkracht tonen en daarnaast moeten we inzetten op een aanpassing
van de Kwalificatierichtlijn om dat te vergemakkelijken.
Nog één zin en wel de hamvraag, voorzitter. Overal rond ons daalt de
instroom: in België, in Duitsland, heel veel in Polen, in Zweden en in
Spanje. Maar in Nederland niet. In Nederland is deze juist met 30%
gestegen. Hoe kan dat en wat gaat het kabinet daaraan doen?
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is de heer Ellian, namens de
VVD.
De heer Ellian (VVD):
Even de timer aanzetten, voorzitter, zodat ik niet over die vijf minuten
heen ga.
Goed dat we hier bij elkaar zitten in de aanloop naar een JBZ-Raad. Ik
wil dat even benadrukken, omdat dat voor de VVD-fractie wel momenten
zijn waarop deze minister in Europees verband kan laten zien waar
Nederland voor staat. En hopelijk kan hij daar ook afspraken maken om
veranderingen teweeg te brengen die voor ons essentieel zijn. Die staan
overigens bijvoorbeeld ook gewoon in het regeerakkoord.
Voorzitter. Ik loop een paar onderwerpen langs, om te beginnen de
Terugkeerverordening. Afgelopen week is daar ook al een paar keer over
gesproken. Die verordening is superessentieel, want het heeft weinig zin
om alles te regelen wat we nu regelen als we het sluitstuk niet hebben
geregeld, namelijk daadwerkelijke terugkeer of uitzetting. Het
verwonderde me wel dat ik in de stukken las: "Ten slotte heb ik in een
gesprek met mijn Cypriotische collega gepleit voor voldoende tijd,
voordat de verordening van toepassing wordt, om de nationale wet- en
regelgeving en de uitvoeringspraktijk in lijn te brengen met de
definitieve wettekst."
Voorzitter. Dit debatje hadden we laatst ook. Ik begrijp het aan de ene
kant, maar ik wil het nu toch wel ook duidelijk horen van de minister.
Als de verordening onmiddellijk van kracht wordt, dan zou dat natuurlijk
erg prettig zijn. Dat staat los van het feit dat je eerst een paar zaken
op orde moet brengen. Het risico is anders dat er een termijn van een
jaar of van twee jaar wordt afgesproken. Dat zou echt jammer zijn, want
die verordening is echt nú nodig. Kan de minister daar iets over zeggen?
Kan hij mij bijvoorbeeld toezeggen dat dit wel de inzet is van het
Nederlandse kabinet?
Voorzitter. In het verlengde van mijn gewaardeerde buurman, collega
Boomsma, toch ook iets over het EVRM, het Europees verdrag voor de
rechten van de mens. Het puzzelt mij toch ook een beetje wat deze
minister nou precies vindt. Ik las namelijk: het EVRM is geen beletsel.
Toen dacht ik: dat kan niet. Laat ik daarmee beginnen: vindt de minister
dat ook? Maar zou het dan ook niet zo zijn dat het EVRM wel degelijk een
beletsel is voor het asielbeleid dat wij allemaal voor ons zien? Ik denk
dat collega Boomsma daar een mooi voorbeeld van gaf, namelijk dat je
mensen niet terug kan sturen naar België.
Maar ik ga ook altijd graag even terug naar de essentie, want de
essentie wordt vaak vergeten. Het EVRM kwam er na de Tweede
Wereldoorlog, omdat we de grootste misdaden ooit hadden gezien. Dat
speelde allemaal in de nasleep van "nooit meer". Als je dan nu kijkt
naar artikel 3 en dat folterverbod, zie je hoe breed dat wordt opgerekt.
En dat staat nog los van het recht op leven en het recht op
gezinshereniging. Mijn politiek relevante vraag aan de minister is: wat
weerhoudt … Ik had de indruk dat de minister niet zo staat te springen
om te werken aan een interpretatieprotocol. Dat verwondert me dan wel,
want als het EVRM blijft zoals het is, dan … Ik zeg niet dat het EVRM
als zodanig gewijzigd moet worden, maar met een protocol zou je
misschien de huidige ruime toepassing wat terug kunnen brengen. En daar
hebben we allemaal enorm profijt van. Ik hoop dat de minister daar deze
keer wat uitgebreider op wil ingaan.
Het is mooi dat de Eerste Kamer gisteren ingestemd heeft met het
Migratiepact. In de brief van de minister staat dat de uitvoering
gemonitord wordt door de Commissie. Er staat ook "ik monitor het zelf
ook", maar over Dublin las ik dan weer: "Indien dergelijke
tekortkomingen worden vastgesteld, kunnen andere lidstaten worden
vrijgesteld van solidariteitsbijdragen." En ja, als een land zich er
niet aan houdt, dan wordt dat land daarop aangesproken. Toen dacht ik
wel: oei, dit is natuurlijk wel de achilleshiel van dat hele pact.
Toen ik van de week beelden zag van Ter Apel viel mij wel op dat heel
veel mannen daar in antwoord op de vraag uit welk land ze kwamen,
zeiden: ja, een ander Europees land. Ik vind wel dat de minister in
Europees verband moet uitstralen — dat wil ik hem ook vragen — dat wij
als Nederland dat niet meer pikken. Als asielzoekers uit andere landen
komen, dan moeten we, gewoon op ambtseed en een verklaring van een
COA-medewerker en een IND-medewerker, zeggen: alstublieft, u gaat terug.
Dat is wel de uitstraling die ik een beetje verwacht van de minister en
ik vraag hem dan ook of hij bereid is om dit steviger tegen zijn
collega's te zeggen.
Voorzitter. Ik wilde wat uitgebreider ingaan op de screening van
asielzoekers, maar diverse andere collega's hebben dit al in andere
debatten ingebracht. Ik wil nu nog wel benadrukken dat ik me
verschrikkelijk zorgen maak over het feit dat we op dit moment dus
eigenlijk niet weten of er tussen alle asielzoekers in Nederland
terroristen zitten. Dat zou eigenlijk niet een realiteit moeten zijn die
we accepteren.
Ten slotte Oekraïne in tien seconden. Ik snap het transitiedocument en
de verlenging, maar is het nog wel de insteek dat ze op enig moment
terugkeren om hun land te herbouwen of is dat niet meer de
insteek?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng, meneer Ellian. U sprak namens de VVD. Ik ga
nu door naar mevrouw Vondeling. Zij spreekt namens de PVV.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. In het eerste kwartaal van 2026 kwamen er bijna 6.000
asielzoekers naar Nederland. Het aantal eerste asielaanvragen is met 30%
gestegen ten opzichte van vorig jaar. Zo'n 97% van deze asielzoekers
komen allemaal via zes, zeven veilige landen naar Nederland. Het zijn
dus geen zielige vluchtelingen, maar gelukzoekers op zoek naar de beste
voorzieningen.
Eenmaal hier eisen ze alles op. Ondanks dat ze nog geen cent hebben
bijgedragen aan onze verzorgingsstaat, worden volledig gerenoveerde
huizen geweigerd door statushouders. Het is echt te gek voor woorden.
Deze waanzin moet stoppen! Nederland is geen all-inclusive resort. Stop
met het uitdelen van huizen aan deze profiteurs. Geef ze in plaats
daarvan een tent en zet ze uit.
Over die woningen wil ik opheldering van de minister, net als over de
COA-bestuurders die kennelijk via nevenfuncties, adviesraden en
volkshuisvestingsfondsen nauw verweven zijn met de woningcorporaties die
statushouders moeten huisvesten. Dit ruikt naar belangenverstrengeling
en een asielindustrie die zichzelf in stand houdt. Hoeveel
COA-topbestuurders en -adviseurs hebben nevenfuncties in de sociale
woningbouw?
De heer Van Asten (D66):
Ik moest even nadenken of ik nou weer moest reageren of niet. Ik hoor
eigenlijk zeggen: geef die profiteurs een tent en schop ze het land uit.
We hebben het hier over mensen die een status hebben gekregen en van wie
het vluchtverhaal dus is beoordeeld en bekeken. Uiteindelijk is aan die
mensen een status toegekend, omdat ze op de vlucht waren voor oorlog of
voor vervolging. Het antwoord hier van de PVV is eigenlijk gewoon: het
zijn profiteurs, geef ze een tentje en zet ze uit. Dit vind ik dus heel
gevaarlijke taal. Wij hebben hier asielbeleid, steeds strenger
asielbeleid, en kan het dan niet gewoon een tandje minder als we het
over mensen hebben?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Nou, nee, vind ik. Ik heb het over mensen. Er was laatst een reportage
op televisie, waarin je zag dat statushouders hele mooie, volledig
gerenoveerde en gemeubileerde huizen met een nieuwe keuken en een nieuwe
vloer dreigen te weigeren, omdat het ze te min is. Ik denk: als jij op
de vlucht bent voor oorlog of geweld, ben je gewoon blij dat je onderdak
krijgt en dan heb je niet de brutaliteit om zo'n woning te
weigeren.
De heer Van Asten (D66):
Hier zien we dus wel wat er altijd gebeurt. Er is ergens één keer een
uitzending en één keer iets waardoor mensen in kwaad daglicht komen te
staan, bijvoorbeeld omdat ze een woning niet goed genoeg vinden. En dat
wordt gelijk geëxtrapoleerd naar: zo zijn ze dus allemaal; al die
profiteurs, schop ze met een tentje het land uit. Als u iets vindt, zeg
dan dat het over die mensen gaat en dat de rest van die mensen hier
natuurlijk gewoon mag blijven, omdat ze een echt verhaal hebben. Alleen
zo kunnen we een volwassen debat voeren, waarin we ook mensen als mensen
blijven zien en we ze niet wegzetten als een groep. Ik vind dat
levensgevaarlijk.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik refereerde aan dat voorbeeld. Daarnaast zijn er ook nog voorbeelden
van woningen die worden onderverhuurd en berichten van mensen die
scheiden, omdat ze dan meer woningen krijgen. Over die mensen heb ik het
inderdaad, want ik zie die mensen niet als zielige vluchtelingen. Dit
zijn mensen die het liefst een villa zouden krijgen. Die verwachten
gewoon dat alles voor ze geregeld wordt. Ze willen de mooiste woningen
en ik vind dat gewoon schandalig en dat dat moet stoppen.
De heer Van Asten (D66):
Tot slot. Fijn dat mevrouw Vondeling dan eigenlijk aangeeft dat ze echt
op individuen doelt en dus niet hele groepen weg wil zetten. Daar ben ik
dan blij mee. Dat is dan weer de winst van vandaag. Maar nog steeds
zeggen dat mensen allemaal villa's willen en dergelijke: ik vind dat
gevaarlijke taal. We hebben hier te maken met mensen die blij zijn dat
ze hier mogen zijn en dat ze een status hebben gekregen naar aanleiding
van een groot onderzoek. Laten we op die manier mensen gewoon in hun
waarde laten.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik zal verdergaan; ik heb al gereageerd.
Voorzitter. Terwijl Nederland in brand staat en we iedere week rond de
duizend asielzoekers erbij krijgen, is het aantal illegale
grensoverschrijdingen naar de hele Europese Unie met 40% gedaald.
Terwijl er via de buitengrenzen dus kennelijk minder asielzoekers naar
Europa komen, loopt Nederland compleet over. Dat is natuurlijk geen
toeval. Iedereen weet dat Nederland een asielwalhalla is: gratis zorg,
voorrang op een huis, onderwijs en een dikke uitkering. In Afrika en het
Midden-Oosten weten ze allang: ga naar Nederland, daar zit een minister
die een gespreid bedje voor je regelt.
Dit kabinet is alleen maar bezig met vliegende teams om meer opvang te
regelen. Wethouders moeten zich zelfs melden bij de minister op het
ministerie om uitleg te geven waarom zij niet meer asielzoekers
opvangen. Er is geen begin van inzicht dat we de grenzen moeten sluiten
en de Spreidingswet moeten intrekken. Er zijn meer zorgen over jonge
mannen uit Irak die in het gras slapen dan over onze dochters die niet
meer veilig over straat kunnen.
Andere landen durven wel door te pakken met nationale maatregelen en
daar zie je ook dat dat effect heeft. In België dalen de asielaanvragen
sneller dan het Europees gemiddelde, onder meer omdat ze opvang weigeren
voor asielzoekers die in een ander EU-land bescherming hebben
gekregen.
Waarom durft Nederland niets te doen? De minister vestigt al zijn hoop
op het EU Migratiepact, terwijl dit pact dreigt uit te lopen op een
complete mislukking. Op 12 juni moet het pact van start gaan, maar de
meeste lidstaten zijn nog lang niet klaar. Slechts 11 van de 27
EU-landen zijn klaar voor het Eurodac-systeem, de gezamenlijke
vingerafdrukkendatabase die ervoor zou moeten zorgen dat we iedere
asielzoeker die doorreist, terug kunnen sturen. Voor de verplichte
grensdetentiecentra hebben slechts vijftien landen iets voorbereid. De
onderhandelingen over de Terugkeerverordening lopen ook vast. Dit pact
is al failliet voordat het ingevoerd is, precies zoals de PVV heeft
voorspeld.
Tot slot de Oekraïners. Er zijn de afgelopen jaren meer dan 135.000
Oekraïners naar Nederland gekomen. De opvang zou tijdelijk zijn, maar
inmiddels blijkt dat 43% zeker weet hier te willen blijven, wat er ook
gebeurt in Oekraïne. Driekwart wil zelfs een Nederlands paspoort. De PVV
wil van de minister weten hoe hij ervoor gaat zorgen dat deze Oekraïners
terugkeren naar hun eigen land, beginnend met het terugsturen van al die
tienduizenden Oekraïense mannen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Van Asten namens
D66. Gaat uw gang.
De heer Van Asten (D66):
Dank, voorzitter. Vorige week hebben we een goed en inhoudelijk debat
gevoerd over de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, en gisteren is
het Migratiepact aangenomen in de Eerste Kamer. Mooie stappen vanuit dit
kabinet, die echt een verschil kunnen maken om een aantal problemen in
de asielketen op te lossen.
Voorzitter. Dat vraagt ook om een goede uitvoering van het Migratiepact.
Daar heb ik een aantal vragen over. Ook in Nederland hebben we flink
moeten aanpoten om de wetgeving op tijd rond te krijgen en de
organisatie daar ook klaar voor te maken. Uit de voortgangsrapportage
blijkt dat elf lidstaten, waaronder Griekenland, hun wetgeving nog niet
op orde hebben. Ik verzoek dit kabinet dan ook om erop aan te dringen
dat alle landen, dus ook Griekenland, het pact naar behoren uitvoeren.
Ik hoor ook graag welke ideeën de minister heeft voor het geval dat dat
niet gebeurt.
Uit de voortgangsrapportage blijkt niet in hoeverre die landen het
wetgevingstraject bijna hebben afgerond. Zo wordt Nederland onder de
landen geschaard die zich nog in het wetgevingsproces bevinden. Maar wij
weten dat het Migratiepact inmiddels succesvol is aangenomen door de
Eerste Kamer. Kan de minister toelichten of zijn verwachting is dat die
andere landen het ook gaan halen? Kan hij bevestigen dat zij dus ook in
die afrondende fase zitten? Welke gevolgen ondervinden onze eigen
uitvoeringsinstanties op het moment dat andere landen hun wetgeving op
12 juni niet op orde hebben? Kan de minister daar meer over zeggen? Hoe
zal de Europese Commissie vanaf 12 juni gaan handhaven op lidstaten die
er niet klaar voor zijn?
Ook de invoering van het Eurodac-systeem blijft een aandachtspunt. Dat
systeem moet ervoor zorgen dat alle gescreende asielzoekers in heel
Europa in dezelfde database worden opgenomen, zodat we ook kunnen zien
of een asielzoeker eerder in een ander Europees land is geweest. Dat is
essentieel voor de werking van het pact. Maar veel landen, waaronder
Nederland, lopen nog tegen problemen aan. Ik ben benieuwd of de minister
hier een update over kan geven en of hij kan aangeven wat er gebeurt als
Eurodac op 12 juni nog niet naar behoren functioneert. Wat zijn daarvan
dan de gevolgen? Is er iets van een back-up? Kunnen de procedures dan
nog steeds tijdig plaatsvinden? Dat vraag ik niet in de laatste plaats
omdat wij natuurlijk zelf twee derde van onze IND-capaciteit daarop gaan
inzetten en slechts een derde over zullen hebben voor de 50.000 mensen
die nog wachten op hun procedure.
Voorzitter. Tot slot wil ik toch nog even aandacht vragen voor Ter Apel.
Het Rode Kruis geeft aan dat zonder ingrijpen het reële risico bestaat
dat ook vrouwen en kinderen binnenkort zonder slaapplaats komen te
staan. Het is tijd dat andere gemeenten nu echt gaan bijspringen. Daar
mag de minister wat mij betreft streng op zijn. Kan de minister een
update geven over de huidige stand van zaken? Is er al zicht op meer
opvanglocaties en de ontlasting van Ter Apel? Kan er ook voor worden
gezorgd dat de overlast voor de bewoners en ondernemers in Ter Apel tot
een minimum wordt beperkt?
Wat kunnen we extra doen om te voorkomen dat mensen daar echt geen
slaapplek hebben en dus op het gras moeten slapen, waardoor er ook
buiten de poort van het opvangcentrum veel leven is? Kan bijvoorbeeld
het aantal uren van de beveiliging rond het winkelcentrum worden
uitgebreid? Hoe zit het met de politie- en de boa-inzet in Ter Apel?
Zijn er ook 's nachts voldoende personen actief om rondhangen en
overlast veroorzaken tegen te gaan? Zo nee, kunnen daar meer mensen voor
worden ingezet?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Asten, voor uw inbreng. Het woord is aan mevrouw
Kröger namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik doe deze inbreng namens mijn collega, mevrouw
Westerveld, die aansluitend de rest van het debat zal doen. Helaas zit
zij op dit moment in een parallelle plenaire vergadering.
Voorzitter. Ik wil beginnen met waar de heer Van Asten eindigde,
namelijk de situatie in Ter Apel. Al een week kunnen niet meer alle
mensen die zich daar melden, naar binnen. Graag hoor ik van de minister
meer details over de actuele situatie en ook of er de afgelopen nachten
mensen buiten hebben moeten slapen. Hoe gaat de minister ervoor zorgen
dat deze situatie zo snel mogelijk wordt opgelost? Verwacht hij dat het
aantal dat er niet terechtkan, de komende weken zal gaan groeien?
Voorzitter. Dan ga ik naar de JBZ-Raad. Als sluitstuk van het Asiel- en
migratiepact wordt in juni verwacht dat de Terugkeerverordening wordt
uitonderhandeld. Op dit moment is het aan het Cypriotische
voorzitterschap om tot een compromis te komen met het Europees
Parlement. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over een aantal
onderdelen van de verordening die nu op tafel liggen, bijvoorbeeld als
het gaat over het sturen van gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs of
uitzetcentra. Dat wordt namelijk onder de Terugkeerverordening mogelijk.
Dan worden kinderen dus met hun familie naar een land gestuurd waar zij
geen enkele binding mee hebben. Hoe kijkt de minister daar dan naar?
Vindt hij dat wenselijk? Is een uitzetcentrum of een terugkeerhub een
plek voor een kind om op te groeien? Is dit ook in lijn met het
Kinderrechtenverdrag? Ik wil graag een reflectie van de minister op dit
punt.
Ook wordt er nog gesproken over het opnemen van de mogelijkheid om te
onderhandelen met niet-erkende regimes om onderdanen terug te kunnen
sturen. Dat gaat dus bijvoorbeeld over het onderhandelen met de taliban
over het terugnemen van uitgeprocedeerde Afghanen. Wat ons betreft zet
dat toch een gevaarlijk precedent. Mijn vraag is wat het
kabinetsstandpunt hieromtrent precies is. Hoe kijkt de minister naar de
taliban als gesprekspartner? Om hoeveel mensen zou het voor Nederland
gaan en is dat het dan waard om zo'n grote stap richting erkenning te
doen van een mensenrechten schendend regime, waarvoor vrouwenrechten
niet bestaan? Hoe weegt de minister dat?
Vanmorgen verscheen er ook nog een bericht over de contouren van een in
juni gepland gesprek tussen EU-ambtenaren en de taliban om Afghanen
terug te nemen. Wij begrijpen uit de berichtgeving dat de taliban daar
best een hoge prijs op zet. Mijn vragen aan de minister: zijn er ook
Nederlandse ambtenaren betrokken bij die gesprekken? En is Nederland op
een andere manier betrokken bij die gesprekken? Hoe weegt de minister
het feit dat deze gesprekken plaatsvinden?
Mijn fractie vindt het echt onwenselijk als de mogelijkheid om te
onderhandelen met niet-erkende regimes ook nog eens helemaal wordt
opgenomen in de terugkeerverordening. Op dit moment lopen die
onderhandelingen ten einde; dan is dit dus het laatste moment om aan het
Cypriotische voorzitterschap hele duidelijke rode lijnen mee te geven.
Op het moment dat Nederland instemde met de algemene oriëntatie, zat
deze minister er nog niet. Heeft dit kabinet nu rode lijnen die het
meegeeft en, zo ja, wat zijn die precies? Hoe ziet dat eruit?
Voorzitter. Wij lazen ook dat de minister vaart wil maken met de
kopgroep voor terugkeer- of transithubs. De minister schrijft dat de
gesprekken met Uganda voor een uitzetcentrum of transithub on hold zijn
gezet. Uit Politico begrijpen wij echter dat het kabinet zich richt op
een deal binnen zes of zeven maanden met een ander land. Met welke
landen lopen er nu gesprekken of zijn er gesprekken gepland? Wat ziet de
minister eigenlijk als de verantwoordelijkheid van Nederland op het
moment dat iemand vanuit Nederland in zo'n hub is beland? Welke
verantwoordelijkheid neemt Nederland dan nog voor de
mensenrechtensituatie of überhaupt de situatie ter plaatse?
Kan de Kamer de letter of intent met Uganda ontvangen die de voorganger
van deze minister heeft getekend, zodat we een beter beeld krijgen van
wat de voorwaarden zijn rondom zo'n centrum? Hoelang kunnen mensen
maximaal vast komen te zitten in een hub? Welke mensen wil Nederland
terugsturen via die hubs? Wat gebeurt er met iemand? Zit je dan voor een
lange periode vast in een hub? En hoe is het vervolgtraject? Wij vragen
ons af wat de praktische uitwerking is van dat kleine zinnetje in de
Terugkeerverordening, waar toch een hele wereld achter weg komt.
Voorzitter. Tot slot had ik nog een hele specifieke vraag over het feit
dat er berichtgeving is over 46 Palestijnse studenten en onderzoekers
die hier zouden komen, die een visum zouden hebben om te studeren en te
onderzoeken. Op welke manier worden zij op dit moment door Nederland
ondersteund om naar Nederland te kunnen komen om ook daadwerkelijk aan
onze universiteiten of andere onderwijsinstellingen hun activiteiten te
ondernemen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Welkom ook aan de heer Schenk van Forum voor
Democratie. Ik ga u gelijk het woord geven.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Jean Monnet, een van de oprichters van de Europese
Unie, zei ooit: Europa zal worden gesmeed in crises. De grondleggers van
het Europese project hadden altijd al een federale Europese superstaat
als einddoel, maar ze wisten ook dat Europese burgers daar nooit
vrijwillig mee zouden instemmen. Daarom bedachten ze een incrementeel
proces met een supranationale tussenstaat, een bewust onaf systeem
waarvan men wist dat het op termijn spanningen en crises zou gaan
veroorzaken. Juist die crises worden vervolgens misbruikt om meer macht
naar Brussel over te hevelen. Dat is het neofunctionalisme, de Europese
integratietheorie die werkt via zogenaamde spill-overs.
We hebben dat al eerder gezien bij de eurocrisis. De euro was vanaf het
begin fundamenteel instabiel. Verschillende landen met totaal
verschillende economieën en schuldenniveaus werden in één monetair
systeem geduwd, met één rente en één centrale bank, maar zonder
politieke unie en zonder echte herverdelingsmechanismen. Toen de crisis
kwam gebeurde exact waar de Brusselse kliek op hoopte. In tijden van
crises kijkt de burger naar de overheid en de EU kon noodfondsen,
gezamenlijke schulden, eurobonds en steeds meer macht voor de Europese
instellingen doordrukken. De crisis werd dus gebruikt als argument voor
meer Europese integratie, en dat is sluwe tactiek die we telkens weer
zien.
Voorzitter. Exact hetzelfde mechanisme zien wij nu opnieuw bij de
migratiecrisis en bij Schengen. Bij Schengen hebben Europese leiders op
rabiate wijze binnengrenzen afgeschaft tussen landen die totaal
verschillende opvattingen hebben over migratie, veiligheid, cultuur en
nationale identiteit, terwijl men vanaf het eerste moment wist dat dit
problemen zou gaan veroorzaken. Juist daar begint opnieuw de volgende
stap van geforceerde federalisering. In het pact dat we vandaag
bespreken gaat het daarom ook over meer Europese monitoring, meer
Europese controle op nationale asielsystemen, meer Europese coördinatie
en meer Europese solidariteitsmechanismen. Het gaat om een soort
Europese spreidingswet waarbij migratiedruk eerlijk over de lidstaten
moet worden verdeeld.
Voorzitter. Ondertussen betaalt de Europese bevolking de zware prijs,
want veelvuldig lezen we over steekpartijen, verkrachtingen,
criminaliteit en geweldsdelicten waarbij migranten zwaar
oververtegenwoordigd zijn. Zo laat ook onderzoeker dr. Jan van de Beek
zien dat Somaliërs ruim twintig keer vaker en Afghanen bijna elf keer
vaker dan autochtonen worden verdacht van seksuele misdrijven. Daarnaast
kan één asielmigrant van buiten Europa de verzorgingsstaat tot wel
€800.000 kosten, en dit allemaal terwijl jonge Nederlanders geen woning
meer kunnen krijgen, de pensioenleeftijd stijgt en onze eigen cultuur en
identiteit zichtbaar onder druk komen te staan.
Nederlanders waarschuwen hier al decennia voor. Sinds Fortuyn en —
verder terug — Janmaat maken Nederlanders zich al grote zorgen over
massale immigratie en het verlies van grip op onze grenzen. De politiek
stelt echter keer op keer teleur. Want in plaats van dat het huidige
kabinet toegeeft dat dit systeem heeft gefaald, gebruiken dit kabinet en
Brussel deze terechte zorgen opnieuw als chantagemateriaal voor verdere
federalisering. Dit zogenaamde Migratiepact is namelijk wat Forum voor
Democratie betreft absoluut niet de oplossing. Onder het mom van
solidariteit worden lidstaten steeds verder onderworpen aan gezamenlijke
Europese migratieafspraken, verplichte bijdragen en Europese druk om
migratiestromen collectief te dragen. De keuze is simpel: vang een
asielzoeker op of betaal €20.000 per asielzoeker. Uiteindelijk komen ze
later via open binnengrenzen alsnog gewoon naar Nederland. Opnieuw zien
we hetzelfde patroon als bij de euro: een crisis die voortkomt uit
Europese integratie wordt gebruikt als chantagemiddel voor nog meer
Europese integratie.
Voorzitter. De Europese Unie zegt een probleem op te lossen dat zij zelf
heeft gecreëerd. Voor FVD is de conclusie daarom helder. We moeten ons
niet langer laten chanteren door de EU. De oplossing ligt niet bij meer
EU, maar juist bij het herstel van nationale soevereiniteit. Trek de
macht terug uit Brussel. Herstel volledige grenscontroles. Sluit de
grenzen en begin onmiddellijk met remigratie. Bescherm de Nederlandse
bevolking.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Dan komen we aan het einde van de eerste termijn
aan de zijde van de Kamer. De minister gaat de antwoorden aan de leden
voorbereiden en daarom schorsen we dit debat. Dat doen we tot 15.00 uur.
Ik zie u dan graag terug. Ik schors de vergadering.
De vergadering wordt van 14.35 uur tot 15.01 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit commissiedebat van de vaste commissie voor Asiel en
Migratie over de JBZ-Raad. De minister is terug met de antwoorden
paraat, zie ik. Ik zou graag de minister willen verzoeken om even aan te
geven of hij in blokjes werkt. Dan gaan we beginnen met de beantwoording
in de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Het woord is aan de
minister. Gaat uw gang.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamer voor haar betrokkenheid op dit
onderwerp, waar we zo vaak over spreken. Ik wilde vandaag, om recht te
doen aan het onderwerp van het debat, de JBZ-Raad, beginnen met het pact
en de vragen daaromheen, terugkeer, want het gaat ook over de
Terugkeerverordening, innovatief, omdat dat ook raakt aan de verordening
en de afspraken, en dan daarna nog ingaan op de verdragen, EVRM en
overig. Daar komen dan ook even de nationale punten aan bod rondom de
actualiteit van Ter Apel.
Voorzitter. Ik start met het volgende. Zoals ook door verschillende
partijen is genoemd, hebben we gisteren met de aanvaarding van de
implementatiewet van het Europees Migratiepact een grote stap gezet in
ons nationale en Europese asielbeleid. Wij staan nu aan de vooravond van
de invoering daarvan. Dat is altijd weer een heel ander vraagstuk, waar
we als politiek soms een iets andere verhouding toe hebben. We denken
namelijk vaak, zoals ik in dit soort debatten merk en ook bij mezelf
herken: als je eenmaal een afspraak hebt gemaakt, waarom zou die morgen
dan ook niet gelijk geïmplementeerd zijn en toegepast worden? Nou, dat
is omdat daar natuurlijk heel veel bij komt kijken. Omdat het
uiteindelijk allemaal om mensen gaat en het ook door mensen wordt
uitgevoerd, vergt het soms ook implementatietijd. Dat is precies waar
veel zorgen over het Europees Migratiepact zitten, denk ik.
Verschillenden van u hebben mij gevraagd waar ik volgende week over in
gesprek ga. Voordat ik naar de JBZ-Raad ga, zal ik naar Italië gaan en
daar een werkbezoek afleggen om zelf te zien hoe de voorbereidingen daar
verlopen. Ik zal natuurlijk ook over de verschillende onderwerpen van
het pact met hen in gesprek gaan. Dan nog blijft het zaak om ook in de
JBZ-Raad zelf aandacht te vragen voor de implementatie, want — het is
door verschillende partijen gezegd — Nederland heeft nu een aantal zaken
op orde, maar andere landen nog niet. We zullen opnieuw benadrukken dat
de geloofwaardigheid van ons Europese en nationale asielstelsel helemaal
gebaseerd is op de manier waarop andere lidstaten daaraan bijdragen. Die
oproep zal ik volgende week zeker doen en ik zal onderstrepen dat het nu
echt aankomt op de invoering ervan. Dat gaan we ook monitoren.
We zullen dus opnieuw benadrukken dat de Commissie en haar agentschappen
die monitoring moeten continueren in aanloop naar 12 juni — maar goed,
dat is inmiddels zo'n beetje aanstaande — en daarna ook gelijk de
lidstaten moeten aanspreken als dat niet op orde is. We weten dat een
aantal lidstaten het juridisch fundament, dus de parlementaire kant
ervan, nog niet op orde hebben. Als lidstaten zich niet houden aan de
wettelijke verplichtingen, is het aan de Europese Commissie om hier een
oplossing voor te vinden. Dat zullen we dus ook snel aan de Commissie
verzoeken op het moment dat zich dat voordoet.
Dan hebben we de vraag wat de verwachting daarover is. In de recent
gepubliceerde voortgangsrapportage zien we een aanzienlijke vooruitgang.
Veel lidstaten liggen op schema met het aanpassen van nationale
wetgeving, de invoering van een screening en grensprocedure, het
opzetten van onafhankelijke monitoringsmechanismen en het realiseren van
voldoende opvangcapaciteit. Toch komen er ook nog een aantal
aandachtspunten op Europees niveau naar voren, zoals voldoende
capaciteit voor de screening en grensprocedure. De asielgrensprocedure
is een essentieel onderdeel van het pact. We zullen dus volgende week
niet alleen in de Raad, maar ook in bilaterale gesprekken en tijdens
mijn bezoek aan Italië aandacht vragen voor de volledige en tijdige
implementatie.
We houden ook goed een vinger aan de pols bij onze ambassades en de
EU-agentschappen over de operationele voortgang. Daarbij zullen vaak op
het laatste moment nog allerlei zaken geregeld worden. Dat lijkt hier nu
ook van toepassing te zijn. Ik kom net uit een gesprek vanmiddag met de
directeur van de IOM, een organisatie die natuurlijk op heel veel
plekken in Italië en Griekenland actief is. Ook zij geven aan dat ze
zien dat er enorm hard gewerkt wordt om zaken op orde te brengen. Zij
zien dus ook in hun projecten dat daar vanuit Griekenland en Italië
volop op wordt ingezet. Tegelijkertijd moeten we dat natuurlijk ook in
de rapportages van de Commissie gaan terugzien. Daar zien we nu nog
tekortkomingen.
Wat betreft Eurodac hebben wij zelf ook nog een paar issues gehad. Er
zijn ook vragen over gesteld door D66 en het CDA. Nederland is hard aan
de slag met de tijdige implementatie. Zoals elk IT-project gaat dit
gepaard met complexe uitdagingen en uitgebreide testen. We zitten nu in
de laatste testperiode. Er waren een aantal blokkerende bevindingen. We
hebben nu positieve signalen dat deze op tijd zijn opgelost. De
resterende testen worden zo spoedig mogelijk afgerond, wanneer de
laatste testen met de ketenpartners zullen worden voortgezet. We blijven
ons samen met het eu-LISA, wat hier noodzakelijk voor is, hard inzetten
om op tijd klaar te zijn.
Eurodac is natuurlijk een heel groot en belangrijk element. D66 vraagt
daar aandacht voor. Het is nodig om het Dublinmechanisme effectief te
laten werken, want in Eurodac vind je de gegevens terug van mensen die
al gescreend zijn. Daarmee kunnen we vaststellen of iemand al dan niet
eerder een aanvraag heeft gedaan. Daarover zeggen de VVD en JA21 terecht
dat dit echt de core van het systeem is. Zij zeggen dat zij altijd
aandacht hebben gevraagd voor Dublin, dat een systeem is dat nu al een
tijd niet goed functioneert met een aantal landen, en vragen of de
afspraak is dat ook Italië en Griekenland dat vanaf 12 juni weer gaan
toepassen. Die landen hebben zich daar allebei aan gecommitteerd. Ik zal
volgende week met nadruk dit punt maken. Het hele pact zal in de
buitenwereld worden beoordeeld op de vraag in hoeverre Dublin gaat
functioneren. Ik zal hun daar nogmaals in duidelijke bewoordingen laten
weten dat het voor Nederland cruciaal is om gestand te doen wat we met
elkaar hebben afgesproken. Zij mogen iets van ons verwachten in de
manier waarop wij dit pact hier invoeren, maar dan mogen wij ook iets
van hen verwachten. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik dat volgende week
zal overbrengen.
Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Er zijn nog bilaterale afspraken
met Griekenland. Daar hebben we eerder al over gesproken. Ik zal daar
volgende week ook met mijn Griekse collega over spreken. Ik heb op basis
van de motie natuurlijk de toezegging aan de heer Ellian gedaan dat we
daar weer mee starten en tot die tijd de aanvraag hier in Nederland
stilleggen. Het gaat namelijk om statushouders die gewoon terug moeten.
Dat zal opgestart worden met wat we aan beschikbare capaciteit hebben in
Griekenland. Ook voor de middellange termijn zijn we met Griekenland en
andere lidstaten in gesprek om een duurzame oplossing te bereiken. Dat
heeft ook voor België en Duitsland prioriteit, dus daar zullen we
volgende week bij stilstaan.
Ik denk dat ik er daarmee ben wat betreft het pact en de gesprekken die
ik daar volgende week over heb.
De voorzitter:
Ik stel voor dat wij ook in deze ronde vier interrupties doen. Ik zag de
heer Boomsma namens JA21 als eerste een vraag voor u hebben,
minister.
De heer Boomsma (JA21):
Het functioneren van de Dublinoverdracht is natuurlijk wel essentieel.
Als dat al niet gebeurt, waar zijn we dan met z'n allen mee bezig? Al in
2011 is er geoordeeld dat je niet meer naar Griekenland kan sturen. Mijn
vraag is de volgende. Het kan natuurlijk zo zijn dat deze landen zeggen
dat ze eraan werken, maar ze hebben er zelf misschien niet heel veel
belang bij en het is de vraag of het de juridische toetsen kan
doorstaan. Je zit dus in het juridische moeras, met Luxemburg en
Straatsburg die dwars kunnen liggen. Is er ook een plan om daarop
voorbereid te zijn? Is er een plan waarmee ieder geval wordt begonnen
met de voordrachten en niet wordt gezegd "nou ja, misschien, want nu is
het juridisch gezien nog allemaal net te riskant"?
Minister Van den Brink:
Het doel is om die statushouders gewoon weer terug te laten gaan. Uit de
contacten die wij erover hebben gehad, blijkt dat er in Griekenland in
die zin voor de statushouders wel heel veel ruimte is. De Griekse
overheid zegt: wij hebben genoeg werk, dus ze zouden bij ons eigenlijk
prima actief kunnen worden in de economie. De Griekse overheid krijgt
het alleen niet snel genoeg voor elkaar om op korte termijn de
werkvergunningen die je daarvoor nodig hebt, de administratieve kant, op
orde te krijgen. Daar zit eigenlijk de bottleneck waardoor er geen zicht
is op het functioneren in de samenleving. Daarover gaan die uitspraken
uit het verleden. Die hadden ook met huisvesting te maken. Aan de
huisvestingskant dragen we nu in ieder geval zelf bij, want wij hebben
daarin plekken. Op die manier kunnen we daarmee starten. Ik heb geen
terughoudendheid om daarmee te starten op het moment dat die kans zich
voordoet. Op het moment dat het mogelijk is, gaan we er gewoon gelijk
mee aan de gang.
De heer Boomsma (JA21):
Zijn het vier interrupties in drie?
De voorzitter:
Nee, het zijn geen twaalf interrupties. U heeft gewoon vier
interrupties. Ik kijk even rond. We zijn toe aan het volgende
blokje.
Minister Van den Brink:
Dan ga ik over op terugkeer, want ook daar hebben verschillende partijen
naar gevraagd. Dat doe ik mede naar aanleiding van de berichtgeving van
vorige week over de Terugkeerverordening. We hebben hier al vaak over
gesproken. Het is natuurlijk een essentieel onderdeel van dat pact. Dat
was al helemaal klaar, maar daar kwam die Terugkeerverordening nog
achteraan. Die ligt nu voor. Binnen de triloog is het zo dat het
voorzitterschap — dat ligt op dit moment nog bij Cyprus — onderhandelt
met de hoofdonderhandelaar van het Parlement; dat is voor ons een
bekende. De lidstaten zijn daar natuurlijk op de achtergrond bij
betrokken.
Wij hebben er de afgelopen weken volop op ingezet om dat af te ronden,
ook om die implementatie sneller te laten verlopen. Zoals dat vaak gaat
in onderhandelingen, zijn er verschillende posities geweest. Eigenlijk
is de implementatie op dit moment het laatste stukje. Wij brengen nu het
voorstel in om dat met directe werking in te laten gaan, met
uitzondering van een aantal onderdelen; er is op dit moment
overeenstemming bereikt tussen de lidstaten over de vraag welke
onderdelen van de Terugkeerverordening niet makkelijk te combineren zijn
met nationale wetgeving. Dat is de positie die nu is ingenomen. We
verwachten dat dit op korte termijn, als dat overleg weer wordt hervat
tussen het voorzitterschap en het Europees Parlement, tot een akkoord
kan leiden.
GroenLinks-PvdA vroeg of er daarin rode lijnen zijn gehanteerd. Op dit
moment gaat het allerlaatste stukje van de triloog enkel en alleen nog
maar over de implementatietermijn. Alle andere issues zijn opgelost. In
dat opzicht is het eigenlijk meer een implementatievraagstuk dan een
politiek-inhoudelijke discussie. Dat is de stand van zaken ten aanzien
van het onderhandelen.
Even kijken. Ik heb hier dingen liggen die niet in dit blokje
thuishoren. O nee, dit hoort allemaal bij terugkeer. O, ik snap wel
waarom dit hier ligt.
Dan behandel ik nu ook gelijk de vraag van mevrouw Kröger over de hubs
en alles wat we daarover hebben afgesproken. Binnen de
Terugkeerverordening hebben wij de ruimte om daarmee aan de slag te
gaan. In het Clingendaelrapport werd ook al duidelijk gemaakt dat er
geen belemmeringen zijn op het juridische vlak. Vorige week heb ik
vanuit het kabinet dan ook die brief gestuurd waarin wij zeiden: dit is
het moment om over te gaan tot implementatie en op zoek te gaan naar
locaties waar dit mogelijk is. Dat zijn we ook al aan het doen. Ik heb
tot nu toe altijd aangegeven dat we niet publiek maken met welke landen
we in gesprek zijn om dat op te starten — dat is wel vaak wat er aan de
hand is — omdat die landen dit geen prettige manier van samenwerken
vinden. Zij geven aan eerst te willen ontdekken op welke manier dat kan
worden ingevuld.
Dan vraagt u natuurlijk aan mij: hoe ziet dat er dan uit en voor hoelang
zal dat dan zijn? Personen die terugkeren naar hun land van herkomst,
maar daar nog niet naar toekunnen, zouden in zo'n transithub in de
directe omgeving van het land geplaatst kunnen worden. Uiteindelijk gaat
het natuurlijk om iemand die al is afgewezen. Wij moeten dan garanderen
dat diegene naar een plek wordt gebracht die wel veilig is. Deze
tijdelijke opvang moet vanzelfsprekend in lijn zijn met het nationaal,
Europees en internationaal recht. De exacte duur van de opvang in een
transithub zal onderwerp zijn van gesprek tussen Nederland en het land
waar de hub is gevestigd.
Dat geldt ook voor uw vraag over kinderen en gezinnen. Ook daarvoor
geldt dat zaken in lijn moeten zijn met internationale verdragen, net
zoals dat nu al geldt als er sprake is van terugkeer van gezinnen met
kinderen. In gesprekken over de Terugkeerverordening hebben we al eerder
ingebracht dat die gewoon in lijn moet zijn met internationale
verdragen. Op die manier borgen we dat die invulling voldoende is als we
overgaan tot implementatie hiervan.
Als laatste in dit blok ligt er nog een vraag over Afghanistan. U vroeg
naar een aantal zaken die vandaag en gisteren in het nieuws waren.
Nederland steunt de Commissie als het gaat om het voeren van
operationele gesprekken over terugkeer met de de facto autoriteiten,
zeker daar waar het gaat om personen die een veiligheidsrisico vormen.
Dat heeft Nederland ook duidelijk gemaakt in een brief aan de Commissie
op 18 oktober 2025. Uiteraard gebeurt dat in lijn met het internationaal
en Europees recht. Daar zijn geen Nederlandse ambtenaren bij betrokken.
Wij erkennen dat regime niet, ook niet als een legitieme
vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking, maar we gebruiken dit
platform wel om terugkeer te realiseren.
Ten aanzien van uw vraag over de aantallen — misschien was het uw
collega die daarnaar vroeg — is het zo dat er op dit moment 279
vreemdelingen met de Afghaanse nationaliteit in de caseload zitten van
de Dienst Terugkeer en Vertrek. Dat waren mijn antwoorden op de
terugkeervragen.
De voorzitter:
Ik kijk even rond. Mevrouw Kröger heeft sowieso een interruptie, namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat roept een heleboel vragen op, maar ik begin even met het volgende.
Er zijn dus operationele gesprekken met de taliban, terwijl die niet
worden gezien als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse
bevolking. Mijn vraag is eigenlijk: erkent de minister dat het feit dat
wij dit soort gesprekken voeren met de taliban, en dat de taliban hier
ook iets voor terugvraagt, namelijk dat er iemand van de taliban op een
ambassade gevestigd kan worden, wel degelijk iets doet voor de
legitimatie van dat regime? Of denkt de minister dat dat volstrekt niets
doet voor de legitimatie van de taliban?
Minister Van den Brink:
Volgens mij moeten we even heel precies zijn over wat er nu gebeurt. De
Europese Commissie voert operationele gesprekken. Dat is het enige wat
er nu gebeurt. U verwijst daarnaast naar de diplomatie en naar
Nederlandse mensen, Nederlandse ambtenaren, die daarbij betrokken zouden
zijn, maar die zijn daar niet bij betrokken. Er vindt op dit moment dus
alleen maar een gesprek plaats vanuit de Commissie. Op die manier
probeert een grote groep landen, die daar ook om heeft gevraagd,
terugkeer van mensen die uitgeprocedeerd zijn tot stand te brengen. Dat
is het enige waar nu over wordt gesproken.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In mijn vraag had ik het helemaal niet over Nederlandse ambtenaren; ik
had het erover dat Europa gesprekken voert met de taliban over de
terugkeer van Afghaanse uitgeprocedeerde asielzoekers. Mijn vraag was of
de minister daadwerkelijk van mening is dat dit niks doet voor de
legitimering van dat regime. Hoe weegt hij dat? Gegeven het feit dat
mensenrechten, vrouwenrechten, in Afghanistan op een gruwelijke wijze
onder druk staan, dat meisjes van 9 bijvoorbeeld uitgehuwelijkt kunnen
worden, kun je je afvragen of je überhaupt mensen veilig daarnaartoe
terug kan sturen. Wat doet het feit dat Europa onderhandelt met de
taliban, en dat de taliban dus ook eisen terug stellen, met de
legitimatie van dat regime?
Minister Van den Brink:
Het kabinet deelt absoluut de afschuw over de situatie in Afghanistan
die u beschrijft. Die wordt ook op alle plekken veroordeelt.
Tegelijkertijd vinden er gewoon afwijzingen plaats van Afghaanse
asielverzoeken. Het dilemma dat zich dan voordoet, is hoe je komt tot
terugkeer van de mensen die een afwijzing hebben gekregen. Dat is het
enige waar nu vanuit de Commissie gesprekken over worden gevoerd. Alle
gevolgen daarvan … U maakt daar melding van, maar ik heb ook de
berichtgeving gevolgd over wat daar door de de facto autoriteiten voor
teruggevraagd zou worden. Het is mij op dit moment niet bekend welke
reactie daarop is gegeven. Volgens mij moet dat gesprek ook nog
plaatsvinden. Daarvoor moet ik ook echt verwijzen naar de minister van
Buitenlandse Zaken, want dat gaat over de diplomatieke kant. Ik kan
alleen toelichten dat het gesprek dat de Commissie op dit moment voert
enkel gericht is op terugkeer van mensen die afgewezen zijn.
De voorzitter:
Zijn er nog interrupties in dit blokje? De heer Ellian, namens de VVD.
Gaat uw gang.
De heer Ellian (VVD):
Deze interruptie zou in dit blokje of in het volgende passen. Wat mij
opvalt in de beantwoording van de minister over terugkeercentra — ik
vind dat een prettigere benaming dan een hub — is dat de minister
telkens zegt dat alles moet gebeuren in overeenstemming met de
verdragen, in overeenstemming met het internationaal recht. Dat is nou
exact waar het tot nu toe telkens op is gestrand. De hele essentie van
die Terugkeerverordening is volgens mij dat er een stevige juridische
basis ligt. Dat hoef ik de minister niet uit te leggen. Dat wordt het
hogere recht genoemd. Ik ben dus benieuwd waarom de minister steeds zegt
dat het in overeenstemming moet zijn met die verdragen, terwijl hij ook
zou kunnen zeggen: die Terugkeerverordening ligt er en die is voor ons
de basis om die centra te gaan realiseren.
Minister Van den Brink:
Dat vind ik op zich een net zo goede samenvatting van hetgeen ik probeer
te zeggen. Ik probeer altijd … Dat hoorde u misschien ook terug in mijn
interview van afgelopen week: ik wil hier breed draagvlak voor hebben.
Ik wil proberen om uit die impasse te komen waarin er de hele tijd een
soort strijd is, politiek gezien, maar ook maatschappelijk, met partijen
die niet eens bereid zijn om hier een discussie over te voeren, omdat
het per definitie gewoon als onbespreekbaar zou moeten worden geacht,
omdat het eerst niet mocht, niet kon en ook nog eens een keer
onwenselijk zou zijn. Daarom probeer ik telkens met woorden de afstand
tot die kant te overbruggen. Maar u heeft helemaal gelijk: er is geen
beletsel meer en het is nu eigenlijk zaak om aan de slag te gaan. Punt.
Dat zal ik vanaf nu ook doen.
De heer Ellian (VVD):
Zo zie je dat de essentie van afgelopen week is dat woorden er echt toe
doen, zullen we maar zeggen. Dan een wat meer praktische vraag. Ik denk
dat die vraag al wel eerder gesteld is. Ik ben ook nog maar een paar
maanden asielwoordvoerder. Ik was overigens de afgelopen dagen niet op
tv. Dat helpt geloof ik ook voor dit debat, zeg ik met een
knipoog.
De Balkanregio. Ik snap dat die regio op zich juist ook op de route ligt
van bepaalde migratiestromen en vluchtelingenstromen. Is de Balkanregio
een regio die wordt overwogen voor terugkeercentra, of valt die af?
Albanië wordt gebruikt door Italië. Montenegro heeft ook weleens wat
gezegd.
Minister Van den Brink:
In zijn algemeenheid zoeken we langs de schil van Europa naar landen
waarmee we goede afspraken kunnen maken. Dan kunt u ongeveer uittekenen
hoe dat eruitziet.
De voorzitter:
Moment, hoor. Ik zou u willen vragen om op het moment dat u niet
spreekt, actief de microfoon te bedienen. Anders kunnen de mensen die
het debat thuis volgen, het niet goed volgen. Als u 'm goed bedient,
krijgen we een naambalk erbij en krijgen we de verschillende leden te
zien. Dan weet u nu hoe dat eruitziet. Ik kijk nog even naar mevrouw
Kröger. Zij heeft een interruptie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Misschien even anders dan de interruptie van mijn collega van de VVD van
daarnet, is het voor ons juist van groot belang dat de minister schetst
dat het in lijn is met internationale verdragen en mensenrechten. Mijn
vraag ging specifiek over kinderrechten en het Kinderrechtenverdrag. Het
gaat dus over terugkeerhubs. In een eerder debat, waarin ik ook mijn
collega Westerveld mocht vervangen, had ik de vraag gesteld of het ging
om detentie. Toen heeft de minister aangegeven dat dat een mogelijkheid
is. De vraag is dan in hoeverre het uitzetten van een gezin met kinderen
en het hebben van een situatie waarin kinderen voor een lange periode
vastzitten, in lijn is met het Kinderrechtenverdrag.
Minister Van den Brink:
In de allereerste plaats even iets over al die verschillende onderdelen
uit de Terugkeerverordening. We gaan bij de terugkeercentra, of
terugkeerhubs, niet uit van detentie. Dat is dus sowieso niet aan de
orde. Het Europees recht is altijd in overeenstemming met al het
internationale recht. Daar is dus aan de voorkant al bij stilgestaan,
net zoals wij al heel vaak in onze wetgeving de afweging maken of onze
wetgeving in lijn is met internationale verdragen, waaronder die rond
kinderrechten. Daar is hier ook sprake van. Zoals ik al eerder zei: ook
nu hebben wij te maken met uitgeprocedeerde asielzoekers, waaronder
kinderen die, als onderdeel van een gezin, worden uitgezet. U gebruikt
het woord "vreemdelingenbewaring"; wij kennen natuurlijk ook de situatie
in Zeist, die door sommigen wordt gebruikt om mensen terug te kunnen
sturen. Dat is een zorgvuldig proces, dat ook door de Raad van State is
getoetst en binnen de kaders van het recht is bevonden. Dit is de manier
waarop wij daar op een zorgvuldige wijze mee omgaan.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, wilt u uw laatste interruptie inzetten? Gaat uw
gang.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Mijn collega Westerveld komt zo!
De minister geeft een heel procedureel antwoord: we doen alles in
overeenstemming met internationale verdragen, ergo: dit is in
overeenstemming met internationale verdragen. Dat is natuurlijk niet
mijn vraag. Mijn vraag is een hele praktische. De minister zegt: wij
gaan er niet van uit dat het om detentie gaat, maar dat is niet
uitgesloten. Klopt het dat niet is uitgesloten dat er sprake van
detentie is? Dan is de vraag: is het een langdurig verblijf met bepaalde
— hoe noem je dat? — afgesloten omstandigheden? Wat betekent het voor
een kind om daar lang te zijn? Hoe borgt de Nederlandse overheid op het
moment dat zij gezinnen daarnaartoe stuurt, dat die kinderrechten dan op
orde zijn? Ik probeer het gewoon praktisch te begrijpen. Wij sturen een
gezin naar — ik noem een willekeurig land — Kenia. En dan? Wat betekent
dat? Hoe ziet dat eruit? Hoe lang zit een kind daar?
De voorzitter:
U heeft wel de prijs gewonnen voor de meeste vragen in één
interruptie.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
U heeft goed gebruikgemaakt van uw laatste interruptie; laten we het zo
zeggen.
Minister Van den Brink:
Een terugkeerhub is nooit detentie, want die is bedoeld voor iemand die
teruggaat en dus gewoon weer vrijelijk moet kunnen bewegen in dat land.
Dan kom je toch weer bij de mensenrechtenkant. Wij moeten dus in die
afweging individueel beoordelen dat dat kan op een plek waar die persoon
zich vrijelijk kan bewegen. Dat zijn concrete afspraken die je dan met
landen gaat maken over op welke wijze die mensen kunnen deelnemen of
toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Ze moeten daar op een bepaalde
manier zodanig in hun levensonderhoud kunnen gaan voorzien dat ze daar
zelfstandig kunnen verblijven, zodat het op een gegeven moment ook
eindig wordt om in zo'n terugkeercentrum te verblijven. Op die manier
moeten we dat dus individueel beoordelen. Op die manier moeten we dat
dus in afspraken vastleggen met de landen waarmee we die gesprekken
voeren. Het is dus echt gericht op duurzame terugkeer, op een plek waar
ze misschien niet van origine vandaan kwamen, maar die wel veilig is en
waar een toekomst is.
De heer Schenk (FVD):
Misschien zat het antwoord op mijn vraag al een beetje in het einde van
het antwoord op de vraag van mevrouw Kröger. Mijn vraag was als volgt.
Het zou natuurlijk heel goed kunnen dat de Afghaanse autoriteiten, of
die nou als legitiem gezag gezien worden of niet, zeggen: hartstikke
leuk dat jullie die mensen terug hiernaartoe willen sturen, alleen zijn
zij ooit gevlucht uit Afghanistan en willen wij ze niet meer terug. Wat
wordt dan de inzet van deze minister en het kabinet om die mensen alsnog
hier weg te krijgen? Want ze zijn hier ongewenst en ook onwettig; ze
zijn uitgeprocedeerd en hebben geen recht op asiel. Hoe voorkomen we nou
dat er een situatie optreedt waarin die mensen alsnog tot in de lengte
der dagen of jaren hier blijven omdat in dit geval de taliban, die
gezien worden als de Afghaanse autoriteit, ze niet terug willen nemen?
Dat hebben we eerder onder andere ook bij Syriërs gezien.
Minister Van den Brink:
Daar kan ik alleen in zijn algemeenheid op reageren. Uiteindelijk heb je
de medewerking nodig van een land om mensen terug te nemen, omdat dat de
enige manier is om dat voor elkaar te krijgen, vooral als dat in het
gedwongen kader plaatsvindt. Vanuit Europa wordt natuurlijk een heel
scala aan maatregelen overwogen op het moment dat daar vanuit lidstaten
op geen enkele manier aan wordt meegewerkt. Die voorbeelden zijn er nu
ook; dat begint met visamogelijkheden ontnemen. Daarvoor kunnen
natuurlijk via het hele scala van het Europese samenwerkingsproject
zaken ingezet worden om een lidstaat ertoe over te halen om toch weer
over te gaan tot samenwerking, zodat ze op andere terreinen ook weer
kunnen samenwerken met Europa. In die zin kunnen we dus het hele scala
aan initiatieven vanuit Europa inzetten om dat te bereiken. Zo wordt dat
ook toegepast.
De voorzitter:
Dan zijn we toe aan het volgende blokje.
Minister Van den Brink:
Dat gaat over innovatieve oplossingen. Het zijn eigenlijk maar een paar
vragen; ik had dit misschien net zo goed bij het blokje terugkeer kunnen
doen. Mevrouw Straatman vroeg nog welke stappen we zetten om
asielverzoeken in veilige derde landen te laten plaatsvinden; dat ligt
in het verlengde van de vraag van de heer Boomsma, maar ik doe ze even
apart. Dit zijn afspraken die we belangrijk vinden, omdat ze een eerste
stap zijn om de asielprocedures buiten de Europese Unie te kunnen
realiseren. Het nieuwe concept van veilige derde landen wordt van kracht
met de implementatie van het pact. Daar heeft Nederland stevig voor
onderhandeld. Wij zijn ook aanjager binnen Europa, onder andere met
Zweden, om dit concept verder uit te werken en te implementeren. Het is
ook belangrijk dat de Unie in staat is om deze voornemens te helpen
realiseren.
De heer Boomsma vraagt hoe het nu verdergaat. Wij werken aan het
afhandelen van de asielprocedures buiten de Europese Unie. Dat is de
stip op de horizon. De implementatie van innovatieve oplossingen is de
eerste stap daartoe. Dat hebben we nu in het bandencriterium weten vast
te leggen. Nu zullen we stap voor stap werken aan operationalisering,
bij voorkeur in Europees verband, omdat we dat dan met massa kunnen
doen, om het zo te zeggen. Nederland neemt dus deel aan de kopgroep. Dat
moeten we diplomatiek op poten zetten. Dat is een zorgvuldig proces. We
zullen het ook als inzet hebben bij de financiering van het MFK, waarin
migratie natuurlijk ook een belangrijk punt is, zodat ook de Europese
Commissie haar rol daarin gaat pakken. U vraagt dan naar Clingendael.
Dat ziet zo meteen misschien deels ook nog op dat … Er is dus gewoon al
heel veel mogelijk. U vraagt waar in het Europees recht dan uiteindelijk
de mogelijkheid zit om het helemaal buiten Europa te doen. Dat is
uiteindelijk de ultieme vraag, namelijk over het recht op asiel op
Europees grondgebied. Dat zit natuurlijk gewoon in de Europese verdragen
verankerd. Het is dus dan wel echt iets voor de lange termijn als je
eenmaal over wil gaan tot asielafhandeling buiten Europa en dat ook niet
meer mogelijk wil maken binnen Europa. We starten nu dus met die stip op
de horizon met alles wat we nu hebben afgesproken.
Ten slotte had mevrouw Kröger nog de vraag of de letter of intent
openbaar te maken is als onderdeel van die innovatieve oplossingen. Die
vraag is al heel vaak gesteld. Tot nu toe is altijd aangegeven dat met
Uganda is afgesproken dat die niet openbaar gemaakt zou worden.
De heer Boomsma (JA21):
Op grond van die Europese verdragen is er toch geen recht op asiel in
Europa? Het gaat er toch juist om … Je hebt recht op asiel; dat staat in
het handvest. Je kunt het aanvragen, alleen betekent dat niet dat je
hier je opvang moet krijgen. Het is wel degelijk nu al mogelijk om … En
dan gaat het dus niet alleen om de procedure door het loslaten van het
bandencriterium maar om de hele … Iemand krijgt asiel in zo'n veilig
derde land. Daar moeten we nu zo snel mogelijk mee verder.
Minister Van den Brink:
Dat wil ik bevestigen, maar ik dacht dat u die vraag daarachter ook
beantwoord wilde.
De heer Boomsma (JA21):
Nee, nee, nee.
Minister Van den Brink:
Oké, helder.
Dan kom ik bij de brief die wij vorige week gestuurd hebben en waar we
ook al vaker over gesproken hebben rondom het EVRM en alles wat zich de
afgelopen tijd daaromheen heeft afgespeeld. Ik hoorde verschillende
woordvoerders vragen of het nou mogelijkheden of onmogelijkheden zijn
die hier in deze brief worden opgeschreven. Zo beluisterde ik het een
beetje. Mijn inzet was vooral het volgende. Ik heb eigenlijk gewoon zo
helder en realistisch mogelijk het hele speelveld uiteen willen zetten
wat betreft wat zich nu allemaal in welk onderdeel afspeelt en welke
verhouding het EVRM tot andere verdragen heeft. Dat is misschien ook
omdat we natuurlijk aan de start staan van een nieuwe
kabinetsperiode.
Het gaat ook over de verhouding tussen hoeveel uitspraken we de
afgelopen jaren bij het Hof hebben gezien op basis van het EVRM en
hoeveel op basis van het Unierecht. Daar zit wel echt een degelijk
verschil tussen, namelijk dat we natuurlijk veel meer impact hebben op
uitspraken op basis van het Unierecht. Ik heb het eigenlijk vooral zo
realistisch mogelijk willen doen, zonder iets van sugarcoating van alle
mogelijkheden die er zijn, en daarbij ook willen aangeven dat er wel een
perspectief is, maar dat dat ook wel veel inzet vergt en tijd kost. Dat
is uw en mijn gemene deler op al deze onderwerpen, denk ik. We hebben
niet het gevoel dat we tijd hebben. We hebben het gevoel dat het morgen
allemaal geregeld moet zijn. Dat verhoudt zich lastig tot verdragen die
met zo veel landen zijn afgesproken. Dat zeg ik even voorafgaand.
Het CDA en JA21 vragen of dat ook op Unieniveau nog nodig zou zijn. Het
kabinet zet erop in dat waar nodig secundaire EU-wet- en regelgeving
wordt aangescherpt. Daarop zijn al belangrijke stappen gezet, zoals we
nu net hebben gezien met het pact en de Terugkeerverordening. Natuurlijk
blijven we ons ervoor inzetten dat er een snel akkoord komt daarop, dat
Dublin weer gaat werken en dat het pact strikt wordt geïmplementeerd.
Daarnaast kijken we of meer deelname aan interventies en Hofzaken met
gelijkgestemde lidstaten ons kan helpen en of we op die manier ons
Nederlandse standpunt effectief naar voren kunnen brengen op EU-niveau.
Uit de analyse blijkt dat de uitdagingen met name liggen in die
secundaire EU-wetgeving. Het onderhandelingsperspectief ligt met name
daar, op de aanpassing van die secundaire wetgeving en interventies en
Hofzaken. Ook van de Chisinauverklaring kan dat natuurlijk doorwerken in
het beleid dat wordt gevoerd.
De heer Boomsma vraagt wanneer concrete voorstellen volgen om de
tijdlijn en complexiteit van EU-regelgeving te verminderen. In de
Kamerbrief van afgelopen vrijdag is de inzet opgenomen. U kent
natuurlijk de huidige implementatie van iets wat nog aanstaande is. Ik
denk dat wij hier in het parlement, en ook ikzelf in de JBZ-Raad, de
onderwerpen moeten blijven agenderen waarbij we zien dat er een botsing
plaatsvindt, ook op een manier waarop we daar in de Kamer mee om kunnen
gaan. We moeten kijken hoe we dat bij elkaar kunnen brengen om het als
één pakket in Europa ter sprake te kunnen brengen, want in al die
gesprekken die je in Europa hebt, merk je gewoon dat er een soort
politiek-bestuurlijke vermoeidheid ontstaat — laat ik het zo maar zeggen
— als je telkens met een los voorstel aan komt zetten van iets wat je
ook nog opgelost wil hebben.
Je hebt op een gegeven moment dus ook nog een groep van landen nodig die
zegt: hier hebben we een doorbraak nodig, en die moeten we met elkaar
realiseren. De volgende evaluatie van dat pact is pas weer over een jaar
of twee, in 2028. Ik kan me voorstellen dat hier allemaal partijen
zitten — ik denk dat ik er daar zelf ook wel één van ben — die eerder
dan in 2028 al een paar ideeën hebben over hoe het beter kan. Daar
moeten we een platform voor zien te creëren. Ik merk wel dat we dat
gecombineerd met een aantal landen samen moeten doen om impact te
hebben.
Dan het debat dat we al een paar keer hebben gehad over het
interpretatieprotocol. De heer Boomsma en de heer Ellian vroegen of dat
noodzakelijk zou zijn. Ik val een beetje in herhaling over het debat dat
we gehad hebben. De Chisinauverklaring is een belangrijk resultaat.
Hoewel uw ongeduld mij bekend is, wil ik echt benadrukken dat het
betekenisvol is dat zo veel landen dat met elkaar weten af te spreken.
Daar is heel veel effort in gestoken. Door de landen die hier het meest
vocaal op waren, België, Zweden en Denemarken, wordt dit als voldoende
gezien. Het hele protocol aanpakken, zou echt een verdragswijziging
inhouden.
Artikel 3 EVRM waar u naar verwijst, gaat natuurlijk veel verder dan
migratie. Dat is in de eerste plaats niet voor migratie ontworpen; het
is een beschermingsartikel. Dat maakt ook dat het niet zomaar even met
46 landen ter discussie gesteld zou kunnen worden op een manier die heel
snel tot resultaat leidt. Het gaat ook over allerlei andere zaken buiten
het migratiedomein. Het gaat om zeer ernstige en kwalijke situaties.
Tegelijkertijd hebben we in deze verklaring nu wel opnieuw weten te
bevestigen, en daarmee ook een nieuw minimumniveau neergelegd, dat het
om dat minimumniveau van ernst gaat. Daardoor weten we dat we daar zelf
als lidstaat invulling aan kunnen geven. We zullen ons er hard voor
maken dat dit door lidstaten zelf ingevuld kan worden, dat ze hun
verplichtingen nakomen en dat we daarmee ook realiseren — dat is, denk
ik, de kern — dat Dublin weer gaat functioneren. Daar lopen we namelijk
het meest tegen aan, als het gaat om het verleden dat we hiermee
hebben.
De heer Boomsma vroeg mij nog naar het volgende. Het is voor mij een
nieuw punt, maar daarmee zie je dat hij toch altijd voor blijft lopen op
mij. Hij vroeg of de Europese Unie gaat toetreden tot het EVRM. Dat is
een verdragsverplichting die volgt uit het EU-verdrag. Die gesprekken
lopen. Ik heb net een korte schorsing gehad, en daarin heb ik begrepen
dat dit een eindeloos traject is, maar dat wel bij mijn collega's van
Buitenlandse Zaken en JenV ligt hoe daaraan vervolg wordt gegeven. Mocht
u daarbij echt de diepte in willen, dan ga ik hulptroepen inroepen, moet
ik u helaas aangeven.
Ik denk dat ik daarmee alles rondom de verdragen en het
Clingendaelrapport heb gehad.
De heer Boomsma (JA21):
Nog even over Moldavië. Ik heb juist signalen uit allerlei landen dat
men niet tevreden is. Men vroeg om meer politieke ruimte, en de
verklaring herhaalt eigenlijk de jurisprudentie. De jurisprudentie die
bestaat, is helemaal niet ingekaderd. Artikel 3, dat inderdaad helemaal
niet over migratie ging, is juist uitgebreid. Ineens vallen
sociaal-economische factoren daaronder, en sinds die zaak-Paposhvili ook
medische factoren. Je kunt het in een protocol heel goed inkaderen terug
naar de oorspronkelijke intentie, en het dan beperken tot migratie. Ik
denk dat dat ook heel belangrijk is. Ik had ook nog een vraag over de
inzet van ontschepingsplatforms, die ook in het Clingendaelrapport
worden genoemd.
Minister Van den Brink:
Met dat laatste zijn we aan de slag. Dat is met name van belang voor op
zee. Ik heb geen actuele stand van hoe we nu in Europees verband met
elkaar optrekken op het gebied van de ontschepingsplatforms.
Even over het EVRM en mensenrechten. Ik denk dat we het Clingendaeldebat
nog wat uitgebreider gaan voeren dan alleen op dit moment. Het is een
mensenrechtenverdrag dat niet verengd kan worden tot alleen migratie.
Dat is wat u eigenlijk voorstelt. Dan is het een beetje zoeken naar de
betekenis. U vraagt om een aanpassing van het protocol die ons meer
ruimte biedt en tegelijkertijd niet mag botsen met het algemene
uitgangspunt van het mensenrechtenverdrag zoals het nu is. Daarvoor
hebben deze lidstaten nu maandenlang met elkaar vergaderd en zijn ze tot
deze uitkomst gekomen, waardoor weer duidelijk is dat het een
minimumniveau is dat door lidstaten zelf kan worden ingevuld. Die ruimte
is wat we nodig hebben.
De voorzitter:
Het is wel mooi om te zien dat u zowel verbaal als non-verbaal het debat
voert met de heer Boomsma. De heer Boomsma knikt op wat hij wel of niet
bedoelt en u springt daar direct op in. Dat is toch wel een kwaliteit
van de minister, zou ik willen zeggen. Ik kijk even naar de heer Boomsma
of dit voor nu afdoende is. U heeft nog één interruptie; misschien wilt
u die bewaren. De heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Het probleem dat de VVD-fractie ziet met de ruime uitwerking die het
EVRM heeft gekregen … Nogmaals, volgens mij stelt niemand hier het EVRM
op zichzelf ter discussie. Het gaat om het ruime toepassingsbereik. Dan
is Rwanda en de zaak van het Verenigd Koninkrijk het beste voorbeeld.
"Visit Rwanda" staat gewoon op shirts van voetbalclubs in de Premier
League. Er zijn allerlei internationale toppen waarbij Rwanda aanwezig
is. En dan zegt het Hof: er is een mogelijkheid dat je misschien,
weliswaar, mogelijk op een verkeerde plek terechtkomt. Dat is de manier
van redeneren van het Hof. Ik denk dat onze partijen daar een grens
willen trekken. De vraag aan de minister is: ziet hij dat dit nog steeds
een probleem kan zijn, en wat wil hij er dan aan doen? Want dan is die
politieke verklaring, denken wij, niet genoeg.
Minister Van den Brink:
Het is interessant dat u het voorbeeld van Rwanda en Engeland aanhaalt.
Ik weet dat dat terugkomt bij u en meneer Boomsma. In die zin zoeken we
allemaal naar een toekomstig asielsysteem dat buiten Europa kan
functioneren, dat het mensensmokkelaarsmodel breekt. Ik wil toch nog
even de "why" hiervan benadrukken. Dat is ook wat u wilt. We zoeken naar
manieren om de externalisering die daarbij hoort, vorm te geven. Mijn
les van de Engelse situatie is dat zij het te snel en niet zorgvuldig
genoeg hebben vormgegeven, te weinig rekening houdend met de individuele
situaties van mensen die ze op dat vliegtuig richting Rwanda gingen
zetten. Ze gingen te snel. Ik probeer — daar zit soms wat
voorzichtigheid in; dat klopt — op het gebied van terugkeer en
innovatieve oplossingen dus iets te bereiken wat echt gaat werken. Ik
probeer dat niet te snel en met te grote woorden te doen, omdat ik bang
ben dat ik dan weer van de regen in de drup beland. Dan blijven we
natuurlijk aanlopen, mogelijk, tegen uitspraken die zich daar niet goed
toe verhouden.
Ik zie op dit moment geen aanleiding om daar nog meer effort in te
steken; ik zou nu willen starten met het realiseren van die oplossingen.
En ja, bij het realiseren van die oplossingen komen we weer allerlei
hobbels tegen, die ik dan weer ga oplossen. Het is ook een beetje de
vraag hoe je iets wil bereiken. Ik denk dat ik nu gewoon aan de slag
moet gaan met die landen om die terugkeercentra, terugkeerhubs en andere
innovatieve oplossingen te realiseren. Dat is, denk ik, mijn route om
dit te bereiken, in plaats van het protocol nog een keer met 46 landen
ter discussie te stellen. We zien de afgelopen gesprekken die daarover
gevoerd zijn. Daar zit natuurlijk de vraag van de heer Boomsma in: er
zijn ook lidstaten ontevreden, zegt hij. Dat is ons niet bekend, in
ieder geval niet onder de lidstaten waarmee wij gesproken en
onderhandeld hebben. Iedereen ziet nu gewoon: we moeten aan de gang. Dat
is de korte samenvatting.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoorde de minister net in zijn blokje zeggen: we moeten ervoor zorgen
dat Dublin weer gaat werken. Nou, dat zou mooi zijn. Maar nu vraag ik
mij het volgende af. Ik ben heel erg benieuwd naar de visie van het
kabinet en van deze minister op waarom Dublin nu niet werkt, of
misschien wel nooit gewerkt heeft, en welke lessen daaruit getrokken
worden voor de toekomst, om eindelijk grip te krijgen op die massale
immigratie.
Minister Van den Brink:
Dat is wel een interessante vraag. Ik denk dat er de afgelopen jaren in
Europa — ik weet niet of dit het goede woord is — wantrouwen tussen
lidstaten is ontstaan over in hoeverre de lidstaten die heel veel
asielaanvragen ontvingen, dus Griekenland en Italië, het gevoel hadden
dat in de rest van Europa landen bereid waren om hen daarin bij te
staan. Dan heb ik het over het financiële aspect, over hervestiging,
over grensbewaking — allerlei zaken die zij nodig hebben om meer grip op
migratie te krijgen.
Van de andere kant vragen wij ons aan de kant van de secundaire migratie
af: "Maar doen jullie zelf wel genoeg om dat op orde te brengen en komen
jullie je afspraken wel na? Wij zien namelijk gewoon dat die mensen
eerst al een aanvraag hebben gedaan bij jullie. We hebben de afspraak
dat ze dan teruggaan, maar jullie nemen ze niet in ontvangst en daardoor
komen wij in juridische procedures terecht waarin rechters zeggen: als
er aan die kant niks wordt gedaan, mag je ze niet meer die kant op
sturen." Die impasse is nu het verleden, terwijl de toekomst het pact
is, waarmee het weer moet gaan functioneren. Natuurlijk, vertrouwen gaat
te paard en komt te voet, dus ik snap heel goed dat hier nog veel
scepsis over bestaat. Dat hebben we in het debat over het pact ook
gezien. Mijn hoopvolle gedachte is dat die scepsis niet bewaarheid wordt
en dat we gaan zien dat het weer gaat functioneren.
De heer Schenk (FVD):
We hebben de afgelopen jaren natuurlijk wel schrijnende situaties
gezien. Zo blijkt uit verhalen van klokkenluiders die bij het COA actief
zijn of waren dat gepoogd werd aan Dublin te voldoen door iemand
bijvoorbeeld uit te zetten en terug te sturen naar Griekenland, waar het
asiel in de eerste plaats was aangevraagd, en dat zo iemand dan in
Griekenland in een FlixBus stapte en vervolgens nog eerder dan de
marechaussee weer terug was in Ter Apel. Ik vraag me af wat nou de
concrete maatregelen zijn die de minister gaat nemen om dat soort
situaties in de toekomst te voorkomen. Ook daar zit namelijk een hele
grote kern van het probleem.
Minister Van den Brink:
De oplossing daarvan is dat iemand die zich weer meldt, met een ander
vervoermiddel weer die kant op gaat, en dus niet in onze procedure komt
en daarmee ook geen opvang krijgt. Dat is de snelste oplossing.
De voorzitter:
Meneer Schenk, uw laatste interruptie.
De heer Schenk (FVD):
Dan blijf je dus in die vicieuze cirkel zitten. Dan meldt iemand zich
weer opnieuw aan en wordt hij vervolgens weer teruggestuurd naar
Griekenland of naar Italië, waar hij in de volgende bus stapt en weer in
Ter Apel aankomt. Zo blijven we toch eindeloos doorgaan? Zo krijgen we
een opeenstapeling van problemen en gaan we dit enorme probleem waar
Nederland onder te lijden heeft, nooit oplossen. Ik hoop dus echt op wat
meer daadkracht voor dit soort schrijnende situaties, waarbij iemand die
uitgeprocedeerd is en geen recht heeft op asiel, gewoon eindeloos kan
terugkomen naar Nederland. Ik zou heel graag horen wat er nu exact gaat
gebeuren om dit eindelijk een halt toe te roepen.
Minister Van den Brink:
Uiteindelijk moeten die mensen terug naar het land waar ze dan wel de
aanvraag hebben gedaan en hun asielverzoek afgewezen hebben gekregen,
dan wel vandaan gekomen zijn. Dat zijn de twee opties in ons
handelingsperspectief, of dat ze een … Maar dat geldt voor deze gevallen
niet. Nee, dat zijn de twee opties. Het handelingsperspectief is: terug
naar het land van herkomst of terug naar het land van aanvraag. Dat zijn
de twee opties.
Dan kom ik nu bij de overige vragen die zijn gesteld.
De voorzitter:
Ja. Dat is het laatste blokje, hè?
Minister Van den Brink:
Ja.
Mevrouw Vondeling en de heer Boomsma vroegen nog of er goede
verklaringen bestaan voor de verschillen in cijfers met de landen om ons
heen. Ik denk dat voor nu de beste verklaring te maken heeft met de
onbekende landen van herkomst, hoewel dat niet het hele cijfer is. We
hebben het daar twee weken geleden over gehad. Dat waren dus die
onderzoeken gedaan door de IND waarin we zagen dat het de Palestijnen
waren die al een aanvraag hadden gedaan in Griekenland. Dat is voor nu
eigenlijk de eerste verklaring voor het verschil tussen een aantal
cijfers. Tegelijkertijd heeft België ook alweer een uitspraak gehad. Wat
zij deden rondom opvang is namelijk door de rechter in België alweer
veroordeeld. Ze zijn daarvoor op hun vingers getikt. Dat is dus geen
begaanbare route. Wij blijven dus gewoon inzetten op de invoering van
het pact, op het tweestatusstelsel met de nareisbeperkingen en op de
Terugkeerverordening. Dat is de manier waarop we hiermee aan de slag
moeten.
Dan waren er vragen over Oekraïners. Dat debat staat voor de komende
JBZ-Raad nog niet direct op de agenda, maar het is natuurlijk wel
aanstaande. De vraag is namelijk of we overgaan tot een verlenging. U
kent de positie van het kabinet daarin, die ook niet verandert. Het
kabinet wil inzetten op terugkeer naar Oekraïne, en kijkt naar de
mogelijkheden om ontheemden hierbij te ondersteunen en te stimuleren.
Tegelijkertijd hebben we aangekondigd dat een transitiedocument voor de
periode na de Europese richtlijn noodzakelijk is om ook ons asielstelsel
te ontlasten. Het terugkeerbeleid omvat verschillende diensten en
activiteiten, zoals informatiecampagnes, praktische
terugkeerondersteuning, inzetten op human capital en het aangaan van
lokale partnerschappen. Daarmee ondersteunen we mensen om ook weer te
werken aan terugkeer, dan wel om zich weer in Oekraïne te vestigen.
Gezien het grote aantal Oekraïense ontheemden in Europa zal het
terugkeerproces zelf een aanzienlijke inspanning vergen, die naar
verwachting natuurlijk meerdere jaren zal duren en die nauwkeurige
afstemming met de EU-lidstaten vereist.
Tegen mevrouw Vondeling zeg ik dat we vooralsnog dus de situatie hebben
dat Oekraïense mannen die voldoen aan de voorwaarden voor tijdelijke
bescherming zoals we die in de EU met elkaar hebben afgesproken hier
recht hebben op verblijf. De Europese richtlijn maakt op dit moment geen
onderscheid tussen Oekraïense vrouwen, kinderen en mannen, en maakt niet
het onderscheid of mannen wel of niet onder de dienstplicht vallen. Dat
zeg ik als reactie in de richting van mevrouw Vondeling, zodat zij een
interruptie kan plegen.
De voorzitter:
Ik zie dat u nog een paar laatste vragen heeft om te beantwoorden. Laten
we het even afmaken. Dan kom ik daarna bij u, mevrouw Vondeling, als u
het goedvindt.
Minister Van den Brink:
Dan kom ik eigenlijk op de stand van Ter Apel.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Pardon, hoor, want ik heb een vraag over Oekraïne.
De voorzitter:
Laten we het dan doen, prima, geen punt. Mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me af wat de inzet van het kabinet is
als het gaat om het verlengen van die richtlijn. Ik had ook zoiets
gelezen als dat er mogelijk voorwaarden kunnen worden gesteld. Kunnen er
dan geen uitzonderingsgronden worden opgenomen, bijvoorbeeld ook ten
aanzien van die mannen? Wij zijn helemaal niet voor verlenging van die
richtlijn, maar als het dan gebeurt …
Minister Van den Brink:
Sorry, ik word even gecorrigeerd door mijn ondersteuning. Dat is altijd
goed, want anders zou ik zomaar iets in de Kamer hebben gezegd wat niet
… Het komt van de week wel aan de orde, als we het hebben over Oekraïne.
Met het aflopen in 2027 is het niet meer realistisch dat dat
transitiedocument voor die tijd al klaar kan zijn. Wij zullen het er in
die gesprekken met andere lidstaten over hebben om het te verlengen; dat
lijkt ook wel bij de meeste lidstaten de inzet te zijn. Daarbij zie je
dus ook het gesprek over de vraag of er onderscheid is te maken in
bijvoorbeeld leeftijd bij mannen. Voor ons is leeftijd nog een te
hanteren onderscheid, maar natuurlijk wel een onderscheid dat weer veel
kan vergen van de uitvoering. Maar daar is nu nog niet een positie voor
bepaald en het is ook nog niet een concluderend onderwerp bij de
JBZ-Raad komende week.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Even voor de duidelijkheid: u bedoelt dat een bepaalde groep jongere
mannen dan uitgezonderd wordt van bescherming door die richtlijn? Of hoe
kan ik het duiden?
Minister Van den Brink:
Ja, dat is wel het debat dat vanuit verschillende lidstaten wordt
gevoerd.
De voorzitter:
Dan zijn we nu wel bij toegekomen aan de laatste beantwoordingen.
Minister Van den Brink:
Dan de opvangsituatie in Ter Apel. Daar hebben we de afgelopen weken al
heel vaak iets over gezegd, namelijk dat op dit moment nog steeds
gecontroleerde toegang in Ter Apel plaatsvindt. Afgelopen nacht hebben
er ook mensen overnacht op het veld. Dat was overigens niet omdat er te
weinig plekken waren voor nachtopvang. Er was genoeg plek voor
nachtopvang, maar deze mensen hebben er zelf voor gekozen om op dat veld
te verblijven. We hebben natuurlijk goed contact met de gemeente
Westerwolde, die natuurlijk wel de nodige frustratie ervaart omdat dit
opnieuw zo gaat en er in Nederland onvoldoende plek is om de mensen op
te vangen. Het ministerie heeft diverse maatregelen genomen omtrent het
voorkomen en aanpakken van de overlastgevende asielzoekers in Ter Apel.
Daar blijven we ook over in contact. De staatstoezichtsteams zijn
ingezet, waarbij toezichthouders in het centrum, op de looproute van het
azc naar het centrum en rondom het azc worden ingezet. Dat is nu
natuurlijk nog meer nodig, dus daar blijven we over in gesprek. Er is op
dit moment niet een directe vraag over inzet van politie en boa's, maar
we houden natuurlijk wel zicht op hoe zich dat ontwikkelt, ook als er
meer mensen buiten de poorten van het azc zouden verblijven, omdat
gecontroleerde toegang noodzakelijk is. Daarmee is voor nu ook nog niet
duidelijk hoe dat vanavond weer gaat, zeg ik er gewoon eerlijkheidshalve
bij. Er zijn dus nog geen garanties over waar de opvang vanavond dan
weer moet worden gerealiseerd. Daar zal ik ongetwijfeld na dit debat
weer over bijgepraat worden.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boomsma.
De heer Boomsma (JA21):
Ik had nog één interruptie over, toch?
De voorzitter:
Ja.
De heer Boomsma (JA21):
De minister had aangegeven: we komen dit jaar met een concreter plan
voor dat verplaatsen, de terugkeerhubs, derde landen et cetera. Maar ik
had ook gevraagd of we niet voor die tijd misschien al in beslotenheid
kunnen worden bijgepraat over wat nu de inzet is, welke landen relevant
zijn, hoe dat loopt met die … Oké, ik zie al geknik.
Minister Van den Brink:
Excuus, dat heeft u gevraagd. Dat is, denk ik, goed, want daarmee kunnen
we natuurlijk iets meer uitleg geven over wat er in het gesprek tussen
de lidstaten en ons aan bod komt en over wat er in dat soort afspraken
terug moet komen. Dat wil ik u dus toezeggen. Als daar een verzoek voor
komt, zal ik dat inwilligen.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de commissieleden. Er zijn geen interrupties meer. Dan
zijn we dus nu … Mevrouw Westerveld, uw fractie heeft de interrupties
helaas opgemaakt. Dat is altijd het mooie als u zich laat vervangen.
Maar ik kan u geruststellen: er komt nog een tweede termijn. Dat scheelt
dus heel erg. Mevrouw Vondeling, u heeft nog een tweetal interrupties
over.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik heb nog een onbeantwoorde vraag. Die past misschien ook niet helemaal
bij de JBZ-Raad. Ik vind het prima als de minister daar misschien later
op terug wil komen in een brief. Die gaat over die
COA-bestuurders.
Minister Van den Brink:
Precies. Dat vergt enige zorgvuldigheid. Ze staan allemaal op de website
van het COA, wordt tegen mij gezegd. U heeft daar geen schriftelijke
vragen over gesteld, toch?
Mevrouw Vondeling (PVV):
Ik neem het anders wel mee naar het volgende commissiedebat.
Minister Van den Brink:
Oké, dan neem ik de voorbereiding daarvoor ook alvast mee.
De voorzitter:
Dat is dan toch mooi afgehecht, zou ik zeggen. Dat is voor de volgende
keer. Ik dank de minister voor de beantwoording in de eerste termijn van
de zijde van het kabinet.
We zijn nu toe aan de tweede termijn. Daarin krijgt ook mevrouw
Westerveld namens GroenLinks-Partij van de Arbeid de mogelijkheid om wat
vragen te stellen. Het zijn helaas geen vijf minuten meer. We gaan in
dit geval naar 1 minuut en 40 seconden voor de tweede termijn. Ik begin
bij de heer Boomsma namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister. Je moet schaken op drie borden.
Eén: binnen het huidige juridische kader moet je alles zo veel mogelijk
naar buiten de EU verplaatsen. Twee betreft het aanpassen van het
Unierecht. Drie: internationaal moet je recht en verdragen ook wijzigen.
Het moet gewoon allemaal. Ik blijf erbij: je moet het primaat van de
politiek hier gaan herstellen. Je moet die politieke ruimte dus als het
ware terugveroveren uit het juridische moeras. Ik weet dat er zeker
christendemocraten, conservatieven en anderen zijn die ook gewoon door
willen met dat protocol.
Als je die jurisprudentie niet inkadert, voorspel ik dat het gewoon gaat
sneuvelen bij activistische juristen die altijd wel een risico zullen
identificeren waardoor het allemaal niet door kan gaan. Maar ik ga nog
voorstellen om een schriftelijke ronde te houden over die brief over het
EVRM, want het kan allemaal niet in zo'n kort betoog. Ik denk dat je
niet kunt wachten tot 2028 met het misschien mogelijk aanpakken van het
Unierecht. Het maakt het nu allemaal oeverloos complex. Nu is er juist
het momentum om dat echt te doen, en dan kun je niet zeggen: ja, maar
mensen worden een beetje moe van ons. Nee, we moeten nu zo snel mogelijk
resultaten gaan leveren.
Dan wil ik in ieder geval ook nog een tweeminutendebat aanvragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat noteren wij. Het woord is aan de heer Ellian namens de
VVD.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Uiteraard dank ik de minister voor de beantwoording;
dat doet hij zoals gewoonlijk op een prettige wijze, ook al legt mijn
fractie het accent misschien ergens anders dan de minister. Dat is niet
erg, want ik ben er om het accent soms wat scherper te maken dan het
kabinet misschien doet.
Ik heb dezelfde worsteling als collega Boomsma met die ruime, ruime
uitwerking van het EVRM. Overigens betreft dat, voor de goede orde, niet
alleen het terrein van migratie, maar dat is nu wat terecht acuut de
aandacht nodig heeft. Collega Boomsma fluistert nu ook nog "het
klimaat", en zo zijn er nog andere zaken te noemen, overigens ook op het
gebied van strafrecht. Het is dus wel een aangelegen kwestie. Ik hoop
wel dat de minister ons kan toezeggen dat hij dit gevoel uit de Kamer
hoort en meeneemt.
Voorzitter. Ik wilde wel toch persoonlijk ook benadrukken dat ik in
ieder geval de taliban nul komma nul zie als vertegenwoordiger van wat
dan ook uit Afghanistan. Het is een bewind met een terroristisch hart,
voor zover zij een hart kunnen hebben. Ik begrijp dat er operationeel
gekeken wordt om te kunnen uitzetten. Dat begrijp ik, maar ik hoop toch
wel dat ik de dag niet hoef mee te maken dat een
talibanvertegenwoordiger hiernaartoe komt, want dan hebben we wel een
ander gesprek, eerlijk gezegd. Ik zou dat ook niet kunnen uitleggen aan
mijn moeder.
Tot slot over de Oekraïners. Ik hoor wat de minister zegt. Het is wel
een beetje een zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt, met 40.000
extra aanvragen bij de IND. Ik zie de minister knikken. Dat moeten we
toch wel zien te voorkomen met elkaar. Als de minister dat mee wil nemen
in de JBZ, zou dat fijn zijn.
Dank.
De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Mevrouw Vondeling, gaat uw gang.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Nog twee punten, ook ten aanzien van die
Oekraïners. Ik vind het geen goed idee om die richtlijn te verlengen. Ik
denk dat we er echt op moeten toezien dat ze terugkeren naar
Oekraïne.
Verder heb ik een vraag over België, met betrekking tot de Palestijnse
asielzoekers. De minister zegt: de verklaring dat het aantal hier hoger
is, is waarschijnlijk dat de Palestijnen die eerst naar België gingen
hiernaartoe komen. Ik begrijp dat de minister ook een behandelstop heeft
ingevoerd, maar het is, denk ik, wel belangrijk dat die asielaanvragen
dan wel worden afgewezen. Alleen een behandelstop is dus niet genoeg; we
moeten wel zorgen dat ze gewoon ons land uit gaan.
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Westerveld, gaat uw gang.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik had twee andere debatten vandaag, vandaar dat mijn
collega Suzanne Kröger het overnam. Ze heeft een heel aantal vragen
gesteld. Ik heb alleen begrepen dat de antwoorden op de vragen over wat
de bewindspersonen gaan doen om de universiteiten te ondersteunen die
wél aangeven dat ze willen dat de Palestijnse studenten en onderzoekers
hiernaartoe kunnen, nog niet beantwoord zijn. Kan de minister daar nog
op reageren?
De minister gaat ook praten over niet-erkende regimes, zoals de taliban.
Daar is het in het debat ook over gegaan. Onze specifieke vraag daarbij
is: wat gaat hij nou zeggen over de legitimiteit die je geeft aan
niet-erkende regimes, zoals de taliban, die op dit moment alleen door
Rusland worden erkend? Kan de minister daar nog op ingaan?
Hij heeft ook antwoord gegeven op vragen over terugkeerhubs. Daarbij
kregen wij de indruk dat hij ook aangeeft: mensen moeten vanuit daar hun
leven weer gaan opbouwen. Bedoelt hij daarmee nou dat ook gezinnen met
kinderen hun leven weer moeten gaan opbouwen in een derde land? Dat zijn
volgens mij nog onze drie overgebleven vragen.
De voorzitter:
Nou, dat is heel netjes binnen de tijd.
De heer Boomsma (JA21):
Ik kan de woorden over de taliban goed volgen, maar hoe ziet mevrouw
Westerveld het plan dat Duitsland eerder al had opgevat om via
Oezbekistan uitgeprocedeerde Afghanen terug te sturen? Dat gaat dus door
een deal te sluiten met Oezbekistan, vanwaar ze zelf terugreizen naar
Afghanistan. Is dat niet iets wat we dan ook vanuit Nederland zouden
kunnen bepleiten en proberen?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij probeert de heer Boomsma mij nou te verleiden tot het geven
van antwoorden op de vraag welke afspraken gemaakt moeten worden zodat
mensen teruggestuurd kunnen worden. Ik denk dat we daar politiek al best
anders over denken, maar onze vragen gaan wel specifiek over: wat doet
het nou met de erkenning van zo'n regime op het moment dat je met een
niet-erkend regime gaat onderhandelen? We hebben hier specifiek de
taliban uitgelicht, omdat zij mensenrechten schenden en specifiek
vrouwen enorm onderdrukken. Dus daar gaan onze vragen specifiek
over.
De heer Boomsma (JA21):
Nee, dat begrijp ik. Die afschuw over de taliban, over die terroristen
en wat ze allemaal met vrouwen doen, delen we natuurlijk. Dat is
ongekend. Alleen, je wil juist daarom dat Afghanen, als zij
uitgeprocedeerd zijn en soms ook een crimineel verleden hebben, op een
bepaalde manier worden teruggestuurd. Als je niet met de taliban wil
praten, is het dan een goed alternatief om met Oezbekistan te praten,
omdat ze daarvandaan wel terug kunnen?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dan moet ik me eerst beter verdiepen in het Duitse idee. Dat weet ik op
dit moment gewoon niet, maar dan begrijp ik de vraag beter.
De voorzitter:
Helder. Heeft de heer Schenk nog behoefte aan een tweede termijn? Ja?
Gaat uw gang.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Ik werd toch even getriggerd door mijn
interruptiedebatje met de minister over het Verdrag van Dublin. Dat zou
nu ineens wel gaan werken, en dat heeft dan alleen maar te maken met
solidariteit tussen de verschillende lidstaten, want in feite verandert
er verder niets. Dat brengt mij eigenlijk terug bij het fundamentele
punt dat ik ook naar voren probeerde te brengen in mijn eerste termijn,
namelijk dat open binnengrenzen zonder effectieve buitengrenscontrole en
zonder vergelijkbaar migratiebeleid tussen lidstaten voor die
structurele spanningen blijven zorgen binnen Schengen. Wanneer je als
Nederland niet bereid bent om iets aan je eigen binnengrens te doen, zal
zo'n Verdrag van Dublin nooit gaan werken. De minister zegt namelijk
zelf: dan sturen we diegene weer terug en als diegene dan weer teruggaat
naar Nederland, sturen we hem nog een keer terug. Dan blijf je aan de
gang en blijf je problemen opstapelen en komt er nooit een oplossing
voor dit grote probleem. Ik hoop dat de minister daar nog even op zou
willen reflecteren, want ik vind de beantwoording wel wat mager.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van
de zijde van de Kamer. De minister kan gelijk antwoorden. Dan gaan we
naar de tweede termijn van de minister.
Minister Van den Brink:
Inderdaad. Ik zal gewoon even langs de woordvoerders lopen in de
volgorde waarin zij gesproken hebben. Ik denk dat ik met de heer Boomsma
van JA21 het debat vervolg over de kaders die we nu hebben waarop het
Unierecht moet worden aangepast en hoe het internationaal recht zich
daartoe verhoudt. Ik denk dus dat we elkaar daar nog vaker over zullen
treffen. Ik heb ook de heer Ellian goed gehoord toen hij zei dat dat
natuurlijk soms ook veel breder gaat dan alleen migratie. Dat noopt mij
er mogelijk toe dat ik ook nog op andere terreinen het debat moet gaan
voorbereiden, maar dat zal ik dan in een rustig deel van het weekend
gaan doen.
U maakt een heel erg goed en terecht punt over de Oekraïners. Als dat
zomaar afloopt en ze allemaal asiel aanvragen, dan hebben we echt een …
We hebben ook nog een debat te voeren over het plan van aanpak van de
IND en de openstaande voorraden, maar dan wordt het echt wel een heel
ander debat. We moeten vooral voorkomen dat dat op die manier gaat
gebeuren met de Oekraïners, dus verlengen is op dit moment de enige
optie, denk ik, ook omdat de situatie in Oekraïne op dit moment niet
anders is. Dat zeg ik ook tegen mevrouw Vondeling van de PVV.
Mevrouw Vondeling vroeg nog hoe het nu zit rondom die Palestijnse …
Griekse Palestijnen? Wat is de volgorde? Het zijn Palestijnen en ze
komen uit Griekenland. Zo moet ik het zeggen. Daarvoor geldt een
behandelstop. Die afwijzing kan alleen individueel gebeuren. Normaal
zouden ze niet-ontvankelijk worden verklaard. Die
niet-ontvankelijkheidsverklaring kan je nu dus niet automatisch doen.
Die moet individueel getoetst worden. Dat wordt gedaan op het moment dat
we zicht hebben op plekken in Griekenland waar we ze naartoe terug
kunnen sturen. Verder is er voorlopig een behandelstop. Op die manier
gaan we daar dus mee om.
Mevrouw Westerveld noemde nog even een aantal punten die we net in het
debat al hebben gehad. Het voeren van een gesprek met mensen van wie je
het gezag niet erkent, is op geen enkele manier bedoeld als legimitatie.
Het heeft als doel om terugkeer te realiseren. Dat wordt in
uitzonderlijke gevallen gedaan, enkel en alleen vanuit de Commissie. Dat
dient gewoon het doel van terugkeer. Voor de rest moet dat dus ook niet
breder worden gezien of worden opgevat. Voor de rest moet ik gewoon
verwijzen naar de gesprekken die daar nu over plaatsvinden vanuit de
Commissie. Welke uitkomst dat heeft, kan ik ook nog niet
voorspellen.
U vroeg mij nog naar de …
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Het punt is natuurlijk dat mensen gevlucht zijn omdat ze daar niet
veilig zijn. Dus op welke manier … Juist het feit dat die gesprekken
gevoerd worden met het talibanregime, versterkt onze zorgen over deze
groep natuurlijk wel.
Minister Van den Brink:
Dat snap ik. Heel specifiek over Afghanistan verwacht ik u eind deze
week het nieuwe landenbeleid toe sturen. U kent de situatie. Die wordt
natuurlijk ook in zo'n landenbeleid vervat. Laat ik zeggen dat het mij
duidelijk lijkt dat daar situaties zijn die bescherming behoeven. Dit
gaat om mensen die afgewezen zijn. Ook dat kan nog steeds plaatsvinden,
ook al kom je uit een land waar het voor een deel van de mensen heel
ernstig is om te leven.
U vroeg mij nog naar de Palestijnse studenten die een visum hebben. Het
kabinet spant zich diplomatiek in om te kijken op welke wijze die groep
mensen die een inreisvisum heeft gekregen en voor wie de rechter een
voorlopige voorziening heeft getroffen, het gebied daar kan verlaten.
Voor deze groep is al eerder bij de Israëlische autoriteiten toestemming
gevraagd voor uitreis uit Gaza. Over dat verzoek staat het kabinet in
contact met de relevante autoriteiten. Dat is eigenlijk het enige wat ik
er nu even over kan zeggen.
Ik eindig met een reflectie op de vraag van Forum, dat mij nogmaals
vroeg naar Dublin. Ik heb er eigenlijk gewoon niet heel veel nieuwe
argumenten aan toe te voegen, omdat het systeem van Dublin gewoon werkt
langs de lijn dat als je ergens anders een aanvraag hebt gedaan, je
terug moet naar de plek waar je die aanvraag hebt gedaan. Op die plek
moet worden beoordeeld of je mag blijven. Op die plek moet je dan ook
worden uitgezet. Zo neemt Nederland zijn verantwoordelijkheid en zo
verwachten we dat ook van andere Europese landen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Er zijn geen verdere interrupties.
Dat betekent dat we aan het einde komen van het debat. We moeten nog
even de administratie doornemen wat betreft de toezeggingen. Er is één
toezegging gedaan door de minister.
De minister zegt de Kamer toe in een besloten technische briefing nadere informatie te verschaffen over de inzet van het kabinet op de plannen voor terugkeerhubs en derde landen.
Dat klopt, toch? Dat is de toezegging.
Verder wil ik noemen dat de heer Boomsma namens JA21 een
tweeminutendebat heeft aangevraagd. Dat hebben we hierbij dan ook
genoteerd.
Volgens mij zijn alle toezeggingen et cetera dan afgedaan, als ik het
goed heb. Ik kijk nog even rond.
De heer Ellian (VVD):
Is het tweeminutendebat volgende week of deze week?
De voorzitter:
Dat zal volgende week zijn, denk ik. Minister, wilt u daar iets over
zeggen?
Minister Van den Brink:
Ik ga sowieso nooit over de agenda van de Kamer. Ik ga alleen al vrij
vroeg in de week richting die JBZ-Raad, dan wel mijn bezoek aan Italië.
Als het echt gaat om zaken voor de JBZ-Raad …
De heer Boomsma (JA21):
Die is toch pas in juni?
Minister Van den Brink:
Die is volgende week woensdag, toch?
De voorzitter:
Er vindt hier even afstemming plaats over wanneer de JBZ-Raad precies is
en wanneer de minister zijn opdrachten mee moet krijgen vanuit eventuele
moties. De minister verzoekt eigenlijk om te kijken of dat dan deze week
alsnog zou kunnen. Dat is aan de Kamer. Ik laat dat aan de
Kamerleden.
Minister Van den Brink:
Het kan ook zijn dat de moties niet direct op de JBZ-Raad zien, maar op
andere onderwerpen die we ook vandaag besproken hebben.
De voorzitter:
Ja, precies. Er zijn ook andere onderwerpen besproken. Het is aan de
leden om dat zelf te organiseren. U kunt daar zelf actie in ondernemen.
Als u nog iets wil meegeven aan de minister over de JBZ-Raad, dan is het
verzoek om dat deze week nog te doen, begrijp ik vanuit de minister. Bij
dezen.
Dan zijn we nu wel echt aan het einde gekomen van dit debat. De minister
wilde er al vandoor gaan, maar ik wil hem toch ook bedanken voor zijn
bezoek hier aan de Kamer en de antwoorden. Ook dank aan de ambtelijke
ondersteuning, zou ik willen zeggen. Dank ook aan de leden voor dit
debat. Dank aan de griffie. Dank ook aan de ondersteuning voor het
mogelijk maken van dit debat. En natuurlijk dank aan iedereen die dit
debat heeft gevolgd hier op de publieke tribune of op afstand. Ik sluit
het debat.
Sluiting 16.11 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|